Fatsoensrakkers.

Gisteren is ook mijn tweede column over Jij-bakken van Facebook verwijderd. Het heeft daarom geen zin om op Facebook een link naar deze column te plaatsen, omdat de gang van zaken zich zal herhalen.

Jij-bakken is een methode om kritiek onschadelijk te maken, door de criticus verdacht te maken. Lukt dat, dan treft de kritiek niet langer doel en vervalt de noodzaak (voor de gevestigde orde) om te veranderen.

Kritiek kan worden opgedeeld in twee soorten, positieve en negatieve kritiek.

Positieve kritiek is kritiek die geen bedreiging vormt voor de gevestigde orde, terwijl negatieve kritiek veranderingen beoogt, waartegen de gevestigde orde zich het liefst tegen wil verzetten.

Als de gevestigde orde zegt het leveren van kritiek aan te willen moedigen en toe te juichen, dan bedoelt ze uitsluitend positieve kritiek die haar positie niet aantast, maar haar positie zelfs zal versterken.

Ik heb de afgelopen 10 jaar kritiek geleverd op het lokale bestuur van Enkhuizen. Die kritiek betrof in hoofdzaak de door B&W en Raad gegeven voorstelling van zaken, als mede de door hen beide gevolgde procedures.

Als voorbeeld van een gevolgde procedure, bij verkoop van een aanzienlijke hoeveelheid grond dient de raad in staat gesteld te worden om bedenkingen tegen die verkoop naar voren te brengen. Bij de verkoop van grond in het recreatieoord aan de ontwikkelaar heeft het college de raad die mogelijkheid (zoals vastgelegd in artikel 169.4 van de gemeentewet) onthouden.

Als voorbeeld van een door B&W gegeven voorstelling van zaken. Tijdens de verbouwing van de Drommedaris betoogde B&W (aan de hand van een offerte) dat de verzwaring van het elektra-netwerk € 100.000,- had gekost.

In werkelijkheid bedroegen de kosten van verzwaring van het elektra-netwerk niet meer dan meer € 25.000,- en was men van zins de resterende € 75.000,- aan geheel andere zaken uit te geven.

Ik weet niet beter of ik heb als Nederlander het recht om mij kritisch te mogen uitlaten over het doen en laten van de overheid.

Maar een tweetal Marokkaanse medelanders denkt daar anders over en meent, dat kritiek op de overheid neerkomt op “riooljournalistiek”.

En dat het hun taak is om de leden van de Facebookgroep “Je bent een echte Enkhuizer als” tegen deze “riooljournalistiek” te beschermen.

Tot mijn verbazing is de moderator van deze groep het met hun redenatie eens en zijn een tweetal links naar mijn blog verwijderd.

Ik ben benieuwd welke verdere beperkingen op ons recht op vrije meningsuiting deze beide fatsoensrakkers nog voor ons in petto hebben.

Achter de rug om.

Hoewel het formeel de taak van de raad is om er op toe te zien, dat het college haar werk naar behoren vervult, krijg je in Enkhuizen een schrobbering van de burgemeester als je er blijk van geeft die taak serieus te nemen.

Althans dat lot viel raadslid Van Galen (CDA) gisteren ten deel. Dat de onderhandeling met de provincie door het college dienen te worden gevoerd betwist niemand.

De constatering van de burgemeester, dat Van Galen zich (achter de rug om van het college) wel met de onderhandeling had bemoeit (door te spreken met provinciale medewerkers) is absurd en onjuist.

Volgens mij heeft van Galen helemaal niet met de provincie onderhandeld. Hij heeft (als enige raadslid) zich er van vergewist of de beweringen van het college overeenkwamen met beweringen van de provincie.

Ik heb hetzelfde gedaan met betrekking tot de raadsbrief van 19 november en gevraagd of deze brief een juiste weergave was van de ontmoeting, die had plaatsgevonden tussen gedeputeerde Loggen en de afvaardiging van B&W van Enkhuizen.

