Aan- en verkopen

Gemeentelijke aan- en verkopen worden gewoonlijk gedaan onder het voorbehoud dat de raad er zijn goedkeuring aan dient te verlenen.

Het bijzondere aan de verkoop van grond aan Orez bv is, dat zij zonder tussenkomst van de raad kon plaatsvinden. Omdat het college (door middel van de go/no go beslissing) de raad op voorhand om toestemming tot verkoop had gevraagd. En een meerderheid van de raad daar mee had ingestemd. Zie ook “Mantel der Liefde”.

Maar in het proces zijn meer momenten waarvan je je kunt afvragen, zou het niet beter zijn geweest als de raad over dit onderdeel om een uitspraak zou zijn gevraagd? Zo was het uitgangspunt voor de onderhandelingen met Orez bv, dat de grond 30 jaar lang vrij van erfpacht zou worden uitgegeven.

Op een onbekend moment en zonder toelichting is dat uitgangspunt verlaten.

Tijdens de presentatie van het voorlopige plan heb ik specifiek gevraagd of het plan op erfpacht of op koopgrond was gebaseerd. Als antwoord werd gegeven “verkoop”. Op mijn blog heb ik diverse keren melding gemaakt van deze beleidswijziging.

Voor zover ik heb kunnen nagaan is de raad nooit geïnformeerd over deze wijziging in het uitgangspunt. Er is in openbare vergaderingen ook nooit een vraag over gesteld.

Ten tweede waren de gesprekken tussen Orez en de gemeente aanvankelijk vrijblijvend. Ergens in het proces is die vrijblijvendheid omgezet in een verplichting ten opzichte van Orez bv. Wie daar verantwoordelijk voor is geweest is onduidelijk. Naar verluidt heeft wethouder Kok op de dag van zijn vertrek een overeenkomst tussen Orez en gemeente getekend.

Of dat waar is en wat de betekenis van die overeenkomst is weet ik niet. Wel weet ik dat het past in de Enkhuizer bestuurscultuur, omdat wethouder Boland 14 dagen voor de verkiezingen een overeenkomst wijzigde met weer een andere ontwikkelaar: “de Nijs”.

Nu het vast staat, dat het grootste deel van het Enkhuizer Zand in andere handen zal overgaan denk ik, dat college en raad zonder verdere terughoudendheid helderheid moeten verschaffen over bovengenoemde zaken.

Niet alleen in een besloten bijeenkomst ten opzichte van elkaar, maar in een openbare bijeenkomst ten behoeve van de hele bevolking.

Goud waard

geldbuidelEen maand of wat geleden deed verslaggever Cees Beemster in de Enkhuizer Krant verslag van de stand van zaken op het REZ. Algemene indruk, alles loopt op rolletjes, niets aan de hand.

Afgelopen dinsdag deed verslaggeefster Tanja Koopen in de Enkhuizer Krant verslag van de plannen die de eigenaar van het strandpaviljoen en de zeilschool bij de gemeente heeft ingediend.

Ik wil niet vervelend doen, maar beide verslagen kunnen niet tegelijkertijd waar zijn. Als Cees gelijk heeft, dan heeft het indienen van de plannen van de eigenaar van het strandpaviljoen (hoe sympathiek die ook mogen zijn) geen enkele zin.

Immers zijn paviljoen zal eerdaags moeten verhuizen naar de uiterste noordkant van het REZ waar hij (vanuit een nog te graven haventje) zijn zeilschool gaat exploiteren. Dat zal nog geen geringe klus blijken te zijn omdat, zodra je dat haventje verlaat, je in (nu nog) voor boten verboden gebied terecht komt.

De bestaande haven, die hij nu wil opknappen, verdwijnt helemaal. In plaats daarvan komen vakantiebungalows, te realiseren door Orez waarmee, als ik het goed heb begrepen, de gemeente een overeenkomst heeft gesloten. Sterker nog, er is mij verzekerd dat het tekenen van die overeenkomst zo ongeveer de laatste formele daad van wethouder Kok is geweest.

kok-1
handtekening

Zodat het hoogst onwaarschijnlijk is dat we ooit (zonder kosten te maken) van die lokale gelegenheidscombinatie afkomen.

