Flink wat verzet?

De NH Nieuws site (in haar verslag van de opening van de nieuwe camping) constateert het volgende.

Het is het eerste deel van de herontwikkeling van het recreatiegebied waar flink wat verzet tegen was en is.

Toch lijken inmiddels meerdere tegenstanders overstag te gaan.

Flink wat verzet tegen de verplaatsing van de camping?

Waar baseert NH Nieuws die constatering eigenlijk op.

Er zijn wat halbstarken op Faccebook die denken dat, omdat ik commentaar heb op de uitvoering, het niet anders kan, of ik ben tegen de herinrichting.

Maar van een, door de overheid gesubsidieerde organisatie op het gebied van de nieuwsvoorziening, zou je toch mogen verwachten, dat ze iets beter zou nadenken.

Goed, ik vond de € 200.000,- kostende competitieve dialoog onzin en ook de Europese aanbesteding volstrekt overbodig, maar heeft zich ondertussen al iemand gemeld, die ons heeft kunnen duidelijk maken, dat beide vormen van gemeentelijk geldsmijten wel wat opgeleverd hebben?

Verder was ik er op tegen, dat zonder consultatie van de raad het uitgangspunt van grond uitgifte door middel van erfpacht (zoals in Broekerhaven is gebeurd) werd verlaten en de verkoop van de grond plaatsvond zonder dat de raad in de gelegenheid werd gesteld daar bezwaren tegen te maken. (Artikel 169.4 van de gemeentewet).

Is er eigenlijk al een raadslid geweest die deze gang van zaken heeft weten goed te praten? Volgens mij niet, maar dat komt in de eerste plaats, omdat de reguliere pers daar nooit vragen over stelde.

Zoals die (tot de dag van vandaag) ook geen vraag stelde over hoe het kan, dat de gemeente een bouwvergunning verleende, strijdig met het provinciale beleid om (in dat gebied) geen bouwvergunning te verlenen.

Is het niet zo dat de gemeente geacht wordt om het provinciale beleid (op haar grondgebied) vorm te geven, in plaats van het te ondermijnen?

Anders dan NH Nieuws doet voorkomen, waren er bijna geen tegenstanders van de herinrichting, laat staan dat ze inmiddels overstag zijn. Er waren bezwaren tegen de manier waarop de gemeente die herinrichting vorm gaf. De enigen, die op dat punt overstag zijn gegaan, zijn het college en de raad.

De bezwaarmakers (tegen de voorgestelde uitvoering en niet tegen de herinrichting als zodanig) zijn er tot dusver steeds in geslaagd om college en raad tot terugkrabbelen te dwingen.

Het college had haar overeenkomst met Orez nog niet gesloten, of ze kon meteen de prullenbak in. Inmiddels is Droomparken met de provincie een herstelplan overeengekomen, dat hetgeen herstelt, wat college en raad zo overduidelijk in eerste instantie hadden nagelaten te regelen.

Naast Trias Politica (de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht) wordt de pers vaak als vierde macht genoemd. De macht, die het als haar taak ziet om de overheid aan de tand te voelen, in plaats van haar naar de mond te praten.

Op lokaal niveau heb ik daar de afgelopen jaren weinig van gemerkt.

Jij-bakken II

Mijn vorige bericht Jij-bakken I verdween van Facebook en dus was ons vrolijke tweetal genoodzaakt om hun reactie elders te plaatsen. Omdat het op die manier wel erg ingewikkeld wordt, leekt het me verstandig hun reactie te reproduceren zodat het makkelijker is om te begrijpen waar mijn commentaar betrekking op heeft.

Zoals ik in mijn vorige bericht al vaststelde, gaat het er bij het jij-bakken niet om de geleverde kritiek te weerleggen, maar om de criticus verdacht te maken.

Mijn kritiek op de gemeente (inzake het REZ) komt neer op het volgende. Na twee mislukte openbare aanbestedingen (waaronder een volstrekt overbodige Europese aanbesteding) was de weg vrij gemaakt voor een onderhandse aanbesteding.

