Rookgordijn.

Woensdag in het NHD twee pagina’s (toegegeven meer foto dan tekst) over Chris Aalberts die een boek heeft geschreven over de gemeentepolitiek in Den Helder. Palermo aan het Marsdiep.

Dus wat ik de afgelopen 9 jaar ook heb gedaan. Schrijven over de lokale politiek. Hij over Den Helder (omdat hij daar vandaan komt), ik over Enkhuizen omdat ik er woon.

Qua conclusies ontlopen we elkaar niet veel heb ik de indruk. Aalbers komt tot de conclusie dat raadsleden nauwelijks nog invloed hebben op de gang van zaken.

Ze mogen hun mening geven (zienswijze) over de begrotingen van de Gemeenschappelijke Regelingen waar hun gemeente onderdeel van is.

Zoals daar zijn, regelingen voor vuilnis, veiligheid, gezondheid, milieu. Elke regeling heeft een bestuur dat er op toeziet dat de directie haar werk naar behoren doet.

Het bestuur bestaat uit collegeleden van de aangesloten gemeenten.

Het is de directie van de veiligheidsregio die bepaalt of (bijvoorbeeld) de brandweer van Enkhuizen nog steeds mag beschikken over een hoogwerker.

De raad van Enkhuizen mag daar best een mening over hebben, maar als die mening niet gedeeld wordt door de directie, dan mag het bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling (waarin Enkhuizen een minderheidspositie heeft) de knoop doorhakken.

Heeft de raad nu al weinig invloed, dat zal alleen maar verder verwateren als ze in de toekomst haar invloed moet delen met participerende burgers.

Zitten raadsleden er op te wachten dat gewone burgers zich gaan bemoeien met de wijze waarop ze hun “werk” doen?

En wat te denken van de ambtenaren? Zitten die echt te wachten op inmenging door de  “gewone” burger?

“Burgerparticipatie” is een soort Haarlemmerolie, die de overheid aanprijst als ze zelf geen oplossing weet.

Kan onze overheid de zorg niet meer efficiënt (en tegen acceptabele kosten organiseren) dan is dat geen onkunde van de organisatoren, maar een gebrek aan deelname van de gewone burger en moet de participatiemaatschappij uitkomst bieden.

Kraakt onze democratie in haar voegen, dan is burgerparticipatie de oplossing. Alsof de gemiddelde burger daar zin in (en tijd voor) heeft.

Hem wordt hem in ieder geval niets gevraagd.

Ik vrees dat de zaken gecompliceerder zijn, dan door de overheid wordt voorgesteld en dat al dat geroep om te participeren niet anders is dan een rookgordijn, waarmee men de eigen onmacht tracht te verbergen.

Advertenties

Participatie avant la lettre.

Strikt genomen (burger)participeer ik er al 9 jaar vrolijk op los. Ik lees al die tijd netjes de agenda van de raadsvergadering, bestudeer de onderliggende stukken en schrijf er over op mijn blog. Verder stel ik iedereen, die het niet met mijn bevindingen eens is, in staat erop te reageren.

Meer dan 9 jaar lang, meer dan 2200 bevindingen, bijna 9000 reacties. Dus je zou denken, daar zal de gevestigde politieke orde in Enkhuizen wel blij mee zijn.

Want, nog voor dat zij (de politici) de burgerparticipatie tot speerpunt van hun beleid hadden verklaard, was er in Enkhuizen al iemand die er al mee bezig was.

Helaas heb ik de afgelopen 9 jaar, met uitzondering van Christian Bokhove, nooit enige blijk van waardering mogen ontvangen van leden van de Enkhuizer raad.

Dus, als die nu plotseling gaan roepen, dat ze de gewone burgers (over twee jaar) meer willen betrekken bij de besluitvorming, dan neem ik dat met een korreltje zout.

Dat ze zo graag burgerparticipatie willen roepen ze gewoon, omdat het klaarblijkelijk in de mode is en ze zich “bij de tijd” willen voordoen. Maar ook vanuit de overtuiging dat er toch niemand is die controleert of “wat ze roepen” gemeend of waar is.

Remkes
Nog geen antwoord

In het verleden bleek dat dikwijls NIET het geval te zijn.  Als burgerparticipant heb ik daar dan ook vaak op gewezen, maar dat wordt dan weer niet op prijs gesteld.

Kortom, ik vrees dat het project burgerparticipatie in Enkhuizen geen lang leven zal zijn beschoren.

Hoelang ik mijn eigen participatie avant la lettre nog weet vol te houden weet ik niet.

Ik hoop de 10 jaar nog vol te maken.

