Besluiten voorbereiden.

Kijk aan, het Forum voor Democratie is ook in Enkhuizen de grootste partij geworden. Ze is voorstander van referenda, net als bijvoorbeeld de SP en de PVV.

Tegenstander van referenda zijn de traditionele partijen van VVD tot GroenLinks en wat daar allemaal tussen zit. Als we een nieuwe links/rechts tegenstelling zouden mogen benoemen, dan zou je de voorstanders van referenda “links” kunnen noemen en de tegenstanders van meer zeggenschap voor de burger “rechts”.

Op basis van die indeling heeft tijdens de PS verkiezing 47.8 % van de Enkhuizers links gestemd (op relatief nieuwe partijen die voorstander zijn van directe democratie) en 52,2% op rechts. (Partijen die liever vertrouwen op de beproefde methode, waarbij door ons gekozen vertegenwoordigers (uit onze naam) besluiten nemen.

Er is in Enkhuizen nog net geen meerderheid voor het nieuwe “links”, maar wel is het zo dat “rechts” (de traditionele politiek dus) al jaar na jaar terrein verliest.

Vertalen we deze indeling naar de huidige gemeenteraad in Enkhuizen, dan bestaat het linkse deel van de raad dus uit de SP en de 3 lokale partijen en het rechtse deel uit VVD, D66, CDA, PvdA en CU/SGP.

sedHet bijzondere van Enkhuizen is echter, dat de democratische tweedeling is afgeschaft en er nu gewerkt wordt met het SED principe, dat er op is gebaseerd dat we met zijn allen de beste bedoelingen hebben met iedereen. En dat in de voormalige DDR zulke wonderen te weeg heeft gebracht.

Enfin, over hoe je zo’n raadsbreed akkoord inhoud geeft is een ochtend lang vergaderd en vervolgens heeft de griffier het resultaat van die vergadering verwerkt in een echte flow-chart, die hierboven is afgebeeld.

De chart en bijbehorende uitleg kunt u hier vinden.  De werkwijze is inmiddels door het presidium goedgekeurd, zodat het ook zal worden goedgekeurd door de raad op dinsdag 26 maart.

De nieuwe werkwijze doet me duizelen en ik vraag me serieus af of de raadsleden zelf wel begrijpen waar ze straks mee instemmen, maar dat is niet het belangrijkste. Het belangrijkste lijkt me, hoe je die werkwijze uitgelegd krijgt aan de gewone burgers. Zodat ze in staat zijn om te participeren in de besluitvorming.

Iets waarvan elke partij roept, dat ze er voorstander van is. Maar zoals het er nu naar uit ziet zijn de procedures alleen maar ingewikkelder en bureaucratischer geworden. Waardoor de kans, dat juist iedereen afhaakt, levensgroot is.

Gelet op het feit dat de initiatiefnemers van het raadsbrede akkoord ambtenaren zijn, of zijn geweest, komt het natuurlijk niet helemaal als een verrassing, dat de uitwerking van het raadsbrede akkoord neerkomt op minder transparantie en meer bureaucratie.

Maar, gelet op de verkiezingsuitslag van afgelopen woensdag, bekruipt me het gevoel, dat in plaats van de besluitvorming ingewikkelder te maken, het veel verstandiger zou zijn geweest ze eenvoudiger te maken.

Maar leg dat maar eens uit aan hen, die (in besloten presidium vergaderingen!) besluiten voorbereiden, waarmee ze ons een plezier willen doen.

Advertenties

Tweedeling.

Hoewel politiek Enkhuizen dolgraag de indruk wil wekken dat, dank zij het raadsbrede akkoord, alle tegenstellingen uit de weg zijn geruimd en het er verder niet meer toe doet op wie we straks gaan stemmen (iedereen is het met iedereen eens), geloof ik daar niet zo in.

Ook het idee van een grote coalitie vind ik geen verbetering. Liever zie ik dat een meerderheid (coalitie) de verantwoordelijkheid neemt voor het bestuur. Terwijl de minderheid (oppositie) aan de bel trekt als het bestuur op het punt staat om onverstandige besluiten te nemen.

Dat wil niet zeggen dat je als oppositie het per definitie oneens bent met wat het bestuur voorstelt, maar wel, dat je kritisch kijkt naar wat er wordt voorgesteld.

Dus coalitie en oppositie, met een taakverdeling die voor iedereen duidelijk zou moeten zijn, omdat ze beiden nu eenmaal onlosmakelijk deel uit maken van het democratisch proces.

