Pim's Prietpraat

Bemoeienissen van een voormalig buitenstaander

Handen en haar.

hand-haarIn de Enkhuizer krant van donderdag lees ik dat Hans Langbroek (HEA) de aankomende raadsvergadering (19 juni) weer nieuwe vragen gaat stellen.

Allemachtig. Houdt het dan nooit op?

Dat voortdurende gevraag naar de mening van het college? Wordt het niet eens tijd dat er iemand (op basis van wat er tot dusver door het college is verteld) begint met het trekken van conclusies?

Om die vervolgens aan de overige fracties voor te leggen met de vraag, bent U het hier mee eens?

Weet Langbroek, na 12 jaar raadslidmaatschap, nog steeds niet dat als je vragen stelt bij het agendapunt vragen, je over het antwoord op die vragen niet kan discussiëren? Dus als je een uitspraak van de raad wilt, dan moet je ophouden met het stellen van vragen aan het college, maar dingen constateren en daarover een motie (vreemd aan de orde van de dag) indienen.

Het probleem is alleen, je moet wel even nadenken waar zo’n motie over moet gaan en waarover je de raad een uitspraak wilt laten doen.

Over de geheimhoudingsplicht? Dat is wettelijk geregeld. En degenen die dat geregeld hebben, hadden waarschijnlijk meer verstand van zaken dan wie dan ook in de huidige raad van Enkhuizen. Maar helaas zijn er in Enkhuizen dan altijd weer mensen, die er op staan om het zwarte garen opnieuw uit te vinden.

Feitelijk bestaat geheimhoudingsplicht in deze kwestie niet eens. Omdat het college tot tweemaal toe verzuimd heeft om (binnen de daarvoor geldende termijn) een voorstel tot bekrachtiging  in te dienen. Onder het motto, driemaal is scheepsrecht, lijkt het college het voor de derde keer te willen proberen.

Althans dat heeft ze aangekondigd in het antwoord op de vragen van Langbroek (en de Jong), maar zelfs dat is nog niet zeker. Want het daarvoor benodigde raadsvoorstel ontbreekt nog steeds op de agenda en het is nog maar de vraag of de raad er mee instemt dat het op de agenda wordt geplaatst.

Gelet op het tijdstip waarop men het wil plaatsen. Nog geen drie werkdagen voor de vergadering.

Aangezien het college tot tweemaal toe verzuimd heeft om datgene te doen wat ze had moeten doen, lijkt het me geen vanzelfsprekendheid dat de raad instemt met een agendapunt waarop men zich niet heeft kunnen voorbereiden.

Het college heeft juridisch advies ingewonnen bij een externe partij. Dus het formuleren van een raadsvoorstel kan geen al te groot probleem zijn. Maar men zadelt de raad wel met een probleem op als men zo kort voor de vergadering met een voorstel komt waarvoor men tot dusver geen sluitende rechtvaardiging heeft gegeven.

Dus het is niet alleen de vraag of er een raadsvoorstel komt, maar als het er komt, of de raad bereid is om het behandeling te nemen. Het is uiteindelijk de raad die beslist wat wel en wat niet aan de agenda mag worden toegevoegd.

Daardoor blijft de situatie, van een niet bestaande geheimhoudingsplicht (als gevolg van voortdurende nalatigheid van het college) gehandhaafd.

Mag het college doen, wat ze tot dusver heeft proberen te doen?  Raadsleden weigeren inzage te geven in hetgeen ze met de architect heeft afgesproken?

Dat lijkt me niet, want daarmee stelt het college een voorwaarde aan de uitoefening van het recht van de raad om het college te controleren.

Het college kan hoogstens geheimhouding gelasten tot het moment dat de raad in staat is zich daarover uit te spreken. Het is uiteindelijk de raad, die (als hoogste orgaan binnen de gemeente) beslist of er een afdoende reden is voor geheimhouding en niet het college.

En dan is er nog een (niet onbelangrijk) gegeven. Het college zal in haar raadsvoorstel moeten aangeven op grond van welk WOB artikel haar verzoek tot geheimhouding is gebaseerd. Het college heeft tot dusver niet meer bekend gemaakt dan dat het een verzoek van de architect betreft.

Dat wordt betwist door de architect, maar zelfs al zou hij het niet betwisten: het blote feit dat hij een verzoek tot geheimhouding heeft ingediend kan nooit tot gevolg hebben dat een college het beginsel van openbaar bestuur ter zijde schuift.

Het is allemaal van een ongekende treurigheid met slechts één lichtpuntje. Het feit dat HEA tenminste zijn best doet om een verworvenheid als “openbaar bestuur” veilig te stellen.

Dat ik mijn twijfels heb over de manier waarop HEA dat probeert te doen is verder niet van belang.

De inzet van deze fractie steekt in ieder geval in gunstige zin af tegen de inzet van alle overige fracties die voornamelijk met hun handen in het haar lijken zitten.

Advertenties

juni 15, 2018 Posted by | HEA, Klungelen | Plaats een reactie

Over geheimhouding.

advocaatDe website Wetboek on line zegt het volgende over artikel 25 van de gemeentewet dat handelt over geheimhouding.

Punt 1 is (gegeven de omstandigheden) niet relevant. Alleen de punten 2 tot 4 zijn van belang.

