Meer Meningen

Een mening die ook nooit de aandacht heeft gekregen die het verdiende was mijn mening, dat de verzwaring van het elektra-netwerk van de Drommedaris niet meer dan € 25.000 had gekost.

In plaats van € 100.000,- , wat door het college werd beweerd.

De juistheid van die bewering werd “bewezen” met behulp van een door de aannemer afgegeven offerte. De helft van de in de offerte genoemde kosten hadden betrekking op een situatie die zich (toen de offerte gemaakt werd) nog had kunnen voordoen, maar die zich (uiteindelijk) niet had voorgedaan.

Iets waarvan het college op de hoogte was toen ze die offerte als “bewijs” aan de raad overhandigde.

Wat was die situatie? De offerte betrof de kosten na inhuizing, wat wil zeggen, nadat er is opgeleverd. De aanleg had plaatsgevonden vóór oplevering en daarmee verviel de helft van de in de offerte genoemde kosten.

Van de resterende € 50.000,- bestond wederom de helft overduidelijk uit kosten voor de inrichting. Daarover was met de toekomstige exploitant overeengekomen, dat die kosten voor rekening van de exploitant zouden komen.

Het feit, dat de gemeente ze voor háár rekening nam betekende, dat er (buiten de daarvoor geldende procedures om) een extra  subsidie werd gegeven aan de exploitant.

Ik weet dat er een hoop mensen zijn die een hekel hebben aan procedures, maar die zijn er niet voor niets. Ze zijn er om willekeur en vriendjespolitiek te voorkomen. Afschaffen ervan brengt ons van de regen in de drup.

Maar het ergste is natuurlijk, dat de overheid probeert ergens het bewijs van te leveren met een document, waarvan men weet dat het niet van toepassing is op de situatie. Dat is in mijn ogen gewoon bedrog en voor zover ik weet is bedrog (ook door de overheid) heel gewoon strafbaar.

En een raad die dit bedrog (om wille van de lieve vrede) door de vingers ziet is in mijn ogen geen knip voor de neus waard en verliest (wat mij betreft) ook elk recht op respect.

Omdat men zich gedraagt als de hielenlikkers van het wettige gezag, in plaats van er op toe te zien (wat haar taak is), dat dit gezag zich naar behoren gedraagt.

Het feit dat deze gang van zaken plaatsvond tijdens de vorige raadsperiode maakt dit allemaal niet anders. De zwaargewichten van de huidige raad zaten ook in de vorige raad en hebben daarom ook ruimschoots boter op het hoofd.

Maar deze bestuurscultuur van wegkijken, doen of je neus bloedt en niet de waarheid willen weten, omdat de gemiddelde kiezer toch niks in de gaten heeft, kost ons handen vol geld.

Dat college en raad zich van de domme houden kan ik nog begrijpen, maar dat het NHD die signalen niet oppikt, blijf ik onbegrijpelijk vinden.

 

Vergeefs.

Een paar dagen geleden dacht ik nog na over een nieuw WOB verzoek, maar dat idee heb ik inmiddels weer opgegeven. Het is immers allang duidelijk dat de gemeente, als zo’n verzoek haar niet uitkomt, liever de wet overtreedt, dan haar uitvoert.

Verder is het inmiddels ook voldoende duidelijk dat de instantie, wiens taak het is er op toe te zien dat de gemeente de wet naleeft, daar niet toe bereid is.

De gemeenteraad zit niet te wachten op een waarheid die in tegenspraak is met wat ze al die tijd voor waar heeft gehouden. Liever heeft ze plausibel klinkende verklaringen, die datgene bevestigen, wat ze toch al geloofde.

De simpele feiten zijn: Een jaar geleden verkocht de gemeente grond (met een potentiële waarde van meer dan € 20 miljoen) voor minder dan een miljoen aan een pas opgericht  bedrijfje. Zonder personeel en een eigen vermogen van € 201,- .

Zodat dat bedrijfje de grond (met een paar miljoen winst) kon doorverkopen aan een project-ontwikkelaar.

