Te treurig voor woorden.

Omdat de heer Bruil naast directeur van Droomparken inmiddels ook directeur van  Orez bv is, wordt vrij algemeen aangenomen, dat Droomparken eigenaar is van Orez.

Dat is niet helemaal waar. De eigenaar van Orez BV (via een reeks BV’s) is ene Adrianus Wilhelmus  Antonius Vos. Woonachtig in Apeldoorn in het hierboven staande optrekje.

Dezelfde mijnheer Vos is ook eigenaar (alweer via een reeks BV’s) van Droomparken en in die hoedanigheid heeft hij de heer Bruil dus benoemd tot directeur van Droomparken en inmiddels ook tot directeur van Orez BV.

Volgens de KvK is Bruil ook directeur van Bruil Leisure BV, waar ook zijn voormalige partner Berma Los enige tijd directeur van is geweest. Dezelfde Berma Los voert ook de directie over Beramco BV.  Het bedrijf, dat de verhuizing van de camping regelt, welke kosten voor de helft door de gemeente worden gedragen.

Over Beramco wist wethouder Struijlaart (tijdens een bijeenkomt met campingbewoners in september 2018) te vertellen, dat hij er op had aangedrongen, dat een onafhankelijke partij zou vaststellen wie er wel of niet mocht mee verhuizen naar de nieuwe camping.

Ik neem aan dat dit bedrijf hem was aanbevolen door de P. Tuin combinatie en het lijkt me niet onredelijk om te veronderstellen, dat die combinatie toen al functioneerde als de stroman voor de heer Bruil.

Bewijs daarvoor is niet te leveren, omdat het college weigert (in het kader van de WOB) gestelde vragen te beantwoorden en haar toezichthouder (de raad) zich liever doof en blind houdt voor wat er nu eigenlijk gebeurd is.

De gemeente beweert bij voortduring dat ze transparant wil zijn, maar doet wel zaken met bedrijven die hun onderlinge verwevenheid achter een woud van BV’s proberen te verbergen.

Maar dat is niet het enige, want de gemeente laat zich ook nog dicteren welke financiële informatie wel of niet mag worden verstrekt.

Men heeft de mond vol over “ondermijning”, maar werkt zelf wel vol overtuiging mee aan  constructies, die volstrekt ondoorzichtig zijn.

Door te weigeren om te antwoorden op vragen, die in het kader van de Wet Openbaarheid Bestuur (WOB) aan haar worden gesteld.

Ronduit bespottelijk en beschamend dat de raad daar in mee gaat. De prijzen waartegen  onroerend goed wordt gekocht/verkocht worden vermeld in het kadastrale register, dat door iedereen (tegen betaling) kan worden ingezien.

Maar het college weigert vragen daarover te beantwoorden, terwijl de raad zich zonder noemenswaardig verzet geheimhouding laat opleggen. Allemaal te treurig voor woorden.

 

Eind goed, al goed?

Waarom de raad geen genoegen neemt met de bouw van zeg 100 huizen op het REZ, maar liever procedeert tegen de provincie om er 200 te mogen bouwen is me een raadsel en wordt nergens uitgelegd door de raad.

Enerzijds begrijpelijk. Als het college zegt spring, vraagt de raad alleen maar “hoe hoog” en verdiept zich verder niet in de reden voor die opdracht. Én als het college zegt “geef ons een opdracht om te procederen” dan voldoet de raad braaf aan dat verzoek. Zonder zich verder ook maar iets af te vragen.

Beseft de raad eigenlijk wel hoeveel 200 woningen zijn?

De Begoniastraat telt, meen ik,  65 huizen en dat zal voor de Violenstraat en de Goudbloemstraat niet veel anders zijn.

Dus waar de raad over wil gaan procederen (althans, daar heeft ze het college net opdracht voor gegeven) is, dat er buitendijks iets moet komen dat qua oppervlak vergelijkbaar is met die drie straten in de Bloemenbuurt. Dat zijn erg veel huizen.

