Stemmingmakerij.

Het NHD van vandaag besteedt aandacht aan de column die ik maandag op mijn blog plaatste, waarin ik de SP verweet een gemanipuleerde foto te gebruiken.

Om de uitslag van de door haar georganiseerde mini-enquête te beïnvloeden. Trots laat de SP weten, dat 80% van de door haar geënquêteerden het met hun standpunt eens zijn.

Als reactie op mijn verwijt liet Keesman de krant weten, dat het iedereen duidelijk moet zijn dat de foto is gemanipuleerd. OK, maar de reden voor de manipulatie is toch echt om degene die de folder in ontvangst neemt er van te overtuigen, dat dit het eindresultaat zal zijn, als de gemeente gehoor geeft aan de wens van het ZZM.

En dat, zo maak ik met behulp van plattegronden (waarover ook de SP de beschikking moet hebben gehad) duidelijk, was een groteske overdrijving.

Maar het is niet alleen de foto, die misleidend is. Het geldt ook voor de bijna terloopse opmerking, dat auto’s maar drie uur mogen parkeren. Ook dat is een broodje Aap verhaal.

Toegangskaarten zijn een dag geldig. Het is absurd om een toegangskaart te verkopen die een dag geldig is en tegelijkertijd een parkeerbewijs te verstrekken dat maar 3 uur geldig is. Een dergelijk plan bestaat helemaal niet.

De enige reden waarom SP en andere partijen er aan vast houden is dat ze langs die weg kunnen beargumenteren dat het aantal verkeersbewegingen 600 per dag kan bedragen.

Om dat vervolgens weer als argument te gebruiken om het verzoek van het ZZM af te wijzen. Iedereen mag de opvattingen koesteren dat we er niet verstandig aan doen om gehoor te geven aan het verzoek van het ZZM. Maar onderbouw die opvatting dan met  “eerlijke” argumenten en onthou je van het geven van een valse voorstelling van zaken.

De SP is overigens niet de enige die de “3 uur parkeren” regel gebruikt. CDA, NE en HEA hebben er ook al gebruik van gemaakt. Ze schijnt te berusten op een ambtelijk advies, dat tijdens een besloten voorlichtingsavond is gegeven.

Samengevat, de door de SP georganiseerde folderactie over het recreatieoord was niet meer dan tegen het ZZM gerichte stemmingmakerij.

Advertenties

Getrukeerde foto

Afgelopen zaterdag stond de SP in de Westerstraat de hierboven geplaatste folder uit te delen. Met behulp van deze folder wil de SP illustreren hoe het recreatieoord er uit zou komen te zien als aan de wens van het ZZM (een parkeerterrein op het recreatieoord) gehoor zou worden gegeven.

Met dat doel heeft de SP de foto van een verzamelplek van tweedehands auto’s (die op verscheping naar elders wachten), geplakt over een foto van het Wilhelminaplantsoen. De auto’s op de foto staan namelijk zo dicht op elkaar geparkeerd, dat dit geen parkeerterrein is in de gebruikelijke betekenis van het woord.

De fotomontage van de SP is een groteske overdrijving van het door het ZZM ingediende plan. Hieronder de plattegrond van dat plan.. Parkeren ZZM

Vervolgens de luchtopname van de bestaande situatie. Slechts een klein deel van de camping (waarvan de verhuizing inmiddels is bevestigd) zou moeten worden opgeofferd om tegemoet te komen aan de parkeerbehoefte van het ZZM. Maar je zou het parkeerterrein natuurlijk ook kunnen inrichten op het parkeerterrein dat vroeger in gebruik was bij SWL, maar nu al zo’n 9 jaar braak ligt.

parkerenZZMoverzicht

Verder was voorzien in een weg parallel aan de museumgrens. 12,5 meter breed waarop, haaks op de weg ook nog 50 auto zouden kunnen worden geparkeerd.

Parkerenzzmdijkje

Kortom, het beeld dat de SP (met behulp van haar fotomontage) oproept staat in geen enkele verhouding tot het oorspronkelijk verzoek van het ZZM.

De voorzijde van de folder bestaat dus uit een doelbewuste poging om de bewoners van Enkhuizen (met behulp van een getrukeerde foto) te desinformeren over de gevolgen van het verzoek van het museum.

(Grond beschikbaar te stellen voor de aanleg van een parkeerterrein).

Die desinformatie wordt op de achterzijde van de folder voortgezet als de SP beweert, dat er op het terrein een parkeerduur-beperking zal gelden van 3 uur.