2. Op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door het college, de burgemeester en een commissie, ieder ten aanzien van de stukken die zij aan de raad of aan leden van de raad overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt.

3. De krachtens het tweede lid opgelegde verplichting tot geheimhouding met betrekking tot aan de raad overgelegde stukken vervalt, indien de oplegging niet door de raad in zijn eerstvolgende vergadering die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht, wordt bekrachtigd.

4. De krachtens het tweede lid opgelegde verplichting tot geheimhouding met betrekking tot aan leden van de raad overgelegde stukken wordt in acht genomen totdat het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd, dan wel, indien het stuk waaromtrent geheimhouding is opgelegd aan de raad is voorgelegd, totdat de raad haar opheft. De raad kan deze beslissing alleen nemen in een vergadering die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht.

OK, gewapend met bovenstaande kennis, wat te doen met de door het college opgelegde geheimhouding inzake de schikking die ze (blijkens haar raadsbrief van 16 april) met de architect heeft getroffen?

Artikel 3 laat weten dat die opgelegde verplichting vervalt, als ze niet tijdens de eerstvolgende vergadering wordt bekrachtigd. Uitgaande van de datum van de aankondiging (16 april) zou de maatregel dus in de raadsvergadering van 24 april bekrachtigd moeten zijn. Dat is niet gebeurd. Waarschijnlijk omdat het college nog druk doende was advies te vragen aan haar advocaat.

Kennelijk heeft men geen of onvoldoende vertrouwen in de eigen juridische afdeling.

Als gevolg van deze adviesaanvrage bereikte het raadsvoorstel pas begin mei de raad. Als we dat tijdstip als uitgangspunt nemen, dient de maatregel in de mei vergadering bekrachtigd te worden. Dat wil zeggen op 29 mei. Ook dat is niet gebeurd.

Wat per die datum (29 mei) wel gebeurde is dat raadslid Langbroek antwoord kreeg op de door hem gestelde vragen. Daarin werd aangekondigd  dat een raadsvoorstel voor de vergadering van 19 juni in voorbereiding was. Als ik dit schrijf (14 juni) zijn we dus 5 dagen vóór die raadsvergadering en is er nog steeds geen raadsvoorstel over dit onderwerp beschikbaar.

Niet alleen mist men tot tweemaal toe de wettelijk voorgeschreven termijn, ook bij de derde (aangekondigde) poging slaagt men er niet in om tijdig een raadsvoorstel te produceren, waardoor het voor de fracties vrijwel onmogelijk is geworden om met elkaar overleg te plegen over dit onderwerp.

Een deerniswekkende gang van zaken, in weerwil van het feit dat men extern juridisch advies heeft gevraagd over deze kwestie. Meer dan voldoende reden om inzage te vragen in de aanvraag en de tekst van het door de advocaat gegeven advies. Alsmede in de totale kosten er van.

juni 14, 2018 Posted by | Geldsmijten, Klungelen, WOB | 3 reacties

Sufferdje

langbroek-1Op 18 april schrijft Hans Langbroek op het HEA blog een beschouwing over het informatieproces onder de titel “De grote stilte over Enkhuizer coalities en opposities”. Daarin beklaagt hij zich over het feit dat de informateur maar 1 keer met hem heeft gesproken, waaruit hij concludeert dat zijn partij verder niet betrokken zal worden bij verdere besprekingen.

Voor wat deze fase betrof juist, maar het getuigt tevens van een gebrekkig inzicht in het informatieproces. Langbroek en daarmee ook het HEA zijn verklaard voorstander van een Raadsbreed programma, waarvan de VVD en D66 de grote pleitbezorgers zijn. Dat lag echter niet besloten in de opdracht aan de vorige informateur.

De zoektocht naar de deelnemers aan een raadsbreed programma is nu pas begonnen. Nadat informateur Keur zijn zoektocht naar een coalitie rond de SP gestaakt had. Het geklaag van Langbroek was dus iets te voorbarig. Hij zal door de nieuwe (en niet partij gebonden informateur) ongetwijfeld geraadpleegd worden over zijn mogelijke deelname aan een raadsbreed programma.

ColletVeertien dagen eerder (4 april) plaatste ik op mijn blog het bericht “De aanbevelingen van Hans”. Daarin toon ik aan, dat Langbroek een twitter van Mark Collet heeft geretweet. In de tweet van Mark Collet beveelt hij zijn boek “The fall of western man” aan. Door die tweet te retweeten doet Langbroek feitelijk hetzelfde. Hij beveelt (bij zijn volgelingen) het boek van Mark Collet aan.

Hans is niet de enige die het boek aanbeveelt. Er zijn ook anderen die het aanbevelen, waaronder de David Duke, voormalig Grand Wizzard (=leider) van de Ku KLux Klan en holocaust ontkenner. Kortom Hans beschikt over niet alledaagse medestanders.

Diezelfde dag retweet hij ook nog twee ander tweets van Mark Collet die, net als Hans, gezien kan worden als een kleurrijk persoon. Zo was hij ooit directeur van de colletjeugdbeweging van de BNP, de British National Party.

Een partij die een neo-nazistisch gedachtengoed binnen het Verenigd Koninkrijk probeert te verspreiden. Iets wat de vriendin van Mark er toe gebracht heeft om een swastika op haar linker borst te laten tatoeëren.

