1984.

1984, niet het banale t.v. programma natuurlijk, maar de roman die George Orwell in 1948 schreef.

De hoofdpersoon in het boek Winston Smith is een partijmedewerker, die werkzaam is op het ministerie van waarheid (belast met de propaganda van het regiem).

Zijn taak is om het verleden in overeenstemming te brengen met het heden. Door het herschrijven van standpunten die ooit door het regiem waren ingenomen, maar nu in tegenstrijd blijken te zijn met de hedendaagse standpunten.

Met als gevolg dat het lijkt alsof de in het heden ingenomen standpunten altijd een logisch voortvloeien uit de eerder door het regiem ingenomen standpunten.

Opdat het regiem (gesymboliseerd door Big Brother) kan “bewijzen”, dat ze altijd in alles gelijk heeft gehad.

Die gedachte kwam bij me op toen ik de toelichting van RHO (plus de bijlagen van de toelichting) las. Zo werkt het dus. Je hebt een plan en geeft een bureau opdracht om te “bewijzen” dat dit plan de logische voortzetting is van al die eerdere plannen die er zijn gemaakt en die tot op dat moment stof lagen te vergaren in een bureaulade.

En dat bureau gaat dan op zoek naar allerhande bevestigingen van je gelijk en vat dat samen in een toelichting en bijlagen van de toelichting.

En hoewel ik er van overtuigd ben dat een ander (maar soortgelijk bureau als RHO) een vernietigende toelichting zou kunnen schrijven, heeft niemand daar belang bij of geld voor over.

Wat me bij de vraag brengt, hoeveel heeft de bemoeienis van RHO tot dusver eigenlijk  gekost? Een simpele vraag, die wat mij betreft wel eens gesteld mag worden, maar naar alle waarschijnlijk nooit gesteld zal worden.

Dus nadat RHO anderhalf jaar (of misschien wel langer) de gelegenheid heeft gehad om de argumenten “voor” op een rijtje te zetten, hebben burgers (met dank aan de inspraak mogelijkheid) zes weken de tijd “tegen” argumenten naar voren te brengen.

zzmZijn er “tegen” argumenten te bedenken. Wat mij betreft wel, maar die hebben voornamelijk betrekking op het ZZM, dat ik beschouw als een aanwinst voor Enkhuizen.

Niet alleen omdat je daar met een bootje naar toe kunt varen, maar om wat er wordt gepreserveerd en geëxposeerd.

Om die reden ben ik tegenstander van een project dat een gezonde ontwikkeling van het ZZM in de weg staat, of een bedreiging inhoudt van de museale beleving.

Als ik moet kiezen tussen het welbevinden van welgestelde Duitsers en Nederlanders (die graag op deze unieke plek een woning willen bezitten en bereid zijn om daar grof geld voor te betalen) en het welbevinden van het museum, dan kies ik zonder enige verdere aarzeling voor het museum.

Advertenties

De worst van Dik Trom.

De opwaardering van het recreatieoord Enkhuizerzand doet me denken aan een verhaal uit het boek over Dik Trom.

Dik doet mee aan een hondenkar-race die hij wint door een slimmigheidje. Hij bindt een worst aan een hengel en houdt hem vlak voor de neus van de hond die zijn kar gaat trekken.

In een poging de worst te pakken begint de hond te rennen, maar komt uiteraard geen centimeter dichter bij de worst.

De gevoel bekruipt me ook een beetje bij het recreatieoord. Er zijn in de loop der jaren allerhande plannen voor het gebied ontwikkeld. Er is er geen één uitgevoerd. Het enige plan dat halsoverkop wel werd uitgevoerd was de aankoop van de Uilenbanen.

Onder het voorwendsel dat men grond kocht, betaalde de gemeente meer dan een half miljoen om zeggenschap te krijgen over haar eigen grond (afkoop erfpacht constructie), om die pas verkregen zeggenschap 3 maanden later weer over te dragen aan Sprookjeswonderland.

Als rechtvaardiging voor deze uitzonderlijke uitgave gold, dat men zodoende een beter vlekkenplan zou kunnen creëren. De toenmalige wethouder voorspelde, dat hij binnen een jaar de eerste bieding voor de vrijgekomen grond zou krijgen, maar vervolgens werd er nooit meer iets over gehoord.