Die bewering is onjuist en uit de duim gezogen, maar het stelt de SP (maar ook andere partijen zoals HEA, NE en CDA) in staat om te betogen dat de dagelijkse verkeersstroom kan oplopen tot wel 3 keer de maximale capaciteit van het terrein. (200 plaatsen). Zodat genoemde partijen kunnen blijven beweren, dat de dagelijkse verkeersstroom (als uitvloeisel van het parkeerterrein) kan oplopen tot zo’n 600 auto’s per dag.

Opnieuw een schromelijk overdrijving van wat er het afgelopen seizoen is gemeten op het parkeerterrein op de Krabbersplaat. Gemiddeld 150 verkeersbewegingen per dag. Uiteraard zullen er dagen zijn dat het dubbele van dat gemiddelde wordt gehaald, maar daar staan dan weer dagen tegenover, waarbij de verkeersstroom weer ver beneden het gemiddelde daalt.

Het heeft geen zin te ontkennen, dat er van tijd tot tijd problemen zullen ontstaan op de aanvoerwegen, maar waar ontstaan die problemen niet als Nederland er massaal op uit trekt? Een gemiddelde van 150 auto’s per dag moet echter te verwerken zijn.

Dat wordt anders, als men naast een parkeerterrein ook nog een vakantiepark wil gaan realiseren. Een realistische schatting van de benodigde parkeerruimte voor het park is 300 plaatsen. Die gezamenlijk minstens net zo veel verkeersbewegingen genereren als een parkeerterrein voor het museum,

Het is dan ook onvermijdelijk, dat er een keuze gemaakt moet worden tussen de beide mogelijkheden  Parkeren voor het museum of parkeren voor het vakantiedorp.

De keuze die college en raad gemaakt hebben is voor het vakantiedorp. Dat is uiteraard hun goed recht, maar dat rechtvaardigt niet dat er leugenachtige argumenten gebruikt worden (zoals in de folder van de SP) om die keuze te verdedigen.

De aanleg van het vakantiepark maakt het onmogelijk om (als het bootmodel  financieel gezien niet langer houdbaar is) een toegangsweg over land te creëren. Wat het museum kwetsbaar maakt voor wat betreft haar toekomstige bereikbaarheid.

Het gaat dus niet om een of ander sinister plan van de museumdirectie, zoals Langbroek in de krant suggereert, maar om het veilig stellen van de toekomstige bereikbaarheid en het lijkt me, dat de museum directie daar eerder voor geprezen dient te worden dan te worden verguisd.

Zowel het college als de raad hebben zich tot op heden nauwelijks bekommerd om wat de gevolgen van HUN herinrichtingsplannen zijn voor het ZZM.

Ik vrees, dat dit uiteindelijk een dramatische en kostbare vergissing van college en raad zal blijken te zijn.

De kiezers misleiden met behulp van een getrukeerde foto is nog betrekkelijk eenvoudig, maar of de rechters van de Raad van State zich net zo makkelijk laten misleiden waag ik te betwijfelen.

In de wind slaan.

Een maand geleden (12 februari 2018) schreef ik de column “Doof en Blind”, misschien is het nuttig die nog eens te herlezen. Klik daarvoor op de link.

In die column bekritiseer ik de kortzichtigheid van het colleges van Enkhuizen. Niet alleen het college dat op initiatief van de SP tot stand was gekomen, maar ook het college dat de vervanging was van dat college en bestond uit een VVD en PvdA wethouder. Na de verkiezing aangevuld met een CDA wethouder.

Die kortzichtigheid bestaat er uit, dat het voltallige bestuur (college en raad) zich niet de moeite heeft getroost zich te verdiepen in de wensen en bezwaren van het ZZM. Met als logisch gevolg, dat we nu zijn beland in de situatie, waar ik jaren geleden al voor heb gewaarschuwd.

Namelijk, dat het ZZM (met behulp van de rechter) zal proberen haar toekomst veilig te stellen. Daarbij is de voornaamste vraag,  in hoeverre de gemeente het museum heeft betrokken bij de plannen die een bedreiging inhouden voor de bereikbaarheid van het  museum.

Wat wethouder Struijlaart daar ook over mag beweren, mijn informatie is dat daarover nauwelijks overleg is geweest. Het voorontwerp bestemmingsplan, dat men oktober 2018 presenteerde, was het resultaat van anderhalf jaar besprekingen tussen de ontwikkelaar en de gemeente.

