Verzoend.

molenwegVandaag lees ik in het NHD dat een ijverige buurtbewoner (Walize de Jonge) handtekeningen heeft verzameld in de Davidstraat en de bewoners aldaar verklaard hebben geen last te hebben van overlast van het parkeerterrein achter het gezondheidscentrum en daarmee lijkt dus de kou uit de lucht.

Nu weet ik nog wel een paar onderwerpen waarover je handtekeningen kunt verzamelen, maar daarmee koester ik nog  niet de illusie dat dit ook maar enige invloed zal uitoefenen op het beleid van de overheid.

Er blijken namelijk altijd wetten of raadsbesluiten in de weg te staan die de realisatie van lokale volkswensen onmogelijk maken.

Zo is er ooit een vereniging Onze Zorg geweest die handtekeningen heeft verzameld als protest tegen de nieuwbouwplannen op het terrein van het voormalige Snouck van Loosenziekenhuis.

Die vereniging had er (meen ik) meer dan duizend verzameld, maar werd toch niet tot de klankbordgroep van de gemeente toegelaten. Omdat ze tegenstander was van het project en de gemeente slechts wilde praten met voorstanders.

Het is ook niet zo dat de beperkingen ten aanzien van het parkeerterrein achter het gezondheidscentrum in het bestemmingplan zijn opgenomen op verzoek van omwonenden.  Die beperkingen vloeiden voort uit wettelijke voorschriften.

De opvattingen van de omwonenden deed daarbij feitelijk niet ter zake. De gemeente wordt geacht te handelen overeenkomstig de daarop betrekking hebbende wetten. Die mogen we met zijn allen onzin vinden, maar naar onze mening wordt niet gevraagd.

Om dicht bij huis te blijven. Zo mag ik in Enkhuizen mijn auto niet parkeren op een plek die voor vergunninghouders is gereserveerd. Parkeertijd, of afwezigheid van “blauwe” parkeerplekken doen allemaal niet ter zake.

Er zijn mensen die even snel een boodschap wilden doen bij AH en in de haast vergaten hun kaart te zetten. Een bekeuring van € 80,- werd hun deel. Argumenten als “er was ruimte zat” of “ik ben nog geen 5 minuten in de winkel geweest” helpen niet.

De gemeente heeft een regel vastgesteld, daar heb je je niet aan gehouden, dus legt de gemeente een boete op.

Dus als Walize de Jonge nog wat tijd over heeft, dan kan ze misschien handtekeningen ophalen om aan die onzin een einde te maken en dan zullen we zien wat dat oplevert.

Wat deze kwestie dan ook interessant maakt is niet de mening van de omwonenden, maar de wijze waarop de gemeente zich van haar eigen regels (die voortvloeien uit  wettelijke verplichtingen) heeft weten te ontdoen.

Met als aanvullende vraag, hoe neutraal is de overheid eigenlijk als ze die mogelijkheid in het ene geval wel benut en in het andere geval niet?

Misschien geen onderwerp dat een breed lezerspubliek zal interesseren, maar dat maakt me niet uit.

Ik schrijf voor mijn plezier en heb me er al lang mee verzoend dat de onderwerpen die ik aanroer niet op grote belangstelling mogen rekenen.

Advertenties

Borgen

molenwegOnder de vrolijke titel “Plichtsverzuim” schreef ik over een krantenbericht waarin het hoofd technische zaken van Woondiensten Enkhuizen de bepalingen in een bestemmingsplan “fictieve afspraken” noemde.

Een recente raadsbrief maakte duidelijk dat hij het niet had over het bestemmingsplan zelf, maar over het maatwerkvoorschrift dat tussen gemeente en Woondiensten Enkhuizen was overeengekomen.

Het begrip maatwerkvoorschrift was nieuw voor me, maar ik begrijp dat het doel van een maatwerkvoorschrift is om datgene te “borgen” (of nader te specificeren) wat er in een bestemmingsplan is vastgelegd.

“Borgen” is een woord dat ik gemeenteambtenaren wel vaker heb horen gebruiken en daarbij dacht ik dat het zoiets als zeker stellen betekende.