Bovendien, zolang ik nog geen antwoord heb op mijn vraag aan de Commissaris van de Koning, “of het de overheid is toegestaan haar burgers (met behulp van valse offertes) te bedriegen” kan van ophouden geen sprake zijn.

Toverwoorden.

Nu het begrip “transparant” zo langzamerhand zijn glans begint te verliezen, wordt het tijd voor een nieuw woord, waarmee de goedgelovige kiezer om de tuin kan worden geleid. De keuze lijkt te zijn gevallen op “burgerparticipatie”, waarmee onze bureaucraten deelname aan de besluitvorming (door de burger) in het vooruitzicht stellen.

Net zo min als bureaucraten transparantie een goed idee vinden, stellen ze deelname aan de besluitvorming door burgers niet op prijs.

Dat is geen kwaadwilligheid, maar een bureaucratie heeft nu eenmaal zijn eigen wetten en normen met behulp waarvan men zich staande tracht te houden. Begrippen als transparantie en burgerparticipatie staan daarmee op gespannen voet.

In Enkhuizen leidt elk WOB verzoek als snel tot de conclusie dat de gemeente relevante documenten heeft achtergehouden, waarmee men niet alleen de wet niet uitvoert, maar ook de Enkhuizer visie op transparantie definieert.

Men is transparant, maar alleen voor zover de eigen tekortkomingen niet worden blootgelegd.

Ten aanzien van burgerparticipatie, voormalig burgemeester Baas had daar een helder  standpunt over. De ambtelijke molens konden alleen maar doorgaan met malen als een raadsmeerderheid daar mee instemde.

In zijn ogen telde alleen de opvatting van de 17 raadsleden en deden de opvattingen van anderen niet ter zake. Vanwege het feit dat ze geen rol spelen bij de besluitvorming. Het streven was dus het verkrijgen van een meerderheid voor het collegestandpunt. Hoe die meerderheid tot stand kwam was van ondergeschikt belang. Alleen het resultaat telde.

Volgens mij hebben (in Enkhuizen) de 17 raadsleden deze gedachtegang in hun hart gesloten. Maar zelfs als ze het zouden ontkennen, dan nog gedragen ze zich er naar.

Men was (na de laatste verkiezingen) nog niet gekozen of men trok zich terug in de eigen (beschutte) kring van raadsleden onder elkaar.

Hoe kun je als burger deelnemen aan een proces, als de raadsleden aard en omvang van een proces (in dit geval de vlucht in een raadsbreed akkoord) zorgvuldig voor de kiezer verborgen houden?

En pas na afloop het resultaat van hun besloten overleg meedelen.

Burgerparticipatie kan alleen slagen als er een structurele bereidheid bestaat om vooraf informatie met de burger te delen.

Het delen van kennis is niet in het belang van onze voltijd-bureaucraten (zoals college en ambtenaren).

Zoals het evenmin in het belang is van onze deeltijd-bureaucraten (zoals onze raadsleden).

Om de simpele reden dat kennis = macht en het “delen van kennis” dus neerkomt op een verlies van macht.

Terwijl het doel van politiek is, behoud en uitbreiden van macht.

De fractie van Nieuw Enkhuizen doet op haar website maandelijks verslag over de gebeurtenissen van de aflopen maand en is daarmee een voorbeeld voor de andere fracties, die zich zelfs die moeite niet getroosten.

Maar een verslag achteraf vormt geen basis voor burgerparticipatie. Daarvoor dient de burger vooraf en actief te worden geïnformeerd.

Als zelfs de raad vaak pas in een laat stadium wordt geïnformeerd, dan zal dat voor wat betreft de burger niet veel beter zijn.

Zodat uiteindelijk zal blijken, dat  “burgerparticipatie” (net als “transparantie”) politieke toverwoorden zijn zonder  inhoudelijke betekenis.

Struisvogelpolitiek.

Gisteren ging het over het instellen van een geheel nieuwe ambtelijke functie met als doel ondermijning van de overheid door criminele organisaties te voorkomen.

Na te zijn opgespoord zouden die criminele organisaties met wortel en tak worden uitgeroeid. En dat alles voor de alleszins bescheiden bijdrage van € 60.000,-. Nooit eerder  stelde de gemeente iets (het met wortel en tak uitroeien van crimineel gedrag) in het vooruitzicht voor zo’n bescheiden bedrag.

Ondanks de ingehuurde handhavers is zelfs het fietsen in de Westerstraat nog niet geheel uitgeroeid en steekt het van tijd tot tijd de kop weer op.

Maar wat nu, als de wetsovertreders zich niet buiten, maar binnen de overheid zouden  bevinden? Zouden die dan ook worden opgespoord of moet daar dan weer een andere projectleider voor worden aangetrokken? Die daarvan ook de zaken gaat inventariseren en coördineren.

