Pim's Prietpraat

Bemoeienissen van een voormalig buitenstaander

Politiek gedoe.

koning3

coalitie-monisme

In de krant van woensdag las ik dat de raad afgelopen dinsdag een besluit heeft genomen dat er voor moet zorgen, dat er de komende vier jaar geen politiek gedoe zal ontstaan rond de benoeming van wethouders. Het daarbij gebruikte toverwoord is een raadsbreed akkoord, dat is vastgelegd in een document van maar liefst 7 kantjes.

Ik heb me er nog niet toe kunnen zetten om me te verdiepen in wat onze volksvertegenwoordigers tijdens hun besloten bijeenkomsten over het raadsbrede akkoord bij elkaar hebben gefantaseerd. Het stuk zelf begint in ieder geval met een pijnlijke en slordige onjuistheid, maar voor een zorgvuldiger bestudering heb ik nog geen tijd gehad.

Wat ik opmerkelijk vind is, dat de partijen, die de afgelopen 8 jaar politiek gedoe hebben veroorzaakt door colleges naar huis te sturen, nu beweren de oplossing te hebben gevonden om dat in de toekomst te voorkomen. Ik heb het natuurlijk over de VVD/D66 combinatie. Vanaf 2010 als gezamenlijke fractie en vanaf 2014 als twee gescheiden fracties.

VVD/D66 waren in 2013 verantwoordelijk voor de ondergang van de coalitie bestaande uit VVD/D66, NE en CDA. Formele reden: een raadsmeerderheid wilde minder bezuinigen dan het college. In plaats van de wens van de meerderheid te respecteren bracht toenmalig coalitiewoordvoerder Stomp zijn eigen coalitie ten val.

Boze tongen beweren dat hij dit opzettelijk deed, om te voorkomen dat VVD/D66 wethouder Boland zich zou moeten verantwoorden voor het feit dat die tonnen meer had uitgegeven (aan het onderzoek naar de mogelijkheid van verbouwing van de Drommedaris) dan hem door de raad ter beschikking was gesteld.

Hoe dan ook, in plaats van zich te verantwoorden voor een enorme kostenoverschrijding (waarmee de raad voor een voldongen feit werd gesteld) mocht het college (na uitbundig te zijn uitgewuifd) door toedoen van VVD/D66 genieten van de riante wachtgeldregeling waar politieke ambtsdragers aanspraak op kunnen maken.

reijswoud1

Marginalisering van de raad

Vervolgens ontstaat er dan een nieuwe coalitie die (opnieuw onder aanvoering van VVD/D66) onderuit wordt gehaald. Niet op het moment dat Olierook de raad onvolledig informeert, want dat zag men over het hoofd. Naar ik aanneem omdat de verkiezingen nog te ver weg waren. Maar een jaar later, als de verkiezingen binnen een jaar gaan plaatsvinden en er gebreken binnen de SED organisatie aan het licht komen.

Hoewel Olierook daar formeel niet verantwoordelijk voor is wordt hem (als enige SED wethouder) voorgesteld zijn biezen te pakken.

Samengevat, de afgelopen 8 jaar hebben een tweetal colleges, (vrijwillig en om nogal dubieuze redenen) de pijp aan Maarten gegeven.

De opmerkelijke rol die D66 en VVD daarbij gespeeld hebben wordt door niemand ooit aan de orde gesteld. Fractievoorzitter Koning (D66) verzint een oorzaak voor het (door hemzelf in gang gezette) politieke gedoe en noemt het coalitie-monisme.

Een zelfverzonnen begrip, waarvan alleen hijzelf de draagwijdte kent. Niemand vraagt om een verdere toelichting. Naar ik aanneem uit angst om voor dom te worden versleten.

Van Reijswoud (VVD) stelt de oplossing voor. Een raadsbreed akkoord op hoofdlijnen, wat er feitelijk op neer komt dat je als raad alleen maar nog een ceremoniële functie hebt, die er verder ook niet toe doet, omdat het eigenlijke werk in de toekomst zal worden gedaan door mensen als hijzelf.

Mensen met verstand van zaken. Ambtenaren. En dat je als raad vervolgens niet anders hoeft te doen dan datgene goed te keuren dat je wordt voorgelegd. Model Chinese Volksrepubliek waar ze ook nooit last hebben van politiek gedoe.

Organisatie deskundige Laurence J. Peter heeft voor deze constructie ooit een mooie naam bedacht. De laterale arabeske, ofwel de horizontale promotie naar een functie met een imposanter naam, maar met minder verantwoordelijkheden.

Volgens het Peter Principe betreft het personen wiens incompetentie is komen vast te staan en dus niet langer voor promotie in aanmerking komen. In plaats daarvan worden ze zijdeling verplaatst naar een functie met uitsluitend decoratieve inhoud.

Waardoor men niet langer in staat is om de normale gang van zaken te verstoren, maar men zijn carrière kan voortzetten als beleidsambtenaar lege dozen.

Maar wat voor personen geldt, geldt evenzeer voor instanties (zoals de raad van Enkhuizen) wiens incompetentie inmiddels meermalen is komen vast te staan.

