Kletspraat.

Ik schreef het al eerder. Af en toe kletst raadslid Langbroek uit zijn nek en gelukkig is er dan altijd een verslaggever van het NHD in de buurt, die bereid is om zijn geklets aan te horen en te publiceren.

langbroek-1
Kletspraat

Donderdag 14 maart laat Langbroek (via het NHD) weten dat het Zuiderzeemuseum nu haar ware gezicht laat zien. Zijn verwijt is dat het museum alleen aan haar eigen belang denkt en niet aan het belang van alle andere betrokkenen.

Merkwaardig verwijt. De enige die hier (onder de luide toejuichingen van Langbroek en consorten in de gemeenteraad) aan zijn eigen belang heeft gedacht is de gemeente zelf. Die heeft anderhalf jaar lang met de ontwikkelaar gesproken over tal van details aangaande de uitvoering. Zonder er ook maar een seconde bij stil te staan, of die plannen gevolgen zouden hebben voor anderen.

Pas op het laatste moment (oktober 2018) realiseerde de gemeente zich, dat het gebied ook andere belanghebbenden kent en werd er haastig een bijlage geproduceerd waarmee men het tekort aan aandacht voor de problemen van anderen probeerde te verdoezelen.

Of dat verdoezelen afdoende is, zal blijken uit een procedure die hoogst waarschijnlijk 4 jaar in beslag neemt. Maar dat is de prijs die je zult moeten betalen als je jezelf wijs maakt, dat andermans belangen er niet toe doen.

Voor het museum staan twee zaken op het spel. De toekomstige bereikbaarheid van het museum in het geval dat het bootmodel in zijn huidige vorm niet langer te handhaven is. Plus het feit, dat het voorgenomen plan ernstig afbreuk doet aan wat museale uitstraling wordt genoemd.

Naar de overtuiging van Langbroek had de museumdirectie die belangen ondergeschikt moeten maken aan wat de gemeente als haar belang ziet. Het realiseren van een wijkje met tweede woningen voor welgestelde Nederlanders en buitenlanders. Langbroek doet of het hier om een uniek project gaat.

Ik heb nieuws voor hem. Het ZZM is uniek in zijn soort, en  dergelijke enclaves voor welgestelden, zoals de gemeente die wil realiseren, worden overal elders in dit land ook gerealiseerd.

Gelukkig staat Langbroek niet alleen in zijn merkwaardige opvattingen, maar krijgt hij de steun van wethouder Struijlaart, die de krant laat optekenen dat hij “teleurgesteld is dat een door de rijksoverheid gesubsidieerd museum en een gemeentelijke overheid op deze manier tegenover elkaar staan”. 

Lees deze opmerking opnieuw en probeer te begrijpen wat Struijlaart hier wil zeggen.

Dat een onderneming/stichting, die van rijkswege wordt gesubsidieerd zich alles moet laten welgevallen wat haar door de lokale overheid door de strot wordt geduwd? Dat zij zich dus ook niet mag verweren als ze (door maatregelen van die lokale overheid) in haar bestaan wordt bedreigd?

Gelukkig beschikt het museum over een Raad van Bestuur, die er nauwlettend op toeziet dat de directie van het museum zich inzet voor het voortbestaan van het museum en ten strijde trekt tegen alles en iedereen die dat voortbestaan in gevaar brengt. Zelfs als dat de lokale overheid is.

Als Struijlaart onder gelijksoortig toezicht zijn werk zou hebben moeten doen, dan zou de nu ontstane situatie zijn voorkomen.

Maar Langbroek en consorten vinden het te veel moeite om een vinger aan de pols te houden en besteden hun tijd liever aan het verzinnen van drogredenen waarachter ze zich kunnen verschuilen, zodra blijkt dat hun toezicht heeft gefaald.

Kan hun wat schelen, want de kosten (die uit hun gemakzuchtige houding voortvloeien) kunnen immers probleemloos worden afgewenteld op de belastingbetaler.

 

Advertenties

In de wind slaan.

Een maand geleden (12 februari 2018) schreef ik de column “Doof en Blind”, misschien is het nuttig die nog eens te herlezen. Klik daarvoor op de link.

In die column bekritiseer ik de kortzichtigheid van het colleges van Enkhuizen. Niet alleen het college dat op initiatief van de SP tot stand was gekomen, maar ook het college dat de vervanging was van dat college en bestond uit een VVD en PvdA wethouder. Na de verkiezing aangevuld met een CDA wethouder.