Inmiddels heeft de gemeenteraad unaniem ingestemd met deze gang van zaken en is er niets dat haar er toe kan bewegen om die dwaling onder ogen te zien.

Uiteraard propaganderen college en raad (daarbij geholpen door de reguliere pers) ten behoeve van een goedgelovige bevolking een aangepaste werkelijkheid. Met veel toeters en bellen, die de aandacht moet afleiden van wat er is gebeurd.

Het zij zo. Ik heb geen zin meer. Tegen de domheid strijden zelfs goden tevergeefs.

Hinken op twee gedachten.

In februari 2018 schreef ik voor de eerste keer over ondermijning. Het verschijnsel dat criminelen zouden infiltreren in het lokale bestuur. De nadruk lag toen nog op de verkiezingen die later dat jaar zouden plaatsvinden.

Ik vond dat tamelijk absurd. Waarom zou een crimineel tijd, geld en moeite verspelen aan verkiezingen? Zou het niet veel eenvoudiger zijn om burgemeester, wethouders en ambtenaren om te kopen, in plaats van te proberen invloed uit te oefenen op raadsleden die door de bank genomen nauwelijks iets te vertellen hebben?

We hebben de neiging ons criminelen voor te stellen als Boris de Boef, maar de echt succesvolle dragen gewoon een driedelig pak en begeven zich in dezelfde kringen als waar burgemeesters, wethouders en beleidsambtenaren zich in begeven.

Oktober 2018 stond ondermijning weer op de raadsagenda.

Dit keer met een verzoek om jaarlijks € 60.000,- te spenderen aan het bestrijden van ondermijning. Door aanstelling van een projectleider, die “sturing” zou geven aan (niet met name genoemde) deelprojecten.

Wat me bij dit alles telkens weer opvalt is, dat de aandacht altijd uit gaat naar criminelen zoals aanwezig in motorclubs, maar nooit naar hun partners in crime, de bestuurders. Om ondermijning te doen slagen zijn er namelijk altijd twee partijen nodig.

Een crimineel die zijn crimineel verkregen geld wil witwassen en een bestuurder, die tegen een redelijke vergoeding best bereid is hem daarbij te helpen.

De grootste bron voor gratis geld voor de lokale overheid is natuurlijk het vergunningenstelsel.

Een kavel op het recreatieoord is (zonder bouwvergunning) vrijwel niets waard, echter de waarde van die kavel stijgt razendsnel, zodra de vergunning om een woning te mogen plaatsen wordt meegeleverd. In het voorbeeld dat ik gaf in mijn vorige bericht steeg de prijs van zo’n kavel van 5 naar 100 duizend euro.

Reden te meer reden om bij de uitgifte van vergunningen uiterst zorgvuldig en transparant te werk te gaan om daarmee de mogelijkheid tot “ondermijning” uit te sluiten.

En dan blijkt de gemeente Enkhuizen, als het gaat om transparantie en het verschaffen van inzicht, het liefst probeert om zo veel mogelijk barrières op te werpen.

Om te beginnen stopt de bemoeienis van de raad nadat ze een “go” besluit heeft genomen. Wanneer twee openbare aanbestedingen mislukken, besluit B&W dat de tijd gekomen is voor een onderhands aanbestedingstraject. Waarbij de keuze valt op een aannemer, die nooit eerder een  project van dergelijke omvang heeft uitgevoerd en die uiteindelijk het project (na ondertekening van de overeenkomst) zal verkopen aan een ontwikkelaar die daartoe wel in staat is.

Stilzwijgend stapt men over van uitgifte onder erfpacht, naar verkoop van grond zonder dat de raad in staat gesteld wordt er bezwaren tegen te maken. Ook de prijs waartegen de grond is verkocht blijft geheim, lang nadat de grond is verkocht.

Hoewel B&W haar goedkeuring baseert op het advies van door haarzelf benoemde deskundigen, zijn hun namen onbekend en mogen die ook niet bekend gemaakt worden. Hoewel de keuze voor de contractpartner wordt gerechtvaardigd op basis van zijn solvabiliteit, wordt het bewijs van die solvabiliteit niet geleverd.

