Lastig en onpraktisch

wetGisteren liet de gemeente weten, dat ze niet in staat was om (binnen de daarvoor geldende termijn) aan mijn WOB verzoek te voldoen en dat ze de termijn verlengd had tot 8 weken.

Ik weet niet beter of dat is altijd het geval. Niet dat het me wat kan schelen. Ik deed mijn verzoek om te kunnen nagaan of de bewering van het college, dat de architect had aangedrongen op geheimhouding, juist was.

Bij vorige colleges bleken dat soort onwaarschijnlijke beweringen nogal eens uit de duim gezogen en ik vraag me af of het bij deze, a-politieke wethouders, anders zal zijn. Omdat de raad eigenlijk nooit controleert of de beweringen van een college op waarheid berusten, ontstaat er voor colleges een ruimte waarbinnen er van alles en nog wat kan worden beweerd.

Het lijkt me nuttig om die ruimte (door op gezette tijden controle uit te oefenen) enigszins te beperken.

De architect heeft zich laten bijstaan door een advocaat en dat zijn lieden die hun bedoelingen en wensen tamelijk precies weten te formuleren. Mijn verwachting is dan ook dat we straks met enige mate van zekerheid kunnen vaststellen of, hetgeen het college beweerde, daadwerkelijk juist was.

Het oprekken van termijnen door de gemeente vindt overigens niet alleen bij WOB verzoeken plaats.

Pas afgelopen vrijdag werd het raadsvoorstel ingediend ter bekrachtiging van de geheimhouding, waardoor het vrijwel zeker was dat fracties daar onderling geen overleg over konden voeren voor de raadsvergadering.

Overigens is die tactiek contra-productief gebleken en heeft ze niet het beoogde resultaat opgeleverd. Het verzoek om de geheimhouding te bekrachtigen werd door een overgrote meerderheid van fracties van de hand gewezen.

Alleen de technocratisch ingestelde fracties in de raad (VVD en D66), die bemoeienis van de kiezer alleen maar lastig en onpraktisch vinden, bleken voorstander van geheimhouding.

Advertenties

Waakzaamheid blijft geboden.

regentenTot mijn grote opluchting heeft de raad een verstandig besluit genomen inzake het verzoek tot bekrachtigen van de geheimhouding.

Niet dat ik onder de indruk was van de aangevoerde argumenten. Die waren (m.u.v. Jan Raven) aan de magere kant, maar het besluit was het enig juiste dat kon worden genomen. Geen bekrachtiging van de door het college opgelegde geheimhouding.

De enige die een poging deed om met behulp van de WOB zijn standpunt te beargumenteren was Jan Raven, die daarin trouwens niet echt werd bijgevallen.

Het uitgangspunt dat ik de afgelopen tijd HIER naar voren heb gebracht was, dat openbaarheid van bestuur de regel was, maar dat er in de wet bepaalde uitzonderingen werden genoemd die (zoals dat heet) de regel bevestigen. Deze uitzonderingen, opgesomd in artikel 10 van de wet, zou je wettige uitzonderingen kunnen noemen.

De uitzondering waarop het college geheimhouding bepleitte (‘we zijn het samen overeengekomen’) staat niet in de wet en is in mijn ogen dan ook een onwettige uitzondering.

De enigen die er voorstander van waren om (op basis van een onwettige uitzondering) geheimhouding te bekrachtigen, was het liberale smaldeel in de raad. De VVD en D66.

Vond ik de argumentatie van de tegenstanders niet al te sterk, de argumentatie van de voorstanders was helemaal beneden peil.

Zo vroeg Van Reijswoud (VVD) zich af wie er om geheimhouding had gevraagd. Een vraag die net zo relevant is als wanneer een verbaliserend agent zich afvraagt of de snelheidsovertreder wellicht haast had. Het gaat primair om de overtreding zelf en niet om het motief van de overtreder voor die overtreding.

Zelfs al had de architect op geheimhouding aangedrongen (hetgeen hij blijkens een kranteninterview niet had gedaan), dan nog had de wethouder hem er op moeten wijzen dat de WOB het voor hem onmogelijk maakte om een dergelijke toezegging te doen. Kennelijk berust het VVD gedachtengoed op het idee, dat je de werking van elke wet kunt omzeilen, zolang je de bewindspersoon in kwestie er van kan overtuigen, dat er voor jou een uitzondering moet worden gemaakt. Daar is een goed Nederlands woord voor en noemen we gewoonlijk “vriendjespolitiek”.

