Wie bedondert wie?

Een campingbewoner laat op dit blog weten, dat hij zich door de gemeente bedonderd voelt, omdat hem altijd was verzekerd, dat de zaak niet zou worden overgedaan aan de Roompotten van deze wereld, maar aan een lokale ontwikkelaar. Die begrip had voor de wensen en noden van de campingbewoners, waarvan sommigen al meer dan 50 jaar op de camping stonden.

Of die belofte (aan de campingbewoners) gedaan is weet ik niet. Maar als zij gedaan is,  dan is de vraag natuurlijk, wie heeft hier wie bedonderd.

vragenHeeft  Orez BV het college bedonderd, door te verzwijgen dat ze feitelijk de katvanger was van Droomparken?

En zo ja, hoe is dat in hemelsnaam mogelijk. De eigenaar van Orez BV (de holding) stond immers (volgens de KvK) geregistreerd op de Lage Bergweg 10 te Beekbergen. Hetzelfde adres waar Droomparken is gevestigd.

Hebben ze het bij de gemeente te druk om zich af te vragen bij wie ze in bed duiken, wanneer ze miljoenen contracten afsluiten?

Of wisten ze vanaf de eerste dag, dat Peter Tuin en consorten tussenpersonen waren die in opdracht van anderen onderhandelden en hebben ze dat alleen voor de raad (en dus ook voor ons) verzwegen?

En wiens handtekening staat er eigenlijk onder de overeenkomst met Orez BV. Was dat inderdaad het laatste wat wethouder Kok heeft gedaan, voordat hij plaats maakte voor Struijlaart?

En mocht dat waar zijn, heeft Kok dit wellicht gedaan op aandringen van iemand anders, die in een later stadium publiekelijk zijn teleurstelling uitsprak over het feit dat Orez BV (en haar prachtige plannen) werden gedwarsboomd door het ZZM.

De vraag is dus, heeft het college zich door Orez laten bedotten, of hebben college en Orez gezamenlijk besloten om de raad, de Enkhuizer bevolking en de campingbewoners een rad voor de ogen te draaien.

En waar blijft Langbroek nu Orez haar “ware” gezicht heeft laten zien en is Struijlaart nog steeds zo teleurgesteld over het feit, dat het ZZM zich niet naar zijn wensen schikte, maar bezwaar maakte tegen de plannen die hij met Orez had uitonderhandeld?

Dat zijn vragen waar ik graag een antwoord op zou willen hebben.

Onvoldoende capaciteit.

Ik schat, dat er zo’n 400 belangstellenden waren komen opdagen om de door het ZZM georganiseerde informatiebijeenkomst bij te wonen.

Wat mij betreft het bewijs hoe volkomen nutteloos en wereldvreemd onze bestuurders zijn, die immers kort geleden (vrijwel unaniem) hadden besloten om niet aanwezig te willen zijn bij deze, oorspronkelijk voor hen georganiseerde, bijeenkomst.

De presentatie was professioneel, adequaat en bevatte niets, dat in tegenspraak was met wat ik de afgelopen 2 jaren over dit onderwerp (op mijn blog) heb beweerd. In totaal heb ik meer dan 180 keer over het recreatieoord geschreven en het meeste staat nog steeds als een huis overeind.

Tijdens de vergadering presenteerde (voormalig huisarts) Cees Miedema zich als een van de oprichters van wat ik liefkozend het “Volksfront Tot Behoud Van Het Enkhuizerzand” zou willen noemen.

Zijn eis was, dat de gemeente zich onmiddellijk uit het plan diende terug te trekken. Een sympathieke gedachte, die naar mijn inschatting elke inwoner van Enkhuizen (jong en oud) ongeveer € 100,- zal gaan kosten in de vorm van een belastingverhoging.

Want de ontwikkelaar heeft meer dan 3 jaar lang (in nauw overleg met de gemeente) de puntjes op de i proberen te zetten. Die gaat echt niet rustig in een hoekje zitten huilen als de gemeente de samenwerking (op aandringen van het volksfront) opzegt. Die dient een vette schadeclaim in. Wethouder Struijlaart heeft dat min of meer al toegegeven.

En met het oog daarop is het waarschijnlijk verstandiger als we nog even doorgaan op de ingeslagen weg. Iedereen dient zienswijzen in. Het college (met instemming van de raad) verwerpt ze allemaal en vervolgens begeeft de hele processie zich richting Raad van State.