En dat is weer niet onbelangrijk, omdat ik me ook heb laten wijsmaken dat het ZZM zich tot het uiterste zal verzetten tegen de bestaande plannen.

Tenminste, als de raad er (net als het college) van uit blijft gaan dat de toekomstplannen van het ZZM minder gewicht in de schaal leggen dan de Enkhuizer wens tot het bouwen van tweede huisjes.

En een procedure bij de Raad van State neemt al snel 5 jaar in beslag, dus voordat het eerste huisje gebouwd gaat worden hebben we het al gauw over 2023.

Maar het kan natuurlijk ook zo zijn, dat het eerdere verslag van Cees inmiddels achterhaald is en men er bij de gemeente inmiddels zelf ook al achter is dat de plannen van Orez geen enkele kans van slagen hebben. Mij zou dat in ieder geval niet verbazen.

Blijft de vraag of Orez zich, na al het werk dat ze heeft verricht, zich zo maar de laan uit laat sturen. Het zou best eens kunnen zijn dat de op het laatste moment door Kok gezette handtekening (voor Orez) goud waard blijkt te zijn.

Misverstand?

kok-1
Misverstand?

Vandaag een hele pagina in de Enkhuizer Krant over zieltogend groen in Kadijken. Wethouder Kok en ambtenaar Meester geven een verklaring. Ik citeer de krant.

“Er is met aannemer Scholtens een misverstand geweest over de overdracht, waardoor bomen op met name het Katschip niet de zorg hebben gekregen die ze eigenlijk hadden moeten hebben.

In het bestek stond dat de aannemer het onderhoud zou doen tot een jaar na aanplant, terwijl wij dachten tot een jaar na oplevering. Dat misverstand zorgde ervoor dat volgens de gemeente een tiental bomen het loodje legde.”

Dat is uiteraard geen misverstand, maar een domme fout van de gemeente, waar men kennelijk het verschil niet weet tussen een jaar na aanplant en een jaar na oplevering. 

Maar gelukkig is er een potje van waaruit de gemeente de kosten van domme fouten kan betalen. Niets aan de hand dus. De gemeente heeft overal “potjes” van waaruit domme fouten (pardon misverstanden) kunnen worden betaald.

Wij kunnen rustig verder gaan op de ingeslagen weg.

Hoe kan het toch, dat als een uit vrijwilligers bestaand bestuur van een speeltuinvereniging vergeet tijdig subsidie aan te vragen (omdat men bezig is met het opknappen van de speeltuin) dit door de gemeente wordt aangemerkt als een “fout” waar financiële gevolgen dienen te kleven?

Terwijl soortgelijke fouten van de gemeente worden aangeduid als “misverstand”.

Waarbij er bovendien altijd weer “potjes” beschikbaar zijn waaruit de gevolgen van dit soort “misverstanden” weer ongedaan kunnen worden gemaakt.

De inwoner die het zieltogende groen aan de orde heeft gesteld trekt zijn eigen conclusie. Ik citeer wederom de krant.

“Echt schokkend hoe men reageert. Ik word weggezet als een onnozel burgertje, dat maar wat aanlult. Badinerend en kleinerend. Maar ik had niet anders verwacht. Deze stad is niet van de burgers, maar van het college, de raad en de ambtenaren.’’

Ik denk dat hij met deze conclusie de spijker op de kop slaat.

Hamerstukken

olierook 2
Vette pech

Vette pech noemt wethouder Olierook het feit dat (tot driemaal toe) de ambtenaar (belast met de ondersteuning van de WMO raad) de organisatie heeft verlaten voordat hij/zij die werkzaamheden ter hand kon nemen.

Zou dat bij elke andere werkgever zijn gebeurd, dat zou de SP allang een werkgroep hebben gestart met als oogmerk een zwartboek te produceren waarin het personeelsbeleid van die organisatie aan de kaak zou worden gesteld. In dit geval doet men er het zwijgen toe.

