Pim's Prietpraat

Bemoeienissen van een buitenstaander

Veel geblaat, maar weinig wol

schapenSchrijven over de lokale politiek heb ik altijd als een soort therapeutische bezigheid gezien. Het bestuderen van beleidsdocumenten en daar dan commentaar opleveren leek me een aardige therapie om mijnheer Altzheimer een stap voor te blijven.

Alleen de intensiteit waarmee ik dat de afgelopen 8 jaar heb gedaan vind ik niet meer vol te houden. Lokale politiek blijft mijn belangstelling houden, maar die belangstelling geldt eigenlijk alleen nog maar de bestuurscultuur die onze lokale bestuurders in stand houden.

Daarover zeggen ze zelf de prachtigste dingen. We willen transparant zijn, we willen de burger betrekken bij de besluitvorming, maar in de praktijk is daar de afgelopen 8 jaar nauwelijks iets van terecht gekomen en ik verwacht ook niet, dat daar de komende 4 jaar iets van terecht zal komen. Veel geblaat, weinig wol, zullen we maar zeggen.

Ik zie de gemeenteraad als een waardevol en benijdenswaardig instituut.

Alleen als degenen die dat instituut inhoud moeten geven er (in mijn ogen) met de pet naar gooien, dan voel ik me gerechtigd daar iets over te zeggen. Per slot van rekening ben ik een Sudeten-Amsterdammer. Dat wil zeggen een Amsterdammer, die niet in Amsterdam woont maar elders. In mijn geval heb ik het grootste deel van mijn leven doorgebracht in Enkhuizen.

En Amsterdammers hebben de vervelende eigenschap dat ze van mening zijn dat ze zich overal mee mogen bemoeien en dat ze ook alleen maar respect hoeven te hebben voor  autoriteiten die dat respect verdienen. Dat zijn er niet veel, maar de recent overleden burgemeester  Eberhard van der Laan was er wel één van.

De subtitel van mijn blog is niet voor niets bemoeienissen van een buitenstaander. Buitenstaander ben ik niet alleen omdat ik geen “echte” Enkhuizer ben (wat trouwens ook geldt voor college en meerderheid van de raad), maar ook omdat ik geen enkele ambitie heb om binnen de politiek te willen functioneren.

Politiek zie ik in de eerste plaats als een noodzakelijk kwaad, dat we (om ongelukken te voorkomen) scherp in de gaten dienen te houden.

Dus, overdreven respect voor de regenten die zich boven ons verheven hebben, is me (als Amsterdammer) niet met de paplepel ingegeven. Dit in tegenstelling tot de “echte”  Enkhuizer. Die viert elk jaar uitbundig een opstand tegen het wettige gezag in 1572, maar dat is volgens mij ook tevens de laatste geweest.

Die bestuurscultuur dus, die tot volle bloeit komt in het Dromdossier. Dat dossier betreft een gift van de maatschappelijke elite aan de burgers van Enkhuizen en zo als dat gaat met giften, heeft de gever (na zijn goede daad) er verder geen omkijken meer naar.

Het onderhoud van de gift is voor degenen die de gift in ontvangst hebben mogen nemen. In dit geval, de burgers van Enkhuizen.

Ik heb begrepen dat de initiatiefnemers voor deze gift (op 1 na) inmiddels allemaal zijn vertrokken en dat de erfenis die ze hebben nagelaten afgewikkeld wordt door anderen.  Zoals bijvoorbeeld wethouder Luyckx, die in december met een afsluitend raadsvoorstel zal komen, waarmee alle nog openstaande vragen zullen worden beantwoord.

Naast de voordelen van deze gift, kent zij (in financieel opzicht) wat nadelen. Het enige waar ik op heb aangedrongen is daar eerlijk over te zijn. Maar dat schijnt, voor zowel het college als de raad, te veel gevraagd te zijn.

En om te verhullen, dat de kosten hoger waren dan men bereid is te erkennen worden de meest absurde zaken tot (niet controleerbare) feiten gebombardeerd.

Om te bewijzen dat zij mijn WOB verzoek wel correct heeft uitgevoerd heeft  de gemeente inmiddels “bewezen”, dat zij procedures (die deel uitmaken van een normale  bedrijfsvoering) in dit bijzondere geval  niet heeft toegepast. De rechter vindt dat “niet ongeloofwaardig”. Ik ben en blijf een andere mening toegedaan.

schaapherders

Gemeenteraden van StedeBroec, Enkhuizen en Drechterland bijeen.

Het is aan de toezichthouder (de gemeenteraad) om aan dit soort bedenkelijke  praktijken (het niet toepassen van procedures die onderdeel zijn van een normale bedrijfsvoering) een einde te maken. Veel animo heb ik daarvoor nog niet mogen ontdekken, maar dat is volgens mij ook een niet onbelangrijk onderdeel van de Enkhuizer bestuurscultuur.

Kortom, in de “scenario’s uitbreiding parkeercapaciteit Enkhuizen”, (aanstaande dinsdag op de agenda) ga ik me niet meer verdiepen.

