De weg kwijt.

De SP Noord-Holland heeft een website waarop provinciaal nieuws wordt vermeld. Dat nieuws is geordend in diverse dossiers. Ik heb de dossiers “recreatiegebieden en natuur” en “ruimtelijke plannen van gemeenten” even doorgenomen.

Hoewel de Enkhuizer SP van alles en nog wat over het REZ beweert lijkt niets daarvan te zijn doorgedrongen tot de provinciale SP.  In weerwil van het feit, dat de partner van SP fractievoorzitter (in Enkhuizen) Keesman, het statenlid Hoogenvorst is.

Geen woord over het Enkhuizerzand in beide provinciale dossiers, terwijl het toch voor de hand zou liggen, dat (rond de keukentafel) het duo Keesman/Hoogervorst elkaar op de hoogte zouden houden van een en ander.

Ook al omdat Hoogervorst (in partijbijeenkomsten) de zijde van Keesman had gekozen en daarbij had toegezegd, het provinciale wangedrag tot op de bodem te zullen uitzoeken.

Helaas, niets daarover op de provinciale SP website. Wel een oproep aan de provincie om niet te zwichten voor een projectontwikkelaar, die in Schagen 40 huizen wil bouwen op 3 ha. Ter vergelijking, in Enkhuizen willen ze er 200 bouwen op 8 ha en dat noemen ze dan nog steeds verblijfsrecreatie.

De gemeente Schagen stapt naar de rechter als de provincie niet toegeeft, in Enkhuizen doet men (nu wel met steun van de SP) hetzelfde. Om de provincie er van te overtuigen dat er, na de bouw van 200 woningen, nog steeds sprake is van een recreatiegebied voor de Enkhuizers.

Kortom, mij bekruipt het gevoel, dat de Enkhuizer SP volledig de weg kwijt is.

Stolk, die het raadsbrede akkoord een onding vindt, maar er wel gewoon aan meewerkt. Hoogervorst die de staten oproept niet te zwichten voor een projectontwikkelaar, maar tegelijkertijd vals spel roept, als de provincie niet zwicht in de kwestie waar zijn partner  bij betrokken is.

En dan is daar Keesman, de lokale SP hotemetoot, grote voorstander van de onderhandse gunning aan Peter Tuin CS, die geen enkele kritische vraag stelde over de relatie tussen P. tuin CS en Droomparken, maar wel allerlei complotten zag tussen provincie en ZZM.

Die het verstandig vindt, dat je de ruimtelijke indeling van een gebied, (tegen het advies van de provincie) eerst overeenkomt met een projectontwikkelaar, voordat je het in een bestemmingsplan vastlegt

Die informatie, die openbaar is (de verkoopprijs van onroerend goed) op verzoek van het college als vertrouwelijk blijft behandelen.

Zaken waarvan de SP in het verleden altijd zei, dat ze er niet aan zou meewerken, maar waar ze (nadat ze even aan de macht heeft mogen ruiken) zonder aarzelen toch gewoon wél aan meewerkt.

 

 

Eind goed, al goed?

Waarom de raad geen genoegen neemt met de bouw van zeg 100 huizen op het REZ, maar liever procedeert tegen de provincie om er 200 te mogen bouwen is me een raadsel en wordt nergens uitgelegd door de raad.

Enerzijds begrijpelijk. Als het college zegt spring, vraagt de raad alleen maar “hoe hoog” en verdiept zich verder niet in de reden voor die opdracht. Én als het college zegt “geef ons een opdracht om te procederen” dan voldoet de raad braaf aan dat verzoek. Zonder zich verder ook maar iets af te vragen.

Beseft de raad eigenlijk wel hoeveel 200 woningen zijn?

De Begoniastraat telt, meen ik,  65 huizen en dat zal voor de Violenstraat en de Goudbloemstraat niet veel anders zijn.