Op het laatste moment (oktober 2018) werden er (op aandringen van het ZZM) nog twee zoekgebieden toegevoegd, waar nog overeenstemming over moest worden bereikt. Iets  waar de gemeente en ontwikkelaar (tijdens hun overleg) kennelijk geen rekening mee hadden gehouden.

Struijlaart laat oktober 2018 weten, dat hij denkt, over die geschilpunten binnen weken overeenstemming te kunnen bereiken met het ZZM.

Ik vroeg me toen al af hoe , als je anderhalf jaar een probleem negeert, je kunt geloven  dat je het in een paar weken kunt oplossen.

Het was, zoals zoveel als wat Struijlaart beweert, niet anders dan bluf. We zijn inmiddels 5 maanden verder. Het probleem is nog steeds niet opgelost en kan ook niet worden opgelost, zolang college en raad blijven vasthouden aan het bestaande ontwerp voor het recreatieoord.

Opnieuw het zoveelste bewijs van een incompetent college en een al even incompetente raadsleden. Die elke waarschuwing in de wind slaan en nog steeds denken de wijsheid in pacht te hebben.

Veroorloven.

Het enige wat de SP en sommige anderen zich schijnen te herinneren van het besluit van juli 2014, is de bepaling, dat er geen rekening zou worden gehouden met de verlangens van het ZZM. (zie artikel 4)

Echter, artikel 3 zegt, “Het eerder vastgestelde Vlekkenplan als basis vast te houden, waarbij de daarin opgenomen grenzen minder hard zijn en uitruil en, binnen grenzen, het toevoegen van functies mogelijk blijft”

Sprak het oorspronkelijke vlekkenplan nog van 8,5 tot 10 ha. In het voorlopig ontwerp bestemmingsplan is al gauw sprake van een dubbele hoeveelheid qua oppervlak. Op de bovenstaande plattegrond is duidelijk te zien dat de hele Bloemenbuurt makkelijk past in het gebied dat de villawijk/het vakantiedorp in beslag neemt.

Eén van de dingen waar de raad stilzwijgend genoegen mee heeft genomen. Net als het feit dat de grond niet in erfpacht wordt uitgegeven, maar verkocht. Geldt dat trouwens ook voor de camping? Of wordt die grond wel in erfpacht uitgegeven?

Trouwens, wie gaat die camping eigenlijk exploiteren? En is er al een plattegrond van de nieuwe camping beschikbaar? Per slot van rekening moeten alle standplaatshouders vanaf april al aangeven of ze naar de nieuwe camping willen. En dan helpt het, als je weet wat de kosten van je nieuwe standplaats zijn en wat je toekomstige plek is.

Of heet de nieuwe exploitant Europarcs en worden de bestaande standplaatshouders  uitgenodigd om een chalet te kopen  bij een (door de exploitant erkende) leverancier, zoals dat ook in Broekerhaven is gebeurd?

Kortom, zaken waar de SP beter vragen over kan stellen, dan zich steeds opnieuw vast te  bijten in een onverstandig raadsbesluit dat destijds is genomen en eenvoudig ongedaan gemaakt kan worden door een nieuw besluit te nemen.

Zoals de SP zich nu opstelt is ze in de eerste plaats de belangenbehartiger van mensen die zich een tweede woning van een half miljoen kunnen veroorloven.

Doof en blind.

Op de, door de SP, gestelde vragen over de “verkenner” die de ontwikkeling van het REZ moest “lostrekken” reageert het college als volgt.

De zorgvuldigheid van een publiekrechtelijke procedure vereist dat in de voorbereiding, alle betrokken belangen integraal door ons worden beoordeeld, voordat wij voor afgewogen besluitvorming terug kunnen gaan naar uw raad.

Godzijdank, eindelijk dringt er ook bij het college enig besef door.

Alvorens een bestemmingsplan ter goedkeuring aan de raad kan worden voorgelegd, dienen de belangen van alle betrokkenen te worden afgewogen.

Het belang, dat het ZZM al voor 2014 aan de gemeente kenbaar had gemaakt, was een toekomstige ontsluiting van het museum via het recreatieoord.

Welk belang de gemeente, met een beroep op het in juli 2014 genomen besluit, tot in het  midden van 2018 volkomen heeft genegeerd.

Er was een nieuwe burgemeester (en interventie van de CvK) voor nodig om het gesprek daarover, dat onder Baas nergens toe had geleid, weer vlot te trekken met behulp van een verkenner.

