Pim's Prietpraat

Bemoeienissen van een buitenstaander

Wedden dat.

College van B&W

Frauduleus?

De WOB zaak die ik bij de bestuursrechter heb aangekaart loopt voorspoedig. De dagvaarding is ingediend, en daarop is inmiddels al een reactie van de gemeente ontvangen. Zo’n reactie heet Conclusie van Antwoord in rechtbanktermen.

Het wachten is nu op de datum  van de “zitting” waarop de rechter zal bekijken of partijen het wellicht toch met elkaar eens kunnen worden. Lukt dat niet dan doet hij uitspraak.

Mijn eis is, dat hij de gemeente opdraagt mij de ontbrekende stukken alsnog ter inzage te geven. Het standpunt van de gemeente is, dat zij daar niet aan kan voldoen omdat die stukken er niet zijn.

Eén ding is zeker, je kunt niet bewijzen dat iets er niet is. Je kunt hoogstens aannemelijk maken dat het er niet is.

Voor mij geldt het hetzelfde, ik moet aannemelijk maken dat iets er wel is. Volgens Baas heeft de gemeente (als overheid) op dit punt een voorsprong. Althans ten opzichte van de raad. Die heeft hij voorgehouden dat zij er op moet vertrouwen dat de overheid de waarheid spreekt, tenzij men kan bewijzen dat dit niet het geval is.

Hij eist dus vertrouwen van de raad en eist tegelijkertijd dat de raad het bewijs levert dat het college dat vertrouwen niet waard is. Dat laatste is niet waar. De raad kan gewoon “vinden” dat een college haar vertrouwen niet langer waard is.

Dat hoeft ze niet te bewijzen, ze kan dat gebrek aan vertrouwen gewoon uitspreken. Het vergt niet meer dan durf om dat te doen. De raad van Enkhuizen ontbeert die durf, maar kwelt zichzelf over het vinden van een bewijs.

Uit het feit dat ik wel, maar de raad niet, naar de rechter kan stappen over hetzelfde onderwerp concluderen sommige raadsleden dat een burger meer mogelijkheden heeft dan raadsleden. Helaas is dat een verkeerde conclusie.

In de relatie college/raad fungeert de raad als rechter die een politiek oordeel velt. Waarbij ze zelf bepaalt wat ze bewezen acht. Ze kan dingen bewezen verklaren waar rechters over zouden aarzelen ze bewezen te verklaren.

De bestuursrechter velt geen politiek oordeel. Zijn taak is om te beoordelen of een wet (in dit geval WOB) op correcte wijze is uitgevoerd.

Alleen als dat naar zijn opvatting niet het geval is, kan hij mijn eis toewijzen en de bestuurders opdragen mij de informatie te verstrekken waarom ik heb gevraagd.

Wat er dient te gebeuren met de bestuurders die de wet niet op correcte wijze hebben uitgevoerd valt buiten zijn bevoegdheid. Dat is de bevoegdheid van degenen die toezicht houden op het werk van die bestuurders. In dit geval dus de gemeenteraad van Enkhuizen.

De raad is volstrekt autonoom. Dat wil zeggen dat zij aan niemand verantwoording hoeft af te leggen. Ze kan er voor kiezen, maar er bestaan op dat punt geen voorschriften.

Iets ingewikkelder ligt het als er sprake is van frauduleuze praktijken. Die zijn namelijk strafbaar. Onderzoek daar naar is in handen van het Openbaar Ministerie. Maar daarvoor moet natuurlijk wel aangifte worden gedaan.

Dat er in deze kwestie sprake is van een frauduleuze offerte (waarmee getracht werd de raad over te halen tot het doen van een betaling aan de aannemer) ligt er volgens mij vrij dik bovenop, maar de raad ziet dat kennelijk anders.

Zo beweerde de gemeente aanvankelijk dat de kosten van verzwaring ongeveer € 100.000,- bedroegen om uiteindelijk te beweren dat zij slechts € 20.000,- waren.

Mijn stelling is dat de oorspronkelijk bewering gebaseerd was op een frauduleuze offerte en dat het college daar ook van op de hoogte was.

In het dossier bevindt zich namelijk geen document waaruit blijkt dat het college de aannemer op dat punt heeft gecorrigeerd.

Kortom, het college heeft willens en wetens een frauduleuze offerte gebruikt om de raad er toe te bewegen dat ze een krediet moest verstrekken, opdat de aannemer een ton kon  worden betaald.

Dat die opzet mislukte, maakt het feit niet anders.

De raad is die frauduleuze opzet tot dusver niet opgevallen. Waarschijnlijk omdat de gemeente er beter van is geworden. Uiteindelijk is de aannemer namelijk niet betaald. Je zou daar de conclusie uit kunnen trekken dat de gemeenteraad van Enkhuizen instemt met frauduleus optreden van haar college, zolang de gemeente er maar voordeel aan heeft.

Dat belooft wat voor de aanbesteding van het REZ.

Ik vind dat tamelijk opzienbarend nieuws en daarom schrijf ik er ook over.  De raad komt echter aanstaande dinsdagavond weer bijeen. Wedden dat ze het er niet over zullen hebben?

Advertenties

maart 3, 2017 Posted by | Bedrieglijk, Drommedaris | 2 reacties

Janboel

janboelDe hoofdpersonen in Dromgate heten allebei Jan. Jan Verhulst is directeur van Hillen & Roosen. Jan Slagter is loco-secretaris van de gemeente Enkhuizen.

Beide Jannen spraken op 11 maart 2015 met elkaar af dat Hillen & Roosen de verzwaring van het elektranetwerk van de Drommedaris voor eigen rekening en risico zou aanleggen, waarbij Slagter toezegde dat het college de raad zou voorstellen een garantie af te geven van waaruit de kosten voor deze voorziening (begroot op € 100.000,-) betaald kon worden. Die toezegging doet het college gestand in haar raadsvoorstel  van 31-3-2015.

Tijdens een bouwbespreking doet projectleider Piet Conijn enthousiast verslag van het resultaat van die bijeenkomst. De notulen van die bespreking vermelden dat het geschil tussen Hillen & Roosen en de gemeente over de vertragingskosten is opgelost als gevolg van een opdracht door de gemeente ter waarde van € 100.000,-.

Er speelde dus niet alleen een geschil over de kosten van verzwaring, maar ook over de meerkosten als gevolg van ontstane vertragingen. In haar raadsvoorstel van van 31-3-2015 spreekt het college dat echter tegen. Daarin stelt ze, dat ze de eis voor compensatie van extra vertragingskosten heeft afgewezen.

Beide opvattingen kunnen niet tegelijkertijd waar zijn. Zowel Slagter (auteur van het raadsvoorstel) als Conijn waren namens de gemeente aanwezig bij het gesprek met Verhulst.