Immers, nummer vier is inmiddels aangenomen en wellicht blijft die langer dan een paar maanden.

Een verklaring voor dit opeenvolgende vertrek kon Olierook niet geven. Hij is namelijk niet verantwoordelijk voor de organisatie. Dat is burgemeester Baas en die weet gewoonlijk alleen maar te melden dat alles op rolletjes loopt.

Misschien moet Baas eens kijken op de vernieuwde website van Nieuw Enkhuizen. Daar vertelt raadslid de Jong het verhaal van een burger die zonnepanelen op zijn dak wil installeren.

De gemeente weigert toestemming te geven, wat de betreffende burger merkwaardig vindt, omdat 20 meter verder in de straat iemand wel toestemming heeft gekregen. Bovendien realiseert Welwonen verderop in de straat een nieuwbouw project waarbij (U raadt het al) de daken worden voorzien van zonnepanelen.

Deze kwestie is in de deskundige handen van Michel de Jong dus ik wil me er verder niet mee bemoeien, maar om Baas op zijn woord te blijven geloven (over die soepel werkende organisatie) vind ik (eerlijk gezegd) net iets teveel gevraagd.

Het valt me trouwens ook op, dat Olierook nog geen uitsluitsel heeft gegeven over de bemiddelingspoging tussen de gemeente en de stichting Drommedaris over de betaling van een elektra-rekening aan de aannemer die de Drommedaris verbouwde.

Voor wie niet meer weet hoe dat ook al weer zat. Olierook wilde de aannemer wel betalen en vroeg daarom om een krediet van € 100.000,- aan de raad.

Die heeft hem dat krediet geweigerd, zodat (in theorie) de aannemer niet kon worden betaald voordat het geschil met de stichting Drommedaris was opgelost.

Olierook dacht daar een paar maanden voor nodig te hebben, maar we zijn inmiddels een jaar verder. Om druk op de ketel te zetten besloten SP en NE destijds om de nieuwjaarsreceptie te boycotten, maar klaarblijkelijk heeft dat ook geen effect gehad want de kwestie is nog steeds niet opgelost. Althans zo lijkt het.

Volgens mij is die aannemer allang betaald, wat er formeel op zou neerkomen dat de wethouder een motie van de raad niet heeft uitgevoerd.

Normaal gesproken is dat een ernstig vergrijp, maar de ervaring leert dat de meerderheid van de raad daar niet zo zwaar aan tilt. Het streven is om de zaken toch vooral “gezellig” te houden en mekaar niet lastig te vallen met zaken van principiële aard.

De gebruikelijke gang van zaken is om zo’n vergrijp te melden in een raadsvergadering met “zware” agendapunten, zodat niemand er verder aandacht aan besteedt.

kok-1
Hamerstuk

Hetzelfde geldt trouwens ook voor dossier Oksel.

Ook daarin zijn raadsbesluiten genegeerd, maar het archief is via het raadsinformatiesysteem niet langer bereikbaar en de meeste zittende raadsleden hebben geen flauw benul waar het over gaat.

Wethouder Kok is inmiddels al weer bijna een jaar bezig met iets wat hij bestuurlijk overleg noemt.

De uitkomst is natuurlijk allang bekend, het wachten is op een raadsagenda die zo overladen is dat niemand er aandacht aan zal schenken en het als hamerstuk kan worden afgedaan.

In de schoenen van de wethouder

schoenen?
schoenen?

Goed, we mogen dus allemaal eventjes in de schoenen van parkeerwethouder Kok gaan staan door op www.parkereninenkhuizen.nl een enquête in te vullen. Althans dat las ik in de Enkhuizer Krant van gisteren.

Omdat ik de beroerdste niet wil zijn heb ik meteen even gekeken en ben ik begonnen met het beantwoorden van de vragen. Helaas raakte ik na verloop van tijd zo geïrriteerd dat ik de enquête niet heb afgemaakt.

De reden voor mijn irritatie betrof het feit dat me iedere keer met nadruk werd gevraagd een antwoord te geven alsof ik wethouder van Enkhuizen was.