Enfin, op 24 april, dus 6 dagen nadat Hans zijn beklag heeft gedaan over het informatieproces besluit ster-verslaggever Cees Beemster aandacht te besteden aan de opvattingen van Langbroek. En waaruit bestaat die aandacht dan? Aan zijn lamentatie over de informateur die hij op zijn blog geplaatst heeft. Maar nog steeds geen woord in de Enkhuizer krant over zijn hoogst opmerkelijke  politieke voorkeuren.

Het is dan ook niet voor niets, dat de Enkhuizer Krant steeds vaker liefdevol wordt omschreven als “het lokale sufferdje”.

24-4-18 1

mei 1, 2018 Posted by | HEA, Klungelen | Plaats een reactie

Ongemakkelijk nieuws

beemster1Afgelopen week uitgebreid in de Enkhuizer krant. Geklungel van lagere ambtenaren. Een marktkraam die de toegang tot een winkel onmogelijk maakt. Een boom die geplant wordt op een plek die een ondernemer beperkt in de uitbating van zijn terras.

De ambtelijke verdediging is in beide gevallen hetzelfde. “De regels” staan het toe of, in een heel enkel geval, schrijven het zelfs voor. Maar zolang het lagere ambtenaren betreft is er een theoretische kans op ontsnapping aan de ambtelijke regelzucht. Gewoonlijk door ingrijpen van een bestuurder, die de regels wat anders uitlegt dan de ambtenaar.

Beide zijn voorvallen in de categorie “gemakkelijk nieuws”. De krant kan dit nieuws publiceren zonder zich af te vragen of er een tegenreactie komt van de autoriteiten of de eigen abonnees.  Maar naast de categorie “gemakkelijk nieuws”, is er ook een categorie “ongemakkelijk nieuws”. Nieuws dat een mogelijke tegenreactie uitlokt bij autoriteiten of de abonnees. En dan gaat het in de meeste gevallen om nieuws over geklungel door de autoriteiten zelf.

Voor de krant is dat “ongemakkelijk nieuws”, omdat autoriteiten niet graag zien, dat hun geklungel aan het licht gebracht wordt. En dus houdt de krant wel degelijk rekening met hun wens en brengt ze het “ongemakkelijke nieuws” in verkapte vorm of helemaal niet.

Bijvoorbeeld, de bijdrage die Enkhuizen betaalt aan het Organisatie OntwikkelingsPlan (OOP) van de SED. Een plan waar alle drie gemeenten in gelijke mate belang bij hebben, maar waar de kosten voor het grootste deel worden gedragen door Enkhuizen. Dat laatste is geen mening, maar een feit.

Een niet onbelangrijk feit lijkt me, het gaat om een bedrag van ruim 8 ton. Dus waarom heeft de krant nooit aandacht aan dat feit besteed? Omdat degene die verantwoordelijk was voor deze extra uitgave tot de autoriteiten behoorde. In dit geval de wethouder, terwijl de maatregel bovendien was goedgekeurd door weer een andere autoriteit, de gemeenteraad.

Het excuus, dat wethouder en raad aanvoeren voor de onrechtvaardige kostenbijdrage door Enkhuizen, is het zelfde excuus dat de marktmeester en medewerker groenvoorziening hanteren. Men pleit zichzelf vrij van schuld, omdat men niets anders gedaan heeft dan de regels toepassen.

Naar het zich laat aanzien heeft de interventie van de krant voor wat betreft het plaatsen van een marktkraam succes gehad en mogelijk wordt dat succes ook herhaald in geval van de “terras”boom, maar de krant zou een nog veel wezenlijker bijdrage kunnen leveren als zij haar angst voor “ongemakkelijk nieuws” zou weten te overwinnen. En aandacht zou durven te besteden aan het feit dat de inwoners van Enkhuizen onevenredig bijdragen aan een regeling die van gelijk belang is voor alle inwoners van het SED.

Het kan zijn dat de regels dat toestaan, maar gezien de onrechtvaardige uitkomst, is het tijd voor herziening van de regels, zoals dat ook bij de plaatsing van marktkramen mogelijk blijkt te zijn.

april 16, 2018 Posted by | Geldsmijten, Klungelen | Plaats een reactie

Eigen aanhang.

RaadValt er voor Enkhuizen iets te leren over de gang van zaken in Barendrecht? De enige lokale partij EVB (Echt voor Barendrecht) behaalde tijdens de laatste verkiezingen 14 van de 29 zetels, maar toch dreigt ze niet in het college te komen, omdat alle overige (6 landelijke) partijen een monsterverbond hebben aangekondigd, waarin voor EVB geen plaats zou zijn.

Nu denk ik niet dat dit echt gaat gebeuren.  Als er maar 1 van de 6 landelijke partijen afhaakt dan ontstaat er al weer een nieuwe meerderheid.

Bovendien onthoud je met zo’n monsterverbond de enige winnaar (EVB met 5 zetels) een plek in het bestuur van de gemeente. Geen goed idee en allesbehalve democratisch.

Met dat in mijn achterhoofd bepleitte ik in mijn vorige column voor een meerderheidscoalitie bestaande uit SP, VVD, D66 en PvdA.  Wat dan weer 8 negatieve reacties opleverde, zonder dat er ook maar één daarvan in staat was om uit te leggen wat er zo slecht was aan het idee.