Beiden beweren geen gespreksverslag te hebben gemaakt van deze tamelijk cruciale bijeenkomst met Verhulst.

Een jaar later (op 11-5-2016) vindt een nieuw gesprek plaats tussen Verhulst en Slagter. Ditmaal over een compromis. Ook van dit gesprek wordt volgens Slagter geen verslag gemaakt uit efficiëntie overwegingen. De inhoud ervan wordt vastgelegd in het raadsvoorstel van 31-5-2016.

Daarin wordt vastgelegd dat de kosten van verzwaring begroot zijn op € 30.000,- waarvan de aannemer 1/3 voor zijn rekening zal nemen. De netto-kosten voor de verzwaring zijn dus in één jaar tijd gedaald van € 100.000,- naar € 20.000,-. In hetzelfde raadsvoorstel (dat door de raad in juli 2016 wordt behandeld) stelt het college voor om de aannemer totaal € 60.000,- te betalen. Ook beweert ze niet over een factuur te beschikken waarmee de vordering van de aannemer kan worden gerechtvaardigd.

Naar aanleiding van deze feiten mail ik een tweetal vragen aan Verhulst.

  1. Wat is de reden dat hij geen factuur heeft uitgemaakt voor de vordering die hij op de gemeente heeft?
  2. Wat is zijn verklaring voor het feit dat hij boven de kosten voor verzwaring (€ 20.000,-) recht meent te hebben op een bedrag van € 40.000,-?

Verhulst geeft ontwijkende antwoorden op beide vragen, maar stuurt ze wel door naar Slagter. In het begeleidende schrijven stelt hij, “ik wil ook daar niet in de fout gaan.”

Het “daar” in deze zin heeft betrekking op zijn eerdere verzoek in hetzelfde schrijven. Raadslid Kunst heeft hem geadviseerd een brief naar de raad te schrijven.

Om te voorkomen dat de “verkeerde dingen” worden gezegd, vraagt hij Slagter om samen de tekst en strekking te redigeren. Dit resulteerde uiteindelijk in de brief aan de raad van 20 oktober 2016. Toen ik haar onder ogen kreeg sprak ik het vermoeden uit dat ze in de Breedstraat was opgesteld. Dat vermoeden is dus juist gebleken.

Deze brief is door de raad naar de prullenbak verwezen. Al met al kun je stellen dat beide Jannen er al met al een Janboel van hebben gemaakt. Vast staat dat beiden zeer nauw hebben samengewerkt om een vordering op de gemeente gestalte te geven, waarbij gebruik werd gemaakt van misleidende documenten.

Zo was de offerte die aan de raad werd verstrekt al achterhaald op het moment dat ze werd getoond. Op dat moment was er een herziene versie beschikbaar die € 15.000,- lager was. Maar ook die herziene versie bevatte elementen die in strijd waren met de werkelijkheid.

Ook de angst van Verhulst om “verkeerde dingen” te zeggen vraagt om een verklaring. Hem is het raadsvoorstel (hoogst ongebruikelijk) ter goedkeuring voorgelegd en hij heeft daaraan zijn goedkeuring verleend. Volgens de gemeente toont dit aan dat wat in het raadsvoorstel is vastgelegd een correcte weergave is van hetgeen is afgesproken.

Maar voor hetzelfde geld toont het aan dat beide Jannen in hetzelfde complot zaten. Een complot dat tot doel had de raad ervan te overtuigen dat de aannemer een vordering had op de gemeente van € 100.000,- en toen dat mislukte een vordering van € 60.000,- en toen ook dat mislukte, moest een door Slagter geredigeerde brief alsnog uitkomst bieden. En ook dat mislukte tot dusver.

Je kunt wel blijven roepen dat de aannemer voor eigen rekening en risico opereerde, maar als je als gemeente zoveel moeite doet om hem toch te betalen, dan kun je nauwelijks nog spreken van een risico.

Het enige risico dat je dan nog neemt is dat de Enkhuizer raad geen flauw benul heeft van waar ze mee bezig is. Helaas komt dat nogal eens voor en leidt dat tot onlogische besluiten, die gebaseerd zijn op politieke onderbuik gevoelens en zelfoverschatting. Maar dat terzijde.

janboel2Beide Jannen moeten hebben geweten, dat de aan de raad getoonde offerte niet deugde. Ze bevatte inrichtingskosten die niet voor rekening van de gemeente waren. Ze bevatte kosten voor het afbreken en opbouwen van meubilair die niet waren gemaakt. Ze bevatte kosten voor het 4 weken langer in stand houden van de bouwplaats die evenmin waren gemaakt.

Maar ondanks deze opvallende gebreken ontbreekt elke correspondentie daarover in het dossier, zoals er ook geen enkele verklaring bestaat voor het feit dat boven de kosten van verzwaring € 40.000,- extra betaald diende te worden.

De vraag die zich opdringt is, waar zit ik in hemelsnaam naar te kijken? Twee Jannen die een poging deden om de gemeente een ton “lichter” te maken en die, nu dat is mislukt, hun poging hebben opgegeven? Of is de aannemer uiteindelijk gewoon stiekem betaald en zijn de uitgaven op een andere begrotingspost geboekt?

Zoals de uit de hand gelopen kosten voor projectmanagement geboekt zijn als personeelskosten. Of andere bouwkosten als achterstallig onderhoud of weer andere kosten als “ïnhuur”.

Maar de meest intrigerende vraag is natuurlijk, beperkt het complot zich tot deze twee Jannen? In theorie is dat mogelijk. Immers, het college beweert dat er geen ambtelijke verslagen zijn van de besprekingen die met de aannemer hebben plaatsgevonden. Ik vind dat hoogst ongeloofwaardig en daarom vraag ik de rechter om daar uitspraak over te doen. Maar dat er sprake is van een complot om de raad te misleiden over de ware aard van de gemaakte afspraken kun je nu al vaststellen.

Dat de raad dat tot dusver niet heeft gedaan stelt het college dan weer in staat om in haar conclusie van antwoord (in de door mij aangespannen rechtszaak) te eindigen met “Daarbij mag niet onbesproken blijven dat de gemeenteraad geen twijfels heeft gehad over de verantwoording en informatieverstrekking die het college heeft gegeven.”

In werkelijkheid hebben twee raadsfracties verzocht om uitstel, omdat ze de verstrekte informatie onvoldoende achtten. Door de overige acht fracties zijn twee amendementen ingediend die beide zijn verworpen. Het collegevoorstel behaalde evenmin een meerderheid.

Ik heb het al vaker gezegd, wanneer het de overheid uitkomt spreekt ze de waarheid, als het haar niet uitkomt fantaseert ze er vrolijk op los.

