Samenwerken

Dus de lokale partijen gaan samenwerken, hetgeen tot uitdrukking zal worden gebracht door in de toekomst vaker gezamenlijke moties te gaan indienen.

Om samen één partij te vormen is het nog te vroeg. Hetzelfde geldt ook voor het samen formuleren van één bepaalde doelstelling.

Ook geen plan voor het gezamenlijk uitgeven van een blog, (waarin de ingenomen standpunten worden verduidelijkt en met behulp waarvan je een discussie op gang zou kunnen brengen) wordt nog niet overwogen.

Het blijft dus een beetje steken op het samen indienen van moties. Volgens mij probeert iedere partij, die overweegt een motie in te dienen, daar vooraf zo veel mogelijk steun voor te krijgen door andere partijen te laten mee ondertekenen.

Het gezamenlijk indienen van moties zie ik dan ook niet als een krachtig signaal, dat de betrokken partijen vanaf nu echt gaan samenwerken. Daarvoor is het toch echt nodig, dat de partijen een gezamenlijke doelstelling formuleren.

En daar ontbreekt het volgens mij nog steeds aan.

Dienaren van de overheid, die de tenen doen krommen.

raad2018

Verslaggevers van het NHD, Tanja Koopen en Cees Beemster hebben het Presidium (in dit geval de fractievoorzitters minus die van de SP) gevraagd in hoeverre de nieuwe werkwijze (het raadsbrede akkoord) van invloed is geweest op de langlopende dossiers. Het SMC in de Vijzelstraat, de brede school en het herinrichten van het recreatieoord.

In de bovenstaande intro valt te lezen dat men uiterst voldaan is over het eigen aandeel in de hedendaagse gang van zaken.

Zo meent de HEA, dat eensgezindheid binnen de raad gelijk staat aan een breder draagvlak onder de bevolking, wat natuurlijk niet waar is. De verdeeldheid onder bevolking verdwijnt niet, als de gekozenen het in alles met elkaar eens zijn.

Die eensgezindheid onder de gekozenen is slechts een illustratie van de kloof die er tussen bevolking en gekozenen is ontstaan.

CU-SGP laat zich lovend uit over de onderlinge verhoudingen. Enkhuizen Vooruit heeft het over goede voorstellen. D66 roemt de constructieve sfeer die er heerst en noemt zowaar een bereikt resultaat. De Drommedaris is opgeknapt, maar gaat niet in op de achterbakse wijze waarmee de daarmee gepaard gaande kosten werden verzwegen.

De PvdA stelt op gedragen toon vast, dat nu oppositie ontbreekt “iedereen” Enkhuizen dient en bewijst daarmee dat het Chinese gedachtegoed Enkhuizen heeft bereikt.

Een wat kritischer houding is er van het CDA, terwijl de VVD meent dat de raad de hand in eigen boezem moet steken. Nieuw Enkhuizen meent dat de kwaliteit van het college buiten kijf staat.

Kortom, de algemene conclusie van de raad is deze, dat er dingen verkeerd gaan ligt niet aan ons en ook niet aan degenen waar we toezicht op houden, het college. Dus moet het wel liggen aan degenen die het eigenlijke werk doen. De ambtenaren.

Domheid en arrogantie samengebracht in één conclusie.

Bij het REZ, het enige onderwerp waar ik het nog over wil hebben, hebben de raad en het college er samen mee ingestemd, dat alle voor het vakantiepark en camping benodigde grond, van de hand werd gedaan voor € 335.000,-. Ofwel € 2,23 m2.

Wat minder dan de helft is van de prijs waartegen grasland zonder bouwvergunning van de hand wordt gedaan. Ik heb daar geen raadslid een vraag over horen stellen.

Droomparken gaat er van uit, dat de gemeente haar verplichtingen (tot levering van 200 kavels voor vakantiewoningen) zal nakomen. Maar gebeurt dat niet, dan dient er toch een herbezinning te komen voor wat betreft de verplichtingen van Droomparken, die er uit bestaan, dat er een strand wordt aangelegd.

