Onwetendheid verbergen.

De antwoorden op de door HEA en EV! gestelde vragen staan op het RIS. De links er naar toe staan op dit blog in de rubriek “Stukken van en voor de raad” in de rechter kolom.  Klik op “vragen” en bepaal maand en jaar waarin de vragen zijn gesteld.

Een directe link naar de vragen van EV! (en de antwoorden er op) vindt u hier.  Ik vind ze wat concreter dan de vragen die HEA stelde. Vandaar dat ik hier aandacht wil geven aan de beantwoording door de gemeente.

Eerst de oorspronkelijke vraag in cursief,  dan het antwoord van de gemeente (in rood) en tot slot mijn reactie op het antwoord. Om te beginnen vraag 1.

1. Waren het huidige en/of voormalige college of andere direct betrokkenen op de hoogte van het feit dat men eigenlijk met één en dezelfde partij (OREZ/Droomparken) om tafel zat?
Zo ja, wanneer was men op de hoogte van dit feit en had het college dit dan niet eerder moeten en kunnen delen met de raad en wat is de reden van het niet delen van deze informatie?
Zo nee, hoe kan het dat het niemand is opgevallen dat een aantal Noord-Hollandse ondernemers, samengekomen in OREZ BV, gevestigd in Enkhuizen, als bezoekadres een adres in Beekbergen opgeven? Vindt er dan geen verder onderzoek plaats?
Indien deze kennis voor 15 mei 2019 aanwezig was, waarom is er gewacht met het naar buiten brengen van deze informatie tot na deze datum?

Wellicht is onze raadsbrief van 21 mei 2019 niet duidelijk genoeg geweest. Het is namelijk een misverstand om te denken dat OREZ en Droomparken vanaf het begin dezelfde partij zijn geweest c.q. op hetzelfde adres gehuisvest zijn geweest.
OREZ B.V. is vanaf de start onze contractspartner en was statutair gevestigd in Enkhuizen en kantoorhoudende Kanaalkade 65A, 1756 AD ’t Zand. Eerst na de overname van de aandelen door de nieuwe aandeelhouder is de statutaire zetel van deze vennootschap gewijzigd. Ook na de overname van de aandelen is en blijft OREZ B.V. onze contractspartner. Dat vanaf dat moment de diverse wijzigingen, waaronder het bezoekadres, worden doorgevoerd in de reguliere registers is niet meer dan normaal.
De overdracht van de aandelen is 15 april jl. voor het eerst aan ons kenbaar gemaakt. De feitelijke overdracht had toen al plaatsgevonden. Omdat wij, samen met OREZ B.V., de communicatie hierover moesten voorbereiden, waarbij alle betrokken partijen in de juiste volgorde geïnformeerd konden worden, is deze overname van aandelen eerst op 21 mei publiekelijk geworden.

Er geen sprake van een misverstand om te denken dat Droomparken en Orez (vanaf het moment van oprichting) op hetzelfde adres waren gevestigd. Het is eerder een poging tot misleiding (door de gemeente) door te beweren dat het niet zo is.

Zo is er om te beginnen een werkmaatschappij (Orez BV)  en een houdstermaatschappij (Holding REZ BV). Zowel houdster- als werkmaatschappij zijn beiden ingeschreven bij de KvK op 17-06-2016.  Ze hebben beiden hetzelfde bezoekadres Lage Bergweg 10 7361 GT Beekbergen. Ze hebben beiden ook hetzelfde postadres Postbus16 7370AA Loenen en hebben ook hetzelfde telefoon nummer 0555058810.

Bezoekadres, postadres en telefoonnummer zijn identiek aan dat van Droomparken BV, zodat het volstrekt duidelijk is, dat (vanaf het moment van oprichting) Orez BV niet meer was dan één van de vele werkmaatschappijen waar Droomparken over kon beschikken.

Een situatie die formeel zijn beslag kreeg “nadat” de gemeente haar plannen inzake het REZ (onder druk van Orez) “in procedure” had gebracht en er voor haar geen weg terug meer was.

De hier door de gemeente gegeven informatie is dus feitelijk onjuist. Men stelt namelijk, dat de adreswijziging van Orez BV pas werd doorgevoerd “nadat” haar aandelen waren verkocht.  In werkelijkheid was haar formele correspondentieadres vanaf de oprichting (17-6-2016) gelijk aan dat van Droomparken.