Die kortzichtigheid bestaat er uit, dat het voltallige bestuur (college en raad) zich niet de moeite heeft getroost zich te verdiepen in de wensen en bezwaren van het ZZM. Met als logisch gevolg, dat we nu zijn beland in de situatie, waar ik jaren geleden al voor heb gewaarschuwd.

Namelijk, dat het ZZM (met behulp van de rechter) zal proberen haar toekomst veilig te stellen. Daarbij is de voornaamste vraag,  in hoeverre de gemeente het museum heeft betrokken bij de plannen die een bedreiging inhouden voor de bereikbaarheid van het  museum.

Wat wethouder Struijlaart daar ook over mag beweren, mijn informatie is dat daarover nauwelijks overleg is geweest. Het voorontwerp bestemmingsplan, dat men oktober 2018 presenteerde, was het resultaat van anderhalf jaar besprekingen tussen de ontwikkelaar en de gemeente.

Op het laatste moment (oktober 2018) werden er (op aandringen van het ZZM) nog twee zoekgebieden toegevoegd, waar nog overeenstemming over moest worden bereikt. Iets  waar de gemeente en ontwikkelaar (tijdens hun overleg) kennelijk geen rekening mee hadden gehouden.

Struijlaart laat oktober 2018 weten, dat hij denkt, over die geschilpunten binnen weken overeenstemming te kunnen bereiken met het ZZM.

Ik vroeg me toen al af hoe , als je anderhalf jaar een probleem negeert, je kunt geloven  dat je het in een paar weken kunt oplossen.

Het was, zoals zoveel als wat Struijlaart beweert, niet anders dan bluf. We zijn inmiddels 5 maanden verder. Het probleem is nog steeds niet opgelost en kan ook niet worden opgelost, zolang college en raad blijven vasthouden aan het bestaande ontwerp voor het recreatieoord.

Opnieuw het zoveelste bewijs van een incompetent college en een al even incompetente raadsleden. Die elke waarschuwing in de wind slaan en nog steeds denken de wijsheid in pacht te hebben.

Tastbaar resultaat.

Het eerste ontwerp voor de vakantiewoningen op het recreatieoord dateert uit februari 2017. De verbeterde versie van het plan werd 20 maanden later (oktober 2018) aan de raad en de bevolking aangeboden.

geld over balkGedurende die 20 maanden is er nauwelijks met het ZZM gesproken, maar uitsluitend met Orez bv over verdere verfijning van het oorspronkelijke plan. Pas op het laatste moment worden er aan de “verbeterde” versie nog een tweetal clausules toegevoegd die betrekking hebben op de door het ZZM geuite bezwaren.

Struijlaart laat weten dat hij over die kwesties binnen enkele weken (met het ZZM) overeenstemming denkt te kunnen bereiken. In januari 2019 wordt het rapport van de verkenner gepresenteerd, dat voor zover ik weet alleen gaat over de parkeerwensen van het ZZM.

Wanneer een aanzienlijk deel van de raad protesteert haast Struijlaart zich  om te benadrukken dat het hier niet om een overeenkomst, maar om een denkrichting gaat.

Dit overziende, hoe kun je (nadat je 20 maanden lang de problemen die het ZZM had met het oude voorstel hebt genegeerd) beweren, dat je de verwachting koestert dat je de problemen (die voortvloeien uit het nieuwe voorstel) binnen enkele weken zal hebben opgelost?

Het nieuwe voorstel bevat namelijk een extra landtong, wat nog meer afbreuk doet aan  de “museale beleving” dan in het “oude” voorstel al het geval was.

Kortom, het resultaat van 20 maanden overleg tussen gemeente en ontwikkelaar heeft tot een resultaat geleid, dat nog minder acceptabel is voor het museum dan het eerdere resultaat.

Twintig maanden werkgelegenheid voor de ambtenaren die zich met de ontwikkeling van het REZ bezighouden, maar geen stap dichter bij de oplossing.

Tip voor de SP: vraag eens hoeveel ambtelijke tijd er (na de aankoop van de Uilenbanen in 2009) is gestoken in de ontwikkeling van het REZ en vraag je af hoe het mogelijk is, dat er na zoveel ambtelijke inspanning (tot dusver) geen enkel tastbaar resultaat is geboekt.

Actiecomité

Ik ben er op gewezen, dat het actiecomité Enkhuizerzand (of heet men “vereniging tot behoud van”, ik ben daar niet zeker van ) nog steeds actief is en dat men (na de voorlichtingsbijeenkomst in het RSG) een brief gestuurd heeft naar de gemeenteraad van Enkhuizen.