Wat is er negatief aan als de landelijke partijen nu eens zouden proberen samen te werken om tot een stabiel bestuur te komen in plaats van elkaar vliegen af te vangen? Elke verkiezingsronde roepen ze te willen samenwerken, maar zodra die zijn afgelopen gaan ze (in dit geval de SP) weer zitten neuzelen over details die de meerderheid van de bevolking geen moer kan schelen.

Na de voorlaatste verkiezing werd de op één na grootste winnaar (D66) door de SP doelbewust buiten de coalitiebesprekingen gehouden en zie waar dat de afgelopen 4 jaar toe heeft geleid.  Gaan we daar nu de herhaling van zien en houden VVD/D66 nu de SP buiten een coalitie? Ik hoop eerlijk gezegd van niet en verwacht ook niet dat dit gaat gebeuren.

En waarom is er eigenlijk een oud wethouder uit Leiden nodig om partijen aan het verstand te brengen dat er eigenlijk geen ander alternatief is dan voortzetting van de bestaande coalitie, aangevuld met de SP? Kunnen ze dat niet gewoon zelf bedenken?

Komt D66 er in die situatie te bekaaid van af? Dan mag die partij toch de burgemeester leveren, hebben we daar ook geen omkijken meer naar. Wat te doen met het CDA, als ook die partij mee zou willen doen? Die oplossing hebben ze volgens mij ook al eens bedacht in Enkhuizen. Luyckx zit tegen zijn pensioen aan. Als hij over twee jaar vertrekt, mag een CDA wethouder hem opvolgen.

Blijft over de oppositie. Wat is er eigenlijk mis met het idee, dat die er eindelijk eens serieus werk van gaat maken om er op toe te zien, dat de coalitie er geen potje van maakt? Ook heel belangrijk in een goed functionerende democratie. En waarom zou je van een oppositie niet mogen eisen, dat ook zij gaan samenwerken? Om hun  toezichthoudende taak zo efficiënt mogelijk uit te voeren.

Ze hebben er in Enkhuizen een handje van om de dingen moeilijker voor te stellen dan ze in werkelijkheid zijn. Waarschijnlijk, omdat ze denken dat ze daardoor gewichtiger worden gevonden, maar dat geldt natuurlijk alleen voor de eigen aanhang. De rest vraagt zich alleen maar af, waarom het allemaal zo lang moet duren.

april 14, 2018 Posted by | Bestuurscultuur, Klungelen, SP | 2 reacties

In de krant

olierook 2

snoeverij

Vandaag (30 januari 2018) een leuk berichtje van sterverslaggever Cees Beemster in de Enkhuizer Krant.

Onder de kop “SP verzet zich tegen extra managers in de SED organisatie” beschrijft Beemster wat ik 6 dagen eerder in mijn column “Geen gezeik, iedereen rijk” heb beschreven.

De opvallende gelijkluidendheid in beide berichten heeft ook een reden. We gebruiken dezelfde bron. Een door Olierook geschreven column, geplaatst op de website van de SP.

In de papieren versie van de krant valt dat niet zo op. In de internet versie staat er (net als in mijn column) een link naar het betreffende artikel.

Het grappige is nu dat de SP het betreffende artikel, met zijn opzienbarende conclusies, als de bliksem van haar site verwijderd heeft, toen men zich realiseerde dat de Enkhuizer Krant er aandacht aan zou besteden.

Het bericht stond namelijk bol van de gebruikelijke snoeverij van Olierook, die zijn eigen dubieuze opvattingen als partijstandpunt verkondigt.

De SP heeft echter (tijdens de behandeling in de gemeenteraad op 16 december 2017) helemaal niet verkondigd dat het teveel aan managers bij de SED organisatie moest worden ontslagen.

Net als de andere tegenstemmers had men problemen met het feit dat financiering van de gehele looptijd van het project in één keer werd geregeld.

Liever zag men deelfinanciering waarbij er jaarlijks zou worden beoordeeld of de getroffen maatregelen wel de juiste waren. Op zichzelf een verstandig standpunt. Maar niet hetzelfde als het standpunt dat Olierook verkondigde.

Namelijk dat het teveel aan leidinggevenden moest worden ontslagen en dat dit noodzakelijk was wilde Enkhuizen sociaal gezond worden, terwijl  de lasten voor de burger niet zouden worden verhoogd en de voorzieningen zouden worden uitgebreid.

Met name die combinatie, het ontslag van leidinggevenden in de SED organisatie, in ruil voor een socialer Enkhuizen met uitgebreider voorzieningen zonder extra kosten vond ik dusdanig opmerkelijk, dat ik er een column over schreef en de inhoud van deze loze beloften associeerde met die van een eerdere tegenpartij.

Die (zo neem ik aan) Cees Beemster nooit bewust heeft meegemaakt, omdat hij daarvoor te jong is.

Enfin, twee berichten die tot dezelfde conclusie komen op basis van dezelfde bron. Een door Olierook geschreven column op de website van de SP. De door Olierook getrokken conclusies deden de waarheid echter dusdanig geweld aan, dat de SP zich kennelijk gedwongen voelde om de column van haar site te verwijderen.

