Pim's Prietpraat

Bemoeienissen van een voormalig buitenstaander

Lastig en onpraktisch

wetGisteren liet de gemeente weten, dat ze niet in staat was om (binnen de daarvoor geldende termijn) aan mijn WOB verzoek te voldoen en dat ze de termijn verlengd had tot 8 weken.

Ik weet niet beter of dat is altijd het geval. Niet dat het me wat kan schelen. Ik deed mijn verzoek om te kunnen nagaan of de bewering van het college, dat de architect had aangedrongen op geheimhouding, juist was.

Bij vorige colleges bleken dat soort onwaarschijnlijke beweringen nogal eens uit de duim gezogen en ik vraag me af of het bij deze, a-politieke wethouders, anders zal zijn. Omdat de raad eigenlijk nooit controleert of de beweringen van een college op waarheid berusten, ontstaat er voor colleges een ruimte waarbinnen er van alles en nog wat kan worden beweerd.

Het lijkt me nuttig om die ruimte (door op gezette tijden controle uit te oefenen) enigszins te beperken.

De architect heeft zich laten bijstaan door een advocaat en dat zijn lieden die hun bedoelingen en wensen tamelijk precies weten te formuleren. Mijn verwachting is dan ook dat we straks met enige mate van zekerheid kunnen vaststellen of, hetgeen het college beweerde, daadwerkelijk juist was.

Het oprekken van termijnen door de gemeente vindt overigens niet alleen bij WOB verzoeken plaats.

Pas afgelopen vrijdag werd het raadsvoorstel ingediend ter bekrachtiging van de geheimhouding, waardoor het vrijwel zeker was dat fracties daar onderling geen overleg over konden voeren voor de raadsvergadering.

Overigens is die tactiek contra-productief gebleken en heeft ze niet het beoogde resultaat opgeleverd. Het verzoek om de geheimhouding te bekrachtigen werd door een overgrote meerderheid van fracties van de hand gewezen.

Alleen de technocratisch ingestelde fracties in de raad (VVD en D66), die bemoeienis van de kiezer alleen maar lastig en onpraktisch vinden, bleken voorstander van geheimhouding.

Advertenties

juni 21, 2018 Posted by | WOB | 2 reacties

Waakzaamheid blijft geboden.

regentenTot mijn grote opluchting heeft de raad een verstandig besluit genomen inzake het verzoek tot bekrachtigen van de geheimhouding.

Niet dat ik onder de indruk was van de aangevoerde argumenten. Die waren (m.u.v. Jan Raven) aan de magere kant, maar het besluit was het enig juiste dat kon worden genomen. Geen bekrachtiging van de door het college opgelegde geheimhouding.

De enige die een poging deed om met behulp van de WOB zijn standpunt te beargumenteren was Jan Raven, die daarin trouwens niet echt werd bijgevallen.

Het uitgangspunt dat ik de afgelopen tijd HIER naar voren heb gebracht was, dat openbaarheid van bestuur de regel was, maar dat er in de wet bepaalde uitzonderingen werden genoemd die (zoals dat heet) de regel bevestigen. Deze uitzonderingen, opgesomd in artikel 10 van de wet, zou je wettige uitzonderingen kunnen noemen.

De uitzondering waarop het college geheimhouding bepleitte (‘we zijn het samen overeengekomen’) staat niet in de wet en is in mijn ogen dan ook een onwettige uitzondering.

De enigen die er voorstander van waren om (op basis van een onwettige uitzondering) geheimhouding te bekrachtigen, was het liberale smaldeel in de raad. De VVD en D66.

Vond ik de argumentatie van de tegenstanders niet al te sterk, de argumentatie van de voorstanders was helemaal beneden peil.

Zo vroeg Van Reijswoud (VVD) zich af wie er om geheimhouding had gevraagd. Een vraag die net zo relevant is als wanneer een verbaliserend agent zich afvraagt of de snelheidsovertreder wellicht haast had. Het gaat primair om de overtreding zelf en niet om het motief van de overtreder voor die overtreding.

Zelfs al had de architect op geheimhouding aangedrongen (hetgeen hij blijkens een kranteninterview niet had gedaan), dan nog had de wethouder hem er op moeten wijzen dat de WOB het voor hem onmogelijk maakte om een dergelijke toezegging te doen. Kennelijk berust het VVD gedachtengoed op het idee, dat je de werking van elke wet kunt omzeilen, zolang je de bewindspersoon in kwestie er van kan overtuigen, dat er voor jou een uitzondering moet worden gemaakt. Daar is een goed Nederlands woord voor en noemen we gewoonlijk “vriendjespolitiek”.

Voor Koning (D66) was geheimhouding ook een uitgemaakte zaak. Het was privaat-rechterlijk overeengekomen, dus er was niets aan de hand. Van deze partij, die lokaal het standpunt huldigt dat je als raadslid alleen binnen de raadszaal de discussie hoeft aan te gaan (en dat vervolgens consequent nalaat), was onder leiding van Koning toch al geen peil meer te trekken.