Voor Koning (D66) was geheimhouding ook een uitgemaakte zaak. Het was privaat-rechterlijk overeengekomen, dus er was niets aan de hand. Van deze partij, die lokaal het standpunt huldigt dat je als raadslid alleen binnen de raadszaal de discussie hoeft aan te gaan (en dat vervolgens consequent nalaat), was onder leiding van Koning toch al geen peil meer te trekken.

Koning discussieert niet, maar leest vooraf opgestelde verklaringen voor en hult zich dan in stilzwijgen. De partij, die zich ooit presenteerde als redelijk alternatief is (nadat ze landelijk één van haar kroonjuwelen, het referendum, om zeep had geholpen) naar een bedenkelijk regentesk niveau afgezakt en demonstreert dat lokaal tijdens bijna elke vergadering.

Wat beide liberale partijen proberen uit te stralen is het volgende:

Wetten er zijn om toegepast te worden op het klootjesvolk, terwijl wij, als regenten, zelf mogen bepalen of ze ook op ons van toepassing moeten zijn. En in geval het ons (en onze vrienden) niet past, mogen we zelf uitzonderingen op die wetten verzinnen. Die we vervolgens alleen maar ter goedkeuring hoeven voor te leggen aan de vertegenwoordigers van dat klootjesvolk, die het met een beetje geluk nog goedvinden ook.

Gelukkig heeft dat gedachtengoed het, met meer geluk dan wijsheid trouwens, deze keer niet gehaald, maar waakzaamheid blijft geboden.

Onwettig?

advocaat
Geheim advies college?

Het raadsvoorstel “Bekrachtiging geheimhouding vaststellingsoverkomst met architect” bevat een interessante clausule die ik hieronder in zijn geheel citeer.

Na uw besluitvorming, positief of negatief, zullen de ingediende Wob-verzoeken in die lijn door ons worden afgewikkeld.

Deze clausule is interessant omdat de afwikkeling van een WOB verzoek afhankelijk wordt gemaakt van het besluit van de gemeenteraad over een niet in de wet genoemde reden voor uitzondering op die wet. Dat lijkt me voor de raad een interessant juridisch probleem, waar ze welgeteld een weekend en twee werkdagen over mag nadenken.

Uiteraard heeft de raad het recht om van alles en nog wat te besluiten, maar de vraag blijft natuurlijk is het wel wettig wat ze besluit?

We weten dat het college 14 dagen de tijd heeft genomen om zich door een externe jurist te laten adviseren, alvorens er antwoord werd gegeven op gestelde vragen. Over de inhoud van dat advies zijn geen mededelingen gedaan en het raadsvoorstel verwijst er ook niet naar.

Het zou dus zo maar kunnen zijn dat de externe jurist het voorstel heeft ontraden. Daarom zou de raad er verstandig aan doen om, voordat ze een besluit neemt, kennis te nemen van de letterlijke tekst van het externe advies.

Kennelijk zijn er meerdere WOB verzoeken gedaan en ik zou graag weten wie er nog meer zo’n verzoek heeft gedaan. Wellicht kunnen we onze krachten dan bundelen ter behoud van de openbaarheid van bestuur.

ei van
Ei van Struijlaart

Mijn eigen verzoek is vrij simpel. Ik heb inzage gevraag naar de correspondentie met de architect over de getroffen schikking en de schikking zelf.

Waar de schikking mogelijk getroffen zou kunnen worden door een door de raad bekrachtigde geheimhouding, geldt dat natuurlijk niet voor de correspondentie die daarover is gevoerd ter voorbereiding van de schikking.

Met name het onderdeel dat betrekking heeft op het verzoek tot geheimhouding van de architect.

Mijn WOB verzoek dateert van 18 mei. Veel later, 7 juni, publiceert het NHD  een interview met de architect die laat weten dat de geheimhouding van hem niet hoefde.