En dus is het misschien wel een logische uitkomst, dat de raad (op aandringen van onze organisatie goeroes Van Reijswoud en Koning) zichzelf verder marginaliseert tot een tandeloze praatclub van mensen die het leuk vinden om te vergaderen over dingen waar ze geen verstand van hebben.

En die zich in dat kader ook het liefst (zonder al te veel politiek gedoe) knollen voor citroenen laten verkopen.

Advertenties

juli 14, 2018 Posted by | Bestuurscultuur, Gebakken lucht | 3 reacties

Niet gekwalificeerde burgers.

Bureaucratie-3Inmiddels liggen de verkiezingen al weer drie maanden achter ons en is bestuurlijk Enkhuizen nog steeds in de ban van een fata morgana.

Het raadsbrede akkoord.

Om voor mij duistere redenen menen de politieke doordenkers in onze Haringstad, dat het eenvoudiger is een akkoord te sluiten tussen negen partijen dan tussen 4 partijen.

Men is een aantal keren in strikte beslotenheid bijeengeweest. Veel heeft dat niet opgeleverd, het blijft tenminste angstvallig stil. Nu is stilzwijgen voor de meeste partijen (ik zal geen namen noemen) geen moeilijke opgave. Van de stortvloed van plannen, die er gedurende verkiezingstijd over ons heen worden gestort, hoor je (in de vier jaar na de verkiezing) zelden nog iets.

Als politiek partijen (na de verkiezingen) al informatie verstrekken, dan gebeurd dat meestal als mosterd na de maaltijd. Verschillende partijen hebben zelfs niet eens een website met behulp waarvan ze informatie zouden kunnen verstrekken. Openbare bijeenkomsten voor kiezers buiten de verkiezingstijd (over welk onderwerp dan ook) zijn een zeldzaamheid.

Ook verhelderende beschouwingen over het voordeel van een raadsbreed akkoord ben ik tot dusver niet tegen gekomen. Zelf zie ik er weinig in. Ik zie liever een solide coalitie, die bij de les wordt gehouden door een alerte oppositie.

Maar klaarblijkelijk is er nog steeds een meerderheid in de raad die meer heil ziet in het creëren van een soort Chinees volkscongres, waar alle neuzen dezelfde kant op staan en waar elke afwijking op de door partijleider Xi Jinping ingeslagen weg met wantrouwen wordt bekeken.

reijswoud1

Technocraat

De architecten van de bestaande situatie, het liberale smaldeel Van Reijswoud en Koning, gaan prat op de duale constructie die ze in het leven hebben geroepen.

Twee broodwethouders, die om wille van de smeer bereid waren te doen of men geen binding had met de partij waar men zijn hele leven lang lid van was geweest.

Het verwijt aan de vorige coalitie was, dat die te mild was voor de eigen wethouder (Olierook), maar op dat punt is er weinig veranderd. De mildheid t.o.v Olierook wordt nu (door anderen) betracht t.a.v Struijlaart, die inmiddels de plank al diverse malen heeft mis geslagen zonder dat daar verder consequenties aan werden verbonden.

Wat mij betreft had Olierook niet weggehoeven vanwege organisatorische problemen bij het SED. Tekortkomingen van dien aard (binnen de SED organisatie) waren en zijn primair de verantwoordelijkheid van de directie van die organisatie en niet van een wethouder die feitelijk alleen maar gebruik maakt van haar diensten.

Er is ook geen andere SED wethouder voorgedragen voor ontslag, zodat er eerder sprake was van een typisch  Enkhuizer afrekening, dan van een volwassen en gedegen politieke afweging door de initiatief nemers, D66/VVD.

Voor wat betreft de laatste twee collegewisselingen, lag het initiatief in beide gevallen bij de D66/VVD combinatie. Het is dan ook opmerkelijk dat juist deze twee partijen zich als voorstanders van raadsbreed akkoord opwerpen.

Ik vermoed, om langs die weg een eventuele oppositie al op voorhand de wind uit de zeilen te kunnen nemen.

De misslagen van Struijlaart zijn natuurlijk niet alleen maar zijn schuld. Veel van wat een wethouder de raad voorstelt wordt hem ingefluisterd door de ambtelijke organisatie, waar je als wethouder maar betrekkelijk weinig invloed op kunt uitoefenen. Er zijn maar weinig wethouders die in staat zijn uit te stijgen boven het woordvoerderschap van het deel van de ambtelijke organisatie waar ze verantwoordelijk voor zijn.

Op dat punt heeft het dualisme dus weinig verandering gebracht. Nam de vorige coalitie de eigen wethouders in bescherming, de nieuwe doet dat ook.

In een democratie is het de taak van de oppositie om mogelijk falen van het bestuur aan de kaak te stellen. Dat willen onze lokale liberale denkers Van Reijswoud en Koning dus afschaffen. Opdat in Enkhuizen de rust wederkeert waar de volksrepubliek China nu al jarenlang profijt van heeft.

koning3

Technocraat

In een eerdere column heb ik VVD en D66 raadslieden technocraten genoemd. Technocraten zijn volgens mij lieden die zichzelf gekwalificeerd vinden en zich ergeren als mensen (die in hun ogen niet gekwalificeerd zijn) zich toch bemoeien met zaken waar ze (in de opvatting van technocraten) geen verstand van hebben.