Om die verplichting te kunnen nakomen, heeft de gemeente zich inmiddels tot de Raad van State gewend om de uitspraak van de Provincie ongedaan gemaakt te krijgen. Of dat zal lukken valt te betwijfelen. Aangezien de gemeente de adviezen van de provincie niet wilde opvolgen en het recht van de provincie (onder die omstandigheden in te grijpen) onbetwistbaar is.

Droomparken is inmiddels al wel eigenaar van de grond geworden tegen een prijs, waarmee ze zich geen buil kan vallen.

De wethouder heeft bijna 2 jaar lang gewerkt aan een plan, waarvan hij dacht dat het zo goed in elkaar zat, dat hij een overeenkomst ter realisatie met Orez tekende. Nog voordat dat hij de realisatie had veilig gesteld, door middel van een bestemmingplan.

Toen hij het bijbehorende bestemmingsplan indiende, waren de reacties zodanig, dat wijzigingen in het bestemmingplan onvermijdelijk waren.

Wijzigingen, die de uitvoering van het ooit met Orez overeengekomen plan onmogelijk maakten, zodat er goedkeuring moest worden verkregen van de nieuwe eigenaar van het plan, Droomparken. Goedkeuring die pas verkregen werd na nieuwe concessies aan de nieuwe eigenaar van het plan.

Geen enkele vraag over de verspilling van gemeenschapsgeld, vanwege het 2 jaar lang  werken aan een plan, dat de prullenbak in ging nadat het openbaar gemaakt was.

Geen enkele vraag over de marktconformiteit van de prijs waartegen de grond is verkocht.

De kop boven het artikel concludeert dat “VOOR DOORVRAGEN LEF NODIG IS” en dat is een eigenschap waar veel raadsleden niet over lijken te beschikken. Men ziet zichzelf namelijk in de eerste plaats als een “dienaar van de overheid”.

Van dienaren van de overheid is bekend, dat die alleen maar beoordeeld mogen worden op basis van waar ze zich mee bezig hebben gehouden en niet op basis van het resultaat dat ze met “het zich bezighouden” hebben bereikt.

En dat leidt tot een zelfgenoegzaamheid, die de tenen doet krommen.

 

Wie bedondert wie?

Een campingbewoner laat op dit blog weten, dat hij zich door de gemeente bedonderd voelt, omdat hem altijd was verzekerd, dat de zaak niet zou worden overgedaan aan de Roompotten van deze wereld, maar aan een lokale ontwikkelaar. Die begrip had voor de wensen en noden van de campingbewoners, waarvan sommigen al meer dan 50 jaar op de camping stonden.

Of die belofte (aan de campingbewoners) gedaan is weet ik niet. Maar als zij gedaan is,  dan is de vraag natuurlijk, wie heeft hier wie bedonderd.

vragenHeeft  Orez BV het college bedonderd, door te verzwijgen dat ze feitelijk de katvanger was van Droomparken?

En zo ja, hoe is dat in hemelsnaam mogelijk. De eigenaar van Orez BV (de holding) stond immers (volgens de KvK) geregistreerd op de Lage Bergweg 10 te Beekbergen. Hetzelfde adres waar Droomparken is gevestigd.

Hebben ze het bij de gemeente te druk om zich af te vragen bij wie ze in bed duiken, wanneer ze miljoenen contracten afsluiten?

Of wisten ze vanaf de eerste dag, dat Peter Tuin en consorten tussenpersonen waren die in opdracht van anderen onderhandelden en hebben ze dat alleen voor de raad (en dus ook voor ons) verzwegen?

En wiens handtekening staat er eigenlijk onder de overeenkomst met Orez BV. Was dat inderdaad het laatste wat wethouder Kok heeft gedaan, voordat hij plaats maakte voor Struijlaart?

En mocht dat waar zijn, heeft Kok dit wellicht gedaan op aandringen van iemand anders, die in een later stadium publiekelijk zijn teleurstelling uitsprak over het feit dat Orez BV (en haar prachtige plannen) werden gedwarsboomd door het ZZM.