Die onderhandse aanbesteding heeft er uiteindelijk toe geleid dat (zonder dat de raad daar een besluit over had genomen) er een overeenkomst werd getekend met een partij die nooit in staat zou zijn geweest haar verplichtingen uit te voeren. Met als logisch gevolgd, dat ze de overeenkomst verkocht aan een partij die dat wel kon.

Verder kan worden vastgesteld, dat bij de verkoop van de grond artikel 169.4 van de gemeentewet (die de raad in staat stelt bezwaar te maken tegen de voorgenomen verkoop) werd overgeslagen en de grond met bouwvergunning voor circa € 1,- m2 werd verkocht.

Onmiddellijk, nadat de overeenkomst (waar twee jaar aan was gewerkt en waar € 400.000,- aan ambtelijke ondersteuning in was geïnvesteerd) openbaar werd gemaakt, werd duidelijk dat het plan in die vorm nooit zou worden uitgevoerd.

Een haastig in elkaar gezet nieuw plan, vertoonde een dusdanig gebrek, dat de provincie zich gedwongen zag om een deel van het bestemmingplan ongeldig te verklaren. In afwachting van een beter plan.

Dit is geen kritiek op de gemeente, maar een opsomming van feiten. Wat stelt ons treurig tweetal daar tegenover? Weerleggen kan niet, dus vragen ze zich af wat mijn Wob verzoeken hebben opgeleverd.

Gisteravond waren de Kamerleden Renske Leijten (SP) en Pieter Omtzigt (CDA) voor Nieuwsuur. Beiden met dezelfde klacht. De informatievoorziening door de overheid.

Vaak onvolledig en dikwijls te laat.

Wie herinnert zich niet de arrogantie waarmee de belastingdienst aan een WOB verzoek meende te moeten voldoen. Door elke pagina zwart te lakken.

En wat te denken van de minister die niet in staat bleek het bonnetje vinden, maar en passant wel onjuiste informatie verschafte.

De lokale situatie verschilt nauwelijks van de landelijk. Wie informatie vraagt wordt tegengewerkt, het bestaan van documenten wordt ontkent en zelfs openbare informatie wordt vertrouwelijk verklaard. Waar vrijwel iedereen in den land de overheid als schuldige aanwijst, concludeert ons dubieuze duo, dat ik de boosdoener ben.

Ik spreek van een dubieus duo, omdat ik er niet van overtuigd ben, dat het hier gaat om twee anonieme Marokkaantjes, die zich ergeren aan het feit, dat ik kritiek heb op de Enkhuizer bestuurscultuur.

Eerder denk ik dat Ilias en Mohammed één en dezelfde persoon zijn, die deel uitmaakt van die bestuurscultuur en zich kennelijk aangevallen voelt.

Maar die niets beter weet te bedenken, dan zich op anonieme wijze (en met behulp van jij-bakken) tegen die aanvallen te verdedigen.

PS 1-7-2020

Inmiddels is me verteld dat het om twee vrienden gaat die het leuk vinden om andere gebruikers op stang te jagen. Puberaal gedrag. Trollen.

Jij-bakken I

Kort geleden schreef ik een stukje over iemand die me dood wenste. Ik eindigde met de constatering, dat de betreffende reactie (op Facebook) inmiddels weer was verwijderd en dat je in die zin kon spreken van eind goed al goed.

Dat werd bevestigd door de betrokkene zelf, die me een persoonlijke berichtje stuurde om zijn spijt te betuigen over zijn aanvankelijke reactie. Klaar is Kees, daarmee was de kwestie gedaan. Als gezegd, de betrokkene was zelf tot inkeer gekomen en had zijn bericht uit eigen beweging verwijderd. Einde verhaal, niet meer over doorgaan.

Alleen daar dacht Ilias Ilias anders over. Ilias Ilias heette vroeger Ilias Abou Ab, een anoniem Facebook personage. Als Ilias ergens verscheen, dan kon je er van verzekerd zijn dat binnen de kortste keren Mohamed Abdellaoui ook verscheen. Om te bevestigen, dat wat Ilias zojuist had beweerd, juist was.

Je zou hun gezamenlijke optreden kunnen omschrijven als “een ander de spiegel voor houden”, maar in werkelijkheid komt hun gezamenlijke optreden neer op jij-bakken.