Alleen de Enkhuizer bestuurscultuur in al zijn facetten heeft nog mijn aandacht. En de ontwikkelingen rond het REZ natuurlijk. Dat heb ik nu al meer dan 8 jaar gevolgd en ik denk dat ik op basis van die ervaring daar best nog wat zinnigs over kan opmerken.

Dus ook dat blijf ik nog aandachtig volgen en hinderlijke vragen over stellen aan onze  herders en schapen die tezamen ons lokale bestuur vormen.

Advertenties

oktober 16, 2017 Posted by | Bestuurscultuur, Recreatieoord | 6 reacties

Er het zwijgen toe doen.

gemeenteraad

Er het zwijgen toe doen

Tijdens de laatste raadsvergadering zijn ook de gedragsregels voor burgemeester en wethouders vastgesteld. Die voor raadsleden waren al eerder aangenomen. Doel er van is te voorkomen, dat zelfs maar de schijn van wangedrag wordt gewekt.

De dames/heren 17 zijn natuurlijk allemaal reuze trots.  Dat hebben we toch maar weer mooi geregeld zie je ze denken. Terwijl het hier natuurlijk gaat om “window-dressing” ofwel “doen alsof”.

Immers, niemand doet iets als schijn wordt vastgesteld. Het eerste wat er dan wordt geroepen is, ok, we hebben de schijn tegen, maar waar is het bewijs?

Als B&W verklaart dat ze niet over documenten beschikt waaruit blijkt welke betalingsafspraken ze hebben getroffen met de aannemer en de stichting, dan wek je op zijn minst de schijn op, dat de afdeling die daar voor moet zorgen en waar je leiding aan geeft (en verantwoordelijk voor bent) zijn werk niet naar behoren doet.

Als je dat standpunt tegenover een rechter herhaalt, dan kun je niet eens meer van schijn spreken, maar dan “bewijs” je gewoon dat de organisatie waar je leiding aan geeft zijn werk niet naar behoren doet.

Welnu, dus eerst lijkt het dat de organisatie (waar je leiding aan geeft) een zooitje is,  maar dat valt niemand op. Vervolgens “bewijs” je dat het een zooitje is en dan valt dat nog steeds niemand op. Met andere woorden, wat heeft het voor zin om allerlei hoogdravend gedragsregels vast te stellen als het niemand opvalt dat die regels worden overtreden?

In Enkhuizen kun je als college tamelijk opzichtig proberen de kluit te belazeren, zonder dat een meerderheid van de raad daar bezwaar tegen maakt.  En als er uiteindelijk toch bezwaar wordt gemaakt, dan hoef je als college alleen maar te besluiten  dat je de eer aan jezelf houdt en dan hoeft niemand ook maar ergens verantwoording over af te leggen.

Dat is geen incident, maar de gebruikelijke gang van zaken. Het is een bestuurscultuur die niet meer van deze tijd is en dus zou moeten veranderen.  Een opvatting die helaas niet wordt gedeeld door een meerderheid van de raad. En dat verklaart, waarom vrijwel alle raadsfracties er het zwijgen toe doen.

oktober 10, 2017 Posted by | Bestuurscultuur | 1 reactie

Paljas 2.0?

Paljas na de verkiezingen (2)De Hoornse PvdA fractie zegt het vertrouwen in haar wethouder op, maar laat nu weten zelf uit de partij te stappen. Hoorn is in dat opzicht zeker niet uniek.

In Enkhuizen zagen we hoe NE het vertrouwen in haar fractievoorzitter opzegde, die vervolgens (met steun van de griffier) bleef beweren nog steeds fractievoorzitter te zijn van de fractie Nieuw Enkhuizen.

Kort daarna deed het restant van de NE fractie wat de PvdA fractie recentelijk in Hoorn deed. Men zei het vertrouwen op in de eigen wethouder, die daarop terugtrad. Maar ook dat was niet de eerste keer in Enkhuizen.

Toen een college met Nieuw Enkhuizen, VVD/D66 en CDA geconfronteerd werd met een wens van de meerderheid, die niet de goedkeuring kon wegdragen van de toenmalige coalitiepartijen was de fractievoorzitter Stomp (VVD/D66) er als de kippen bij, om te verklaren dat die partijen hun steun voor de coalitie introkken. Waarmee ze (de facto) hun “eigen” wethouders de laan uitstuurden.

Is het verwonderlijk dat door al dit gekrakeel (waar geen touw aan valt vast te knopen) meer dan de helft van de bevolking niets meer met de politiek te maken wil hebben? Ik denk het niet. Maar door die afkeer van de politiek komt ook een van onze belangrijkste democratische verworvenheden in het gedrang. Namelijk, de mogelijkheid om toezicht te houden op hetgeen er door onze gekozen (en benoemde) bestuurders wordt uitgespookt.

Niet dat ze dat leuk vinden als we ons daarmee bemoeien en daarom benadrukken ze dat democratie om een heel andere reden belangrijk is. Het stelt ons in staat om te mogen stemmen op iemand die dingen zegt die we leuk vinden. Waarna dezelfde persoon, na te zijn gekozen, ons gaat uitleggen waarom de dingen die we leuk vonden (en waarvan hij ogenschijnlijk ook een voorstander was) eigenlijk niet kunnen.

