Pim's Prietpraat

Bemoeienissen van een buitenstaander

Eerloos

Marcel_Olierook

Didn’t suffer fools gladly

Olierook was een wethouder die (zoals de Engelsen zeggen) “didn’t suffer fools gladly”. Hij was ontegenzeggelijk bekwaam en betrokken bij zijn onderwerpen, maar kon slecht tegen kritiek en dat was zijn politieke achilleshiel.

Op 13 juni 2016 vroeg ik mij in mijn column van die dag af of Hoogmoed opnieuw ten val zou komen. Ik zag toen al een overeenkomst tussen de gedragingen van Olierook en Boland. Beide bekwame wethouders die de verleiding niet konden weerstaan om hun hand te overspelen.

Boland wilde koste wat koste de verbouwing van de Drommedaris realiseren en had daarvoor veel meer geld uitgegeven dan hem door de raad was verstrekt. Olierook wilde koste wat koste de motie Delleman uitvoeren.

Boland was er mee weggekomen als Noorman  (financieel deskundige van CU/SGP) niet in de raad had gezeten. Boland kon net zo lang praten dat alles, wat aanvankelijk krom was, uiteindelijk recht leek. Alleen op financieel gebied was Noorman, die bovendien over de beslissende stem beschikte, zijn meerdere.

De oplossing die toen werd gevonden en waarmee een zekere motie van wantrouwen werd voorkomen was een door Stomp (VVD) aangedragen noodgreep om de steun aan zijn eigen college (maar niet het vertrouwen) op te zeggen. Waarmee de voorwaarde was geschapen voor het toenmalige college om “de eer aan zichzelf te houden” en op te stappen.

Waarna ze met vlag en wimpel konden worden uitgezwaaid. Die eervolle oplossing heeft de Enkhuizer belastingbetaler weliswaar een paar ton aan wachtgeld gekost, maar wie het breed heeft, kan het ook breed laten hangen.

Ik heb de raad destijds verweten, dat ze Boland toen niet ter verantwoording hebben geroepen. Ik heb daarover ooit nog eens een telefoongesprek met Noorman gevoerd waarin hij erkende, dat het inderdaad niet verstandig was geweest om de kwestie op zijn beloop te laten en in de doofpot te stoppen.

En dat is het probleem met de Enkhuizer raad. Men weet op elke slak zout te leggen en vangt elkaar regelmatig vliegen af, maar als het om werkelijk belangrijke zaken gaat, zoals haar budgetrecht of haar recht op volledige en juiste informatie, dan kijkt men de andere kant op en wordt er water bij de wijn gedaan.

In haar vlammende betoog tijdens de raadsvergadering afgelopen dinsdag verwijt Keesman dat de fracties zich niet aan de democratische spelregels hebben gehouden. Ik geef haar daarin gelijk, maar het heeft geen zin anderen verwijten te maken als je jezelf ook niet aan de spelregels houdt.

Toen VVD/D66 zich in 2013 niet aan de spelregels hielden en hun steun aan hun eigen college introkken heb ik daar bezwaar tegen gemaakt, maar de SP niet gehoord. Euforisch als men was over de mogelijkheid eindelijk zelf een wethouder te kunnen benoemen.

Toen diezelfde wethouder in 2016 “bewees” dat hij democratische controle op gemaakte afspraken onmogelijk had gemaakt door het niet laten uitmaken van documenten, heb ik de SP ook niet gehoord.

Wat heeft het verder nog voor zin om vertegenwoordigers te kiezen met de opdracht om (namens ons) de bestuurders te controleren, als je tegelijkertijd toestaat, dat bestuurders die controle onmogelijk maken?

Het recht op democratische controle is een van de belangrijkste fundamenten van een democratische samenleving. Onze vertegenwoordigers verkwanselen dat in ruil voor een gezellig en onbezorgd samenzijn. Het valt ze zelf niet eens op, dat ze het verkwanselen.

madZoals het ook die andere pijler van de democratie “de vrije onafhankelijke pers” het niet opvalt. Onmiddellijk bereid om elke oprisping van onze autoriteiten te noteren en te verspreiden, maar als de bijl wordt gelegd aan onze democratische normen en waarden door diezelfde autoriteiten, geeft men niet thuis.

Dat de overheid valse informatie verstrekt aan degenen die haar moeten controleren mag in Zimbabwe geen nieuws zijn, maar in democratische landen komt men daar gewoonlijk niet mee weg. Zelfs niet als de verspreider van die valse informatie president is van het machtigste land ter wereld.

Onweerlegbaar feit is, dat het college gemeend heeft de raad te moeten “informeren” met behulp van offertes die bezijden de waarheid zijn. Zowel de autoriteiten als de “vrije” pers proberen krampachtig dit feit te verzwijgen

Net als Boland heeft Olierook “de eer aan zichzelf gehouden”, want dat is het enige wat er telt in Enkhuizen. Maling aan de spelregels, als de eer van de autoriteiten maar niet wordt aangetast. Om het even of het leden van het college of om leden van de raad gaat.

Maar wie zich niet aan de spelregels houdt, handelt eerloos en dat is een status die steeds nadrukkelijker aan het gemeentebestuur van Enkhuizen begint te kleven.

maart 23, 2017 Posted by | Drommedaris, Keesman, Klungelen, Olierook, SP | Plaats een reactie

Belazeren.

Marcel_Olierook

Tegen de lamp

In de krant van vandaag gaat Margreet Keesman lekker los over het onrecht dat wethouder Olierook is aangedaan. Voor een deel heeft ze gelijk.

De aanleiding voor de motie van wantrouwen die afgelopen dinsdag werd ingediend is nogal gezocht. Maar dat is een deel van het verhaal.

Het hele verhaal is dat die motie 8 maanden geleden al had moeten worden ingediend. Toen “bewees” Olierook namelijk, dat hij niet in staat was om leiding te geven aan dat deel van de organisatie dat afspraken had gemaakt met de aannemer over de verzwaring van het elektranetwerk in de Drommedaris.