Dat op zichzelf is winst. De persoonscultuur binnen de SP zorgde er in het verleden voor dat men geen kwaad wilde horen van de eigen voorlieden hoe extreem hun opvattingen ook mochten zijn. Het Dromdossier is daarvan een treffend voorbeeld.

Blijft de vraag waarom Beemster er 6 dagen langer over deed, voordat hij zich realiseerde welke nieuwswaarde de column van Olierook bevatte? De oorzaak ligt volgens mij in het feit dat bij de reguliere  pers de nadruk ligt op het doen van verslag, terwijl de interpretatie van het nieuws op de tweede plaats komt. Op mijn blog hanteer ik een tegenovergestelde maatstaf.

Voor mij is hetgeen er door hoogwaardigheidsbekleders (zoals Olierook) wordt beweerd geen nieuws, in de zin dat ik daar (zoals de krant) verslag van zou moeten doen.  Het wordt in mijn ogen pas nieuws als die hoogwaardigheidsbekleder iets beweert, dat in strijd is met hetgeen hij daarvoor beweerde.

En zo hebben we ieder onze eigen taak. De krant concentreert zich op het doen van verslag en ik vergelijk de inhoud van dat verslag met andere (en eerdere) verslagen.

januari 30, 2018 Posted by | Klein Leed, Klungelen, Olierook, SP | 2 reacties

Schitteren door afwezigheid.

Nieuwsgierig geworden door bovenstaande tweet van Hans Langbroek heb ik toch maar even geluisterd naar hetgeen er tijdens de informatieavond afgelopen dinsdag is gezegd.

Besproken werd het rapport “Samenwerkwerking Gemeente Enkhuizen en de Gemeenschappelijke Regeling Werksaam” van Prof. Dr. G.D. Minderman. Zijn rapport is uiterst leesbaar, maar ook zijn 15 minuten durende inleiding is de moeite van het beluisteren waard. Ga daarvoor naar de hierboven verstrekte link.

Het rapport bevestigt twee zaken. Ten eerste dat Olierook er op los fantaseert als hij het heeft over eigen inspanningen. Voor veel van wat hij beweerde is door de professor geen enkel bewijs gevonden.

In de vorm van brieven, emails, verslagen en aantekeningen. Dat beeld is bekend vanuit het Dromdossier. Ook daarin deed hij tal van beweringen waarvoor geen enkel bewijs bestond en als er bij uitzondering wel bewijs (in de vorm van een document) bestond, dan werd daarin vaak het tegendeel vastgesteld van wat er door Olierook beweerd was.

Zo beweerde Olierook dat de aannemer tot aanleg had besloten om zijn eigen reputatie te beschermen, terwijl de aannemer liet weten dat hij met zijn optreden de reputatie van gemeente en stichting had willen beschermen.

Een gebouw opleveren (conform bestek) waarvoor geen gebruiksvergunning kan worden verstrekt, leek de aannemer geen reclame voor gemeente en stichting die als opdrachtgevers het bestek hadden opgesteld en er dus voor verantwoordelijk waren.

De aannemer viel op dat punt niets te verwijten en dat hij € 100.000,- zou uitgeven om zijn reputatie te beschermen, wordt alleen maar geloofd door raadsleden in Enkhuizen.

Jaap Koning (D66) zal op grond van die bewering van Olierook concluderen dat, als de aannemer zo nodig zijn reputatie wil beschermen, hij daar dan ook de kosten van moet dragen en weigert dan betaling van de uitgevoerde werkzaamheden.

Maar goed, terug naar Olierook. Zijn probleem is, dat hij feiten verdraait om zichzelf te kunnen vrijpleiten. Dat deed hij in het Dromdossier, maar dat deed hij ook nu weer in het Werksaamdossier.

Tegenover de raad hield hij strak en stijf vol dat hij bezig was met het bepleiten van een Werksaamloket in Enkhuizen. In werkelijkheid deed hij niets van dien aard.

Maar de raad kwam ook niet zonder kritiek weg, zeker waar het om haar communicatieve vaardigheden ging. Als voorbeeld gaf de professor, dat bijna alle bij de regeling aangesloten gemeenteraden de directeur van Werksaam twee tot drie keer per jaar voor een informatieve bijeenkomst hadden uitgenodigd, maar dat Enkhuizen de enige gemeente was die dat nog nooit had gedaan.

Het is in mijn ogen tekenend voor de zittende raad. Men zit met de rug naar alles en iedereen toe te vergaderen en communiceert alleen maar onderling of met het college. Verder met niemand. Niet met de directeur van Werksaam, niet met betrokken burgers en al helemaal niet met gewone kiezers.

De enige partij die wel zijn best doet burgers bij de besluitvorming te betrekken doet dat dan weer op basis van informatie, die haar wethouder uit zijn duim zuigt.

Maar de overige partijen hadden de afgelopen 4 jaar duidelijk geen zin in participatie van de burger. Zoals nu ook weer zal blijken. Het was best wel een interessante bijeenkomst, maar denk nu niet dat er een partij zal zijn die er verslag van doet.

Het blijft bij de verrassende tweet van Langbroek en verder wordt er geen aandacht aan geschonken. Ook niet door de reguliere pers trouwens.