Kortom, bestuurders verkopen democratie als een mogelijkheid tot “meepraten” over beslissingen, waarbij we voor lief moeten nemen dat de door ons gekozen “meepraters” zelden over de kennis en ervaring beschikken om effectief te kunnen meepraten.

Dat bedoel ik niet als verwijt, maar als feitelijke constatering. Waar ambtenaren maanden de tijd nemen om een kwestie bestuderen en uit te werken, krijgt een raadslid zelden meer dan 14 dagen de tijd om zich te kunnen verdiepen in het besluit dat hij geacht wordt te nemen en waarvoor hij vervolgens (tot in lengte van dagen) verantwoordelijk wordt gehouden.

Meepraten wordt al snel gelijkgesteld aan meebesturen en dat is voor veel zittende en aspirant raadsleden de voornaamste drijfveer. Veel aantrekkelijker dan de gedachte, dat ze ergens toezicht op zouden moeten houden. Effectief toezicht vergt een zekere afstandelijkheid tot de onderwerpen, terwijl bij meebesturen de nadruk ligt op het gezellig en begripvol met elkaar overleggen.

Naar mijn overtuiging zijn beide functies “meebesturen” en “toezicht houden” moeilijk met elkaar te verenigen en gaat het uitoefenen van de ene functie altijd ten koste van het uitoefenen van de andere. Vandaar mijn voorstel (4 jaar geleden) om beide functies te scheiden. Onder de naam Paljas zouden maximaal 2 raadsleden zich bezig dienen te houden met toezicht, terwijl de resterende 15 zich naar hartenlust konden overgeven aan wat ze het liefste deden. Meebesturen.

Hoewel het idee in Enkhuizen niet is aangeslagen, denk ik nog steeds dat het nuttig en verstandig zou zijn als de kiezers een keuze zouden kunnen maken tussen “medebestuurders”  (in al hun variëteiten) en “toezichthouders”.

Ik begrijp dat Paljas recht heeft op een herkansing, dus in theorie zou ze nog een tweede poging kunnen wagen. Alleen ik voel me er te oud voor en bovendien kun je, zoals ik de afgelopen 4 jaar heb aangetoond, ook toezicht houden zonder dat je deel hoeft uit te maken van de gemeenteraad.

Nadeel van die constructie is dat je door raadsleden en de reguliere pers niet erg serieus genomen wordt, maar die gevoelens zijn wederzijds, dus daarover mopperen heeft geen zin. Daarnaast heeft een door de kiezers benoemde “toezichthouder” meer gezag dan een zelfbenoemde.

Door een splitsing in twee categorieën, “medebestuurders” en “toezichthouders” creëer je ook de mogelijkheid voor een proteststem zonder dat je het politieke proces verder verstoort. Omdat er nooit meer dan twee toezichthouders zullen zijn, blijven er altijd genoeg medebestuurders beschikbaar om fijne besluiten te nemen.

Samenvattend, ik denk dat het goed zou zijn als de kiezers bij de komende verkiezingen een onderscheid zouden kunnen maken tussen “medebestuurders” en “toezichthouders”.

Waarbij het aantal toezichthouders zich zou beperken tot twee en ze zich bovendien niet zouden bemoeien met de machtsvorming = deelnemen aan welke coalitie dan ook.

Mijn stem zouden ze in ieder geval hebben.

oktober 6, 2017 Posted by | Bestuurscultuur, Maatschappij, Paljas | Plaats een reactie

Uitdagen

langbroek-1

Uitdagen

Grappig toeval vandaag in de Enkhuizer Krant. Enerzijds een column van Chris Alberts over nieuwsmanipulatie door organisaties en instellingen. Dat wil zeggen dat men voor het brengen van “slecht” nieuws wacht tot er ander (liefst vrolijker) nieuws is dat de aandacht kan afleiden van het slechte nieuws.

Als voorbeeld van het bovenstaande in dezelfde krant ook een uitgebreid verslag over een brievenbusstikker die er niet gaat komen, omdat een meerderheid van de raad er niets in ziet, maar geen aandacht voor het antwoord op een eerder door Langbroek gestelde vraag. “Is het juist, dat sommige kosten van inrichting van de Drommedaris, (die volgens de overeenkomst tussen gemeente en stichting voor rekening van de stichting zouden komen) niet aan de stichting zijn doorbelast, maar door de gemeente zijn betaald.”

De vraag had binnen een dag beantwoord kunnen worden, ze wordt echter pas na dertig dagen beantwoord in de wetenschap, dat ander “nieuws” (over de raadsvergadering) om aandacht zal vragen en er grote kans is dat het nieuws dat de beantwoording oplevert, geen enkele aandacht zal krijgen van de reguliere pers.

Het college antwoord bevestigde wat de gemeente al die tijd, ten koste van alles, geheim wilde houden. Namelijk, dat de gemeente steeds weer bereid is geweest om de door de stichting gemaakte kosten voor haar rekening te nemen. Waarbij de door de raad geformuleerde opvattingen daarover consequent werden genegeerd.

Het begon met de geruststellende woorden van wethouder Boland, dat als de verbouwing NIET kostenneutraal kon worden uitgevoerd, ze zou worden afgeblazen. Terwijl hij op het zelfde moment al bezig was tonnen meer uit te geven aan voorbereidingskosten dan door de raad was toegestaan.