Dat ben ik niet en ik heb ook geen enkele ambitie in die richting. Ik vind het daarom een flauwekul vraag, maar ik snap wel, dat wethouder Kok het een normale vraag vindt.

Immers, tijdens de verkiezingscampagne riep hij als lijsttrekker uitbundig dat hij tegen betaald parkeren was, terwijl hij twee maanden daarvoor als lid van het college de (gefaseerde) invoering van betaald parkeren had onderschreven.

Voor politici misschien een doodnormale zaak, zo’n gespleten persoonlijkheid, maar voor gewone burgers toch een heidens opgave, die steeds meer irritaties opriep.

Ik denk namelijk dat dit beantwoorden van vragen, alsof je wethouder bent, niet meer dan een gimmick is, waarmee het onderzoeksbureau zijn waren aanprijst. Een beetje te vergelijken met de geheimzinnige werkzame bestanddelen waarmee ze huid crèmes aanprijzen.

Kok is daar kennelijk voor gevallen. Vanwege de aanbeveling van een professor. Allemaal prima wat mij betreft, maar we hebben inmiddels al 5 van die onderzoeken achter te rug. In de meeste gevallen resulteren die alleen maar in vervolgonderzoeken of opdrachten aan bevriende relaties.

Ik heb op dit blog inmiddels 114 keer over parkeren geschreven. Dat is meer dan wat welke politieke partij daarover naar buiten heeft gebracht, terwijl het onderwerp me nauwelijks iets kan schelen.

Of er nu wel of niet betaald parkeren wordt ingevoerd zal me worst zijn. Het enige wat me stoort is, dat we een beleidsambtenaar en een wethouder parkeren in dienst hebben die kennelijk geen van beiden in staat zijn om het probleem af te bakenen dat men (door de inschakeling van derden) denkt te kunnen oplossen.

Als we nu eerst eens zouden vaststellen wat het probleem is, dan zouden we daarna eens kunnen gaan nadenken over wat daarvoor de oplossing zou kunnen zijn.

Nagelaten

Zondag!!! viel de CDA folder bij me in de bus. Op de voorpagina het vertrouwenwekkende gezicht van oud-wethouder Kok.

Daaronder de slogan “Enkhuizen op orde”. Dat was even schrikken. Verkeerde ruim een jaar nadat Kok (en zijn collega’s) zichzelf een sabbatical hadden gegund de stad opeens in wanorde? Niets van gemerkt.

cdaEn is Kok de aangewezen man om die wanorde te herstellen?

Van de vorige verkiezingen herinner ik me nog dat Kok (als collegelid) een voorstel tot betaald parkeren aan de raad had voorgelegd, maar dat hij als lijsttrekker rondtoeterde tégen betaald parkeren te zijn.

Een gewoon mens raakt van dergelijke tegenstellingen een beetje in verwarring, maar een gepokt en gemazeld politicus als Kok natuurlijk niet.

Terug naar de wanorde.

Op pagina 2 wordt duidelijk wat het CDA daarmee bedoeld. Het CDA wil dat het achterstallig onderhoud in de stad beter wordt aangepakt met als illustratie een brug waarvan de leuning door een stagiaire lijkt te zijn geschoord.

Maar wacht even.

Heeft het CDA (van de afgelopen 8 jaar) niet bijna 7 jaar deel uitgemaakt van het college? Is het achterstallig onderhoud dat ze nu zo dapper vaststelt niet mede aan haarzelf te wijten?

De oplossing die het CDA aandraagt heeft de charme van kinderlijke eenvoud.

Besparen, door jaarlijks onderhoud uit te stellen leidt tot niets. De rekening wordt alleen maar later gepresenteerd en ondertussen verpaupert de stad. Voldoende reserveren en doelmatig en regelmatig onderhoud is wél de oplossing.

Krachtige taal waar geen speld tussen te krijgen is.

Had het CDA dat de afgelopen 7 jaar maar gedaan toen ze nog in het college zat. Dat is er helaas niet van gekomen en dus is de pot voor onderhoud na 2017 leeg.