Dat “bewijs” bestond uit het feit dat er (naar zijn zeggen) geen gespreksverslag was gemaakt van die bijeenkomst met de aannemer over die verzwaring en we het moesten doen met een soort van interpretatie achteraf.

Een interpretatie die van alle kanten rammelde en waaraan ik op dit blog uitgebreid aandacht heb besteed. Uiteraard heeft (op een enkele uitzondering na) geen raadslid daar aandacht aan besteed. Want alles wat er gezegd of geschreven wordt buiten de kaasstolp waaronder ze zich maandelijks terugtrekken heeft hun belangstelling niet.

Met als uiteindelijk resultaat, dat ik (op mijn beurt) geen waarde meer hecht aan hetgeen ze elkaar onder die kaasstolp proberen wijs te maken. En dus heb ik mijn conclusie aan de bestuursrechter voorgelegd, met het verzoek daar een oordeel over uit te spreken.

Want ofwel men probeert elkaar vliegen af te vangen, of men praat alles goed. Tijd voor het oordeel van iemand die nu eens geen belang heeft bij de uitkomst en daarmee misschien een kleine bijdrage kan leveren aan de tamelijk verziekte bestuurscultuur in Enkhuizen.

Enerzijds een coalitie die alles goedpraat wat de eigen wethouders uitspoken. Anderzijds een oppositie die niet in staat blijkt tot het formuleren van een helder standpunt over wat er misgaat, om vervolgens (vanuit de onderbuik) toe te slaan met een motie van wantrouwen.

Tijdens de raadsvergadering van 5 juli 2016 bestookte Keesman haar collega raadsleden Langbroek en Quasten met de vraag of zij over enige aanwijzing beschikten dat Olierook een leugenaar was. Beiden ontweken een rechtstreeks antwoord, maar ik heb daar wat minder moeite mee. Olierook loog toen hij beweerde dat de kosten van verzwaring een bedrag van € 100.000,- omvatte.

Het bewijs voor die leugen leverde hij zelf toen hij een jaar later verklaarde dat de kosten € 20.000,- waren. De offerte die hij (als bewijs) aan de raad ter inzage gaf was een fake. Hij wist dat zelf ook. Het bewijs daarvoor zit hem in de documentatie die mij in het kader van mijn WOB verzoek ter inzage werd gegeven. Daarin ontbreekt elke notitie of een verslag met behulp waarvan je kunt verklaren hoe je van een oorspronkelijke kostprijs van € 100.000,- uit kunt komen op een kostprijs van € 20.000,-.

De simpele werkelijkheid is dat Olierook geen zin had om meerkosten (als gevolg van vertraging) voor zijn rekening te nemen, maar de schuld daarvoor in de schoenen van de stichting wilde schuiven. En om die reden met de aannemer afsprak de kosten van verzwaring en (meerkosten als gevolg van vertraging) bij elkaar op te tellen, met als “bewijs” een frauduleuze offerte voor de “verzwaring”.

krokodilIk wil niets af doen van de kwaliteiten die Olierook heeft gedemonstreerd op het gebied van het sociale domein, maar wat mij betreft houdt het op als je de raad (en indirect dus ons allemaal) probeert te belazeren. Dan mag je, wat mij betreft, vertrekken. Dat de raad daar wat soepeler over denkt (als het ze uitkomst doen ze vrolijk mee aan dat belazeren) maakt het niet anders.

Dus Keesman huilt krokodillentranen.

Vorig jaar stelde ik voor om Olierook een reprimande te geven voor het feit dat hij de raad onjuist informeerde en hem het geld te geven waar hij om vroeg. Maar als je er voor kiest te volharden in je leugens, dan moet je niet verrast opkijken als je uiteindelijk toch tegen de lamp loopt.

maart 10, 2017 Posted by | Drommedaris, Keesman, Olierook | 4 reacties

Pijler onder de democratie.

Gisteren twee pagina’s in de Enkhuizer Krant onder het kopje “Krant als pijler onder de democratie”. Met als steunbetuigers  de “fine fleur” van de lokale politiek.

Opvallende foto van een kwartpagina van burgemeester Baas. Daarop demonstreert hij hoe je voor het stadhuis een krant kunt openvouwen.

baas.jpgMet een blik van, “doe me dat maar eens na”.

De foto heeft een kort, maar verhelderend onderschrift dat het tafereel op passende wijze samenvat. “Burgemeester Jan Baas met de Enkhuizer Courant”.

Baas schrijft ook nog over het belang van een regionale krant die het nieuws moet duiden. Ik ben het daar mee eens. Ik luister wel eens naar raadsvergaderingen, maar kan daar in de meeste gevallen geen chocolade van maken. Ik ben dan ook telkens weer verrast wanneer blijkt, dat de verslaggever daar de volgende dag toch een samenhangend verhaal van heeft weten te maken.

Margreet Keesman (SP) levert ook een bijdrage. Volgens haar zijn waarheidsvinding en objectiviteit kernwaarden van de krant. Ook daar ben ik het mee eens. De krant wijzigt zelden iets aan de persberichten die de gemeente doet uitgaan.

Rob van Reijswoud (VVD) doet ook een duit in het zakje. Hij ziet een behoefte voor een vakkundig onderzoeksjournalist die hem kan helpen bij zijn toezichthoudende rol als raadslid. Dat Rob van zins is toezicht uit te oefenen is opzienbarend nieuws. Maar waarom een journalist voor hem moet uitzoeken waarom bepaalde werkzaamheden € 100.000,- moeten kosten en het jaar daarop € 20.000,- ontgaat me. Hij kan dat makkelijk zelf even vragen, dunkt me.

