Samenwerken

Dus de lokale partijen gaan samenwerken, hetgeen tot uitdrukking zal worden gebracht door in de toekomst vaker gezamenlijke moties te gaan indienen.

Om samen één partij te vormen is het nog te vroeg. Hetzelfde geldt ook voor het samen formuleren van één bepaalde doelstelling.

Ook geen plan voor het gezamenlijk uitgeven van een blog, (waarin de ingenomen standpunten worden verduidelijkt en met behulp waarvan je een discussie op gang zou kunnen brengen) wordt nog niet overwogen.

Het blijft dus een beetje steken op het samen indienen van moties. Volgens mij probeert iedere partij, die overweegt een motie in te dienen, daar vooraf zo veel mogelijk steun voor te krijgen door andere partijen te laten mee ondertekenen.

Het gezamenlijk indienen van moties zie ik dan ook niet als een krachtig signaal, dat de betrokken partijen vanaf nu echt gaan samenwerken. Daarvoor is het toch echt nodig, dat de partijen een gezamenlijke doelstelling formuleren.

En daar ontbreekt het volgens mij nog steeds aan.

Verstikkende eensgezindheid.

Even leefde ik in de veronderstelling dat het gezonde verstand had gezegevierd, maar uit de uitspraak in het Kort Geding bij de Raad van State maak ik op, dat de gemeente wel degelijk (samen met Orez) in beroep is gegaan tegen het besluit van de provincie.

Wat de gemeente daar mee denkt te bereiken, anders dan dat men niet voor Orez wil onderdoen, is me een raadsel.

Ik herinner me een vraag van de SP of de provincie bevoegd was tot het nemen van zo’n besluit. Beetje overbodige vraag, want dat de provincie over die bevoegdheid beschikt valt op internet na te lezen.

Zodat er maar één vraag overblijft. Kan de grondslag waarop het besluit is genomen, op enigerlei wijze worden betwist?

Orez meent, dat het recreatiepark onderdeel is van stedelijk gebied en dat het (om die reden) moet voldoen aan de ruimtelijk eisen voor zo’n gebied.

De provincie meent, dat het recreatiepark onderdeel is van landelijk gebied en dat dus de, voor zo’n gebied geldende ruimtelijke eisen van toepassing zijn.

De staatsraad neemt over dat verschil van opvattingen geen besluit, want daarvoor is de bodemprocedure bedoeld, maar laat wel doorschemeren dat hem de opvattingen van de provincie aannemelijker voorkomen.

Kortom, het door de gemeente ingestelde beroep tegen het besluit van de provincie is een doodlopende weg. De gemeente doet er verstandig aan de bodemprocedure niet voort te zetten om de verwarring (die zich meester lijkt te hebben gemaakt van onze bestuurders) niet nog groter te maken.

—————————————————————–

In de toelichting op het vonnis laat het college weten, dat de voorzieningenrechter tot de conclusie is gekomen, dat de raad aan de wensen van GS kan voldoen.

Natuurlijk kan de raad dat.

De enige reden waarom ze dat tot dusver steeds heeft nagelaten is, dat men zich nooit in de opvattingen van GS heeft verdiept. Laat staan dat men er over heeft nagedacht.

Maar dat men, in plaats daarvan, zich gemakshalve steeds weer vereenzelvigde met de opvattingen van het college. Met als resultaat, de situatie waarin we ons nu bevinden.

Alleen de CDA fractie heeft (op het laatste moment) de moed gehad om die verstikkende eensgezindheid te doorbreken.

 

Uitkramen.

Mijn vorige bericht ging over van 8 van de 9 fractievoorzitters. Wie er ontbrak was fractievoorzitter Keesman van de SP. In een ander krantenbericht beantwoordt ze de vraag die in de kop van dat bericht staat. “Wie spreekt de wethouders namens de raad aan.”

