Solvabel.

Onderdeel van de REZ aanbesteding was de zogenaamde selectieleidraad. Deze diende om te bepalen of de de toekomstige contractpartner solvabel genoeg was om het project te kunnen uitvoeren.

De contractpartner van de gemeente is OREZ BV, een onderneming die op 17-6-2016 is ingeschreven in het handelsregister met een geplaatst kapitaal van € 200,- en met 0 werknemers.

Nu de gemeente beweert, dat OREZ BV aan de solvabiliteitseisen van de gemeente heeft voldaan is het zaak de gemeente te vragen om de door haar uitgevoerde berekening van de solvabiliteit van OREZ BV vrij te geven.

Dat de aandelen van OREZ BV in handen zijn geraakt van een nieuwe eigenaar is niet van invloed op de solvabiliteit van OREZ BV. De partij die verplichtingen is aangegaan t.o.v de gemeente. Het niet nakomen van die verplichtingen door OREZ BV betekent niet dat de nieuwe eigenaar van de BV ze zal nakomen.

Ander onderdeel van de selectieleidraad is de afgifte van een bankgarantie. Op grond van mijn ervaring met BG’s en B/L’s weet ik dat de omstandigheden waaronder van een bankgarantie gebruik kan worden gemaakt nauwkeurig omschreven moeten zijn.

Inzicht in de tekst van de bankgarantie is daarom essentieel voor haar beoordeling.

Het eenvoudigste zou zijn als raadsleden de moed hadden om de berekening van de solvabiliteit en de tekst van de bankgarantie bij het college op te vragen, maar als die moed ontbreekt (en dat zou zeker niet de eerste keer zijn) dan zal er door mij een nieuw WOB verzoek moeten worden gedaan.

 

Beoordelingscommissie.

commissie

Gisteren schreef ik, dat ik begreep waarom  het college de raad zoveel mogelijk in het duister liet voor wat betreft haar plannen met het REZ.

Dat de raad de keuze kreeg tussen “gaan” en “niet gaan” en zich (na het maken van die keuze) nergens meer mee mocht bemoeien.

De SP mag zichzelf wijs gemaakt hebben dat een meerderheid van de raad de plannen heeft goedgekeurd, maar dat is dan een treffend voorbeeld van zelfsuggestie.

De bestaande plannen zijn namelijk goedgekeurd door een door het college in het leven geroepen beoordelingscommissie. Hoe die is samengesteld weet ik niet, behalve dat ze drie stedenbouwkundigen bevat.

Zoals ik ook niet weet, waaruit hun advies bestond. Met name hun advies over de definitieve versie van de plannen, dat inmiddels zoveel stof heeft doen opwaaien.

Voor mij reden om door middel van een WOB verzoek om hun samenstelling te vragen en inzage te vragen in de door hun gegeven adviezen.

Vervelende bijkomstigheid is natuurlijk dat de gemeente altijd de maximale tijd neemt om op vragen (in het kader van een WOB verzoek) te antwoorden.

De wet schrijft voor vragen binnen 4 weken te beantwoorden, maar dat uitstel met nog eens 4 weken een mogelijkheid is. Het is dus niet denkbeeldig, dat we pas eind juli weten wie er in de beoordelingscommissie zaten en wat hun advies was ten aanzien van het definitieve plan, dat inmiddels “in procedure” is gebracht.

Maar dat is ruim voordat de raad in september 14 dagen de tijd krijgt om zich een beeld te vormen van de ingediende bezwaren en daar vervolgens een besluit over neemt. Het enige besluit dat ze (na 3 jaar onderhandelen met Orez BV) heeft mogen nemen.

Lastig en onpraktisch

wetGisteren liet de gemeente weten, dat ze niet in staat was om (binnen de daarvoor geldende termijn) aan mijn WOB verzoek te voldoen en dat ze de termijn verlengd had tot 8 weken.

Ik weet niet beter of dat is altijd het geval. Niet dat het me wat kan schelen. Ik deed mijn verzoek om te kunnen nagaan of de bewering van het college, dat de architect had aangedrongen op geheimhouding, juist was.