Het uiterst diplomatieke antwoord van de woordvoerder van de gedeputeerde was. “We herkennen ons niet in de weergave van het verslag.”

Niet ongebruikelijk. “Wie schrijft, blijft”, luidt het gezegde. Degene die het verslag maakt, zorgt er voor dat zijn eigen rol onberispelijk is. Het is naïef te veronderstellen, dat B&W van Enkhuizen daar een uitzondering op is.

Kortom raadslid Van Galen heeft gedaan wat hij behoorde te doen en wat alle die andere raadsleden hadden moeten doen. Niet gewoontegetrouw er van uitgaan, dat beweringen van het college juist zijn, maar nagaan of daar werkelijk sprake van was.

De oorlogsstemming jegens de provincie, die men zich binnenskamers laat aanpraten is alleen maar contraproductief. De provincie laat zich echt niet van de wijs brengen door dreigementen met juridische procedures.

Er zijn door college en raad enorme beoordelingsfouten gemaakt. De aandacht daarvan afleiden door de oorlog aan de provincie te verklaren werkt misschien voor even, maar de waarheid zal uiteindelijk toch zegevieren.

Kletsmeiers.

In een brief van 22 november informeert Beramco (het verhuisbedrijf dat namens Droomparken/Orez en de gemeente de verhuizing naar de nieuwe camping regelt) de campingbewoners over de stand van zaken.

Men weet dat de provincie het voornemen heeft om een reactieve aanwijzing te geven, maar omschrijft dat als “vragen van de provincie” waarover nog overleg dient plaats te vinden.

Men herhaalt, dat het streven is om half maart de eerste caravans te verplaatsen en geeft de campingbewoners tevens het advies om zich niet van de wijs te laten brengen door de dingen die men elders leest.

Omdat er campingbewoners zijn die mijn blog lezen neem ik aan, dat mijn blog wordt bedoeld. Andere publicaties over de camping ken ik namelijk niet. 

De gemeente informeert de raad over de gang van zaken rond de nieuwe camping door middel van een raadsbrief van 6 december. In deze brief beweert de gemeente, dat de bestaande plannen met betrekking tot de camping gewoon kunnen doorgaan.

De brief van de provincie is als bijlage gevoegd bij de raadsbrief. Bij die brief hoort ook een kaartje dat ik hieronder reproduceer.

bijlageBP

In de brief van de provincie wordt geconcludeerd,

A. de volgende bestemmingen en bijbehorende regels geen deel
blijven uitmaken van het bestemmingsplan, niet in werking
treden en zoals hier boven beschreven te zijner tijd vervallen.
a. Bestemming Recreatie-Vakantiepark (R-VP) (het door een stippellijn omgeven gedeelte)
b. Bestemming Groen (G) voor zover als aanwijzingsgebied aangeduid op de bijgevoegde afbeelding 

In de linkeronderhoek van de tekening ziet U een klein stukje van de Oosterdijk groen gekleurd. Volgens mij precies op de plek waar nu een “provisorische” dijkopgang is aangelegd, maar waar voor de toekomst een definitieve toegang tot de camping was bedacht.

Ik ben bang dat dit kleine stukje groen betekent, dat de geplande tweede toegang tot de camping is komen te vervallen met de nodige gevolgen voor de infrastructuur van de camping.

Voor het aanleggen van die infrastructuur is nog geen vergunning gevraagd, laat staan  verstrekt. Tegen de vergunning (voor inrichten van een camping) kan overigens bezwaar worden aangetekend. Heemschut heeft min of meer laten weten dat ze dat zal doen.

Wat het volstrekt onmogelijk maakt, dat Beramco half maart 2020 met de verhuizing gaat beginnen. Terwijl ze onder aan haar brief suggereert dat ze deze mededeling ook namens de gemeente doet.

Samengevat, Droomparken en de gemeente roepen maar wat over het verdere verloop van hun plannen. Na 9 december volgt de publicatie van het (dank zij de aanwijzing) opnieuw gewijzigde bestemmingsplan.