Maar niet in de gemeentelijke vocabulaire. Daar betekent “borgen” zoiets als “naar de buitenwereld toe de indruk wekken dat iets is zeker gesteld, maar het tegelijkertijd mogelijk maken om het “zeker” gestelde weer te wijzigen zonder verdere tussenkomst van wie dan ook”.

Als ik de recente raadsbrief goed begrijp heeft het college besloten de inhoud van het maatwerkvoorschrift  zodanig te wijzigen dat het niet meer in overeenstemming is met de inhoud van het bestemmingsplan.

Of dat juridisch mogelijk is weet ik niet (ik ben geen jurist), maar de gemeente beweert dat het kan.  Nu beweert de gemeente wel vaker iets wat achteraf onmogelijk (of niet waar) blijkt te zijn.

Het komt er op neer, dat je een garantie afgeeft om vervolgens eigenhandig (en zonder toestemming van de bezitter van die garantie) te besluiten om de werking van die garantie te beperken omdat een bevriende relatie daar om vraagt.

Niet valt uit te sluiten dat dit gewoon een “probeerseltje” is van de gemeente om vervolgens af te wachten hoe de tegenpartij reageert.

Dat is al vaker gebeurd, zie ook de kwestie Burgwal. Niet iedereen zit te wachten op een procedure tegen de gemeente en de kosten die er mee gepaard gaan. Met een beetje geluk haakt de burger af en krijg je langs die weg toch het gelijk dat je formeel niet hebt.

Maar naast juridische aspecten kent deze kwestie ook politieke implicaties.

Beseffen raadsleden eigenlijk wel, dat terwijl zij braaf bestemmingsplannen zitten goed te keuren, hun goedkeuring feitelijk een wassen neus is, omdat het college op enig moment dat het haar uitkomt kan bepalen dat hetgeen er in een bestemmingsplan is vastgelegd niet langer “geborgd” is?

En zet je daarmee de deur niet wijd open voor willekeur en corruptie?

Het zou mooi zijn als oud-raadsleden als Bokhove (waarvan we na de verkiezingen nooit meer iets gehoord hebben) of Fijma hun licht over deze kwestie lieten schijnen. Het raadsvoorstel waar zij destijds mee ingestemd hebben is hier te lezen.

Kiespijn

Ik probeer nog steeds de redelijkheid van de gang van zaken rond de huisuitzetting van mijn buurman voor te stellen, maar het lukt me nog steeds niet.

Je hebt als woningcorporatie een irritante huurder die er maar niet in slaagt je tijdig te betalen. Dat begint op een gegeven moment zo te irriteren dat je ontbinding van de huurovereenkomst aanvraagt. Dat middel is eigenlijk veel te zwaar voor het probleem en dat vindt ook de rechter die er over moet oordelen, maar hij besluit wél op jouw verzoek om je huurder de wacht aan te zetten.

Vanaf nu tijdig betalen of anders ontbinding. Dat gaat even goed, maar dan betaalt de huurder weer te laat. Die denkt daar een geldig excuus voor te hebben (faillissement werkgever) maar de tijd voor excuses is voorbij. De huurder heeft zelf zijn nek in de strop gestoken en je hoeft hem nu alleen maar aan te halen.

Je kunt je dan afvragen of je als woningcorporatie dat zou moeten doen, wetende welke gevolgen het aanhalen van de strop voor je huurder met zich mee brengt en waarvan jezelf zegt, dat het ellende veroorzaakt die niet is te overzien. Maar tegelijkertijd had de huurder daar zelf ook stil bij kunnen staan. Het risico, dat hij door zijn optreden nam, was hem bekend.

Tot zover kan ik het nog begrijpen, maar dan komt het aan op de uitvoering.

De huurovereenkomst is per onmiddellijke ingang opgezegd, maar de rechter heeft bepaald, dat zolang je huurder nog in de woning verblijft hij de huur normaal dient door te betalen.

Je huurder laat je weten, dat hij niet in staat is om in de drie weken tijd die hem nog resteren  de woning te ontruimen. Maar krijgt als reactie dat als hij daar niet in slaagt, zijn inboedel (voor zijn kosten) op straat zal worden gezet.  Dat de woning voor zijn kosten (later begroot op € 8000,- ) weer verhuurklaar zal worden gemaakt en dat, mochten zijn kinderen daarbij aanwezig zijn, jeugdzorg zal worden ingeschakeld.