 

februari 28, 2017 Posted by | Bedrieglijk, Drommedaris | Plaats een reactie

Bedrieglijke offerte.

Clubhuis der notabelen

Bedrieglijke offerte

Goed, we hebben het nieuwe jaar stevig ingezet door vast te stellen dat B & W vanalles verzinnen. Zoveel, dat je eerder geneigd bent om te spreken van een college van List & Bedrog, dan van een college van Burgemeester & Wethouders.

Over de reden voor die verzinsels later meer. Eerst maar eens vaststellen waarover ze jokkebrokken.

Het begint allemaal met de vergadering van 11 maart 2015, waarin gemeente en aannemer afspraken maken over hoe het nu verder moet. De feiten zijn als volgt:

De gemeente bakkeleit al maanden over de vraag wie de kosten van verzwaring moet betalen en het einde is niet in zicht. En daarboven zijn er dan ook nog de vertragingsclaims van de aannemer.

Vertragingsclaims? Nooit van gehoord.

Toch wel, ze staan gewoon in het raadsvoorstel van 31 maart 2015 onder punt 4 waarin de meerkosten worden behandeld. De volgende meerkosten worden daar genoemd. Voor het gemak som ik ze nog even op.

  1. € 120.000,- = de bouwtechnische staat van de kap.
  2.   € 50.000,- =  de kelder/fundering.
  3.   € 65.000,-  = vertragingsschade.
  4. € 130.000,- = project management.

Volgens de gemeente is er van de vergadering op 11 maart geen verslag gemaakt. Dat vind ik dan weer zo ongeloofwaardig dat ik inmiddels naar de bestuursrechter ben gestapt om de gemeente te dwingen mij dat verslag alsnog te tonen.

Maar het feit, dat de gemeente beweert geen verslag te hebben gemaakt, wil niet zeggen dat anderen die bij dat gesprek waren betrokken, (zoals de projectleider Piet Conijn), geen verslag hebben uitgebracht over de uitkomst van dat gesprek.

Tijdens een bouwvergadering legt de notulist uit zijn mond het volgende vast:

De vertragingsclaim die Hillen en Roosen bij de gemeente heeft gelegd is van de baan.

Dhr Slachter heeft blijkbaar de aannemer een aanvullende opdracht thv ca €100.000,- gegeven voor het uitvoeren van het verzwaren van het elektriciteitsnetwerk. Dit werk is reeds uitgevoerd.

Met Slachter wordt Slagter bedoeld, de huidige (tijdelijk) gemeente-secretaris van de gemeente.

Dus in ruil voor een opdracht van € 100.000,- was de vertragingsclaim van de baan?

Dan kunnen de werkelijke kosten van die “opdracht” nooit meer dan € 35.000,- zijn geweest. Namelijk € 100.000,- minus € 65.000.- vertragingsclaim/vertragingsschade.

Maar wacht, die opdracht betrof toch verzwaring “na inhuizing” terwijl ze vóór inhuizing (= oplevering) was uitgevoerd. En in dat geval was de “opdracht” volgens een tweede offerte van de aannemer € 15.000,- goedkoper, dus  ongeveer € 85.000,-.

€ 85.000,- minus een vertragingsclaim van € 65.000,- wil zeggen dat de “opdracht” uiteindelijk niet meer dan € 20.000,- waard was. De “opdracht” betrof  het verzwaren van het elektranetwerk in de Drommedaris. Kan het zijn dat die opdracht, anders dan de gemeente steeds beweerde,  niet meer waard was dan € 20.000,- ?

Inderdaad, het staat wat ingewikkeld omschreven in het laatste  raadsvoorstel, maar het klopt wel.

In dat raadsvoorstel staat namelijk dat de kosten van verzwaring in overleg met de stichting begroot zijn op € 30.000,- waarvan de aannemer 1/3 voor zijn rekening neemt. De netto kosten voor de verzwaring zijn dus € 20.000,-, waarvan de gemeente en de stichting ieder de helft voor hun rekening nemen.

Dan de claim vanwege vertragingen. Die was oorspronkelijk € 65.000,-, maar is door de aannemer uiteindelijk terug gebracht naar € 40.000,-.  Daarbij moeten we wel bedenken dat het om een claim ging, waarover nog onderhandeld moest worden. Maar daarvoor was op dat moment geen tijd meer.

Verder uitstel zou nieuwe vertragingskosten met zich meebrengen. Er moest nu een oplossing komen en die oplossing was, “als de gemeente zich sterk zou maken voor de betaling van € 100.000,- (voor verzwaring en vertraging) dan zou de aannemer (zonder dat zij daar een specifieke opdracht voor kreeg) de verzwaring aanleggen”. De aannemer nam daarbij het risico dat de raad betaling niet zou goedkeuren. Daar stond tegenover dat zij zonder al te veel verdere poespas haar claim op vertragingskosten kreeg uitbetaald. Het enige dat ze daarvoor hoefde te doen was een enigszins betrouwbaar ogende offerte af te geven.

Daarmee nam de aannemer een risico, maar als de hoogste ambtenaar van de gemeente je verzekert (niet garandeert) dat de gemeente zijn best zal doen om tot betaling over te gaan, dan is het begrijpelijk dat de aannemer genoegen nam met die verzekering.

Feit dat deze afspraak gebaseerd was op de afgifte van een bedrieglijke offerte, vormde voor de aannemer, noch de gemeente een zwaarwegend bezwaar. In het dossier bevindt zich geen brief of email waarin de gemeente zich beklaagt over de juistheid van de offerte. Als daar van buitenaf (de stichting) kritiek op komt, dan wijst men die kritiek van de hand.

Zowel gemeente als aannemer hebben zich aan die afspraak gehouden. Het ging mis, omdat de stichting als eerste wees op de bedrieglijke inhoud van de offerte. Dat was tegen het zere been van de SP, die meende de reputatie van haar wethouder te moeten beschermen door de reputatie van de stichting in twijfel te trekken. Wat uiteindelijk een nogal pathetische boycot van de nieuwjaarsreceptie tot gevolg had.

Maar achteraf kunnen we vaststellen, dat de stichting gelijk had met haar bewering, dat de gemeente door middel van haar offerte kosten had opgevoerd die niets met de verzwaring uitstaande hadden, maar betrekking hadden op kosten als gevolg van eerder opgelopen vertragingen.

Samengevat, op 11 maart 2015 maakten aannemer en gemeente (misschien wel met de beste bedoelingen) een afspraak die het daglicht niet kon verdragen.

Vanavond is de raad weer bijeen. Ik ben benieuwd.

januari 10, 2017 Posted by | Bedrieglijk, Drommedaris | Plaats een reactie

Poging tot fraude?

accountantOk, de aannemer heeft dus een valse offerte uitgemaakt die de wethouder vervolgens gebruikt heeft om de raad er van te overtuigen een krediet beschikbaar te stellen om hem te kunnen betalen.

