Achter de rug om.

Hoewel het formeel de taak van de raad is om er op toe te zien, dat het college haar werk naar behoren vervult, krijg je in Enkhuizen een schrobbering van de burgemeester als je er blijk van geeft die taak serieus te nemen.

Althans dat lot viel raadslid Van Galen (CDA) gisteren ten deel. Dat de onderhandeling met de provincie door het college dienen te worden gevoerd betwist niemand.

De constatering van de burgemeester, dat Van Galen zich (achter de rug om van het college) wel met de onderhandeling had bemoeit (door te spreken met provinciale medewerkers) is absurd en onjuist.

Volgens mij heeft van Galen helemaal niet met de provincie onderhandeld. Hij heeft (als enige raadslid) zich er van vergewist of de beweringen van het college overeenkwamen met beweringen van de provincie.

Ik heb hetzelfde gedaan met betrekking tot de raadsbrief van 19 november en gevraagd of deze brief een juiste weergave was van de ontmoeting, die had plaatsgevonden tussen gedeputeerde Loggen en de afvaardiging van B&W van Enkhuizen.

Het uiterst diplomatieke antwoord van de woordvoerder van de gedeputeerde was. “We herkennen ons niet in de weergave van het verslag.”

Niet ongebruikelijk. “Wie schrijft, blijft”, luidt het gezegde. Degene die het verslag maakt, zorgt er voor dat zijn eigen rol onberispelijk is. Het is naïef te veronderstellen, dat B&W van Enkhuizen daar een uitzondering op is.

Kortom raadslid Van Galen heeft gedaan wat hij behoorde te doen en wat alle die andere raadsleden hadden moeten doen. Niet gewoontegetrouw er van uitgaan, dat beweringen van het college juist zijn, maar nagaan of daar werkelijk sprake van was.

De oorlogsstemming jegens de provincie, die men zich binnenskamers laat aanpraten is alleen maar contraproductief. De provincie laat zich echt niet van de wijs brengen door dreigementen met juridische procedures.

Er zijn door college en raad enorme beoordelingsfouten gemaakt. De aandacht daarvan afleiden door de oorlog aan de provincie te verklaren werkt misschien voor even, maar de waarheid zal uiteindelijk toch zegevieren.

Trekpoppen

Tijdens de laatste raadsvergadering van het jaar kwam het REZ weer even ter sprake. Door middel van een motie vreemd aan de orde van de dag.

De motie kunt u hier lezen. Ze draagt het college op het volgende te doen.

  1.  om met het oog op noodzakelijke goede bestuurlijke verhoudingen, alles in het werk te stellen om langs de weg van intensief diplomatiek overleg met gedeputeerde staten tot een oplossing te komen;
  2. om daarnaast voorbereidingen te treffen voor het inzetten van alle juridische instrumenten, waaronder bezwaar, beroep, en voorlopige voorziening, binnen de termijnen die de wet hieraan stelt en gaat over tot de orde van de dag.

Deze opdracht is door alle fracties (met uitzondering van het CDA) ondertekend.

Als reden voor de motie noemt de raad een aantal gebeurtenissen waarbij ze niet zelf aanwezig is geweest. Een daarvan is de bijeenkomst van 19 november waarin onze burgemeester meent op onjuiste wijze te zijn bejegend door de gedeputeerde van de provincie.

Over die bijeenkomst is een raadsbrief geschreven die u hier kunt lezen. In die brief  beweert B&W iets opmerkelijks. Namelijk, dat de gemeente was uitgenodigd door de gedeputeerde voor een bespreking, maar dat die geweigerd had om de delegatie uit Enkhuizen (onder leiding van burgemeester Eddy van Zuijlen) te woord te staan.

In de wandelgangen wordt beweerd, dat onze burgemeester zich in zijn waardigheid voelde aangetast. Wat geloofwaardig klinkt en voeding geeft aan de gedachte dat deze motie een overhaaste poging tot eerherstel van de burgemeester is.

Vanwege die opmerkelijke bewering van het college heb ik aan wederhoor gedaan en de gedeputeerde gevraagd of de raadsbrief een correcte weergaven bevatte van de gang van zaken. Die liet via zijn woordvoerder weten, zich niet te herkennen in hetgeen door B&W op schrift was gesteld’.

Er zijn dus twee versies van de werkelijkheid. De raad is er zo van overtuigd dat haar versie (binnenskamers ingefluisterd door het college) de juiste is, dat ze het college heeft opgedragen om haar gelijk (en dat van het college) desnoods voor de rechter uit te vechten.

Na zich 4 jaar lang niet met de uitvoering te hebben bemoeid, ziet de raad plotseling wel reden om zich er mee te bemoeien. En geeft ze (op basis van gekunstelde argumenten en kennis waar ze niet zelf over beschikt) opdracht om te gaan procederen.

