Voorspelbare uitkomst.

Waar ik dan weer wel een beetje droevig van wordt, is de plichtmatige aanpak van de voorstanders van openbare (presidium) vergaderingen. Uit de bijdragen van Keesman, Raven en De Jong klonk weinig overtuiging. Alleen Langbroek deed nog even zijn best.

Voorstanders van openbaarheid waren dus SP en de lokalen. Samen goed voor acht zetels.

De tegenstanders van openbaarheid waren de landelijke partijen. VVD, D66, PvdA, CDA en CU/SGP. Niet geheel toevallig wordt ook het dagelijks bestuur van de gemeente (B&W) gevormd wordt door landelijke partijen. (VVD, CDA, PvdA)

Dat komt niet helemaal als een verrassing. Deze partijen zijn niet anders gewend dan dat ze de bestuurlijke baantjes onder elkaar mogen verdelen. En hebben er dus geen enkel belang bij, dat “buitenstaanders” in staat worden gesteld daar invloed op uit te oefenen.

Daarbij werden door de tegenstanders van openbaarheid interessante drogredenen naar voren gebracht. Van Marle (D66) zag als voordeel, dat je in beslotenheid wat meer vrijuit kon praten en ook Stomp erkende, dat hij in openbare vergaderingen zelden het achterste van zijn tong laat zien.

Waarbij beiden feitelijk erkenden, dat hun openbare optreden eigenlijk alleen maar voor de bühne is. Wat waarschijnlijk ook de verklaring vormt voor het feit, dat hun bijdragen aan de discussie zelden tot iets inspireren.

Anders gezegd, openbare vergaderingen zijn niet meer dan gebrekkige toneelstukjes die raadsleden gedwongen worden op te voeren. Het echte werk vindt, buiten het zicht van iedereen, elders plaats.

In het presidium of tijdens de zaterdag voor de raadsvergadering.

Sandstra (PvdA) had het lef om op te merken dat door het presidium genomen besluiten geen gevolgen hebben voor de door de raad te nemen besluiten. Hij weet natuurlijk wel beter. Een meerderheid in het presidium betekent namelijk altijd een meerderheid in de raad.

De gang van zaken eergisteren is daar een treffend voorbeeld van. Immers, het voorstel om de openbaarheid van presidium vergadering af te schaffen was al in het presidium besproken en had daar een meerderheid gehaald. (VVD, CDA, D66, PvdA en CU/SGP)

Door een afwezige in het meerderheidskamp zouden normaliter de stemmen gestaakt hebben en het voorstel dus niet worden aangenomen.

Dus om de meerderheid tegemoet de komen veinsde Michel de Jong dat hij hoognodig naar het toilet moest, zodat er (dank zij zijn afwezigheid) opnieuw een meerderheid ontstond, zodat het voorstel toch kon worden aangenomen.

Zodra de stemming voorbij was , meldde De Jong zich weer voor het verdere verloop van de vergadering.

Eén en ander verklaart ook het plichtmatig verzet van de minderheid. Als de kwestie in  het presidium is besproken en de koppen zijn daar geteld, dan weet de minderheid ook, dat het geen enkele zin heeft om in de openbare vergadering te proberen en deel van de meerheid te overtuigen van haar gelijk.

Kortom, de echte besluiten worden genomen tijdens de presidium vergaderingen en wat er daarna volgt, is niet meer dan wat theatraal gedoe.

Vanaf afgelopen dinsdag worden die besluiten dus, buiten het zicht van iedereen, achter gesloten deuren genomen, waarna ze vervolgens (voor de vorm) in het openbaar worden bekrachtigd.

Het is de logische en voorspelbare uitkomst van het afschaffen van de oppositie in ruil voor een raadsbreed akkoord.

 

Advertenties

Fucking for virginity

Mijn blog gaat over de hedendaagse regenten. Zij die zich bij voortduring bekommeren om ons welzijn en daar dus met regelmaat over vergaderen. Een vergelijking met de regenten en regentessen uit vervlogen tijden lijkt me daarom wel op zijn plaats.

