Bedreiging?

Te oordelen naar de kop op de voorpagina is (volgens het NHD) het belangrijkste nieuws van dinsdag 27 november, dat de burgemeester van Koggenland is bedreigd.

Althans, dat vindt hij zelf en dus heeft hij aangifte gedaan bij de politie en het voorval gemeld bij de Commissaris van de Koning, de heer Remkes.

Als je het bericht zelf leest blijkt het allemaal nogal mee te vallen. Op sociale media (Facebook?Twitter?) heeft iemand opgemerkt dat hij geruimd, dan wel vergast diende te worden.

Posthumus plaatst deze opmerkingen in een historische context, maar het ruimen (en het vergassen) van dieren is tegenwoordig geen uitzondering meer. Het lijkt me dan ook, dat de “bedreiger” (als zijnde een plattelander) eerder aansluiting zal hebben gezocht bij een hedendaagse praktijk, dan bij gebeurtenissen uit het verre verleden.

We kunnen het er snel over eens zijn, dat de anonieme “bedreiger” zich onfatsoenlijk heeft uitgelaten over de burgemeester en dat dit een schok moet zijn voor iemand die zich omringd weet door ondergeschikten, die hem de ene lofprijzing na de andere doen toekomen.

Maar de vraag is natuurlijk, is er sprake van een echte bedreiging of hebben we hier te maken met een gefrustreerde jong volwassene, die kennelijk niet heeft geleerd, hoe je stoom moet afblazen?

Het politie onderzoek zal dat uitwijzen, maar ik vrees, dat als iedereen (die op Facebook iets naar zijn hoofd geslingerd krijgt) naar de politie stapt, het korps (qua manschappen) drastisch zal moeten worden uitgebreid.

De praktijk leert, dat dergelijke aangiften van gewone burgers al snel in het ronde archief verdwijnen.

Maar het optreden van de burgemeester past natuurlijk weer wel precies in de steeds vaker uitgedragen veronderstelling, dat het openbare bestuur van alle kanten wordt “bedreigd” en “ondermijnd”.

Zijn het geen criminelen die bestuurders en ambtenaren omkopen, dan wordt het gezag ondermijnd door hedendaagse “halbstarken”.

Zoals we die in de vijftiger jaren van de vorige eeuw ook hadden.

Waarmee ik, net als de burgemeester, een poging doe om de zaken in een historische context te plaatsen.

Het echte probleem is, vermoed ik, dat onze bestuurlijk klasse, waar het henzelf betreft, niet tevreden is met de beperkingen die het strafrecht hen oplegt voor wat betreft het straffen van overtreders en daarom (via het bestuursrecht) aanvullende bevoegdheden voor zichzelf opeist.

Willen we dat en wat zijn daarvan de gevolgen? Burgemeesters die mogen bepalen wie  wel (en niet) voor aanvullende straf in aanmerking komt? Burgemeester Halsema heeft laten weten dat ze bepaalde onderdelen van de wet niet zal handhaven. Is dat de weg die we op moeten?

Het is een tamelijke principiële zaak die we het best aan deskundigen (zoals de professor in mijn vorige column) kunnen overlaten.  Maar waarschijnlijk doen we er verstandig aan om het voortdurende geroep van de bestuurders, over het gevaar van “bedreiging” en “ondermijning” met een korreltje zout te nemen.

Het enige waar ze op uit lijken te zijn, zijn meer bevoegdheden voor zichzelf. Of de rest van ons daar ook mee gebaat is, valt nog te bezien.

Advertenties

Terug krabbelen.

In het laatste jaar van haar bestaan maakte buslijn 138 (van Enkhuizen naar Wervershoof) een verlies van € 300.000,-

Lijn 138 werd vervangen door buslijn 438, welke (met behulp van vrijwilligers) door de buurtbus vereniging WASE (Wervershoof, Andijk, Stedebroec, Enkhuizen) in stand wordt gehouden. De exploitatie door de vereniging blijkt een succes. Nooit eerder zijn er zoveel passagiers vervoerd.

Uiteraard is de raad van Enkhuizen nooit te beroerd om het succes van anderen te gebruiken om aandacht voor zichzelf op te eisen.

Dus werd tijdens de raadsvergadering op dinsdag 30 november de motie Langbroek (HEA) ingediend. Mede ondertekend door Keesman (SP), Sandstra (PvdA), van der Werf (CDA) en de Jong (EV!)

In deze motie werd bepleit om te onderzoeken of de bestaande (succesvolle) buurtbuslijn 438 in de toekomst niet kon worden ingewisseld voor de professionele buslijn 138, die (als gezegd) tijdens haar laatste jaar een verlies van € 300.000,- opleverde.