Uiteindelijk zal die zich afvragen of ze bij de gemeente helemaal van de pot gerukt zijn met hun plan ons cultureel erfgoed om zeep te helpen. Waarna de gemeente opgelucht zal roepen, dat het dus niet aan hun ligt, dat dit prachtige plan niet kon doorgaan.

Eigenlijk heeft oud-burgemeester Baas (bij zijn vertrek) al een voorschot genomen op dat excuus door het ZZM als schuldige aan te wijzen. Een krankjorume opvatting, die het bij  onze gekozen volksvertegenwoordigers nog steeds goed lijkt te doen. Getuige het feit dat velen van hen het museum zien als een sinistere organisatie met zeer snode plannen voor Enkhuizen.

Ik dat verband herinner ik nog even aan mijn column “Kletspraat” op 15 maart waarin ik mijn oordeel geef over raadslid Langbroek. Die het NHD had laat weten, dat het museum (wat hem betreft) eindelijk haar ware gezicht had laten zien door op te komen voor haar eigen belangen. Ook leuk om terug te lezen, de toenmalige opvatting van wethouder Struijlaart.

Waar we hier (in overdrachtelijke zin) naar zitten kijken is een steenpuist die nog even moet rijpen voordat het pus zich een weg naar buiten kan banen. Tot die tijd is het nog even ongemakkelijk, maar er ligt verlichting in het verschiet. Ik hoop dat Cees Miedema (oud huisarts en mede oprichter van het Volksfront) en het ZZM deze metafoor als heel geruststellend zullen ervaren.

Het is allemaal een hoop gedoe en kost nodeloos veel geld, maar het gaat uiteindelijk allemaal niet door. Zoals al die andere plannen, die ook niet door zijn gegaan. Misschien zou het verstandig zijn, als we daar eens over gingen nadenken. Maar ik denk dat de instantie die dat zou moeten doen, de gemeenteraad, daar domweg de capaciteit niet voor in huis heeft.

Marionetten.

marionetDus naast de IJsselmeervereniging, de fracties van VVD en GL in provinciale staten, is nu ook het ministerie van OCW tegen de plannen van de gemeente Enkhuizen.

Om een stukje van het IJsselmeer te dempen, opdat welgestelde Duitsers in staat worden gesteld om daar vakantievilla’s aan te schaffen.

Ten koste van de museale uitstraling van het Zuiderzeemuseum.

Waar ik me nog het meest over verbaas is dat het college dat nooit heeft zien aankomen.

Wat natuurlijk ook geldt voor de zelfgenoegzame marionetten die met elkaar de gemeenteraad vormen en kort geleden nog het kloeke besluit namen om het ZZM te boycotten.

Omdat die het waagde verzet aan te tekenen tegen de malle denkbeelden die de raad zich eigen had gemaakt. Maar dat komt omdat ze niets en niemand serieus nemen die het niet met ze eens is.

Waarschijnlijk is de raad nog steeds onder de indruk van de waarschuwing van ex-burgemeester Baas, die had beweerd, dat het ZZM een gevaarlijke lobby in het leven had geroepen, die weinig goeds in petto hield voor Enkhuizen.

“Beter ten halve gekeerd, dan ten hele gedwaald” luidt het gezegde.

Maar dat zal nog niet zo eenvoudig zijn in deze kwestie, want als wethouder Struijlaart de waarheid heeft gesproken (en dat komt volgens mij ook wel eens voor), dan schuilt er toch nog een behoorlijk addertje onder het gras.

Struijlaart heeft tijdens een bijeenkomst (met standplaatshouders) op de camping gezegd, dat als het project niet door zou gaan, de ontwikkelaar een schadeclaim van meerdere miljoenen zou indienen.

Als dat waar is, dan kunnen we wederom vaststellen, dat er miljoenen verspild zijn aan dagdromerij en onhaalbare plannen. En dat de gemeenteraad, belast met het toezicht op het college, voor de zoveelste keer op spectaculaire wijze tekortgeschoten is in haar taak als toezichthouder.

De nieuwe kleren van de burgemeester

eduardIn de krant van zaterdag 4 mei beweert raadslid Hans Langbroek (HEA),  dat burgemeester van Zuylen de raad geadviseerd heeft om NIET een (door het ZZM te organiseren) informatiebijeenkomst voor raadsleden te bezoeken.

En dat de raad (met grootst mogelijke meerderheid) heeft besloten om dat advies op te volgen.

Raadslid Michel de Jong doet nog een poging tot nuanceren, maar trapt daarbij niet meer dan een openstaande deur in.