De vraag is dus, heeft het college zich door Orez laten bedotten, of hebben college en Orez gezamenlijk besloten om de raad, de Enkhuizer bevolking en de campingbewoners een rad voor de ogen te draaien.

En waar blijft Langbroek nu Orez haar “ware” gezicht heeft laten zien en is Struijlaart nog steeds zo teleurgesteld over het feit, dat het ZZM zich niet naar zijn wensen schikte, maar bezwaar maakte tegen de plannen die hij met Orez had uitonderhandeld?

Dat zijn vragen waar ik graag een antwoord op zou willen hebben.

Kletspraat.

Ik schreef het al eerder. Af en toe kletst raadslid Langbroek uit zijn nek en gelukkig is er dan altijd een verslaggever van het NHD in de buurt, die bereid is om zijn geklets aan te horen en te publiceren.

langbroek-1
Kletspraat

Donderdag 14 maart laat Langbroek (via het NHD) weten dat het Zuiderzeemuseum nu haar ware gezicht laat zien. Zijn verwijt is dat het museum alleen aan haar eigen belang denkt en niet aan het belang van alle andere betrokkenen.

Merkwaardig verwijt. De enige die hier (onder de luide toejuichingen van Langbroek en consorten in de gemeenteraad) aan zijn eigen belang heeft gedacht is de gemeente zelf. Die heeft anderhalf jaar lang met de ontwikkelaar gesproken over tal van details aangaande de uitvoering. Zonder er ook maar een seconde bij stil te staan, of die plannen gevolgen zouden hebben voor anderen.

Pas op het laatste moment (oktober 2018) realiseerde de gemeente zich, dat het gebied ook andere belanghebbenden kent en werd er haastig een bijlage geproduceerd waarmee men het tekort aan aandacht voor de problemen van anderen probeerde te verdoezelen.

Of dat verdoezelen afdoende is, zal blijken uit een procedure die hoogst waarschijnlijk 4 jaar in beslag neemt. Maar dat is de prijs die je zult moeten betalen als je jezelf wijs maakt, dat andermans belangen er niet toe doen.

Voor het museum staan twee zaken op het spel. De toekomstige bereikbaarheid van het museum in het geval dat het bootmodel in zijn huidige vorm niet langer te handhaven is. Plus het feit, dat het voorgenomen plan ernstig afbreuk doet aan wat museale uitstraling wordt genoemd.

Naar de overtuiging van Langbroek had de museumdirectie die belangen ondergeschikt moeten maken aan wat de gemeente als haar belang ziet. Het realiseren van een wijkje met tweede woningen voor welgestelde Nederlanders en buitenlanders. Langbroek doet of het hier om een uniek project gaat.

Ik heb nieuws voor hem. Het ZZM is uniek in zijn soort, en  dergelijke enclaves voor welgestelden, zoals de gemeente die wil realiseren, worden overal elders in dit land ook gerealiseerd.

Gelukkig staat Langbroek niet alleen in zijn merkwaardige opvattingen, maar krijgt hij de steun van wethouder Struijlaart, die de krant laat optekenen dat hij “teleurgesteld is dat een door de rijksoverheid gesubsidieerd museum en een gemeentelijke overheid op deze manier tegenover elkaar staan”. 

Lees deze opmerking opnieuw en probeer te begrijpen wat Struijlaart hier wil zeggen.

Dat een onderneming/stichting, die van rijkswege wordt gesubsidieerd zich alles moet laten welgevallen wat haar door de lokale overheid door de strot wordt geduwd? Dat zij zich dus ook niet mag verweren als ze (door maatregelen van die lokale overheid) in haar bestaan wordt bedreigd?

Gelukkig beschikt het museum over een Raad van Bestuur, die er nauwlettend op toeziet dat de directie van het museum zich inzet voor het voortbestaan van het museum en ten strijde trekt tegen alles en iedereen die dat voortbestaan in gevaar brengt. Zelfs als dat de lokale overheid is.

Als Struijlaart onder gelijksoortig toezicht zijn werk zou hebben moeten doen, dan zou de nu ontstane situatie zijn voorkomen.