Vandaar een foto van het schilderij van Adriaan Backer uit 1676 van de regenten en regentessen van het oude mannen en vrouwen gasthuis. Net als hun voorgangers zijn ook de hedendaagse regenten geheel vervuld van hun eigen importantie. Dat bleek maar weer eens tijdens de raadsvergadering gisteravond.

De vraag was, dient het presidium nog langer in het openbaar te vergaderen. Een in de ogen van burgemeester Eduard (Eddy voor zijn  schoolvrienden) heel urgente vraag die onverwijld beantwoord diende te worden.

Als gevolg van steeds frequenter voorkomende storingen in de radioverbinding heb ik het hele betoog van burgemeester Eduard niet kunnen volgen. Alleen zijn eindconclusie kwam luid en duidelijk door.

Juist omdat Eduard tegenstander is van achterkamertjes politiek is hij een voorstander van het in beslotenheid vergaderen van het Presidium. Presidium is de naam voor de vergadering van de 9 fractievoorzitters.

Ik moest onmiddellijk terug denken aan de jaren 60, toen onze bondgenoten met behulp van napalm en agent Orange voor vrede vochten in Vietnam.

“Fighting for peace is like fucking for virginity” was toen de slogan.

Vandaag de dag heet het dus, dat je achterkamertjes politiek het beste kunt bestrijden door daarover in beslotenheid te vergaderen.

En omdat Michel de Jong zich zelf opofferde door te veinzen, dat hij hoognodig naar de WC moest, bleek een meerderheid van de raad het met Eduard eens te zijn en zijn de presidium vergaderingen niet langer openbaar.

Taalkundig foefje.

Gisteravond was de laatste “normale” raadsvergadering onder leiding van waarnemend burgemeester A. van Vliet-Kuiper.

Aanstaande donderdag wordt in de Zuiderkerk de nieuwe burgemeester beëdigd door de Commissaris van de Koning.

Als gewoon burger heb je daar natuurlijk niets te zoeken, maar het is toch altijd leuk om te zien welke notabelen de moeite nemen om zich naar voren te dringen.

Enfin, alle door het college aangedragen agendapunten haalden zonder veel discussie de eindstreep. Dat gold echter niet voor de agendapunten die de raad had ingebracht. Die werden, na overleg met het college, ingetrokken.

Vervolgens was het tijd voor het WW ritueel.

Het uitspreken van wederzijdse waardering. Als nestor van de raad was het aan Wim Stolk om de burgemeester te bejubelen, waarna die vervolgens hetzelfde richting de raad mocht doen.

Ik moet zeggen: dat deed ze met verve. De raad van Enkhuizen was (in haar ogen) een geweldige en enerverende raad, die het juiste (en door haarzelf ingefluisterde) besluit had genomen om het (in haar opvatting) achterhaalde coalitie/oppositie denken achter zich te laten en te gaan voor een raadsbreed  akkoord.

Ik vond dat een Trump-achtig compliment. Ook hij heeft namelijk de neiging om anderen te complimenteren vanwege het feit, dat ze zijn gedachtegoed  hebben overgenomen.

Maar zo zal Albertine (zo noemde Stolk de burgemeester), het ongetwijfeld niet bedoeld hebben.

Ze voorspelde, dat de Enkhuizer raad met haar raadsbrede akkoord geschiedenis zou gaan schrijven, maar hier lijkt de wens, de vader van de gedachte.

Ik denk namelijk dat het raadsbrede akkoord niet meer is dan een taalkundig foefje. Met als voornaamste doel het voeren van oppositie te ontmoedigen.

Kletskoek.

Van tijd tot tijd kletst het raadslid Hans Langbroek (HEA) uit zijn nek. Gelukkig is er dan vaak een verslaggever van het NHD in de buurt, die zijn geklets optekent en publiceert.

Onder de in het oog springende kop, “Raadslid vangt bot bij Remkes” doet het NHD in de krant van afgelopen zaterdag uitgebreid verslag van de inspanningen die Hans zich heeft getroost om er achter te komen welke  bevoegdheden de raad van Enkhuizen in de loop der tijd heeft overgedragen aan het college.

langbroekNaar zijn zeggen heeft hij tot driemaal toe een motie ingediend om antwoord te krijgen op zijn vraag, maar weigert het college om antwoord te geven. (Wat niet helemaal correct is, het college heeft gezegd het antwoord op zijn vraag niet te weten)

Dus meende Langbroek de hulp van de Commissaris van de Koning te moeten inroepen en hem te vragen om het college op te dragen om antwoord te geven op zijn vraag.