Dan breekt een 6 weken durende periode aan waarin IJsselmeervereniging, Heemschut en ZZM/OCW hun bezwaren kunnen indienen bij de bestuursrechter. Als dat gebeurt weten we hopelijk in 2023 of er op die plek een camping mag komen.

In Amsterdam noemden we (in mijn herinnering) iedereen die stierenmest verkocht en  beloften deed die hij niet kon waar maken, een kletsmeier. (of een lulmeier)

Laat ik proberen het zo netjes mogelijk te houden door de gemeente en Droomparken  aan te duiden als een stelletje kletsmeiers, die zich met niets anders bezig houden dan het verspreiden van stierenmest, ook wel bekend als bullshit.

De brandweerpetitie

En dan is er naast de Heemschutpetitie natuurlijk ook nog de brandweerpetitie, die door brandweermannen Eric Keesman en Maurice Raven wordt aanbevolen.

Hun voorstel komt er op neer, dat een planuitvoering die door de provincie in eerdere instantie al is verworpen (het oorspronkelijke bastion model) als uitgangspunt wordt genomen voor nieuwe onderhandelingen met Droomparken.

En dat die nieuwe onderhandelingen er toe zouden moeten leiden, dat een oude wens van Nieuw Enkhuizen (een buitenzwembad) in vervulling zal gaan.

Zo’n buitenzwembad was ooit een verkiezingsbelofte van Nieuw Enkhuizen, waarvoor Maurice Raven (net als zijn vader Jan) op de kieslijst stond.

Vader Jan Raven, die in zijn capaciteit van fractievoorzitter van Nieuw Enkhuizen over deze kwestie tot dusver als het graf heeft gezwegen, steunt (in zijn capaciteit van vader) wel een initiatief van zijn zoon, dat echter gedoemd is te mislukken.

Immers, er wordt voorgesteld een dood paard (het oorspronkelijke bastion model) van stal te halen om Droomparken er toe te bewegen een extra concessie te doen, (aanleg van een buitenbad) boven wat Droomparken reeds met de gemeente is overeengekomen.

Klaarblijkelijk vanuit de veronderstelling dat de huidige bezwaarmakers hun  bezwaren zullen opgeven, omdat Droomparken de gemeente een buitenbad cadeau doet.

Het toont aan, dat de Enkhuizer lokale politiek in essentie gebaseerd is op niet waar te maken beloften en dynastieke ambities, maar niet op realistische uitgangspunten.

Mogelijk gemaakt, omdat een aanzienlijk deel van de Enkhuizer bevolking een “realistisch” wereldbeeld gelijk meent te moeten stellen aan een “negatief” wereldbeeld.

De realiteit is, dat de gemeente het recreatieoord inmiddels (door middel van een anterieure overeenkomst met Orez BV) heeft verkocht. Dat Droomparken, nadat de gemeente zich had vastgelegd die overeenkomst uit te voeren (door haar formeel in procedure te brengen), de daaruit vloeiende rechten en plichten heeft gekocht door overname van de bv die eigenaar was van die rechten en plichten.

Vooralsnog zie ik geen reden waarom Droomparken de gemeente niet zou houden aan hetgeen ze met Orez is overeengekomen (de overdracht van het recreatieoord in ruil voor bepaalde door Droomparken te leveren diensten).

Zou de gemeente weigeren die overeenkomst na te komen, dan zie ik niet goed hoe de gemeente een eis tot schadevergoeding zou kunnen ontlopen.

Dat is, vrees ik, de harde realiteit. Het heeft in mijn ogen dan ook geen enkele zin om de Enkhuizer bevolking (door middel van een petitie) voor te spiegelen, dat ze  iets krijgen (een buitenbad) door voorstander te zijn van een uitvoeringsmodel, dat reeds door de provincie is verworpen (het oorspronkelijke bastion model).

Linkeballen

AfberichtIn de krant van vandaag zet raadsgriffier Lankman een fraai staaltje linkeballen neer.