Maar Langbroek en consorten vinden het te veel moeite om een vinger aan de pols te houden en besteden hun tijd liever aan het verzinnen van drogredenen waarachter ze zich kunnen verschuilen, zodra blijkt dat hun toezicht heeft gefaald.

Kan hun wat schelen, want de kosten (die uit hun gemakzuchtige houding voortvloeien) kunnen immers probleemloos worden afgewenteld op de belastingbetaler.

 

Kletskoek.

Van tijd tot tijd kletst het raadslid Hans Langbroek (HEA) uit zijn nek. Gelukkig is er dan vaak een verslaggever van het NHD in de buurt, die zijn geklets optekent en publiceert.

Onder de in het oog springende kop, “Raadslid vangt bot bij Remkes” doet het NHD in de krant van afgelopen zaterdag uitgebreid verslag van de inspanningen die Hans zich heeft getroost om er achter te komen welke  bevoegdheden de raad van Enkhuizen in de loop der tijd heeft overgedragen aan het college.

langbroekNaar zijn zeggen heeft hij tot driemaal toe een motie ingediend om antwoord te krijgen op zijn vraag, maar weigert het college om antwoord te geven. (Wat niet helemaal correct is, het college heeft gezegd het antwoord op zijn vraag niet te weten)

Dus meende Langbroek de hulp van de Commissaris van de Koning te moeten inroepen en hem te vragen om het college op te dragen om antwoord te geven op zijn vraag.

Treurig, dat het langst zittende raadslid zo weinig af weet van de werkwijze van de gemeentelijke democratie en dat hij zijn onwetendheid demonstreert door zich bij de Commissaris van de Koning te beklagen over een college waarvan hij de samenstelling kort geleden nog heeft goedgekeurd.

Ik kan me de door hem ingediende moties niet herinneren, maar als Langbroek in het artikel beweert dat hij ze heeft ingediend, dan kan ik niet anders dan aannemen dat dit  het geval moet zijn geweest, maar dat ze mij ontgaan zijn.

Echter, kennelijk  heeft geen van de door hem ingediende moties een meerderheid behaald, wat dus wil zeggen, dat een meerderheid van de raad de (door Langbroek gevraagde) informatie niet van belang vond.

Dat kun je als raadslid vervelend vinden en je mag zelfs (zoals Langbroek in het artikel uitspreekt) vinden dat de raad onbenullig bezig is. Maar als een meerderheid vindt, dat je nutteloze vragen stelt aan het college, dan heb je (als raadslid) geen andere keuze dan je neer te leggen bij het oordeel van de meerderheid.

Een meerderheid heeft misschien niet altijd gelijk, maar een meerderheid beslist wel, want dat is nu eenmaal de afspraak in een democratie.

En het getuigt dan ook van een totaal gebrek aan inzicht in de manier waarop onze  democratie werkt, als je de Commissaris van de Koning vraagt, of hij zich niets wil aantrekken van een democratische genomen besluit van de daartoe bevoegde instantie.

Maar in plaats daarvan hem uitnodigt misbruik te maken van zijn machtspositie door een college voor te schrijven wat ze moet doen.

Namelijk, de vraag van Langbroek (waar het college het antwoord niet op weet) beantwoorden, ook al ziet de feitelijke “baas” van het college (de raad) daar het nut niet van in.

Anders dan Langbroek doet voorkomen, is niet de Commissaris van de Koning de “baas” van het college, maar de gemeenteraad.

Waar de Commissaris van de Koning  een democratisch tot stand gekomen besluit  van de gemeenteraad respecteert, kakelt Langbroek, dat ons land “ontdemocratiseert”. Volstrekte onzin en pure demagogie.

En bovendien een tamelijk ontluisterend standpunt van iemand die al meer dan 10 jaar raadslid is en dus beter zou moeten weten.

Bedenkelijke praktijken.

Aangezien er inmiddels een audio-file van de raadsvergadering van afgelopen dinsdag beschikbaar was gemaakt, toch maar even geluisterd naar de argumenten die de draai van 180 graden (in het Bierkade dossier) zouden kunnen rechtvaardigen.