Over de gekunstelde argumenten een andere keer, maar in plaats van de bewering van het college op juistheid te beoordelen neemt de raad ze klakkeloos over en toont zo voor de zoveelste keer aan wat haar taakopvatting is. Met uitzondering van het CDA lijkt de Enkhuizer raad te willen fungeren als trekpop voor het college.

Want als het college ook maar een seconde had gedacht, dat deze motie een bruikbare weg voorwaarts zou zijn, dan had ze de raad een voorstel gedaan.

Nu verstrekt de raad een opdracht. Het verschil is, dat als deze opdracht nergens toe zal leiden, hetgeen in de lijn der verwachting ligt, het college niets valt te verwijten. Men voert immers een opdracht van de raad uit.

Deze motie zal, zoals Van Galen terecht opmerkte, de verhouding met de provincie alleen maar doen verslechteren en de in het vooruitzicht gestelde procedures zullen alleen maar verdere vertraging opleveren en kosten met zich meebrengen.

 

Even navragen.

Natuurlijk is het leuk als vanuit onverdachte bron (mijn voormalige huisarts) wordt bevestigd wat je al jarenlang beweert. Namelijk, dat de raadsleden liever een beetje tegen B&W aanschurken, dan dat ze bezig zijn met het houden van toezicht.

Met als gevolg, dat als dingen misgaan, ze meteen ook spectaculair misgaan. Het SMC in de Vijzelstraat is inmiddels verkocht en de nieuwe eigenaar bepaalt het tempo van de verdere ontwikkeling. Na 10 jaar valt de eerste activiteit in de Vijzelstraat te bespeuren.

Hetzelfde geldt ook voor het REZ.

In juridisch opzicht is er een nieuwe eigenaar en is hij degene die bepaalt welke vervolgstappen er worden genomen.

De raad, die er geruisloos mee instemde, dat de grond op het recreatieoord verkocht werd (zonder te weten tegen welke prijs) heeft min of meer blindelings een bestemmingsplan goedgekeurd.

Of dat een verstandig besluit is geweest, is nu aan de provincie (en daarna de rechter) om te beoordelen.

De gang van zaken heeft opnieuw bevestigd, dat als het college roept “spring”, de raad alleen maar wil weten, “hoe hoog” en dat de kiezer, wat hij ook doet, altijd buitenspel blijft staan.

Dat is niet langer alleen mijn ervaring, maar inmiddels ook de ervaring van het comité tot behoud van het Enkhuizerzand onder leiding van Cees Miedema.

En ziedaar, Van Galen (CDA) maakt bezwaar tegen deze voorstelling van zaken en geeft zijn mening in de krant van maandag. Hij is nogal gepikeerd, dus laat ik zijn bezwaren “van nu” even vergelijken met wat hij daadwerkelijk (tijdens de raadsvergadering) naar voren heeft gebracht.

In plaats van mij (of wie dan ook) te geloven kunt u het zelf controleren door deze link aan te klikken. Selecteer vervolgens de spreker en het agendapunt. Volgens mij heeft Van Galen in vier beurten totaal 6 minuten en 4 seconden gesproken.

Heeft hij er in die tijd tot drie maal toe op “gehamerd” (zoals hij de krant laat optekenen) dat er maximaal 150 woningen mochten komen. Niet echt, tijdens de raadsvergadering heeft hij (vanaf minuut 28.00 ) het over een “verzoek” aan de ontwikkelaar om het op minimaal 180 woningen te houden. (Dat is 20 minder dan het maximale aantal)

Van Galen zou moeten weten, dat het verzoek aan de ontwikkelaar (niet eens in een motie vastgelegd )iets anders is, dan te eisen dat het bouwvolume omlaag moet.

Dat ze bij het CDA op enig moment ooit uitstel hebben overwogen zal ongetwijfeld waar zijn, zoals alle partijen dat op enig moment zullen hebben “overwogen”. Waar ze echter  (na onderling overleg) toe hebben besloten is GEEN UITSTEL.

En tot slot zijn bestudering van 8oo pagina’s met bijlagen. Als hij die had bestudeerd dan had hij geweten, dat het bestemmingsplan en tal van de bijbehorende bijlagen gewoon zijn ingekocht bij daarin gespecialiseerde bedrijven en dat derhalve zijn compliment aan de ambtelijke organisatie (als gedaan tijdens de raadsvergadering) alleen maar bedoeld kan zijn als een poging om bij die organisatie een wit voetje te halen.

Er valt dus nogal wat af te dingen op hetgeen Van Galen de krant laat optekenen. Of dat ook geldt voor wat betreft zijn bewering, dat Miedema het er mee eens was, dat het CDA de enige partij was die kritisch is geweest over de massaliteit van het plan, weet ik niet.

Maar ik ben wel van plan dat even na te vragen. Hieronder het krantenbericht.

19-12-2a