Koning discussieert niet, maar leest vooraf opgestelde verklaringen voor en hult zich dan in stilzwijgen. De partij, die zich ooit presenteerde als redelijk alternatief is (nadat ze landelijk één van haar kroonjuwelen, het referendum, om zeep had geholpen) naar een bedenkelijk regentesk niveau afgezakt en demonstreert dat lokaal tijdens bijna elke vergadering.

Wat beide liberale partijen proberen uit te stralen is het volgende:

Wetten er zijn om toegepast te worden op het klootjesvolk, terwijl wij, als regenten, zelf mogen bepalen of ze ook op ons van toepassing moeten zijn. En in geval het ons (en onze vrienden) niet past, mogen we zelf uitzonderingen op die wetten verzinnen. Die we vervolgens alleen maar ter goedkeuring hoeven voor te leggen aan de vertegenwoordigers van dat klootjesvolk, die het met een beetje geluk nog goedvinden ook.

Gelukkig heeft dat gedachtengoed het, met meer geluk dan wijsheid trouwens, deze keer niet gehaald, maar waakzaamheid blijft geboden.

juni 20, 2018 Posted by | WOB | Plaats een reactie

Onwettig?

advocaat

Geheim advies college?

Het raadsvoorstel “Bekrachtiging geheimhouding vaststellingsoverkomst met architect” bevat een interessante clausule die ik hieronder in zijn geheel citeer.

Na uw besluitvorming, positief of negatief, zullen de ingediende Wob-verzoeken in die lijn door ons worden afgewikkeld.

Deze clausule is interessant omdat de afwikkeling van een WOB verzoek afhankelijk wordt gemaakt van het besluit van de gemeenteraad over een niet in de wet genoemde reden voor uitzondering op die wet. Dat lijkt me voor de raad een interessant juridisch probleem, waar ze welgeteld een weekend en twee werkdagen over mag nadenken.

Uiteraard heeft de raad het recht om van alles en nog wat te besluiten, maar de vraag blijft natuurlijk is het wel wettig wat ze besluit?

We weten dat het college 14 dagen de tijd heeft genomen om zich door een externe jurist te laten adviseren, alvorens er antwoord werd gegeven op gestelde vragen. Over de inhoud van dat advies zijn geen mededelingen gedaan en het raadsvoorstel verwijst er ook niet naar.

Het zou dus zo maar kunnen zijn dat de externe jurist het voorstel heeft ontraden. Daarom zou de raad er verstandig aan doen om, voordat ze een besluit neemt, kennis te nemen van de letterlijke tekst van het externe advies.

Kennelijk zijn er meerdere WOB verzoeken gedaan en ik zou graag weten wie er nog meer zo’n verzoek heeft gedaan. Wellicht kunnen we onze krachten dan bundelen ter behoud van de openbaarheid van bestuur.

ei van

Ei van Struijlaart

Mijn eigen verzoek is vrij simpel. Ik heb inzage gevraag naar de correspondentie met de architect over de getroffen schikking en de schikking zelf.

Waar de schikking mogelijk getroffen zou kunnen worden door een door de raad bekrachtigde geheimhouding, geldt dat natuurlijk niet voor de correspondentie die daarover is gevoerd ter voorbereiding van de schikking.

Met name het onderdeel dat betrekking heeft op het verzoek tot geheimhouding van de architect.

Mijn WOB verzoek dateert van 18 mei. Veel later, 7 juni, publiceert het NHD  een interview met de architect die laat weten dat de geheimhouding van hem niet hoefde.

Logisch dat ik gezien die krantenpublicatie nieuwsgierig ben naar de letterlijke tekst van het verzoek dat (volgens de gemeente) door de architect is gedaan. Hoewel ik er, op basis van ervaring uit het verleden, rekening mee houd dat de gemeente geen enkel bewijs van een dergelijk verzoek kan overleggen.

Maar wat het besluit van de raad aanstaande dinsdagavond nog spannender maakt is natuurlijk dat de uitkomst bepaalt hoe mijn oorspronkelijke WOB verzoek zal worden afgewikkeld.

Besluit de raad tot geheimhouding, dan stap ik vrijwel zeker naar de bestuursrechter, omdat het besluit niet is gebaseerd op een in de wet genoemde uitzondering en daarom wat mij betreft onwettig is.

juni 18, 2018 Posted by | Bestuurscultuur, WOB | 5 reacties

Het ei van Struijlaart

ei van

Ei van Struijlaart

En ja hoor, daar is dan eindelijk waar iedereen reikhalzend naar heeft uitgekeken.

Twee maanden nadat wethouder Struijlaart het besluit had genomen om de raad geheimhoudingsplicht op te leggen (16 april) komt hij nu met het verzoek aan de raad dat besluit te bekrachtigen en wel per 15 juni.