Bij vorige colleges bleken dat soort onwaarschijnlijke beweringen nogal eens uit de duim gezogen en ik vraag me af of het bij deze, a-politieke wethouders, anders zal zijn. Omdat de raad eigenlijk nooit controleert of de beweringen van een college op waarheid berusten, ontstaat er voor colleges een ruimte waarbinnen er van alles en nog wat kan worden beweerd.

Het lijkt me nuttig om die ruimte (door op gezette tijden controle uit te oefenen) enigszins te beperken.

De architect heeft zich laten bijstaan door een advocaat en dat zijn lieden die hun bedoelingen en wensen tamelijk precies weten te formuleren. Mijn verwachting is dan ook dat we straks met enige mate van zekerheid kunnen vaststellen of, hetgeen het college beweerde, daadwerkelijk juist was.

Het oprekken van termijnen door de gemeente vindt overigens niet alleen bij WOB verzoeken plaats.

Pas afgelopen vrijdag werd het raadsvoorstel ingediend ter bekrachtiging van de geheimhouding, waardoor het vrijwel zeker was dat fracties daar onderling geen overleg over konden voeren voor de raadsvergadering.

Overigens is die tactiek contra-productief gebleken en heeft ze niet het beoogde resultaat opgeleverd. Het verzoek om de geheimhouding te bekrachtigen werd door een overgrote meerderheid van fracties van de hand gewezen.

Alleen de technocratisch ingestelde fracties in de raad (VVD en D66), die bemoeienis van de kiezer alleen maar lastig en onpraktisch vinden, bleken voorstander van geheimhouding.

Waakzaamheid blijft geboden.

regentenTot mijn grote opluchting heeft de raad een verstandig besluit genomen inzake het verzoek tot bekrachtigen van de geheimhouding.

Niet dat ik onder de indruk was van de aangevoerde argumenten. Die waren (m.u.v. Jan Raven) aan de magere kant, maar het besluit was het enig juiste dat kon worden genomen. Geen bekrachtiging van de door het college opgelegde geheimhouding.

De enige die een poging deed om met behulp van de WOB zijn standpunt te beargumenteren was Jan Raven, die daarin trouwens niet echt werd bijgevallen.

Het uitgangspunt dat ik de afgelopen tijd HIER naar voren heb gebracht was, dat openbaarheid van bestuur de regel was, maar dat er in de wet bepaalde uitzonderingen werden genoemd die (zoals dat heet) de regel bevestigen. Deze uitzonderingen, opgesomd in artikel 10 van de wet, zou je wettige uitzonderingen kunnen noemen.

De uitzondering waarop het college geheimhouding bepleitte (‘we zijn het samen overeengekomen’) staat niet in de wet en is in mijn ogen dan ook een onwettige uitzondering.

De enigen die er voorstander van waren om (op basis van een onwettige uitzondering) geheimhouding te bekrachtigen, was het liberale smaldeel in de raad. De VVD en D66.

Vond ik de argumentatie van de tegenstanders niet al te sterk, de argumentatie van de voorstanders was helemaal beneden peil.

Zo vroeg Van Reijswoud (VVD) zich af wie er om geheimhouding had gevraagd. Een vraag die net zo relevant is als wanneer een verbaliserend agent zich afvraagt of de snelheidsovertreder wellicht haast had. Het gaat primair om de overtreding zelf en niet om het motief van de overtreder voor die overtreding.

Zelfs al had de architect op geheimhouding aangedrongen (hetgeen hij blijkens een kranteninterview niet had gedaan), dan nog had de wethouder hem er op moeten wijzen dat de WOB het voor hem onmogelijk maakte om een dergelijke toezegging te doen. Kennelijk berust het VVD gedachtengoed op het idee, dat je de werking van elke wet kunt omzeilen, zolang je de bewindspersoon in kwestie er van kan overtuigen, dat er voor jou een uitzondering moet worden gemaakt. Daar is een goed Nederlands woord voor en noemen we gewoonlijk “vriendjespolitiek”.