Het enige wat de provincie wil is minder huizen. Hoeveel minder? Ga als gemeente daar over praten in plaats van te procederen.

Maar SP coryfee Wim Stolk denkt daar (blijkens zijn opmerkingen in het NHD) heel anders over. Zijn “gevoel” zegt hem, dat de provincie iets met auto’s wil t.b.v. het ZZM.

En om dat te beletten is hij bereid het college op te dragen een procedure tegen de provincie aan te spannen, om de bouw van 200 woningen veilig te stellen. Met als gevolg dat ter plekke ook 300 parkeerplekken moeten worden gerealiseerd, maar dat laat hij uiteraard onvermeld.

Mijn “gevoel” zegt me, dat college en raad van kwaad tot erger gaan in hun wanhopige poging gezichtsverlies te voorkomen.

Het college heeft (geheel naar eigen inzicht) een concessie voor de bouw van 200 vakantiehuizen verkocht. Waarvan de geschatte waarde 20 miljoen is.

Mijn “gevoel” zegt verder, dat de verkoopprijs van die concessie zo ontzettend  laag is, dat de gemeente haar niet openbaar durft te maken.

De keerzijde daarvan is, dat er zoveel geld aan de concessie kan worden verdiend, dat de eigenaar zich wel drie keer zal bedenken voordat hij het project afblaast.

Met als gevolg, dat uiteindelijk alles op zijn pootjes terecht zal komen.

Tenminste, als we tijdig een competente onderhandelaar kunnen vinden, om de komende onderhandelingen met Droomparken tot een goed einde te brengen.

De olifant in de kamer

De krant pakt lekker uit vandaag met de kop, dat het Enkhuizerzand (door het ingrijpen van de provincie) op losse schroeven staat.

Vervolgens schetst men de nog resterende mogelijkheden. Herinrichten overeenkomstig de wensen van de provincie, dan wel in beroep gaan tegen het besluit van de provincie.

Als gebruikelijk laat de krant de olifant in de kamer onbenoemd, waardoor het probleem nog lekker onoverzichtelijk blijft, terwijl er een voor de hand liggende oplossing is.

Namelijk, toegeven dat een vakantiedorp met 200 woningen iets te veel van het goede is en genoegen nemen met een aanzienlijk lagere hoeveelheid.

Bijvoorbeeld net zo veel als er in Broekerhaven staan, dus 80 kavels.

Probleem is dat men 200 kavels met Orez is overeengekomen en dat Droomparken haar aankoopprijs (van Orez) op basis van die hoeveelheid kavels zal hebben bepaald.

Ik heb de rekensom hier al eens uitgevoerd. Het oorspronkelijk plan telde 200 kavels met een uiteindelijke verkoopprijs van € 100.000,- per kavel. Het nieuwe (nog te maken plan) heeft maar 80 kavels met een geschatte opbrengst van 8 miljoen.

De kans is dus groot, dat Droomparken compensatie wil voor de 12 miljoen omzetverlies die het gevolg is van het toegeven aan de wens van de provincie (= minder bouwvolume).

Gaat dat de gemeente geld kosten? Op het eerste gezicht zou je denken van wel, maar ik denk dat het mee zal vallen.

Immers, de olifant in de kamer is, dat de deal die Struijlaart met Orez heeft gesloten zo ongelooflijk slecht voor de gemeente is (en zo ongelooflijk goed voor Droomparken) dat  Droomparken  zich wel twee keer zal bedenken voordat ze de hele “deal” afblaast.

Zelfs met een omzetverlies van zo’n 12 miljoen valt er voor Droomparken nog genoeg te verdienen aan een vakantiedorpje in Enkhuizen.

Alleen kunnen raad en college (die de deal met Orez tot dusver bejubeld hebben als de best mogelijke deal) nu niet plotseling erkennen, dat het in feite een volstrekt waardeloze deal was, die ze hebben gesloten/bejubeld.

En dat de huid, die de gemeente verkocht, zeker 12 miljoen meer waard was, dan ze er voor hadden bedongen.