Zijn opmerking, dat het de raad was die het besluit had genomen bevestigt namelijk de normale gang van zaken. Het is ALTIJD de raad die een besluit neemt, gewoonlijk naar aanleiding van een advies van B&W.

Er is dus geen enkele reden om te twijfelen aan de woorden van Langbroek.

Nog maar kort geleden schreef ik een column over het sprookje “De nieuwe kleren van de Keizer”.  De burgemeester maakt zijn bijnaam “Snelle Eddy” meer dan waar, door me  in staat te stellen om (binnen een paar dagen) een column te schrijven met de titel “De nieuwe kleren van de burgemeester”.

boycotDacht de keizer niet bestaande stoffen te zien, burgemeester van Zuylen ziet niet bestaande gevaren.

Hij adviseert daarom de raad om geen kennis te nemen van een toelichting die het ZZM bereid is te geven.

Want “zalig zijn de onwetenden” is naar ik aanneem zijn lijfspreuk. Hij was immers ook  een verklaard voorstander van het afschaffen van de openbare vergaderingen van het presidium.

Ik neem aan dat dit advies (dat betrekking heeft op collectieve informatieverstrekking), ook geldt voor informatie op individuele basis en dat de leden van de raad zich tevens verplicht hebben om (individueel) geen informatie in te winnen bij het ZZM zolang de “procedure” niet is afgerond.

Een opmerkelijke vorm van zelfcensuur, waarmee de raad zich feitelijk verplicht, om alleen nog maar kennis te nemen van wat haar door het college wordt voorgekauwd.

Mijn persoonlijke opvatting is, dat deze autoritaire en regenteske opvatting niet meer van deze tijd is, maar college en raad denken daar duidelijk anders over en gedragen zich als de keizer en de hofhouding in het sprookje.

Het wachten is dus op iemand, die vaststelt dat de burgemeester, weliswaar ruimhartig gesteund door de raad, feitelijk in zijn hemd staat.

Mijn hoop is daarbij gevestigd op de nationale pers, die naar ik aanneem aanwezig zal zijn op de perspresentatie op 10 mei.

Ik voorspelde, dat bestuurlijk Enkhuizen zich door haar bekrompen standpunt volstrekt belachelijk zou maken voor de rest van Nederland. Maar nooit gedacht, dat ze daar zo’n haast mee wilde maken.

uitnodiging

Serieuze poging?

Erik
Tegenovergestelde doen

Waarom doet het college steeds het tegenovergestelde van wat je normaal gesproken van hen zou verwachten?

Zoals een oplossing zoeken voor de problemen die het ZZM heeft met je plannen voor een vakantievillapark.

Tussen het eerste en het laatste ontwerp van het villapark zat ongeveer anderhalf jaar. Die tijd is vrijwel volledig besteed aan overleg tussen de gemeente en de ontwikkelaar terwijl een andere (niet onbelangrijke) stake-holder vrijwel volledig werd genegeerd.

Terwijl men wist, dat het museum bezwaar had tegen de landtongen in het IJsselmeer vanwege de invloed op de museale beleving.

Sterker nog, toen ik het definitieve ontwerp onder ogen kreeg was mijn eerste reactie. Ze willen helemaal niet dat dit plan doorgaat. En daarom hebben ze nog een extra landtong ingetekend. Om er zeker van te zijn, dat het museum bezwaar zou maken tegen die “verbetering”?

Hoe kan het toch, dat je van elke poging die de gemeente tot dusver heeft gedaan om het gebied verder te ontwikkelen, steeds het gevoel kreeg dat het ook anders en eenvoudiger kon?

Hoe kan het, dat dezelfde ambtelijke organisatie in twee jaar een vakantiedorp van de grond krijgt in Broekerhaven, terwijl men in Enkhuizen (4 kilometer verderop) na jaren vergaderen nog geen stap verder is?

Eerst gebeurt er jarenlang niets, dan een competitieve dialoog die twee ton kost, maar niet doorgaat. Gevolgd door een  overbodige Europese aanbesteding, die ook nog eens mislukte. Met uiteindelijk een plan, waarmee je (na een anderhalfjaar lange focus op details) nog steeds het museum de gordijnen in jaagt.

Maar niet alleen het museum, maar ook de Vereniging tot behoud van het IJsselmeer. En de fracties van VVD en GL in de provinciale staten van Noord-Holland.

Met daarnaast nog wat klein grut waaronder ikzelf. Vanwege een rapport dat zo slordig in elkaar zit, dat het onbegrijpelijk is, dat dit de ambtenaar en de wethouder is ontgaan.