Wat er in die brief staat weet ik niet, maar ik neem aan een verzoek om de situatie op het recreatieoord niet te veranderen, maar te laten zoals zij is. Mocht dat inderdaad het geval zijn, dan is de kans dat de raad aan dat verzoek gehoor zal geven bijzonder klein. Die heeft namelijk het college nadrukkelijk opgedragen om het gebied (Enkhuizerzand) op te waarderen.

Herroepen van die opdracht is natuurlijk altijd mogelijk, maar te vrezen valt dat aan zo’n herroeping financiële consequenties zullen kleven. Door wethouder Struijlaart ooit geschat op miljoenen.

Verder heeft de raad de beoordeling van de kwaliteit van het plan in handen gegeven van een commissie. Die heeft de kwaliteit van beide plannen inmiddels als voldoende beoordeeld. (Anders zou het college ze niet hebben kunnen presenteren aan de raad.)

De enige nog resterende betrokkenheid van de raad bestaat dan ook uit het goedkeuren van een gewijzigde omgevingsvergunning. Wat in september 2019 staat gepland.

Kortom, ik acht de kans klein dat de raad (op verzoek van de vereniging) haar eerder gegeven opdracht zal herroepen. Blijft over de mogelijkheid om bezwaar aan te tekenen tegen de nog te verlenen omgevingsvergunning. Op die mogelijkheid wees ik al eerder in mijn column “Overheersend”.

Dat neemt niet weg, dat ik nieuwsgierig ben naar de brief die het actiecomité heeft verstuurd en het antwoord dat ze daarop heeft gekregen.

Hoop

Je kunt jezelf natuurlijk inbeelden dat, omdat je alles moet goedkeuren, je daardoor ook meteen de baas bent over alles en iedereen. Een opvatting die ik van tijd tot tijd meen te bespeuren bij onze leden van de raad.

Dus als de directie van het ZZM tot de conclusie is gekomen dat de voortzetting van het huidige bootmodel een beletsel is voor de verdere ontwikkeling van hun onderneming, je gewoon tegen die directie kunt zeggen, “Vervelend, maar dat bootmodel komt ons het beste uit en de rest interesseert ons niet”.

Een dergelijk arrogante opstelling heeft nog wel eens succes bij de gewone burger of de kleine middenstander, maar niet bij een bedrijf als het ZZM, dat door burgemeester Baas (bij zijn afscheid) werd afgeschilderd als bedreiging voor het levensgeluk van de gewone Enkhuizer.

Ik neem aan dat Baas zich realiseerde dat hij, door doelbewust geen rekening te houden met de wensen van het ZZM, zijn hand had overspeeld en tegenkrachten had opgewekt waarvan hij het uiteindelijk zou verliezen (of misschien inmiddels al had verloren).

De  realisatie, dat het met veel bombarie aangekondigde plan met vakantiebungalows toch nooit uitgevoerd zou worden, lijkt me een goede reden om te besluiten om er dan maar mee te stoppen. Veel eerder dan hij kort daarvoor nog had aangegeven.

Ik kan dit natuurlijk niet met zekerheid zeggen, maar het lijkt me wel een plausibele verklaring voor de gang van zaken. Waarom langer aanblijven als je inmiddels zeker weet, dat de feestelijke oplevering van het lievelingsproject niet zal plaatsvinden?

Hoewel het negeren van de wensen van een bedrijf als het ZZM in mijn ogen het bewijs is van extreme kortzichtigheid van college en raad, denken ze daar zelf natuurlijk heel anders over. Men wast als gewoonlijk de handen in onschuld en zoekt de reden voor de mislukking bij anderen. In dit geval het ZZM. Het is ontluisterend om te zien hoe weinig affiniteit bestuurlijk Enkhuizen demonstreert ten aanzien van het ZZM.

Althans dat was het geval bij het vorige college onder Baas. Het huidige college is zich er beter van bewust, dat we er trots op mogen zijn dat het ZZM in Enkhuizen is gevestigd.  En dat je, voor wat betreft de bedrijfsvoering, misschien beter kunt luisteren naar de opvattingen van de directie dan naar de opvattingen van de man in de straat.