Maar daar gaan ze, met een paar schijnbewegingen (en wat drogredenen) richting inwoners, wel uitkomen. De inwoners betalen namelijk liever wat meer belasting, dan zich ergens in te verdiepen.

Uiteindelijk zal blijken, dat dank zij de briljante onderhandelingen van de wethouder  aan de wensen van de provincie tegemoet kan worden gekomen, zonder dat dit (tegen ieders verwachting) de gemeente ook maar een cent extra zal hebben gekost.

Dat laatste zal waarschijnlijk ook niet waar zijn, maar zowel raad als college hebben er beide belang bij om dat te verbergen en dat gaat ze dus ook wel lukken.

Over de problemen met het ZZM, Heemschut en de IJsselmeervereniging een ander keer.

 

 

El Salvador

Raad, college en het bestuur van de campingvereniging lijken Andries Bruil (directie Droomparken) inmiddels als hun verlosser geaccepteerd te hebben. Vanwege de daadkracht die hij probeert uit te stralen.

Persoonlijk vind ik die daadkracht nogal meevallen. Veel geblaat, maar weinig wol. Zijn belofte, dat de nieuwe camping per 1 april 2020 van start gaat lijkt verdacht veel op de belofte van Rutte, dat iedere Nederlander € 1000,- tegemoet kon zien als hij premier zou worden.

Hoe dan ook, volgens het onderstaande bericht in de krant van zaterdag werpt hij zich nu ook al op als bemiddelaar voor het geschil tussen de gemeente en de provincie.

Bij zoveel hulpvaardigheid kan ik natuurlijk niet achterblijven. Ook ik ben best bereid te bemiddelen tussen gemeente en provincie. Ook al omdat de oplossing tamelijk voor de hand ligt. De, door de provincie gekoesterde opvattingen, serieus te nemen.

Het enige wat een oplossing in de weg staat is de erkenning van de gemeente, dat ze in haar onderhandelingen met Orez BV op ongelooflijke wijze geblunderd heeft en dat Droomparken (die Orez als stroman gebruikte) op het punt staat om daar de vruchten van te plukken.

Ik gun elke ondernemer zijn winstmarge, maar dit gaat, als gevolg de onbekwaamheid van de gemeentelijke onderhandelaars, alle perken te buiten.

Toen ik hoorde dat Droomparken de eigenaar was geworden van de overeenkomst die de gemeente had gesloten met Orez, schreef ik in mijn column van 21 mei 2019, dat ze daarmee de  trotse eigenaar was geworden van een dood paard.

Die voorspelling is, zoals de meeste van mijn voorspellingen, uitgekomen.

Droomparken en gemeente hebben inmiddels (noodgedwongen) het oorspronkelijke plan aangepast en daarmee bevestigd, dat het oorspronkelijke plan (zoals voorspeld) niet meer dan een dood paard was.

Verdere aanpassingen zijn noodzakelijk wil het gewijzigde plan uiteindelijk ook geen dood paard blijken te zijn.

Omdat de gemeentelijke onderhandelaars inmiddels hun onbekwaamheid ruimschoots hebben bewezen, is de tijd aangebroken voor een nieuwe, die het belang van Enkhuizen als uitgangspunt neemt en zich niet alleen bekommert om zijn  eigen status of die van de raadsleden, die hem in het zadel houden.

Enfin, als Andries Bruil zijn diensten (via de krant) aan de provincie aanbiedt, dan kan ik natuurlijk proberen het zelfde te doen. Als de krant daar aan wil meewerken ten minste.

19-11-23

Nieuwe zondebok?

Na twee mislukte pogingen tot openbare aanbesteding wordt duidelijk dat de bedrijven (ontwikkelaars) een voorkeur hebben voor een één op één aanbesteding. Opvallend, dat die voorkeur niet in eerdere marktverkenningen werd ontdekt.