Terwijl je als raad, zeker met het oog op de verkiezingen, met de kiezer in gesprek zou moeten gaan over wat je nu eigenlijk geleerd hebt en wat je in de toekomst anders gaat doen.

En tot slot dit. De onderzoekers hadden alle fractievoorzitters van Enkhuizen uitgenodigd voor een gesprek.

De enige die waren komen opdagen waren Keesman en van der Pijll, terwijl Langbroek zich had laten vertegenwoordigen door Jans. De rest schitterde weer eens door afwezigheid. Een uiterst herkenbare gang van zaken.

januari 25, 2018 Posted by | Klungelen | 6 reacties

Passend afscheidslied

baas

Vanavond ambteloos burger

Volgens vertrekkend burgemeester Baas bestaat er dus een “gevaarlijke” lobby voor het Zuiderzeemuseum die er voor pleit dat aan het museum grond ter beschikking wordt gesteld  om daar parkeerruimte te realiseren en tevens een nieuwe toegang tot het museum te creëren.

Uiteraard reageert het museum daarop in de Enkhuizer krant van gisteren. Men concludeert dat Baas een verkeerde voorstelling van zaken geeft.

Het wat en waarom wordt overigens uitgelegd onder het kopje parkeren, varen, feiten  op de website van het ZZM. In het kort komt het er op neer dat de hedendaagse bezoeker een andere is dan die van 30 jaar terug en dat men daar de bedrijfsvoering op wil aanpassen. Lijkt me niet onverstandig van de museumdirectie, maar Baas, ongetwijfeld verblind door zijn succes bij het SED, denkt het beleid van de museumdirectie te kunnen verbeteren en weigerde tot dusver elke vorm van medewerking.

Klein beetje arrogant vind ik zelf. In plaats van naar een compromis te zoeken gaat hij voor een partijtje armpje drukken met het ZZM. Dat mag hij (als burgemeester) natuurlijk zelf bepalen, maar ik denk niet dat hij dat partijtje gaat winnen.

Waar het uiteindelijk op neer zal komen is een afweging van belangen van een internationaal gerenommeerd museum en de belangen van een college dat na 8 jaar wikken en wegen er in is geslaagd een project voor de bouw van tweede huisjes van de grond te tillen, zonder daarbij rekening te houden met de belangen van dat museum.

Te gek voor woorden natuurlijk, maar ik denk te weten waar de schoen wringt.

Het vorige college heeft er alles aan gedaan om er voor te zorgen dat de taak van de raad beperkt zou blijven tot het stellen van kaders waar binnen de projectontwikkelaar zijn werk moest doen. Dat, zo zal men gedacht hebben, bespaarde een hoop gezeur.

Bleef de ontwikkelaar binnen de gestelde kaders (te beoordelen door een door het college benoemde commissie waarvan ik de samenstelling niet heb kunnen achterhalen) dan zou het college (zonder verdere ruggespraak met de raad) bindende overeenkomsten kunnen aangaan met de ontwikkelaar.

Inmiddels heeft de beoordelingscommissie besloten dat de ontwikkelaar binnen de gestelde kaders is gebleven en heeft het college daarop besloten om met OREZ BV in zee te gaan. Wat op dit moment de precieze stand van zaken is weet ik niet, maar het is ook niet mijn taak om dat te weten.

Dat is de taak van de gemeenteraad, maar die heeft zich inmiddels buitenspel laten zetten. Ze komt pas weer aan het woord als er ingestemd moet worden met de wijziging van het bestemmingsplan. Tot dat moment tast men min of meer in het duister over de voortgang der dingen.

Mijn vermoeden is, dat het college inmiddels tot het besef is gekomen dat men bij het stellen van de kaders heeft nagelaten rekening te houden met de wensen en belangen van het ZZM, waardoor de ontwikkelaar er (bij het uitwerken van zijn plannen) ook geen rekening mee heeft gehouden.

Doorgaan op de ingeslagen weg resulteert ongetwijfeld in een procedure met het ZZM die makkelijk 5 jaar kan voortduren en waarschijnlijk de doodsteek van het project zal zijn.

Afwijken van de gestelde kaders betekent waarschijnlijk dat de gehele tender-procedure opnieuw moet worden overgedaan. Wordt daarin de bestaande ontwikkelaar niet de winnaar dan is de kans groot dat die gecompenseerd wil worden voor reeds verrichtte werkzaamheden.

Dat alles had voorkomen kunnen worden als men bij het stellen van de kaders ook rekening had gehouden met de wensen van het ZZM. Maar omdat de gemeente dat heeft nagelaten ligt er nu een plan dat er weliswaar prima uitziet, maar dat de toekomstige bedrijfsvoering van het ZZM onnodig bemoeilijkt. Zodat het ZZM niet anders kan dan bezwaar maken tegen het voorliggende plan.

De zoveelste flater in dit dossier. Maar omdat de gemeente (in haar eigen ogen) altijd alles goed doet, moet er een schuldige gezocht worden die verantwoordelijk kan worden gesteld voor het mislukken van het zoveelste plan.

En dus voert Baas tot dusver onbekende, maar “gevaarlijke” lobbyisten ten tonele. Hij noemt geen namen, dus weten we niet wie hij bedoelt.