Ik vind het een vreemde vraag, omdat hij de veronderstelling in zich draagt, dat als gevolg van het raadsbrede akkoord, het niet langer duidelijk is wie de wethouder (namens de raad) zou mogen aanspreken.

Het lijkt me, dat wie namens de raad wil spreken even informeert bij zijn collega’s of hij dat ook namens hen mag doen.

Probleem opgelost.

Maar de meeste fractievoorzitters doen nu eenmaal niet graag afstand van hun recht tot spreken. Al was het maar om te kunnen zeggen, dat ze het volledig eens zijn met wat de voorgaande sprekers hebben gezegd.

Keesman vervolgt met “Als het onze eigen wethouder was, had ik hem al lang aan de oren getrokken”. Nu had ik begrepen, dat het raadsbrede akkoord er toe diende om een eind te maken aan het verschil tussen de “eigen” en “vreemde” wethouders.

Dat blijkt dus niet zo te zijn. Er is dus nog steeds sprake van “vreemde” wethouders, die je niet zomaar aan de oren kunt trekken.

Overigens valt dat aan de oren trekken in de praktijk nogal mee. Zo herinner ik me dat wethouder Olierook (SP) de raad om een extra krediet vroeg, om daarmee de aanleg van zwaarder elektra-netwerk in de Drommedaris te kunnen betalen. De aanvraag bedroeg € 100.000,-.

Bij bestudering van de offerte bleek, dat de helft van de becijferde kosten (€ 50.000,-) niet van toepassing waren, omdat de aanleg niet ná oplevering had plaatsgevonden, maar er voor. Waardoor de helft van de geraamde kosten waren komen te vervallen.

Van de resterende helft (€ 50.000,-) bleek ook weer de helft bedoeld voor de kosten van  de inrichting van het gebouw. Terwijl er een overeenkomst bestond tussen de gemeente en het stichtingsbestuur, dat de laatste de kosten van inrichting voor zijn rekening zou nemen.

De bereidheid van de gemeente om die kosten te dragen kwam neer op de toekenning van een extra subsidie voor de stichting, zonder dat er een verzoek daartoe aan de raad (ter beoordeling) was voorgelegd.

Een krediet vragen van € 100.000,- om een kostenpost van € 25.000,- te kunnen betalen riekt niet alleen naar misleiding, maar is een doelbewuste poging daartoe. Er staat me niets van bij dat Keesman destijds (wegens misleiding) haar “eigen” wethouder aan de oren heeft getrokken.

Hoewel een poging tot misleiden van de raad mij nieuws lijkt, heeft het nooit de kolommen van het NHD gehaald. Zoals het me ook opvalt, dat de krant ook nooit een realiteitscheck toepast op wat onze lokale politici beweren, maar gedienstig alles noteert en publiceert wat er wordt uitgekraamd.

Dienaren van de overheid, die de tenen doen krommen.

raad2018

Verslaggevers van het NHD, Tanja Koopen en Cees Beemster hebben het Presidium (in dit geval de fractievoorzitters minus die van de SP) gevraagd in hoeverre de nieuwe werkwijze (het raadsbrede akkoord) van invloed is geweest op de langlopende dossiers. Het SMC in de Vijzelstraat, de brede school en het herinrichten van het recreatieoord.

In de bovenstaande intro valt te lezen dat men uiterst voldaan is over het eigen aandeel in de hedendaagse gang van zaken.

Zo meent de HEA, dat eensgezindheid binnen de raad gelijk staat aan een breder draagvlak onder de bevolking, wat natuurlijk niet waar is. De verdeeldheid onder bevolking verdwijnt niet, als de gekozenen het in alles met elkaar eens zijn.

Die eensgezindheid onder de gekozenen is slechts een illustratie van de kloof die er tussen bevolking en gekozenen is ontstaan.

CU-SGP laat zich lovend uit over de onderlinge verhoudingen. Enkhuizen Vooruit heeft het over goede voorstellen. D66 roemt de constructieve sfeer die er heerst en noemt zowaar een bereikt resultaat. De Drommedaris is opgeknapt, maar gaat niet in op de achterbakse wijze waarmee de daarmee gepaard gaande kosten werden verzwegen.