Om de raad zoet te houden werden marktverkenningen uitgevoerd, die onveranderlijk  positief uitvielen, maar waarvan niemand wist waaruit ze bestonden.

De competitieve dialoog (kosten twee ton) werd aangeprezen als zijnde het middel om de impasse te doorbreken. Maar die werd (zonder verdere verklaring) weer ingeruild tegen een (volstrekt overbodige) Europese aanbesteding. Die op haar beurt jammerlijk mislukte, waarna de opdracht werd “gegund” aan een (op dat terrein) onbekende speler.

In plaats van (bij die gunning) rekening te houden met de (al geruime tijd bekende) wensen van een belanghebbende in het gebied (het ZZM) en die vast te leggen in de kaders waarbinnen de opdracht moest worden vervuld, werden die wensen genegeerd en niet opgenomen als kader waarbinnen moest worden gewerkt.

Zodat er (bij de eerste versie van het plan) ook geen rekening was gehouden met de wensen van het ZZM.

Vervolgens is men anderhalf jaar lang bezig geweest met verdere verfijning van de uitvoering,  maar heeft men geen enkele poging ondernomen om de bij het ZZM levende bezwaren weg te nemen. Er moest zelfs (op aandringen van de provincie) een “verkenner” worden aangesteld om het contact te herstellen en te normaliseren.

Kortom, talloze uitvoeringsproblemen passeren anderhalf jaar lang de revue, maar de grootste bedreiging voor het project (de bezwaren van het ZZM) blijft anderhalf jaar onbelicht en onbesproken. Waardoor het risico van een vertraging van nog eens 4 jaar blijft bestaan.

Hoewel de “verbeterde” versie van het project (zo mogelijk) nog minder tegemoet komt aan de bezwaren van het ZZM, laat de wethouder blijmoedig weten dat hij denkt binnen enkele weken een compromis te hebben bereikt.

Dit alles overziende bekruipt mij het gevoel dat de gemeente eigenlijk niets liever heeft dan dat de status quo gehandhaafd blijft. Elk plan is een worst, die in eerste instantie de raad (maar uiteindelijk ook ons) wordt voorgehouden, waar we met zijn allen achteraan mogen hollen, maar die nooit binnen ons bereik komt.

Ook dit plan zal (zo vrees ik) uiteindelijk weer buiten bereik blijven, waarbij de gemeente uiteraard haar handen in onschuld wast.

Niet zijzelf is de oorzaak van deze zoveelste mislukking, maar het ZZM.

Daar heeft voormalig burgemeester Jan Baas ons (in zijn afscheidsrede) al op voorbereid.

Spookbeelden.

Het gebeurt niet veel dat raadsleden reageren op hetgeen ik schrijf. Het liefst wisselt men (in besloten kring) met elkaar van gedachten. Bovendien neemt men publiekelijk liever geen standpunten in. Uitzondering hierop vormt volgens mij de HEA, die graag  standpunten naar buiten brengt waar je als lokale partij verder weinig mee kunt, maar die wel sympathiek in de oren klinken.

Zo werden alle politieke partijen als eerste geïnformeerd over de plannen met het REZ, maar wat hun mening over die plannen is, houdt men het liefst verborgen.

Maar ziedaar, een dag of wat geleden werd het gebruikelijk stilzwijgen doorbroken door Jan Raven, fractievoorzitter van Nieuw Enkhuizen. Hij reageerde op “Hypnotiseren”.

In zijn reactie laat hij weten.

“Beste Pim, ik begrijp uit je stukken dat je graag wilt dat van het recreatieoord een parkeerplaats wordt gemaakt.

Jammer, jammer, jammer. Iedereen die op de lagere school een voldoende heeft gehaald voor het onderdeel “begrijpend lezen” weet dat ik dat niet heb geschreven. Wat ik wel schreef (en heb berekend) is, dat de benodigde parkeerruimte in de Orez variant hetzelfde was als in de ZZM variant en dat er dus qua verkeersbewegingen nauwelijks verschil was.

Maar kennelijk kunnen raadsleden (waaronder ook Jan Raven) niet wennen aan dit feit. Wie er (zoals ik) voor pleit, dat aan het ZZM grond ter beschikking wordt gesteld om een parkeerterrein aan te leggen, wordt er al snel van beschuldigd voorstander te zijn van de algehele asfaltering van het REZ.