Daardoor blijft het feit overeind, dat de gemeente een miljoenenovereenkomst onderhands heeft gegund aan een pas opgerichte BV, zonder enige ervaring en met een geplaatst kapitaal van € 201,-.

Er bestaat geen vergelijking tussen de geraamde opbrengst voor de ontwikkelaar en de geraamde uitgaven die hij (t.b.v. de openbare ruimte) heeft gedaan. Dus, hoewel het hier  om een “quid pro quo” transactie gaat, blijkt de gemeente niet in staat om duidelijkheid te verschaffen over de waarde van het een, ten opzichte van de waarde van het ander.

Deze gang van zaken staat niet op zichzelf. Hetzelfde gebeurt bij de vaststelling van de kosten van de verzwaring van het elektra-netwerk in de Drommedaris. Ook toen bleken documenten die bij elk bedrijf met een normale bedrijfsvoering worden uitgemaakt, zoals een factuur, niet in de gemeentelijke administratie aanwezig te zijn.

Wel aanwezig was een offerte, met kosten voor werk dat niet was uitgevoerd. Maar die wel werd gebruikt om van de raad een hoger (dan noodzakelijk) krediet los te praten.

Dus waar de gemeente jaarlijks € 60.000,- overmaakt om “ondermijning” te bestrijden speelt ze potentiële “ondermijners” in de kaart met haar werkwijze en haar weigering daar inzicht in te geven. Dat noemen we gewoonlijk “het hinken op twee gedachten”.

Discreet stilzwijgen.

Op 7 juni stelt Enkhuizen Vooruit een aantal schriftelijke vragen. Op 25 juni worden die vragen door het college beantwoord.

In haar antwoord op vraag 1 stelt het college het volgende.

Eerst na de overname van de aandelen door de nieuwe aandeelhouder is de statutaire zetel van deze vennootschap gewijzigd. Ook na de overname van de aandelen is en blijft OREZ B.V. onze contractpartner.

Dat vanaf dat moment de diverse wijzigingen, waaronder het bezoekadres, worden doorgevoerd in de reguliere registers is niet meer dan normaal.

Om te beginnen kan worden vastgesteld dat (anders dan door B&W wordt beweerd) de statutaire zetel niet is gewijzigd. En daarmee is er ook geen “bewijs” dat andere zaken (zoals het vestigingsadres) wel zouden zijn gewijzigd na overname van de aandelen.

Bovendien, de aandelen van Orez BV zijn helemaal niet van eigenaar verwisseld.

Dus de bewering, dat het bezoekadres is veranderd als gevolg van de overname, snijdt geen hout. Bovendien, wél een vestingsadres veranderen, maar niet het tijdstip waarop die verandering wordt doorgevoerd vermelden, is volstrekt ongeloofwaardig.

Dat in de eerste (vrijblijvende) fase het correspondentieadres van Tuin en consorten de  Kanaalkade 65A, 1756 AD ’t Zand was zal ongetwijfeld waar zijn.

Maar toen die gesprekken tot serieuze afspraken leken te gaan leiden werd er op 16-06-2016 een rechtspersoon in het leven geroepen (Orez BV) die de beoogde contractpartij voor de gemeente zou zijn.

En die rechtspersoon was (net als de eigenaar van die rechtspersoon) gevestigd op het zelfde adres als Droomparken. En zolang er geen keihard bewijs is van het tegendeel, is het volstrekt verantwoord er van uit te gaan dat, vanaf het moment van oprichting, Orez BV niet meer was dan een voor Droomparken werkende katvanger.

Nu begrijp ik ook wel, dat het voor een college moeilijk is te erkennen, dat ze (in plaats van ergens de regie over te voeren) zich op groteske wijze om de tuin heeft laten leiden.  Maar is dat voldoende rechtvaardiging om de raad (en daarmee indirect ook ons) voor te liegen?