Tot slot Hans Langbroek (HEA). Die is dank zij de krant in de politiek terecht gekomen. Of dat is bedoeld als aanbeveling is me niet duidelijk. Het kan voor velen aanleiding zijn om de krant te mijden als de pest. Opdat een dergelijk noodlot hun bespaard zal blijven.

De krant benadrukt dat al deze reacties spontaan tot stand zijn gekomen en dus moet het waar zijn. Het illustreert verder de goede samenwerking tussen de regionale pers en de lokale autoriteiten.

Het wederzijds vertrouwen ontroert me.

Over de vraag of de krant daardoor een pijler vormt onder de lokale democratie denk ik nog even na.

 

januari 19, 2017 Posted by | Bovenbaas, Keesman, KLetskoek, Langbroek, Reijswoud | 2 reacties

Mijn naam is Haas

haas-3Er zijn raadsleden die er een punt van maken. Dat mensen een pseudoniem gebruiken als ze op dit blog reageren. Keesman en nu weer Bram van der Pijll. Puur gehuichel want als ze dat zelf beter uitkomt doen ze precies hetzelfde.

Sinds kort mogen we weten welke vragen er op Agora zijn gesteld. Het internet forum voor alleen raadsleden en ambtenaren. Uiteraard pas nadat de behandeling is afgelopen en het besluit is genomen. Maar wat we te zien krijgen is geanonimiseerd, zodat we niet weten wie er welke vragen heeft gesteld.

Want stel je voor dat we aan de weet komen dat raadslid X nooit vragen stelt of dat raadslid Y alleen maar bijzonder domme vragen stelt en raadslid Z uiterst tevreden is met een antwoord, dat geen antwoord is. Ik heb daar verschillende voorbeelden van voorbij zien komen.

margreetkeesmanweb

Neerbuigend

Dus waar Keesman en Van der Pijll zich neerbuigend uitlaten over mensen die een pseudoniem gebruiken, maken ze zichzelf (in sommige gevallen) ook onzichtbaar voor de buitenwereld. Om zichzelf tegen kritiek te beschermen.

En het is zeker niet zo, dat omdat een politicus onder zijn eigen naam publiceert, meteen alles waar is wat hij zegt. Er zitten notoire leugenaars tussen. Behalve in Enkhuizen natuurlijk, want daar is de lucht anders waardoor iedereen gedwongen wordt altijd en overal de waarheid te spreken.

Dat laatdunkende gedoe over anonimiteit is niet anders dan een poging om kritiek op de gang van zaken zo veel als mogelijk te beperken. Het is een voorbeeld van de dubbele moraal die men hanteert en waarbij je mensen die over “inside informatie” beschikken de mond kunt snoeren.

Pijl

Laatdunkend

We hebben in dit land niet echt een geweldige reputatie als het gaat om de bescherming van mensen die misstanden aan de kaak stellen. Doen ze het onder eigen naam, dan lopen ze het risico vervolgd of ontslagen te worden, terwijl degene die de misstand veroorzaakt meestal vrijuit gaat. Gedeputeerde Hooijmaijers kon op die manier jarenlang zijn gang gaan. Pas na een anonieme aangifte werd hij tot staan gebracht en veroordeeld.

Ook de gemeente Enkhuizen kent ambtenaren, die onder eigen naam dachten een misstand aan de orde te kunnen stellen en die dat vervolgens met ontslag moesten bekopen.

Ik ben niet zo naïef om te denken dat er geen verschil is tussen de manier waarop men in het openbaar over mijn blog spreekt en in de wandelgangen. Bram was zo vriendelijk mij daar een glimp van te gunnen in zijn retirade in “ontboezemingen”. Olierook versprak zich tijdens een TV interview en burgemeester Nawijn liet per ongeluk een microfoon open staan.

De tragische werkelijkheid is dat veel mensen (waaronder een flink aantal  politici) zich alleen maar verheven kunnen voelen, door op anderen neer te kijken.

Ik heb de lokale politiek dikwijls gekenschetst als een hofhouding, waarbij uiterlijk vertoon het gekonkel en de intriges moet verbergen. In dat geheel heb ik geen andere rol dan die van hofnar of paljas en probeer ik zaken aan het licht te brengen die zij (die zich boven ons stellen) krampachtig proberen te verzwijgen.

Ik weet dat ze dat niet leuk vinden en daar op neerkijken, maar dat zal me worst wezen. Ik hoef hun gunsten niet. Ik eis alleen dat ze mijn democratische rechten respecteren. En zelfs dat kost ze van tijd tot tijd moeite.

Als er mensen zijn die mij daarin steunen (ook al is dat anoniem), dan waardeer ik dat en van mij hoeft niemand zijn welzijn in gevaar te brengen omdat onze lokale intriganten dat van hem eisen.

Dus wat mij betreft mogen mensen een pseudoniem gebruiken, want een in de politiek populair gezegde luidt ‘het gaat niet om de poppetjes, maar om de inhoud’.

Dus niks van aantrekken van dat geroep door politici. Ze maken er zelf ook dankbaar gebruik van. Bij alles wat goed gaat staan ze vooraan om te claimen dat het door hen mogelijk is geworden, maar als het fout gaat heten ze plotseling allemaal Haas en wonen ze ergens in het bos (achter een dikke boom).

 

 

november 8, 2016 Posted by | Keesman, KLetskoek, Pijll | 18 reacties

Krasgevoelige ego’s

langbroek-1

Laster?

Op basis van een bericht in de Enkhuizer Krant van vandaag mogen we dus concluderen dat de fractievoorzitter van de SP, mevrouw Keesman mijn blog leest.

Haar oog is gevallen op een reactie van collega raadslid Langbroek, wat in haar ogen neerkomt op laster en daar wenst ze juridische stappen tegen te ondernemen. We zullen zien.

Wat me dan weer van haar tegenvalt is dat het haar nog steeds niet is opgevallen dat het college (dat zij tot dusver zo onvoorwaardelijk steunt), zich staande probeert te houden met het verdraaien van feiten en het vertellen van onwaarheden.