Een nalatigheid van het college waar de SP vorm aan had gegeven, maar evenzeer een nalatigheid van het huidige college. Er is een heel jaar (gevuld met detailbesprekingen met Orez), gepasseerd, voor dat men zich realiseerde, dat zonder overeenstemming met het ZZM te bereiken over de inhoud van het bestemmingsplan, er een levensgrote kans bestond dat de de rechtmatigheid van dat plan (door ZZM) zou worden aangevochten.

In het voorontwerp bestemmingsplan dat in oktober 2018 aan de raad wordt voorgelegd, is op het laatste moment een extra hoofdstuk toegevoegd. Namelijk, hoofdstuk 7.

Extra separate bijlage oktober 2018 – zoekgebieden parkeren ZZM en zoekgebied museale beleving.

Kennelijk realiseert het college zich pas op dat moment, dat zonder overeenstemming met het ZZM over die twee genoemde punten, de kans groot is, dat het ZZM alles in het werk zal stellen, om te voorkomen dat het plan, waar ze meer dan anderhalf jaar aan hebben gewerkt, kan worden uitgevoerd.

Wat minimaal een vertraging van 4 jaar garandeert. En dat is iets waarvoor ik de raad al jaren waarschuw, maar waarvoor ze zich steeds doof en blind heeft gehouden.

De wonderbare autovermenigvuldiging.

Gedurende het afgelopen seizoen parkeerden er 30.000 auto’s op het parkeerterrein op de Krabbersplaat. (350 parkeerplekken groot)

Als echter het ZZM vergund zou worden een kleinere parkeerplek (225 plekken groot) op het recreatieoord in te richten dan zou dat, (volgens een ambtelijk/bestuurlijk advies?) tot resultaat hebben, dat er op het recreatieoord dagelijks 600 auto’s ofwel 126. 000 auto’s per seizoen geparkeerd zouden worden.

Althans dat is de mening die Langbroek, Raven en Visser hebben uitgedragen. Dus alleen al de verplaatsing van een parkeerterrein naar het REZ leidt tot een verviervoudigen van het aantal bezoekers aan het ZZM.

Een soort vermenigvuldiging die sinds Bijbelse tijden niet meer is voorgekomen, zodat het wellicht verstandig is om enige waakzaamheid te betrachten bij het overnemen van deze cijfers.

Ik vrees, dat de betrokkenen een theoretische mogelijkheid verward hebben met wat er in de praktijk gebeurt.

De praktijk is, dat er 30.000 auto’s per seizoen gebruik maken van het parkeerterrein op de Krabbersplaat. Dat is een gemiddelde van 142 auto’s per dag.

Het zou natuurlijk fijn zijn als raadsleden (wanneer het om hoeveelheden gaat) niet hun fantasie de vrije loop lieten gaan, maar zich zouden baseren op realistische getallen, maar in de politiek is kennelijk alles toegestaan en schromelijk overdrijven hoort daar ook bij.

De vraag stellen, is haar beantwoorden.

In het NHD van afgelopen zaterdag een bijna paginagroot verslag over de uitkomst van een door het NHD gehouden enquête over de suggestieve stelling “Geef de auto ruim baan op het Enkhuizerzand”. Het Enkhuizerzand is de naam van het recreatiegebied in Enkhuizen.

De vraag stellen is haar beantwoorden luidt het gezegde. Niemand heeft, voor zover ik weet, ooit “ruim baan voor de auto op het recreatieoord” willen bepleiten. Zodat het feit, dat een kwart van deelnemers de stelling toch nog met “ja” dorst te beantwoorden, tot een klein wonder mag worden gerekend.

In het artikel benadrukt de journalist, dat de stelling eigenlijk had moeten luiden, “Ruim baan voor het parkeren op het Enkhuizerzand”. Gelukkig voor hem hebben degenen die reageerden op zijn stelling, hem ook zo begrepen. Driekwart van de deelnemers aan de enquête was tegen het beschikbaar stellen van parkeergelegenheid voor het ZZM.

Dat kwam niet als een verrassing. Het vorige college was tegen, een groot deel van de raad is tegen, maar ook het NHD is klaarblijkelijk tegen. Gelet op het feit, dat ze tegenstanders van de parkeervoorziening zoals het “Comité tot het behoud van het Enkhuizerzand” wel regelmatig aan het woord laat, maar voorstanders nooit.

In het onderstaande filmpje een voorbeeld hoe je met suggestieve vragen de uitkomst van een enquête kunt beïnvloeden.