Zoals ik dus, die me nu al 8 jaar bemoei met het bestuur van de stad, terwijl ik niet ben gekozen om dat te doen. In zekere opzicht gedragen vrijwel alle raadsleden zich als technocraten.

Ze willen graag dat burgers meedenken, maar dat meedenken moet wel in hun straatje passen, anders worden de meedenkers domweg genegeerd.

Grootste nadeel van een bestuur door technocraten (dat ik eerder een mandarijnenbestuur heb genoemd) is, dat zij geneigd zijn zichzelf toe te rusten met oogkleppen, alvorens ze een probleem in ogenschouw nemen.

Wat nu door de raad wordt aangeprezen als dualisme is in werkelijkheid een bestuur door technocraten. Dat lijkt (kijk naar China) op het eerste gezicht enorme voordelen te bieden, maar de prijs voor de invoering van een technocratie (bestuur door een speciale politieke kaste en beleidsambtenaren) is de verzwakking, of zelfs de teloorgang van de democratie.

Je zou daarover eigenlijk op openhartige wijze met elkaar over moeten kunnen praten, maar nee, de raad heeft er voor gekozen om over dat deel van onze toekomst in beslotenheid te vergaderen en te beslissen.

En dat is dan weer geheel in overeenstemming met wat de technocratische opvattingen dicteren. Vooral geen bemoeienis van niet gekwalificeerde (=niet gekozen) burgers over de  toekomstige democratische verhoudingen.

juni 26, 2018 Posted by | Bestuurscultuur, Technocratie | 5 reacties

Verder teloor gaan.

wetHans Langbroek laat in het NHD van gisteren optekenen, dat gezien de overeengekomen bedragen, het collegevoorstel om de opgelegde geheimhouding te bekrachtigen, volstrekt onzinnig is en het sop de kool niet waard is.

Hij noemt de bedragen waar het om gaat en dan vraag je jezelf inderdaad af, waarom heeft men in  hemelsnaam besloten tot geheimhouding? 

Het begint allemaal met de raadsbrief van 16 april, ondertekend door de burgemeester en de gemeente-secretaris. De zin in de raadsbrief die ieders aandacht trekt is deze

In die overeenkomst is opgenomen dat beide partijen zich in de openbaarheid niet uitlaten over de inhoud van deze schikking en dus geheimhouding in acht nemen.

De raadsbrief werd met vertraging doorgestuurd naar de raad met als reden voor de vertraging, dat men eerst advies over de inhoud wilde van een externe jurist. Die gang van zaken roept de volgende vragen op.

Waarom achtte het college het noodzakelijk, dat er over de inhoud advies moest worden gevraagd? Welke wijzigingen zijn er op basis van het advies in de oorspronkelijk tekst aangebracht en wat is de letterlijke tekst van dat advies?

Vragen die raadsleden natuurlijk al veel eerder hadden moeten stellen, maar die vragen nu eenmaal liever naar de bekende weg.

Zoals, “Krijgt de raad inzage in de overeenkomst?”. Antwoord, “Ja de raad krijgt uiteraard inzage in de gesloten overeenkomst”.

De vraag die ze niet stelden, maar die ze beter wel hadden kunnen stellen was, “Op basis van welke kennis en bevoegdheid menen burgemeester en gemeente-secretaris (tevens meester in de rechten) dat de Wet Openbaarheid van Bestuur in dit bijzondere geval niet van toepassing is?

Hadden beiden zo weinig kennis van artikel 10 van de WOB dat ze niet beseften, dat de uitzonderingsgrond (we zijn het er samen over eens geworden) niet in de wet voorkomt?

En was degene, die ze om advies hadden gevraagd, daar ook niet mee bekend?

koot en bie

Charlatans

Dat is nauwelijks voorstelbaar. Maar niet alleen B&W, ook de raadsgriffier lijkt te zijn getroffen door  opvallende onwetendheid.

Zo weet hij bijvoorbeeld niet, dat het recht op inzage (voor leden van de raad) onvoorwaardelijk is en niet ingeperkt kan worden door de voorwaarden die je als college denkt te kunnen stellen.

De raad heeft als taak het college te controleren en daarom is het absurd om te denken dat een college in staat zou zijn te bepalen welke documenten de raad wel en welke zij niet  zou mogen inzien. Het recht op inzage is dan ook een onvoorwaardelijk recht.

Iets geheel anders is of men de kennis, die men verwerft door inzage, mag delen met anderen.

Het college is bevoegd om een geheimhoudingsplicht op te leggen en het niet nakomen van die plicht kan leiden tot strafvervolging.