De tere kinderziel moet kennelijk beschermt worden door weer zo’n ander overheidsinstantie die op foutloze wijze haar taken verricht.

En dat allemaal terwijl je nog niet eens over een nieuwe huurder beschikt en dus geen enkele zakelijk belang hebt bij die snelle ontruiming.

Moet dit de zakelijke afhandeling van een geschil over huurbetaling voorstellen? Uiteraard niet, het is een persoonlijke wraakoefening door iemand die 3 jaar lang meent gedwarsboomd te zijn en nu (juridisch gedekt) eindelijk de kans krijgt zijn ware aard te tonen.

Deze gang van zaken zou een bron van zorg moeten zijn voor iedereen die zegt zich bezig te houden met het welzijn van de burgers van Enkhuizen, maar alleen raadslid Quasten waagt het om vragen te stellen.

Ze wordt afgepoeierd door een college dat alleen structureel overleg voert en door de directeur van Welwonen, die niets beters weet te bedenken dan feiten naar voren te brengen die in het nadeel van zijn huurder spreken.

Maar die hebben helemaal niets van doen met het conflict over huurbetaling en dateren bovendien van na de uitspraak van de rechter.

Wij leven in een land, waarin de bevoegde instanties wegkijken, wanneer weer andere bevoegde instanties misbruik maken van hun bevoegdheden.

Daar moet hoognodig verandering in komen, maar zij die daar voor kunnen (en zouden moeten) zorgen blijven zich afzijdig houden.

Bang om de bevoorrechte positie die ze nu nog bekleden te zullen verliezen. Ze geloven nog steeds dat ze onmisbaar zijn voor het vaststellen van een beleid, waar de instanties vervolgens hun gat mee kunnen afvegen. Maar in werkelijkheid kunnen we ze missen als kiespijn en dat zal over anderhalf jaar blijken.

Batman

In “breien voor bejaarden” besprak ik het antwoord van het college op de vragen van raadslid Quasten. Nu de reactie van Draaisma.

Die is wat minder kieskeurig en stuurde haar een tweetal links waarachter volgens hem feiten omtrent zijn huurder  HV te vinden zouden zijn.

De eerste leek leidt naar een internetforum waarop het inmiddels failliete bedrijf van HV werd bekritiseerd. De tweede link bevatte een verslag van de curator. Tezamen gaven  die op een drietal beklemmende vragen antwoord.

1. Is HV naast een bekwaam timmerman ook een bekwaam ondernemer? Het antwoord op die vraag kan een volmondig “nee” zijn. HV is geen bekwaam ondernemer.

2. Zijn er mensen gedupeerd als gevolg van het falend ondernemerschap van HV? Het antwoord daarop kan een volmondig “ja” zijn.

3. Zijn er instanties die de gevolgen van falend ondernemerschap onderzoeken en daar gevolgen aan verbinden. Het antwoord daarop kan ook een volmondig “ja” zijn.

Nu hierover helderheid is geschapen komt de belangrijkste vraag, wat heeft het falend ondernemerschap van HV te maken met zijn huurovereenkomst met Welwonen. Het simpele antwoord op deze vraag is “niets”.

De buurman van HV is het daarmee uiteraard niet mee eens en roept al al drie jaar dat als HV niet tot verhuizen wordt gedwongen hij zich genoodzaakt ziet om zelf te verhuizen. Familieleden van TB gaan zelfs nog een stapje verder en menen dat (naast huisuitzetting) ook gevangenisstraf een passende straf zou zijn. Dat mag je vinden in dit land,  maar tussen “droom en daad” staan er nog steeds wetten en praktische bezwaren.

Maar kennelijk is Draaisma het met die opvattingen eens, want waarom zou hij anders (ter rechtvaardiging van zijn uitzettingsbeleid) deze links  naar Stella Quasten hebben doorgeleid.

Zoals Batman de burgers van Gotham tegen misdadigers beschermt wanneer de bevoegde instanties weer eens opzichtig hebben gefaald, zo voelt Draaisma zich kennelijk gedwongen om (gewapend met een uitzettingsbevel) recht te doen, waar dat in zijn ogen nog niet is geschied.