Na extern juridisch advies en weken van delibereren kunnen we eindelijk lezen waar het verzoek tot bekrachtiging op is gebaseerd. Voornamelijk op gebakken lucht naar het zich laat aanzien.

Struijlaart geeft de raad eerst een sigaar uit eigen doos. Namelijk iets waar ze al die tijd al recht op hadden (inzage in de door hem getroffen schikking). In ruil voor deze sigaar wordt de raad verzocht om het beginsel  “openbaarheid  van bestuur” voor deze keer terzijde te schuiven.

Waarom? Omdat hij zo dom is geweest om de architect geheimhouding te beloven. Althans, dat beweert hij.

De architect heeft echter al via de krant laten weten dat hij er nooit om heeft gevraagd en het hem ook niets kan schelen.

Maar zelfs al zou het hem wel wat kunnen schelen, dan nog had hem dat nooit beloofd mogen worden.

Omdat dit in strijd is met het democratische beginsel van openbaarheid van bestuur. Zoals vastgelegd in de Wet Openbaarheid Bestuur. Mogen we concluderen dat Struijlaart als doorgewinterde beroepswethouder niet op de hoogte was van het bestaan van deze wet? Uiteraard niet, maar wat Struijlaart wel bezielde laat zich maar moeilijk doorgronden.

In artikel 10 van de WOB worden de uitzonderingsgevallen genoemd waarin openbaarheid van bestuur niet van toepassing is. Struijlaart noemt geen van de bij wet bepaalde uitzonderingsgevallen in zijn voorstel, maar komt met een zelf bedachte uitzondering. Partijen zijn geheimhouding met elkaar overeengekomen.

Als dat argument ook maar enig hout zou snijden, dan zou de Wet Openbaarheid Bestuur de prullenbak in kunnen. Immers, om de gevolgen van die wet te kunnen ontlopen zouden partijen alleen maar “geheimhouding met elkaar hoeven af te spreken”.

Naast het ei van Columbus kunnen we dus nu ook spreken van het ei van Struijlaart.

In essentie een opgestoken middel vinger naar de juristen die de wet hebben ontworpen, de leden van de eerste en tweede kamer die haar hebben goedgekeurd en de leden van de Raad van State die geen bezwaar zagen. Allemaal sukkels, die niet in de gaten hadden gehad, dat wat er in de wet bepaald was, simpel terzijde kon worden geschoven, zodra partijen maar gezamenlijk overeenkwamen zich niet aan de wet te zullen houden.

Ik denk dat we veilig kunnen constateren, dat het door het college gevraagde juridisch advies niets heeft opgeleverd en dat de juridische ratatouille die hier wordt uitgedragen van interne makelij is. Slechts bedoeld om indruk te maken op hen die van toeten noch blazen weten.

Het aanzien van de Enkhuizer raad is in de loop der jaren dusdanig gedaald, dat college en ambtenaren er klaarblijkelijk van uitgaan dat je haar letterlijk van alles wijs kunt maken. Zoals bijvoorbeeld dat je met een simpel raadsbesluit een wet buiten werking kunt stellen.

Vergeet de opzichtige vleierij die er elke vergadering over de raad wordt uitgestrooid. Dit voorstel laat zien hoe college en ambtenaren werkelijk over de raad denken.

Dom genoeg om niet te beseffen, dat je als gemeenteraad niet in staat bent een wet buiten werking te verklaren, omdat je zo graag een wethouder een plezier wilt doen.

Artikel 10 van de WOB specificeert onder welke omstandigheden de wet niet van toepassing is. Geen van de daar genoemde omstandigheden wordt door het college als reden genoemd.

Waar de wethouder de raad toe uitnodigt is het negeren van een wet. Zodat hij zijn eigen falen verborgen kan houden.

Laten we hopen dat aanstaande dinsdagavond de raad niet verder wegzakt in het moeras dat in Enkhuizen voor besturen moet doorgaan.

juni 15, 2018 Posted by | Bestuurscultuur, Gebakken lucht, WOB | Plaats een reactie

Over geheimhouding.

advocaatDe website Wetboek on line zegt het volgende over artikel 25 van de gemeentewet dat handelt over geheimhouding.

Punt 1 is (gegeven de omstandigheden) niet relevant. Alleen de punten 2 tot 4 zijn van belang.

2. Op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door het college, de burgemeester en een commissie, ieder ten aanzien van de stukken die zij aan de raad of aan leden van de raad overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt.

3. De krachtens het tweede lid opgelegde verplichting tot geheimhouding met betrekking tot aan de raad overgelegde stukken vervalt, indien de oplegging niet door de raad in zijn eerstvolgende vergadering die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht, wordt bekrachtigd.