De PvdA stelt op gedragen toon vast, dat nu oppositie ontbreekt “iedereen” Enkhuizen dient en bewijst daarmee dat het Chinese gedachtegoed Enkhuizen heeft bereikt.

Een wat kritischer houding is er van het CDA, terwijl de VVD meent dat de raad de hand in eigen boezem moet steken. Nieuw Enkhuizen meent dat de kwaliteit van het college buiten kijf staat.

Kortom, de algemene conclusie van de raad is deze, dat er dingen verkeerd gaan ligt niet aan ons en ook niet aan degenen waar we toezicht op houden, het college. Dus moet het wel liggen aan degenen die het eigenlijke werk doen. De ambtenaren.

Domheid en arrogantie samengebracht in één conclusie.

Bij het REZ, het enige onderwerp waar ik het nog over wil hebben, hebben de raad en het college er samen mee ingestemd, dat alle voor het vakantiepark en camping benodigde grond, van de hand werd gedaan voor € 335.000,-. Ofwel € 2,23 m2.

Wat minder dan de helft is van de prijs waartegen grasland zonder bouwvergunning van de hand wordt gedaan. Ik heb daar geen raadslid een vraag over horen stellen.

Droomparken gaat er van uit, dat de gemeente haar verplichtingen (tot levering van 200 kavels voor vakantiewoningen) zal nakomen. Maar gebeurt dat niet, dan dient er toch een herbezinning te komen voor wat betreft de verplichtingen van Droomparken, die er uit bestaan, dat er een strand wordt aangelegd.

Om die verplichting te kunnen nakomen, heeft de gemeente zich inmiddels tot de Raad van State gewend om de uitspraak van de Provincie ongedaan gemaakt te krijgen. Of dat zal lukken valt te betwijfelen. Aangezien de gemeente de adviezen van de provincie niet wilde opvolgen en het recht van de provincie (onder die omstandigheden in te grijpen) onbetwistbaar is.

Droomparken is inmiddels al wel eigenaar van de grond geworden tegen een prijs, waarmee ze zich geen buil kan vallen.

De wethouder heeft bijna 2 jaar lang gewerkt aan een plan, waarvan hij dacht dat het zo goed in elkaar zat, dat hij een overeenkomst ter realisatie met Orez tekende. Nog voordat dat hij de realisatie had veilig gesteld, door middel van een bestemmingplan.

Toen hij het bijbehorende bestemmingsplan indiende, waren de reacties zodanig, dat wijzigingen in het bestemmingplan onvermijdelijk waren.

Wijzigingen, die de uitvoering van het ooit met Orez overeengekomen plan onmogelijk maakten, zodat er goedkeuring moest worden verkregen van de nieuwe eigenaar van het plan, Droomparken. Goedkeuring die pas verkregen werd na nieuwe concessies aan de nieuwe eigenaar van het plan.

Geen enkele vraag over de verspilling van gemeenschapsgeld, vanwege het 2 jaar lang  werken aan een plan, dat de prullenbak in ging nadat het openbaar gemaakt was.

Geen enkele vraag over de marktconformiteit van de prijs waartegen de grond is verkocht.

De kop boven het artikel concludeert dat “VOOR DOORVRAGEN LEF NODIG IS” en dat is een eigenschap waar veel raadsleden niet over lijken te beschikken. Men ziet zichzelf namelijk in de eerste plaats als een “dienaar van de overheid”.

Van dienaren van de overheid is bekend, dat die alleen maar beoordeeld mogen worden op basis van waar ze zich mee bezig hebben gehouden en niet op basis van het resultaat dat ze met “het zich bezighouden” hebben bereikt.

En dat leidt tot een zelfgenoegzaamheid, die de tenen doet krommen.

 

De weg kwijt.