Dus waar de raad over wil gaan procederen (althans, daar heeft ze het college net opdracht voor gegeven) is, dat er buitendijks iets moet komen dat qua oppervlak vergelijkbaar is met die drie straten in de Bloemenbuurt. Dat zijn erg veel huizen.

Het enige wat de provincie wil is minder huizen. Hoeveel minder? Ga als gemeente daar over praten in plaats van te procederen.

Maar SP coryfee Wim Stolk denkt daar (blijkens zijn opmerkingen in het NHD) heel anders over. Zijn “gevoel” zegt hem, dat de provincie iets met auto’s wil t.b.v. het ZZM.

En om dat te beletten is hij bereid het college op te dragen een procedure tegen de provincie aan te spannen, om de bouw van 200 woningen veilig te stellen. Met als gevolg dat ter plekke ook 300 parkeerplekken moeten worden gerealiseerd, maar dat laat hij uiteraard onvermeld.

Mijn “gevoel” zegt me, dat college en raad van kwaad tot erger gaan in hun wanhopige poging gezichtsverlies te voorkomen.

Het college heeft (geheel naar eigen inzicht) een concessie voor de bouw van 200 vakantiehuizen verkocht. Waarvan de geschatte waarde 20 miljoen is.

Mijn “gevoel” zegt verder, dat de verkoopprijs van die concessie zo ontzettend  laag is, dat de gemeente haar niet openbaar durft te maken.

De keerzijde daarvan is, dat er zoveel geld aan de concessie kan worden verdiend, dat de eigenaar zich wel drie keer zal bedenken voordat hij het project afblaast.

Met als gevolg, dat uiteindelijk alles op zijn pootjes terecht zal komen.

Tenminste, als we tijdig een competente onderhandelaar kunnen vinden, om de komende onderhandelingen met Droomparken tot een goed einde te brengen.

Achter de rug om.

Hoewel het formeel de taak van de raad is om er op toe te zien, dat het college haar werk naar behoren vervult, krijg je in Enkhuizen een schrobbering van de burgemeester als je er blijk van geeft die taak serieus te nemen.

Althans dat lot viel raadslid Van Galen (CDA) gisteren ten deel. Dat de onderhandeling met de provincie door het college dienen te worden gevoerd betwist niemand.

De constatering van de burgemeester, dat Van Galen zich (achter de rug om van het college) wel met de onderhandeling had bemoeit (door te spreken met provinciale medewerkers) is absurd en onjuist.

Volgens mij heeft van Galen helemaal niet met de provincie onderhandeld. Hij heeft (als enige raadslid) zich er van vergewist of de beweringen van het college overeenkwamen met beweringen van de provincie.

Ik heb hetzelfde gedaan met betrekking tot de raadsbrief van 19 november en gevraagd of deze brief een juiste weergave was van de ontmoeting, die had plaatsgevonden tussen gedeputeerde Loggen en de afvaardiging van B&W van Enkhuizen.

Het uiterst diplomatieke antwoord van de woordvoerder van de gedeputeerde was. “We herkennen ons niet in de weergave van het verslag.”

Niet ongebruikelijk. “Wie schrijft, blijft”, luidt het gezegde. Degene die het verslag maakt, zorgt er voor dat zijn eigen rol onberispelijk is. Het is naïef te veronderstellen, dat B&W van Enkhuizen daar een uitzondering op is.

Kortom raadslid Van Galen heeft gedaan wat hij behoorde te doen en wat alle die andere raadsleden hadden moeten doen. Niet gewoontegetrouw er van uitgaan, dat beweringen van het college juist zijn, maar nagaan of daar werkelijk sprake van was.

De oorlogsstemming jegens de provincie, die men zich binnenskamers laat aanpraten is alleen maar contraproductief. De provincie laat zich echt niet van de wijs brengen door dreigementen met juridische procedures.

Er zijn door college en raad enorme beoordelingsfouten gemaakt. De aandacht daarvan afleiden door de oorlog aan de provincie te verklaren werkt misschien voor even, maar de waarheid zal uiteindelijk toch zegevieren.