Het is een spookbeeld, dat in januari 2018 breed werd uitgemeten in de Enkhuizer Krant op aanreiken van de vereniging tot behoud van het recreatieoord. Sindsdien nooit meer iets van die vereniging gehoord. De krant heeft volgens mij haar sensationele en op niets gebaseerde berichtgeving nooit gecorrigeerd.

Hans Langbroek zag er destijds wel wat in voor zijn verkiezingsprogramma en deelde het “fake-nieuws” van het NHD via zijn twitter account. Zoals ik in januari 2018 al zei, mensen onthouden alleen de kop van een artikel nooit de inhoud en dus herkauwt  Jan weer een spookbeeld van 10 maanden geleden.

Jan schrijft verder, “De redenatie dat het ZZM een cultuur erfgoed is en dus beschermd moet worden deel ik. De vraag is alleen hoe?”

wolfMijn advies aan Jan en al die andere raadsleden is, laat je eens informeren door degene die is aangesteld om het ZZM in goede banen te leiden. De directeur bijvoorbeeld.

De kans is namelijk groot, dat hij beter weet wat het museum nodig heeft dan alle bureaucraten (die met wisselend succes de gemeente besturen), bij elkaar.

Hij legt je haarfijn uit dat het ZZM kwetsbaar is omdat ze elk jaar tonnen moet uitgeven aan een niet museale activiteit en dat daarboven de hedendaagse museumbezoeker een kort bezoek prevaleert boven een langdurig bezoek.

Aan het gedrag in deze, van een groot deel van de raad, ligt geen rationele gedachtengang ten grondslag. Alleen maar willen meehuilen met de wolven in het bos en het oproepen van spookbeelden. Vanuit de overtuiging, dat dit in de toekomst stemmen op zal leveren.

Hoop

Je kunt jezelf natuurlijk inbeelden dat, omdat je alles moet goedkeuren, je daardoor ook meteen de baas bent over alles en iedereen. Een opvatting die ik van tijd tot tijd meen te bespeuren bij onze leden van de raad.

Dus als de directie van het ZZM tot de conclusie is gekomen dat de voortzetting van het huidige bootmodel een beletsel is voor de verdere ontwikkeling van hun onderneming, je gewoon tegen die directie kunt zeggen, “Vervelend, maar dat bootmodel komt ons het beste uit en de rest interesseert ons niet”.

Een dergelijk arrogante opstelling heeft nog wel eens succes bij de gewone burger of de kleine middenstander, maar niet bij een bedrijf als het ZZM, dat door burgemeester Baas (bij zijn afscheid) werd afgeschilderd als bedreiging voor het levensgeluk van de gewone Enkhuizer.

Ik neem aan dat Baas zich realiseerde dat hij, door doelbewust geen rekening te houden met de wensen van het ZZM, zijn hand had overspeeld en tegenkrachten had opgewekt waarvan hij het uiteindelijk zou verliezen (of misschien inmiddels al had verloren).

De  realisatie, dat het met veel bombarie aangekondigde plan met vakantiebungalows toch nooit uitgevoerd zou worden, lijkt me een goede reden om te besluiten om er dan maar mee te stoppen. Veel eerder dan hij kort daarvoor nog had aangegeven.

Ik kan dit natuurlijk niet met zekerheid zeggen, maar het lijkt me wel een plausibele verklaring voor de gang van zaken. Waarom langer aanblijven als je inmiddels zeker weet, dat de feestelijke oplevering van het lievelingsproject niet zal plaatsvinden?

Hoewel het negeren van de wensen van een bedrijf als het ZZM in mijn ogen het bewijs is van extreme kortzichtigheid van college en raad, denken ze daar zelf natuurlijk heel anders over. Men wast als gewoonlijk de handen in onschuld en zoekt de reden voor de mislukking bij anderen. In dit geval het ZZM. Het is ontluisterend om te zien hoe weinig affiniteit bestuurlijk Enkhuizen demonstreert ten aanzien van het ZZM.

Althans dat was het geval bij het vorige college onder Baas. Het huidige college is zich er beter van bewust, dat we er trots op mogen zijn dat het ZZM in Enkhuizen is gevestigd.  En dat je, voor wat betreft de bedrijfsvoering, misschien beter kunt luisteren naar de opvattingen van de directie dan naar de opvattingen van de man in de straat.