Voor de website Medemblik actueel reden om de gang van zaken samen te vatten als,   Enkhuizen draait succes buurtbus WASE  de nek om”.

Hebben de raadsleden (gezien hun streven naar burgerparticipatie) overleg gevoerd met de vrijwilligers of het bestuur van de buurtbusvereniging? Uiteraard niet.

Het “idee” beloofde gratis publiciteit voor de indieners en moet opgekomen zijn als kakken.

Maar dan wel ten koste van de vrijwilligers, die een voorziening in stand houden die door velen wordt gewaardeerd, maar die (als het aan de raad van Enkhuizen ligt) weer kan worden opgeheven voor iets dat aanzienlijk meer geld zal kosten.

De enige die in deze kwestie het hoofd koel leek te houden was D66 die zich afvroeg of er was nagedacht over alternatieven en kosten. Wat de burgemeester deed opmerken, dat ze bij D66 klaarblijkelijk de voorgaande nacht niet hadden geslapen, maar dat binnen het geheel ook dwarsliggers hun functie hebben.

Waarna de helden op sokken (die namens D66 in de raad zitten) zich haastig conformeerden aan de opvatting van de overige raadsleden.

Over het eventuele kostenplaatje wist de wethouder niets te melden. Zodra dat bekend is, is de verwachting dat iedereen wel weer terug zal krabbelen en de vrijwilligers weer mogen komen opdraven.

Tovertaal.

Om burgerparticipatie überhaupt mogelijk te maken, zullen burgers moeten leren om de taal van bestuurders/ambtenaren te spreken.

Deze taal wijkt af van de gewone spreektaal en lijkt in zeker opzicht op het Japans. Zo kent Japans 6 verschillende woorden voor het begrip “ja”, maar geen woord voor het begrip “nee”.

In Japan stem je per definitie in met de opvatting van anderen. Het is onbeleefd om dat niet te doen, maar de manier waarop je je instemming betuigt maakt duidelijk of je het wel of niet eens bent met waarmee je hebt ingestemd.

Hetzelfde geldt min of meer voor het taalgebruik van bestuurders en ambtenaren. Een directe afwijzing (van elkaars opvattingen) zul je niet gauw tegenkomen.

Iedereen is altijd positief en poeslief. Neem bijvoorbeeld het Pact van West-Friesland dat de commissie BOFS op 12 november gaat bespreken.

Het Pact van West-Friesland is een praatgroep voor burgemeesters en wethouders van de 7 West-Friese gemeenten, die zich tot doel stelt om West-Friesland op te stoten in de vaart der volken.

Een belangrijke doelstelling was om West-Friesland (binnen 5 jaar) tot een van de 10 beste regio’s van in Nederland op te stoten.

Dat dit doel nooit werd bereikt wordt weliswaar zijdelings ergens aangestipt, maar dat feit wordt als het ware ondergesneeuwd door de positieve aandacht voor al de nieuwe doelstellingen die deel gaan uitmaken van Pact 2.0.

Net als in het Japans kent onze bestuurlijke/ambtelijke tovertaal alleen maar graduaties van positief wanneer het over het eigen functioneren gaat, wat (in de communicatie met gewone burgers) voortdurend tot verwarring leidt.

Die weten namelijk uit ervaring, dat niet alles wat door de gemeente wordt ondernomen voor de burgers een positieve ervaring oplevert. En dat er grote twijfels zijn betreffende de efficiëntie van de gemeentelijke organisaties.

Wollig taalgebruik komt niet alleen voor in Enkhuizen of West-Friesland. Het probleem is universeel. Hieronder een hilarisch filmpje over het taalgebruik van Amerikaanse politici.

Toverwoorden.

Nu het begrip “transparant” zo langzamerhand zijn glans begint te verliezen, wordt het tijd voor een nieuw woord, waarmee de goedgelovige kiezer om de tuin kan worden geleid. De keuze lijkt te zijn gevallen op “burgerparticipatie”, waarmee onze bureaucraten deelname aan de besluitvorming (door de burger) in het vooruitzicht stellen.

Net zo min als bureaucraten transparantie een goed idee vinden, stellen ze deelname aan de besluitvorming door burgers niet op prijs.

Dat is geen kwaadwilligheid, maar een bureaucratie heeft nu eenmaal zijn eigen wetten en normen met behulp waarvan men zich staande tracht te houden. Begrippen als transparantie en burgerparticipatie staan daarmee op gespannen voet.

In Enkhuizen leidt elk WOB verzoek als snel tot de conclusie dat de gemeente relevante documenten heeft achtergehouden, waarmee men niet alleen de wet niet uitvoert, maar ook de Enkhuizer visie op transparantie definieert.