Dat had ons een hoop geld bespaard. Zeker 2 ton voor de competitieve dialoog, terwijl de Europese aanbesteding ook het nodige zal hebben gekost. Opvallend dat een dergelijke aanbesteding eerst als absoluut noodzakelijk werd voorgesteld en vervolgens volstrekt overbodig bleek te zijn.

Iets wat ik al geruime tijd had beweerd, maar door de raad nooit werd opgemerkt.

Enfin, na twee mislukkingen (die hadden kunnen worden vermeden) eindelijk tijd voor een serieuze aanpak, de onderhandse gunning.  Het door het college genomen besluit  werd besproken op 2 februari 2016.  Het verslag van die raadsvergadering kunt U hier lezen.

Het eerste wat je je als raadslid zou moeten afvragen is, waarom kiest het college (bij een onderhandse gunning) een partij uit, waarvan je je kunt afvragen, of ze ooit in staat zal zijn om de werkzaamheden uit te voeren, die je uitgevoerd wil zien.

Waarom ga je, als gemeente, niet gewoon in zee met een gerenommeerd bedrijf, zoals buurgemeente Stedebroec dat heeft gedaan, maar vertrouw de toekomstige ontwikkeling van het recreatieoord toe aan een gelegenheidscombinatie, die haar sporen nog niet heeft verdiend?

Hoewel deze vraag niet wordt gesteld, laten VVD, D66, PvdA, Lijst Quasten en HEA toch weten weinig vertrouwen te hebben in het plan van het college. Alleen de toenmalige coalitie, onder leiding van de SP, ziet geen bezwaar.

Nu, bijna 4 jaar later, is iedereen enthousiast over het bereikte resultaat, dus wat is er in de tussentijd veranderd?

Het enige wat veranderd is, is dat het vorige college werd vervangen door een college dat meer naar de smaak is van de voormalige tegenstemmers. En dan verstomt de kritiek op het college en haar plan vanzelf.

Dus wat heeft het nieuwe college bereikt?

Wethouder Struijlaart heeft ruim drie jaar gewerkt aan een plan, dat inmiddels in de prullenbak is beland. En vervangen zal worden door een plan, waarop college en raad  geen greep meer hebben en zal worden ingevuld in overleg tussen direct betrokkenen.

Verder is het plan, waar hij 3 jaar over onderhandelde, door zijn contractpartner met ruime winst doorverkocht aan een derde, hoewel hij contractueel had laten vastleggen, dat dit zonder zijn instemming niet zou mogen gebeuren.

Onder normale democratische verhoudingen zouden dit soort van tekortkomingen niet zijn verzwegen, maar dank zij het raadsbrede akkoord, is het niet langer gewenst om je over de “eigen” wethouder kritisch uit te laten en zijn de lofprijzingen niet van de lucht.

Totdat het “nieuwe” plan op tegenstand stuit, bijvoorbeeld vanuit de provincie, dan zal er een nieuwe zondebok moeten worden gevonden. Die ongetwijfeld niet tot college of de raad zal behoren.

De verlosser?

Wat me ook is opgevallen is, dat de raad Droomparken heeft binnengehaald als of het de verlosser zelf was. Wethouder Struijlaart sprak zelfs over de wens om een blijvende en goede verhouding met elkaar op te bouwen, waarbij je elkaar het vel niet over de neus zou dienen te trekken.

Dat laatste zei hij er weliswaar niet bij, maar vloeit toch een beetje voort uit het feit, dat de gemeente als de dood is, dat de financiële details van haar deal met Orez BV naar buiten komen.

Hoe die eigendomsverhouding Orez/Droomparken  precies in elkaar zit is me nog niet helemaal duidelijk. Volgens de uittreksels van de Kvk is een holding eigenaar van Orez BV. En is die holding  verkocht aan weer een andere BV, Reynaerde Leisure.

Wie daar de eigenaar van is vermeldt het uittreksel niet, maar het kan bijna niet anders of het moet Droomparken zijn. Het bestuur over Reynaerde Leisure is overigens niet in handen van Droomparken, maar van Lapsa Beheer BV.