Een jaar geleden maakte de eigenaar van de zeilschool zijn ongerustheid kenbaar over de trage voortgang van het proces rond de overplaatsing van zijn bedrijf. Hij schrijft daarover in februari 2018 (dus voor de verkiezingen) een open brief aan de politieke partijen.

Naar aanleiding daarvan publiceert de Enkhuizer krant op 10 februari 2018 het volgende.

We zijn inmiddels al weer meer dan twee jaar verder (vanaf maart 2017 probeert de Boer antwoord te krijgen op zijn vragen) maar er is nog geen enkel zicht op hoe (en onder welke voorwaarden) zijn zeilschool verplaatst zal worden. Wel is het verzoek van het museum, om grond ter beschikking te stellen (om een parkeerterrein te kunnen aanleggen) definitief afgewezen.

Over 5 maanden is het kampeerseizoen ten einde en dient het campingterrein leeg te worden opgeleverd, maar niemand weet nog of zijn/haar stacaravan welkom is op de  nieuwe camping. Of wie de exploitant/eigenaar van de camping is en welke prijs moet worden betaald voor een seizoensplek.

Evenmin bestaat er duidelijkheid over de verplaatsing van de 175 plekken tellende passanten camping.

Het kan dan ook bijna niet anders of men moet op het stadhuis een zucht van opluchting hebben geslaakt, omdat men nu het Zuiderzeemuseum de schuld kan geven voor het feit dat men er niet in slaagt het project af te maken.

Of men dat ooit van plan is geweest waag ik trouwens te betwijfelen. Gezien het feit dat de gemeente geen stap extra heeft gezet om het museum ook maar enigszins tegemoet te komen.

Met het aanwijzen van een schuldige was oud-burgemeester Baas al in zijn afscheidsrede begonnen. Waarschijnlijk omdat hij wist dat het project bedoeld was als zoethoudertje en niet als een serieuze poging tot opwaardering van het recreatieoord.

En wilde hij voorkomen, dat de zwarte Piet (voor het niet doorgaan van het project) bij de gemeente terecht zou komen.

De nieuwe kleren van de keizer.

Ik neem aan dat vrijwel iedereen het verhaal over de nieuwe kleren van de keizer kent. Korte samenvatting voor wie er niet mee bekend is.

Een keizer laat zich nieuwe kleren aanmeten van een stof die (volgens de kleermakers) alleen maar gezien kan worden door mensen die capabel en intelligent zijn. Hoewel de keizer de stof zelf niet kan zien laat hij niets merken om niet voor dom of incapabel te worden versleten.

Voor zijn hofhouding geldt hetzelfde. Ook zij zien niets, maar laten dat om dezelfde reden niet blijken.

Als de keizer zich zonder kleren aan de bevolking vertoont, reageert die (alweer, om niet voor dom of incapabel te worden versleten) net als de hofhouding.

Alleen een jongetje, dat nog moet leren zich te voegen naar de wensen van zijn meerderen, roept vol verbazing, dat de keizer geen kleren aan heeft, waarna het collectieve zelfbedrog glansloos tot een einde komt.

De moraal van het verhaal is, dat je (als absolute machthebber) wel in staat bent om ondergeschikten een werkelijkheid op te dringen die niet bestaat, maar dat altijd het gevaar aanwezig is, dat er mensen zijn die weigeren om mee te gaan in dat collectieve zelfbedrog.

Dat is echter een les die de gemeenteraad van Enkhuizen, zelfgenoegzaam als zij is, nog steeds moet leren.

Bij de verbouwing van de Drommedaris meende de raadsmeerderheid dat men de aannemer (die strikt noodzakelijke werkzaamheden had verricht) niet zou hoeven te betalen, omdat men hem geen schriftelijke opdracht had gegeven.

In dit land geldt, dat wie gewerkt heeft, recht heeft op betaling voor dat werk. Alleen een onafhankelijke rechter kan bepalen of (en wanneer) dit rechtsprincipe niet langer van toepassing is.

Maar dronken van de eigen macht maakt de Enkhuizer raad zichzelf wijs, dat het recht (om te bepalen of iemand wel of niet betaald moet worden) bij haar en niet bij de rechter berust. Een standpunt dat men twee jaar lang koppig volhoudt, om uiteindelijk toch eieren voor geld te kiezen en de aannemer alsnog datgene te betalen waar hij al die tijd al recht op had.