Men is transparant, maar alleen voor zover de eigen tekortkomingen niet worden blootgelegd.

Ten aanzien van burgerparticipatie, voormalig burgemeester Baas had daar een helder  standpunt over. De ambtelijke molens konden alleen maar doorgaan met malen als een raadsmeerderheid daar mee instemde.

In zijn ogen telde alleen de opvatting van de 17 raadsleden en deden de opvattingen van anderen niet ter zake. Vanwege het feit dat ze geen rol spelen bij de besluitvorming. Het streven was dus het verkrijgen van een meerderheid voor het collegestandpunt. Hoe die meerderheid tot stand kwam was van ondergeschikt belang. Alleen het resultaat telde.

Volgens mij hebben (in Enkhuizen) de 17 raadsleden deze gedachtegang in hun hart gesloten. Maar zelfs als ze het zouden ontkennen, dan nog gedragen ze zich er naar.

Men was (na de laatste verkiezingen) nog niet gekozen of men trok zich terug in de eigen (beschutte) kring van raadsleden onder elkaar.

Hoe kun je als burger deelnemen aan een proces, als de raadsleden aard en omvang van een proces (in dit geval de vlucht in een raadsbreed akkoord) zorgvuldig voor de kiezer verborgen houden?

En pas na afloop het resultaat van hun besloten overleg meedelen.

Burgerparticipatie kan alleen slagen als er een structurele bereidheid bestaat om vooraf informatie met de burger te delen.

Het delen van kennis is niet in het belang van onze voltijd-bureaucraten (zoals college en ambtenaren).

Zoals het evenmin in het belang is van onze deeltijd-bureaucraten (zoals onze raadsleden).

Om de simpele reden dat kennis = macht en het “delen van kennis” dus neerkomt op een verlies van macht.

Terwijl het doel van politiek is, behoud en uitbreiden van macht.

De fractie van Nieuw Enkhuizen doet op haar website maandelijks verslag over de gebeurtenissen van de aflopen maand en is daarmee een voorbeeld voor de andere fracties, die zich zelfs die moeite niet getroosten.

Maar een verslag achteraf vormt geen basis voor burgerparticipatie. Daarvoor dient de burger vooraf en actief te worden geïnformeerd.

Als zelfs de raad vaak pas in een laat stadium wordt geïnformeerd, dan zal dat voor wat betreft de burger niet veel beter zijn.

Zodat uiteindelijk zal blijken, dat  “burgerparticipatie” (net als “transparantie”) politieke toverwoorden zijn zonder  inhoudelijke betekenis.

De worst van Dik Trom.

De opwaardering van het recreatieoord Enkhuizerzand doet me denken aan een verhaal uit het boek over Dik Trom.

Dik doet mee aan een hondenkar-race die hij wint door een slimmigheidje. Hij bindt een worst aan een hengel en houdt hem vlak voor de neus van de hond die zijn kar gaat trekken.

In een poging de worst te pakken begint de hond te rennen, maar komt uiteraard geen centimeter dichter bij de worst.

De gevoel bekruipt me ook een beetje bij het recreatieoord. Er zijn in de loop der jaren allerhande plannen voor het gebied ontwikkeld. Er is er geen één uitgevoerd. Het enige plan dat halsoverkop wel werd uitgevoerd was de aankoop van de Uilenbanen.

Onder het voorwendsel dat men grond kocht, betaalde de gemeente meer dan een half miljoen om zeggenschap te krijgen over haar eigen grond (afkoop erfpacht constructie), om die pas verkregen zeggenschap 3 maanden later weer over te dragen aan Sprookjeswonderland.

Als rechtvaardiging voor deze uitzonderlijke uitgave gold, dat men zodoende een beter vlekkenplan zou kunnen creëren. De toenmalige wethouder voorspelde, dat hij binnen een jaar de eerste bieding voor de vrijgekomen grond zou krijgen, maar vervolgens werd er nooit meer iets over gehoord.

Om de raad zoet te houden werden marktverkenningen uitgevoerd, die onveranderlijk  positief uitvielen, maar waarvan niemand wist waaruit ze bestonden.

De competitieve dialoog (kosten twee ton) werd aangeprezen als zijnde het middel om de impasse te doorbreken. Maar die werd (zonder verdere verklaring) weer ingeruild tegen een (volstrekt overbodige) Europese aanbesteding. Die op haar beurt jammerlijk mislukte, waarna de opdracht werd “gegund” aan een (op dat terrein) onbekende speler.