Zo is het bijvoorbeeld onjuist dat de aannemer aanspraak maakte op betaling van € 100.000,- hetgeen door het college tot op de dag van vandaag wordt beweerd.

Zijn oorspronkelijk aanspraak was € 15.000,- lager, zoals zijn tweede offerte (uitgebracht op 11 maart 2015) duidelijk maakt.

Ook de bewering van het college dat de aannemer overging tot verzwaring van het elektra-netwerk om zijn imago te beschermen is door de aannemer allang weerlegd.

Hij voorzag imago schade voor stichting en gemeente indien hij conform bestek zou opleveren, waardoor er geen gebruiksvergunning zou kunnen worden afgegeven.

Niet de aannemer, maar de opdrachtgever is verantwoordelijk voor het bestek. De verantwoordelijkheid van de aannemer bestaat er uit om de opdrachtgever te waarschuwen, dat uitvoering van een bestek niet tot een gewenst bouwkundig resultaat zal leiden. Dat is in dit geval ook gebeurd.

Onweerlegbaar feit daarbij is, dat er tussen gemeente en stichting een maanden durend verschil van mening bestond over wie moest opdraaien voor de kosten van dit meerwerk en dat de aannemer de daaruit voortvloeiende vertragingskosten gecompenseerd wilde hebben.

Feit is verder, dat het college op 11 maart 2015 met de aannemer een compromis sloot over een bedrag waarin zowel de kosten van verzwaring als de kosten van vertraging waren verwerkt. Maar dat men de democratische controle op dat compromis (waar verder niets mis mee is) onmogelijk maakte door (tot op de dag van vandaag) te weigeren het verslag daarover te overleggen. Zogenaamd omdat het uit efficiëntie overwegingen niet is gemaakt.

margreetkeesmanweb

Krasgevoelig ego?

In plaats daarvan maakte het college een “offerte” openbaar die (op het moment dat ze aan de raad getoond werd) al achterhaald was door een tweede offerte.

Tot slot dit, het begrip “voor eigen rekening en risico” krijgt een wel heel merkwaardige betekenis als je met een aannemer overeenkomt dat je hem € 100.000,- zult betalen in ruil voor werkzaamheden die in werkelijkheid maar € 30.000,- aan kosten met zich meebrengen.

Waarbij het meerdere bedoeld is als compensatie voor de kosten van vertraging (voortvloeiende uit het verschil van mening met de toekomstige huurder over een betaling van de kosten).

Hoewel ik al die aspecten al ettelijke keren heb beschreven heeft de “politiek” (inclusief mevrouw Keesman) daar nooit op gereageerd. Hoewel een persoonlijke vergelijking mij te ver gaat, zie ik overeenkomsten tussen onze lokale bestuurscultuur en dat van het regiem onder Ceausescu.

Verdraaiing van feiten, die door “volksvertegenwoordigers” niet worden opgemerkt en weersproken, maar getolereerd.

En nu maar afwachten welke krasgevoelige ego’s mij gaan aanklagen.

oktober 13, 2016 Posted by | Bestuurscultuur, Drommedaris, Keesman, Klein Leed, Langbroek | 2 reacties

Trammelant in gemeenteland.

Vanwege een tweet van Hans Langbroek begrijp ik dat mevrouw Keesman zich gekwetst voelt door een reactie van Hans op dit blog en om die reden een advocaat heeft ingeschakeld.

Ik neem aan, dat het om de volgende observatie van Hans gaat:

Verschillende malen heb ik afgelopen maanden naast me in de raad de familie Keesman/Hoogervorst, welke de Enkhuizer SP als een ware familie Ceausescu runt, zich reutelend horen verslikken als Jur dingen zei die absoluut niet pasten in het plaatje zoals de familie dat van Enkhuizen ter meerder glorie en faveure van zichzelf en hun SP geëtaleerd wenste te zien.

Hans heb ik daar nog niet over gesproken, dus ik weet niet wat er wordt geëist, maar wat ik dan weer wel positief vindt is, dat ook SP aanhangers mijn blog lezen.

Alleen jammer dat ze er zo weinig van opsteken en door blijven gaan met het indienen van allerlei malle amendementen waarmee ze hun eigen wethouder in moeilijkheden brengen.

 

 

 

oktober 11, 2016 Posted by | Keesman, Klein Leed | 1 reactie

Gaan met die banaan.

bananenbootIn mijn vorige column besprak ik de brief van Hillen & Roosen aan de gemeente van 8 april 2016. Dit keer de brief van de gemeente aan Hillen en Roosen.

Ze is gedateerd 20 juli 2016, dus ruim nadat de raadsvergadering van 5 juli had plaatsgevonden.

Aanvankelijk begreep ik het formaat van de brief niet. Pas na lezen van de laatste alinea werd me duidelijk wat de bedoeling was. Die alinea luidt als volgt,

Nu de raad dit voorstel niet heeft aangenomen of een ander besluit heeft genomen, zien wij voor onszelf geen mogelijkheid om dit onderwerp opnieuw op de agenda van de raad te plaatsen. Dit zou alleen mogelijk kunnen zijn door een initiatief vanuit de raad zelf.

Aha, duidelijk. Er is een initiatief van de raad nodig om de dreiging van een proces tussen gemeente en aannemer af te wenden. Daarom had de brief het formaat van een raadsvoorstel.

Ze bevat informatie waar de aannemer geen enkele belangstelling voor zou kunnen hebben (hij wordt zelfs uitgenodigd om de raadsvergadering te beluisteren, gekker moet het niet worden), maar tegelijkertijd vormde het wel een uitstekend vertrekpunt voor een door de raad te nemen initiatief.

Rekening houdende met hetgeen er in de brief van 20 jullie is gesteld bla bla verzoeken we het college om een twee drie hupsakee. Het initiatief heet “een motie vreemd aan de orde van de dag”. Kan voor elke raadsvergadering worden ingediend. Als de motie wordt aangenomen, voert het college datgene wat de motie haar opdraagt uit.