Het eindigt met de verzekering van Olierook, dat niets van hetgeen er tussen gemeente en aannemer/stichting was afgesproken was bevestigd of anderszins op papier was gezet.

Anders dan bijvoorbeeld minister Hennis, heeft geen van beide wethouders ooit verantwoording afgelegd over hun optreden, maar besloten ze om (zoals dat heet), de eer aan zichzelf te houden. Hun vertrek had onvermijdelijk het vertrek van hun collega wethouders tot gevolg. Inclusief de daarmee gepaard gaande kosten voor wachtgeld.

Maar geld is niet mijn belangrijkste zorg, veel ernstiger is het verval van democratische normen en waarden.

Niet geheel toevallig zijn na de laatste raadsvergadering gedragsregels voor burgemeester en wethouders van kracht geworden. Daarin staat, dat men zelfs de schijn van belangenverstrengeling dient te vermijden.

Maar wat als die schijn niet wordt vermeden? Treedt de raad dan plotseling wel op? Of doet ze wat ze gewoonlijk doet, de andere kant op kijken?

Welk gemeentelijk belang is er mee gediend, dat het college consequent verzwijgt welke aanvullende subsidies zij de stichting Drommedaris binnenskamers toekent?

Mogen andere horeca gelegenheden een beroep op de gemeente doen als ze extra afzuiging voor hun keuken willen of een bierleiding aangelegd?

Tot tweemaal toe heeft in het Dromdossier een wethouder een politieke doodzonde begaan. Boland lapte het budgetrecht van de raad aan zijn laars. Olierook bediende de raad met misleidende en onvolledige informatie. In beide gevallen zat de raad er bij en keek zij er naar. En wachtte, tot de betreffende wethouders “de eer aan zichzelf” hielden.

Ook opmerkelijk, beide colleges waarin wethouders politieke doodzonden begingen, kenden een meestemmende voorzitter (tevens voorzitter van het comité tot aanbeveling van de verbouwing) die het kennelijk ontging, dat leden van zijn college zich bezig hielden met politieke doodzonden.

geen-verstoppertje-spelen-easy-branchesToen de gemeente Enkhuizen uit eigen beweging erkende, dat bij haar in dienst zijnde ambtenaren, de afspraken die ze maakten met aannemers en overige derden niet bevestigden of anderszins schriftelijk vastlegden, volgden er geen disciplinaire maatregelen tegen de betrokken ambtenaar, maar werd hij (tijdelijk) bevorderd tot gemeente-secretaris.

Kortom, het echte nieuws zit verscholen in het antwoord op eerdere vragen van Langbroek.

En nu maar afwachten of Langbroek zelf (en de reguliere pers) daar aandacht aan durven te besteden en zodoende de raad uitdagen om zich uit te spreken over deze jarenlang voortwoekerende bestuurscultuur.

oktober 5, 2017 Posted by | Bestuurscultuur, Drommedaris | Plaats een reactie

Verantwoording afleggen

RaadAls om te benadrukken dat men zich ook door de leden van de raad niet de wet laat voorschrijven, geeft het college pas na dertig dagen antwoord op een vraag, terwijl ze dat zelfde antwoord ook had kunnen geven op de dag dat de vraag gesteld werd.

Inderdaad, het vermoeden van Langbroek was juist. Inrichtingskosten ter waarde van € 21.756,-, waarvan altijd werd gezegd dat ze voor rekening van de stichting zouden komen, zijn nooit doorbelast aan de stichting Drom en derhalve kwijtgescholden. Dat is hetgeen dat men al die jaren krampachtig geheim heeft proberen te houden.

Ik had dat vermoeden al eerder op mijn blog uitgesproken. Ik heb wel meer vermoedens uitgesproken. Zoals het vermoeden dat (hoewel de raad geen krediet beschikbaar heeft gesteld) de aannemer allang is betaald. Dat vermoeden is gebaseerd op het feit dat de aannemer voor € 60.000,- werk heeft verricht en er geen aannemer is die de betaling daarvan opgeeft.

En reken maar dat die aannemer beschikt over facturen waarmee hij de aard en omvang van zijn werkzaamheden kan aantonen. Facturen waarvan de gemeente dan weer zegt dat zij er niet over beschikt, wat een rechter dan weer “niet ongeloofwaardig” vindt.

Enfin, het college laat verder weten dat men in december zal komen met een voorstel ter afronding van het project Drommedaris. Verstandig besluit.

In december staat er gewoonlijk zoveel op de agenda dat er nauwelijks tijd is voor serieuze behandeling van het onderwerp. Maar gelukkig is de raad autonoom en kan ze het besluit nemen om behandeling uit te stellen tot januari 2018.

Maar aan de andere kant, gezien haar eigen dubieuze rol in het geheel, wil de raad wellicht niets liever dan haar eigen tekortkomingen zoveel mogelijk verhullen en wordt het voorstel er in december doorheen gejast. We zullen zien.

Maar ondertussen kunnen we wel afscheid nemen van het idee, dat de raadsvoorstellen van 12-5-2015 en 5-7-2016 inzake het project Drommedaris een waarheidsgetrouwe afspiegeling zijn van de feiten en omstandigheden.