4. De krachtens het tweede lid opgelegde verplichting tot geheimhouding met betrekking tot aan leden van de raad overgelegde stukken wordt in acht genomen totdat het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd, dan wel, indien het stuk waaromtrent geheimhouding is opgelegd aan de raad is voorgelegd, totdat de raad haar opheft. De raad kan deze beslissing alleen nemen in een vergadering die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht.

OK, gewapend met bovenstaande kennis, wat te doen met de door het college opgelegde geheimhouding inzake de schikking die ze (blijkens haar raadsbrief van 16 april) met de architect heeft getroffen?

Artikel 3 laat weten dat die opgelegde verplichting vervalt, als ze niet tijdens de eerstvolgende vergadering wordt bekrachtigd. Uitgaande van de datum van de aankondiging (16 april) zou de maatregel dus in de raadsvergadering van 24 april bekrachtigd moeten zijn. Dat is niet gebeurd. Waarschijnlijk omdat het college nog druk doende was advies te vragen aan haar advocaat.

Kennelijk heeft men geen of onvoldoende vertrouwen in de eigen juridische afdeling.

Als gevolg van deze adviesaanvrage bereikte het raadsvoorstel pas begin mei de raad. Als we dat tijdstip als uitgangspunt nemen, dient de maatregel in de mei vergadering bekrachtigd te worden. Dat wil zeggen op 29 mei. Ook dat is niet gebeurd.

Wat per die datum (29 mei) wel gebeurde is dat raadslid Langbroek antwoord kreeg op de door hem gestelde vragen. Daarin werd aangekondigd  dat een raadsvoorstel voor de vergadering van 19 juni in voorbereiding was. Als ik dit schrijf (14 juni) zijn we dus 5 dagen vóór die raadsvergadering en is er nog steeds geen raadsvoorstel over dit onderwerp beschikbaar.

Niet alleen mist men tot tweemaal toe de wettelijk voorgeschreven termijn, ook bij de derde (aangekondigde) poging slaagt men er niet in om tijdig een raadsvoorstel te produceren, waardoor het voor de fracties vrijwel onmogelijk is geworden om met elkaar overleg te plegen over dit onderwerp.

Een deerniswekkende gang van zaken, in weerwil van het feit dat men extern juridisch advies heeft gevraagd over deze kwestie. Meer dan voldoende reden om inzage te vragen in de aanvraag en de tekst van het door de advocaat gegeven advies. Alsmede in de totale kosten er van.

juni 14, 2018 Posted by | Geldsmijten, Klungelen, WOB | 3 reacties

Wobben of tobben

wobIk schrijf al 8 jaar over de lokale politiek op basis van verifieerbare bronnen.

Door de gemeente verstrekte documenten zoals raadsvoorstellen, raadsbrieven en de bijbehorende bijlagen. Uitlatingen van  politici tijdens openbare bijeenkomsten, zoals  raads- en commissievergaderingen en door de gemeente afgegeven persberichten en tot slot verslagen van de lokale krant.

Het doel is om op die manier het tot ons komende nieuws te duiden en in perspectief te plaatsen. Met de betrokken politici praat ik zelden of nooit, omdat het toch geen andere inzichten oplevert dan het weinige wat ze in het openbaar al hebben verkondigd.

De zogenaamd vertrouwelijke informatie waarover sommigen zeggen te beschikken blijkt in veel gevallen niet meer dan roddel en achterklap.

Hoewel raadsleden het recht hebben om inzage te vragen in de onderliggende stukken, wordt van dat recht zelden gebruik gemaakt en volgt men gemakshalve de door het college gegeven “interpretatie” van de feiten (zoals vastgelegd in de onderliggende stukken).

Niet alleen raadsleden hebben recht op inzage in onderliggende stukken. Gewone burgers hebben dat ook. Daarvoor dienen ze een aanvraag in te dienen op grond van de Wet Openbaarheid Bestuur.

Tot dusver heb ik een drietal van dat soort aanvragen ingediend. De eerste keer om inzage te krijgen in de correspondentie die er tussen gemeente en stichting/aannemer was gevoerd over het vergelijk dat ze hadden bereikt over de kosten van de verzwaring van het elektranetwerk in de Drommedaris.

Uit de overgelegde documenten bleek, dat over het bereikte compromis met aannemer, noch met de stichting, correspondentie was gevoerd en/of (betalings)afspraken waren gemaakt en bevestigd. Hoewel een dergelijke gang van zaken indruist tegen elke gebruikelijke bedrijfsvoering (uitgezonderd die van de mafia) zag de raad geen reden om er bij het college op aan te dringen haar bedrijfsvoering te wijzigen.

We moeten dus niet verbaasd opkijken als bij toekomstige WOB aanvragen opnieuw zal blijken, dat essentiële documenten ontbreken. Dat lijkt immers een vastgeroest onderdeel van de Enkhuizer bestuurscultuur.