Linkeballen is de wielerterm voor wielrenners die, nadat ze eerst eendrachtig hebben samengewerkt om bij de finish te komen, kort voor de meet voor eigen succes gaan.

Nu duidelijk is dat zijn advies aan de raad, om niet naar een informatiebijeenkomst te gaan, volstrekt misplaatst was,  probeert de griffier (ambtenaar die in dienst van de raad is)  zich alsnog uit de situatie te redden.

Door te stellen, dat het om een besloten bijeenkomst ging, alsof beslotenheid iets is, waar je als raad voor terug zou moeten schrikken.

Lankman doet het voorkomen of besloten bijeenkomsten uitzonderlijke gebeurtenissen zijn voor de raad, maar in werkelijkheid zijn ze eerder regel dan uitzondering.

Het is aan raadsleden zelf om te bepalen of zij wel of niet een uitnodiging aanvaarden. Het bijzondere in dit geval is dat het collectief gebeurde en op advies van burgemeester en griffier.

De wet schrijft voor, dat besluiten openbaar worden genomen, maar veel van wat daar aan vooraf gaat (de zogenaamde oordeelsvorming) vindt in beslotenheid plaats.

Op basis van welke overwegingen de raad een besluit neemt blijft vaak duister. Veel verwijzingen naar antwoorden op vragen die  zijn gesteld op het (besloten) internet forum van de raad, Agora, of in eerdere (besloten) bijeenkomsten.

De simpele werkelijkheid is, dat college noch raad er belang bij hebben, dat veel zaken openbaar worden besproken.

Sinds de laatste verkiezingen heeft de raad (alweer onder de enthousiaste toejuichingen van burgemeester en griffier) besloten dat de oppositie kan worden afgeschaft, omdat men van plan is de verschillen van inzicht binnenskamers op te lossen, zodat men naar buiten toe “eendracht” kan uitstralen.

En met het verdwijnen van de oppositie is ook de kritische beoordeling van B&W bij het oud vuil gezet, waardoor alles eindigt met het goedpraten van de gang van zaken. Zoals bijvoorbeeld de afwezigheid van de voltallige raad bij een vergadering waar (onder de bevolking) aantoonbaar grote belangstelling voor bestond.

De nieuwe kleren van de burgemeester

eduardIn de krant van zaterdag 4 mei beweert raadslid Hans Langbroek (HEA),  dat burgemeester van Zuylen de raad geadviseerd heeft om NIET een (door het ZZM te organiseren) informatiebijeenkomst voor raadsleden te bezoeken.

En dat de raad (met grootst mogelijke meerderheid) heeft besloten om dat advies op te volgen.

Raadslid Michel de Jong doet nog een poging tot nuanceren, maar trapt daarbij niet meer dan een openstaande deur in.

Zijn opmerking, dat het de raad was die het besluit had genomen bevestigt namelijk de normale gang van zaken. Het is ALTIJD de raad die een besluit neemt, gewoonlijk naar aanleiding van een advies van B&W.

Er is dus geen enkele reden om te twijfelen aan de woorden van Langbroek.

Nog maar kort geleden schreef ik een column over het sprookje “De nieuwe kleren van de Keizer”.  De burgemeester maakt zijn bijnaam “Snelle Eddy” meer dan waar, door me  in staat te stellen om (binnen een paar dagen) een column te schrijven met de titel “De nieuwe kleren van de burgemeester”.

boycotDacht de keizer niet bestaande stoffen te zien, burgemeester van Zuylen ziet niet bestaande gevaren.

Hij adviseert daarom de raad om geen kennis te nemen van een toelichting die het ZZM bereid is te geven.

Want “zalig zijn de onwetenden” is naar ik aanneem zijn lijfspreuk. Hij was immers ook  een verklaard voorstander van het afschaffen van de openbare vergaderingen van het presidium.

Ik neem aan dat dit advies (dat betrekking heeft op collectieve informatieverstrekking), ook geldt voor informatie op individuele basis en dat de leden van de raad zich tevens verplicht hebben om (individueel) geen informatie in te winnen bij het ZZM zolang de “procedure” niet is afgerond.