Zou hij dat tot beleid van zijn corporatie willen maken, dan vrees ik een aanzienlijke leegstand van zijn woningvoorraad.

Ik denk dan ook nog steeds, dat het hier om een vergissing gaat. Dat te erkennen is moeilijk, vooral als je jezelf batman waant, maar in ieder geval stukken oprechter dan proberen je huurder in diskrediet te brengen, om langs die weg  je uitzettingsbeleid te rechtvaardigen.

Instanties

De kwestie Goudenregenstraat  is net als de kwestie Burgwal een meningsverschil tussen een individu en een instantie. Gewoonlijk delft het individu het onderspit vanwege het geld en macht waarover die instanties kunnen beschikken.

Het is uiteraard niet de bedoeling dat de personen die voor dergelijke instanties werken (bureaucraten), dat geld en die macht gebruiken om daarmee persoonlijke doeleinden na te streven, maar helemaal te voorkomen is dat nooit.

Maar ook hier geldt, dat het de uitzonderingen zijn die  de regel bevestigen.

De enige maatstaf waarmee je instanties kunt beoordelen zijn de gedragsregels die ze voor zichzelf hebben vastgesteld. De directeur van de instantie waar het hier om gaat, Welwonen, formuleert het als volgt.

“We vinden het onze morele plicht om mensen die door overmacht of werkeloosheid niet kunnen betalen te helpen. Zeker gezinnen met kinderen zullen we niet gauw op straat zetten, want dan is de ellende niet te overzien”.

Prima gedragsregel lijkt me, waar niemand bezwaar tegen kan maken. Probleem is alleen dat hij hem in deze specifieke kwestie niet opvolgt.

Zijn excuus hiervoor is, dat “zijn geduld was opgeraakt”. Met zo’n excuus kan een individu zich wellicht vrij pleiten, maar instanties niet. Wie kent niet het eindeloze geduld waarmee instanties zaken kunnen tegenwerken of kunnen ontkennen ook maar ergens schuld aan te zijn.

Kortom individuen kunnen hun geduld verliezen, instanties doen dat nooit, maar beschikken over eindeloos geduld.

Verder is het niet de vraag of de huurder de corporatie economische schade heeft toegebracht door zijn onregelmatige betalingen. Dat feit staat vast. De vraag is wel, waarom de corporatie geen vergoeding voor die schade vraagt, maar er doelbewust voor kiest de huurder een nog veel grotere schade toe te brengen door ontbinding van de huurovereenkomst te vragen.

Met als direkt gevolg, zoals Draaisma het omschrijft, “dat de ellende niet valt te overzien.”

Het is ook niet zo, dat de rechter deze sanctie heeft toegewezen op grond van het geleverde bewijs. Hij heeft haar als zijnde veel te zwaar afgewezen. Wel heeft hij bij de huurder de verplichting neergelegd om gehoor te geven aan de wens van de corporatie om in de toekomst tijdig betaald te worden.

De huurder heeft aan die verplichting voldaan, totdat hij (door overmacht) niet aan de door de rechter opgelegde verplichting kon voldoen. In die situatie beoordeelt de rechter niet meer de reden waarom er niet aan de door hem gestelde verplichting is voldaan, maar stelt hij slechts vast dat er niet voldaan is en kan niet anders dan instemmen met hetgeen er door Welwonen eerder was geëist. Namelijk, ontbinding van de huurovereenkomst.

Maar hoewel Draaisma in zijn brief schrijft dat de huurder slachtoffer is geworden is van zijn eigen keuzegedrag kan dit op grond van hetgeen hierboven geschetst is niet worden volgehouden.

Als gevolgd van overmacht en de weigering van Welwonen om dat als zodanig te herkennen is de huurder slachtoffer geworden van het keuzegedrag van Welwonen. Men had de stok niet hoeven oppakken om daarmee de hond te kunnen slaan.

Men had ook begrip kunnen tonen voor de overmacht situatie waarin de huurder zich bevond. Zoals haar gedragsregels voorschrijven. Het was een doelbewuste keuze van Welwonen om dat niet te doen.