De SP Noord-Holland heeft een website waarop provinciaal nieuws wordt vermeld. Dat nieuws is geordend in diverse dossiers. Ik heb de dossiers “recreatiegebieden en natuur” en “ruimtelijke plannen van gemeenten” even doorgenomen.

Hoewel de Enkhuizer SP van alles en nog wat over het REZ beweert lijkt niets daarvan te zijn doorgedrongen tot de provinciale SP.  In weerwil van het feit, dat de partner van SP fractievoorzitter (in Enkhuizen) Keesman, het statenlid Hoogenvorst is.

Geen woord over het Enkhuizerzand in beide provinciale dossiers, terwijl het toch voor de hand zou liggen, dat (rond de keukentafel) het duo Keesman/Hoogervorst elkaar op de hoogte zouden houden van een en ander.

Ook al omdat Hoogervorst (in partijbijeenkomsten) de zijde van Keesman had gekozen en daarbij had toegezegd, het provinciale wangedrag tot op de bodem te zullen uitzoeken.

Helaas, niets daarover op de provinciale SP website. Wel een oproep aan de provincie om niet te zwichten voor een projectontwikkelaar, die in Schagen 40 huizen wil bouwen op 3 ha. Ter vergelijking, in Enkhuizen willen ze er 200 bouwen op 8 ha en dat noemen ze dan nog steeds verblijfsrecreatie.

De gemeente Schagen stapt naar de rechter als de provincie niet toegeeft, in Enkhuizen doet men (nu wel met steun van de SP) hetzelfde. Om de provincie er van te overtuigen dat er, na de bouw van 200 woningen, nog steeds sprake is van een recreatiegebied voor de Enkhuizers.

Kortom, mij bekruipt het gevoel, dat de Enkhuizer SP volledig de weg kwijt is.

Stolk, die het raadsbrede akkoord een onding vindt, maar er wel gewoon aan meewerkt. Hoogervorst die de staten oproept niet te zwichten voor een projectontwikkelaar, maar tegelijkertijd vals spel roept, als de provincie niet zwicht in de kwestie waar zijn partner  bij betrokken is.

En dan is daar Keesman, de lokale SP hotemetoot, grote voorstander van de onderhandse gunning aan Peter Tuin CS, die geen enkele kritische vraag stelde over de relatie tussen P. tuin CS en Droomparken, maar wel allerlei complotten zag tussen provincie en ZZM.

Die het verstandig vindt, dat je de ruimtelijke indeling van een gebied, (tegen het advies van de provincie) eerst overeenkomt met een projectontwikkelaar, voordat je het in een bestemmingsplan vastlegt

Die informatie, die openbaar is (de verkoopprijs van onroerend goed) op verzoek van het college als vertrouwelijk blijft behandelen.

Zaken waarvan de SP in het verleden altijd zei, dat ze er niet aan zou meewerken, maar waar ze (nadat ze even aan de macht heeft mogen ruiken) zonder aarzelen toch gewoon wél aan meewerkt.

 

 

Eind goed, al goed?

Waarom de raad geen genoegen neemt met de bouw van zeg 100 huizen op het REZ, maar liever procedeert tegen de provincie om er 200 te mogen bouwen is me een raadsel en wordt nergens uitgelegd door de raad.

Enerzijds begrijpelijk. Als het college zegt spring, vraagt de raad alleen maar “hoe hoog” en verdiept zich verder niet in de reden voor die opdracht. Én als het college zegt “geef ons een opdracht om te procederen” dan voldoet de raad braaf aan dat verzoek. Zonder zich verder ook maar iets af te vragen.

Beseft de raad eigenlijk wel hoeveel 200 woningen zijn?

De Begoniastraat telt, meen ik,  65 huizen en dat zal voor de Violenstraat en de Goudbloemstraat niet veel anders zijn.

Dus waar de raad over wil gaan procederen (althans, daar heeft ze het college net opdracht voor gegeven) is, dat er buitendijks iets moet komen dat qua oppervlak vergelijkbaar is met die drie straten in de Bloemenbuurt. Dat zijn erg veel huizen.