Voor Koning (D66) was geheimhouding ook een uitgemaakte zaak. Het was privaat-rechterlijk overeengekomen, dus er was niets aan de hand. Van deze partij, die lokaal het standpunt huldigt dat je als raadslid alleen binnen de raadszaal de discussie hoeft aan te gaan (en dat vervolgens consequent nalaat), was onder leiding van Koning toch al geen peil meer te trekken.

Koning discussieert niet, maar leest vooraf opgestelde verklaringen voor en hult zich dan in stilzwijgen. De partij, die zich ooit presenteerde als redelijk alternatief is (nadat ze landelijk één van haar kroonjuwelen, het referendum, om zeep had geholpen) naar een bedenkelijk regentesk niveau afgezakt en demonstreert dat lokaal tijdens bijna elke vergadering.

Wat beide liberale partijen proberen uit te stralen is het volgende:

Wetten er zijn om toegepast te worden op het klootjesvolk, terwijl wij, als regenten, zelf mogen bepalen of ze ook op ons van toepassing moeten zijn. En in geval het ons (en onze vrienden) niet past, mogen we zelf uitzonderingen op die wetten verzinnen. Die we vervolgens alleen maar ter goedkeuring hoeven voor te leggen aan de vertegenwoordigers van dat klootjesvolk, die het met een beetje geluk nog goedvinden ook.

Gelukkig heeft dat gedachtengoed het, met meer geluk dan wijsheid trouwens, deze keer niet gehaald, maar waakzaamheid blijft geboden.

Onwettig?

advocaat
Geheim advies college?

Het raadsvoorstel “Bekrachtiging geheimhouding vaststellingsoverkomst met architect” bevat een interessante clausule die ik hieronder in zijn geheel citeer.

Na uw besluitvorming, positief of negatief, zullen de ingediende Wob-verzoeken in die lijn door ons worden afgewikkeld.

Deze clausule is interessant omdat de afwikkeling van een WOB verzoek afhankelijk wordt gemaakt van het besluit van de gemeenteraad over een niet in de wet genoemde reden voor uitzondering op die wet. Dat lijkt me voor de raad een interessant juridisch probleem, waar ze welgeteld een weekend en twee werkdagen over mag nadenken.

Uiteraard heeft de raad het recht om van alles en nog wat te besluiten, maar de vraag blijft natuurlijk is het wel wettig wat ze besluit?

We weten dat het college 14 dagen de tijd heeft genomen om zich door een externe jurist te laten adviseren, alvorens er antwoord werd gegeven op gestelde vragen. Over de inhoud van dat advies zijn geen mededelingen gedaan en het raadsvoorstel verwijst er ook niet naar.

Het zou dus zo maar kunnen zijn dat de externe jurist het voorstel heeft ontraden. Daarom zou de raad er verstandig aan doen om, voordat ze een besluit neemt, kennis te nemen van de letterlijke tekst van het externe advies.

Kennelijk zijn er meerdere WOB verzoeken gedaan en ik zou graag weten wie er nog meer zo’n verzoek heeft gedaan. Wellicht kunnen we onze krachten dan bundelen ter behoud van de openbaarheid van bestuur.

ei van
Ei van Struijlaart

Mijn eigen verzoek is vrij simpel. Ik heb inzage gevraag naar de correspondentie met de architect over de getroffen schikking en de schikking zelf.

Waar de schikking mogelijk getroffen zou kunnen worden door een door de raad bekrachtigde geheimhouding, geldt dat natuurlijk niet voor de correspondentie die daarover is gevoerd ter voorbereiding van de schikking.

Met name het onderdeel dat betrekking heeft op het verzoek tot geheimhouding van de architect.

Mijn WOB verzoek dateert van 18 mei. Veel later, 7 juni, publiceert het NHD  een interview met de architect die laat weten dat de geheimhouding van hem niet hoefde.