Dat is nog ver weg, dat weet ik, maar volgens de programmabegroting van 2013 (de laatste begroting die het vorige college indiende) zat er in de tienjaren prognose al een gat van 5 miljoen voor wat betreft de geraamde onderhoudskosten.

Dat wil zeggen, dat er tussen 2013 en 2023 zo’n 5 miljoen euro gevonden moet worden om het stadsonderhoud veilig te stellen.

Voor dat “vinden” zijn er drie oplossingen. Je verhoogt de lasten voor de burger. Je bespaart elders op de begroting of je gebruikt de algemene reserve (spaarpot) om het tekort aan te vullen.

De folder vermeldt helaas niet welke oplossing het CDA voorstaat. En daarmee is ook meteen het nut van dit soort verkiezingsfolders aangegeven.

Gewoon iets roepen waar iedereen het mee eens is, maar er niet bij zeggen wat het kost en hoe het betaald moet worden.

Waarbij gezegd moet worden, dat het CDA niet de enige partij is die deze tactiek hanteert.

Maar waarom zou je in hemelsnaam moeten stemmen op een partij die beweert dat ze de komende 4 jaar zal doen, wat ze de voorafgaande 7 jaar heeft nagelaten?

Nieuwsgierig

Begin april stelde Hans Langbroek een tweetal vragen over het innen van parkeerboetes van buitenlanders.

Daarmee loste hij een eerder op dit blog gedane belofte in.

Ik had hem er namelijk op gewezen dat de suggestie van wethouder Kok, dat die boetes op grond van overeenkomsten met buitenlandse overheden normaal werden geïnd, niet op waarheid berustte.

Mijn informatie was namelijk, dat het staand beleid was, dat dergelijke boetes niet werden uitgeschreven, omdat de inning onmogelijk was, dan wel dat de kosten daarvan zo hoog waren dat het innen van een boete meer kostte dan het opleverde.

En als ik zo iets weet, dan is het redelijk te veronderstellen dat de verantwoordelijke wethouder het ook weet.

Waaraan je dan weer de pijnlijke conclusie kunt verbinden dat de wethouder er kennelijk geen probleem mee heeft om raadsleden onjuist en onvolledig te informeren.

Dat laatste is echter een politieke doodzonde en niet zonder reden. Het verschil in kennisniveau tussen dagelijks bestuur (B&W) en degene die haar moeten controleren is zo groot, dat van een effectieve controle alleen maar sprake kan zijn als raadsleden er blind op kunnen vertrouwen de de aan hun verstrekte informatie volledig en correct is.

In vrijwel alle gevallen ontberen de raadsleden namelijk de kennis en mogelijkheid om de aan hun verstrekte informatie op hun juistheid te beoordelen.

Wethouder Boland heeft dat in het verleden nogal dwingend geformuleerd door op kritische vragen te antwoorden. “Ik heb het vertrouwen van een meerderheid van de Raad en dan MOET U er van uit gaan, dat hetgeen ik U vertel juist is”.

Je mag het oneens zijn met de opvattingen van een wethouder, maar je mag nooit twijfelen aan de juistheid van de beweringen waarmee hij die opvattingen staaft.

Kortom, twijfelen aan de juistheid van de beweringen van een gezagsdrager ligt nogal gevoelig.

Gelukkig is er altijd nog een ontsnappingsclausule voor politici. Niet dat ze die graag gebruiken, want het komt neer op de erkenning dat ze iets niet wisten.

De termijn waarbinnen de vragen van Langbroek beantwoord hadden moeten zijn is inmiddels verstreken. Mogelijk heeft dat te maken met zijn tweede vraag, die ik zelf een beetje onzinnig vind.

Je kunt van een wethouder van een kleine gemeente niet verwachten dat hij acties gaat ondernemen die er in resulteren dat Enkhuizer parkeerboetes wel in het buitenland kunnen worden geïncasseerd.

Maar dat neemt niet weg dat ik nieuwsgierig ben naar het antwoord op zijn eerste vraag.