Zo’n tweedeling (coalitie/oppositie) vergemakkelijkt het maken van een keuze. De vraag is alleen, waarop is die tweedeling gebaseerd?

De gebruikelijke tweedeling is natuurlijk links/rechts. Aanvankelijk werd daarmee het onderscheid tussen liberalen en  confessionelen aangeduid. Later stond links/rechts voor de tegenstelling tussen socialisten en liberalen, terwijl er weer later werd gesproken van een tegenstelling tussen progressief/conservatief.

Elke tweedeling is subjectief en bovendien groeien inzichten in de loop der tijden naar elkaar toe. Het heeft dus zin om na te denken over wat de basis van een nieuwe tweedeling zou kunnen zijn. Mijn idee is een tweedeling op basis van bureaucratische en democratische aanpak.

Bureaucratie heeft in de loop der tijden een slechte naam gekregen, maar dat is niet helemaal terecht. Een bureaucratie is een strak gereglementeerde organisatie waarin deskundigheid en onpartijdigheid (normaal gesproken) zijn geborgd.

Voor democratische partijen is de “volkswil” alles bepalend en om die reden zijn ze ook voorstander van directe volksraadpleging door middel van referenda. De SP, de PVV en FvD zijn op basis van die tweedeling dus democratische partijen. Ook de lokale partijen zijn meestal voorstander van een meer directe vorm van democratie.

Tegenover deze democratische partijen staan dan de traditionele, meer bureaucratisch ingestelde partijen, die geen voorstander zijn van directe democratie, maar menen dat de besluitvorming beter kan worden overgelaten aan gekozen afgevaardigden.

Bureaucratische partijen menen ook, dat er een niet onbelangrijke rol is weggelegd voor wat men gewoonlijk het maatschappelijke middenveld noemt.

Beide systemen hebben voor en nadelen. Een overmaat aan directe democratie is net zo min wenselijk als een overmaat aan bureaucratie. Het vinden van de juiste balans lijkt me een taak van de kiezer en niet van een ambtelijke werkgroep.

Het belang van de tweedeling is dat het de kiezer aanmoedigt om na te denken over zijn keuze tussen een bureaucratische en democratische aanpak. Om vervolgens een partij te kiezen die zo’n aanpak onderschrijft.

Op basis van het onderscheid tussen een bureaucratische en democratische aanpak kom je in Enkhuizen op een coalitie van bureaucratische (landelijke) partijen. De oppositie zou in dat geval worden gevormd door de SP en de drie lokale partijen.

Zoals er binnen een coalitie wordt samengewerkt zou er ook binnen een oppositie samen moeten worden gewerkt.

Recentelijk is duidelijk geworden, dat de lokale “bureaucratische” partijen een totaal andere opvattingen hebben over de openbaarheid van bestuur, dan de “democratische” partijen in de Enkhuizer raad.

Wat mij betreft een principieel verschil, dat voor de “democratische” partijen reden zou moeten zijn om zich te herbezinnen op hun deelname aan de raadsbrede coalitie.

Angst voor het verlies van status?

Op basis van de drie presidium vergaderingen die ik heb bijgewoond, is mijn conclusie, dat deze bijeenkomsten een veel beter beeld geven van het werk dat raadsleden doen, dan het beeld dat door raadsvergaderingen wordt opgeroepen.

Dat zijn namelijk tamelijk rigide bijeenkomsten. Voornamelijk gevuld met vooraf bepaalde (en voorgelezen) standpunten.

Doel van de raadsvergadering is het nemen van besluiten. Gewoonlijk staat het in te nemen standpunt (met betrekking tot het besluit) vast. Met als gevolg, dat er zelden pogingen worden ondernomen om anderen er van te overtuigen, dat ze hun (eerder ingenomen) standpunt zouden moeten wijzigen.

Discussie haalt zelden iets uit. Raadsvergaderingen behelzen gewoonlijk niet meer dan een slaapverwekkende opeenstapeling van stemverklaringen.

Hoe anders gaat het er aan toe tijdens de presidium vergaderingen. Om te beginnen is de setting veel minder formeel. De uitwisseling van opvattingen is intenser en natuurlijker. Stomp en Van Marle spreken beiden van een ongedwongen sfeer, waarin je veilig “wel” het achterste van je tong kunt laten zien.