Logisch dat ik gezien die krantenpublicatie nieuwsgierig ben naar de letterlijke tekst van het verzoek dat (volgens de gemeente) door de architect is gedaan. Hoewel ik er, op basis van ervaring uit het verleden, rekening mee houd dat de gemeente geen enkel bewijs van een dergelijk verzoek kan overleggen.

Maar wat het besluit van de raad aanstaande dinsdagavond nog spannender maakt is natuurlijk dat de uitkomst bepaalt hoe mijn oorspronkelijke WOB verzoek zal worden afgewikkeld.

Besluit de raad tot geheimhouding, dan stap ik vrijwel zeker naar de bestuursrechter, omdat het besluit niet is gebaseerd op een in de wet genoemde uitzondering en daarom wat mij betreft onwettig is.

Het ei van Struijlaart

ei van
Ei van Struijlaart

En ja hoor, daar is dan eindelijk waar iedereen reikhalzend naar heeft uitgekeken.

Twee maanden nadat wethouder Struijlaart het besluit had genomen om de raad geheimhoudingsplicht op te leggen (16 april) komt hij nu met het verzoek aan de raad dat besluit te bekrachtigen en wel per 15 juni.

Na extern juridisch advies en weken van delibereren kunnen we eindelijk lezen waar het verzoek tot bekrachtiging op is gebaseerd. Voornamelijk op gebakken lucht naar het zich laat aanzien.

Struijlaart geeft de raad eerst een sigaar uit eigen doos. Namelijk iets waar ze al die tijd al recht op hadden (inzage in de door hem getroffen schikking). In ruil voor deze sigaar wordt de raad verzocht om het beginsel  “openbaarheid  van bestuur” voor deze keer terzijde te schuiven.

Waarom? Omdat hij zo dom is geweest om de architect geheimhouding te beloven. Althans, dat beweert hij.

De architect heeft echter al via de krant laten weten dat hij er nooit om heeft gevraagd en het hem ook niets kan schelen.

Maar zelfs al zou het hem wel wat kunnen schelen, dan nog had hem dat nooit beloofd mogen worden.

Omdat dit in strijd is met het democratische beginsel van openbaarheid van bestuur. Zoals vastgelegd in de Wet Openbaarheid Bestuur. Mogen we concluderen dat Struijlaart als doorgewinterde beroepswethouder niet op de hoogte was van het bestaan van deze wet? Uiteraard niet, maar wat Struijlaart wel bezielde laat zich maar moeilijk doorgronden.

In artikel 10 van de WOB worden de uitzonderingsgevallen genoemd waarin openbaarheid van bestuur niet van toepassing is. Struijlaart noemt geen van de bij wet bepaalde uitzonderingsgevallen in zijn voorstel, maar komt met een zelf bedachte uitzondering. Partijen zijn geheimhouding met elkaar overeengekomen.

Als dat argument ook maar enig hout zou snijden, dan zou de Wet Openbaarheid Bestuur de prullenbak in kunnen. Immers, om de gevolgen van die wet te kunnen ontlopen zouden partijen alleen maar “geheimhouding met elkaar hoeven af te spreken”.

Naast het ei van Columbus kunnen we dus nu ook spreken van het ei van Struijlaart.

In essentie een opgestoken middel vinger naar de juristen die de wet hebben ontworpen, de leden van de eerste en tweede kamer die haar hebben goedgekeurd en de leden van de Raad van State die geen bezwaar zagen. Allemaal sukkels, die niet in de gaten hadden gehad, dat wat er in de wet bepaald was, simpel terzijde kon worden geschoven, zodra partijen maar gezamenlijk overeenkwamen zich niet aan de wet te zullen houden.

Ik denk dat we veilig kunnen constateren, dat het door het college gevraagde juridisch advies niets heeft opgeleverd en dat de juridische ratatouille die hier wordt uitgedragen van interne makelij is. Slechts bedoeld om indruk te maken op hen die van toeten noch blazen weten.

Het aanzien van de Enkhuizer raad is in de loop der jaren dusdanig gedaald, dat college en ambtenaren er klaarblijkelijk van uitgaan dat je haar letterlijk van alles wijs kunt maken. Zoals bijvoorbeeld dat je met een simpel raadsbesluit een wet buiten werking kunt stellen.