Eerder kun je spreken van een verzameling rookgordijnen en dwaalsporen en het lijkt me, dat voor je jezelf weer stort op nieuwe projecten (zoals het REZ) er sprake zou moeten zijn van een gedegen evaluatie van de gebeurtenissen.

Waarbij de raad niet alleen kritisch dient te kijken naar de rol die het college heeft gespeeld, maar ook kritisch naar zichzelf dient te kijken. En dan niet alleen binnenskamers, maar gewoon in het openbaar verantwoording af leggen over de eigen rol. Ik heb daar wel een idee over, maar daarover meer in een volgend bericht.

oktober 4, 2017 Posted by | Bestuurscultuur, Drommedaris | 1 reactie

Wegwerken.

vragenVandaag zal dus de vraag, die HEA een maand geleden stelde, over de betaling van de inrichtingskosten van de Drommedaris worden beantwoord. De vraag zelf kunt U via deze LINK lezen. Daar vindt U (in de bijlage) ook de specificatie van de inrichtingskosten.

We weten, dankzij het raadsvoorstel, dat de verzwaringskosten € 20.000,- bedroegen waarvan de helft door de stichting betaald zouden worden.

We weten ook (dankzij hetzelfde raadsvoorstel) dat de gemeente de aannemer € 60.000,-  wilde betalen. Maar waar we nog steeds over in het duister tasten is, waarom de gemeente de aannemer € 40.000,- boven de kosten van verzwaring wil betalen.

Behoudens HEA heeft geen enkele raadsfractie daar vragen over gesteld. Ofwel, omdat ze over niemand beschikken die een eenvoudige rekenkundige opgave kan uitwerken, dan wel, omdat het ze geen bal kan schelen waar ons belastinggeld aan wordt uitgegeven.

Ik neem aan dat het laatste het geval is.

Wat we verder ook weten is, dat het stichtingsbestuur weigerde antwoord te geven op de vraag of zij die inrichtingskosten heeft betaald, dan wel de gemeente. Dat zowel de stichting als de aannemer geen vragen wilde beantwoorden, maar voor antwoorden naar de gemeente verwijzen.

Daarnaast weten we ook, dat volgens de gemeente, er geen documenten bestaan waarin de betalingsafspraken met aannemer en stichting zijn vastgelegd of bevestigd en dat de rechtbank dit een niet ongeloofwaardige gang van zaken vindt.

En tot slot weten we ook, dat 9 van de 10 raadsfracties dit een volstrekt normale gang van zaken vinden, waarover men geen vragen hoeft te stellen, laat staan dat men er (in het openbaar) over zou willen debatteren.

Ik zie dat als een vorm van plichtsverzuim (in de vorm van het nalaten van efficiënt toezicht door de raad), dat uiteindelijk resulteert in plichtsverzuim van het college, in de vorm van het onvoldoende informeren van de raad. Waardoor het werk van de raad, het nemen van verantwoorde besluiten, onmogelijk wordt gemaakt.

De raad kan haar taak alleen naar behoren vervullen als zij tijdig en volledig door het college wordt geïnformeerd. En hoewel het hier om een gewichtige zaak gaat, blijkt uit niets dat de raad zich bewust is van dat gewicht.

Dit alles maakt dat Enkhuizen een bestuurscultuur kent die grote tekortkomingen vertoont en dat er tot dusver nauwelijks herkenbare pogingen worden gedaan om die tekortkomingen weg te werken.

oktober 3, 2017 Posted by | Bestuurscultuur, Drommedaris | 3 reacties

Twee maten.

tweematenOp 19 september vond een extra raadsvergadering plaats waarin onder andere besloten werd de Stichting Stadsmanagement Enkhuizen een extra subsidie van € 20.000,- toe te kennen.

Vraag me niet wat die stichting allemaal doet, ik heb namelijk geen idee. Enkhuizen promoten schat ik zo in.

Voorstander van die extra subsidie waren SP, CU/SGP en de lokale partijen. Tegenstanders de landelijke partijen. CDA, D66, PvdA en VVD. Samen net geen meerderheid.

Woordvoerder voor de tegenstemmers was Rob van Reijswoud (VVD) die de stichting vergeleek met een puberzoon/dochter die zijn/haar kleding toelage had verspild aan zaken die er verder niet toe deden en die daardoor niet in staat was om een winterjas te kopen.  Terwijl de winter voor de deur stond.

Reijswoud

twee maten

De opvoedkundige boodschap van Van Reijswoud was, eigen schuld dikke bult, lijdt maar kou want je krijgt geen cent extra. Van der Pijll had gelukkig een wat humaner opvatting.

Geen luxe winterjas, maar wel het hoogst noodzakelijke om je kind de winter door te helpen.

Het principiële standpunt van CDA, D66, PvdA en VVD had wat meer indruk op me gemaakt als ze dat ook t.o.v. andere stichtingen hadden gedemonstreerd, maar helaas dat is niet het geval.

U begrijpt al waar ik naar toe wil. Via de achterdeur is de stichting Drommedaris voor tonnen extra gesubsidieerd, zonder dat het de “grote” vier ooit is opgevallen.