Een uit het Latijns vertaald begrip. “Tu quoque”, wat “jij ook” betekent. Verder verklaring van het begrip (via de link) op Wikipedia.

Ilias en Mohammed ergeren zich aan het feit dat ik mij kritisch uitlaat over de werkwijze van de lokale politiek en dus hebben ze besloten, dat zolang als ik me kritisch uitlaat over de lokale politiek, zij (op Facebook) kritiek zullen blijven uitoefenen op mijn persoon.

Het gaat er dus niet om de geuitte kritiek te weerleggen. Het gaat er om de persoon, die de kritiek naar voren heeft gebracht, in diskrediet te brengen. Bijvoorbeeld door aan zijn karakter te twijfelen.

Slaag je er namelijk in zijn karakter te besmeuren, dan zal men ook minder geneigd zijn om zijn kritiek serieus te nemen. Een typische drogreden.

Want zelfs iemand met zeer twijfelachtige karaktereigenschappen kan kritiek leveren die gefundeerd is.

Geheel in lijn met het bovenstaande grossiert de twee-eenheid Mohammed en Ilias (zonder enig bewijs) in allerhande negatieve karaktereigenschappen, die (in hun ogen) op mij van toepassing zouden zijn. Niet alleen op mij, iedereen die het waagt met me eens te zijn wordt op gelijke wijze onder handen genomen.

Hoewel ik mijn stukjes meestal baseer op officiële documenten en uitspraken van politici, wordt mij nu (zonder enig bewijs) riooljournalistiek verweten en wie het waagt om het met me eens zijn, wordt door dit frisse tweetal al snel geassocieerd met een kontenkruiper.

Alhoewel, gaat het hier wel om een tweetal (naar hun naam te oordelen) van Marokkaanse afkomst? Daarvoor is geen enkel bewijs. Facebook maakt het mogelijk dat het om één persoon gaat, die gebruik maakt van twee verschillende namen.

Zoals er ook geen bewijs is dat die persoon van Marokkaanse afkomst is. Ook dat kan een rookgordijn zijn waarachter men zich probeert te verschuilen. Er bestaat echter wel een bijzondere relatie tussen deze twee jij-bakkers en de lokale politiek.

De lokale politiek verantwoordelijken reageren (na het vertrek van Bokhove als raadslid) nooit op mijn kritiek. Hetgeen ze ongetwijfeld met elkaar hebben afgesproken en waarmee ze proberen uit te stralen, dat mijn kritiek niet serieus genomen hoeft te worden.

Eigenlijk is dat hetzelfde wat Mohammed en Ilias met hun gejij-bak proberen te bereiken. Zijn karakter deugt niet, zodat je verder ook niet hoeft na te denken over de kritiek die hij naar voren brengt. Die zal (net als zijn karakter) ook wel niet deugen.

Misschien goed om hier eens over na te denken.

Laakbaar gedrag.

In mijn vorige bericht sprak ik van laakbaar gedrag door de gemeente. Ik wil dat aan de hand van het volgende illustreren.

Nadat de gemeente de aanvraag voor een ontheffing (voor het realiseren van een camping) publiceerde, heb ik de gemeente gevraagd mij te informeren over hetgeen waarvan de aanvrager (Orez) ontheven diende te worden.

Toen een antwoord daarop uitbleef, heb ik bij de provincie geïnformeerd of de gevraagde ontheffing wellicht betrekking had op wat er was vastgelegd in de PRV.

Het in stand houden van een 200 meter brede kwaliteitszone aan de voet van de Westfriese Omringdijk.

De provincie liet weten dat er van haar kant geen ontheffing was verleend, maar dat haar bij navraag bij de gemeente Enkhuizen duidelijk was geworden, dat de ontheffing de verlenging van de instandhoudingstermijn van een bouwweg betrof.

Kort daarop bevestigt de gemeente de juistheid van deze bewering van de provincie.

Het was een bewering, omdat uiteindelijk uit de onderliggende stukken zal blijken, dat de gevraagde ontheffing wel degelijk betrekking had op een verbod tot plaatsen van bouwsels (zoals recreatieve nachtverblijven) in het gebied.