Trekpoppen

Tijdens de laatste raadsvergadering van het jaar kwam het REZ weer even ter sprake. Door middel van een motie vreemd aan de orde van de dag.

De motie kunt u hier lezen. Ze draagt het college op het volgende te doen.

  1.  om met het oog op noodzakelijke goede bestuurlijke verhoudingen, alles in het werk te stellen om langs de weg van intensief diplomatiek overleg met gedeputeerde staten tot een oplossing te komen;
  2. om daarnaast voorbereidingen te treffen voor het inzetten van alle juridische instrumenten, waaronder bezwaar, beroep, en voorlopige voorziening, binnen de termijnen die de wet hieraan stelt en gaat over tot de orde van de dag.

Deze opdracht is door alle fracties (met uitzondering van het CDA) ondertekend.

Als reden voor de motie noemt de raad een aantal gebeurtenissen waarbij ze niet zelf aanwezig is geweest. Een daarvan is de bijeenkomst van 19 november waarin onze burgemeester meent op onjuiste wijze te zijn bejegend door de gedeputeerde van de provincie.

Over die bijeenkomst is een raadsbrief geschreven die u hier kunt lezen. In die brief  beweert B&W iets opmerkelijks. Namelijk, dat de gemeente was uitgenodigd door de gedeputeerde voor een bespreking, maar dat die geweigerd had om de delegatie uit Enkhuizen (onder leiding van burgemeester Eddy van Zuijlen) te woord te staan.

In de wandelgangen wordt beweerd, dat onze burgemeester zich in zijn waardigheid voelde aangetast. Wat geloofwaardig klinkt en voeding geeft aan de gedachte dat deze motie een overhaaste poging tot eerherstel van de burgemeester is.

Vanwege die opmerkelijke bewering van het college heb ik aan wederhoor gedaan en de gedeputeerde gevraagd of de raadsbrief een correcte weergaven bevatte van de gang van zaken. Die liet via zijn woordvoerder weten, zich niet te herkennen in hetgeen door B&W op schrift was gesteld’.

Er zijn dus twee versies van de werkelijkheid. De raad is er zo van overtuigd dat haar versie (binnenskamers ingefluisterd door het college) de juiste is, dat ze het college heeft opgedragen om haar gelijk (en dat van het college) desnoods voor de rechter uit te vechten.

Na zich 4 jaar lang niet met de uitvoering te hebben bemoeid, ziet de raad plotseling wel reden om zich er mee te bemoeien. En geeft ze (op basis van gekunstelde argumenten en kennis waar ze niet zelf over beschikt) opdracht om te gaan procederen.

Over de gekunstelde argumenten een andere keer, maar in plaats van de bewering van het college op juistheid te beoordelen neemt de raad ze klakkeloos over en toont zo voor de zoveelste keer aan wat haar taakopvatting is. Met uitzondering van het CDA lijkt de Enkhuizer raad te willen fungeren als trekpop voor het college.

Want als het college ook maar een seconde had gedacht, dat deze motie een bruikbare weg voorwaarts zou zijn, dan had ze de raad een voorstel gedaan.

Nu verstrekt de raad een opdracht. Het verschil is, dat als deze opdracht nergens toe zal leiden, hetgeen in de lijn der verwachting ligt, het college niets valt te verwijten. Men voert immers een opdracht van de raad uit.

Deze motie zal, zoals Van Galen terecht opmerkte, de verhouding met de provincie alleen maar doen verslechteren en de in het vooruitzicht gestelde procedures zullen alleen maar verdere vertraging opleveren en kosten met zich meebrengen.

 

Adequaat?

Het bericht in de krant van zaterdag (23-11-2019) bevatte niet alleen het aanbod van de directeur Bruil van Droomparken om te bemiddelen tussen provincie en gemeente.

Het bevatte ook reacties van raadsleden op het voornemen van de provincie om een reactieve aanwijzing te geven. Voor het gemak van mijn lezers reproduceer ik het bericht (dat in de krant van zaterdag stond) onder mijn column.