Mijn tweede WOB verzoek was naar aanleiding van de bewering van burgemeester Baas, dat de onkostenregeling voor raadsfracties door de raadsgriffier werd geadministreerd en beoordeeld op de juiste toepassing. Uit de documenten die werden overlegd bleek geen van beide waar te zijn. Een meerderheid van de fracties maakte een oneigenlijk gebruik van de regeling en ook de administratie liet in veel gevallen te wensen over.

Mijn derde WOB verzoek betreft de bewering van het college dat de architect had verzocht om geheimhouding van de door hem getroffen regeling met de gemeente. Mijn verzoek betreft inzage in het verzoek van de architect en de daarover gevoerde correspondentie. Alsmede de regeling zelf.

Basic RGBMijn verzoek is meer dan 14 dagen oud en daar het om hoogstens een paar brieven kan gaan had het normaal gesproken al beantwoord kunnen zijn. Maar de gemeente hoeft pas binnen 4 weken te reageren en kan die termijn zelfs nog met vier weken verlengen.

Ik twijfel er niet aan of men zal ook nu weer gebruik maken van de maximale termijn. Het zou me evenmin verbazen dat (nadat die maximale termijn is gebruikt) het antwoord zal luiden, dat de gevraagde documenten niet bestaan en dus niet kunnen worden getoond.

Inmiddels heeft de architect in een artikel in het NHD laten weten dat geheimhouding geen onderdeel was van zijn wensenpakket.

Uiteraard zou ik liever zien, dat raadsleden gebruik zouden maken van hun rechten om op die manier te proberen hun toezichthoudende taak vorm te geven en waar nodig de  waarheid boven water te krijgen.

Maar zolang raadsleden weigeren (of het niet nodig vinden) om van hun rechten gebruik te maken zit er niets anders op, dan dat anderen die leemte proberen te vullen. Uiteraard zou het prettig zijn als de reguliere pers daarin ook een taak zag, maar die beweert er geen tijd voor te hebben.

juni 13, 2018 Posted by | WOB | 2 reacties

De ezel en de steen.

ezel2Kort geleden gaf ik (in mijn column het Bommel effect) antwoord op de vragen die de raadsleden Langbroek (schriftelijk) en de Jong (mondeling) aan het college hadden gesteld.

Om duidelijk te maken dat al dat gewichtige gedoe (wat ook een karaktereigenschap van Olie B. Bommel is) eigenlijk nergens op slaat.

Immers, de gestelde vragen waren volstrekt overbodig, omdat de antwoorden er op (zeker als men een jarenlange ervaring als raadslid achter de rug heeft), bij de vraagsteller bekend moesten zijn geweest.

Vragen naar de bekende weg heet dat in gewoon Nederlands.

Inmiddels heeft het college de vragen formeel beantwoord en bevestigd, wat ik eerder al schreef.

Uiteraard hebben raadsleden het recht om kennis te nemen van de “geheime” afspraken die het college gemaakt heeft. Zij het, dat het college de raad geheimhouding kan opleggen tot het moment, waarop de raad daarover zelf een besluit heeft genomen.

Daarbij gaat het om een tamelijk principieel punt. Namelijk, dat niet het college, maar het de raad is, die beslist of geheimhouding gewenst en noodzakelijk is.

Wat er op neerkomt dat zelfs als de architect er op aan heeft gedrongen dat zijn afspraken met de gemeente geheim zouden blijven, de gemeente niet anders kan doen, dan kennis te nemen van die wens, maar de architect er op dient te wijzen, dat het besluit (over die geheimhouding) niet aan het college is, maar aan de raad.

Alvorens de raad een verantwoord besluit kan nemen over geheimhouding, dient ze uiteraard kennis te hebben van de reden voor die geheimhouding. In de beantwoording van de vragen zegt het college daarover:

Tijdens de onderhandelingen over het treffen van een mogelijke schikking hebben beide partijen hun eisen op tafel gelegd. De wens tot geheimhouding van de vaststellingsovereenkomst kwam vooral van de kant van de architect. Wij kunnen hem daarin heel goed volgen want het betreft (vooral) een financieel aspect in relatie tot bedrijfsvoering waar anderen niet direct toegang toe behoren te krijgen. Het resultaat van de onderhandelingen is immers vastgelegd in een privaatrechtelijke overeenkomst tussen twee partijen. Daarbij hebben wij ons ook gerealiseerd dat wij te allen tijde verantwoording moeten kunnen afleggen aan de gemeenteraad.

ezel3Het college beweert dus, dat het “vooral” de architect was die geheimhouding heeft geëist.

Een eis waarvan de advocaat van de architect moet hebben geweten, dat de gemeente daar “formeel” niet aan zou kunnen voldoen, omdat de beslissing daarover alleen maar “tijdelijk” in handen van het college was en dat het uiteindelijk de raad was die daar (met behulp van eigen overwegingen) een besluit over kon nemen.