Niet veel meer dan het gebruikelijke geroezemoes. Langbroek verklaarde iedereen tot fossiel die niet dezelfde draai maakte als hijzelf.

In zijn ogen was de omstandigheid (als gevolg van de rechterlijke uitspraak) gewijzigd en was dat voor hem voldoende reden zijn standpunt te wijzigen.

De gewijzigde omstandigheid bestond er uit, dat de weigering van de gemeente om mee te werken aan een verkoop aan anderen, terwijl ze haar eigen aankoopbelofte niet was nagekomen, door de rechter als onrechtmatig was beoordeeld.

De gewijzigde omstandigheid is dus dat de rechter een einde gemaakt had aan het  onrechtmatige gedrag van de gemeente. In plaats dat gedrag te veroordelen, dacht de raad daar zijn voordeel mee te kunnen doen.

Overigens leverde het beluisteren van de audio toch nog een leuk detail op.

Wethouder Struijlaart beweerde, dat het scenario (gemaakt door architect Kuiper) al sinds september in zijn bezit was.

Toevallig weet ik, dat de architect zich pas op 30 augustus op de Bierkade heeft gemeld, zodat we mogen vaststellen dat hij de aan hem gegeven opdracht binnen een maand had voltooid.

Een opdracht waarvoor een betaling van € 39.000,- was overeengekomen op basis van een door Struijlaart goedgekeurde offerte.

We hebben hier dus, net zoals bij de verzwaring van het elektra in de Drommedaris, te maken  met een zogenaamde “fake” offerte.

Een offerte waarin werkzaamheden worden opgevoerd waarvan degene (die de offerte goedkeurt) weet, dat ze niet uitgevoerd zullen worden.

Een praktijk, die zou moeten worden afgekeurd, omdat daarmee de deur wordt opengezet voor de betaling van zogenaamde “kick-backs”. Maar tegelijkertijd ook een praktijk, waar de raad schouderophalend aan voorbij gaat.

Vandaar dat ik haar heb voorgelegd aan de Commissaris van Koning met het verzoek daar een uitspraak over te doen. Aangezien de raad van Enkhuizen kennelijk niet bij machte is om zelfstandig te bedenken welke bedenkelijke praktijken zij (oogluikend) meent te mogen toestaan.

Gisteren liet het Kabinet van de Koning weten, dat men zich beraadt over een (al dan niet) te geven advies.

Betrouwbare Bronnen.

Hoewel ik af en toe best wel opzienbarend nieuws breng, word ik door de reguliere pers, “Het dagblad voor West-Friesland”, kennelijk niet serieus genomen en niet gezien als een betrouwbare bron van informatie.

Ik kan me namelijk niet herinneren dat ik het afgelopen jaar op enigerlei wijze ben geciteerd. Hoe anders ligt dat bijvoorbeeld bij de opvattingen die door de autoriteiten (zoals gemeente en raadsleden) worden geventileerd.  Die worden altijd zonder op- of aanmerkingen letterlijk overgenomen.

Zoals in de krant van zaterdag waarin Hans Langbroek de verslaggever van de krant vertelt wat hij van een campinggast heeft gehoord.

Namelijk, dat wethouder Struijlaart zou hebben gezegd dat er binnenkort een klap komt op de parkeerplaats van het museum op het Enkhuizerzand.

Hans was niet aanwezig op de betreffende vergadering, de verslaggever ook niet. Ik wel, en ik durf met de hand op mijn hart te verklaren, dat Struijlaart niet gezegd heeft wat Langbroek beweert dat hij heeft gezegd.

Struijlaart heeft bij herhaling verklaard, dat er “op korte termijn een klap zou worden gegeven” op wat er door Orez BV en gemeente was overeengekomen.

Maar over de precieze inhoud van die overeenkomst heeft hij zich verder niet uitgelaten. Anders dan dat daarmee de verplaatsing van de camping een voldongen feit zou zijn.

Het ZZM laat overigens in hetzelfde krantenartikel weten dat er met haar nog geen overeenstemming is bereikt.