Die offerte bevatte de term ‘na inhuizing’ wat, zoals ik eerder al schreef, aannemersjargon is voor “nadat het project is opgeleverd en in gebruik genomen”. Iedere bouwvakker had dat onze raadsleden kunnen vertellen. Ik heb er meermalen op gewezen, maar liever luisteren ze naar de wethouder, die vindt, dat alles wat ik hierover schrijf rommel is.

Geen enkel raadslid heeft de term (na inhuizing) ooit ter sprake gebracht.

Ik betwijfel zelfs of er ook maar één raadslid de moeite heeft genomen om die offerte te bestuderen.

In dat geval zou het ze duidelijk moeten zijn geworden dat de kosten van verzwaring nooit hoger konden zijn geweest dan de € 30.000,- die in het laatste raadsvoorstel werd genoemd. En als dat de kosten van de verzwaring waren, waarvoor is dan het restant bedrag bedoeld dat men de aannemer wil betalen? Voor de gebruikerswensen wellicht? Maar waarom wordt dat dan niet in de brief, noch in het raadsvoorstel vermeld?

Uiteraard heb ik dat de aannemer ook zelf gevraagd, maar daarop heeft hij geen antwoord willen geven. Logisch want het college houdt naar de raad toe nog steeds vol dat het hele overeengekomen bedrag bestaat uit kosten voor de verzwaring en men waakt er voor elkaar niet tegen te spreken.

Uiteraard heb ik de aannemer ook gevraagd waarom hij, een jaar na dato, nog steeds geen factuur heeft gestuurd? Sterker nog, waarom hij aan de gemeente vraagt wanneer hij nu eindelijk eens een factuur mag sturen?  Ook geen antwoord.

Dus waarom heeft de aannemer nooit een factuur verstuurd na het voltooien van zijn werkzaamheden? Ik neem aan, omdat hij beseft dat het versturen van een factuur die geen waarheidsgetrouwe weergave is van de uitgevoerde werkzaamheden, neerkomt op frauduleus handelen.

Dat hij dat doet met instemming en voorkennis van degenen die de instantie (die hij wil frauderen) vertegenwoordigen maakt dat niet anders.

Ziezo, het hoge woord is er uit, het vermoeden van een poging tot fraude. Uiteraard is de gemeenteraad niet competent genoeg om een dergelijk vermoeden op verantwoorde wijze af te handelen. Daarvoor zijn bevoegde instanties, zoals het OM en een rechter die uiteindelijk moet oordelen of dat vermoeden juist is.

Maar eerst moet dat vermoeden dus kenbaar worden gemaakt aan de bevoegde instanties. De raad kan dat doen, als daarvoor een meerderheid van stemmen is,  maar ook individuele raadsleden kunnen dat doen als zij over voldoende moed beschikken. Maar als dat laatste niet het geval is (en de kans daarop is vrij groot) dan kunnen zelfs gewone burgers hun vermoeden uitspreken tegenover de bevoegde instanties.

Is het niet de plicht van elke burger dat, wanneer hij het vermoeden heeft van strafbare feiten, hij de bevoegde instanties daar van op de hoogte stelt? En wanneer worden we medeplichtig aan strafbare feiten, als we die willens en wetens verzwijgen voor diezelfde bevoegde instanties?

Zoals daar zijn, het OM of de Commissaris van de Koning in onze provincie.

Dat lijkt me een behoorlijk dilemma voor de raad.

Het was aan de aannemer om (door middel van zijn brief) dat vermoeden weg te nemen, maar dat is hem niet gelukt. Het is hetzelfde omfloerste geneuzel dat we gewend zijn uit ambtelijke kringen. Je zou denken dat iemand die al anderhalf jaar op zijn geld zit te wachten op zijn minst wat stoom afblaast en luid en duidelijk zijn ongenoegen kenbaar maakt. Maar niks daarvan. Bijna nederig vraagt hij de raad of ze hem het geld willen geven.

Je zou bijna denken, dat het concept van deze brief afkomstig is uit de ambtelijke organisatie.

Het is ook aan het college om dat vermoeden weg te nemen, maar helaas, ze hebben uit efficiëntie overwegingen geen aantekeningen gemaakt en die ze wel hebben gemaakt hebben ze inmiddels weggegooid. Althans, dat hebben ze tot dusver beweerd.

Ik heb op dit blog diverse keren berekeningen uitgevoerd. Geen raadslid die ze heeft aangevochten. Mocht U het ingewikkelde berekeningen  vinden, bedenk dan dat het college dat allemaal uit het hoofd heeft gedaan en dat er daarom niets van op papier staat.

Hoe ga je verder met een college dat het vermoeden op zich heeft geladen te frauderen? Ik hoef daar gelukkig geen antwoord op te geven. Dat is aan de raad en met een beetje geluk weten we over een week wat hun antwoord daarop is. Maar het kan natuurlijk ook zo zijn dat ze naarstig op zoek gaan naar een uitvlucht die hun in staat stelt niets te hoeven doen.

Dat heb ik al eerder meegemaakt in het Drommedaris dossier.

oktober 26, 2016 Posted by | Bedrieglijk, Drommedaris | 8 reacties

Brief

Gemeenteraad_Enkhuizen_internetEn daar is hij dan eindelijk. De brief van Hillen & Roosen waarmee men de raad alsnog wil overhalen hem de € 60.000,- te betalen, zoals hij die met de gemeente was overeengekomen.

Ik neem aan dat de inhoud ervan eerst is voorgelegd aan de gemeente, zoals de gemeente de inhoud van het raadsvoorstel eerst heeft voorgelegd aan Hillen & Roosen.  We hebben hier namelijk te maken met twee handen op één buik.

Maar hoe omzichtig de schrijver van de brief het ook omschrijft, het is duidelijk dat de vertegenwoordigers van de aannemer (Verhulst en Schuijt) en vertegenwoordigers van de gemeente (Slagter en Conijn) op 11 maart een (mondelinge) overeenkomst hebben gesloten.

In ruil voor een  opdracht ter waarde van € 86.757,- (en niet € 100.00,- zoals de gemeente tot het laatst aan toe blijft beweren) heeft de aannemer de verzwaring ter hand genomen. In een bouwvergadering (waar wel notulen worden gemaakt) wordt de deal als volgt omschreven:

De vertragingsclaim die Hillen en Roosen bij de gemeente heeft gelegd is van de baan.

Dhr Slachter heeft blijkbaar de aannemer een aanvullende opdracht thv ca €100.000,- gegeven voor het uitvoeren van het verzwaren van het elektriciteitsnetwerk. Dit werk is reeds uitgevoerd.