In plaats van (bij die gunning) rekening te houden met de (al geruime tijd bekende) wensen van een belanghebbende in het gebied (het ZZM) en die vast te leggen in de kaders waarbinnen de opdracht moest worden vervuld, werden die wensen genegeerd en niet opgenomen als kader waarbinnen moest worden gewerkt.

Zodat er (bij de eerste versie van het plan) ook geen rekening was gehouden met de wensen van het ZZM.

Vervolgens is men anderhalf jaar lang bezig geweest met verdere verfijning van de uitvoering,  maar heeft men geen enkele poging ondernomen om de bij het ZZM levende bezwaren weg te nemen. Er moest zelfs (op aandringen van de provincie) een “verkenner” worden aangesteld om het contact te herstellen en te normaliseren.

Kortom, talloze uitvoeringsproblemen passeren anderhalf jaar lang de revue, maar de grootste bedreiging voor het project (de bezwaren van het ZZM) blijft anderhalf jaar onbelicht en onbesproken. Waardoor het risico van een vertraging van nog eens 4 jaar blijft bestaan.

Hoewel de “verbeterde” versie van het project (zo mogelijk) nog minder tegemoet komt aan de bezwaren van het ZZM, laat de wethouder blijmoedig weten dat hij denkt binnen enkele weken een compromis te hebben bereikt.

Dit alles overziende bekruipt mij het gevoel dat de gemeente eigenlijk niets liever heeft dan dat de status quo gehandhaafd blijft. Elk plan is een worst, die in eerste instantie de raad (maar uiteindelijk ook ons) wordt voorgehouden, waar we met zijn allen achteraan mogen hollen, maar die nooit binnen ons bereik komt.

Ook dit plan zal (zo vrees ik) uiteindelijk weer buiten bereik blijven, waarbij de gemeente uiteraard haar handen in onschuld wast.

Niet zijzelf is de oorzaak van deze zoveelste mislukking, maar het ZZM.

Daar heeft voormalig burgemeester Jan Baas ons (in zijn afscheidsrede) al op voorbereid.

Wat raken we kwijt.

Ik heb Irma Kok-van Dijk gevraagd of ze niet wat foto’s wilde maken van het uitzicht dat we nu nog hebben als we langs de muur lopen. Gewoonlijk maakt ze veel kunstzinniger foto’s, maar ik ben al blij met deze impressie van het recreatieoord.

Het gras op de voorgrond blijft waarschijnlijk behouden, maar de bomen op de achtergrond zullen moeten wijken voor de bouw van vakantiewoningen.

Ik weet niet of dat wel zo’n verstandig besluit is. Bovendien waarom 180 huisjes en niet de helft zoals in Broekerhaven?

REZ5 REZ4

REZ6

 

Compromis bereiken.

Woensdagavond toch maar even naar de voorlichtingsbijeenkomst geweest in het RSG. Over de plannen voor het recreatieoord. Behoorlijk aantal aanwezigen met als enige minpunt dat er maar één microfoon beschikbaar was. Dat moet volgende keer beter.

Verandering t.o.v de vorige presentatie. Toen distantieerde wethouder Kok zich van de plannen en bestempelde ze als plannen van de ontwikkelaar. Nu trokken ontwikkelaar en de gemeente (in de persoon van wethouder Struijlaart) zij aan zij op.

Veel aandacht voor de moeilijkheden die men de afgelopen anderhalf jaar had weten te overwinnen, maar nu stonden alle seinen op groen. Alleen het vlekje dat ZZM heet moet nog even worden weggepoetst. Opvallend hoeveel mensen in de zaal het museum elke  wens tot parkeren op het REZ wilde onthouden.

We mogen op dat punt constateren, dat de oproep van burgemeester Baas, gedaan bij zijn afscheid, zijn uitwerking niet heeft gemist.

Sprookjeswonderland, voor de deur parkeren, geen probleem. De gemeente investeerde zelfs een half miljoen om het mogelijk te maken. Maar als het ZZM om hetzelfde vraagt (de mogelijkheid tot parkeren, geen financiële bijdrage) dan blijken er opeens wel problemen te zijn.

Gelukkig toont wethouder Struijlaart nog enig begrip voor de status van het ZZM als belanghebbende. En daarmee is dit college in ieder geval een stuk verstandiger dan het vorige.

Maar ik ben bang, dat parkeerruimte op het recreatieoord van levensbelang is voor het ZZM en dat haar directie tot het uiterste zal gaan om die mogelijkheid veilig te stellen. Iets anders mag je ook niet van een directie verwachten lijkt me. Dat die er alles aan doet om het voorbestaan van hun onderneming veilig te stellen.

Dus laten we hopen dat Struijlaart een compromis met het ZZM weet te bereiken.