Men verwijt de huurder keuzegedrag, maar probeert haar eigen keuzegedrag, dat al 3 jaar eerder was geformuleerd en gericht was op de verwijdering van Visser uit de Goudenregenstraat te verdoezelen.

Het staat buiten kijf, dat het economisch nadeel dat de corporatie heeft ondervonden door het gedrag van de huurder in geen enkele verhouding staat tot het economisch nadeel dat de corporatie de huurder willens en wetens heeft  weten toe te brengen.

Er kan ook geen twijfel bestaan over de vraag of dit het gevolg is van keuzegedrag van Welwonen en verder kan er ook geen twijfel bestaan over de vraag of dit in overeenstemming is met de gedragsregels die Welwonen zich zelf heeft opgelegd. Dat is het namelijk niet.

Wat Welwonen daar tegenover stelt is het magere excuus “ons geduld was op”.

Ik ben begonnen met de mededeling dat in geval van een meningsverschil tussen een instantie en een individu het individu gewoonlijk het onderspit delft. Dat zal hier ook het geval zijn, tenzij degenen die er op toe moeten zien dat instanties overeenkomstig hun gedragsregels handelen ingrijpen. Maar die zitten gewoonlijk ook zelf in instanties en beperken hun toezicht tot structureel overleg. Wat dat ook mag inhouden.

Instanties kunnen, gelet op de enorme macht waarover zij kunnen beschikken, de levens van gewone burgers verwoesten . Als zij dat doen, uit gemakszucht, persoonlijke motieven van haar werknemers of wat dan ook, dan gaan ze gewoonlijk vrijuit.

Daar tegen waarschuwen lijkt me een nuttige bezigheid ook al haal ik daarmee de ergernis van de instantie waar ik mijn woning van huur (en die voor zover ik kan overzien haar gedragsregels ook vrijwel altijd keurig naleeft) op het lijf.

Geen geduld meer.

Vanochtend in het NHD een feitelijk verslag over de kwestie Goudenregenstraat. Uiteraard ben ik benieuwd naar de reactie van Welwonen.

Directeur Draaisma laat het volgende optekenen.

“We vinden het onze morele plicht om mensen die door overmacht of werkeloosheid niet kunnen betalen te helpen. Zeker gezinnen met kinderen zullen we niet gauw op straat zetten, want dan is de ellende niet te overzien”.

Dat is het gebruikelijke credo van Welwonen, maar de prangende vraag is dan natuurlijk, waarom doet hij het deze keer dan niet.

Waarom is in zijn ogen het faillissement van de werkgever van Visser geen bewijs van overmacht?

Waarom stapt hij de dag nadat hij daarvan in kennis was gesteld naar de rechter. Wetende, dat die hem op juridisch-technische gronden niet langer kon weigeren wat deze hem tot dusver wel had geweigerd. Namelijk ontbinding van de huurovereenkomst.

Wat verstaat Draaisma hier eigenlijk onder helpen? Is het niet eerder zo dat hij er als de kippen bij wat om Visser de nek om te draaien toen de kans zich voordeed? Wetende, dat zoals hij zelf ook al zegt “de ellende niet is te overzien”.

Op 30 april was er geen huurachterstand. Die ontstond op 1 mei omdat je de huur een maand vooruit moet betalen. Die achterstand was half juni weer volledig ingelopen en ook juli werd weer gewoon betaald.

Draaisma “helpt” Visser dus door hem (en zijn gezin) binnen een maand op straat te zetten, omdat Visser een maand lang, een maand huur schuldig was.

Als reden voor zijn manhaftige optreden geeft hij aan “dat zijn geduld op was”.

Dat is duidelijk, want anders had hij het verzoekt tot ontbinding van de huurovereenkomst niet neergelegd bij de kantonrechter.

Die was echter niet onder de indruk van het gegeven dat “het geduld van Welwonen op was” en weigerde om de huurovereenkomst om die reden te ontbinden.

Dat Visser mei niet op tijd kon betalen berustte weliswaar op overmacht van de zijde van Visser, maar vormde tegelijkertijd ook een buitenkansje voort Welwonen, die  zich dat buitenkansje niet graag liet ontglippen. Ook al was men zich er volledig van bewust dat men daarmee een situatie voor Visser creëerde “waarin de ellende niet was te overzien.”