Dat in de vrijblijvende voorfase Peter Tuin de penvoerder was, mag dan waar zijn. Zodra die vrijblijvendheid echter voorbij was en Orez een rechtspersoon werd, was haar adres gelijk aan dat van Droomparken.

Een feit dat de gemeente klaarblijkelijk volkomen is ontgaan, totdat Orez BV op 15 april 2019 liet weten. dat haar aandelen inmiddels in handen waren gekomen van een ander bedrijf dat deel uitmaakte van het Droomparken conglomeraat.

Die onwetendheid zegt uiteraard iets over de regie, die de gemeente beweert al die tijd te hebben gevoerd. Het zegt ook iets over het vertrouwen dat we zouden moeten hebben in de  regie die de gemeente in de toekomst zegt te willen voeren.

Het zegt verder ook iets over de praktijk van Droomparken, die gebruik meent te moeten maken van katvangers om zaken te doen.

En uiteraard ook iets over het zakelijk inzicht van de gemeente, dat driekwart van het recreatieoord heeft geruild voor een anterieure  overeenkomst met een bedrijf met een geplaatst kapitaal van € 200,-.

En verder ook iets over het toezicht door de raad, die nog steeds geen enkel benul heeft wat de de anterieure overeenkomst precies inhoudt, maar er op voorhand wel mee heeft ingestemd, dat het recreatieoord inmiddels eigendom is geworden van Droomparken.

Kortom, de gemeente geeft nauwelijks antwoord op de gestelde vragen en het antwoord dat ze wel geeft bestaat uit een onwaarheid. Naar ik aanneem, vanuit de hoop, dat men zodoende de eigen onwetendheid voor de raad verborgen kan houden. Met nog een redelijke kans van slagen ook, want naast HEA en EV! is er geen partij die de behoefte heeft gevoeld om over dit onderwerp vragen te stellen.

Terechtgewezen.

Op 31 mei 2019 vergadert Provinciale Staten. Bij de ingekomen stukken troffen we onder punt 11 de zienswijze die door de provincie op 14  mei werd verstuurd. Op 3 onderdelen heeft de provincie bezwaren.

• Het stedenbouwkundig ontwerp sluit nog onvoldoende aan bij het eerder met elkaar opgestelde kader en de door GS overgenomen kritiekpunten van de ARO uit 2015;
• Voorwaarden Natura 2000;
• Onderbouwing waterveiligheid en klimaatadaptatie

Pijnlijk, om er (na anderhalf jaar overleggen met de ontwikkelaar) achter te komen, dat wat je tot dusver met de ontwikkelaar bent overeengekomen, niet overeenstemt met wat je eerder met PS was overeengekomen.

Het voorliggende stedenbouwkundige ontwerp is beoordeeld door Steven Slabbers, de huidige PARK (Provinciaal Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit). Het provincie bestuur laat weten dat men zijn advies onverkort heeft overgenomen. Het luidt:

Het thans voorliggend ontwerp doet geen recht aan de adviezen die de ARO in 2015 heeft meegegeven, beantwoordt onvoldoende aan de uitgangspunten van Palmhout en zet de museale beleving ernstig onder druk.

En of dat nog niet voldoende is volgt er ook nog kritiek op het proces.

Graag willen wij uw college ten aanzien van het gevoerde proces nog wijzen op het volgende. Wij hebben vroegtijdig gecommuniceerd dat het van groot belang is dat het plan voorafgaand aan het in procedure brengen (terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan) aan ons ter beoordeling wordt voorgelegd. Dit om te bezien of voldoende tegemoet wordt gekomen aan de benoemde provinciale belangen.

Uw college is daar onvoldoende aan tegemoet gekomen door het plan op 1 8 maart jl. aan ons ter beoordeling toe te sturen, maar kort daarna op 4 april al ter inzage te leggen. Wij zijn hierdoor onvoldoende in de gelegenheid gesteld om inhoudelijk goed op het concept ontwerp te kunnen reageren.

Het begint steeds duidelijker te worden, dat zowel college als raad volledig hun greep op de werkelijkheid hebben verloren en dat ook dit project gedoemd is te mislukken. Zoals tot dusver alles is mislukt, dat van doen had met de herinrichting van het recreatieoord.

En voor het geval B&W nog steeds dachten, dat ze (zonder zich van iemand iets aan te trekken) hun eigen gang konden gaan, een niet mis te verstane waarschuwing van het provinciebestuur.