In dit geval dus, betaling van de aannemer overeenkomstig haar eerdere voorstel. Klaar is Klara en over tot de orde van de dag.

Dat de brief/raadsvoorstel een tweetal zaken als feit presenteert, terwijl ze dat in werkelijkheid niet zijn mag de pret niet drukken. Daar leest iedereen gewoon overheen.

Wat ik wel een schoonheidsfoutje vind, is dat de opvatting die Hillen & Roosen heeft uitgesproken over het raadsvoorstel van 31 mei 2016  (een heldere en juiste weergave van hetgeen er was besproken) is opgenomen in de brief annex raadsvoorstel.

Leuk compliment van Jan aannemer voor Jan ambtenaar, maar je kunt ook overdrijven. Dat beide Jannen verschrikkelijk content met elkaar zijn had ik al begrepen uit de emails waarin ze elkaar prettige vakanties toewensten. Conclusie, dat zit wel goed tussen die twee.

Maar je krijgt toch een beetje de smaak van WC eend in je mond. “Dit raadsvoorstel, betreffende WC eend, heeft de goedkeuring van WC eend”.

Wat ik ook niet echt handig vind is dat de gemeente uit eigen beweging vaststelt dat het compromis van de baan is. Niet doen zou ik zeggen. Gewoon doen of je neus bloedt en uitgaan van het afgesloten compromis.

Dus, als mevrouw Keesman nog niet was geïnformeerd over de bedoeling van de brief, dan weet ze nu wat haar te doen staat.

Tenminste één van de acht tegenstemmers overhalen om voor te stemmen en de klus is geklaard. Maar waarschijnlijk laten ze zich allemaal wel overhalen omdat er (zoals ik altijd al heb gezegd) nooit een alternatief is geweest. Wat het college in haar laatste raadsvoorstel als alternatief presenteerde was slechts dagdromerij.

De raad heeft zich de kop gek laten maken door dat geroep over “Ik heb geen opdracht gegeven”, maar zoals ik al eerder heb aangetoond, dat is slechts gezwam in de ruimte.

De stichting heeft geen geld, de raad heeft zich daar in beslotenheid over laten informeren en dus komt de rekening van de aannemer gewoon bij de gemeente terecht. Hoe ingewikkeld je dat ook formuleert. Hoeveel omwegen je ook probeert te bewandelen. Het was, is en blijft altijd rekening gemeente.

De Drommedaris is een prachtig gebouw, een vreugde voor de mensen die er gebruik van maken, maar het is en blijft een witte olifant. Prachtig om te zien, maar duur in het onderhoud.

Onze raadsleden rusten nu nog even uit, maar komt september, dan verwacht ik toch een initiatief van Keesman, waarmee de kwestie uit de wereld zal worden geholpen. Alleen jammer dat we nooit zullen weten waarom de gemeente met de stichting is overeengekomen dat de kosten van de aanleg € 30.000,- zijn en ze tegelijkertijd de aannemer (die de aanleg heeft verzorgd) € 60.000,- betaalt.

Maar de meerderheid van de raad denkt al gauw, “zelf worden we er niet armer van en de meerderheid van de bevolking heeft geen benul of kan het niks schelen”.

Ik zou dus zeggen gaan met die banaan. Over hoe het verder moet met mijn WOB verzoek een andere keer.

augustus 26, 2016 Posted by | Drommedaris, Keesman | Plaats een reactie

Hoog van de toren.

margreetkeesmanweb

Hoog van de toren

Nadat D66 en PvdA hun visie op de raadsvergadering van 5 juli al eerder on-line hadden gezet doet nu ook de SP haar duit in het zakje.

U kunt ze op dit blog allemaal vinden in de “nieuws” kolom rechtsonder. In tegenstelling tot politieke partijen ben ik niet bang het nieuws (dat anderen brengen) onder de aandacht te brengen.

Het amendement van Van der Pijll/D66 heb ik al uitgebreid besproken. Het SP/CDA amendement nog niet.

Het was een ingenieus voorstel, waarbij de verantwoording werd gelegd waar hij thuishoorde. De stichting. Maar waarbij de financiering werd overgedragen aan de gemeente.

De zoveelste achterdeur constructie waarbij de gemeente de middelen verschaft waarmee de stichting aan haar verplichtingen kan voldoen.

Het is een vorm van mooipraten die me niet zo aanspreekt, maar die in de politiek gebruikelijk is. Een manier om verkeerde beslissingen uit het verleden (voor het oog) weg te poetsen.

Men doet voorkomen alsof de stichting veel geld aan de verbouwing heeft bijgedragen, maar die bijdrage was alleen maar mogelijk omdat de gemeente eerst allerlei redenen verzon om dat geld naar de stichting te kunnen over te maken (of te laten behouden).

Zo ook hier, formeel gaat de stichting in de verre toekomst meer huur betalen. Maar als die verre toekomst is aangebroken zal blijken, dat de gemeente de subsidie aan de stichting moet verhogen omdat ze anders de huur niet kan betalen.

Enfin, het amendement is niet aangenomen omdat weer andere partijen vonden dat je het stichtingsbestuur nergens verantwoordelijk voor mag stellen, dus wil ik het er verder niet over hebben.

Ik wil het hebben over de wijze waarop Keesman de motie/het ordevoorstel Langbroek/Quasten meende te moeten afkraken. In rood het letterlijke citaat uit Keesman’s bijdrage.

Tot nu toe wijst alle beschikbare informatie er op, dat de informatie van de Wethouder aan de raad volledig en juist is.

Dat iets ergens op wijst is niet de vaststelling van een feit. Een aanname dus. Zoals alle beschikbare informatie ook een aanname is. De conclusie van Keesman dat de wethouder de raad volledig en juist heeft geformuleerd berust dus op een tweetal aannames.