Hij deed zijn oproep rechtstreeks aan de inwoners van Enkhuizen, maar ik vrees dat die niet zo makkelijk te mobiliseren zijn. Enfin, na vandaag is hij ambteloos burger wat dus gevierd kan worden met een passend afscheidslied.

januari 9, 2018 Posted by | Bovenbaas, Klungelen, Recreatieoord | 6 reacties

Geen aandacht aan schenken.

kopinzandHet oorspronkelijke bedrijfsplan voor de SED ging er vanuit, dat de samenvoeging van de drie ambtelijke diensten uiteindelijk zou leiden tot besparingen in de personeelskosten.

Die besparingen zouden vervolgens proportioneel worden doorgegeven aan de deelnemende gemeenten. De gemeente die de meeste (38%) personeelskosten had ingebracht (Enkhuizen) zou een zelfde deel van de verwachte besparing toebedeeld krijgen.

Helaas, het oorspronkelijke bedrijfsplan bleek veel te optimistisch te zijn geweest t.a.v. de besparingen. Die werden nooit gerealiseerd. In plaats daarvan werd een nieuw bedrijfsplan opgesteld, met daarin nieuwe personeelslasten. In de orde van grootte van 13,4 miljoen.

De vraag is nu hoe die lasten verdeeld moeten worden over de drie aangesloten gemeenten. Er zijn drie mogelijkheden.

  1. Men kopieert de verhoudingen die bij de aanvang van de SED golden, waarbij Enkhuizen aanzienlijk meer ambtelijk personeel had ingebracht dan de overige twee gemeenten. Het resultaat daarvan is dat de kleinste gemeente de grootste bijdrage levert.
  2. Men verdeelt de kosten per gemeente. Elke gemeente 1/3 van de kosten. Dit resulteert in een ongelijke bijdrage per inwoner.
  3. Men verdeelt de kosten op basis van inwoners, waardoor de bijdrage per inwoner in het SED gebied gelijk blijft.

Er valt eigenlijk geen goed argument te bedenken waarom men de verhoudingen (zoals die golden bij aanvang) zou moeten kopiëren. Het toenmalige bedrijfsplan is achterhaald en onwerkbaar gebleken.

Er is een nieuw bedrijfsplan dat, naar we mogen aannemen, ten goede zal komen aan alle drie gemeenten. Er is dan ook geen redelijk argument te bedenken waarom de kosten van dit nieuwe plan niet in gelijke mate zouden moeten worden toegerekend aan die drie gemeenten, waarbij ook rekening wordt gehouden met het aantal inwoners in die gemeenten.

Voor zover ik weet krijgen gemeenten vergoedingen van het rijk op basis van het aantal inwoners. Ik zie niet in, waarom de personeelskosten van nieuw aan te trekken personeel, (dat werkzaam is voor de drie samenwerkende gemeenten) per gemeente zou moeten verschillen.

Het gaat bij dit alles niet om klein bier. Ik schat dat bij een evenredige verdeling van de kosten Enkhuizen € 800.000,- minder zou moeten bijdragen en Drechterland en StedeBroec (hetzelfde bedrag) meer.

Behalve Van Reijswoud heeft geen enkele fractievoorzitter gereageerd op het feit dat niet alleen ik, maar ook lezers van mijn blog deze kwestie bij hun onder de aandacht heeft gebracht. Ik ga er dus vanuit dat Van Reijswoud hun opvatting heeft verwoord.

Van Reijswoud spreekt van een kostenverdeling die destijds is overeengekomen. De kostenverdeling is niet zozeer overeengekomen, ze was het resultaat van een optelsom van alle personeelskosten bij de drie gemeenten en is daarom eerder vastgesteld dan overeengekomen. Dat laatste veronderstelt een zekere mate van onderhandelen.

Tegenover de personeelskosten van de SED stonden inkomsten van gelijke omvang, omdat de gemeenten hun personeelsbudgetten naar de SED overmaakten.

Dat het SED 38% van haar personeelsbudget uitgeeft aan ambtenaren die oorspronkelijk werkzaam waren voor Enkhuizen is juist, maar tegelijkertijd krijgt ze die uitgaven volledig gecompenseerd door de bijdrage van Enkhuizen. De verdeelsleutel had geen ander doel dan aangeven welk deel van de (nooit gerealiseerde) besparing naar Enkhuizen zou hebben moeten gaan.

In zijn reactie stelt Van Reijswoud dat de consequentie van de door mij voorgestelde kostenverdeling (op basis van inwoneraantal) is, dat Enkhuizen zijn ambtenaren nu werkzaam in de havens of op de camping weer in eigen beheer zou moeten nemen. Onzin, zowel Drechterland als StedeBroec beschikken over een buitendienst. Enkhuizen niet. De ambtenaren in de buitendienst maken gewoon deel uit van de SED organisatie. Hun personeelskosten werden en worden worden gewoon gedragen door de gemeenten waaruit zij afkomstig waren.

Het Organisatie Ontwikkeling Plan (OOP) dat nu is aangenomen heeft echter niets te maken met verhoudingen uit het verleden. Het is een investering voor de toekomst en er valt geen reden te bedenken waarom de lasten van die investering onevenredig zwaar op één van de drie gemeenten zouden moeten rusten.

tweematenWat mij betreft is er sprake van een denkfout, maar klaarblijkelijk is (net als in de sketch) de gezamenlijke afkeer van uncle Bertie (buitenstaanders) dusdanig groot, dat men collectief weigert om ook maar enige aandacht te schenken  aan de aangevoerde argumenten.