Omdat het tamelijk voorspelbaar was dat het college met een dergelijke bewering (dat het vooral de architect was die met een dergelijke eis zou zijn gekomen) heb ik daar (met mijn WOB verzoek) al rekening mee gehouden.

Mijn verzoek luidt letterlijk.

Op grond van de Wet Openbaarheid van Bestuur verzoek ik U om inzage in de correspondentie die er (direct of via zijn vertegenwoordiger) gevoerd is met de “Drommedaris” architect Hans Kuiper over de met hem te treffen schikking.

En tevens inzage in de uiteindelijke tekst van de schikking.

We moeten echter niet verbaasd opkijken, als de door mij gevraagde correspondentie (tussen gemeente en de advocaat) volgens het college niet blijkt te bestaan.

Zoals dat ook het geval was rond de Drommedaris met de correspondentie tussen gemeente en aannemer (over het compromis dat met hem was gesloten) en de correspondentie tussen gemeente en stichting over hetzelfde  compromis.

Ook toen is nadrukkelijk gevraagd om schriftelijke onderbouwing, maar bleek dat niet mogelijk, omdat het Enkhuizer beleid is dergelijke afspraken niet schriftelijk te laten vastleggen. De raad nam destijds genoegen met die verklaring en het zou me dus ook niet verbazen, als ze dat deze keer opnieuw zou doen.

De klemmende vraag is dus, hoe vaak de raad van Enkhuizen bereid is om zich aan dezelfde steen te willen blijven stoten.

juni 4, 2018 Posted by | KLetskoek, Mores, WOB | 2 reacties

WOB verzoek

langbroek.jpgVolgens Hans Langbroek heeft hij de raadsbrief van 17 april (over de schikking tussen gemeente en architect) niet op die datum ontvangen, maar veel later en heeft hij onmiddellijk na ontvangst vragen gesteld die hij op zijn website heeft gepubliceerd.

Hij vraagt het college waarom de getroffen schikking niet openbaar is en of de leden van de raad mogelijk wel informatie krijgen over het het hoe en waarom  van de schikking. Attente reactie van Hans, maar voor het beantwoorden van dat soort vragen neemt het college gewoonlijk ruim de tijd. Bovendien hebben raadsleden de neiging om te accepteren dat zaken hun “vertrouwelijk” worden medegedeeld en zijn we als gewoon burger nog geen stap verder.

Ik denk niet, dat het college kan weigeren om de raad inzage te geven, maar ze kan wel geheimhouding opleggen. Echter, zo’n opgelegde geheimhouding dient de eerstvolgende raadsvergadering worden bevestigd door een meerderheid van de raad. En als de raad dat zou willen doen, is dat dan van invloed op de uitvoering van de WOB?

Anders gezegd kan de raad de Wet Openbaarheid Bestuur buiten werking stellen?

albertine

Reactie afwachten

Wat mij betreft, ik heb met belangstelling kennis genomen van de mededeling van het college, dat zij  een overeenkomst heeft gesloten waarin zij heeft vastgelegd, dat ze zich in het openbaar niet zal uitlaten over de inhoud van de overeenkomst.

Met andere woorden, de betrokkenen hebben in onderling overleg besloten, dat de WOB niet van toepassing is.

Ik weet, dat er uitzonderingen mogelijk zijn, maar die hebben volgens mij te maken met schade aan het landsbelang en dat is (denk ik) hier niet aan de orde.

Dus zal ik, met een beroep op de Wet Openbaarheid Bestuur, vragen om inzage in de vaststellingovereenkomst tussen de gemeente en de architect en wacht af hoe het college (onder aanvoering van onze waarnemend burgemeester) daar op gaat reageren.

En dan zullen we zien wat zwaarder weegt, de wet of de opvattingen van een college.

Overigens, het feit dat ik een dergelijk verzoek doe, hoeft anderen (in denk even aan het Dagblad voor West-Friesland) er niet van te weerhouden hetzelfde te doen.

mei 11, 2018 Posted by | Drommedaris, WOB | Plaats een reactie

Geloofwaardig

rechterGisteren dan eindelijk de zitting voor de bestuursrechter in Alkmaar. Gelukkig had de Enkhuizer Krant een verslaggever gestuurd, zodat we beschikken over een uitstekend verslag van die bijeenkomst dat bovendien vandaag in de krant stond.

De reden dat ik de gang naar de bestuursrechter heb gemaakt is, dat ik graag wil dat ook de lokale overheid de wet (in dit geval de Wet Openbaarheid Bestuur) op correcte wijze toepast.

Mijn opvatting is dat de gemeente mij niet alle beschikbare informatie heeft verstrekt, hetgeen zij (op grond van de wet) wel zou hebben moeten doen.

De gemeente is zich van geen kwaad bewust en stelt zich op het standpunt dat er geen andere informatie beschikbaar is dan die ze mij heeft verstrekt.