Daar heb ik niet zo’n probleem mee, zolang je tenminste anderen niet verkettert die het zelfde doen. Keesman vervolgt parmantig:

Voor de suggestie dat er informatie achter gehouden zou zijn is niet één concrete aanwijzing. Deze suggesties zijn gebaseerd op vermoedens, wantrouwen, ongefundeerde aannames en wellicht op een gebrek aan voorstellingsvermogen, maar in ieder geval niet op feiten.

Wel, wat Keesman hier als feit presenteert is de bewering van de wethouder dat de in de motie Langbroek/Quasten genoemde documenten niet aanwezig zijn. Ik noem er twee.

De reactie van de aannemer op de weigering van de gemeente een opdracht te verstrekken.

De factuur die de aannemer de gemeente heeft doen toekomen voor het meerwerk dat ze heeft verricht.

Keesman verwijt de indieners van de motie een gebrek aan voorstellingsvermogen. Voor haar geldt het omgekeerde. Een teveel aan voorstellingsvermogen.

Namelijk, dat aannemers, die voor eigen rekening en risico werk uitvoeren, imbecielen zijn, omdat ze te dom of te lui zijn om het betalingsrisico (dat ze lopen) zoveel mogelijk te beperken.

Het risico is wanbetaling. Dat risico laat zich tot nul reduceren als je documenten aan de rechter voor kan leggen waaruit blijkt dat je te goeder trouw hebt gehandeld.

Voorbeelden van zo een document kan zijn: een schriftelijke bevestiging dat je overgaat tot aanleg voor eigen rekening en risico, maar tegelijkertijd motiveert waarom je dat doet.

Het risico dat je loopt is dat een rechter je motivatie onvoldoende vindt, maar hoe groot is dat risico als je opdrachtgever de noodzaak van de voorziening niet betwist?

Bij die motivatie past trouwens ook dat je twee offertes uitbrengt. Eén voor aanleg “vóór inhuizing” en één offerte voor aanleg “na inhuizing”.

Wat ook heel normaal is, is dat je na de uitvoering van de werkzaamheden een factuur stuurt. Allemaal niet gebeurd volgens de wethouder.

Waarom de wethouder weigert de factuur ter inzage te geven heb ik hier ook al meermalen betoogd. De kosten van aanleg “vóór inhuizing” zullen beduidend lager zijn geweest dat de offerte voor aanleg “ná inhuizing” aangeeft.

Wat een vreemd licht zou werpen op de oorspronkelijk kredietaanvraag van de wethouder, die gebaseerd was op een offerte (geen factuur) van aanleg ná inhuizing.

Maar omdat beide termen nergens voorkomen in het betoog van Keesman heb ik het donkerbruine vermoeden, dat ze (net als de meerderheid van de raad) geen flauw benul heeft wat die twee termen inhouden en wat precies het verschil tussen beide is.

Ik heb dat op mijn blog meermalen geprobeerd uit te leggen, maar als Keesman en haar discipelen weigeren daar kennis van te nemen, maar Langbroek/Quasten wel (en daar ook naar handelen), dan is haar kwalificatie dat beiden handelen op basis van ongefundeerde aannames volkomen onterecht. Beiden proberen (met hun motie) juist te voorkomen dat de raad besluiten neemt op basis van ongefundeerde aannames. Door kennis te kunnen nemen van relevante documenten.

Dus mevrouw Keesman blaast wel hoog van de toren, maar haar aannames zijn een stuk onwaarschijnlijker dan die van Langbroek/Quasten.

Hun aanname is dat er schriftelijk bewijs moet zijn waarmee de aannemer zijn besluit rechtvaardigt. En dat hij een factuur zal hebben uitgemaakt na het voltooien van zijn werkzaamheden.

Keesman’s aanname is, dat de aannemer een imbeciel is en dat de bewering van Olierook dat hij de gevraagde documenten niet heeft, tevens het “bewijs” is dat hij ze nooit heeft ontvangen. [Je spreekt de waarheid als je zegt iets niet te hebben, als je het kort daarvoor heb weggegooid.]

En dat is dan weer een gebrek aan voorstellingsvermogen van Keesman.

Keesman’s verder aanname is ook, dat ambtenaren nagelaten hebben om afspraken (die ze namens de gemeente hebben gemaakt), schriftelijk vast te leggen.

Wij dagen de fracties die de woorden van de Wethouder in twijfel trekken uit om tenminste met één enkele concrete, tastbare onderbouwing voor hun suggesties te komen.

Welnu, als mevrouw Keesman de moeite had genomen om mijn blog te lezen dan had ze meerdere concrete onderbouwingen aangetroffen. Weigeren om daar kennis van te nemen is geen “bewijs” dat ze er niet zijn. Het bewijst slechts, dat ze weigert kennis te nemen van opvattingen van anderen die niet in haar straatje passen. 

Het staat Keesman c.s. volledig vrij te “aan te nemen” dat zij volledig geïnformeerd zijn door de wethouder. Het staat mij volledig vrij om daar aan te twijfelen en gelukkig stelt de wet mij in staat om een onderzoek in te stellen naar de feiten.

Keesman c.s. kunnen (door een simpele raadsmeerderheid) verhinderen dat zo’n onderzoek onder auspiciën van de raad plaatsvindt. Gelukkig reikt hun macht nog niet zo ver dat men de naleving van een wet kan verhinderen.

Mocht men dat toch willen proberen, dan kan ik altijd daarover het oordeel van de rechter vragen. Maar voorlopig houd ik het er op dat mijn twijfels (op basis van de argumenten die ik ook nu weer heb aangevoerd) gegrond en gerechtvaardigd zijn.

juli 14, 2016 Posted by | CDA, Drommedaris, Keesman, SP | Plaats een reactie

Tenenkrommende conclusies

horenzienzwijgen-2

Niet horen, niet zien, maar zwijgen.