“Take no notice of uncle Bertie” waarschuwt de vader zijn zoon in de sketch. Wat in deze kwestie neerkomt op, liever te veel betalen (als gemeente) dan een poging doen om de argumenten van buitenstaanders serieus te nemen.

Enfin, het is zoals het is. Er is één prettige bijkomstigheid. Het zal de inwoners van Enkhuizen worst zijn of zij gemiddeld meer moeten bijdragen aan de reconstructie van SED.

Rest mij niets anders dan iedereen prettige feestdagen toe te wensen en een gelukkig nieuwjaar. Dan zien we in 2018 wel weer welke schade er nog meer is toegebracht en wie we daar (in het kader van de verkiezingen)  verantwoordelijk voor kunnen houden.

december 19, 2017 Posted by | Bestuurscultuur, Geldsmijten, Klungelen, Reijswoud, SED | 4 reacties

Toedekken

verzwijgenDe krant van zaterdag 2 september bevatte een paginagroot artikel, verluchtigd met de tevreden lachende portretten van de burgemeesters Wortelboer (StedeBroec) en Pijl (Drechteland).

Bovenaan de pagina stond een foto van burgemeester Baas, die een sneetje brood te lijf ging tijden het kinderontbijt. Het artikel heette “De prijs van het aparte besturen”, maar verschafte daar verder weinig duidelijkheid over.

Wel vermeldde het artikel de bedragen die de diverse gemeenten bijdroegen aan het herstructureren van de GR-SED. Het totale bedrag was volgens de krant 12.2 miljoen. Waarvan er 4.8 miljoen door Enkhuizen diende te worden betaald, 4,3 miljoen door StedeBroec en 4,1 miljoen door Drechterland. Hoe de krant aan die cijfers is gekomen weet ik niet. Als ik de in het raadsvoorstel genoemde bedragen optel, dan kom ik alleen voor Enkhuizen op bijna 5 miljoen. Maar goed, wat mij betreft deden de exacte cijfers er op dat moment niet zo toe, maar ging het me om het grote verhaal.

Mijn aanvankelijke vraag was dan ook, hoe is het mogelijk, dat de gemeente met het minste aantal inwoners de grootste bijdrage moet leveren? Ik denk dat dit een legitieme vraag is die ik als inwoner van Enkhuizen mag stellen en dat die vraag een antwoord verdient van hen die de regeling hebben getroffen.

Ik stel vast, dat op één raadslid na (Hans Langbroek), de voltallige raad van Enkhuizen zich ook nu weer gedraagt zoals ze zich de afgelopen 8 jaar heeft gedragen. Namelijk net doen alsof ik gekke Henkie ben en net doen of ze het niet gelezen hebben.

En tegelijkertijd maar huilen dat het zo jammer is dat de burgers zich niet betrokken voelen bij het stadsbestuur.

Maar die betrokkenheid  mag zich natuurlijk alleen maar manifesteren in  serviel gedrag, dat ze zelf ook altijd ten toon spreiden ten opzichte van de ambtelijke organisatie.

Als die een begroting of de jaarrekening presenteert zijn de lofprijzingen niet van de lucht. Van ons wordt verwacht dat we elke natte wind die door de raad wordt gelaten met gejuich begroeten. Zo niet dan ben je negatief en word je genegeerd.

Maar terug naar de vraag: hoe kan het dat de kleinste gemeente de zwaarste lasten krijgt opgelegd? Het stilzwijgen is veelzeggend. De raadsleden, die tijdens deze periode het voorstel hebben goedgekeurd, weten het zelf ook niet. Het is zeker niet de eerste keer dat deze raad instemt met iets waar men de strekking nauwelijks van begrijpt.

Voor zover ik het begrijp, was de verdeelsleutel bedoeld om overschotten (als gevolg van gerealiseerde besparingen) onder de 3 gemeenten te verdelen. Het is nooit bedoeld geweest als sleutel waarmee het aandeel in de kosten diende te worden berekend. Helaas is er nooit sprake geweest van besparingen en alleen maar van extra kosten en is de verdeelsleutel daar ten onrechte voor gebruikt. Met als gevolg een onevenredig zware doorbelasting van de extra kosten voor Enkhuizen.

Dat had de namens Enkhuizen optredende wethouder zich moeten realiseren. Dat hadden de raadsleden die zitting hebben in de klankbordgroep zich moeten realiseren. Maar men zit daar alleen om het eigen ego te strelen en niet om te waken over de belangen van de Enkhuizers.

En tot slot de krant, die zijn oren laat hangen naar de opvattingen van de autoriteiten. In plaats van zaken bloot te leggen, dekt men zaken toe. In dit geval, het feit  dat inwoners van Enkhuizen zwaarder belast worden voor de kosten van het ambtelijk apparaat dan inwoners van andere deelnemende gemeenten. Opdat het verzet daartegen zich niet verder uitbreidt, maar beperkt blijft tot de lezers van mijn blog.

december 10, 2017 Posted by | Klungelen, SED, Struijlaart | 1 reactie