Het zou voor de hand hebben gelegen als Struijlaart de afgelopen anderhalf jaar zou hebben gebruikt om wensen van Orez en ZZM wat dichter bij elkaar te brengen, maar dat is niet gebeurd. Sterker nog het laatste plan bevat een element dat voor het ZZM helemaal onverteerbaar moet zijn.

rez nieuw

De toevoeging van een vierde landtong, die een extra aanslag is op het museale gevoel van de bezoeker. In de huidige situatie heeft men, op het dijkje van de kalkovens naar de molen een onbelemmerd uitzicht op het IJsselmeer.

In de door Orez en gemeente gepresenteerde situatie (zie plattegrond) kijkt men vanuit het museum aan tegen een rij vakantiewoningen.

Struijlaart zegt te hopen, dat hij er (binnen een paar weken) uit kan komen met het ZZM. Maar gegeven het feit, dat ze (in de voorgaande anderhalf jaar) nog geen stap dichter bij elkaar zijn gekomen, begrijp ik niet waar hij zijn hoop op baseert.

Hypnotiseren

Het verzoek van het ZZM om parkeerruimte op het REZ wordt door velen met nogal wat afschuw verworpen, waarbij vaak over het hoofd wordt gezien dat “het huizenplan” ook dient te voorziet in parkeerruimte.

Het “huizenplan” omvat 180 kavels. Voor de wat kleinere huisje volstaat 1 parkeerplek. Voor de wat grotere huisjes lijken 2 plekken meer voor de hand te liggen. Een gemiddelde van 1,5 plek per kavel komt uit op 270 plekken, wat volgens mij meer is dan het aantal parkeerplaatsen waar het ZZM om vraagt.

Dus als je het hebt over een “verkeeraanzuigende werking”, dan is de invloed van het “huizenplan” ongeveer gelijk aan de invloed van het ZZM plan. En is de suggestie, dat verplaatsing van de ZZM parkeerbehoefte wel en de realisatie van het “huizenplan” geen aanzuigende werking heeft, dus onjuist. Beide plannen verhogen in min of meer gelijke mate de verkeersintensiteit in het gebied.

Anders gezegd, wie het ZZM plan verwerpt vanwege een verhoogde verkeersintensiteit zal het zelfde moeten doen met het recreatieplan. Omdat die eenzelfde verhoging van de verkeersintensiteit oplevert. Waarschijnlijk zelfs meer, omdat het bij het plan horende strand ook zal leiden tot meer verkeersbewegingen.

Er zal dus een keuze moeten worden gemaakt. Gelukkig hoeven wij gewone burgers dat niet te doen. Dat heeft de vorige raad (door middel van haar “go” beslissing) reeds voor ons gedaan. Bij het nemen van die beslissing hield de raad geen rekening met de door het ZZM naar voren gebrachte wensen m.b.t. de herindeling van het REZ.

De kernactiviteiten van een museum zijn conserveren en exposeren. Het transporteren van museumbezoekers is geen formele kernactiviteit. Aanpassingen als gevolg van het veranderde bezoekersgedrag en een poging tot besparing op de transportkosten (geen kernactiviteit van het museum) behoorde tot de wensen van het museum.

Het voormalige college en de voormalige raad hebben de wens van het ZZM terzijde geschoven en niet opgenomen in de aan Orez verstrekte opdracht. Met als resultaat dat er in het bestaande plan ook geen rekening mee is gehouden.

Wethouder Struijlaart denkt dat hij binnen een paar weken een compromis kan sluiten. Ik betwijfel dat. Ik denk dat de inzet van de museumdirectie is, het veilig stellen van haar toekomst. Daarover ga je niet marchanderen.

Bovendien, nu de het besluit om de camping te verplaatsen is genomen, kan er op die plek een parkeerterrein worden aangelegd, dat onzichtbaar zal zijn voor de bezoekers van het recreatieoord.

Uiteindelijk zal het gaan om een afweging van belangen. Het belang van het museum dat zijn toekomst veilig wil stellen met aangepaste dienstverlening voor haar bezoekers en het belang van de gemeente, wiens ambitie het is om de verkoop van tweede woningen aan welgestelde medelanders en buitenlanders mogelijk te maken.