Voor de gewone burger misschien niet, maar volgens de Enkhuizer bestuurscultuur is  vrijwel alles geoorloofd als het gaat om de eigen tekortkomingen te verbergen.

En dank zij het discrete stilzwijgen (dat college en raad uiteindelijk toch in acht zullen nemen), zullen we nooit weten of de gemeentelijke onderhandelaars zich op kinderlijk eenvoudige wijze om de tuin hebben laten leiden, of dat de hele gang van zaken een doorgestoken kaart was, met als oogmerk gemeentelijke eigendom (voor een appel en een ei) van de hand te doen.

Spuit 11

Had ik net besloten om het, net als de raadsleden wat rustiger aan te doen, krijg ik vanuit lokale politieke kringen een “deal” aangeboden.

Als ik de politiek niet langer aan de kaak stel, dan stelt de anonieme aanbieder mijn blog niet langer aan de kaak. Anders gezegd, als ik mijn recht op vrije meningsuiting opgeef, dan zal hij, de anonieme trol, mij niet langer lastig vallen met op de persoon gerichte aanvallen.

De trol  in kwestie opereert onder de naam van Ilias Abou Ab, maar sinds kort noem ik hem Spuit 11, omdat hij alleen maar met modder kan spuiten. Niet altijd trouwens, in andere situaties, waar ik niet bij betrokken ben, hanteert hij de argumenten van een gewoon politicus.

Dat wil zeggen, de schuld ligt niet bij ons (politici), maar bij al die anderen. Inclusief de gewone burger. De standaard uitvlucht van veel politici.

Enfin, ik doe uiteraard geen zaken met anonieme loopjongetjes, die waarschijnlijk een loopbaan in de lokale politiek in het vooruitzicht is gesteld, als ze er in zouden slagen een politieke criticaster de mond te snoeren.

Overigens kan ik dit streven (tegenstanders de mond snoeren) niet los zien van het streven naar een raadsbreed akkoord, die een weerspiegeling is van de verhoudingen binnen de Volksrepubliek China of, zo men wil, dichter bij huis, in de voormalige DDR.

Kortom, de bekende twee-eenheid. Enerzijds de nadrukkelijke wil om eenheid van opvatting uit te stralen en anderzijds dissidenten het leven zo moeilijk mogelijk maken. Zo nodig door het gebruik van anonieme kwelgeesten als Spuit 11.

Maar dat gezegd hebbende eerst nog even een korte vakantie om geheel in de geest van het orakel van Enkhuizen “stil en rustig na te denken over de eventuele smoezen die we nodig hebben om voor de rest van de bevolking aannemelijk te maken, dat dit resultaat (voor wat betreft het recreatieoord) precies datgene is, wat ons (als raad en college) altijd voor ogen stond.”

Waan van de dag.

Volgens de raadsbrief van 13 november 2018 was de anterieure overeenkomst met Orez bv  gesloten en werd ze ter inzage gelegd.

Met de mededeling, dat er tegen de gesloten overeenkomst geen bezwaar of zienswijze kon worden ingediend. Dat is formeel juist. Tegen de verkoop van grond kan de raad (of wie dan ook) achteraf geen bezwaren inbrengen, die tot gevolg hebben dat de verkoop ongedaan zou kunnen worden gemaakt.

Het college is namelijk bevoegd tot verkoop krachtens artikel 160, eerste lid onder e van de gemeentewet.

Echter, artikel 169.4 van de gemeentewet bepaalt het volgende:

4. Zij (het college) geven de raad vooraf inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder e, f, g en h, indien de raad daarom verzoekt “of indien de uitoefening ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente. In het laatste geval neemt het college geen besluit dan nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen.”

De gemeentewet lijkt me in dit verband duidelijk genoeg. Het college neemt geen besluit over de verkoop van gronden dan nadat zij de raad in de gelegenheid heeft gesteld om haar bezwaren tegen die verkoop kenbaar te maken.

