Met de franse slag.

Ik geef het toe, ik ben redelijk gevoelig voor machtsmisbruik. Daarom ben ik kritisch t.o.v. de overheid en zij die geacht worden er op toe te zien, dat de overheid zich niet schuldig maakt aan machtsmisbruik (maar daar hopeloos in falen). De gemeenteraad.

Zodat wij, tenzij we zelf iets ondernemen, machteloos moeten toekijken hoe de overheid haar individuele burgers bejegent.

Wie nog twijfelde aan machtsmisbruik door de lokale overheid wordt door krant van vrijdag op zijn wenken bediend. Daarin beschrijft de verslaggeefster Tanja Koopen de lotgevallen van de Korte Burgwal bewoner Cees Bruins.

Een dode tak (uit een boom die gemeentelijke eigendom is) is op het dak van zijn auto gevallen. Bruins vraagt de gemeente om schadevergoeding wegens achterstallig onderhoud. De gemeente ontkent, de gemeente weigert en de gemeente voelt zich niet aansprakelijk.

Aan de door Orez ingediende plannen voor het REZ heeft de gemeente voor € 383.000,- aan ambtelijke bijstand geleverd. Die plannen zijn, vrijwel direct na de openbaarmaking, in de prullenbak beland, maar er is tot dusver geen bestuurder geweest, die zich over die verspilling van gemeenschapsgeld heeft uitgelaten.

Maar als door een dode tak schade wordt aanricht, dan haalt de gemeente alles uit de kast om aansprakelijkheid te ontkennen en vergoeding van de schade te voorkomen.

De bureaucratische oplossing voor dit probleem is de raadpleging van juristen en een mogelijke rechtsgang. Waarbij de kosten uiteindelijk een veelvoud zullen zijn van de geleden schade.

De democratische oplossing is, om bij meerderheid van stemmen te besluiten om de geleden schade te vergoeden.

Extra zout wordt er in de wonde gewreven als de gemeente laat weten niet te reageren op individuele aansprakelijkheidszaken.

Waarom eigenlijk niet? Omdat het slechts om een individu gaat en niet om een groep, die gewapend met hooivorken het stadhuis is binnengetrokken.

Wat dat betreft valt er van de Fransen nog veel te leren.

 

Democratisch of bureaucratisch?

Gisteren en eergisteren ging het over het machtsgebruik door de overheid.

De raad maakt deel uit van de overheid en heeft tot taak er op toe te zien dat het college (noch zijzelf) zich schuldig maakt aan machtsmisbruik. Kortom, de spreekwoordelijke slager die zijn eigen vlees keurt.

Aanvankelijk dacht ik dit probleem te kunnen oplossen door met de Paljas Vereniging deel te nemen aan de verkiezingen. Zodat de kiezer in staat zou zijn om maximaal twee raadsleden te kiezen, die zich zouden concentreren op toezicht houden.

Die zouden zich dan onthouden van deelname aan de machtsvorming en dat over laten aan de resterende 15 raadsleden.

Achteraf gezien geen goed doordacht plan. Je lost geen probleem op door er deel van te gaan uitmaken. Dat de burger bepaalt wie er namens hem toezicht mag houden op het bestuur is een prima idee. Dat die toezichthouder vervolgens deel uit gaat maken van het bestuur, zoals nu ook het geval is, is een slecht idee.

Beter is het toezicht op het bestuur, buiten het bestuur om te regelen. Gelukkig is een van onze grondrechten het recht op vereniging. We kunnen dus, als we dat zouden willen, een vereniging oprichten die er op toeziet, dat de overheid geen misbruik maakt van de macht waarover ze beschikt.

Wie denkt dat zoiets niet nodig is omdat er in Nederland geen overheidsinstellingen zijn die zich schuldig maken aan machtsmisbruik, wijs ik op de recente ontwikkelingen bij de belastingdienst. Maar ook op lokaal niveau weet ik nog wel een paar voorbeelden.