JS en PC geven aan dat dmv deze deal alles financieel is afgerond door Dhr Fred Peters en Jan Slachter.

Dus niks eigen rekening en risico, gewoon een mondelinge opdracht,  waarbij de aannemer de verzwaring zou uitvoeren en daar (met instemming van de gemeente) een veelvoud van de werkelijke kosten voor betaald zou krijgen. 

De gemeente heeft er mee ingestemd dat het werk zou worden uitgevoerd. Ze heeft er ook gewoon toezicht op gehouden (de vraag daarover op Agora is ook bevestigend beantwoord). Alles wat van der Pijll daarover tijdens de raadsvergadering heeft opgemerkt is niet meer dan duimzuigerij in het kwadraat.

Dat veelvoud van de kosten (voor verzwaring) kan verklaard worden door het feit dat het geschil tussen gemeente en stichting voor vertraging had gezorgd en de aannemer die vertraging gecompenseerd wilde zien. Iets waar de gemeente het kennelijk mee eens was en (tegen de wens van de architect) mee akkoord is gegaan.

Ook het geneuzel over een “morele” verplichting is daarmee van de baan. Een mondelinge overeenkomst is evenzeer een overeenkomst als een schriftelijke. Er is ook verder niets mis met die overeenkomst behalve de manier waarop beide partijen daar uitdrukking aan hebben willen geven.

De aannemer met behulp van een valse offerte en de gemeente door diezelfde valse offerte te gebruiken om de raad om een krediet te vragen. Waarom het een valse offerte is heb ik al eerder omschreven.

De daarin genoemde bouwkosten zijn gebaseerd op een uitvoeringstijd van 4 weken en zijn ook gebaseerd op realisatie na inhuizing. In werkelijkheid duurde de uitvoering net een week en was ze voor inhuizing gerealiseerd.

Zowel aannemer als gemeente proberen nog steeds de raad voor te liegen over wat ze destijds hebben afgesproken.

Over een paar dagen weten we of de raad verstoppertje blijft spelen en daar genoegen mee blijft nemen.

oktober 25, 2016 Posted by | Bedrieglijk, Drommedaris | 2 reacties

Zwart op wit

ivo1

Voorbeeld

Dinsdagavond vergaderde de commissie Grondgebied. Prima gelegenheid voor wethouder Olierook om zijn Yvo Opstelten imitatie te demonstreren.

Evenals zijn grote voorbeeld waren er volgens Olierook geen bonnetjes, geen schriftelijke communicatie met wie dan ook, behalve als het een bevestiging inhield van zijn breed uitgedragen standpunt dat de aannemer voor eigen rekening en risico werkzaamheden ter waarde van € 100.000,- had uitgevoerd, omdat hij vreesde dat anders zijn goede naam ten grabbel zou worden gegooid.

Dit alles was waar, ehhh, omdat de wethouder zei dat het waar was en hij dat bovendien al eerder had gezegd. Heerlijke vorm van logica. Ik heb eerder hetzelfde gezegd, dus moet wat ik toen gezegd heb en nu herhaal, waar zijn.

Tijdens de discussie over dit onderwerp deed zich een verschijnsel voor dat ik niet eerder in de raad had opgemerkt.

De raad splitste zich in twee verschillende fracties. Enerzijds de gevestigde politieke orde, zoals zij wordt vertegenwoordigd door de landelijke partijen als SP, VVD, D66, PvdA, CDA en CU/SGP, die niet of nauwelijks belangstelling hadden voor het waarheidsgehalte van hetgeen er door Olierook werd beweerd.

En anderzijds de vier lokale éénpitters (Nieuw Enkhuizen, HEA, lijst Quasten en lijst Van de Pijll) die ieder vanuit hun eigen invalshoek grote twijfel uitspraken over datgene wat wethouder Olierook naar voren bracht.

Het is een opvallende scheiding der geesten. De gevestigde politieke orde (totaal 13 zetels) die er alles aan gelegen is de waarheid over de gang van zaken toe te dekken en een kleine groep individuele raadsleden (met uiteenlopende politieke opvattingen) die probeert de waarheid boven tafel te krijgen.

Ik schreef al eerder dat het hier niet om een incident gaat maar om een wezenlijk onderdeel van de Enkhuizer bestuurscultuur.

Voor de gevestigde politieke orde is list en bedrog kennelijk een aanvaardbaar onderdeel  van het bestuurlijke instrumentarium. Waarschijnlijk is dat ook de reden waarom zij hun informatie aan de kiezers tot een minimum beperken.

Alleen de lokale partijen zijn nog niet zover. Omdat de (ook lokale) democratie alleen maar naar behoren kan functioneren als de waarheid uitgangspunt vormt voor haar doen en laten zal ik, om wille van die democratie, proberen een steentje bij te dragen.

Ik deed dat eerder al met behulp van een zestal beschouwingen waarin ik beargumenteerde waarom hetgeen Olierook beweerde, niet waar kon zijn.

Het is me nu duidelijk dat ik een stap verder moet gaan. Namelijk door (met een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur) inzage te vragen in de correspondentie die er tussen de gemeente en de diverse partijen over dit onderwerp is gevoerd.

Ik weet dat Olierook tot dusver beweert dat die er niet is, maar dat was ook het geval met zijn grote voorbeeld Yvo Opstelten en ik wil die bewering graag zwart op wit zien.

juni 22, 2016 Posted by | Bedrieglijk, Bestuurscultuur, Olierook | 1 reactie

Gokken met onderhoud.

Vandaag een tipje van de sluier in het NHD.

Hoe cijfers worden gemanipuleerd en ambtenaren die weigeren daar aan mee te werken worden ontslagen.

Hieronder de tekst van het gehele artikel.

————————————————————————

bierkade

Foto. Cees Beemster

ENKHUIZEN – De gemeente Enkhuizen heeft nog altijd een achterstand van miljoenen euro’s op het onderhoud van de stad. Dit leidde al tot gevaarlijke situaties bij bruggen en verrotte beschoeiingen. Jan Vergouwe (54), die als ambtenaar jarenlang betrokken was bij dit onderhoud, rekent het de burgemeester, de wethouders van de laatste tien jaar en zijn leidinggevenden aan. „Enkhuizen gokt met het onderhoud. En riskeert dat burgers door onveilige situaties iets overkomt.’’

Door Cees Beemster – 5-3-2016, 8:34 (Update 5-3-2016, 8:39)


Volgens Vergouwe schuiven het college en zijn leidinggevenden de onderhoudsproblemen al jaren voor zich uit. Hij vertelt dat hij van hogerhand in 2011 met de planning moest schuiven om de onderhoudsreserve met miljoenen op te krikken. Aan bruggen, havens en beschoeiingen werd minder onderhoud gepleegd dan volgens hem nodig was.