Nog even en we mogen officieel constateren dat de gemeente als bijdrage aan de stichting Drommedaris een deel van de inrichtingskosten op zich heeft genomen, hoewel de afspraak met die stichting toch heel duidelijk was, dat die kosten voor rekening van de stichting zouden komen.

Het opmerkelijkste van dit alles is echter, dat de vraag, of de stichting Drom in aanmerking zou moeten komen voor aanvullende subsidie, niet eens aan de raad wordt voorgelegd, maar binnenskamers (door het college) wordt afgehandeld, zonder dat Van Reijswoud en consorten dat in de gaten hebben.

€ 20.000,- voor het stadsmanagement en € 20.000,- voor de Drom, het zal me allemaal worst wezen. Maar ik vind wel dat als je voor de ene aan de raad vraagt of het mag, je dat ook voor die andere behoort te doen en je dus niet met twee maten zou moeten meten.

Maar in Enkhuizen vinden ze het meten met twee maten kennelijk geen enkel probleem.

september 28, 2017 Posted by | Bestuurscultuur, Drommedaris | 1 reactie

Meer lezen dan schrijven.

pimOp 1 oktober bestaat mijn blog 8 jaar. Mooi moment om op te houden met mijn bemoeienissen met de lokale politiek. Ik kon het de laatste tijd sowieso al niet langer opbrengen om “live” te luisteren naar het geroezemoes dat maandelijks vanuit de Breedstraat over ons wordt uitgestrooid. Daar word je toch niet wijzer van.

Ik had gehoopt dat ik met Prietpraat een platform zou kunnen creëren waarop je lokale politieke problemen zou kunnen bediscussiëren.  Helaas geen enkele belangstelling voor vanuit de politiek. Die lepelen maandelijks in de Breedstraat een meninkje op en houden het voor de rest voor gezien.

En de gewone man? Die weet allang dat er toch niet naar hem wordt geluisterd, dus waarom zou hij zijn tijd verspillen aan politiek?

Verder vond ik de afgelopen 8 jaar, dat de raad (die zich er op beroept ons te vertegenwoordigen) een van haar kerntaken, (het houden van toezicht) te veel verwaarloosde. Ik heb geprobeerd daar (met behulp van Paljas) verandering in aan te brengen. Door de kiezer in staat te stellen om twee raadsleden te kiezen die zich uitsluitend met toezicht zouden bezig houden.

Zodat de resterende raadsleden zich konden bezighouden met wat ze zo graag doen, besturen. Dat wil zeggen, mensen allerhande dingen beloven en dan kijken of, wat ze beloofd hebben, ook daadwerkelijk valt te realiseren.

De kiezer koos voor de beloften en niet voor het toezicht.

En tot slot heb ik uiteindelijk ook aan bronnenonderzoek gedaan met behulp van een WOB verzoek. Omdat onze politieke vertegenwoordigers in mijn ogen al te gemakkelijk instemden met een voorstelling van zaken die (volgens mij) onmogelijk waar kon zijn.

Mijn conclusie was uiteindelijk, dat de gemeente jegens mij onrechtmatig handelde, door mij niet alle documenten ter inzage te geven waarover zij beschikte voor wat betreft het compromis dat zij had gesloten met de aannemer en de stichting over de verzwaring van het elektra in de Drommedaris.

Ik heb die conclusie voorgelegd aan de rechter, waarbij ik me echter niet realiseerde dat overheid en burger geen gelijkwaardige partijen zijn. De overheid heeft een voorsprong voor wat betreft de bewijslast. In de zin dat alles wat zij beweert geacht moet worden waar te zijn en het daarom altijd aan de burger toevalt om te bewijzen, dat wat door de overheid beweerd wordt, niet waar is.

Dat lukt in veel gevallen, maar niet in mijn geval. Immers, de overheid hoeft alleen maar te beweren dat documenten (die tot haar standaardrepertoire behoren) in dit bijzondere geval niet door haar zijn gemaakt, om een burger te dwingen te bewijzen dat zij dat wel heeft gedaan (en alleen niet bereid was om ze ter inzage te geven).

Dat bewijs viel in dit geval alleen maar te leveren met medewerking van de aannemer en de stichting. Beide hadden geen belang bij een dergelijke medewerking, waarmee de mogelijkheid tot bewijs verviel.

Hetgeen betekent, dat we zaken, die op het eerste gezicht weinig aannemelijk lijken, toch (op gezag van de rechter) voor “waar” moeten aannemen. Zoals het feit dat stichting en gemeente ten opzichte van elkaar nooit iets hebben bevestigd. Ook niet het “feit” dat de stichting € 10.000,- zou bijdragen aan de kosten van verzwaring.

Of dat de aannemer, die voor € 60.000,- aan werkzaamheden heeft verricht daarvoor nooit een factuur heeft gestuurd en daar ook nooit voor betaald is geworden.

Het zal allemaal wel, ik heb geen zin meer in de toezichthoudende functie die ik 8 jaar geleden (vrijwillig) op mij heb genomen. Ik laat dat graag over aan hen die zich er voor laten betalen, zoals raadsleden en de reguliere pers die fungeert als de waakhond van onze democratie.