Het is natuurlijk typerend voor de raad van Enkhuizen dat van de 16 deelnemers aan het debat over de Drommedaris afgelopen dinsdagavond er 14 waren die geen enkele aandacht schonken aan de weigering van de wethouder om de gevraagde documenten te overleggen.

Op basis van het vertrouwde motto

‘Niet horen, niet zien, maar zwijgen’.

Sterker nog, Langbroek en Quasten werden aangevallen vanwege het feit dat ze er om gevraagd hadden. Met name door Keesman van de SP. Geen van de overige 13 die het daarbij voor hen opnam.

Het gaat hier om een basaal recht van raadsleden. Het recht op inzage in de onderliggende documenten.

Ik heb daar eerder over geschreven dat “raadsleden die dit recht niet met hand en tand verdedigen het niet waard zijn volksvertegenwoordiger genoemd te worden.”

margreetkeesmanweb

Aanvallen

Keesman wilde van Langbroek en Quasten weten of zij vonden dat de wethouder een leugenaar was. Daarvoor is nu nog geen bewijs.

Maar het ontbreken van een bewijs voor het één, is niet tegelijkertijd het bewijs van het ander. Namelijk dat hij géén leugenaar is. Dat bewijs ligt vervat in de documenten die hij weigert ter inzage te geven.

Olierook beweert dat ze er niet zijn. Die bewering zou normaal gesproken tot grote ontsteltenis hebben geleid.

Een organisatie die bij het pietluttige af alles vastlegt en bevestigt, die de burgers (in veel gevallen) de hemd van het lijf vraagt, blijkt plotseling niet te beschikken over documenten die in het normale handelsverkeer tot de gewoonste zaak van de wereld behoren. Zoals een factuur.

Maar die ontsteltenis blijft uit. Men haalt de schouders op en begint in weerwil van de ontbrekende documenten stellingen in te nemen die verstrekkende gevolgen kunnen hebben.

Pijl

Kaas aankoop

Ik denk daarbij aan de opvattingen van de Van der Pijll/D66 combinatie. Op basis van het ontbreken van een schriftelijke opdracht, beargumenteren zij dat in dat geval de aannemer betaling geweigerd moet worden.

Van der Pijll leest mijn blog niet, dus is zich waarschijnlijk niet bewust van het bestaan van zoiets als Besluit vaststelling Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012.

Om dezelfde reden weet hij waarschijnlijk ook niet dat dit besluit de volgende bepaling bevat: Het gemis van een schriftelijke opdracht of van een aantekening in het dagboek of weekrapport laat de aanspraken van de aannemer en van de opdrachtgever op verrekening van meer en minder werk onverlet.

Voor het geval hij niet begrijpt wat hier staat leg ik het hem maar even uit.

Zelfs het ontbreken van een schriftelijke opdracht vormt (op zichzelf) geen reden om een aannemer betaling te weigeren. Dat is precies het tegenovergestelde van wat hij tijdens de raadsvergadering beweerde.

koning-1

Extra gewicht

Een betoog, dat kracht werd bijgezet met pakkende voorbeelden over kaasaankopen op de Enkhuizer weekmarkt.

Uiteraard bijgestaan door niet zo maar een raadslid, maar één die het zelfs tot commissievoorzitter heeft weten te brengen en die uit hoofde van die functie natuurlijk extra gewicht in de schaal legt.

Kortom, Van der Pijll en zijn bondgenoot zullen ongetwijfeld van het tegendeel overtuigd zijn, maar volgens mij kletst hij gewoon uit zijn nek.

Of een aannemer wel of niet recht heeft op betaling wordt uitgemaakt door een rechter. Die zal feiten en omstandigheden tegen elkaar afwegen waarbij hij uiteraard inzage wil hebben in de documenten waar Van der Pijll (en de overige 13) tot dusver geen enkele belangstelling voor hebben getoond.

Gaat het tot een rechtszaak komen? Ik vermoed van niet, omdat ik het vermoeden heb dat de aannemer allang is betaald. Vandaag laat de Enkhuizer Krant de directeur van Hillen & Roosen aan het woord.

Het bedrijf dat er (volgens de wethouder) reeds genoegen mee nam dat 40% van haar rekening niet betaald zou worden, maar nu net te horen heeft gekregen dat de Enkhuizer raad beslist heeft dat de resterende 60% ook niet betaald zal worden.

Breekt de pleuris uit? Komt er stoom uit zijn oren? Geenszins.

Hij spreekt van een teleurstelling en vindt het zuur dat zijn bedrijf nu het kind van de rekening wordt. Hij “neigt” er naar zich tegen dit besluit te verzetten, maar laat zich daarover eerst adviseren door een jurist.

Ik weet het, die uitspraken vormen geen bewijs dat hij reeds betaald is, maar ze versterken wel mijn vermoeden.

De krant tekent verder op, dat zijn motivatie om tot aanleg over te gaan niet bestond uit angst voor reputatieschade, zoals de wethouder beweerde, maar omdat hij een exploitabel gebouw wilde opleveren en de rust tussen gemeente en stichting wilde waarborgen.

Hij bevestigde ook dat overleg heeft plaatsgevonden in het vertrouwen dat een en ander (de betaling) alsnog geregeld zou worden. Dat dit vertrouwen alleen maar gebaseerd zal zijn op een mondelinge toezegging lijkt me onwaarschijnlijk.

Maar goed, een mondelinge toezegging is net zo bindend als een schriftelijke. Het verschil is dat het één makkelijker is te bewijzen dan het ander.

Samengevat. De overgrote meerderheid van de raad zal het worst zijn of zij juist en volledig is geïnformeerd. Ze neemt net zo makkelijk besluiten op basis van een samenraapsel van halve waarheden. Ze beschuldigt mij terloops van het uitspreken van vermoedens, naar beseft zelf niet het verschil tussen een aanname en een feit.