Logisch dat ik gezien die krantenpublicatie nieuwsgierig ben naar de letterlijke tekst van het verzoek dat (volgens de gemeente) door de architect is gedaan. Hoewel ik er, op basis van ervaring uit het verleden, rekening mee houd dat de gemeente geen enkel bewijs van een dergelijk verzoek kan overleggen.

Maar wat het besluit van de raad aanstaande dinsdagavond nog spannender maakt is natuurlijk dat de uitkomst bepaalt hoe mijn oorspronkelijke WOB verzoek zal worden afgewikkeld.

Besluit de raad tot geheimhouding, dan stap ik vrijwel zeker naar de bestuursrechter, omdat het besluit niet is gebaseerd op een in de wet genoemde uitzondering en daarom wat mij betreft onwettig is.

Het ei van Struijlaart

ei van
Ei van Struijlaart

En ja hoor, daar is dan eindelijk waar iedereen reikhalzend naar heeft uitgekeken.

Twee maanden nadat wethouder Struijlaart het besluit had genomen om de raad geheimhoudingsplicht op te leggen (16 april) komt hij nu met het verzoek aan de raad dat besluit te bekrachtigen en wel per 15 juni.

Na extern juridisch advies en weken van delibereren kunnen we eindelijk lezen waar het verzoek tot bekrachtiging op is gebaseerd. Voornamelijk op gebakken lucht naar het zich laat aanzien.

Struijlaart geeft de raad eerst een sigaar uit eigen doos. Namelijk iets waar ze al die tijd al recht op hadden (inzage in de door hem getroffen schikking). In ruil voor deze sigaar wordt de raad verzocht om het beginsel  “openbaarheid  van bestuur” voor deze keer terzijde te schuiven.

Waarom? Omdat hij zo dom is geweest om de architect geheimhouding te beloven. Althans, dat beweert hij.

De architect heeft echter al via de krant laten weten dat hij er nooit om heeft gevraagd en het hem ook niets kan schelen.

Maar zelfs al zou het hem wel wat kunnen schelen, dan nog had hem dat nooit beloofd mogen worden.

Omdat dit in strijd is met het democratische beginsel van openbaarheid van bestuur. Zoals vastgelegd in de Wet Openbaarheid Bestuur. Mogen we concluderen dat Struijlaart als doorgewinterde beroepswethouder niet op de hoogte was van het bestaan van deze wet? Uiteraard niet, maar wat Struijlaart wel bezielde laat zich maar moeilijk doorgronden.

In artikel 10 van de WOB worden de uitzonderingsgevallen genoemd waarin openbaarheid van bestuur niet van toepassing is. Struijlaart noemt geen van de bij wet bepaalde uitzonderingsgevallen in zijn voorstel, maar komt met een zelf bedachte uitzondering. Partijen zijn geheimhouding met elkaar overeengekomen.

Als dat argument ook maar enig hout zou snijden, dan zou de Wet Openbaarheid Bestuur de prullenbak in kunnen. Immers, om de gevolgen van die wet te kunnen ontlopen zouden partijen alleen maar “geheimhouding met elkaar hoeven af te spreken”.

Naast het ei van Columbus kunnen we dus nu ook spreken van het ei van Struijlaart.

In essentie een opgestoken middel vinger naar de juristen die de wet hebben ontworpen, de leden van de eerste en tweede kamer die haar hebben goedgekeurd en de leden van de Raad van State die geen bezwaar zagen. Allemaal sukkels, die niet in de gaten hadden gehad, dat wat er in de wet bepaald was, simpel terzijde kon worden geschoven, zodra partijen maar gezamenlijk overeenkwamen zich niet aan de wet te zullen houden.

Ik denk dat we veilig kunnen constateren, dat het door het college gevraagde juridisch advies niets heeft opgeleverd en dat de juridische ratatouille die hier wordt uitgedragen van interne makelij is. Slechts bedoeld om indruk te maken op hen die van toeten noch blazen weten.

Het aanzien van de Enkhuizer raad is in de loop der jaren dusdanig gedaald, dat college en ambtenaren er klaarblijkelijk van uitgaan dat je haar letterlijk van alles wijs kunt maken. Zoals bijvoorbeeld dat je met een simpel raadsbesluit een wet buiten werking kunt stellen.