Het college heeft echter niet het recht om de raad kennis te onthouden. Ze kan de raad (voor een korte tijd) alleen verbieden die kennis met anderen te delen. Totdat de raad besluit of zij die (tijdelijk opgelegde) geheimhoudingsplicht wil omzetten in een permanente.

snake-oil-salesman1

Charlatan

Voor de griffier staat een tijdelijk verbod op het delen van kennis, kennelijk gelijk aan een verbod op het verwerven van kennis door de raad. Het eerste is wel een bevoegdheid van het college, het tweede niet.

Volgens de griffier heeft het college haar verbod tot kennisname pas de vrijdag voor de raadsvergadering opgeheven. Wat er op neerkomt, dat dit verbod bijna 2 maanden heeft stand gehouden. Alleen Raven (NE) protesteert (tamelijk laat overigens) tegen deze gang  van zaken.

De overigen (met uitzondering van Langbroek) laten het zich (zonder morren) welgevallen.

Zoals het college een niet in de wet genoemde uitzondering construeert, zo creëert de griffier (in overleg met het college?) een “voorwaardelijk” recht op inzage dat eigenlijk niet bestaat.

Over de oorspronkelijke voorwaarde (men dient eerst een geheimhoudingsverklaring te tekenen wilde er inzage worden verschaft) wordt niet meer gerept. Nu laat de griffier  weten, dat het recht op inzage pas is ontstaan nadat het college haar blokkade (op 15 juni) had opgeheven, waarmee de oorspronkelijke “voorwaarde vooraf” voor het oog was komen te vervallen.

Hier wordt het recht, om geheimhouding op te leggen, doelbewust gelijk gesteld aan een (niet bestaand) recht van het college om voorwaarden vooraf te stellen.

Het is een deprimerend en ontluisterend beeld dat bestuurlijk Enkhuizen tijdens deze vergadering van zichzelf heeft weten te scheppen. Bestuurders, die zich hebben laten adviseren presenteren vervolgens de raad (willens en wetens) een voorstel dat niet is gebaseerd op een wettige, maar op een  onwettige uitzonderingsgrondslag.

Terwijl degene wiens taak het is de raad bij te staan met raad en advies, alleen maar verwarring schept over haar rechten. En het college rechten toedicht die ze niet heeft. Zoals te bepalen waar en wanneer de raad ergens kennis van mag nemen.

Men verwijt mij vaak cynisme, maar het cynisme dat de bestuurders, de griffier en ambtenaren in deze kwestie ten toon spreiden is vele malen erger.

De raad ondergaat dit alles zonder enig merkbaar verzet. Tenzij men de handen ineen weet te slaan, in verzet komt  tegen de charlatans die haar van advies dienen en orde op zaken stelt, zal zij haar gezag (waar nauwelijks nog iets van over is) alleen maar nog verder teloor zien gaan.

juni 22, 2018 Posted by | Bedrieglijk, Bestuurscultuur, Mores | 1 reactie

Onwettig?

advocaat

Geheim advies college?

Het raadsvoorstel “Bekrachtiging geheimhouding vaststellingsoverkomst met architect” bevat een interessante clausule die ik hieronder in zijn geheel citeer.

Na uw besluitvorming, positief of negatief, zullen de ingediende Wob-verzoeken in die lijn door ons worden afgewikkeld.

Deze clausule is interessant omdat de afwikkeling van een WOB verzoek afhankelijk wordt gemaakt van het besluit van de gemeenteraad over een niet in de wet genoemde reden voor uitzondering op die wet. Dat lijkt me voor de raad een interessant juridisch probleem, waar ze welgeteld een weekend en twee werkdagen over mag nadenken.

Uiteraard heeft de raad het recht om van alles en nog wat te besluiten, maar de vraag blijft natuurlijk is het wel wettig wat ze besluit?

We weten dat het college 14 dagen de tijd heeft genomen om zich door een externe jurist te laten adviseren, alvorens er antwoord werd gegeven op gestelde vragen. Over de inhoud van dat advies zijn geen mededelingen gedaan en het raadsvoorstel verwijst er ook niet naar.

Het zou dus zo maar kunnen zijn dat de externe jurist het voorstel heeft ontraden. Daarom zou de raad er verstandig aan doen om, voordat ze een besluit neemt, kennis te nemen van de letterlijke tekst van het externe advies.

Kennelijk zijn er meerdere WOB verzoeken gedaan en ik zou graag weten wie er nog meer zo’n verzoek heeft gedaan. Wellicht kunnen we onze krachten dan bundelen ter behoud van de openbaarheid van bestuur.

ei van

Ei van Struijlaart

Mijn eigen verzoek is vrij simpel. Ik heb inzage gevraag naar de correspondentie met de architect over de getroffen schikking en de schikking zelf.

Waar de schikking mogelijk getroffen zou kunnen worden door een door de raad bekrachtigde geheimhouding, geldt dat natuurlijk niet voor de correspondentie die daarover is gevoerd ter voorbereiding van de schikking.

Met name het onderdeel dat betrekking heeft op het verzoek tot geheimhouding van de architect.

Mijn WOB verzoek dateert van 18 mei. Veel later, 7 juni, publiceert het NHD  een interview met de architect die laat weten dat de geheimhouding van hem niet hoefde.