Misschien dat ik in de toekomst er zo nu en dan nog een algemeen beschouwinkje uit pers, als zich weer iets grappigs voordoet, maar voorlopig ben ik van plan om na 1 oktober wat meer te gaan lezen en wat minder te gaan schrijven.

september 21, 2017 Posted by | Algemeen, Bestuurscultuur, Drommedaris | 4 reacties

“Niet ongeloofwaardig”

geloofwaardigMijn definitie voor “geloofwaardig” is, iets dat plausibel is, zonder dat kan worden bewezen dat het waar is. In deze definitie ligt de nadruk dus op de waarschijnlijkheid. Ik stel me voor, dat de overgrote meerderheid van de gewone Nederlanders zich in die definitie kan vinden.

Maar je kunt “geloofwaardig” ook op een andere manier definiëren.  Laat ik het een juridische definitie noemen. Volgens die definitie ben je in staat om ALLES te geloven waar nog niet van bewezen is dat het niet waar is. Een dubbele ontkenning dus, die we ook aantreffen in de uitspraak van de Raad van State.

Daar wordt als voorwaarde genoemd dat het standpunt van de overheid “niet ongeloofwaardig” dient te zijn.

Voor niet juristen staat “niet ongeloofwaardig”  gelijk aan “geloofwaardig”.

En geloofwaardigheid is iets waarvan je aanneemt dat het waar is, zonder dat je daarvoor een bewijs kunt leveren.

Maar wat verstaat een jurist onder “ongeloofwaardig”? Waarschijnlijk iets waarvan het bewijs inmiddels is geleverd dat het “niet” waar is. Niet ongeloofwaardig wil dan zeggen. Iets waarvan nog niet het bewijs is geleverd dat het niet waar is.

De gemeente zegt dat zij bepaalde documenten niet heeft gemaakt. Dat is voor de gewone bevolking (waar ik ook toe behoor) volstrekt ongeloofwaardig in de zin dat niemand gelooft dat het waar zal zijn.

Maar in de juridische zin kun je dat “niet ongeloofwaardig” noemen. Want ondanks het feit, dat het niet erg waarschijnlijk is dat de overheid dingen nalaat die deel uitmaken van haar standaard repertoire, kun je zelden “bewijzen” dat ze dat (in dit bijzondere geval) niet heeft gedaan.

En zeker niet als de bij het proces betrokken partijen (aannemer en stichting) afhankelijk zijn van de gemeente en zich schikken naar de wensen van de gemeente. Neem in dit geval het compromis tussen gemeente en stichting.

De stichting zegt toe de helft van de verzwaringskosten (€ 10.000,-) te betalen maar die toezegging staat (volgens de gemeente) niet op papier, anders had het deel uitgemaakt van het dossier waar ik om heb gevraagd.

Hoe normaal is het, dat je een dergelijke toezegging schriftelijk bevestigt. Maar het gaat hier niet om hoe normaal (en geloofwaardig) dingen zijn. Het gaat om de vraag of het ook mogelijk is dat dergelijke toezeggingen niet zijn bevestigd. En dat kan en dus is het standpunt van de gemeente formeel “niet ongeloofwaardig”.

Maar tegelijkertijd, hoe makkelijk is het niet voor de gemeente om zo’n schriftelijke toezegging te laten verdwijnen en de stichting (die financieel volkomen afhankelijk is van de gemeente) te instrueren hetzelfde te doen.

Er is correspondentie tussen gemeente en aannemer waaruit blijkt dat hij de door mij gestelde vragen doorseint naar de gemeente en de gemeente vraagt een brief aan de raad te schrijven omdat hij (de aannemer) bang is de verkeerde dingen te zeggen.

Maar voor de rechtbank is dat allemaal niet relevant. Voor haar geldt slechts: ‘Kun je geloven dat de gemeente iets heeft nagelaten?’ Ja, dat kan, dus is het standpunt van de gemeente “niet ongeloofwaardig”.

En zo kan het, dat waar niemand enig geloof hecht aan wat de gemeente (overheid) beweert, de rechter toch kan concluderen dat die beweringen “niet ongeloofwaardig” zijn.

september 19, 2017 Posted by | Bestuurscultuur, Overpeinzingen | 2 reacties

Bezorgdheid.

bezorgdFormeel heeft de gemeenteraad een toezichthoudende functie. Om die functie te kunnen uitoefenen heeft de raad het recht inzage te vragen in de zogenaamde onderliggende (meestal ambtelijke) stukken.

Op basis van die onderliggende stukken wordt een raadsvoorstel geschreven. Zo’n raadsvoorstel is per definitie de politieke vertaling van hetgeen er in de onderliggende stukken staat vermeld. Wanneer er twijfel bestaat of die “vertaling” van onderliggende stukken naar een politiek document wel correct is verlopen, blijft er slechts één mogelijkheid over.

Het politieke document (raadsvoorstel) vergelijken met de onderliggende stukken.

In dit geval ontstond bij mij twijfel  nadat het college aanvankelijk beweerde dat de kosten van verzwaring € 100.000,- bedroegen, vervolgens een jaar later beweerde dat ze maar € 60.000,- waren, om in hetzelfde raadsvoorstel een berekening op te nemen waaruit bleek dat de kosten van verzwaring slechts € 20.000,- waren.