En dat alles  louter en alleen omdat het geduld van Welwonen op was.

Dat dit geduld pas begon op te raken nadat de buren in 2009 over het gezin hadden geklaagd berust waarschijnlijk op toeval.

Zo ook het feit dat de vrijgekomen woning is toegewezen aan een echtpaar zonder inwonende kinderen. Zodat er in de toekomst geen sprake meer zal zijn van “overlast” door kinderen, zoals in het verleden nog wel eens het geval is geweest.

Opvallend, omdat als norm geldt dat dit type woningen alleen maar mag worden toegewezen aan gezinnen bestaande uit 3 personen.

Het “bewijs” voor dit toeval ziet Draaisma in het feit dat hij daarover geen oordeel heeft gevraagd aan de rechter.

Ik zie daar eerder het bewijs van, dat hij zich realiseerde dat de “overlast” klachten uit 2009 grotendeels bestonden uit achterklap en roddel en dat hij met tastbare bewijzen moest komen wilde hij zijn voornemen (vanaf 2009) om het gezin onder dwang te verhuizen kunnen uitvoeren.

Maar goed, de boodschap van Draaisma is duidelijk, als eerst verantwoordelijke voor de sociale woningbouw stort hij U (als zijn geduld op is) gewoon in een ellende die niet te overzien is.

Die macht heeft hij en die macht blijft ook onaangetast omdat het college (op basis van structureel overleg) van mening is dat het zo moet blijven en een meerderheid van de gemeenteraad dat ook van mening is.

Paljas democratie

Tot dusver heb ik stil gestaan bij de ontstaansgeschiedenis van de Goudenregenstraatkwestie, dan nu een poging te komen tot een oplossing.

Daarin speelt de gemeenteraad (als hoogste orgaan van de gemeente) wat mij betreft een belangrijke rol. Haar taak is er op toe te zien dat het functioneren van het welzijnswerk in de gemeente zich voltrekt op een wijze die haar goedkeuring heeft.

Het is niet moeilijk om op basis van de reeds bestaande gegevens vast te stellen, dat het (voor wat deze kwestie betreft) het welzijnswerk op een bedroevend laag niveau heeft gefunctioneerd.

Het kan nooit de bedoeling zijn, dat een gezin  met kleine kinderen, dat feitelijk niets anders werd verweten dan dat zij op onregelmatige tijdstippen de huur betaalde, in vier weken tijd doelbewust dakloos wordt gemaakt.

Dat het juridisch mogelijk was staat buiten kijf, maar dat wil niet zeggen dat Welwonen van die juridische mogelijkheid gebruik had moeten maken op de manier die zij heeft gedaan.

Op dat punt aangekomen zijn er twee vragen van belang.

1. Is Welwonen bereid te erkennen dat er fouten zijn gemaakt en mocht dat het geval zijn,

2 is Welwonen bereid de financiële gevolgen van die erkenning  te dragen.

Met dat laatste bedoel ik dat er binnen Welwonen verhuisregelingen bestaan waarbij huurders gecompenseerd worden voor het feit dat zij door Welwonen gedwongen worden om (tijdelijk) te verhuizen. Als Welwonen bereid zou zijn om die regeling ook op deze huurder toe te passen dan lijkt me daarmee de ergste kou uit de lucht.

Wat mij betreft wordt deze kwestie zo snel mogelijk opgelost en hoeft daarover niet eindeloos vergadert te worden. Het zou mooi zijn als raadsleden via dit blog hun instemming zouden betuigen, dan weten we meteen wie voor en tegen zijn.

Als er voldoende voorstemmers zijn dan kan de verantwoordelijke ambtenaar de vragen aan Welwonen voorleggen en daarop verkregen antwoorden vervolgens weer aan de Raad voorleggen zodat we tijdens de eerstkomende Raadsvergadering weten hoe de vlag er bij hangt.

Wie dit een ongebruikelijke gang van zaken vindt heeft het grootste gelijk van de wereld, maar zo werkt Paljas democratie nu eenmaal.

Snel, efficiënt en zonder al die andere gebruikelijke poespas waarmee men zichzelf belangrijk probeert te maken.