Wat mij betreft een prima omschrijving van de sfeer, maar waarom vinden beide heren dat dit deel van hun werk voor de buitenwereld verborgen moet blijven? Angst voor een verlies aan status wellicht? Alles wat geheim is, is natuurlijk belangrijk. En hoe meer er geheim is, hoe belangrijker je functie is.

Persoonlijk vond ik de getoonde bereidheid tot samenwerken in het presidium een veel interessanter aspect van het raadswerk, dan de geforceerde gewichtigdoenerij tijdens de raadsvergaderingen.

Het idee is nu, om het debat in de raadszaal te verlevendigen door interpellatie (ook in eerste instantie) toe te staan. Ik ben bang dat dit een deceptie gaat worden. Hoezeer ik ook liefhebber ben van een goed debat, de huidige raad kent maar weinig debaters en we hebben in dit land niet echt een debatcultuur, zoals in het Verenigd Koninkrijk.

Debatteren is een kunst en een debat tussen hen die niet kunnen debatteren ontaard al snel in nutteloos gekibbel. Ik vrees dan ook, dat het dinsdag genomen besluit er op neer zal komen, dat men zinloze geheimhouding heeft ingeruild voor nutteloos gekibbel.

Burgemeester Baas (en ik verwacht niet dat de huidige burgemeester daar anders over denkt), was van mening dat de plek voor het openbare debat de raadszaal was en altijd onder zijn leiding moest plaatsvinden.

Maar waarom stappen raadsleden niet af van het bekrompen idee, dat de opvattingen die ze koesteren alleen maar mondeling mogen worden uitgewisseld? Pas op het moment dat daar een besluit over moet worden genomen en onder het toeziend oog van iemand die een ambtsketting draagt…

Waarom geven zij hun werknemer (de griffier) niet de opdracht om namens het instituut gemeenteraad een weblog op te zetten? Waarop elk raadslid zijn opvattingen over een bepaald vraagstuk kenbaar kan maken. Niet alleen op het moment dat er een beslissing  genomen moet worden, maar ruim daarvoor.

Zodat ze niet alleen met elkaar, maar ook met de kiezers in discussie kunnen gaan over de best mogelijke oplossing van het probleem.

Men roept wel, dat men transparant wil zijn en dat men burgers bij de besluitvorming wil betrekken, maar als puntje bij paaltje komt, kiest men ieder keer weer (uit angst voor het verlies van status vermoed ik) voor beslotenheid en geheimhouding.

 

Geen vuiltje aan de lucht.

Met mijn blog volg ik al meer dan 9 jaar de gemeentelijke politiek. Gedurende die tijd heb ik meermalen mijn verbazing uitgesproken over de verschillende feiten. Zoals daar zijn.

  1. Dat de gemeente  besloot halsoverkop meer dan een half miljoen uit te geven om zeggenschap te krijgen over haar eigen grond, om die zeggenschap (na een paar maanden) weer over te dragen voor een lager bedrag dan wat ze daar zelf voor had betaald.
  2. Dat het rond het SMC gevoerde beleid gedurende de afgelopen 10 jaar tot niet meer  heeft geleid dan dat de betrokken panden van eigenaar zijn gewisseld, maar dat dit “beleid” wel door de voltallige raad is goedgekeurd.
  3. Dat een wethouder, die het budgetrecht van de raad met de voeten trad en meer dan een half miljoen meer uitgaf dan hem door de raad was toegestaan, daarvoor nooit werd berispt, maar met vlag en wimpel werd uitgezwaaid.
  4. Dat de raad nooit is gewaarschuwd voor kostenoverschrijdingen, maar dat het college tot op het laatste moment bleef volhouden dat men bij de verbouwing van de Drommedaris binnen het gestelde budget was gebleven, terwijl achteraf bleek dat het met meer dan een half miljoen was overschreden.
  5. Dat de (met de stichting de Drom) gemaakte afspraken niet werden nagekomen, zodat er onderhands extra subsidies moesten worden verstrekt, die vervolgens met behulp van valse offertes werden gefinancierd.
  6. Dat de gemeente beweert, dat betalingsafspraken met anderen (zoals aannemers) nooit schriftelijk worden vastgelegd.

Het betreft hier maar een kleine bloemlezing. In werkelijkheid gaat het om veel meer zaken waarover ik mij de afgelopen 9 jaar heb verbaasd. Vrijwel altijd keurig onderbouwd en met verwijzing naar de gemeentelijke stukken waarop mijn verbazing was gebaseerd.