Nog los van de spectaculaire daling van kosten kunnen de kosten van verzwaring niet gelijktijdig € 60.000,- en € 20.000,- zijn. Een logisch manco dat de rechtbank, maar ook de raad,  klaarblijkelijk niet is opgevallen.

Het belangrijkste bewijs dat mijn WOB verzoek heeft opgeleverd is, dat er geen schriftelijk bewijs is voor hetgeen er door het college werd beweerd en dat de gemeente op een aantal punten door de aannemer is tegengesproken.

Toen de verzwaring niet na oplevering, maar voor oplevering gerealiseerd was heeft de aannemer zijn oorspronkelijk aanspraak gematigd, maar die matiging is nooit aan de raad doorgegeven.

De aannemer is niet overgegaan tot aanleg om zichzelf imagoschade te besparen, maar om gemeente en stichting imagoschade te besparen. Immers, zou hij de verzwaring niet hebben uitgevoerd, maar volgens bestek hebben opgeleverd, dat had er geen gebruiksvergunning kunnen worden afgegeven.

Aangezien de opdrachtgever (en niet de aannemer) verantwoordelijk is voor het opstellen van het bestek, zou het een blamage van de eerste orde zijn als het door de gemeente opgestelde bestek geleid zou hebben tot een gebouw waarvoor geen gebruiksvergunning kon worden afgegeven.

Kortom er waren tenminste twee nogal fundamentele zaken die door de aannemer waren tegengesproken en ook de overige uitspraken, zoals de dramatische kostendaling of het gelijktijdig beweren dat de kosten van verzwaring € 60.000,- bedroegen dan wel € 20.000,- , waren op geen enkele wijze onderbouwd.

Dat de rechtbank de beweringen van de gemeente geloofwaardig zou vinden (omdat het nu eenmaal beweringen van de overheid zijn) was iets waar burgemeester Baas me al voor had gewaarschuwd.

Toch blijft het wringen. Enerzijds doet men net alsof men een voorbehoud maakt, de beweringen van de gemeente moeten geloofwaardig zijn, maar anderzijds wordt elke bewering van de gemeente als geloofwaardig beschouwd. Waardoor er eigenlijk geen enkel voorbehoud is. Of, wat de gemeente beweert objectief gezien geloofwaardig is, doet feitelijk niet ter zake. Alles wat zij beweert is geloofwaardig, omdat ze de gemeente is. De bewijslast ligt dus nooit bij de overheid, maar altijd bij de burger.

Ik wist dat niet, maar als dat de stand van zaken is, dan heeft het geen zin om in beroep te gaan. Ook een hogere rechter zal immers zeggen: Ik vind alles wat de gemeente zegt geloofwaardig, dus bewijst U maar dat het niet zo is.

Dat kan ik niet. Ik kan alleen indirect bewijs leveren in de zin dat elke (niet criminele) organisatie over de door mij gevraagde documenten beschikt. Direct bewijs behoort niet tot de mogelijkheden. Gegeven het feit dat het zonneklaar is dat gemeente, aannemer en stichting hun verklaringen op elkaar afstemmen. Ze doen maar. Ik heb mijn best gedaan om de waarheid te achterhalen en ben daar redelijk in geslaagd.

Iets wat we niet kunnen zeggen van de toezichthouder, de gemeenteraad.

Die houdt zich al meer dan een jaar schuil. Ooit, tijdens de raadsbehandeling, koesterde Jaap Koning (D66) nog ambities voor wat betreft waarheidsvinding en stelde hij voor om een raadsenquête te houden. Een loodzwaar en kostbaar instrument, omdat je allerlei externe deskundigen moet inhuren. Maar toen de meerderheid van de raad daar niets voor voelde, verdween bij hem kennelijk ook de behoefte aan waarheidsvinding.

In plaats daarvan mocht hij formateurtje zijn van het nieuwe college.

Ik zie echter toch nog een klein probleem. De gemeente heeft inmiddels “bewezen”, dat zij in lang niet alle gevallen die documenten uitmaakt die democratische toezicht op de gemaakte (betalings)afspraken mogelijk maakt. Omdat de raad nauwelijks toezicht uitoefent, was dat tot dusver niet opgevallen.

Maar dank zij mijn WOB verzoek is pijnlijk duidelijk geworden, dat documenten die een strikte voorwaarde zijn voor behoorlijk openbaar bestuur, uit efficiëntie overwegingen niet worden gemaakt door de gemeente.  Dat impliceert dat democratisch toezicht op die afspraken feitelijk onmogelijk is gemaakt.

Ik vind het nogal wat, dat je een democratisch recht (tot controle op gemaakte financiële afspraken) gewoon verkwanselt, omdat je geen zin hebt toezicht te houden. Maar goed, dat is iets wat de raad voor zichzelf moet uitmaken.

Ik kan weinig meer doen dan daar mijn bezorgdheid over uitspreken.

september 15, 2017 Posted by | Beslommeringen, Bestuurscultuur, Drommedaris | Plaats een reactie