Logisch dat ik gezien die krantenpublicatie nieuwsgierig ben naar de letterlijke tekst van het verzoek dat (volgens de gemeente) door de architect is gedaan. Hoewel ik er, op basis van ervaring uit het verleden, rekening mee houd dat de gemeente geen enkel bewijs van een dergelijk verzoek kan overleggen.

Maar wat het besluit van de raad aanstaande dinsdagavond nog spannender maakt is natuurlijk dat de uitkomst bepaalt hoe mijn oorspronkelijke WOB verzoek zal worden afgewikkeld.

Besluit de raad tot geheimhouding, dan stap ik vrijwel zeker naar de bestuursrechter, omdat het besluit niet is gebaseerd op een in de wet genoemde uitzondering en daarom wat mij betreft onwettig is.

juni 18, 2018 Posted by | Bestuurscultuur, WOB | 5 reacties

Het ei van Struijlaart

ei van

Ei van Struijlaart

En ja hoor, daar is dan eindelijk waar iedereen reikhalzend naar heeft uitgekeken.

Twee maanden nadat wethouder Struijlaart het besluit had genomen om de raad geheimhoudingsplicht op te leggen (16 april) komt hij nu met het verzoek aan de raad dat besluit te bekrachtigen en wel per 15 juni.

Na extern juridisch advies en weken van delibereren kunnen we eindelijk lezen waar het verzoek tot bekrachtiging op is gebaseerd. Voornamelijk op gebakken lucht naar het zich laat aanzien.

Struijlaart geeft de raad eerst een sigaar uit eigen doos. Namelijk iets waar ze al die tijd al recht op hadden (inzage in de door hem getroffen schikking). In ruil voor deze sigaar wordt de raad verzocht om het beginsel  “openbaarheid  van bestuur” voor deze keer terzijde te schuiven.

Waarom? Omdat hij zo dom is geweest om de architect geheimhouding te beloven. Althans, dat beweert hij.

De architect heeft echter al via de krant laten weten dat hij er nooit om heeft gevraagd en het hem ook niets kan schelen.

Maar zelfs al zou het hem wel wat kunnen schelen, dan nog had hem dat nooit beloofd mogen worden.

Omdat dit in strijd is met het democratische beginsel van openbaarheid van bestuur. Zoals vastgelegd in de Wet Openbaarheid Bestuur. Mogen we concluderen dat Struijlaart als doorgewinterde beroepswethouder niet op de hoogte was van het bestaan van deze wet? Uiteraard niet, maar wat Struijlaart wel bezielde laat zich maar moeilijk doorgronden.

In artikel 10 van de WOB worden de uitzonderingsgevallen genoemd waarin openbaarheid van bestuur niet van toepassing is. Struijlaart noemt geen van de bij wet bepaalde uitzonderingsgevallen in zijn voorstel, maar komt met een zelf bedachte uitzondering. Partijen zijn geheimhouding met elkaar overeengekomen.

Als dat argument ook maar enig hout zou snijden, dan zou de Wet Openbaarheid Bestuur de prullenbak in kunnen. Immers, om de gevolgen van die wet te kunnen ontlopen zouden partijen alleen maar “geheimhouding met elkaar hoeven af te spreken”.

Naast het ei van Columbus kunnen we dus nu ook spreken van het ei van Struijlaart.

In essentie een opgestoken middel vinger naar de juristen die de wet hebben ontworpen, de leden van de eerste en tweede kamer die haar hebben goedgekeurd en de leden van de Raad van State die geen bezwaar zagen. Allemaal sukkels, die niet in de gaten hadden gehad, dat wat er in de wet bepaald was, simpel terzijde kon worden geschoven, zodra partijen maar gezamenlijk overeenkwamen zich niet aan de wet te zullen houden.

Ik denk dat we veilig kunnen constateren, dat het door het college gevraagde juridisch advies niets heeft opgeleverd en dat de juridische ratatouille die hier wordt uitgedragen van interne makelij is. Slechts bedoeld om indruk te maken op hen die van toeten noch blazen weten.

Het aanzien van de Enkhuizer raad is in de loop der jaren dusdanig gedaald, dat college en ambtenaren er klaarblijkelijk van uitgaan dat je haar letterlijk van alles wijs kunt maken. Zoals bijvoorbeeld dat je met een simpel raadsbesluit een wet buiten werking kunt stellen.

Vergeet de opzichtige vleierij die er elke vergadering over de raad wordt uitgestrooid. Dit voorstel laat zien hoe college en ambtenaren werkelijk over de raad denken.

Dom genoeg om niet te beseffen, dat je als gemeenteraad niet in staat bent een wet buiten werking te verklaren, omdat je zo graag een wethouder een plezier wilt doen.

Artikel 10 van de WOB specificeert onder welke omstandigheden de wet niet van toepassing is. Geen van de daar genoemde omstandigheden wordt door het college als reden genoemd.

Waar de wethouder de raad toe uitnodigt is het negeren van een wet. Zodat hij zijn eigen falen verborgen kan houden.