Het zou voor de hand hebben gelegen als Struijlaart de afgelopen anderhalf jaar zou hebben gebruikt om wensen van Orez en ZZM wat dichter bij elkaar te brengen, maar dat is niet gebeurd. Sterker nog het laatste plan bevat een element dat voor het ZZM helemaal onverteerbaar moet zijn.

rez nieuw

De toevoeging van een vierde landtong, die een extra aanslag is op het museale gevoel van de bezoeker. In de huidige situatie heeft men, op het dijkje van de kalkovens naar de molen een onbelemmerd uitzicht op het IJsselmeer.

In de door Orez en gemeente gepresenteerde situatie (zie plattegrond) kijkt men vanuit het museum aan tegen een rij vakantiewoningen.

Struijlaart zegt te hopen, dat hij er (binnen een paar weken) uit kan komen met het ZZM. Maar gegeven het feit, dat ze (in de voorgaande anderhalf jaar) nog geen stap dichter bij elkaar zijn gekomen, begrijp ik niet waar hij zijn hoop op baseert.

Hypnotiseren

Het verzoek van het ZZM om parkeerruimte op het REZ wordt door velen met nogal wat afschuw verworpen, waarbij vaak over het hoofd wordt gezien dat “het huizenplan” ook dient te voorziet in parkeerruimte.

Het “huizenplan” omvat 180 kavels. Voor de wat kleinere huisje volstaat 1 parkeerplek. Voor de wat grotere huisjes lijken 2 plekken meer voor de hand te liggen. Een gemiddelde van 1,5 plek per kavel komt uit op 270 plekken, wat volgens mij meer is dan het aantal parkeerplaatsen waar het ZZM om vraagt.

Dus als je het hebt over een “verkeeraanzuigende werking”, dan is de invloed van het “huizenplan” ongeveer gelijk aan de invloed van het ZZM plan. En is de suggestie, dat verplaatsing van de ZZM parkeerbehoefte wel en de realisatie van het “huizenplan” geen aanzuigende werking heeft, dus onjuist. Beide plannen verhogen in min of meer gelijke mate de verkeersintensiteit in het gebied.

Anders gezegd, wie het ZZM plan verwerpt vanwege een verhoogde verkeersintensiteit zal het zelfde moeten doen met het recreatieplan. Omdat die eenzelfde verhoging van de verkeersintensiteit oplevert. Waarschijnlijk zelfs meer, omdat het bij het plan horende strand ook zal leiden tot meer verkeersbewegingen.

Er zal dus een keuze moeten worden gemaakt. Gelukkig hoeven wij gewone burgers dat niet te doen. Dat heeft de vorige raad (door middel van haar “go” beslissing) reeds voor ons gedaan. Bij het nemen van die beslissing hield de raad geen rekening met de door het ZZM naar voren gebrachte wensen m.b.t. de herindeling van het REZ.

De kernactiviteiten van een museum zijn conserveren en exposeren. Het transporteren van museumbezoekers is geen formele kernactiviteit. Aanpassingen als gevolg van het veranderde bezoekersgedrag en een poging tot besparing op de transportkosten (geen kernactiviteit van het museum) behoorde tot de wensen van het museum.

Het voormalige college en de voormalige raad hebben de wens van het ZZM terzijde geschoven en niet opgenomen in de aan Orez verstrekte opdracht. Met als resultaat dat er in het bestaande plan ook geen rekening mee is gehouden.

Wethouder Struijlaart denkt dat hij binnen een paar weken een compromis kan sluiten. Ik betwijfel dat. Ik denk dat de inzet van de museumdirectie is, het veilig stellen van haar toekomst. Daarover ga je niet marchanderen.

Bovendien, nu de het besluit om de camping te verplaatsen is genomen, kan er op die plek een parkeerterrein worden aangelegd, dat onzichtbaar zal zijn voor de bezoekers van het recreatieoord.

Uiteindelijk zal het gaan om een afweging van belangen. Het belang van het museum dat zijn toekomst veilig wil stellen met aangepaste dienstverlening voor haar bezoekers en het belang van de gemeente, wiens ambitie het is om de verkoop van tweede woningen aan welgestelde medelanders en buitenlanders mogelijk te maken.

Mijn geld is op het behoud van ons culturele erfgoed en niet op het zoveelste vakantie parkje.

Dus tenzij wethouder Struijlaart zichzelf overtreft en een wonder bewerkstelligt gaat het voorliggende plan nog even (pakweg 4 jaar) in de vriezer totdat de rechter uitspraak heeft gedaan. Omdat het me als tamelijk onwaarschijnlijk voorkomt, dat de rechter de aanspraken van het ZZM volledig zal afwijzen, dient er uiteindelijk sowieso een derde plan te komen.