Indien het vastgestelde bestemmingsplan niet in overeenstemming is met de PRV, dan zullen wij een reactieve aanwijzing conform artikel 3.8 lid 6, gelezen in verbinding met artikel 4.2, van de Wro overwegen.

 

Onvoldoende capaciteit.

Ik schat, dat er zo’n 400 belangstellenden waren komen opdagen om de door het ZZM georganiseerde informatiebijeenkomst bij te wonen.

Wat mij betreft het bewijs hoe volkomen nutteloos en wereldvreemd onze bestuurders zijn, die immers kort geleden (vrijwel unaniem) hadden besloten om niet aanwezig te willen zijn bij deze, oorspronkelijk voor hen georganiseerde, bijeenkomst.

De presentatie was professioneel, adequaat en bevatte niets, dat in tegenspraak was met wat ik de afgelopen 2 jaren over dit onderwerp (op mijn blog) heb beweerd. In totaal heb ik meer dan 180 keer over het recreatieoord geschreven en het meeste staat nog steeds als een huis overeind.

Tijdens de vergadering presenteerde (voormalig huisarts) Cees Miedema zich als een van de oprichters van wat ik liefkozend het “Volksfront Tot Behoud Van Het Enkhuizerzand” zou willen noemen.

Zijn eis was, dat de gemeente zich onmiddellijk uit het plan diende terug te trekken. Een sympathieke gedachte, die naar mijn inschatting elke inwoner van Enkhuizen (jong en oud) ongeveer € 100,- zal gaan kosten in de vorm van een belastingverhoging.

Want de ontwikkelaar heeft meer dan 3 jaar lang (in nauw overleg met de gemeente) de puntjes op de i proberen te zetten. Die gaat echt niet rustig in een hoekje zitten huilen als de gemeente de samenwerking (op aandringen van het volksfront) opzegt. Die dient een vette schadeclaim in. Wethouder Struijlaart heeft dat min of meer al toegegeven.

En met het oog daarop is het waarschijnlijk verstandiger als we nog even doorgaan op de ingeslagen weg. Iedereen dient zienswijzen in. Het college (met instemming van de raad) verwerpt ze allemaal en vervolgens begeeft de hele processie zich richting Raad van State.

Uiteindelijk zal die zich afvragen of ze bij de gemeente helemaal van de pot gerukt zijn met hun plan ons cultureel erfgoed om zeep te helpen. Waarna de gemeente opgelucht zal roepen, dat het dus niet aan hun ligt, dat dit prachtige plan niet kon doorgaan.

Eigenlijk heeft oud-burgemeester Baas (bij zijn vertrek) al een voorschot genomen op dat excuus door het ZZM als schuldige aan te wijzen. Een krankjorume opvatting, die het bij  onze gekozen volksvertegenwoordigers nog steeds goed lijkt te doen. Getuige het feit dat velen van hen het museum zien als een sinistere organisatie met zeer snode plannen voor Enkhuizen.

Ik dat verband herinner ik nog even aan mijn column “Kletspraat” op 15 maart waarin ik mijn oordeel geef over raadslid Langbroek. Die het NHD had laat weten, dat het museum (wat hem betreft) eindelijk haar ware gezicht had laten zien door op te komen voor haar eigen belangen. Ook leuk om terug te lezen, de toenmalige opvatting van wethouder Struijlaart.

Waar we hier (in overdrachtelijke zin) naar zitten kijken is een steenpuist die nog even moet rijpen voordat het pus zich een weg naar buiten kan banen. Tot die tijd is het nog even ongemakkelijk, maar er ligt verlichting in het verschiet. Ik hoop dat Cees Miedema (oud huisarts en mede oprichter van het Volksfront) en het ZZM deze metafoor als heel geruststellend zullen ervaren.

Het is allemaal een hoop gedoe en kost nodeloos veel geld, maar het gaat uiteindelijk allemaal niet door. Zoals al die andere plannen, die ook niet door zijn gegaan. Misschien zou het verstandig zijn, als we daar eens over gingen nadenken. Maar ik denk dat de instantie die dat zou moeten doen, de gemeenteraad, daar domweg de capaciteit niet voor in huis heeft.

De nieuwe kleren van de burgemeester

eduardIn de krant van zaterdag 4 mei beweert raadslid Hans Langbroek (HEA),  dat burgemeester van Zuylen de raad geadviseerd heeft om NIET een (door het ZZM te organiseren) informatiebijeenkomst voor raadsleden te bezoeken.