Laten we hopen dat aanstaande dinsdagavond de raad niet verder wegzakt in het moeras dat in Enkhuizen voor besturen moet doorgaan.

juni 15, 2018 Posted by | Bestuurscultuur, Gebakken lucht, WOB | Plaats een reactie

Recht op openbaarheid

wobVolgens Wikipedia vormt de Raadsgriffier samen met de gemeentesecretaris de top van de gemeentelijke organisatie. Bij mijn weten is hij in dienst van de raad en legt hij aan de raad verantwoording af voor wat betreft zijn werkzaamheden.

De kern van zijn functie wordt op Wikipedia als volgt omschreven.

Het ondersteunen en adviseren van de gemeenteraad, de raadsleden, de raadscommissies en de raadsfracties bij hun volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende rol. De griffier organiseert daarbij complexe processen binnen een politiek-bestuurlijk krachtenveld.

Dit het geval zijnde verbaas ik me over de onwetendheid die raadsleden in de loop der jaren in tal van gevallen hebben gedemonstreerd. Neem bijvoorbeeld de laatste vraag die Langbroek het college stelde.

“Of de door het college (met de architect) overeengekomen geheimhouding inhield, dat de raad geen inzage kreeg in de schikking die met de architect was getroffen”.

Ik heb daar van gezegd, dat Langbroek (gezien zijn jarenlange raadlidmaatschap) het antwoord op die vraag had moeten weten. Inzage in de onderliggende stukken is geen gunst die het college kan verlenen, maar een recht dat de raad kan opeisen. Door het stellen van zijn vraag wekt Langbroek de indruk dat hij denkt dat het om een gunst gaat.

Dat komt niet helemaal als een verrassing. Immers, raadsleden maken zelden of nooit gebruik van hun recht op inzage. Wat in het verleden nogal eens resulteerde in tamelijk wereldvreemde standpunten van de raad.

Dus, zo vraag ik mij af, had het gezien de ondersteunende en adviserende functie van de griffier, niet voor de hand gelegen als hij Langbroek op zijn recht had gewezen en hem had geadviseerd zijn vraag anders in te kleden?

Niet “of” hij recht op inzage had, maar “wanneer” hij van dat recht gebruik kon maken.

In het verlengde daarvan vraag ik me af, of het niet de taak van de griffier is om de raad er op te wijzen, dat de door het college voorgestelde beperking op het recht van inzage geen wettelijke grondslag heeft, maar neerkomt op een vrijwillige inperking van rechten van de raad. Louter en alleen omdat het college de uitkomst van iets liever verbergt.

Het college mag de raad namelijk niet weigeren inzage te geven (of daar voorwaarden aan te verbinden) tenzij er sprake is van nauw gedefinieerde omstandigheden. Maar tot dusver is er nergens aangetoond dat die omstandigheden van toepassing zijn.

Het college heeft voorgewend dat er een wens van de architect bestond, waar ze niet onwelwillend tegenover stond. Maar een wens is onvoldoende argument om de openbaarheid van bestuur op te schorten of terzijde te schuiven.

Bovendien kan inmiddels (na een bericht in het NHD) ook aan het bestaan van die wens worden getwijfeld.

Openbaarheid van bestuur is een belangrijke democratische verworvenheid en het lijkt me, dat de raadsgriffier (als adviseur van de raad) er alles aan zou moeten doen om de raad de instrumenten en argumenten aan te reiken die haar in staat stelt die verworvenheid te verdedigen.

In plaats van er alleen maar op toezien hoe de raad zichzelf (onder druk van het college) castreert.

Feit is, dat het college juridisch advies heeft ingewonnen, wat er toe moet leiden dat de raad wordt overgehaald het het recht op openbaarheid van bestuur te beperken. Het zou mooi zijn als de griffier de raad er van zou kunnen overtuigen, dat haar primaire taak niet is om de rechten van burgers te beknotten, maar om ze te verdedigen.

juni 12, 2018 Posted by | Bestuurscultuur | 2 reacties

Mantel der liefde.

mantelHoewel ik er ook bij het vorige college wel eens op gewezen heb dat er sprake was van doelbewuste misleiding, is daar destijds door de raad ook niet op gereageerd.

Ik vermoed, omdat men niet goed weet hoe te handelen. Opmerkelijk, omdat de raad een goed betaalde adviseur in dienst heeft. De raadsgriffier. Maar kennelijk durft men hem niet om advies te vragen en klaarblijkelijk is hem ook nooit  iets bijzonders opgevallen in de beweringen van het college.

Overigens kun je, zonder dat je er (zoals de griffier) voor hebt doorgeleerd, ook gewoon begrijpen, dat doelbewuste misleiding niet tot de gebruikelijke omgangsvormen hoort. Als daar sprake van is, dan is er eigenlijk maar één passend antwoord. Het opzeggen van het vertrouwen in de betreffende bestuurder.

Immers, het raadslidmaatschap is een part-time baan en van raadsleden kan (en mag) je niet verlangen, dat zij (naast het kennis nemen van de voorstellen) ook de daarin voorkomende beweringen van het college op juistheid gaan zitten controleren.