Vergeet de opzichtige vleierij die er elke vergadering over de raad wordt uitgestrooid. Dit voorstel laat zien hoe college en ambtenaren werkelijk over de raad denken.

Dom genoeg om niet te beseffen, dat je als gemeenteraad niet in staat bent een wet buiten werking te verklaren, omdat je zo graag een wethouder een plezier wilt doen.

Artikel 10 van de WOB specificeert onder welke omstandigheden de wet niet van toepassing is. Geen van de daar genoemde omstandigheden wordt door het college als reden genoemd.

Waar de wethouder de raad toe uitnodigt is het negeren van een wet. Zodat hij zijn eigen falen verborgen kan houden.

Laten we hopen dat aanstaande dinsdagavond de raad niet verder wegzakt in het moeras dat in Enkhuizen voor besturen moet doorgaan.

Over geheimhouding.

advocaatDe website Wetboek on line zegt het volgende over artikel 25 van de gemeentewet dat handelt over geheimhouding.

Punt 1 is (gegeven de omstandigheden) niet relevant. Alleen de punten 2 tot 4 zijn van belang.

2. Op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door het college, de burgemeester en een commissie, ieder ten aanzien van de stukken die zij aan de raad of aan leden van de raad overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt.

3. De krachtens het tweede lid opgelegde verplichting tot geheimhouding met betrekking tot aan de raad overgelegde stukken vervalt, indien de oplegging niet door de raad in zijn eerstvolgende vergadering die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht, wordt bekrachtigd.

4. De krachtens het tweede lid opgelegde verplichting tot geheimhouding met betrekking tot aan leden van de raad overgelegde stukken wordt in acht genomen totdat het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd, dan wel, indien het stuk waaromtrent geheimhouding is opgelegd aan de raad is voorgelegd, totdat de raad haar opheft. De raad kan deze beslissing alleen nemen in een vergadering die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht.

OK, gewapend met bovenstaande kennis, wat te doen met de door het college opgelegde geheimhouding inzake de schikking die ze (blijkens haar raadsbrief van 16 april) met de architect heeft getroffen?

Artikel 3 laat weten dat die opgelegde verplichting vervalt, als ze niet tijdens de eerstvolgende vergadering wordt bekrachtigd. Uitgaande van de datum van de aankondiging (16 april) zou de maatregel dus in de raadsvergadering van 24 april bekrachtigd moeten zijn. Dat is niet gebeurd. Waarschijnlijk omdat het college nog druk doende was advies te vragen aan haar advocaat.

Kennelijk heeft men geen of onvoldoende vertrouwen in de eigen juridische afdeling.

Als gevolg van deze adviesaanvrage bereikte het raadsvoorstel pas begin mei de raad. Als we dat tijdstip als uitgangspunt nemen, dient de maatregel in de mei vergadering bekrachtigd te worden. Dat wil zeggen op 29 mei. Ook dat is niet gebeurd.

Wat per die datum (29 mei) wel gebeurde is dat raadslid Langbroek antwoord kreeg op de door hem gestelde vragen. Daarin werd aangekondigd  dat een raadsvoorstel voor de vergadering van 19 juni in voorbereiding was. Als ik dit schrijf (14 juni) zijn we dus 5 dagen vóór die raadsvergadering en is er nog steeds geen raadsvoorstel over dit onderwerp beschikbaar.

Niet alleen mist men tot tweemaal toe de wettelijk voorgeschreven termijn, ook bij de derde (aangekondigde) poging slaagt men er niet in om tijdig een raadsvoorstel te produceren, waardoor het voor de fracties vrijwel onmogelijk is geworden om met elkaar overleg te plegen over dit onderwerp.

Een deerniswekkende gang van zaken, in weerwil van het feit dat men extern juridisch advies heeft gevraagd over deze kwestie. Meer dan voldoende reden om inzage te vragen in de aanvraag en de tekst van het door de advocaat gegeven advies. Alsmede in de totale kosten er van.

Wobben of tobben

wobIk schrijf al 8 jaar over de lokale politiek op basis van verifieerbare bronnen.