Waar ik om gevraagd heb is inzage in de correspondentie die door de gemeente is gevoerd naar aanleiding van het compromis dat men had gesloten over de kosten van de verzwaring van het elektra netwerk. Onder correspondentie versta ik alle schriftelijk vastgelegde informatie.

De gemeente heeft mij weliswaar een heleboel schriftelijke informatie verstrekt, maar met uitzondering van een raadsvoorstel (waar ik sowieso al over beschikte) had niets daarvan betrekking op het bereikte compromis. De verstrekte informatie ging over het ontstaan van het geschil en niet over de oplossing.

Over de uiteindelijke oplossing werd (behalve via het raadsvoorstel) geen schriftelijk informatie verstrekt. Volgens de gemeente omdat er niets schriftelijk was vastgelegd.

Probleem is dat de informatie met behulp van raadsvoorstellen tegenstrijdigheden bevat. Zoals bijvoorbeeld de kosten van verzwaring. Aanvankelijk werden die geschat op € 100.000,-, hetgeen uiteindelijk werd bijgesteld naar € 20.000,-.

Een opmerkelijke daling, waarop tijdens de behandeling ook geen helder antwoord is gekomen.

De overheid heeft in dit soort kwesties een streepje voor op de gewone burger. In de zin dat ze van zichzelf vindt dat ze nauwelijks iets hoeft te bewijzen, maar op haar woord geloofd dient te worden.

Dat is ook het standpunt van burgemeester Baas en consorten. Gelukkig heeft de Hoge Raad een klein voorbehoud gemaakt. Dat standpunt is alleen geldig als hetgeen de overheid beweert niet ongeloofwaardig is. Over wat wel of niet geloofwaardig is heeft iedereen zijn eigen mening.

Maar ik wilde de vraag over de geloofwaardigheid per se aan een rechter voorleggen, omdat je alleen op die manier een onafhankelijk oordeel krijgt.

Mijn taak was dan ook om de rechter er van te overtuigen, dat hetgeen de gemeente beweerde volstrekt ongeloofwaardig is. Geen idee of me dat gelukt is.

Die ongeloofwaardigheid zit hem primair in het feit dat er van de onderhandelingen met aannemer en stichting niets schriftelijk is vastgelegd. Dit is tegenstrijdig met wat er als norm geldt voor een zorgvuldige bedrijfsvoering.

Meer in detail heb ik gewezen op de afwezigheid van een tweetal documenten die in elke normale bedrijfsvoering aanwezig zouden zijn, maar hier ontbreken.

Ten eerste het gespreksverslag van de bijeenkomst met Hillen & Roosen waarin die aankondigt over te zullen gaan tot aanleg van de (noodzakelijk geachte) elektraverzwaring.

Dat moet een zucht van verlichting hebben doen opgaan op de gemeentelijk burelen. Zou H & R dat besluit namelijk niet hebben genomen, dan was er (volgens bestek) een gebouw opgeleverd waarvoor geen gebruiksvergunning kon worden afgegeven.

Een enorm gezichtsverlies voor gemeente en stichting, die al meer dan 3 maanden met elkaar aan het bakkeleien waren over de vraag wie de kosten voor zijn rekening moest nemen.

Ik zou niet weten waarom je als ambtenaar dat heugelijke feit niet zou vastleggen ten behoeve van je superieuren. Daarbij past ook dat je er op wijst, dat de gemeente een morele verplichting aangaat ten opzichte van de aannemer.

De gemeente ontkent dat zij een betalingsverplichting is aangegaan. Daarmee bedoelt ze waarschijnlijk een betalingsverplichting die juridisch afdwingbaar is. Maar zelfs dat is niet helemaal zeker. Ik heb er in eerdere berichten al op gewezen, dat het ontbreken van een opdracht niet automatisch zal leiden tot verlies van het recht op betaling. Ook al denkt Bram van der Pijll (en velen met hem) dat het wel zo is.

Maar naast een juridisch afdwingbare betalingsverplichting is er ook nog zoiets als een morele betalingsverplichting. Als je erkent dat verzwaring noodzakelijk is, instemt met de uitvoering van het werk en naar de aannemer toe geen voorbehoud maakt voor wat betreft de betaling, dan is de kans groot dat een rechter een weigering tot betaling zeer onredelijk vindt en die morele verplichting alsnog omzet in een juridische verplichting.

Zover is het echter niet gekomen. Het college heeft (met behulp van allerlei omtrekkende bewegingen) tot driemaal gepoogd haar morele verplichtingen na te komen, maar dat is haar door toedoen van de raad uiteindelijk niet gelukt.

Bewijst dat, dat daarmee de aannemer niet is betaald? Geenszins, hij kan ook betaald zijn via een andere begrotingspost. Er zijn diverse voorbeelden van betalingen die niet zijn verantwoord via het projectbudget. Ik schat ongeveer een kwart miljoen.