Aangezien het besluit genomen was en de raad nooit in staat gesteld is om haar wensen en bezwaren tegen de verkoop kenbaar te maken, heeft de verkoop niet overeenkomstig de gemeentewet (artikel 169.4) plaatsgevonden.

Of dit een ontbindende voorwaarde van de verkoop is, waag ik te betwijfelen. Dat dit, in strijd met de gemeentewet handelen, de griffier ( die geacht moet worden op dit vlak de raad te adviseren) niet is opgevallen valt te betreuren.

Of dit gevolgen moet hebben voor degenen die doelbewust hebben meegewerkt aan het ontwijken van de wettelijke voorschriften, is aan de raad om te bepalen.

De tot dusver meest gebruikelijke gang van zaken is, dat de raad de schouders ophaalt en zich stort op de waan van de dag.

Nogmaals Nicolaas Stegeman

In mijn vorige column vroeg ik me af wie Nicolaas Stegeman eigenlijk was. De man die me (op Facebook) er van beschuldigde met modder te gooien naar HEA. Een politieke partij in Enkhuizen waarvan Hans Langbroek raadslid is.

Stegeman uitte zijn beschuldigingen naar aanleiding van mijn column WEEFF-foutje. Daarin vraag ik me af of het van WEEFF wel zo verstandig is om Wim Langbroek te laten bepalen of de opvattingen die Hans Langbroek (zijn oudere broer) naar buiten brengt nieuwswaardig genoeg zijn om door WEEFF als nieuws te worden verspreid.

Daarop wordt door Nicolaas Stegeman furieus gereageerd. Me dit afvragen staat volgens hem gelijk aan modder gooien naar HEA. De naam HEA wordt in mijn column nergens genoemd.

Ik mijn vorige column stelde ik vast, dat Nicolaas Stegeman een “fake” account is. Dat heeft er inmiddels toe geleid dat al de door mij genoemde bewijzen inmiddels alweer van zijn account zijn verwijderd.

Blijft de vraag wie is de eigenaar van het fake Facebook account (dat nog steeds actief is en nog steeds probeert vrienden te maken in de groep “Je bent een echte Enkhuizer als”). Het antwoord zit verscholen in het bovenstaande screenshot.

Het werd me toegezonden door Nicolaas Stegeman.

Het is een screenshot van de computer die is ingelogd op de Facebookpagina van Hans Langbroek. Degene die heeft ingelogd heet Wim en zijn beeldmerk is het beeldmerk van Wim Langbroek.

Kortom, Wim Langbroek gebruikt Nicolaas Stegeman als zijn schuilnaam en onder die schuilnaam beschuldigt hij mij van van alles en nog wat. Waarbij Nicolaas Stegeman opvallend veel steun krijgt van een tweetal andere “lege” accounts. D.w.z accounts die geen informatie bevatten over de eigenaar en daarom (voor hetzelfde geld) ook eigendom van Wim Langbroek kunnen zijn.

Nicolaas Stegeman kan niet nalaten om op zijn account te pochen over het resultaat van zijn schermutselingen met mij. Op dat moment zit hij nog in zijn rol als nieuwkomer die net vanuit Den Haag is gearriveerd. Een rol die hij inmiddels weer achter zich heeft gelaten. Dus plaats ik zijn opmerkingen daarover voordat hij die ook verwijderd heeft.

modder

Tot slot, de oorspronkelijke vraag in mijn column WEEFF-foutje was, doet WEEFF er verstandig aan Wim te laten beoordelen of wat Hans zegt nieuwswaardig is? Wim had  via zijn eigen account daar antwoord op kunnen geven, maar hij koos er voor om mij (onder een schuilnaam) te belasteren.

Wat mij betreft hoort zo iemand niet thuis in een door de overheid gesubsidieerde organisatie die zich tot doel stelt nieuws te verspreiden.

Verder wil ik er op wijzen, dat ik over geen enkele aanwijzing beschik dat het raadslid Hans Langbroek ook maar iets te maken heeft gehad met de activiteiten van zijn jongere broer.