Uiteraard betrof het hier kritiek op het functioneren van college en raad. Hoewel beide instanties voortdurend beweren dat zij burgerparticipatie hogelijk op prijs stellen heb ik daar de afgelopen 9 jaar niets van gemerkt. Klaarblijkelijk wordt burgerparticipatie (in de vorm van kritiek op hun functioneren) niet op prijs gesteld.

Daarmee is niet gezegd, dat de raad zelf geen kritiek heeft op haar eigen functioneren, alleen die zelfkritiek is anders dan de kritiek van de buitenstaanders. De kritiek van een buitenstander, waarvan ik hierboven wat voorbeelden heb gegeven, betreft de tamelijk willekeurige toepassing van wat je de democratische spelregels zou kunnen noemen.

Met daarnaast het feit, dat een waarheidsgetrouwe voorstelling van zaken kennelijk niet langer een plicht is van de overheid, maar een keuze mogelijkheid waarvan men, al dan niet en met stilzwijgende instemming van de raad, gebruik van kan maken.

De raad zelf maakt zich echter over geheel andere dingen zorgen, waarbij het meestal gaat over uiterlijk vertoon. Bejegent men elkaar wel met voldoende respect?

Waar mijn kritiek gericht is op de kwaliteit van de besluitvorming is de raad gevoelig voor wat zij een als een aantasting van haar gezag ervaart.

En omdat de raad een slager is die zijn eigen vlees keurt, ontbreekt de noodzaak om zich ook maar iets aan te trekken van (door anderen) geleverde kritiek op de kwaliteit van haar besluitvorming.

En dat heeft ze, de afgelopen 9 jaar, dan ook niet gedaan.

Dat neemt niet weg, dat dit aantoonbare gebrek aan kwaliteit in de besluitvorming de burger in de loop der jaren handen met geld gekost heeft.

Maar zolang de Enkhuizer bevolking het daarvoor benodigde geld blijft ophoesten, is er verder geen vuiltje aan de lucht en kan de raad blijven doorgaan met deze vertrouwde manier van werken.

Taalkundig foefje.

Gisteravond was de laatste “normale” raadsvergadering onder leiding van waarnemend burgemeester A. van Vliet-Kuiper.

Aanstaande donderdag wordt in de Zuiderkerk de nieuwe burgemeester beëdigd door de Commissaris van de Koning.

Als gewoon burger heb je daar natuurlijk niets te zoeken, maar het is toch altijd leuk om te zien welke notabelen de moeite nemen om zich naar voren te dringen.

Enfin, alle door het college aangedragen agendapunten haalden zonder veel discussie de eindstreep. Dat gold echter niet voor de agendapunten die de raad had ingebracht. Die werden, na overleg met het college, ingetrokken.

Vervolgens was het tijd voor het WW ritueel.

Het uitspreken van wederzijdse waardering. Als nestor van de raad was het aan Wim Stolk om de burgemeester te bejubelen, waarna die vervolgens hetzelfde richting de raad mocht doen.

Ik moet zeggen: dat deed ze met verve. De raad van Enkhuizen was (in haar ogen) een geweldige en enerverende raad, die het juiste (en door haarzelf ingefluisterde) besluit had genomen om het (in haar opvatting) achterhaalde coalitie/oppositie denken achter zich te laten en te gaan voor een raadsbreed  akkoord.

Ik vond dat een Trump-achtig compliment. Ook hij heeft namelijk de neiging om anderen te complimenteren vanwege het feit, dat ze zijn gedachtegoed  hebben overgenomen.

Maar zo zal Albertine (zo noemde Stolk de burgemeester), het ongetwijfeld niet bedoeld hebben.

Ze voorspelde, dat de Enkhuizer raad met haar raadsbrede akkoord geschiedenis zou gaan schrijven, maar hier lijkt de wens, de vader van de gedachte.

Ik denk namelijk dat het raadsbrede akkoord niet meer is dan een taalkundig foefje. Met als voornaamste doel het voeren van oppositie te ontmoedigen.

Rookgordijn.

Woensdag in het NHD twee pagina’s (toegegeven meer foto dan tekst) over Chris Aalberts die een boek heeft geschreven over de gemeentepolitiek in Den Helder. Palermo aan het Marsdiep.

Dus wat ik de afgelopen 9 jaar ook heb gedaan. Schrijven over de lokale politiek. Hij over Den Helder (omdat hij daar vandaan komt), ik over Enkhuizen omdat ik er woon.

