Paljas

Als geboren en getogen Amsterdammer is mijn generatie natuurlijk vertrouwd met het concept van “Provo” en haar opvolger de “Kabouterbeweging”.

Geheel in die traditie heb ik, als remedie voor de bestuursellende in Enkhuizen, ooit de Paljas Vereniging Enkhuizen opgericht.

paljasIn een rigide feodale hofhouding, waarbinnen het gekonkel om de machtsposities aan de orde van de dag is, was de hofnar de enige die kon zeggen waar het op stond. Wat ook nog werd getolereerd, omdat bij voorbaat vast stond, dat hij nooit in aanmerking zou komen voor een machtspositie binnen die hofhouding.

Het regenteske gedrag van de Enkhuizer bestuurders kwam op mij over als een feodale hofhouding, waartegen maar één verweer mogelijk was, een Paljas Vereniging.

Een vereniging van stemgerechtigden, die in het geweer zou komen, wanneer onze politieke machthebbers hun boekje te buiten zouden gaan, of zich schuldig zouden maken aan plichtsverzuim.

Helaas zijn dat soort metaforen niet besteed aan de nuchtere Enkhuizers, die sowieso wat wrokkiger van aard zijn dan de gemiddelde Amsterdammer van mijn generatie. Die zagen er geen kwaad in om hun bestuurders voor rotte vis uit te maken, maar wel vanuit het besef, dat het hun eigen rotte vis was, waarmee je de volgende dag gewoon weer verder moest.

Paljas is dus nooit wat geworden. Maar als rechtspersoon bestond ze nog steeds en het leek me dan ook wel gepast om tegenover de lege rechtspersoon Orez BV een ander lege rechtspersoon te gebruiken. De Paljas Vereniging.

En zo is het gekomen, dat ik namens Paljas een zienswijze heb ingediend aangaande de betrouwbaarheid van de metingen inzake verkeersintensiteit. Die metingen bevatten in mijn ogen een methodologische fout en zijn om die reden onbetrouwbaar. Wat voor mij reden zou zijn geweest het bestemmingsplan af te wijzen.

Maar het oordeel van de raad was anders. Onbetrouwbaar of niet, men heeft gemeend het bestemmingsplan te moeten goedkeuren en neemt zodoende ook een toekomstige verkeerschaos voor lief.

De vraag is nu, moet ik (als Paljas) het oordeel van de raad aanvechten? Het antwoord is, “ik kijk wel uit.” Tegen de tijd dat de chaos uitbreekt ben ik er hoogst waarschijnlijk niet meer en tegen die tijd heeft de gemeente ongetwijfeld meer dan voldoende geld om passende maatregelen tegen die chaos te nemen.

Adviesorgaan.

Toen, voor de eerste keer, het bericht naar buiten kwam over een reactieve aanwijzing door de provincie schreef ik een column met de titel, “Wie niet horen wil moet voelen”.

Nu ik de begeleidende brief aan het college onder ogen heb gekregen, wordt duidelijk dat het Enkhuizer college door de provincie gezien wordt als een eigenwijze kleuter die kennelijk niet voor rede vatbaar is.

Het gerucht gaat dat een Enkhuizer delegatie onder leiding van burgemeester Eduard van Zuijlen op bruuske wijze een toelichting is geweigerd door gedeputeerde Loggen. (zie raadsbrief 21 november 2019)

De toelichting op het besluit (in de brief) is even bruusk en heeft de teneur van “Wie niet horen wil, moet het dan maar voelen”. Het maakt korte metten met een zelfgenoegzaam college, dat  overtuigd is van zijn eigen gelijk. Daarin gesteund door een kritiekloze gemeenteraad, die de oppositie heeft afgeschaft en als lemmingen achter dit college aanholt.

Een gemeenteraad die ook zo zelfgenoegzaam is, dat ze denkt, dat haar serviele houding t.o.v. het college een voorbeeld is voor gemeenteraden in het hele land. Die denkt, dat als je drie jaar aan een plan hebt gewerkt om het vervolgens in de prullenbak te gooien, dat het een toonbeeld van democratie is, in plaats van een toonbeeld van ambtelijke verspilling.

Een gemeenteraad die keer op keer laat blijken van niets te weten, maar het tegelijkertijd nalaat om vragen te stellen en zich er evenmin om bekommert of de “wet openbaarheid bestuur” wordt nageleefd.

Ik heb dit clubje 10 jaar lang gevolgd. Ze zijn onverbeterlijk. Alle kritiek, hoe gefundeerd ook, wordt weggewuifd. Als individu bereik je niets, maar waar zijn al die notabelen die zeggen zich zorgen te maken over het stadsbestuur.

Wordt het geen tijd dat zij hun krachten bundelen in een VVDD. Ofwel Vrienden Van De Democratie. Geen nieuwe politieke partij maar een adviesorgaan voor de lokale politici, die zo overduidelijk volkomen de weg kwijt zijn, maar nog minstens 2 jaar verder moeten, voor dat er nieuwe kunnen aantreden.