Maar de essentie (de verslaggever heeft dat correct weergegeven) blijft natuurlijk de vraag in hoeverre de gemeente geloofwaardig is als zij stelt dat er over de tussen gemeente en aannemer/stichting gevoerde onderhandeling niets op schrift is gesteld.

Ik heb 125 A4 tjes bagger ter inzage gekregen, waaruit van alles valt op te maken, maar niet hoe men van de oorspronkelijke kosten van verzwaring (€ 100.000,-) uiteindelijk terecht is gekomen op € 20.000,-. Uitgangspunt was niet wat de kosten waren, maar wat de stichting redelijk vond. Dat bleek € 30.000,- te zijn, waarna stichting en gemeente besloten dat de aannemer daarvan 1/3 voor zijn rekening moest nemen, zodat er nog 20.000,- resteerde die stichting en gemeente onder elkaar verdeelden.

Kortom, de nettokosten voor de voorziening waren € 20.000.- terwijl ze aanvankelijk begroot waren op € 100.000.-.

Ik begrijp dat hetzelfde dossier aan de raad ter inzage is gegeven. Ik vraag me af hoeveel er de moeite hebben genomen om het in te zien. In ieder geval is het kennelijk niemand opgevallen dat het dossier (bijvoorbeeld met behulp  van gespreksverslagen) helemaal niets prijsgeeft over hetgeen er tussen aannemer/stichting en gemeente is besproken.

Simpel gezegd, er is een politieke werkelijkheid gecreëerd, maar de juistheid ervan kan onmogelijk worden geverifieerd aan de hand van ambtelijke verslagen, want die zijn (volgens de gemeente) niet gemaakt. Aannemer en gemeente zijn twee handen op een buik. De vragen die ik aan de aannemer stelde werden linea recta doorgestuurd naar de gemeente.

De stichting is financieel volledig afhankelijk van de gemeente. Ik vind het tamelijk ondenkbaar dat ze onderweg naar het compromis dat ze heeft gesloten nooit iets heeft bevestigd of vastgelegd. Maar goed, de gemeente beweert dat dit nooit is gebeurd en als de stichting de gemeente de hand boven het hoofd wil houden, dan moet ze dat vooral blijven doen.

Mijn stelling is dat wat de gemeente beweert ongeloofwaardig is en dat zij dus dient te bewijzen, dat wat ze stelt, ook waar is.

Wat de rechter daarvan vindt weten we hopelijk over 6 weken.

 

augustus 4, 2017 Posted by | Drommedaris, WOB | 4 reacties

Ontknoping

rechterVandaag over drie weken is de zittingsdag van mijn procedure tegen de gemeente. De voorliggende rechtsvraag is: Heeft de gemeente jegens  mij onrechtmatig gehandeld door mij documenten te onthouden, die ze mij (krachtens de Wet Openbaarheid Bestuur) ter inzage had moeten geven?

De gemeente betwist dat. Zij beweert, dat de door mij gevraagde documenten niet zijn uitgemaakt, dus niet bestaan en daarom ook niet ter inzage kunnen worden gegeven.

De vraag is nu: Hoe geloofwaardig is het, dat ambtenaren, die betalingsafspraken maken met derden, die afspraken niet schriftelijk vastleggen ten behoeve van hun superieuren, de politiek verantwoordelijke wethouder?

Ik acht dat volstrekt ongeloofwaardig en daarmee de kans groot, dat de rechter mijn eis zal inwilligen en de gemeente zal opdragen de gevraagde documenten alsnog ter inzage te geven.

Ik heb het eerder al eens omschreven als een kat en muis spel, waarbij het niet helemaal duidelijk is wie de kat en wie de muis is.

Is de lokale overheid de kat die alles naar zijn hand kan zetten en maak ik, als onbeduidende burger, geen schijn van kans tegen deze samengebalde macht?

Of ben ik de kat, die geholpen door een onafhankelijke en onpartijdige rechter, al die wanhopige leugens waarmee de overheid zich uit de zelfgecreëerde misère probeert te redden, heeft weten te ontmaskeren?

Dat de overheid liegt wanneer haar dat beter uitkomt is een feit. Dat zij in deze kwestie op meerdere punten heeft gelogen is evenzeer een feit. Maar de vraag is nu: Loog zij ook, toen ze beweerde niet te beschikken over de door mij gevraagde documenten?

Hoewel onze lokale politici bevoegd zijn een dergelijke vraag te beantwoorden, zijn ze te laf om het te doen. Vandaar, dat ik haar heb voorgelegd aan een onafhankelijke (en naar ik hoop ook onpartijdige) rechter, die, mocht hij dat noodzakelijk vinden, getuigen onder ede kan verhoren.

Kortom, geleidelijk aan naderen we de ontknoping in dit geschil en daarmee ook de afsluiting van mijn blog.

juli 13, 2017 Posted by | WOB | 1 reactie