De raad besloot in 2009 dat deze kapitaalgoederen ’minimaal verantwoord’ zouden worden beheerd. Bruggen en dergelijke zouden in elk geval ’veilig en functioneel’ zijn. Volgens Vergouwe was in de praktijk echter regelmatig sprake van calamiteitenonderhoud. Hij wijst op de noodmaatregelen die hij in 2010 moest nemen voor de gevaarlijke Bierkade en in 2011 voor de onstabiele kademuur bij de Drommedaris.

Achterstallig onderhoud

De Rekenkamercommissie stelde vorig jaar vast dat de gemeente een achterstallig onderhoud aan bruggen, havens en beschoeiingen heeft van 3,3 miljoen euro. Alleen al de vervanging van 35 bruggen kost de komende jaren miljoenen.

Al in 2008 bedroeg de achterstand 7,3 miljoen euro. De raad stelde in 2009 eenmalig vier miljoen beschikbaar om het gat te dichten. Enkele jaren later kwam er nog eens een ton per jaar bij. Voldoende was dit niet. De reservepot voor het onderhoud daalde in vijf jaar van ruim zeven miljoen naar twee miljoen eind 2014. Wie volgens de gemeente verantwoordelijk is voor de achterstand, wil het college desgevraagd niet zeggen. Ook de vraag waarom de raad niet eerder om meer geld is gevraagd voor het onderhoud, wordt niet beantwoord.

’Het college kan alleen geld uitgeven dat de raad beschikbaar gesteld heeft’, is de schriftelijke reactie van het college. ’College en raad hebben samen geconcludeerd dat er te weinig geld wordt uitgegeven aan het onderhoud. In de raad van 5 april wordt hiervoor het meerjarenonderhoudsplan besproken.’ De Rekenkamercommissie adviseerde vorig jaar om met een nieuw, realistisch meerjarenonderhoudsplan te komen. Dat is nu klaar.

Nauw betrokken

Vergouwe heeft een keihard oordeel over de laatste colleges en leidinggevenden van de gemeente Enkhuizen. „Ik vind dat het voltallige huidige college van b en w, de gemeentesecretaris en alle betrokken managers moeten aftreden. Want door het onderhoudsprobleem niet op te lossen, spelen zij met de veiligheid van de Enkhuizers. En alleen maar om op hun stoel te kunnen blijven zitten.´´

Zelf werkte Vergouwe vanaf 2003 voor de gemeente Enkhuizen. Als beleidsmedewerker Kunstwerken en Havens op de afdeling Stedelijk Beheer was ook hij zelf jarenlang nauw betrokken bij het onderhoud van de stad. In die jaren is wel degelijk voor miljoenen aan onderhoud gepleegd, maar volgens Vergouwe volstrekt onvoldoende.

Al jaren voor de noodmaatregelen aan de Bierkade in 2010 en de kademuur bij de Drommedaris in 2011 ging het volgens Vergouwe bij de gemeente intern fout met het onderhoud. „Ik was het niet eens met mijn leidinggevende die voor het aanzicht verschillende toegangsbruggen van de stad wilde laten schilderen. Dat geld kon je maar één keer uitgeven, vond ik. Ook vond ik het toenmalige aanbestedingsbeleid onzin, waardoor ik voor een paar brugplanken al drie aannemers om een offerte moest vragen. Ik zei waar het op stond, maar volgens mijn leidinggevende had ik geen politieke antenne. Volgens een werkplekonderzoek in 2007 waren mijn competenties onvoldoende. Ik ben er honderd procent zeker van die beoordeling het gevolg was van het feit dat ik een criticus was van het beleid.”

Als voorbeeld wijst Vergouwe op de vervanging van de Kat- en Hondsbrug in 2009 die 810.000 euro kostte in plaats van de eerdere begrote 590.000 euro. „Ik vond dat deze klus getrokken moest worden door mensen met verstand van zaken. Het ontwerp van de nieuwe brug was verkeerd. Ik wilde een vlakkere, hoger gefundeerde en mindere luxe brug waarbij minder vervuiling en puin had hoeven worden weggehaald. En een brug die geschikter was voor het verkeer en goedkoper voor het onderhoud.”

Grafiek

Vergouwe heeft een grafiek van de meerjarenonderhoudsplanning uit 2011 van zijn afdeling aan deze krant verstrekt. Op de grafiek staat dat de reserve voor het onderhoud in de stad in 2010 nog zes miljoen bedroeg, dat de pot in 2012 leeg raakte en dat het tekort in 2015 4,5 miljoen euro zou zijn.

„Dat mocht niet. Dus was er drie dagen later een andere grafiek gemaakt waarmee wij moesten werken’’, vertelt Vergouwe. Uit deze grafiek, die ook in het bezit van deze krant is, blijkt dat de reserve van de ruim zes miljoen in 2010 daalt tot ruim achtduizend euro in 2015. Van een miljoenentekort is plots geen sprake meer.

Vergouwe verbaast zich hier nog altijd over: ,,We mochten van de leiding niet onder nul uitkomen aan het eind van de collegeperiode. Ik moest als beleidsmedewerker met de onderhoudsplanning gaan schuiven om het eindsaldo op 31 december 2015 met ongeveer 4,5 miljoen euro omhoog te krikken. Dit was een politieke keuze. De raad werd daarover niet geïnformeerd.”

Op de vraag of het klopt wat Vergouwe hier zegt, geeft het college geen direct ja of nee. Het college verwijst naar het onderzoek dat de Rekenkamercommissie vorig jaar uitvoerde naar het achterstallig onderhoud, de nog komende raadsvergadering van april waarin het nieuwe onderhoudsplan wordt behandeld, en de door de accountant goedgekeurde begrotingen, rekeningen en controleverslagen van de afgelopen jaren.

„De raad is misleid”, concludeert Vergouwe. Hij wijst op een brief aan de raad uit oktober 2012 waarin het college zei dat ‘ook de gemeentelijke accountant de processen, planning en uitvoering van het onderhoud bewaakt’. ,,Dat is de taak van het college en het management zelf. En als dit waar is, waarom heeft de Rekenkamercommissie voor haar onderzoek dan niet de accountant Deloitte geïnterviewd? Ook met de leidinggevende van de afdeling Stedelijk Beheer heeft de commissie niet gesproken.” Het college van Enkhuizen zegt nu desgevraagd dat ’de keuze van de geïnterviewde personen aan de rekenkamercommissie was’.

Meisje in water

Intussen zagen de inwoners van Enkhuizen met eigen ogen hoe slecht de staat van bruggen en kades was. Op de Duizendroed brak in 2012 een brugdeel af waardoor een meisje in het water viel. Bij een inspectie in de wijken Oude Gouw en Gommerwijk bleken nog eens dertien bruggen onveilig te zijn. Al gebruikte het college het woord onveilig niet. Vergouwe: „ De Bierkade was volgens het college aan het einde van zijn technische levensduur.”