Als raadslid moet je er van uit kunnen gaan, dat alles wat door het college beweerd wordt, ook daadwerkelijk waar is. Want waarheid vormt nu eenmaal het fundament waarop onze democratische instituties zijn gebouwd.

Door jarenlange verwaarlozing van dat fundament is ons vertrouwen in die instituties (waaronder de gemeenteraad) aanzienlijk afgenomen. Een zorgelijke ontwikkeling, die degenen die deze instituties bemensen zichzelf mogen aanrekenen.

Eén van de talloze onjuiste beweringen in het Dromdossier, betrof het motief van de aannemer voor het aanleggen van een verzwaring van het elektranetwerk in de Drommedaris, zonder dat hem daarvoor een  opdracht was verstrekt.

Volgens het college deed de aannemer dat om reputatieschade voor zichzelf te voorkomen. Uit de correspondentie daarover met de aannemer bleek echter het tegenovergestelde.

De aannemer wilde reputatieschade voor de stichting en gemeente voorkomen en had daarom genoegen genomen met slechts een mondelinge betalingstoezegging.

Hoewel het hier om een tamelijk absurde bewering van het college ging, werd ze door een deel van de raad (D66, PvdA en Lijst van der Pijll) wel serieus (en voor waar) genomen, met alle gevolgen van dien.

Ik heb daar destijds uitgebreid en meermalen over geschreven, zonder dat daar door de raad of pers aandacht aan werd geschonken. Wat me deed concluderen, dat noch onze volksvertegenwoordigers, noch onze reguliere pers belang hechtten aan feiten. Maar liever de weinig plausibele beweringen van een college herkauwden.

En dus herhaalt de geschiedenis zich. Want wie niet bereid is om van de geschiedenis te leren, wordt gedwongen haar te herhalen.

De geheimhoudingsplicht die het college de raad wenst op te leggen heeft niets te maken met de wensen van de architect, maar alles met de wens van het college om de door haar gemaakte fouten en de uiteindelijke kostenoverschrijdingen zo veel als mogelijk te kunnen bagatelliseren. Het verstrekken van misleidende informatie was en is nog steeds een gewaardeerd onderdeel van de Enkhuizer bestuurscultuur.

In het kader van de dualistische benadering is de raad tot driemaal toe in besloten zitting bijeen geweest. Ik ben benieuwd of ze inmiddels ook geleerd hebben wat je moet doen als je door een college doelbewust wordt misleid. In theorie zou een raad daar korte metten mee moeten maken, maar in de Enkhuizer praktijk zal het wel weer “de mantel de liefde” worden.

juni 11, 2018 Posted by | Bestuurscultuur, Mores | 2 reacties

Doelbewuste misleiding.

pinokkioEr zijn een tweetal reacties gekomen op mijn vorige column “Verdraaien van feiten”. Beide spreken over door bestuurders/ambtenaren gemaakte “fouten” en het onvermogen tot het erkennen van fouten door deze beide beroepsgroepen.

Dat is inderdaad een vervelende eigenschap, van zowel bestuurders als ambtenaren, maar helaas gaat het hier niet om “fouten”, maar om wat je alleen als opzettelijke misleiding kunt kwalificeren.

In mijn vorige column geef ik twee eerdere voorbeelden van opzettelijke misleiding, waarbij ik constateer, dat het kennelijk niet uitmaakt wie de verantwoordelijke bestuurders zijn, maar dat “opzettelijke misleiding” een vast onderdeel vormt van onze Enkhuizer bestuurscultuur.

We weten, dat de raadsbrief veel later is verstrekt dan oorspronkelijk de bedoeling was (16 april 2018). We weten ook de reden voor deze vertraging. Het college wilde over de inhoud van de raadsbrief juridisch advies inwinnen bij haar advocaat.

Wat we niet weten is over welk onderdeel van de raadsbrief het college advies wilde, maar het is tamelijk voor de hand liggend, dat dit betrekking had op de geheimhoudingsclausule. Je kunt namelijk als wethouder niet alles wat bij je opkomt “geheim” verklaren. Zou dat wel zo zijn, dan zou het begrip “openbaar bestuur” volkomen inhoudsloos zijn.

Het feit, dat er dus twijfel bestond (en advies is gevraagd) over de inhoud, maakt dat je niet langer kunt spreken van een fout, maar van een doelbewuste actie.  Doel van de actie was, de raad er van te overtuigen, dat het verzoek om geheimhouding afkomstig was van de architect en de rol van het college zich beperkte tot “daar niet onwelwillend tegenover te willen staan”.

Uit het interview met de architect (in het NHD) blijkt echter dat het omgekeerde waar was en het hem niet uitmaakt of er wel of geen geheimhouding zou worden betracht.

Maar zelfs al was dat wel het geval geweest, de wens van een architect om de uiteindelijke hoogte van zijn beloning geheim te houden, kan nooit een afdoende argument zijn om de openbaarheid van bestuur dan maar (voor deze gelegenheid) af te schaffen.