Treurig, dat het langst zittende raadslid zo weinig af weet van de werkwijze van de gemeentelijke democratie en dat hij zijn onwetendheid demonstreert door zich bij de Commissaris van de Koning te beklagen over een college waarvan hij de samenstelling kort geleden nog heeft goedgekeurd.

Ik kan me de door hem ingediende moties niet herinneren, maar als Langbroek in het artikel beweert dat hij ze heeft ingediend, dan kan ik niet anders dan aannemen dat dit  het geval moet zijn geweest, maar dat ze mij ontgaan zijn.

Echter, kennelijk  heeft geen van de door hem ingediende moties een meerderheid behaald, wat dus wil zeggen, dat een meerderheid van de raad de (door Langbroek gevraagde) informatie niet van belang vond.

Dat kun je als raadslid vervelend vinden en je mag zelfs (zoals Langbroek in het artikel uitspreekt) vinden dat de raad onbenullig bezig is. Maar als een meerderheid vindt, dat je nutteloze vragen stelt aan het college, dan heb je (als raadslid) geen andere keuze dan je neer te leggen bij het oordeel van de meerderheid.

Een meerderheid heeft misschien niet altijd gelijk, maar een meerderheid beslist wel, want dat is nu eenmaal de afspraak in een democratie.

En het getuigt dan ook van een totaal gebrek aan inzicht in de manier waarop onze  democratie werkt, als je de Commissaris van de Koning vraagt, of hij zich niets wil aantrekken van een democratische genomen besluit van de daartoe bevoegde instantie.

Maar in plaats daarvan hem uitnodigt misbruik te maken van zijn machtspositie door een college voor te schrijven wat ze moet doen.

Namelijk, de vraag van Langbroek (waar het college het antwoord niet op weet) beantwoorden, ook al ziet de feitelijke “baas” van het college (de raad) daar het nut niet van in.

Anders dan Langbroek doet voorkomen, is niet de Commissaris van de Koning de “baas” van het college, maar de gemeenteraad.

Waar de Commissaris van de Koning  een democratisch tot stand gekomen besluit  van de gemeenteraad respecteert, kakelt Langbroek, dat ons land “ontdemocratiseert”. Volstrekte onzin en pure demagogie.

En bovendien een tamelijk ontluisterend standpunt van iemand die al meer dan 10 jaar raadslid is en dus beter zou moeten weten.

Code Oranje

Op de website van Nieuw Enkhuizen lees ik, dat mijn partij is toegetreden tot een beweging die zich Code Oranje noemt. Een beweging die van plan is om deel te nemen aan de verkiezingen voor de provinciale staten.

Het is een beweging die het begrip burgerparticipatie geheel op eigen wijze invult. Zo vindt de beweging, dat er vaker naar de burger moet worden geluisterd.

Niet om te horen of je je werk als politicus wel goed doet, (daar heeft men geen belangstelling voor) maar om te horen of er bij de burger wellicht nieuwe ideeën bestaan die ze met behulp van jou (de politicus) zouden willen realiseren.

Gebruikelijk was om  zulke “nieuwe” ideeën deel uit te laten maken van een  verkiezingsprogramma en ze voor te leggen aan de kiezer.

In de hoop er voldoende steun voor te krijgen, waarbij de achterliggende gedachte was, hoe meer mensen een idee omarmen, hoe groter de kans dat het idee zou worden uitgevoerd.

Die gedachtegang heeft Code Oranje losgelaten.

De burger mag nu een keuze maken uit carrière-politici (zonder enig programma), maar wel met de belofte dat men zal luisteren, als er een burger (met een goed idee) zich tot hen wendt.

Volgens mij is dat een belofte die elke politicus doet en is het feit, dat ze zich daar zelden aan houden, het belangrijkste argument om niet meer te gaan stemmen.

Wat in het verleden ook vrij gebruikelijk was, is dat alvorens men (als partij) toetrad tot een andere politieke beweging, de leden van die partij daarover werden geraadpleegd.

