Uitkramen.

Mijn vorige bericht ging over van 8 van de 9 fractievoorzitters. Wie er ontbrak was fractievoorzitter Keesman van de SP. In een ander krantenbericht beantwoordt ze de vraag die in de kop van dat bericht staat. “Wie spreekt de wethouders namens de raad aan.”

Ik vind het een vreemde vraag, omdat hij de veronderstelling in zich draagt, dat als gevolg van het raadsbrede akkoord, het niet langer duidelijk is wie de wethouder (namens de raad) zou mogen aanspreken.

Het lijkt me, dat wie namens de raad wil spreken even informeert bij zijn collega’s of hij dat ook namens hen mag doen.

Probleem opgelost.

Maar de meeste fractievoorzitters doen nu eenmaal niet graag afstand van hun recht tot spreken. Al was het maar om te kunnen zeggen, dat ze het volledig eens zijn met wat de voorgaande sprekers hebben gezegd.

Keesman vervolgt met “Als het onze eigen wethouder was, had ik hem al lang aan de oren getrokken”. Nu had ik begrepen, dat het raadsbrede akkoord er toe diende om een eind te maken aan het verschil tussen de “eigen” en “vreemde” wethouders.

Dat blijkt dus niet zo te zijn. Er is dus nog steeds sprake van “vreemde” wethouders, die je niet zomaar aan de oren kunt trekken.

Overigens valt dat aan de oren trekken in de praktijk nogal mee. Zo herinner ik me dat wethouder Olierook (SP) de raad om een extra krediet vroeg, om daarmee de aanleg van zwaarder elektra-netwerk in de Drommedaris te kunnen betalen. De aanvraag bedroeg € 100.000,-.

Bij bestudering van de offerte bleek, dat de helft van de becijferde kosten (€ 50.000,-) niet van toepassing waren, omdat de aanleg niet ná oplevering had plaatsgevonden, maar er voor. Waardoor de helft van de geraamde kosten waren komen te vervallen.

Van de resterende helft (€ 50.000,-) bleek ook weer de helft bedoeld voor de kosten van  de inrichting van het gebouw. Terwijl er een overeenkomst bestond tussen de gemeente en het stichtingsbestuur, dat de laatste de kosten van inrichting voor zijn rekening zou nemen.

De bereidheid van de gemeente om die kosten te dragen kwam neer op de toekenning van een extra subsidie voor de stichting, zonder dat er een verzoek daartoe aan de raad (ter beoordeling) was voorgelegd.

Een krediet vragen van € 100.000,- om een kostenpost van € 25.000,- te kunnen betalen riekt niet alleen naar misleiding, maar is een doelbewuste poging daartoe. Er staat me niets van bij dat Keesman destijds (wegens misleiding) haar “eigen” wethouder aan de oren heeft getrokken.

Hoewel een poging tot misleiden van de raad mij nieuws lijkt, heeft het nooit de kolommen van het NHD gehaald. Zoals het me ook opvalt, dat de krant ook nooit een realiteitscheck toepast op wat onze lokale politici beweren, maar gedienstig alles noteert en publiceert wat er wordt uitgekraamd.