Een opmerkelijke vorm van zelfcensuur, waarmee de raad zich feitelijk verplicht, om alleen nog maar kennis te nemen van wat haar door het college wordt voorgekauwd.

Mijn persoonlijke opvatting is, dat deze autoritaire en regenteske opvatting niet meer van deze tijd is, maar college en raad denken daar duidelijk anders over en gedragen zich als de keizer en de hofhouding in het sprookje.

Het wachten is dus op iemand, die vaststelt dat de burgemeester, weliswaar ruimhartig gesteund door de raad, feitelijk in zijn hemd staat.

Mijn hoop is daarbij gevestigd op de nationale pers, die naar ik aanneem aanwezig zal zijn op de perspresentatie op 10 mei.

Ik voorspelde, dat bestuurlijk Enkhuizen zich door haar bekrompen standpunt volstrekt belachelijk zou maken voor de rest van Nederland. Maar nooit gedacht, dat ze daar zo’n haast mee wilde maken.

uitnodiging

Voorspelbare uitkomst.

Waar ik dan weer wel een beetje droevig van wordt, is de plichtmatige aanpak van de voorstanders van openbare (presidium) vergaderingen. Uit de bijdragen van Keesman, Raven en De Jong klonk weinig overtuiging. Alleen Langbroek deed nog even zijn best.

Voorstanders van openbaarheid waren dus SP en de lokalen. Samen goed voor acht zetels.

De tegenstanders van openbaarheid waren de landelijke partijen. VVD, D66, PvdA, CDA en CU/SGP. Niet geheel toevallig wordt ook het dagelijks bestuur van de gemeente (B&W) gevormd wordt door landelijke partijen. (VVD, CDA, PvdA)

Dat komt niet helemaal als een verrassing. Deze partijen zijn niet anders gewend dan dat ze de bestuurlijke baantjes onder elkaar mogen verdelen. En hebben er dus geen enkel belang bij, dat “buitenstaanders” in staat worden gesteld daar invloed op uit te oefenen.

Daarbij werden door de tegenstanders van openbaarheid interessante drogredenen naar voren gebracht. Van Marle (D66) zag als voordeel, dat je in beslotenheid wat meer vrijuit kon praten en ook Stomp erkende, dat hij in openbare vergaderingen zelden het achterste van zijn tong laat zien.

Waarbij beiden feitelijk erkenden, dat hun openbare optreden eigenlijk alleen maar voor de bühne is. Wat waarschijnlijk ook de verklaring vormt voor het feit, dat hun bijdragen aan de discussie zelden tot iets inspireren.

Anders gezegd, openbare vergaderingen zijn niet meer dan gebrekkige toneelstukjes die raadsleden gedwongen worden op te voeren. Het echte werk vindt, buiten het zicht van iedereen, elders plaats.

In het presidium of tijdens de zaterdag voor de raadsvergadering.

Sandstra (PvdA) had het lef om op te merken dat door het presidium genomen besluiten geen gevolgen hebben voor de door de raad te nemen besluiten. Hij weet natuurlijk wel beter. Een meerderheid in het presidium betekent namelijk altijd een meerderheid in de raad.

De gang van zaken eergisteren is daar een treffend voorbeeld van. Immers, het voorstel om de openbaarheid van presidium vergadering af te schaffen was al in het presidium besproken en had daar een meerderheid gehaald. (VVD, CDA, D66, PvdA en CU/SGP)

Door een afwezige in het meerderheidskamp zouden normaliter de stemmen gestaakt hebben en het voorstel dus niet worden aangenomen.

Dus om de meerderheid tegemoet de komen veinsde Michel de Jong dat hij hoognodig naar het toilet moest, zodat er (dank zij zijn afwezigheid) opnieuw een meerderheid ontstond, zodat het voorstel toch kon worden aangenomen.

Zodra de stemming voorbij was , meldde De Jong zich weer voor het verdere verloop van de vergadering.