In de meeste gevallen is de regelgeving dik in orde, alleen is er niemand die er op toeziet dat die regels worden nageleefd.

Dus willen we, dat er toezicht komt op de manier waarop de lokale overheid van haar macht gebruik maakt, dan moeten we niet langer blijven hopen dat de raadsleden dat wel eens gaan doen. Dan zullen we zelf iets moeten organiseren.

De keuze is dus voor een democratische oplossing, waarbij we zelf de handen uit de mouwen moeten steken, of een bureaucratische, waarbij we een nieuw protocol of gedragsregel toevoegen aan de bestaande hoeveelheid.

De bureaucratische oplossing is natuurlijk het makkelijkst. Niemand hoeft wat anders te doen dan het opvolgen van de nieuwe regel. Toezicht daarop bestaat slechts in naam.

De democratische oplossing is ingewikkelder. Er moet een vereniging worden opgericht. Een bestuur moet worden gekozen en verantwoording moet worden afgelegd. Allemaal zaken die een beetje tegen de tijdgeest ingaan.

Dus zegt u het maar. We kunnen tolereren, dat de overheid voor wat betreft het gebruik van haar macht van tijd tot tijd de bocht uit vliegt, of een vereniging oprichten die haar daarover (wanneer nodig) tot de orde roept.

Opvattingen hierover het liefst op het blog, zodat we een klein beetje bij het onderwerp blijven.

 

Machtswellust.

In dit land heeft iedereen, die werk verricht voor een ander, recht op betaling (voor dat werk) door die ander.

Wie meent dat dit recht (vanwege bijzondere omstandigheden) niet op hem/haar van toepassing is, kan zich tot de rechter wenden. Met het verzoek om ontslagen te worden van die betalingsverplichting.

Behalve raadsleden in Enkhuizen. Die beschikken over zoveel eigendunk, dat ze denken zelf te mogen uitmaken, wie ze wel en wie ze niet betalen.

En dus weigerde men tot tweemaal toe een krediet waarmee een aannemer (die naar tevredenheid werk had verricht voor de gemeente) kon worden betaald. Omdat de aannemer niet kon aantonen, dat hij over een door de gemeente verstrekte opdracht voor de werkzaamheden beschikte.

De gemeente erkende, dat het werk noodzakelijk was, maar had naar de aannemer toe voorgewend, dat ze geen opdracht kon geven zolang door de raad (voor dat werk)  geen krediet beschikbaar was gesteld.

Waarop de aannemer besloot het werk (op basis van de toezegging dat de gemeente om een krediet zou vragen) toch uit te voeren. Te meer, daar uitstel extra kosten (in de orde van grootte van € 50.000,-) zou opleveren.

Maar als hierboven gezegd, de raad van Enkhuizen achtte zichzelf bekwaam genoeg om te beoordelen wie wel en niet betaald hoefde te worden en weigerde tot tweemaal toe een krediet dat betaling mogelijk zou maken. Wat de zaak enigszins vertroebelde was de onjuiste omschrijving van het college m.b.t. de reden voor het krediet.

Een correcte omschrijving zou zijn geweest, verzwaring elektra-netwerk, diverse andere meerkosten en extra subsidie voor de toekomstige exploitant van de Drommedaris.

In plaats daarvan werd de reden voor het krediet toegeschreven aan de noodzaak van de verzwaring van het elektra-netwerk en werd verzwegen, dat het ook nodig was om extra meerwerk en een extra subsidie te betalen.

Enfin, nadat tot tweemaal toe het krediet geweigerd was, bleek driemaal scheepsrecht en werd het krediet uiteindelijk alsnog (omdat inmiddels een nieuwe wethouder was aangetreden) verleend.

De eigendunk, die de door raadsleden gedurende het hele proces ten toon werd gespreid was tenenkrommend. Een beschamende gang van zaken, waarbij machtswellust  van de raad naadloos over ging in machtsmisbruik.