En dat de raad (met grootst mogelijke meerderheid) heeft besloten om dat advies op te volgen.

Raadslid Michel de Jong doet nog een poging tot nuanceren, maar trapt daarbij niet meer dan een openstaande deur in.

Zijn opmerking, dat het de raad was die het besluit had genomen bevestigt namelijk de normale gang van zaken. Het is ALTIJD de raad die een besluit neemt, gewoonlijk naar aanleiding van een advies van B&W.

Er is dus geen enkele reden om te twijfelen aan de woorden van Langbroek.

Nog maar kort geleden schreef ik een column over het sprookje “De nieuwe kleren van de Keizer”.  De burgemeester maakt zijn bijnaam “Snelle Eddy” meer dan waar, door me  in staat te stellen om (binnen een paar dagen) een column te schrijven met de titel “De nieuwe kleren van de burgemeester”.

boycotDacht de keizer niet bestaande stoffen te zien, burgemeester van Zuylen ziet niet bestaande gevaren.

Hij adviseert daarom de raad om geen kennis te nemen van een toelichting die het ZZM bereid is te geven.

Want “zalig zijn de onwetenden” is naar ik aanneem zijn lijfspreuk. Hij was immers ook  een verklaard voorstander van het afschaffen van de openbare vergaderingen van het presidium.

Ik neem aan dat dit advies (dat betrekking heeft op collectieve informatieverstrekking), ook geldt voor informatie op individuele basis en dat de leden van de raad zich tevens verplicht hebben om (individueel) geen informatie in te winnen bij het ZZM zolang de “procedure” niet is afgerond.

Een opmerkelijke vorm van zelfcensuur, waarmee de raad zich feitelijk verplicht, om alleen nog maar kennis te nemen van wat haar door het college wordt voorgekauwd.

Mijn persoonlijke opvatting is, dat deze autoritaire en regenteske opvatting niet meer van deze tijd is, maar college en raad denken daar duidelijk anders over en gedragen zich als de keizer en de hofhouding in het sprookje.

Het wachten is dus op iemand, die vaststelt dat de burgemeester, weliswaar ruimhartig gesteund door de raad, feitelijk in zijn hemd staat.

Mijn hoop is daarbij gevestigd op de nationale pers, die naar ik aanneem aanwezig zal zijn op de perspresentatie op 10 mei.

Ik voorspelde, dat bestuurlijk Enkhuizen zich door haar bekrompen standpunt volstrekt belachelijk zou maken voor de rest van Nederland. Maar nooit gedacht, dat ze daar zo’n haast mee wilde maken.

uitnodiging

De nieuwe kleren van de keizer.

Ik neem aan dat vrijwel iedereen het verhaal over de nieuwe kleren van de keizer kent. Korte samenvatting voor wie er niet mee bekend is.

Een keizer laat zich nieuwe kleren aanmeten van een stof die (volgens de kleermakers) alleen maar gezien kan worden door mensen die capabel en intelligent zijn. Hoewel de keizer de stof zelf niet kan zien laat hij niets merken om niet voor dom of incapabel te worden versleten.

Voor zijn hofhouding geldt hetzelfde. Ook zij zien niets, maar laten dat om dezelfde reden niet blijken.

Als de keizer zich zonder kleren aan de bevolking vertoont, reageert die (alweer, om niet voor dom of incapabel te worden versleten) net als de hofhouding.

Alleen een jongetje, dat nog moet leren zich te voegen naar de wensen van zijn meerderen, roept vol verbazing, dat de keizer geen kleren aan heeft, waarna het collectieve zelfbedrog glansloos tot een einde komt.

De moraal van het verhaal is, dat je (als absolute machthebber) wel in staat bent om ondergeschikten een werkelijkheid op te dringen die niet bestaat, maar dat altijd het gevaar aanwezig is, dat er mensen zijn die weigeren om mee te gaan in dat collectieve zelfbedrog.

Dat is echter een les die de gemeenteraad van Enkhuizen, zelfgenoegzaam als zij is, nog steeds moet leren.

Bij de verbouwing van de Drommedaris meende de raadsmeerderheid dat men de aannemer (die strikt noodzakelijke werkzaamheden had verricht) niet zou hoeven te betalen, omdat men hem geen schriftelijke opdracht had gegeven.