Maar de hedendaagse voorlieden van Nieuw Enkhuizen vinden dat kennelijk een veel te ingewikkelde vorm van ledenparticipatie.

Het zij zo, maar ik vrees wel, dat hierdoor de partij heeft opgehouden te bestaan als politiek instrument voor gewone burgers. En uitsluitend nog de persoonlijke ambities vertolkt van degenen die (in haar naam) raads- en commissiezetels bemensen.

Spookbeelden.

Het gebeurt niet veel dat raadsleden reageren op hetgeen ik schrijf. Het liefst wisselt men (in besloten kring) met elkaar van gedachten. Bovendien neemt men publiekelijk liever geen standpunten in. Uitzondering hierop vormt volgens mij de HEA, die graag  standpunten naar buiten brengt waar je als lokale partij verder weinig mee kunt, maar die wel sympathiek in de oren klinken.

Zo werden alle politieke partijen als eerste geïnformeerd over de plannen met het REZ, maar wat hun mening over die plannen is, houdt men het liefst verborgen.

Maar ziedaar, een dag of wat geleden werd het gebruikelijk stilzwijgen doorbroken door Jan Raven, fractievoorzitter van Nieuw Enkhuizen. Hij reageerde op “Hypnotiseren”.

In zijn reactie laat hij weten.

“Beste Pim, ik begrijp uit je stukken dat je graag wilt dat van het recreatieoord een parkeerplaats wordt gemaakt.

Jammer, jammer, jammer. Iedereen die op de lagere school een voldoende heeft gehaald voor het onderdeel “begrijpend lezen” weet dat ik dat niet heb geschreven. Wat ik wel schreef (en heb berekend) is, dat de benodigde parkeerruimte in de Orez variant hetzelfde was als in de ZZM variant en dat er dus qua verkeersbewegingen nauwelijks verschil was.

Maar kennelijk kunnen raadsleden (waaronder ook Jan Raven) niet wennen aan dit feit. Wie er (zoals ik) voor pleit, dat aan het ZZM grond ter beschikking wordt gesteld om een parkeerterrein aan te leggen, wordt er al snel van beschuldigd voorstander te zijn van de algehele asfaltering van het REZ.

Het is een spookbeeld, dat in januari 2018 breed werd uitgemeten in de Enkhuizer Krant op aanreiken van de vereniging tot behoud van het recreatieoord. Sindsdien nooit meer iets van die vereniging gehoord. De krant heeft volgens mij haar sensationele en op niets gebaseerde berichtgeving nooit gecorrigeerd.

Hans Langbroek zag er destijds wel wat in voor zijn verkiezingsprogramma en deelde het “fake-nieuws” van het NHD via zijn twitter account. Zoals ik in januari 2018 al zei, mensen onthouden alleen de kop van een artikel nooit de inhoud en dus herkauwt  Jan weer een spookbeeld van 10 maanden geleden.

Jan schrijft verder, “De redenatie dat het ZZM een cultuur erfgoed is en dus beschermd moet worden deel ik. De vraag is alleen hoe?”

wolfMijn advies aan Jan en al die andere raadsleden is, laat je eens informeren door degene die is aangesteld om het ZZM in goede banen te leiden. De directeur bijvoorbeeld.

De kans is namelijk groot, dat hij beter weet wat het museum nodig heeft dan alle bureaucraten (die met wisselend succes de gemeente besturen), bij elkaar.

Hij legt je haarfijn uit dat het ZZM kwetsbaar is omdat ze elk jaar tonnen moet uitgeven aan een niet museale activiteit en dat daarboven de hedendaagse museumbezoeker een kort bezoek prevaleert boven een langdurig bezoek.

Aan het gedrag in deze, van een groot deel van de raad, ligt geen rationele gedachtengang ten grondslag. Alleen maar willen meehuilen met de wolven in het bos en het oproepen van spookbeelden. Vanuit de overtuiging, dat dit in de toekomst stemmen op zal leveren.

Struisvogelpolitiek.

Gisteren ging het over het instellen van een geheel nieuwe ambtelijke functie met als doel ondermijning van de overheid door criminele organisaties te voorkomen.