Wat in de uitslag opvalt is dat veel tegenstemmers argumenten gebruiken, die evenzeer van toepassing zijn op het nog te creëren villaparkje, dat ons wordt aangeprezen als een vakantiedorp.

Ik heb begrepen, dat driekwart van de te bouwen huizen verhuurplichtig is, maar dat is een percentage dat makkelijk kan worden aangepast, als het animo om NIET te verhuren groter is dan het animo om WEL te verhuren. 

Zoals ik eerder al op dit blog berekende zijn er voor de 200 te bouwen huizen minimaal 200 parkeerplaatsen nodig. Veiliger is het om uit te gaan van gemiddeld anderhalve parkeerplek per huisje, zodat het plan villawijk/vakantiedorp 300 parkeerplaatsen zal bevatten.

Als je uitgaat van één verplaatsing per dag (boodschappen doen) dan is het autoverkeer dat de wijk dagelijks zal generen minstens gelijk aan het verkeer dat door het door het ZZM gewenste parkeerterrein zal worden gegenereerd. Maar merkwaardig genoeg hoor je daar nooit iemand over. Het college niet, de raad niet en de krant niet.

Sterker nog, vanuit de raad hoor je de meest fantastische verhalen over het verkeer dat een parkeerterrein voor het ZZM zal genereren.

Langbroek berekent op mijn blog een hoeveelheid verkeer, die drie keer de maximale capaciteit van het parkeerterrein is. (3 x 225 = 675 auto’s). 675 auto’s die bovendien aan en af moeten rijden, zodat het totaal aan bewegingen uitkomt op 1350.

Jan Raven hanteert die factor 3 ook tijdens een ledenvergadering van Nieuw Enkhuizen, dus deze rekenmethode is waarschijnlijk afkomstig uit de voorlichtingsbijeenkomst die kort geleden werd georganiseerd. In die bijeenkomst deed verkenner Edwin van Uum verslag van zijn bevindingen.

Verder citeert de krant ook nog een zekere J. Visser (voormalig raadslid Jur Visser?) die ook al dezelfde rekenmethode hanteert. Totaal te verwachten verkeersbewegingen = 3 keer de maximale capaciteit van het parkeerterrein.

Het museum is 210 dagen per jaar open. Als 600 auto’s per dag gebruik maken van het parkeerterrein, dan zijn dat 126.000 auto’s per seizoen. Als we er van uitgaan dat elke auto twee inzittenden heeft, (wat zelden voorkomt, gewoonlijk zijn het er vier) dan overstijgt het museumbezoek per auto (volgens deze rekenmethode) het totaal aantal bezoekers aan het museum.

Naast het bezoek per auto komen er ook nog bezoekers per bus, per openbaar vervoer, per schip (de West-Friesland) en (vanuit de directe omgeving) per fiets of te voet.

En daarmee is het beeld geschetst van de situatie waar we ons in bevinden.

Enerzijds een vooringenomen lokale krant die breed uitweidt over de reacties op haar  suggestieve stelling en anderzijds raadsleden die elkaar alleen maar napraten voor wat betreft het aantal auto’s dat gebruik zal maken van het parkeerterrein op het REZ.

Toen ik er om vroeg, kreeg ik binnen het uur antwoord op mijn vraag, hoeveel auto’s er het afgelopen seizoen gebruik hadden gemaakt van het parkeerterrein op de Krabbersplaat. 

Dat bleken er iets minder dan 30.000 te zijn geweest. Een kwart van het aantal auto’s waar de raad denkt rekening mee te moeten houden.

Maar raadsleden vragen niets na, laat staan dat ze iets zouden narekenen. Ze praten alleen maar elkaar na. 

Het zou allemaal enorm lachwekkend zijn, als het eindresultaat niet zo in en in triest was. Alleen omdat college en raad ooit hun zinnen hebben gezet op een villawijk annex vakantiedorp en ze daar kennelijk niet van af willen wijken, worden informatie en cijfers gemanipuleerd. Onder het oog van en met medewerking van de regulaire pers.

Het vorige college heeft zichzelf, met instemming van een gedachteloze raad in een nogal precaire situatie gewurmd. Door geen acht te slaan op de bezwaren van het ZZM zit men nu met een plan, dat (mocht het doorgaan) de toekomstige bereikbaarheid van het Zuiderzeemuseum ernstig zal belemmeren.

Het wordt tijd, dat college en raad zich beginnen te realiseren, dat ze, doorgaande op dezelfde weg, zichzelf tot de risee van weldenkend Nederland (en daarbuiten) maken.