Gaat Orez geduldig zitten wachten tot iedereen is uitgeprocedeerd of is er sprake van een ontbindende clausule?

En als Orez zou besluiten, dat het zo wel welletjes is geweest, gaat ontbinding van de overeenkomst de gemeente dan geld kosten? En zo ja, hoeveel?

Allemaal vragen waar we waarschijnlijk geen antwoord op zullen krijgen, omdat de gemeente transparantie alleen maar nastreeft wanneer het om succesverhalen gaat.

Erik
Moet zichzelf overtreffen

Maar mocht het afscheid van Orez bv de gemeente geld kosten, dan past dat binnen de lange traditie van geld over de balk gooien, zodra het de toekomst van het REZ betreft.

Het begon met de verbetering van het vlekkenplan, wat meer dan een half miljoen kostte. Toen een paar ton uitgegeven voor een competitieve dialoog. Daarna opnieuw ambtelijke tonnen voor een volstrekt overbodige Europese tender, die tot overmaat van ramp mislukte. Waarna de opdracht uiteindelijk toch maar werd gegund.

Opnieuw een vermogen aan ambtelijke kosten en wederom uitstel. Met als meest voor de hand liggende resultaat: nog eens 4 jaar uitstel. Tenzij het Struijlaart lukt om de museumdirectie onder hypnose te brengen en haar op die manier tot een compromis weet te bewegen.

Loze beloften?

De nieuwste plannen voor het recreatieoord zijn inmiddels voorgelegd aan de raads- en commissieleden. Wat hun reactie’s zijn geweest sijpelt wellicht ooit nog eens door in het publieke domein. Maar voor hetzelfde geld houdt men de kaken op elkaar. Daar ligt dan een mooie taak voor het West-Fries Dagblad lijkt me. De raads- en commissieleden aan de tand voelen over hun opvattingen over dit plan.

Dat gezegd hebbende, nu het plan zelf. Het ziet er goed uit. Zoals ook het voorgaande plan er goed uitzag en zoals een toekomstig (en wederom op details gewijzigd plan) er ongetwijfeld  ook weer goed zal uitzien.

Want daar zitten we naar te kijken. Leuke plaatjes en een mogelijk tijdschema waarin één en ander gerealiseerd zou kunnen worden. Als er tenminste niets tegen zit.

En dat laatste is vrijwel zeker het geval. Tijdens de eerste presentatie van de plannen (anderhalf jaar geleden) maakte het ZZM al bezwaren kenbaar. Anderhalf jaar zijn er verstreken en voor zover ik weet is er nauwelijks serieus met het ZZM gesproken over aanpassing van de plannen. Om tegemoet te komen aan hun bezwaren.

Sterker nog, de uitbreiding met een vierde landtong in het gewijzigde plan heeft tot gevolg dat gesproken kan worden van horizonvervuiling.

Daarover zullen ze bij het ZZM zeker niet blij zijn. En als je een rechter treft die daar gevoelig voor is, dan zou het zomaar kunnen dat hij nieuwe aanpassingen voorschrijft.

Door bij de kaderstelling te “vergeten” dat het gebied ook belanghebbenden kent die voor hun eigen belangen zullen opkomen heeft de gemeente voor zichzelf een ongemakkelijke spagaat gecreëerd.

Volgens wethouder Struijlaart kan de gemeente een miljoenenclaim van de ontwikkelaar tegemoet zien, als het project zou moeten worden afgeblazen.

Anderzijds is er een partij (ZZM) die zich de kaas zeker niet van het brood zal laten eten en ook haar wensen heeft.

Erik
Meer dan genoeg tijd

Men heeft anderhalf jaar de tijd gehad om met die partij over die wensen te onderhandelen, maar in plaats van dat te doen, heeft men anderhalf jaar lang met alleen met de ontwikkelaar gekeuveld over een aantal (naar eigen zeggen) bescheiden aanpassingen van het oorspronkelijke plan. Zoals de precieze locatie van de reddingsbrigade en de ligging van fietspaden.

Maar daarmee is de uiteindelijke realisatie nog geen stap dichterbij gekomen en zijn de bezwaren die anderhalf jaar geleden golden niet weggenomen.

De wethouder doet voorkomen alsof hij het geschil met het ZZM binnen enkele weken kan oplossen. Laten we hopen dat hij gelijk krijgt, anders is de presentatie van dit plan niet meer dan de zoveelste loze belofte die hij doet.