Vergouwe zegt er meermalen op te hebben gehamerd dat onderhoudsklussen niet langer konden wachten. In de praktijk namen de achterstanden in de jaren 2010-2015 niet af. „Dit kwam door het aanbestedingsbeleid waarbij ook voor kleine klussen telkens meerdere aannemers gevraagd moesten worden. Een andere oorzaak was onze reorganisatie waarbij de buitendienst werd afgestoten. Dit zou tot minder overheadkosten leiden, maar zorgde wel voor vertragingen.’’

Vertraging ontstond volgens Vergouwe ook door vervuiling in de havens. ,,En doordat werkvoorbereiders ziek waren of in werkgroepen zitting namen voor de nieuwe SED-organisatie (gemeenschappelijke ambtelijke organisatie van Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland, red.). Ook onze opdracht dat we de randvoorwaarden moesten beschrijven waaraan kapitaalgoederen in de openbare ruimte moeten voldoen, kostte veel tijd.”

Non-actief

Zelf werd Vergouwe in mei 2012 op non-actief gezet. De gemeente wil niet zeggen waarom dit gebeurde. In de brief die Vergouwe hierover in mei 2012 van de gemeentesecretaris kreeg, staat dat Vergouwe wordt verweten dat hij ‘bij herhaling ontoelaatbaar gedrag heeft vertoond richting zijn leidinggevende en andere medewerkers van de gemeente’.

Zelf zegt Vergouwe dat hij op non-actief werd gesteld doordat hij weigerde een dienstopdracht uit te voeren. „Na het brugongeluk op de Duizendroed moest ik binnen enkele dagen voor de raad een heleboel arbeidsintensieve antwoorden geven op vragen voor alle bruggen in de stad. Dat weigerde ik want daarvoor was de tijd veel te kort. Ik was nota bene al bezig met een meerjarenplanning voor tien jaar.” Tot oktober 2013 stond Vergouwe op de loonlijst van de gemeente. Sindsdien zit hij in de ww. Feitelijk zit hij al vanaf zijn schorsing in mei 2012 thuis in Lelystad. „Ik had een strategische functie. Ook door mijn schorsing bleven klussen liggen.”

Ook het college zegt dat er meerdere redenen zijn waardoor het achterstallig onderhoud is ontstaan. B en w noemen deze desgevraagd niet, maar wijzen naar het rapport van de Rekenkamercommissie. Daarin staat dat vanaf 2009 tot 2014 miljoenen minder zijn uitgegeven aan het onderhoud dan was geraamd. Volgens het rapport komt dit door onderbezetting op de afdeling Stedelijk Beheer, waar Vergouwe op non-actief was gezet. Ook ontstond het verschil door onvoorziene verontreinigingen, onderzoeken en overleg met buurtbewoners. De commissie constateerde bovendien het volgende: ’Er is een verschil tussen de door de afdeling Stedelijk Beheer gewenste onderhoudsplanning (gericht op minimaal verantwoord onderhoud) en een realistische onderhoudsplanning die haalbaar is’.

Verlichting bruggen

Verbitterd denkt Vergouwe terug aan eind 2011 en begin 2012. Zijn leidinggevende, de gemeentesecretaris en het college verweten hem toen dat hij dertig mille te veel had uitgegeven aan de nieuwe ledverlichting voor de Wilhelminabrug, Blauwpoortsbrug, Drommedarisbrug, en Compagniesbrug. „Ik waarschuwde als uitvoerend ambtenaar in 2011 dat deze klus stukken duurder zou uitpakken, maar ik moest hier van hogerhand mee doorgaan. Die verlichting moest en zou er komen voor Lichtjesavond op 17 december 2011. Nadien probeerde men mij de overschrijding in de schoenen te schuiven. Dat is uiteindelijk niet gelukt.”

Het college wil hierover desgevraagd niets zeggen. ,,De gemeente laat zich nooit uit over personele aangelegenheden en dergelijke aantijgingen via de media’’, aldus gemeentewoordvoerder Jade Koster. In een brief van het college van 26 april 2012 staat dat b en w Vergouwe verantwoordelijk stelde voor deze kostenoverschrijding. Uit een interne memo van ambtelijk leidinggevenden van 20 februari 2012 blijkt bovendien dat de betrokken wethouders Kok en Franx het ‘niet acceptabel’ vonden dat er in 2011 tijdens Lichtjesavond geen verlichting geplaatst zou zijn aan de bruggen. ‘Dit ondanks een nog niet afgerond vergunningstraject of goede technische oplossing’, valt hier te lezen. De lichtjes waren immers belangrijk voor de promotie van de stad. Tegelijk schrijven deze ambtelijk leidinggevenden dat de kostenoverschrijding ‘niet tijdig is gesignaleerd en gemeld’.

Toezicht provincie

,,Ik kreeg ten onrechte op mijn kop voor dertigduizend euro’’, houdt Vergouwe vol. ,,Ik zou zelfs de gemeentelijke begroting van 2011 in gevaar hebben gebracht. De raad wist dit allemaal niet. En dat terwijl de gemeente Enkhuizen in 2012 bijna onder toezicht van de provincie werd gesteld omdat cijfers over het onderhoud bijna te laat werden aangeleverd.’’

Het hoofd van de afdeling Stedelijk Beheer verzond 21 maart 2012 een mail naar alle betrokken ambtenaren om zo snel mogelijk hun onderhoudsgegevens door te zenden voor de controle van de meerjarenplanning door de provincie. ‘Wij hebben de afgelopen jaren met toestemming van de provincie al een geleidelijk proces mogen doormaken van twee naar vier jaar planning, en dan door naar tien jaar onder de voorwaarde dat we deze afspraak nakomen. Dat is nu’, schreef het hoofd. ‘Als we deze afspraak niet nakomen bestaat zelfs het risico dat we als gemeente onder financieel toezicht kunnen worden gesteld’.

Vergouwe: ,,Ik verwijt de colleges en het management vanaf 2010 onbehoorlijk financieel bestuur. Ook de accountant waarschuwde jaren geleden al dat er een goede onderhoudsplanning en voldoende geld beschikbaar moesten komen. Doordat onderhoud is uitgesteld zijn onveilige situaties ontstaan. Er dreigt bovendien economische schade voor bedrijven te ontstaan doordat er onvoldoende geld is om opnieuw te baggeren in de havens en bij de Krabbersplaat.”