Keesman (SP) laat weten dat het eerst duidelijk moet worden wat de provincie wil. Wel, dat staat vrij nauwkeurig omschreven in de zienswijze zelf en het advies van van de PARK. (Provinciaal Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit). Het zelfde geldt eigenlijk voor Van Marle (D66) , die nu jammert dat die 200 woningen niet zo onaanvaardbaar waren als er nu door de provincie wordt voorgesteld.

Waar heeft hij het over? Ik citeer maar even letterlijk het PARK Rapport van 8 mei 2019.

Uit de door Van Uum onderzochte alternatieven blijkt dat op deze kwetsbare locatie 200 vakantiewoningen aan het water niet op een kwalitatief hoogwaardige wijze inpasbaar zijn.
Of de maximaal 200 vakantiewoningen wel hoogwaardig inpasbaar zijn, wanneer zij niet ieder aan vaarwater liggen laat zich thans niet beoordelen.

Ontwerpend onderzoek moet dat uitwijzen. Daar had de ARO ook om verzocht.

Op dit moment kan ik als PARK slechts de door de ARO gemaakte opmerking dat ‘maximaal 200 vakantiewoningen voor deze locatie mogelijk een te zwaar programma is’ onderschrijven.

Heeft de gemeente het gewijzigde ontwerp (dat niet veel meer was dan een voorlopig krabbeltje en dat als gevolg van participatie door Jan en Alleman in theorie nog alle kanten op kan) ter beoordeling voorgelegd aan de Aro? (Adviescommissie Ruimtelijke Ordening)

Volgens mij niet, dus waarom vindt Van Marle het dan gek, dat de ARO een voorbehoud maakt ten aanzien van dat onderdeel van het bestemmingsplan?

Freek Jans (Hea) beklaagt zich over het feit dat de bevolking eerder is ingelicht dan hijzelf, maar laat onvermeld, welke onherstelbare schade daarmee volgens hem is aangericht. Van Reijswoud (VVD) zet er ook zijn vraagtekens bij, om vervolgens te constateren,  dat het enige wat de provincie bereikt heeft een hoop onrust is.

Dat is een wel heel kortzichtige samenvatting van wat het provinciebestuur met haar reactieve aanwijzing hoopt te bereiken.

Ik neem aan, dat de provincie met haar aanwijzing hoopt te bereiken, dat de raad haar taken eindelijk serieus gaat nemen en dus niet alleen maar gedachteloos aan de hand van het college blijft voortmodderen.

En niet alleen het door het college gemaakte uittreksel van een zienswijze lezen, maar ook de zienswijze zelf en dan pas beoordelen of de door het college gegeven reactie op een zienswijze een adequate reactie was.

Dat was, op de door mij ingediende zienswijze, zeker niet het geval. Hieronder het krantenbericht waar deze column over gaat.

19-11-23

Faliekant verkeerd.

In de nota “beantwoording zienswijzen” (hier te vinden) staat onder algemene inleiding het volgende.

Keuze voor Vestingmodel
De aanbesteding heeft geleid tot twee mogelijke modellen (de ‘Vesting’ en ‘Havens’) dat in 2017 is gepresenteerd.

Daarbij is door de raad en de inwoners gekozen voor het vestingmodel.

De laatste zin is een pertinente onjuistheid. Raad en bevolking zijn geïnformeerd over het bestaan van beide modellen, de keuze werd gemaakt door een (door het college benoemde) beoordelingscommissie.

Of die beoordelingscommissie overigens ooit is benoemd of dat het college het besluit gewoon zelf heeft genomen is nog maar de vraag.

Er zijn kennelijk geen aanstellingsbrieven verstuurd en het bewijs voor het bestaan van de commissie bestaat uit een advies met daaronder vijf onleesbare handtekeningen.

Irrelevant? Wel, het bevestigt, dat na het “go” besluit in 2014 door de raad, alle daar op volgende besluiten door het college zijn genomen. Beide (mislukte) pogingen tot een openbare aanbesteding, maar ook de daarop volgende onderhandse gunning volgens scenario 1.