Qua conclusies ontlopen we elkaar niet veel heb ik de indruk. Aalbers komt tot de conclusie dat raadsleden nauwelijks nog invloed hebben op de gang van zaken.

Ze mogen hun mening geven (zienswijze) over de begrotingen van de Gemeenschappelijke Regelingen waar hun gemeente onderdeel van is.

Zoals daar zijn, regelingen voor vuilnis, veiligheid, gezondheid, milieu. Elke regeling heeft een bestuur dat er op toeziet dat de directie haar werk naar behoren doet.

Het bestuur bestaat uit collegeleden van de aangesloten gemeenten.

Het is de directie van de veiligheidsregio die bepaalt of (bijvoorbeeld) de brandweer van Enkhuizen nog steeds mag beschikken over een hoogwerker.

De raad van Enkhuizen mag daar best een mening over hebben, maar als die mening niet gedeeld wordt door de directie, dan mag het bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling (waarin Enkhuizen een minderheidspositie heeft) de knoop doorhakken.

Heeft de raad nu al weinig invloed, dat zal alleen maar verder verwateren als ze in de toekomst haar invloed moet delen met participerende burgers.

Zitten raadsleden er op te wachten dat gewone burgers zich gaan bemoeien met de wijze waarop ze hun “werk” doen?

En wat te denken van de ambtenaren? Zitten die echt te wachten op inmenging door de  “gewone” burger?

“Burgerparticipatie” is een soort Haarlemmerolie, die de overheid aanprijst als ze zelf geen oplossing weet.

Kan onze overheid de zorg niet meer efficiënt (en tegen acceptabele kosten organiseren) dan is dat geen onkunde van de organisatoren, maar een gebrek aan deelname van de gewone burger en moet de participatiemaatschappij uitkomst bieden.

Kraakt onze democratie in haar voegen, dan is burgerparticipatie de oplossing. Alsof de gemiddelde burger daar zin in (en tijd voor) heeft.

Hem wordt hem in ieder geval niets gevraagd.

Ik vrees dat de zaken gecompliceerder zijn, dan door de overheid wordt voorgesteld en dat al dat geroep om te participeren niet anders is dan een rookgordijn, waarmee men de eigen onmacht tracht te verbergen.

Participatie avant la lettre.

Strikt genomen (burger)participeer ik er al 9 jaar vrolijk op los. Ik lees al die tijd netjes de agenda van de raadsvergadering, bestudeer de onderliggende stukken en schrijf er over op mijn blog. Verder stel ik iedereen, die het niet met mijn bevindingen eens is, in staat erop te reageren.

Meer dan 9 jaar lang, meer dan 2200 bevindingen, bijna 9000 reacties. Dus je zou denken, daar zal de gevestigde politieke orde in Enkhuizen wel blij mee zijn.

Want, nog voor dat zij (de politici) de burgerparticipatie tot speerpunt van hun beleid hadden verklaard, was er in Enkhuizen al iemand die er al mee bezig was.

Helaas heb ik de afgelopen 9 jaar, met uitzondering van Christian Bokhove, nooit enige blijk van waardering mogen ontvangen van leden van de Enkhuizer raad.

Dus, als die nu plotseling gaan roepen, dat ze de gewone burgers (over twee jaar) meer willen betrekken bij de besluitvorming, dan neem ik dat met een korreltje zout.

Dat ze zo graag burgerparticipatie willen roepen ze gewoon, omdat het klaarblijkelijk in de mode is en ze zich “bij de tijd” willen voordoen. Maar ook vanuit de overtuiging dat er toch niemand is die controleert of “wat ze roepen” gemeend of waar is.

Remkes
Nog geen antwoord

In het verleden bleek dat dikwijls NIET het geval te zijn.  Als burgerparticipant heb ik daar dan ook vaak op gewezen, maar dat wordt dan weer niet op prijs gesteld.

Kortom, ik vrees dat het project burgerparticipatie in Enkhuizen geen lang leven zal zijn beschoren.

Hoelang ik mijn eigen participatie avant la lettre nog weet vol te houden weet ik niet.

Ik hoop de 10 jaar nog vol te maken.

Bovendien, zolang ik nog geen antwoord heb op mijn vraag aan de Commissaris van de Koning, “of het de overheid is toegestaan haar burgers (met behulp van valse offertes) te bedriegen” kan van ophouden geen sprake zijn.