Je kunt je dus afvragen waarom je twee BV’s nodig hebt (Orez BV en Holding Rez BV) om het recreatieoord te ontwikkelen, maar het antwoord daarop ligt besloten in wat onze gemeentelijke bollebozen met Orez BV zijn overeengekomen.

In artikel 21 van die overeenkomst staat bepaald wat er in geval van overdracht van rechten (voortvloeiende uit de overeenkomst) dient te gebeuren. Er zou aan de gemeente om goedkeuring moeten worden gevraagd. De overdracht van rechten zou pas nadat er een schriftelijke goedkeuring van de gemeente was verkregen, kunnen plaatsvinden.

De gemeente dacht dat ze zichzelf  (met die bepaling) had beschermd, maar Tuin en consorten  bleken net iets slimmer te zijn. Ze verkochten niet de eigenaar van de rechten, (Orez BV) maar de eigenaar van de eigenaar van de rechten. (Holding REZ BV).

En voor een dergelijke verkoop was geen goedkeuring van de gemeente nodig.

Het oprichten van twee BV’s had dus een vooropgezet doel. In staat te zijn de rechten (die voortvloeiden uit een overeenkomst) te verkopen, in weerwil van hetgeen daarover in de overeenkomst was bepaald.

Heel slim allemaal natuurlijk, maar om nu te zeggen: “precies het soort van bedrijf waar ik als gemeente een langdurige en innige relatie mee wil opbouwen”?

Enfin, alle betrokkenen zullen hun aandeel in de gang van zaken ontkennen. Inclusief de raad en het college die hun best zullen blijven doen om te doen voorkomen, dat alles geheel volgens plan is verlopen.

Tuin c.s hebben de gemeente een oor weten aan te naaien en Droomparken is lachende derde geworden. Verder niks meer aan te doen, want alles is in kannen en kruiken, tenzij de provincie (of de IJsselmeervereniging) nog roet in het eten gooit. Bijvoorbeeld door te eisen, dat er minder vakantiewoningen zullen worden gebouwd dan de gemeente alvast met de ontwikkelaar heeft afgesproken.

Dan zal er weer met Droomparken onderhandeld moeten worden over hun verlies van inkomsten. Of de raad dan nog steeds denkt, dat ze met de verlosser van doen heeft zien we dan wel weer.

Metafoor

De prijs voor de mooiste metafoor voor wat betreft de politieke bemoeienissen met het recreatieoord mag van mij naar onze lokale verslaggever Paul Gutter gaan.

luchtkasteel“Luchtkastelen bouwen op drijfzand”.

Over 10 dagen zal de raad doen wat het college van haar vraagt en keurt zij het drastisch gewijzigde bestemmingsplan goed.

Waarna de provincie concludeert, dat geen acht is geslagen op de door haar meermalen  geuite bezwaren over het bouwvolume. Ik citeer de provincie.

Of de maximaal 200 vakantiewoningen wel hoogwaardig inpasbaar zijn wanneer zij niet ieder aan vaarwater liggen laat zich thans niet beoordelen. Ontwerpend onderzoek moet dat uitwijzen. Daar had de ARO ook om verzocht. Op dit moment kan ik als PARK slechts de door de ARO gemaakte opmerking dat ‘maximaal 200 vakantiewoningen voor deze lokatie mogelijk een te zwaar programma is’ onderschrijven.

“Mogelijk” is een ambtelijk synoniem voor definitief.

Dus het is vrijwel zeker, dat de provincie het door de raad goedgekeurde plan prompt terugstuurt, met de aanwijzing het bouwvolume te verminderen.

Zodat er voor de gemeente weinig anders opzit, dan zich opnieuw bij Droomparken te melden met de mededeling, dat de overeenkomst die ze kort daarvoor was aangegaan met Orez niet kan worden uitgevoerd. Gelet op het verdienmodel van Droomparken zal die het verlies aan inkomsten door de gemeente gecompenseerd willen zien.