Eén en ander verklaart ook het plichtmatig verzet van de minderheid. Als de kwestie in  het presidium is besproken en de koppen zijn daar geteld, dan weet de minderheid ook, dat het geen enkele zin heeft om in de openbare vergadering te proberen en deel van de meerheid te overtuigen van haar gelijk.

Kortom, de echte besluiten worden genomen tijdens de presidium vergaderingen en wat er daarna volgt, is niet meer dan wat theatraal gedoe.

Vanaf afgelopen dinsdag worden die besluiten dus, buiten het zicht van iedereen, achter gesloten deuren genomen, waarna ze vervolgens (voor de vorm) in het openbaar worden bekrachtigd.

Het is de logische en voorspelbare uitkomst van het afschaffen van de oppositie in ruil voor een raadsbreed akkoord.

 

Fucking for virginity

Mijn blog gaat over de hedendaagse regenten. Zij die zich bij voortduring bekommeren om ons welzijn en daar dus met regelmaat over vergaderen. Een vergelijking met de regenten en regentessen uit vervlogen tijden lijkt me daarom wel op zijn plaats.

Vandaar een foto van het schilderij van Adriaan Backer uit 1676 van de regenten en regentessen van het oude mannen en vrouwen gasthuis. Net als hun voorgangers zijn ook de hedendaagse regenten geheel vervuld van hun eigen importantie. Dat bleek maar weer eens tijdens de raadsvergadering gisteravond.

De vraag was, dient het presidium nog langer in het openbaar te vergaderen. Een in de ogen van burgemeester Eduard (Eddy voor zijn  schoolvrienden) heel urgente vraag die onverwijld beantwoord diende te worden.

Als gevolg van steeds frequenter voorkomende storingen in de radioverbinding heb ik het hele betoog van burgemeester Eduard niet kunnen volgen. Alleen zijn eindconclusie kwam luid en duidelijk door.

Juist omdat Eduard tegenstander is van achterkamertjes politiek is hij een voorstander van het in beslotenheid vergaderen van het Presidium. Presidium is de naam voor de vergadering van de 9 fractievoorzitters.

Ik moest onmiddellijk terug denken aan de jaren 60, toen onze bondgenoten met behulp van napalm en agent Orange voor vrede vochten in Vietnam.

“Fighting for peace is like fucking for virginity” was toen de slogan.

Vandaag de dag heet het dus, dat je achterkamertjes politiek het beste kunt bestrijden door daarover in beslotenheid te vergaderen.

En omdat Michel de Jong zich zelf opofferde door te veinzen, dat hij hoognodig naar de WC moest, bleek een meerderheid van de raad het met Eduard eens te zijn en zijn de presidium vergaderingen niet langer openbaar.

Taalkundig foefje.

Gisteravond was de laatste “normale” raadsvergadering onder leiding van waarnemend burgemeester A. van Vliet-Kuiper.

Aanstaande donderdag wordt in de Zuiderkerk de nieuwe burgemeester beëdigd door de Commissaris van de Koning.

Als gewoon burger heb je daar natuurlijk niets te zoeken, maar het is toch altijd leuk om te zien welke notabelen de moeite nemen om zich naar voren te dringen.

Enfin, alle door het college aangedragen agendapunten haalden zonder veel discussie de eindstreep. Dat gold echter niet voor de agendapunten die de raad had ingebracht. Die werden, na overleg met het college, ingetrokken.

Vervolgens was het tijd voor het WW ritueel.

Het uitspreken van wederzijdse waardering. Als nestor van de raad was het aan Wim Stolk om de burgemeester te bejubelen, waarna die vervolgens hetzelfde richting de raad mocht doen.

Ik moet zeggen: dat deed ze met verve. De raad van Enkhuizen was (in haar ogen) een geweldige en enerverende raad, die het juiste (en door haarzelf ingefluisterde) besluit had genomen om het (in haar opvatting) achterhaalde coalitie/oppositie denken achter zich te laten en te gaan voor een raadsbreed  akkoord.