Mijn geld is op het behoud van ons culturele erfgoed en niet op het zoveelste vakantie parkje.

Dus tenzij wethouder Struijlaart zichzelf overtreft en een wonder bewerkstelligt gaat het voorliggende plan nog even (pakweg 4 jaar) in de vriezer totdat de rechter uitspraak heeft gedaan. Omdat het me als tamelijk onwaarschijnlijk voorkomt, dat de rechter de aanspraken van het ZZM volledig zal afwijzen, dient er uiteindelijk sowieso een derde plan te komen.

Gaat Orez geduldig zitten wachten tot iedereen is uitgeprocedeerd of is er sprake van een ontbindende clausule?

En als Orez zou besluiten, dat het zo wel welletjes is geweest, gaat ontbinding van de overeenkomst de gemeente dan geld kosten? En zo ja, hoeveel?

Allemaal vragen waar we waarschijnlijk geen antwoord op zullen krijgen, omdat de gemeente transparantie alleen maar nastreeft wanneer het om succesverhalen gaat.

Erik
Moet zichzelf overtreffen

Maar mocht het afscheid van Orez bv de gemeente geld kosten, dan past dat binnen de lange traditie van geld over de balk gooien, zodra het de toekomst van het REZ betreft.

Het begon met de verbetering van het vlekkenplan, wat meer dan een half miljoen kostte. Toen een paar ton uitgegeven voor een competitieve dialoog. Daarna opnieuw ambtelijke tonnen voor een volstrekt overbodige Europese tender, die tot overmaat van ramp mislukte. Waarna de opdracht uiteindelijk toch maar werd gegund.

Opnieuw een vermogen aan ambtelijke kosten en wederom uitstel. Met als meest voor de hand liggende resultaat: nog eens 4 jaar uitstel. Tenzij het Struijlaart lukt om de museumdirectie onder hypnose te brengen en haar op die manier tot een compromis weet te bewegen.

Loze beloften?

De nieuwste plannen voor het recreatieoord zijn inmiddels voorgelegd aan de raads- en commissieleden. Wat hun reactie’s zijn geweest sijpelt wellicht ooit nog eens door in het publieke domein. Maar voor hetzelfde geld houdt men de kaken op elkaar. Daar ligt dan een mooie taak voor het West-Fries Dagblad lijkt me. De raads- en commissieleden aan de tand voelen over hun opvattingen over dit plan.

Dat gezegd hebbende, nu het plan zelf. Het ziet er goed uit. Zoals ook het voorgaande plan er goed uitzag en zoals een toekomstig (en wederom op details gewijzigd plan) er ongetwijfeld  ook weer goed zal uitzien.

Want daar zitten we naar te kijken. Leuke plaatjes en een mogelijk tijdschema waarin één en ander gerealiseerd zou kunnen worden. Als er tenminste niets tegen zit.

En dat laatste is vrijwel zeker het geval. Tijdens de eerste presentatie van de plannen (anderhalf jaar geleden) maakte het ZZM al bezwaren kenbaar. Anderhalf jaar zijn er verstreken en voor zover ik weet is er nauwelijks serieus met het ZZM gesproken over aanpassing van de plannen. Om tegemoet te komen aan hun bezwaren.

Sterker nog, de uitbreiding met een vierde landtong in het gewijzigde plan heeft tot gevolg dat gesproken kan worden van horizonvervuiling.

Daarover zullen ze bij het ZZM zeker niet blij zijn. En als je een rechter treft die daar gevoelig voor is, dan zou het zomaar kunnen dat hij nieuwe aanpassingen voorschrijft.

Door bij de kaderstelling te “vergeten” dat het gebied ook belanghebbenden kent die voor hun eigen belangen zullen opkomen heeft de gemeente voor zichzelf een ongemakkelijke spagaat gecreëerd.

Volgens wethouder Struijlaart kan de gemeente een miljoenenclaim van de ontwikkelaar tegemoet zien, als het project zou moeten worden afgeblazen.

Anderzijds is er een partij (ZZM) die zich de kaas zeker niet van het brood zal laten eten en ook haar wensen heeft.