Het college ziet dit anders. „Zoals in het rapport van de Rekenkamercommissie is te lezen is er geen sprake van onveilige situaties”, laten b en w desgevraagd weten. In werkelijkheid staat in dit rapport dat ‘vanuit het college en de ambtelijke organisatie geen signaal is dat er op dit moment een onveilige situatie is door verdwenen beschoeiingen’. De Rekenkamercommissie zegt in het rapport zelf dat de veiligheid van een weggerotte beschoeiing ‘niet precies duidelijk’ is, doordat de gemeenteraad hiervoor een onduidelijk kader heeft vastgesteld.

Raadsleden

Raadsleden weten dat Enkhuizen al jarenlang te weinig geld opzij legt voor het onderhoud. ,,Daardoor ontstaan tekorten en achterstallig onderhoud’’, verklaarde Emile van Marle (D66) in december in de raadsvergadering. Er is volgens Jur Visser (CDA) ’veel te weinig’ in deze reserve gestopt. ,,De extra ton hiervoor is drie jaar geleden door het toenmalige college gestopt’’, zei hij in december. ,,Dat had al weer drie ton gescheeld.’’

maart 5, 2016 Posted by | Bedrieglijk, Mores | 10 reacties

Neus lang

betaaldparkerenVanavond de commissie grondgebied, waarin digitalisering “parkeerdienstverlening” zal worden behandeld.

Mooi vind ik dat, de bewoners van de buiten/binnenstad wordt een volstrekt overbodige parkeervergunning aangesmeerd en dat heet dan nu opeens “parkeerdienstverlening”.

Die gaat gedigitaliseerd worden, wat wil zeggen dat je nu je gegevens rechtstreeks mag invoeren in de gemeentelijke database.

Als uitvloeisel van deze digitalisering komt de papierenvergunning (die je achter de voorruit moest plakken) te vervallen.

Maar als dit bewijs dat je vergunninghouder bent komt te vervallen, hoe kun je dan nog controleren dat je vergunninghouder bent?

Het voorstel (dat U hier kunt lezen) geeft daarover geen uitsluitsel.

Men gaat daarover in overleg met de handhaving en als blijkt dat herkenning noodzakelijk is, dan zal er gezocht worden naar een oplossing.

Doodmoe wordt ik ervan. Dat geheimzinnige gedoe over wat ze van plan zijn, terwijl iedereen op zijn vingers kan natellen wat er gaat gebeuren.

Natuurlijk is “herkenning” noodzakelijk, je wilt van iedereen die geparkeerd staat weten of hij een bewoners of bezoekersvergunning heeft. Als de papierenvergunning vervalt blijft alleen maar kentekenherkenning over.

De apparatuur daarvoor bestaat al enige tijd. In Amsterdam rijden al geruime tijd auto’s rond die scannen of je kenteken in de gemeentelijke database voorkomt en zo niet, dan krijg je een bekeuring.

Dat willen ze klaarblijkelijk ook in Enkhuizen. Daarvoor moet apparatuur aangeschaft worden, maar dat laat men nog even in het midden, want de kosten ervan vallen misschien niet mee.

Eerst maar eventjes digitalisering goedkeuren, dan een apart voorstel om de bijbehorende apparatuur aan te schaffen, met als bijbehorende bonus dat die apparatuur ook betaald parkeren binnen bereikt brengt.

Ik zie de verwijten van Noorman en Bokhove al weer  voor me. De gang van zaken die ik hierboven omschrijf staat niet in het raadsvoorstel, dus speculeer ik. Wat natuurlijk ten strengste verboden is want raadsleden worden nu eenmaal geacht niet verder te kijken dan hun neus lang is.

november 19, 2013 Posted by | Bedrieglijk, Parkeren | 7 reacties

Bedrieglijk

Geen vragen

Als er één onderwerp was dat zich leende voor publiekelijke behandeling, dan was het wel de Burgwal kwestie.

De betrokken burger werd in een (openbaar gemaakte) Raadsbrief weggezet als een recalcitrante klager, waarna voorzitter de Jong de commissieleden instrueerde om geen vragen te stellen over deze specifieke kwestie. Er mochten alleen algemene vragen worden gesteld.

Dit resulteerde er in dat Noorman (CU/SGP) zich schielijk uit de behandeling terugtrok, Stolk (SP) nog wel doorzette maar daarbij iets serveerde wat eufemistisch als slappe thee kan worden gekwalificeerd.

Ook Raven (PvdA) gooide er nog een opmerking tegen aan, maar de overige partijen deden er (waarschijnlijk diep onder de indruk van de woorden van de voorzitter) het zwijgen toe.

In mijn bericht “Paarlen voor de zwijnen” vatte ik de kwestie als volgt samen. “In essentie gaat het om de vraag hoe lang je als gemeente door moet gaan met het chicaneren van de gewone burger om een falend ambtelijk apparaat de hand boven het hoofd te kunnen blijven houden.”

Op nadrukkelijk verzoek van Boland dient U de zinsnede “falend ambtelijk apparaat” te lezen als “falende wethouder”. Bij deze dus. Dan nu de feiten.

Nadat de bewoner burger Burgwal gedurende 4 jaar geprobeerd heeft de wethouder er van te overtuigen dat er sprake is van illegale bewoning (en de gemeente dus gehouden is daar tegen op te treden), stapt hij naar de rechter. Ook al omdat hij inmiddels een stadhuisverbod opgelegd heeft gekregen en men niet langer met hem over deze kwestie wil praten.

De rechter stelt hem voor 100% in het gelijk. Uit de overgelegde documenten blijkt duidelijk, dat het bestemmingsplan niet voorziet in bewoning, dat er dus sprake is illegale bewoning en dat de weigering van de gemeente daar tegen op te treden onterecht is.

40% gelijk

Je verwacht dan dat de wethouder dan zijn ongelijk ruiterlijk zal erkennen, maar niets is minder waar. Monter beweert Boland in het NHD, dat hij dacht voor 60% gelijk te hebben, maar dat uit het vonnis blijkt dat hij slechts voor 40% gelijk heeft.

Baarlijke nonsens uiteraard, die van weinig respect getuigd voor rechterlijke uitspraken. Hij is voor 100% in het ongelijk gesteld en probeert dat slechts (door middel van rookgordijnen) te verhullen.

Werd vóór de procedure bij de rechtbank de bewoner al (door middel van een stadhuis verbod) als recalcitrant getypeerd, nadat hij door de rechter volledig in gelijk is de gesteld, blijft men gewoon doorgaan met deze typering.

Uiteraard dient daar een nieuw argument voor te worden verzonnen en dat distilleert  de wethouder uit het feit dat de bewoners niet voetstoots bereid bleek om op de (door hem gestelde condities) akkoord te gaan met een minnelijke schikking.

Over die bedrieglijke condities meer in een volgend bericht.

maart 8, 2012 Posted by | Bedrieglijk, Boland, Burgwal, de Jong, Noorman, Stolk | 5 reacties