Ik vond dat een Trump-achtig compliment. Ook hij heeft namelijk de neiging om anderen te complimenteren vanwege het feit, dat ze zijn gedachtegoed  hebben overgenomen.

Maar zo zal Albertine (zo noemde Stolk de burgemeester), het ongetwijfeld niet bedoeld hebben.

Ze voorspelde, dat de Enkhuizer raad met haar raadsbrede akkoord geschiedenis zou gaan schrijven, maar hier lijkt de wens, de vader van de gedachte.

Ik denk namelijk dat het raadsbrede akkoord niet meer is dan een taalkundig foefje. Met als voornaamste doel het voeren van oppositie te ontmoedigen.

Kletskoek.

Van tijd tot tijd kletst het raadslid Hans Langbroek (HEA) uit zijn nek. Gelukkig is er dan vaak een verslaggever van het NHD in de buurt, die zijn geklets optekent en publiceert.

Onder de in het oog springende kop, “Raadslid vangt bot bij Remkes” doet het NHD in de krant van afgelopen zaterdag uitgebreid verslag van de inspanningen die Hans zich heeft getroost om er achter te komen welke  bevoegdheden de raad van Enkhuizen in de loop der tijd heeft overgedragen aan het college.

langbroekNaar zijn zeggen heeft hij tot driemaal toe een motie ingediend om antwoord te krijgen op zijn vraag, maar weigert het college om antwoord te geven. (Wat niet helemaal correct is, het college heeft gezegd het antwoord op zijn vraag niet te weten)

Dus meende Langbroek de hulp van de Commissaris van de Koning te moeten inroepen en hem te vragen om het college op te dragen om antwoord te geven op zijn vraag.

Treurig, dat het langst zittende raadslid zo weinig af weet van de werkwijze van de gemeentelijke democratie en dat hij zijn onwetendheid demonstreert door zich bij de Commissaris van de Koning te beklagen over een college waarvan hij de samenstelling kort geleden nog heeft goedgekeurd.

Ik kan me de door hem ingediende moties niet herinneren, maar als Langbroek in het artikel beweert dat hij ze heeft ingediend, dan kan ik niet anders dan aannemen dat dit  het geval moet zijn geweest, maar dat ze mij ontgaan zijn.

Echter, kennelijk  heeft geen van de door hem ingediende moties een meerderheid behaald, wat dus wil zeggen, dat een meerderheid van de raad de (door Langbroek gevraagde) informatie niet van belang vond.

Dat kun je als raadslid vervelend vinden en je mag zelfs (zoals Langbroek in het artikel uitspreekt) vinden dat de raad onbenullig bezig is. Maar als een meerderheid vindt, dat je nutteloze vragen stelt aan het college, dan heb je (als raadslid) geen andere keuze dan je neer te leggen bij het oordeel van de meerderheid.

Een meerderheid heeft misschien niet altijd gelijk, maar een meerderheid beslist wel, want dat is nu eenmaal de afspraak in een democratie.

En het getuigt dan ook van een totaal gebrek aan inzicht in de manier waarop onze  democratie werkt, als je de Commissaris van de Koning vraagt, of hij zich niets wil aantrekken van een democratische genomen besluit van de daartoe bevoegde instantie.

Maar in plaats daarvan hem uitnodigt misbruik te maken van zijn machtspositie door een college voor te schrijven wat ze moet doen.

Namelijk, de vraag van Langbroek (waar het college het antwoord niet op weet) beantwoorden, ook al ziet de feitelijke “baas” van het college (de raad) daar het nut niet van in.

Anders dan Langbroek doet voorkomen, is niet de Commissaris van de Koning de “baas” van het college, maar de gemeenteraad.

Waar de Commissaris van de Koning  een democratisch tot stand gekomen besluit  van de gemeenteraad respecteert, kakelt Langbroek, dat ons land “ontdemocratiseert”. Volstrekte onzin en pure demagogie.

En bovendien een tamelijk ontluisterend standpunt van iemand die al meer dan 10 jaar raadslid is en dus beter zou moeten weten.