Vergeet de opzichtige vleierij die er elke vergadering over de raad wordt uitgestrooid. Dit voorstel laat zien hoe college en ambtenaren werkelijk over de raad denken.

Dom genoeg om niet te beseffen, dat je als gemeenteraad niet in staat bent een wet buiten werking te verklaren, omdat je zo graag een wethouder een plezier wilt doen.

Artikel 10 van de WOB specificeert onder welke omstandigheden de wet niet van toepassing is. Geen van de daar genoemde omstandigheden wordt door het college als reden genoemd.

Waar de wethouder de raad toe uitnodigt is het negeren van een wet. Zodat hij zijn eigen falen verborgen kan houden.

Laten we hopen dat aanstaande dinsdagavond de raad niet verder wegzakt in het moeras dat in Enkhuizen voor besturen moet doorgaan.

Over geheimhouding.

advocaatDe website Wetboek on line zegt het volgende over artikel 25 van de gemeentewet dat handelt over geheimhouding.

Punt 1 is (gegeven de omstandigheden) niet relevant. Alleen de punten 2 tot 4 zijn van belang.

2. Op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door het college, de burgemeester en een commissie, ieder ten aanzien van de stukken die zij aan de raad of aan leden van de raad overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt.

3. De krachtens het tweede lid opgelegde verplichting tot geheimhouding met betrekking tot aan de raad overgelegde stukken vervalt, indien de oplegging niet door de raad in zijn eerstvolgende vergadering die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht, wordt bekrachtigd.

4. De krachtens het tweede lid opgelegde verplichting tot geheimhouding met betrekking tot aan leden van de raad overgelegde stukken wordt in acht genomen totdat het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd, dan wel, indien het stuk waaromtrent geheimhouding is opgelegd aan de raad is voorgelegd, totdat de raad haar opheft. De raad kan deze beslissing alleen nemen in een vergadering die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht.

OK, gewapend met bovenstaande kennis, wat te doen met de door het college opgelegde geheimhouding inzake de schikking die ze (blijkens haar raadsbrief van 16 april) met de architect heeft getroffen?

Artikel 3 laat weten dat die opgelegde verplichting vervalt, als ze niet tijdens de eerstvolgende vergadering wordt bekrachtigd. Uitgaande van de datum van de aankondiging (16 april) zou de maatregel dus in de raadsvergadering van 24 april bekrachtigd moeten zijn. Dat is niet gebeurd. Waarschijnlijk omdat het college nog druk doende was advies te vragen aan haar advocaat.

Kennelijk heeft men geen of onvoldoende vertrouwen in de eigen juridische afdeling.

Als gevolg van deze adviesaanvrage bereikte het raadsvoorstel pas begin mei de raad. Als we dat tijdstip als uitgangspunt nemen, dient de maatregel in de mei vergadering bekrachtigd te worden. Dat wil zeggen op 29 mei. Ook dat is niet gebeurd.

Wat per die datum (29 mei) wel gebeurde is dat raadslid Langbroek antwoord kreeg op de door hem gestelde vragen. Daarin werd aangekondigd  dat een raadsvoorstel voor de vergadering van 19 juni in voorbereiding was. Als ik dit schrijf (14 juni) zijn we dus 5 dagen vóór die raadsvergadering en is er nog steeds geen raadsvoorstel over dit onderwerp beschikbaar.

Niet alleen mist men tot tweemaal toe de wettelijk voorgeschreven termijn, ook bij de derde (aangekondigde) poging slaagt men er niet in om tijdig een raadsvoorstel te produceren, waardoor het voor de fracties vrijwel onmogelijk is geworden om met elkaar overleg te plegen over dit onderwerp.

Een deerniswekkende gang van zaken, in weerwil van het feit dat men extern juridisch advies heeft gevraagd over deze kwestie. Meer dan voldoende reden om inzage te vragen in de aanvraag en de tekst van het door de advocaat gegeven advies. Alsmede in de totale kosten er van.