De overgrote meerderheid bestaat uit slagers die hun eigen vlees keuren.

Hun “gelijk” in dit geval is niet gebaseerd op rationele overwegingen, maar op hun oppervlakkige waarnemingen en de tenenkrommende conclusies die ze daar uit denken te kunnen trekken.

juli 7, 2016 Posted by | Drommedaris, Keesman, KLetskoek | 16 reacties

Bestuurlijk gehuichel.

kunst-1

Motie verworpen

Drie maanden geleden diende Karin Kunst (PvdA) een motie in waarin bepleit werd dat alle vergaderingen van de gemeenteraad openbaar geagendeerd dienden te worden.

De bestaande situatie was, dat alleen de maandelijkse reguliere raadsvergaderingen op een voor het publiek toegankelijke agenda stonden.

Andere bijeenkomsten van de raad (zoals bijvoorbeeld informatie bijeenkomsten) werden aangekondigd op een agenda die alleen toegankelijk was voor leden van de raad.

Wat kan in hemelsnaam het bezwaar zijn dat de raad haar vergaderschema openbaar maakt?

Ik zou het niet weten. Die mening wordt gedeeld door 5 leden van de raad. Te weten PvdA, LQ, HEA, en één lid van D66. De overige leden van de raad stemden tegen de motie die U hier kunt lezen.

Waarom besloten maar liefst 12 raadsleden tegen een motie te stemmen terwijl een groot deel van hen verklaarde het met de inhoud eens te zijn?

Allereerst van der Pijll, uitvinder van de nieuwste politiek beweging “betrokken burgers”.  Zijn bezwaar was, dat als externen de raad zouden uitnodigen voor een vergadering, de keuze voor openbaarmaking bij de externen behoorde te liggen en niet bij de raad.

Zijn voormalig fractiegenoot de Jong, die leiding geeft aan een partij die weinig opheeft met democratische processen, (althans volgens van der Pijll) was het met hem eens.

Waar moeten we aan denken als het gaat om externen?  In zijn algemeenheid gaat het om lobbygroepen die de raad haar opvattingen willen voorleggen in de hoop dat ze daardoor de besluitvorming kunnen beïnvloeden.

Van der Pijll en zijn betrokken burgers vinden dus, dat we niet mogen weten dat de raad vergadert met zogenaamde “special interest” groepen, tenzij die groepen daar zelf  hun toestemming voor hebben geven.

Jezelf nog meer onderwerpen aan belangengroepen is eigenlijk niet mogelijk, maar van der Pijl is gelijktijdig wel voorstander van transparant bestuur. Geen idee verder wat hij daar dan onder verstaat.

Van Reijswoud (VVD) was het inhoudelijk met de motie eens, maar had moeite met de procedurele gang van zaken. Wat bedoelde van Reijswoud eigenlijk met de te volgen procedure? Eigenlijk hetzelfde als wat de burgemeester bepleitte, namelijk dat er binnen het presidium eerst overeenstemming moest worden bereikt over de juiste bewoordingen.

Van Reijswoud maakte er een punt van te betogen dat presidiumvergaderingen openbaar zijn. Dat klopt, voor zover het niet over personen gaat. Alleen is de agendering van de presidiumvergadering flexibel. Gewoonlijk de dag na de raadsvergadering, maar soms (als er tijd over is) direct na de raadsvergadering. De vergaderingen mogen openbaar zijn, de notulen van die vergaderingen zijn dat niet.

En als er meer dan twee burgers zouden opdagen om zo’n vergadering bij te wonen, dan ontstaat al snel een ruimte gebrek. Men vergadert namelijk niet in de raadszaal, maar in een andere ruimte.

Keesman (SP) noemt in haar verslag van de vergadering een ander fantasie argument om de motie niet te steunen. Het college zou niet in staat zijn de motie uit te voeren. Het is een fantasie argument omdat het college wel degelijk in staat moet worden geacht een agenda van alle vergaderingen van de raad te verzorgen.

Vanwaar dan die koudwatervrees van de meerderheid van de raad voor het vrijgeven van de data van alle raadsbijeenkomsten? Het antwoord is simpel.

Zodra de vergaderdata bekend zijn, loopt men het risico dat belangstellenden (of de pers) die vergaderingen zouden willen bijwonen.

Het college en klaarblijkelijk een grote meerderheid in de raad wil dat risico liever niet lopen.

Tot de dag van vandaag kunnen raadsleden, wanneer ze worden aangesproken op de reden voor hun besluit,  zich verschuilen achter de bewering dat ze over meer (vertrouwelijke) informatie beschikken dan de gewone burgers. En dat dit de reden is voor hun afwijkende stemgedrag.

Field

Het gaat dus helemaal niet om het openbaar maken van vergaderdata (waar de motie om vroeg), maar om de vraag wanneer een vergadering vertrouwelijk is en wie dat bepaalt.

Het college of de raad. De huidige situatie is, dat het college dat bepaalt.

De meerderheid van de raad is daar kennelijk tevreden mee, alleen moet er nog even gezocht worden naar een manier waarop je die situatie kunt bestendigen zonder dat het de buitenwereld opvalt.

Vandaar dat men in het openbaar de kwestie niet wil bespreken, maar in kleine kring tot overeenstemming wil proberen te komen.

Kortom, hoewel vrijwel elke partij de mond vol heeft over transparantie en openheid, ziet een meerderheid van de raad openheid nog steeds als een bedreiging.

Naar ik aanneem, omdat dit de mogelijkheid beperkt je ergens achter te kunnen verschuilen.

Wat afgelopen dinsdag door de tegenstemmers naar voren werd gebracht is dan ook weinig meer dan een fraai staaltje bestuurlijk gehuichel.

maart 11, 2016 Posted by | Bestuurscultuur, de Jong, Keesman, KLetskoek, Kunst, Pijll, Reijswoud | 4 reacties