Door de gemeente verstrekte documenten zoals raadsvoorstellen, raadsbrieven en de bijbehorende bijlagen. Uitlatingen van  politici tijdens openbare bijeenkomsten, zoals  raads- en commissievergaderingen en door de gemeente afgegeven persberichten en tot slot verslagen van de lokale krant.

Het doel is om op die manier het tot ons komende nieuws te duiden en in perspectief te plaatsen. Met de betrokken politici praat ik zelden of nooit, omdat het toch geen andere inzichten oplevert dan het weinige wat ze in het openbaar al hebben verkondigd.

De zogenaamd vertrouwelijke informatie waarover sommigen zeggen te beschikken blijkt in veel gevallen niet meer dan roddel en achterklap.

Hoewel raadsleden het recht hebben om inzage te vragen in de onderliggende stukken, wordt van dat recht zelden gebruik gemaakt en volgt men gemakshalve de door het college gegeven “interpretatie” van de feiten (zoals vastgelegd in de onderliggende stukken).

Niet alleen raadsleden hebben recht op inzage in onderliggende stukken. Gewone burgers hebben dat ook. Daarvoor dienen ze een aanvraag in te dienen op grond van de Wet Openbaarheid Bestuur.

Tot dusver heb ik een drietal van dat soort aanvragen ingediend. De eerste keer om inzage te krijgen in de correspondentie die er tussen gemeente en stichting/aannemer was gevoerd over het vergelijk dat ze hadden bereikt over de kosten van de verzwaring van het elektranetwerk in de Drommedaris.

Uit de overgelegde documenten bleek, dat over het bereikte compromis met aannemer, noch met de stichting, correspondentie was gevoerd en/of (betalings)afspraken waren gemaakt en bevestigd. Hoewel een dergelijke gang van zaken indruist tegen elke gebruikelijke bedrijfsvoering (uitgezonderd die van de mafia) zag de raad geen reden om er bij het college op aan te dringen haar bedrijfsvoering te wijzigen.

We moeten dus niet verbaasd opkijken als bij toekomstige WOB aanvragen opnieuw zal blijken, dat essentiële documenten ontbreken. Dat lijkt immers een vastgeroest onderdeel van de Enkhuizer bestuurscultuur.

Mijn tweede WOB verzoek was naar aanleiding van de bewering van burgemeester Baas, dat de onkostenregeling voor raadsfracties door de raadsgriffier werd geadministreerd en beoordeeld op de juiste toepassing. Uit de documenten die werden overlegd bleek geen van beide waar te zijn. Een meerderheid van de fracties maakte een oneigenlijk gebruik van de regeling en ook de administratie liet in veel gevallen te wensen over.

Mijn derde WOB verzoek betreft de bewering van het college dat de architect had verzocht om geheimhouding van de door hem getroffen regeling met de gemeente. Mijn verzoek betreft inzage in het verzoek van de architect en de daarover gevoerde correspondentie. Alsmede de regeling zelf.

Basic RGBMijn verzoek is meer dan 14 dagen oud en daar het om hoogstens een paar brieven kan gaan had het normaal gesproken al beantwoord kunnen zijn. Maar de gemeente hoeft pas binnen 4 weken te reageren en kan die termijn zelfs nog met vier weken verlengen.

Ik twijfel er niet aan of men zal ook nu weer gebruik maken van de maximale termijn. Het zou me evenmin verbazen dat (nadat die maximale termijn is gebruikt) het antwoord zal luiden, dat de gevraagde documenten niet bestaan en dus niet kunnen worden getoond.

Inmiddels heeft de architect in een artikel in het NHD laten weten dat geheimhouding geen onderdeel was van zijn wensenpakket.

Uiteraard zou ik liever zien, dat raadsleden gebruik zouden maken van hun rechten om op die manier te proberen hun toezichthoudende taak vorm te geven en waar nodig de  waarheid boven water te krijgen.

Maar zolang raadsleden weigeren (of het niet nodig vinden) om van hun rechten gebruik te maken zit er niets anders op, dan dat anderen die leemte proberen te vullen. Uiteraard zou het prettig zijn als de reguliere pers daarin ook een taak zag, maar die beweert er geen tijd voor te hebben.

De ezel en de steen.

ezel2Kort geleden gaf ik (in mijn column het Bommel effect) antwoord op de vragen die de raadsleden Langbroek (schriftelijk) en de Jong (mondeling) aan het college hadden gesteld.