Dat verbod vloeide (anders dan ik had verondersteld) niet voort uit de provinciale richtlijnen, maar uit hetgeen er bepaald was in het bestemmingsplan.

Ik ben van mening, dat het onjuist informeren over de inhoud en draagwijdte van een besluit van de gemeente (waartegen bezwaar mogelijk is) neerkomt op laakbaar gedrag.

Kennelijk met als oogmerk de mogelijkheid van bezwaar tegen dat besluit te frustreren.

Ook het toestaan van werkzaamheden, alvorens de daarvoor noodzakelijke vergunning is aangevraagd, met het oogmerk bezwaren tegen het besluit te bemoeilijken, beschouw ik als laakbaar gedrag.

Het bevoegde gezag (inzake laakbaar gedrag van het college) is de gemeenteraad, maar  daarvan is in de loop der jaren duidelijk geworden, dat men (in voorkomende gevallen) van dat gezag geen gebruik wenst te maken.

Omdat het laakbare gedrag van het college zich ook heeft uitgebreid naar de provincie (men heeft de provinciale richtlijnen doelbewust genegeerd), heb ik de gedeputeerde gevraagd of hij mijn opvatting inzake het laakbare gedrag deelt en of hij bereid/in staat is om corrigerende maatregelen te nemen.

 

Doortrapt

Soms bekruipt me het gevoel dat een deel van mijn lezers nauwelijks weet heeft van het gebied waar de nieuwe camping is gesitueerd. Daarom deze keer een kaartje en een foto van het gebied.

schematisch-2
Hierboven de kaart van de gebiedsindeling met de diverse bestemmingen in kleur aangegeven. Lichtgroen is recreatie in haar verschillende vormen. Camping, dagrecreatie, villadorp. Rood is SWL en ZZM. Donkergroen is sport. Het kaartje schetst de toekomstige situatie dus na aanleg van de kom. De camping is linksboven gesitueerd. De kwaliteitszone (200 meter van de voet de omringdijk) loopt van het meest noordelijke punt van de camping tot waar het gebied een knik naar rechts maakt. De kwaliteitszone respecteren komt er dus feitelijk op neer, dat de camping de helft kleiner wordt dan er volgens het kaartje is toegestaan.

Op de foto boven dit bericht (van Noord naar Zuid) zien we bestaande situatie.

Helemaal rechts de kwaliteitszone waar alle bewoners van de oude camping inmiddels naar toe zijn verhuisd. 

Dan een nu nog leeg gebied voor passanten en nog meer naar links zijn de blokken herkenbaar, waarbinnen Droomparken haar chalets wil plaatsen.

Waar (helemaal links) nu nog water is, wordt de kustlijn verlengd totdat er een kom ontstaat.

 

Hiermee wordt hopelijk duidelijk, dat mocht Droomparken gedwongen worden de door de provincie gewilde kwaliteitszone in stand te houden, haar eigen voornemen om zo veel als mogelijk chalets te verkopen en verhuren niet wordt aangetast. Het zijn dan de voormalige bewoners van de oude camping (die zijn verhuisd) die het veld zullen moeten ruimen.

Uiteraard waren Gemeente en Droomparken zich bewust van het bestaan van een kwaliteitszone waarbinnen bouwsels als sta-caravans niet waren toegestaan. Hun oplossing om dit voorschrift te omzeilen bestond er uit, om het voorschrift niet in het bestemmingplan op te nemen.

Die nalatigheid bleef echter niet onopgemerkt door de provincie. In haar brief over de reactieve aanwijzing wijst men op deze tekortkoming.

In plaats van bij de inrichting van het gebied rekening te houden met die waarschuwing kiezen Gemeente en Droomparken er voor haar te negeren. Niet alleen dat, de gemeente staat Droomparken bewust toe om het gebied in te richten, zonder dat ze over een daartoe strekkende vergunning beschikt.

Die vergunning wordt pas aangevraagd nadat het gebied is ingericht en is inmiddels ook door de gemeente verstrekt. Tegen die verstrekking is echter bezwaar aangetekend. Niet door de provincie, zoals ik had verwacht, maar door de IJsselmeervereniging en het Comité tot het Behoud van het Enkhuizerzand.