In dit land geldt, dat wie gewerkt heeft, recht heeft op betaling voor dat werk. Alleen een onafhankelijke rechter kan bepalen of (en wanneer) dit rechtsprincipe niet langer van toepassing is.

Maar dronken van de eigen macht maakt de Enkhuizer raad zichzelf wijs, dat het recht (om te bepalen of iemand wel of niet betaald moet worden) bij haar en niet bij de rechter berust. Een standpunt dat men twee jaar lang koppig volhoudt, om uiteindelijk toch eieren voor geld te kiezen en de aannemer alsnog datgene te betalen waar hij al die tijd al recht op had.

In dit geval had de (aan domheid grenzende) machtswellust van de raad geen nadelige  gevolgen (althans, in financieel opzicht) voor de gemeente, maar dat is niet altijd het geval.

Negen jaar geleden investeerde de raad meer dan een half miljoen om SWL in staat te stellen een parkeerterrein aan te leggen. Als ZZM later met een soortgelijk verzoek komt, (het ter beschikking stellen van grond) wordt ze de deur gewezen, omdat men de grond liever verkoopt aan een ontwikkelaar om er vakantie villa’s op te bouwen.

Maar dit keer heeft het machtsdronken en zelfgenoegzame optreden van de raad wel een prijskaartje.

In de vorm van een jarenlange procedure, met de reële kans dat de bestaande plannen zullen  moeten worden gewijzigd, om recht te kunnen doen aan de belangen van het ZZM.

Naast de enorme kosten zal het ook een enorm prestige verlies opleveren. Vanwege het kortzichtige optreden van de Enkhuizer raad en college. Die met haar optreden duidelijk maakt niet capabel en niet intelligent te zijn.

Met de blik op oneindig.

Gisteren schreef ik dat volgens de berichten de nieuwe camping op het recreatieoord over maximaal 200 standplaatsen zou beschikken. Vandaag kreeg ik de laatste indeling van de camping onder ogen en dan blijkt het om maar 117 caravanstandplaatsen te gaan.

Daar moeten dan nog een onbekend aantal camperstandplaatsen bij worden opgeteld zo begrijp ik, maar het zou me verbazen als het totaal op 150 zou uitkomen.

Dat is een afname van 225 overnachtingsplaatsen zoals die in de notie “Nut en noodzaak van de verplaatsing van de seizoenscamping” zijn geteld. De passantencamping, nu nog onder de muur, keert daar niet meer terug en heeft ook geen plek aan de noordkant.

Een briljante gemeentelijke strategie. Enerzijds is er een ambtelijke afdeling die bakken met geld uitgeeft om langdurig verblijf in Enkhuizen te stimuleren. Anderzijds is er een  ambtelijke afdeling druk doende om de mogelijkheden voor een langdurig verblijf zo klein mogelijk te maken.

Ik ben bang dat het bouwen van 200 huisjes (traditionele bouw) een flink aantal jaren in  in beslag zal nemen (zeker gelet op de krapte in de arbeidsmarkt), zodat we het in de tussentijd moeten doen met minder dan de helft van het aantal  overnachtingsplekken die we hadden.

Volgens de voorstanders in de raad betekent de bouw van deze huisje de redding van de Enkhuizer middenstand.

zet-je-verstand-op-nul-en-denk-na-spreukMaar hebben diezelfde raadsleden wel eens stil gestaan hoeveel de moedwillige afbouw van de bestaande camping de Enkhuizer middenstand inmiddels aan omzet heeft gekost en in de toekomst nog zal kosten?

En wanneer leggen ze daar nu eens verantwoording over af?

Dank zij het raadsbrede akkoord dat men met elkaar sloot en de gelijktijdige diskwalificatie van de oppositie, lijkt voor deze raad nog maar één ding van belang te zijn.

“Vastberaden en eensgezind voorwaarts, met de blik op oneindig en het verstand op nul”.

 

 

Doof en blind.

Volgens het HzA rapport beschikt Enkhuizen op dit moment over 200 vaste staanplaatsen en 175 kampeerplekken voor passanten (zie ook mijn vorige column).

Na de herinrichting zal er sprake zijn van maximaal 200 plaatsen aan de noordzijde van het  recreatieoord. Derhalve een vermindering van 175 kampeerplaatsen.