Om duidelijk te maken dat al dat gewichtige gedoe (wat ook een karaktereigenschap van Olie B. Bommel is) eigenlijk nergens op slaat.

Immers, de gestelde vragen waren volstrekt overbodig, omdat de antwoorden er op (zeker als men een jarenlange ervaring als raadslid achter de rug heeft), bij de vraagsteller bekend moesten zijn geweest.

Vragen naar de bekende weg heet dat in gewoon Nederlands.

Inmiddels heeft het college de vragen formeel beantwoord en bevestigd, wat ik eerder al schreef.

Uiteraard hebben raadsleden het recht om kennis te nemen van de “geheime” afspraken die het college gemaakt heeft. Zij het, dat het college de raad geheimhouding kan opleggen tot het moment, waarop de raad daarover zelf een besluit heeft genomen.

Daarbij gaat het om een tamelijk principieel punt. Namelijk, dat niet het college, maar het de raad is, die beslist of geheimhouding gewenst en noodzakelijk is.

Wat er op neerkomt dat zelfs als de architect er op aan heeft gedrongen dat zijn afspraken met de gemeente geheim zouden blijven, de gemeente niet anders kan doen, dan kennis te nemen van die wens, maar de architect er op dient te wijzen, dat het besluit (over die geheimhouding) niet aan het college is, maar aan de raad.

Alvorens de raad een verantwoord besluit kan nemen over geheimhouding, dient ze uiteraard kennis te hebben van de reden voor die geheimhouding. In de beantwoording van de vragen zegt het college daarover:

Tijdens de onderhandelingen over het treffen van een mogelijke schikking hebben beide partijen hun eisen op tafel gelegd. De wens tot geheimhouding van de vaststellingsovereenkomst kwam vooral van de kant van de architect. Wij kunnen hem daarin heel goed volgen want het betreft (vooral) een financieel aspect in relatie tot bedrijfsvoering waar anderen niet direct toegang toe behoren te krijgen. Het resultaat van de onderhandelingen is immers vastgelegd in een privaatrechtelijke overeenkomst tussen twee partijen. Daarbij hebben wij ons ook gerealiseerd dat wij te allen tijde verantwoording moeten kunnen afleggen aan de gemeenteraad.

ezel3Het college beweert dus, dat het “vooral” de architect was die geheimhouding heeft geëist.

Een eis waarvan de advocaat van de architect moet hebben geweten, dat de gemeente daar “formeel” niet aan zou kunnen voldoen, omdat de beslissing daarover alleen maar “tijdelijk” in handen van het college was en dat het uiteindelijk de raad was die daar (met behulp van eigen overwegingen) een besluit over kon nemen.

Omdat het tamelijk voorspelbaar was dat het college met een dergelijke bewering (dat het vooral de architect was die met een dergelijke eis zou zijn gekomen) heb ik daar (met mijn WOB verzoek) al rekening mee gehouden.

Mijn verzoek luidt letterlijk.

Op grond van de Wet Openbaarheid van Bestuur verzoek ik U om inzage in de correspondentie die er (direct of via zijn vertegenwoordiger) gevoerd is met de “Drommedaris” architect Hans Kuiper over de met hem te treffen schikking.

En tevens inzage in de uiteindelijke tekst van de schikking.

We moeten echter niet verbaasd opkijken, als de door mij gevraagde correspondentie (tussen gemeente en de advocaat) volgens het college niet blijkt te bestaan.

Zoals dat ook het geval was rond de Drommedaris met de correspondentie tussen gemeente en aannemer (over het compromis dat met hem was gesloten) en de correspondentie tussen gemeente en stichting over hetzelfde  compromis.

Ook toen is nadrukkelijk gevraagd om schriftelijke onderbouwing, maar bleek dat niet mogelijk, omdat het Enkhuizer beleid is dergelijke afspraken niet schriftelijk te laten vastleggen. De raad nam destijds genoegen met die verklaring en het zou me dus ook niet verbazen, als ze dat deze keer opnieuw zou doen.

De klemmende vraag is dus, hoe vaak de raad van Enkhuizen bereid is om zich aan dezelfde steen te willen blijven stoten.