Wat mij bij dit alles nog het meeste stoort is het volgende. De gemeente verwacht van mij dat ik de voorschriften opvolg die ze uitvaardigt. Ik verwacht van haar, dat ze hetzelfde doet voor wat betreft de voorschriften die op haar van toepassing zijn. En dat ze niet op doortrapte wijze probeert die voorschriften te ontduiken.

Dat doet ze, in nauwe samenwerking met Droomparken, echter wel.  Nu al weet ik, dat als die opzet mislukt Gemeente en Droomparken hun handen in onschuld zullen wassen en de campingbewoners het slachtoffer zullen worden van dit (in mijn ogen) laakbare gedrag.

Iets wat om de een of andere reden nooit wordt opgemerkt door de toezichthouder (zoals de gemeenteraad) of door de lokale pers.

Kluitjescultuur.

Omdat het me op 16 april 2020 nog steeds niet duidelijk was waarvoor Orez BV ontheffing had gevraagd, informeer ik bij de planadviseur van de provincie of de aangevraagde ontheffing wellicht betrekking had op de PRV, de Provinciale Ruimtelijke Verordening.

Planadviseur Buter laat mij het volgende weten. Ik citeer hem letterlijk

Een ontheffing van de PRV is hierbij niet aan de orde, want dat zou de bevoegdheid zijn van GS danwel PS. In sommige gevallen is die bevoegdheid gedelegeerd aan de Omgevingsdienst.

Ik heb navraag gedaan bij de gemeente Enkhuizen. Duidelijk is mij geworden, dat het gaat om verlenging van een reeds verleende tijdelijke omgevingsvergunning voor de ontsluiting van het terrein als bouwweg voor het (bouw)verkeer voor de camping. Een tijdelijke omgevingsvergunning kan tot maximaal 10 jaar verleend worden, artikel 4 lid 11 van het Besluit omgevingsrecht (Bor). Omdat het gaat om een strijdig gebruik wordt ook wel gesproken van een ontheffing. De termijn van de verleende vergunning is kennelijk aan verlening toe, waardoor de aanvraag is gedaan. Aangezien het om een aanvraag gaat, staan hiertoe nog geen rechtsmiddelen open. Dat is pas mogelijk als er sprake is van een besluit. U zal te zijner tijd op het besluit kunnen reageren.

Inmiddels heb ik, na enig aandringen, de beschikking gekregen van de letterlijke tekst van de ingediende aanvraag en daaruit blijkt zonneklaar, dat de gevraagde ontheffing wel degelijk betrekking had op wat ik vermoedde, een verbod tot bouwen in de dijkzone.

Niet de zone zoals die gedefinieerd is in de PRV, maar zoals ze gedefinieerd is in het bestemmingsplan.

Of de provinciale planadviseur door de beleidsmedewerker van de gemeente met een kluitje in het riet  is gestuurd, durf ik niet met zekerheid te zeggen, maar het heeft er wel alle schijn van.

Feit is, dat in plaats van te erkennen dat de aangevraagde ontheffing tot doel had om een “verbod tot bouwen in de dijkzone” ongedaan te maken, er werd voorgewend, dat de aanvraag een verlenging van een vergunning tot het in stand houden van een voorlopige ontsluiting betrof.

De praktijk, “iemand met een kluitje het riet insturen” is een gewaardeerd (en dikwijls toegepast) onderdeel van de Enkhuizer bestuurscultuur. De uitdrukking is een eufemisme voor “de kluit belazeren”.

Ik ben zeker niet de enige die denkt, dat de gemeente van tijd tot tijd (en zonder enige gewetenswroeging) haar inwoners belazert wanneer haar dat beter uitkomt.

De enigen die denken dat dit niet zo is, zijn de door ons gekozen afgevaardigden, die (namens ons) toezicht dienen te houden op het college en haar ambtenaren. De gemeenteraad.

Zolang de gemeenteraad blijft toestaan, dat het college en haar ambtenaren zich geen zorgen hoeven te maken over het waarheidsgehalte van de door hun verstrekte informatie, blijft de kluitjescultuur in stand.