In de discussie over de scenario’s veronderstelt Van Marle (D66), dat de stemming die er op volgt bepalend is voor de keuze van het college. Hij wordt door burgemeester Baas terecht gewezen. Het besluit was reeds door het college genomen. De raad mag slechts wensen en bedenkingen naar voren brengen, waar het college dan kennis van neemt.

De notulen vatten het als volgt samen.

De voorzitter legt naar aanleiding van de stemverklaring van de heer Van Marle uit dat de raad niet besluit tot een bepaald scenario. De raad wordt gevraagd kennis te nemen van de scenario’s en daar eventueel zijn wensen en bedenkingen bij te uiten. De uitvoering is een verantwoordelijkheid van het college en het heeft de raad gevraagd daar zijn wensen en bedenkingen bij te uiten. Het college neemt daar kennis van en kan daar desgewenst zijn nadere standpunt op bepalen.

De voorzitter brengt het voorstel in stemming en constateert dat dit met negen stemmen voor en acht tegen is aangenomen.

De notulen van de raadsvergadering van 2/2/2016 zijn hier te vinden.

De raad is akkoord gegaan met een aanbestedingsprocedure en vervolgens is ze alleen maar achteraf geïnformeerd en heeft ze geen besluit genomen. Tot het moment dat er een bestemmingsplan moest worden goedgekeurd.

De consequentie van dit alles is, dat ondanks de verwoede pogingen van het college (en de SP) om raad en inwoners mede verantwoordelijk te maken voor de keuzes die er zijn gemaakt, het toch het college is, dat verantwoordelijk is voor elk genomen besluit.

En dat zij zichzelf gelukkig mag prijzen, dat de raad daar uiterst lankmoedig mee om gaat, omdat nogal wat besluiten faliekant verkeerd zijn uitgevallen.

Verdienmodel.

Gisteren, geheel tegen mijn gewoonte in, de vergadering van de commissie grondgebied  in levende lijve bijgewoond. De achterzaal van de Werf was lekker gevuld, nu nog een knappe geluidinstallatie.

Vijf indieners van zienswijzen waarvan vier de indruk wekten min of meer tevreden te zijn met het gewijzigde bestemmingsplan.  Alleen het ZZM liet in het midden of men nog zaken zeker gesteld wilde zien.

Vervolgens mochten de raads/commissieleden hun vraagjes stellen. Keesman trapte af met een uitgebreide reconstructie en de rol van de provincie. Grappige gewoonte. De raad kijkt wel altijd kritisch naar anderen, maar zelden of nooit kritisch naar haar eigen gedrag. Dat doe ik dan weer wel, maar daar kunnen ze niet goed tegen is mijn indruk.

Neem nou bijvoorbeeld het begrip burgerparticipatie. Zoals gebruikelijk zijn ze er stuk voor stuk voorstander van, alleen doen ze er niks aan om het mogelijk te maken. Om als burger te kunnen participeren, moet je hem/haar eerst informeren en noem me één partij die haar informatieplicht op dat punt serieus neemt.

Ik kan me (op de VVD na) geen partij herinneren die over het REZ een bijeenkomst voor haar kiezers heeft uitgeschreven. En die VVD bijeenkomst kwam er ook alleen maar, omdat de toenmalige raadslieden niet wisten wat ze (drie dagen later) moesten besluiten en het daarom een goed idee leek om het aan de leden te vragen.

Enfin, elke fractie deed zijn democratische plicht door plichtmatig een vraagje te stellen die routinematig door wethouder Struijlaart werden beantwoord. In de tweede termijn deed ook Van Reijswoud een duit in het zakje. Waarna iedereen reikhalzend uitkeek naar het moment dat men plaats kon nemen aan de bar en de zaken kon bediscussiëren die de hele avond onbesproken waren gebleven.

Zoals het verdienmodel van Orez BV bijvoorbeeld.