Na te zijn opgespoord zouden die criminele organisaties met wortel en tak worden uitgeroeid. En dat alles voor de alleszins bescheiden bijdrage van € 60.000,-. Nooit eerder  stelde de gemeente iets (het met wortel en tak uitroeien van crimineel gedrag) in het vooruitzicht voor zo’n bescheiden bedrag.

Ondanks de ingehuurde handhavers is zelfs het fietsen in de Westerstraat nog niet geheel uitgeroeid en steekt het van tijd tot tijd de kop weer op.

Maar wat nu, als de wetsovertreders zich niet buiten, maar binnen de overheid zouden  bevinden? Zouden die dan ook worden opgespoord of moet daar dan weer een andere projectleider voor worden aangetrokken? Die daarvan ook de zaken gaat inventariseren en coördineren.

Neem bijvoorbeeld het volgende. Een aannemer wil de gemeente er van overtuigen dat bepaalde werkzaamheden beter vóór oplevering gedaan kunnen worden, dan dat het werk gedaan wordt nadat er is opgeleverd en alle benodigde apparatuur weer opnieuw in stelling moet worden gebracht.

Ter illustratie maakt hij een offerte voor geval de werkzaamheden na oplevering worden  uitgevoerd. Hij overdrijft een beetje waardoor de kosten het drievoudige zijn van de kosten die gemaakt worden voor oplevering. Maakt verder niet uit, de werkzaamheden worden namelijk uiteindelijk toch voor (en niet na) de oplevering uitgevoerd en tegen kosten die 1/3 blijken te zijn van de in de offerte opgenomen kosten.

Echter, de offerte wordt wel gebruikt om de raad er toe over te halen het drievoudige van de werkelijke kosten aan krediet te verstrekken.

We hebben het over de verzwaring van het elektra-netwerk in de Drommedaris. De kosten van aanleg (vóór oplevering) waren globaal € 25.000,- , de kosten van aanleg na oplevering waren begroot op € 75.000,- en dan waren er nog werkzaamheden die niets met de verzwaring te maken hadden, maar wel op de offerte stonden. (€ 22.000,-)

Onder de noemer “verzwaring elektra-netwerk Drommedaris” presenteerde het college de raad een offerte van € 100.000,-. Wetende dat de omstandigheden die voor de offerte golden (aanleg nadat de oplevering had plaatsgevonden) niet van toepassing waren. Verder werd ook verzwegen, dat een deel van de op de offerte voorkomende kosten ( € 22.000.-) niets met de verzwaring  te maken hadden.

Pure misleiding van de raad door het college. Wat ondanks de vele waarschuwingen op dit blog door de raad nooit ter sprake werd gebracht, maar het oogluikend werd toegestaan.

Zoals ook een offerte van € 39.000,- voor het doen van een haalbaarheidsonderzoek, dat zonder enige op- of aanmerking door de raad werd geaccepteerd. Een onderzoek dat vier jaar eerder al was uitgevoerd, waardoor er sprake was van een spookopdracht en een spookofferte .

Beide offertes zijn misrepresentaties van de uit te voeren werkzaamheden en kunnen dus als frauduleus worden bestempeld.

struisvogel3Maar het consequent wegkijken van de raad in dat soort situaties heeft als prettige bijkomstigheid, dat je jezelf kunt wijsmaken dat toezicht houden volstrekt overbodig is.

En dus komen de twee grootste partijen in de raad (SP & VVD) tot de opvallende conclusie, dat een oppositie (wiens voornaamste taak is toezicht houden op het doen en laten van de macht) in Enkhuizen feitelijk overbodig is.

Grappig is dat de Enkhuizer raad denkt, dat de problemen die men ervaart voortvloeien uit het bestaan van een oppositie en dat men die problemen dus oplost door de oppositie uit te bannen.

In werkelijkheid heeft er (door het onvolwassen gedrag van de raadsleden) nooit een serieuze oppositie bestaan en is het zogenaamde opheffen ervan niet meer dan struisvogelpolitiek.

Dus naast Sinterklaaspolitiek geniet Enkhuizen ook nog enige bekendheid vanwege haar struisvogelpolitiek.

Maar de vraag is natuurlijk of je naast de bestaande toezichthouders (de provinciale overheid) weer een nieuwe toezichthouder moet creëren.