Meer Meningen

Een mening die ook nooit de aandacht heeft gekregen die het verdiende was mijn mening, dat de verzwaring van het elektra-netwerk van de Drommedaris niet meer dan € 25.000 had gekost.

In plaats van € 100.000,- , wat door het college werd beweerd.

De juistheid van die bewering werd “bewezen” met behulp van een door de aannemer afgegeven offerte. De helft van de in de offerte genoemde kosten hadden betrekking op een situatie die zich (toen de offerte gemaakt werd) nog had kunnen voordoen, maar die zich (uiteindelijk) niet had voorgedaan.

Iets waarvan het college op de hoogte was toen ze die offerte als “bewijs” aan de raad overhandigde.

Wat was die situatie? De offerte betrof de kosten na inhuizing, wat wil zeggen, nadat er is opgeleverd. De aanleg had plaatsgevonden vóór oplevering en daarmee verviel de helft van de in de offerte genoemde kosten.

Van de resterende € 50.000,- bestond wederom de helft overduidelijk uit kosten voor de inrichting. Daarover was met de toekomstige exploitant overeengekomen, dat die kosten voor rekening van de exploitant zouden komen.

Het feit, dat de gemeente ze voor háár rekening nam betekende, dat er (buiten de daarvoor geldende procedures om) een extra  subsidie werd gegeven aan de exploitant.

Ik weet dat er een hoop mensen zijn die een hekel hebben aan procedures, maar die zijn er niet voor niets. Ze zijn er om willekeur en vriendjespolitiek te voorkomen. Afschaffen ervan brengt ons van de regen in de drup.

Maar het ergste is natuurlijk, dat de overheid probeert ergens het bewijs van te leveren met een document, waarvan men weet dat het niet van toepassing is op de situatie. Dat is in mijn ogen gewoon bedrog en voor zover ik weet is bedrog (ook door de overheid) heel gewoon strafbaar.

En een raad die dit bedrog (om wille van de lieve vrede) door de vingers ziet is in mijn ogen geen knip voor de neus waard en verliest (wat mij betreft) ook elk recht op respect.

Omdat men zich gedraagt als de hielenlikkers van het wettige gezag, in plaats van er op toe te zien (wat haar taak is), dat dit gezag zich naar behoren gedraagt.

Het feit dat deze gang van zaken plaatsvond tijdens de vorige raadsperiode maakt dit allemaal niet anders. De zwaargewichten van de huidige raad zaten ook in de vorige raad en hebben daarom ook ruimschoots boter op het hoofd.

Maar deze bestuurscultuur van wegkijken, doen of je neus bloedt en niet de waarheid willen weten, omdat de gemiddelde kiezer toch niks in de gaten heeft, kost ons handen vol geld.

Dat college en raad zich van de domme houden kan ik nog begrijpen, maar dat het NHD die signalen niet oppikt, blijf ik onbegrijpelijk vinden.

 

Vergeefs.

Een paar dagen geleden dacht ik nog na over een nieuw WOB verzoek, maar dat idee heb ik inmiddels weer opgegeven. Het is immers allang duidelijk dat de gemeente, als zo’n verzoek haar niet uitkomt, liever de wet overtreedt, dan haar uitvoert.

Verder is het inmiddels ook voldoende duidelijk dat de instantie, wiens taak het is er op toe te zien dat de gemeente de wet naleeft, daar niet toe bereid is.

De gemeenteraad zit niet te wachten op een waarheid die in tegenspraak is met wat ze al die tijd voor waar heeft gehouden. Liever heeft ze plausibel klinkende verklaringen, die datgene bevestigen, wat ze toch al geloofde.

De simpele feiten zijn: Een jaar geleden verkocht de gemeente grond (met een potentiële waarde van meer dan € 20 miljoen) voor minder dan een miljoen aan een pas opgericht  bedrijfje. Zonder personeel en een eigen vermogen van € 201,- .

Zodat dat bedrijfje de grond (met een paar miljoen winst) kon doorverkopen aan een project-ontwikkelaar.

Inmiddels heeft de gemeenteraad unaniem ingestemd met deze gang van zaken en is er niets dat haar er toe kan bewegen om die dwaling onder ogen te zien.