Het enige wat de provincie wil is minder huizen. Hoeveel minder? Ga als gemeente daar over praten in plaats van te procederen.

Maar SP coryfee Wim Stolk denkt daar (blijkens zijn opmerkingen in het NHD) heel anders over. Zijn “gevoel” zegt hem, dat de provincie iets met auto’s wil t.b.v. het ZZM.

En om dat te beletten is hij bereid het college op te dragen een procedure tegen de provincie aan te spannen, om de bouw van 200 woningen veilig te stellen. Met als gevolg dat ter plekke ook 300 parkeerplekken moeten worden gerealiseerd, maar dat laat hij uiteraard onvermeld.

Mijn “gevoel” zegt me, dat college en raad van kwaad tot erger gaan in hun wanhopige poging gezichtsverlies te voorkomen.

Het college heeft (geheel naar eigen inzicht) een concessie voor de bouw van 200 vakantiehuizen verkocht. Waarvan de geschatte waarde 20 miljoen is.

Mijn “gevoel” zegt verder, dat de verkoopprijs van die concessie zo ontzettend  laag is, dat de gemeente haar niet openbaar durft te maken.

De keerzijde daarvan is, dat er zoveel geld aan de concessie kan worden verdiend, dat de eigenaar zich wel drie keer zal bedenken voordat hij het project afblaast.

Met als gevolg, dat uiteindelijk alles op zijn pootjes terecht zal komen.

Tenminste, als we tijdig een competente onderhandelaar kunnen vinden, om de komende onderhandelingen met Droomparken tot een goed einde te brengen.

Achter de rug om.

Hoewel het formeel de taak van de raad is om er op toe te zien, dat het college haar werk naar behoren vervult, krijg je in Enkhuizen een schrobbering van de burgemeester als je er blijk van geeft die taak serieus te nemen.

Althans dat lot viel raadslid Van Galen (CDA) gisteren ten deel. Dat de onderhandeling met de provincie door het college dienen te worden gevoerd betwist niemand.

De constatering van de burgemeester, dat Van Galen zich (achter de rug om van het college) wel met de onderhandeling had bemoeit (door te spreken met provinciale medewerkers) is absurd en onjuist.

Volgens mij heeft van Galen helemaal niet met de provincie onderhandeld. Hij heeft (als enige raadslid) zich er van vergewist of de beweringen van het college overeenkwamen met beweringen van de provincie.

Ik heb hetzelfde gedaan met betrekking tot de raadsbrief van 19 november en gevraagd of deze brief een juiste weergave was van de ontmoeting, die had plaatsgevonden tussen gedeputeerde Loggen en de afvaardiging van B&W van Enkhuizen.

Het uiterst diplomatieke antwoord van de woordvoerder van de gedeputeerde was. “We herkennen ons niet in de weergave van het verslag.”

Niet ongebruikelijk. “Wie schrijft, blijft”, luidt het gezegde. Degene die het verslag maakt, zorgt er voor dat zijn eigen rol onberispelijk is. Het is naïef te veronderstellen, dat B&W van Enkhuizen daar een uitzondering op is.

Kortom raadslid Van Galen heeft gedaan wat hij behoorde te doen en wat alle die andere raadsleden hadden moeten doen. Niet gewoontegetrouw er van uitgaan, dat beweringen van het college juist zijn, maar nagaan of daar werkelijk sprake van was.

De oorlogsstemming jegens de provincie, die men zich binnenskamers laat aanpraten is alleen maar contraproductief. De provincie laat zich echt niet van de wijs brengen door dreigementen met juridische procedures.

Er zijn door college en raad enorme beoordelingsfouten gemaakt. De aandacht daarvan afleiden door de oorlog aan de provincie te verklaren werkt misschien voor even, maar de waarheid zal uiteindelijk toch zegevieren.