We hebben het dus niet over fouten, maar over opzettelijke misleiding. Het is moeilijk voorstelbaar dat alle 17 raadsleden dat over het hoofd zouden kunnen zien, maar gebeurtenissen uit het verleden tonen aan, dat de Enkhuizer raad daar wel degelijk toe in staat is. Men heeft zijn sporen verdiend in het doodzwijgen van pijnlijke kwesties, zeker als die er toe zouden moeten leiden dat de raad ergens het initiatief toe zou moeten nemen.

In het verleden heeft de raad bij doelbewuste misleiding altijd de andere kant op gekeken. Zal dat nu weer het geval zijn? Of is de dualistische bewustwording inmiddels al zover ingedaald, dat men het (als raad) niet langer pikt, dat het college maar door blijft gaan met haar pogingen tot doelbewuste misleiding? We zullen het zien.

Hier ligt wat mij betreft ook een belangrijke taak voor de reguliere pers.

Ze kent de opvatting van het college, ze kent de opvatting van de architect. Beide opvattingen komen niet met elkaar overeen, dus lijkt het me, dat je als krant dan onderzoekt, welke opvattingen er binnen de de raad leven over deze tegenstelling.

juni 8, 2018 Posted by | Bestuurscultuur | 3 reacties

Verdraaien van feiten.

pinokkioVolgens het Enkhuizer college had de aannemer de verzwaring van de stroomvoorziening in de Drommedaris aangelegd om zichzelf reputatieschade te besparen.

Als je de daarover gevoerde correspondentie leest, blijkt het tegenovergestelde waar. De aannemer probeerde de gemeente de afgang te besparen van een gebouw dat volgens bestek was opgeleverd, maar niet in gebruik kon worden genomen omdat het niet aan de veiligheidsvoorschriften voldeed.

Volgens het Enkhuizer college bedroegen de kosten van de elektraverzwaring in de Drom € 60.000,-, terwijl men gelijktijdig berekende dat ze feitelijk € 20.000,-  bedroegen en het verschil (€ 40.000,-) in werkelijkheid de kosten van inrichting waren die de gemeente (in weerwil van gemaakte afspraken) voor zijn rekening nam.

Volgens het Enkhuizer college dient de schikking (die ze trof met de architect van de Drom verbouwing) op verzoek van de architect geheim te blijven. Uit een artikel in het NHD blijkt dat de architect daar helemaal niet op heeft aangedrongen, maar dat het om een wens van het college ging.

Uit het bovenstaande blijkt, dat het binnen de Enkhuizer bestuurscultuur helemaal niet uitmaakt welke wethouders of burgemeester er verantwoordelijk zijn, maar dat het verdraaien van feiten deel uit maakt van het standaardrepertoire van de Enkhuizer bestuurders.

Mogelijk gemaakt door een gemakzuchtige raad, die haar toezichthoudende functie verwaarloost. Wat er uiteindelijk toe zal leiden, dat tijdens de raadsvergadering van 19 juni met veel fanfare het begrip oppositie (= vorm van toezicht) in de ban wordt gedaan en daardoor elke vorm van kritiek (door middel van de raadsbrede coalitie) in de kiem kan worden gesmoord en onschadelijk gemaakt.

 

juni 7, 2018 Posted by | Bestuurscultuur | 4 reacties

Juridisch advies.

langbroek.jpgIn het NHD van vandaag laat Hans Langbroek weten, de beantwoording van zijn schriftelijke vragen “raar” te vinden.

Met name het feit dat hij, alvorens hij inzage krijgt in de tussen de gemeente en de architect getroffen schikking, hij de (door het college eenzijdig opgelegde) geheimhoudingsplicht moet bekrachtigen.

Ik weet niet of “raar” het juiste woord is. Ik vind het meer een volstrekt ongepaste beperking van het recht op inzage voor leden van de raad.

Helaas tilt de raad van Enkhuizen (om wille van de lieve vrede) niet al te zwaar aan inbreuken op haar rechten. Of het nu gaat om haar budgetrecht of haar recht op juiste en volledige informatie. Het is dan ook niet ondenkbaar, dat de raad ook deze inbreuk  tolereert.

Dat neemt niet weg, dat het de moeite van het proberen waard is om een eind te maken aan dit soort regelmatig voorkomende inbreuken op de rechten van de raad.

De openbaarheid van bestuur is een belangrijke verworvenheid en vormt een wapen tegen mogelijke corrumpering van de macht.

Dit wapen uit handen geven, omdat het een wethouder of architect toevallig beter uitkomt, schept een volstrekt ongewenst precedent.

Het argument, dat het gaat om een privaatrechtelijke overeenkomst snijdt verder geen hout.

De gemeente treft jaarlijks talloze privaatrechtelijke overeenkomsten. Die zouden dus allemaal geheim kunnen zijn, als partijen het daarover met elkaar eens zouden worden.

Als ik het goed heb begrepen heeft het college (alvorens zij haar raadsbrief verzond) haar advocaat om juridisch advies gevraagd. Ik denk dat Hans er verstandig aan zou doen om inzage te vragen in de brief waarin dat juridisch advies werd gevraagd, alsmede het advies van de advocaat.

juni 6, 2018 Posted by | Bestuurscultuur | Plaats een reactie