Erik
Meer dan genoeg tijd

Men heeft anderhalf jaar de tijd gehad om met die partij over die wensen te onderhandelen, maar in plaats van dat te doen, heeft men anderhalf jaar lang met alleen met de ontwikkelaar gekeuveld over een aantal (naar eigen zeggen) bescheiden aanpassingen van het oorspronkelijke plan. Zoals de precieze locatie van de reddingsbrigade en de ligging van fietspaden.

Maar daarmee is de uiteindelijke realisatie nog geen stap dichterbij gekomen en zijn de bezwaren die anderhalf jaar geleden golden niet weggenomen.

De wethouder doet voorkomen alsof hij het geschil met het ZZM binnen enkele weken kan oplossen. Laten we hopen dat hij gelijk krijgt, anders is de presentatie van dit plan niet meer dan de zoveelste loze belofte die hij doet.

Doorschuiven.

Het klinkt natuurlijk hartstikke stoer als je als wethouder zegt dat je ergens een klap op zult geven en dat is waarschijnlijk ook de reden dat Struijlaart zo gretig gebruik maakte van deze metafoor. In de bijeenkomst met de campinggasten op 8 september.

Erik
Klap geven

Zo’n klap geef je natuurlijk pas als alle puntjes op de i zijn gezet, maar dat is dan weer het vreemde aan de situatie. Niet alleen is de klap meer dan een jaar later dan er werd aangekondigd, dat van die puntjes op de i klopt ook niet.

Immers, er wordt inmiddels (met behulp van een verkenner) wel weer gesproken met het ZZM, maar de kou is nog lang niet uit de lucht. Zeker niet als er sprake zou zijn van een vierde landtong.

Waar je nu nog onbelemmerd uitkijkt over het IJsselmeer (als je in het museum van de Kalkovens naar de molen loopt), kijk je (in geval van een vierde landtong) uit op een verzameling vakantiewoningen.

Waar het museum zijn best doet om de sfeer van rond 100 jaar geleden in stand te houden, huppelt de gemeente daar vrolijk doorheen. Door met haar vakantiebungalowtjes de horizon te vervuilen. Want dat zal het effect zijn van een vierde landtong.

Maar goed, of deze vierde landtong deel uit maakt van de uiteindelijke plannen wordt vanavond aan de gemeenteraad medegedeeld. Niet dat ze daar verder iets over hebben te zeggen. Die mogelijkheid hebben ze zichzelf ontnomen. (zelf-castratie)

Ze mogen er alleen (eerder dan de rest van de bevolking) kennis van nemen. Zo wordt in Enkhuizen het begrip “transparantie” vorm gegeven. Pas nadat de raad is geïnformeerd, mag het klootjesvolk worden geïnformeerd.

En reken maar dat ze daar streng op zijn in de Breedstraat. Je mag, zonder dat ze er wat van zeggen, de raad van alles en nog wat op de mouw spelden. Maar wee je gebeente als je het gepeupel eerder (of gelijktijdig) informeert. Dan zijn de rapen gaar en zijn ze pas echt op hun p*k getrapt.

Vormt de klap op de overeenkomst een garantie dat het plan ook zal worden uitgevoerd? Neen, het ZZM kan nog steeds roet in het eten gooien. Maar één ding is wel zeker, mocht het plan in zijn huidige vorm niet door gaan, dan heeft Orez BV recht op een aanzienlijke schadevergoeding voor de werkzaamheden die men tot nu toe heeft verricht.

Althans, dat beweerde Struijlaart tijdens een eerdere bijeenkomst met campinggasten.

En dat vind ik nog het meest fascinerende aan de hele gang van zaken.

gemeenteraad
te veel werk

Een toezichthoudende instantie (de gemeenteraad) die het te veel werk vindt om toezicht te houden, zoals een UWV directie het  te veel werk vindt, om er op toe te zien, dat er niet wordt gefraudeerd.

Nu de klap is gegeven (althans zo lijkt het, zeker weten we het pas op dinsdag als de pers wordt geïnformeerd) is er (buiten het zicht van de raad) de mogelijkheid van een miljoenenclaim op de gemeente ontstaan.

Laten we hopen dat het niet zover komt, maar mocht het wel zover komen, dan wast de voltallige raad haar handen natuurlijk in onschuld. Om vervolgens te besluiten dat de rekening voor dit incompetente gedrag doorgeschoven dient te worden naar de belastingbetaler.