Uiteraard propaganderen college en raad (daarbij geholpen door de reguliere pers) ten behoeve van een goedgelovige bevolking een aangepaste werkelijkheid. Met veel toeters en bellen, die de aandacht moet afleiden van wat er is gebeurd.

Het zij zo. Ik heb geen zin meer. Tegen de domheid strijden zelfs goden tevergeefs.

Hinken op twee gedachten.

In februari 2018 schreef ik voor de eerste keer over ondermijning. Het verschijnsel dat criminelen zouden infiltreren in het lokale bestuur. De nadruk lag toen nog op de verkiezingen die later dat jaar zouden plaatsvinden.

Ik vond dat tamelijk absurd. Waarom zou een crimineel tijd, geld en moeite verspelen aan verkiezingen? Zou het niet veel eenvoudiger zijn om burgemeester, wethouders en ambtenaren om te kopen, in plaats van te proberen invloed uit te oefenen op raadsleden die door de bank genomen nauwelijks iets te vertellen hebben?

We hebben de neiging ons criminelen voor te stellen als Boris de Boef, maar de echt succesvolle dragen gewoon een driedelig pak en begeven zich in dezelfde kringen als waar burgemeesters, wethouders en beleidsambtenaren zich in begeven.

Oktober 2018 stond ondermijning weer op de raadsagenda.

Dit keer met een verzoek om jaarlijks € 60.000,- te spenderen aan het bestrijden van ondermijning. Door aanstelling van een projectleider, die “sturing” zou geven aan (niet met name genoemde) deelprojecten.

Wat me bij dit alles telkens weer opvalt is, dat de aandacht altijd uit gaat naar criminelen zoals aanwezig in motorclubs, maar nooit naar hun partners in crime, de bestuurders. Om ondermijning te doen slagen zijn er namelijk altijd twee partijen nodig.

Een crimineel die zijn crimineel verkregen geld wil witwassen en een bestuurder, die tegen een redelijke vergoeding best bereid is hem daarbij te helpen.

De grootste bron voor gratis geld voor de lokale overheid is natuurlijk het vergunningenstelsel.

Een kavel op het recreatieoord is (zonder bouwvergunning) vrijwel niets waard, echter de waarde van die kavel stijgt razendsnel, zodra de vergunning om een woning te mogen plaatsen wordt meegeleverd. In het voorbeeld dat ik gaf in mijn vorige bericht steeg de prijs van zo’n kavel van 5 naar 100 duizend euro.

Reden te meer reden om bij de uitgifte van vergunningen uiterst zorgvuldig en transparant te werk te gaan om daarmee de mogelijkheid tot “ondermijning” uit te sluiten.

En dan blijkt de gemeente Enkhuizen, als het gaat om transparantie en het verschaffen van inzicht, het liefst probeert om zo veel mogelijk barrières op te werpen.

Om te beginnen stopt de bemoeienis van de raad nadat ze een “go” besluit heeft genomen. Wanneer twee openbare aanbestedingen mislukken, besluit B&W dat de tijd gekomen is voor een onderhands aanbestedingstraject. Waarbij de keuze valt op een aannemer, die nooit eerder een  project van dergelijke omvang heeft uitgevoerd en die uiteindelijk het project (na ondertekening van de overeenkomst) zal verkopen aan een ontwikkelaar die daartoe wel in staat is.

Stilzwijgend stapt men over van uitgifte onder erfpacht, naar verkoop van grond zonder dat de raad in staat gesteld wordt er bezwaren tegen te maken. Ook de prijs waartegen de grond is verkocht blijft geheim, lang nadat de grond is verkocht.

Hoewel B&W haar goedkeuring baseert op het advies van door haarzelf benoemde deskundigen, zijn hun namen onbekend en mogen die ook niet bekend gemaakt worden. Hoewel de keuze voor de contractpartner wordt gerechtvaardigd op basis van zijn solvabiliteit, wordt het bewijs van die solvabiliteit niet geleverd.

Daardoor blijft het feit overeind, dat de gemeente een miljoenenovereenkomst onderhands heeft gegund aan een pas opgerichte BV, zonder enige ervaring en met een geplaatst kapitaal van € 201,-.