In dit geval had de (aan domheid grenzende) machtswellust van de raad geen nadelige  gevolgen (althans, in financieel opzicht) voor de gemeente, maar dat is niet altijd het geval.

Negen jaar geleden investeerde de raad meer dan een half miljoen om SWL in staat te stellen een parkeerterrein aan te leggen. Als ZZM later met een soortgelijk verzoek komt, (het ter beschikking stellen van grond) wordt ze de deur gewezen, omdat men de grond liever verkoopt aan een ontwikkelaar om er vakantie villa’s op te bouwen.

Maar dit keer heeft het machtsdronken en zelfgenoegzame optreden van de raad wel een prijskaartje.

In de vorm van een jarenlange procedure, met de reële kans dat de bestaande plannen zullen  moeten worden gewijzigd, om recht te kunnen doen aan de belangen van het ZZM.

Naast de enorme kosten zal het ook een enorm prestige verlies opleveren. Vanwege het kortzichtige optreden van de Enkhuizer raad en college. Die met haar optreden duidelijk maakt niet capabel en niet intelligent te zijn.

Het ergste vrezen.

Mijn vorige column ging over het feit, dat de door de gemeente geraadpleegde verkeersdeskundigen geen verkeerstechnische problemen voorzagen als het ZZM (op het REZ) de beschikking zou krijgen over een parkeerterrein met 350 plaatsen .

Daarmee is ook het hijgerige geroep van SP en HEA (over de congestie die er volgens hen zou  ontstaan) ontkracht. Deze (ook in de pers breed uitgemeten) opvatting van SP en HEA wordt niet ondersteund door de opvatting van deskundigen, maar lijken te berusten op vage onderbuik  gevoelens bij die partijen.

Is de burger verontwaardig en verontrust? Uitstekend, mooie gelegenheid om hem naar de mond praten, want dat levert straks weer stemmen op. Populisme pur sang.

Hoewel het realiseren van 350 parkeerplaatsen dus verkeerstechnisch geen problemen zou opleveren (volgens de deskundigen), heeft het college inmiddels besloten het verzoek van het ZZM (tot het beschikbaar stellen van 200 plaatsen) af te wijzen. De reden voor die afwijzing wordt genoemd in de  raadsbrief van 2 april. Ik citeer.

Een dergelijk aantal van 350 is een theoretische situatie, maar ruimtelijk en bestuurlijk niet realistisch.

Het beschikbaar stellen van parkeergelegenheid is dus klaarblijkelijk om ruimtelijke en bestuurlijke overwegingen niet realistisch. Eerst dan maar even de “ruimtelijke” overwegingen.

De aanvraag voor het beschikbaar stellen van ruimte om te parkeren op het REZ is (voor zover ik weet) veel meer dan 5 jaar geleden gedaan door het ZZM.

Toen het verzoek gedaan werd bestonden er alleen maar vage plannen over een nog te realiseren parkje voor vakantiewoningen en was er (over de omvang van dat park) nog geen enkele beslissing genomen. Er waren (op het moment van aanvraag) dan ook geen “ruimtelijke” beletselen.

Het besluit over de omvang werd pas veel later (door het college) genomen. Namelijk februari 2017 voor wat betreft de voorlopige versie van het plan, terwijl de definitieve  versie oktober 2018 werd gepresenteerd.

Het (vorige) college had immers bij de raad bedongen, dat het besluit over de omvang  door het college (en de door haar benoemde deskundigen) genomen diende te worden, hetgeen ook geschiede.

Dat terugkomen op dit collegebesluit (over de omvang van het project) uit bestuurlijk oogpunt weinig realistisch is, laat zich  eenvoudig verklaren vanuit het feit, dat als het  college daar toe zou overgaan, de ontwikkelaar een aanzienlijke schadevergoeding zou eisen.

Althans dat beweert wethouder Struijlaart. Misschien nog niet tegenover de raad, maar inmiddels wel tegenover de standplaatshouders op de camping.

De tragiek van dit alles is, dat zowel raad als college zichzelf “te belangrijk” vinden om te erkennen, dat er in het verleden domme fouten zijn gemaakt.  Door niet of nauwelijks met het ZZM te overleggen over een plan, dat neerkomt op een existentiële bedreiging van de toekomstige bereikbaarheid van het ZZM.

Of een rechter net zo makkelijk voorbij zal gaan aan de belangen van het ZZM, als raad en college tot dusver hebben gedaan, moet worden afgewacht, maar ik vrees het ergste.