In haar toelichting becijfert het RHO dat de vermindering van kampeerplaatsen tot een stijging van verkeersbewegingen zal leiden. Van 70 naar naar 115. Hoe en waarom wordt nergens uitgelegd.

Er klopt sowieso weinig van de tabellen 4.1 en 4.2 die RHO opneemt in haar toelichting op  het bestemmingsplan.

Waar de “in situ” parkeerplaatsen voor de vakantievilla’s wel worden meegenomen, om de verkeersintensiteit te bepalen, gebeurt dat niet bij de campingfunctie. Bij 200 kampeer plekken behoren 200 “in situ” parkeerplekken.

Tabel 4.2 vermeldt slechts 45 parkeerplaatsen. Ook capaciteit op de Kooizandweg (meer dan 100 plaatsen) blijft onvermeld.

De parkeerders aldaar vormen feitelijk de overloop voor de bezoekers van SWL, wiens parkeerbehoefte tijdens top dagen makkelijk uitkomt op meer dan 500 parkeerplekken.

Het uitgangspunt voor het bepalen van de maximale verkeersintensiteit is de parkeercapaciteit (aantal parkeerplekken) te verdubbelen.

Door aanwezige parkeercapaciteit niet in de tabel op te nemen kun je de intensiteit van de verkeersstromen dus lager inschatten. Een andere manier om de intensiteit van het verkeer lager in te schatten is te veronderstellen dat de verkeersbewegingen gelijkmatig over de dag zullen zijn verspreid.

Wie het aantal dagelijkse reizigers deelt door het aantal dagelijks beschikbare treinen komt tot een acceptabele gemiddelde bezetting van die treinen. In werkelijkheid zijn de treinen tijdens spitsuren afgeladen en daarbuiten vrijwel leeg.

Soortgelijke spitsuur situaties doen zich nu al voor op het REZ. Voornamelijk veroorzaakt door bezoekers van Sprookjeswonderland. Er is op dit moment namelijk nog geen sprake van een functioneel strand dat intensief kan worden gebruikt.

Het is opmerkelijk dat de metingen verricht zijn op het moment dat de meeste functies niet in gebruik waren.

Een tweede methodologische fout is om in één geval (SWL) niet uit te gaan van parkeercapaciteit, maar van parkeergemiddelden. De maximale parkeercapaciteit voor SWL is ongeveer 500 plekken, wat garant staat voor maximaal 1000 dagelijkse verkeersbewegingen.

Het door RHO ingediende rapport registreert echter 320 dagelijkse bewegingen.

narVanwege al deze onvolkomenheden ben ik van plan om (namens de Paljas Vereniging Enkhuizen) het college de volgende zienswijze voor te leggen.

De mobiliteitstoets (die deel uit maakt van het van het bestemmingsplan Enkhuizerzand) is van een dusdanig bedenkelijke kwaliteit, dat het onverantwoordelijk zou zijn om in te stemmen met het bestemmingsplan.

Ik heb dat soort conclusies in het verleden wel vaker getrokken, maar dan werden ze steevast door de gemeenteraad genegeerd. Men stelt namelijk geen prijs op burgerparticipatie, tenzij die participatie bestaat uit  aan hen gerichte lofprijzingen.

Kritische beschouwingen worden onverbiddelijk als negatief gekwalificeerd en genegeerd.

Door deze zienswijze kenbaar te maken wordt het college in ieder geval verplicht om aan te geven waarom de zienswijze van de Paljas Vereniging Enkhuizen niet deelt en waarom die geen beletsel mag zijn  om het bestemmingsplan goed te keuren.

Het is dan aan de Enkhuizer raad om, nadat ze zich jarenlang met succes afzijdig heeft weten te houden, te besluiten of ze zal instemmen met het nieuwe bestemmingsplan en de verkeerschaos die daar (naar mijn overtuiging) uit zal voortvloeien.

Ongetwijfeld een moeilijk besluit, omdat het college zal dreigen met de kosten van een schadeloosstelling voor de ontwikkelaar, mocht het voorgelegde plan niet doorgaan.

Maar dat is de logische consequentie van het beleid van de raad.

Wat er op neer komt, dat ze (als raad) haar bevoegdheden (door middel van een go/no go beslissing) aan het college heeft overgedragen en ze (als raad) ook nooit de moeite heeft genomen om zich te verdiepen in de werkelijke gang van zaken.

Maar zich tot nu toe (jaar in, jaar uit) doof en blind heeft gehouden.