Er bestaat geen vergelijking tussen de geraamde opbrengst voor de ontwikkelaar en de geraamde uitgaven die hij (t.b.v. de openbare ruimte) heeft gedaan. Dus, hoewel het hier  om een “quid pro quo” transactie gaat, blijkt de gemeente niet in staat om duidelijkheid te verschaffen over de waarde van het een, ten opzichte van de waarde van het ander.

Deze gang van zaken staat niet op zichzelf. Hetzelfde gebeurt bij de vaststelling van de kosten van de verzwaring van het elektra-netwerk in de Drommedaris. Ook toen bleken documenten die bij elk bedrijf met een normale bedrijfsvoering worden uitgemaakt, zoals een factuur, niet in de gemeentelijke administratie aanwezig te zijn.

Wel aanwezig was een offerte, met kosten voor werk dat niet was uitgevoerd. Maar die wel werd gebruikt om van de raad een hoger (dan noodzakelijk) krediet los te praten.

Dus waar de gemeente jaarlijks € 60.000,- overmaakt om “ondermijning” te bestrijden speelt ze potentiële “ondermijners” in de kaart met haar werkwijze en haar weigering daar inzicht in te geven. Dat noemen we gewoonlijk “het hinken op twee gedachten”.

Discreet stilzwijgen.

Op 7 juni stelt Enkhuizen Vooruit een aantal schriftelijke vragen. Op 25 juni worden die vragen door het college beantwoord.

In haar antwoord op vraag 1 stelt het college het volgende.

Eerst na de overname van de aandelen door de nieuwe aandeelhouder is de statutaire zetel van deze vennootschap gewijzigd. Ook na de overname van de aandelen is en blijft OREZ B.V. onze contractpartner.

Dat vanaf dat moment de diverse wijzigingen, waaronder het bezoekadres, worden doorgevoerd in de reguliere registers is niet meer dan normaal.

Om te beginnen kan worden vastgesteld dat (anders dan door B&W wordt beweerd) de statutaire zetel niet is gewijzigd. En daarmee is er ook geen “bewijs” dat andere zaken (zoals het vestigingsadres) wel zouden zijn gewijzigd na overname van de aandelen.

Bovendien, de aandelen van Orez BV zijn helemaal niet van eigenaar verwisseld.

Dus de bewering, dat het bezoekadres is veranderd als gevolg van de overname, snijdt geen hout. Bovendien, wél een vestingsadres veranderen, maar niet het tijdstip waarop die verandering wordt doorgevoerd vermelden, is volstrekt ongeloofwaardig.

Dat in de eerste (vrijblijvende) fase het correspondentieadres van Tuin en consorten de  Kanaalkade 65A, 1756 AD ’t Zand was zal ongetwijfeld waar zijn.

Maar toen die gesprekken tot serieuze afspraken leken te gaan leiden werd er op 16-06-2016 een rechtspersoon in het leven geroepen (Orez BV) die de beoogde contractpartij voor de gemeente zou zijn.

En die rechtspersoon was (net als de eigenaar van die rechtspersoon) gevestigd op het zelfde adres als Droomparken. En zolang er geen keihard bewijs is van het tegendeel, is het volstrekt verantwoord er van uit te gaan dat, vanaf het moment van oprichting, Orez BV niet meer was dan een voor Droomparken werkende katvanger.

Nu begrijp ik ook wel, dat het voor een college moeilijk is te erkennen, dat ze (in plaats van ergens de regie over te voeren) zich op groteske wijze om de tuin heeft laten leiden.  Maar is dat voldoende rechtvaardiging om de raad (en daarmee indirect ook ons) voor te liegen?

Voor de gewone burger misschien niet, maar volgens de Enkhuizer bestuurscultuur is  vrijwel alles geoorloofd als het gaat om de eigen tekortkomingen te verbergen.

En dank zij het discrete stilzwijgen (dat college en raad uiteindelijk toch in acht zullen nemen), zullen we nooit weten of de gemeentelijke onderhandelaars zich op kinderlijk eenvoudige wijze om de tuin hebben laten leiden, of dat de hele gang van zaken een doorgestoken kaart was, met als oogmerk gemeentelijke eigendom (voor een appel en een ei) van de hand te doen.