Neem bijvoorbeeld het volgende. Een aannemer wil de gemeente er van overtuigen dat bepaalde werkzaamheden beter vóór oplevering gedaan kunnen worden, dan dat het werk gedaan wordt nadat er is opgeleverd en alle benodigde apparatuur weer opnieuw in stelling moet worden gebracht.

Ter illustratie maakt hij een offerte voor geval de werkzaamheden na oplevering worden  uitgevoerd. Hij overdrijft een beetje waardoor de kosten het drievoudige zijn van de kosten die gemaakt worden voor oplevering. Maakt verder niet uit, de werkzaamheden worden namelijk uiteindelijk toch voor (en niet na) de oplevering uitgevoerd en tegen kosten die 1/3 blijken te zijn van de in de offerte opgenomen kosten.

Echter, de offerte wordt wel gebruikt om de raad er toe over te halen het drievoudige van de werkelijke kosten aan krediet te verstrekken.

We hebben het over de verzwaring van het elektra-netwerk in de Drommedaris. De kosten van aanleg (vóór oplevering) waren globaal € 25.000,- , de kosten van aanleg na oplevering waren begroot op € 75.000,- en dan waren er nog werkzaamheden die niets met de verzwaring te maken hadden, maar wel op de offerte stonden. (€ 22.000,-)

Onder de noemer “verzwaring elektra-netwerk Drommedaris” presenteerde het college de raad een offerte van € 100.000,-. Wetende dat de omstandigheden die voor de offerte golden (aanleg nadat de oplevering had plaatsgevonden) niet van toepassing waren. Verder werd ook verzwegen, dat een deel van de op de offerte voorkomende kosten ( € 22.000.-) niets met de verzwaring  te maken hadden.

Pure misleiding van de raad door het college. Wat ondanks de vele waarschuwingen op dit blog door de raad nooit ter sprake werd gebracht, maar het oogluikend werd toegestaan.

Zoals ook een offerte van € 39.000,- voor het doen van een haalbaarheidsonderzoek, dat zonder enige op- of aanmerking door de raad werd geaccepteerd. Een onderzoek dat vier jaar eerder al was uitgevoerd, waardoor er sprake was van een spookopdracht en een spookofferte .

Beide offertes zijn misrepresentaties van de uit te voeren werkzaamheden en kunnen dus als frauduleus worden bestempeld.

struisvogel3Maar het consequent wegkijken van de raad in dat soort situaties heeft als prettige bijkomstigheid, dat je jezelf kunt wijsmaken dat toezicht houden volstrekt overbodig is.

En dus komen de twee grootste partijen in de raad (SP & VVD) tot de opvallende conclusie, dat een oppositie (wiens voornaamste taak is toezicht houden op het doen en laten van de macht) in Enkhuizen feitelijk overbodig is.

Grappig is dat de Enkhuizer raad denkt, dat de problemen die men ervaart voortvloeien uit het bestaan van een oppositie en dat men die problemen dus oplost door de oppositie uit te bannen.

In werkelijkheid heeft er (door het onvolwassen gedrag van de raadsleden) nooit een serieuze oppositie bestaan en is het zogenaamde opheffen ervan niet meer dan struisvogelpolitiek.

Dus naast Sinterklaaspolitiek geniet Enkhuizen ook nog enige bekendheid vanwege haar struisvogelpolitiek.

Maar de vraag is natuurlijk of je naast de bestaande toezichthouders (de provinciale overheid) weer een nieuwe toezichthouder moet creëren.

Tegenkracht.

Maandagmorgen begon goed. Ik kreeg een mail van een oud raadslid met de volgende mededeling.

Goedemorgen Chris,

Ik moest aan je denken toen ik bijgaand artikel las. Je weet inmiddels zelf hoe weerbarstig het organiseren van tegenkracht is.

Mooie dag!

https://decorrespondent.nl/article/8662.pdf

De link werkt niet meer, maar betrof een voorpublicatie van een door Marc Chavannes geschreven boek. “Dit was het nieuws niet” over grote verhalen die het journaal nooit zullen halen. Prof. Mr. Marc Chavannes is een Nederlands journalist en publicist, voormalig adjunct-hoofdredacteur van de NRC.

Zijn boek gaat over hoe de democratie door onze vingers glipt en hoe we een tegenmacht kunnen vormen.

Dat de democratie ons uit de vingers glipt zal inmiddels iedereen wel duidelijk zijn, maar hoe we een tegenmacht moeten vormen nog niet. Hopelijk brengt het boek daarover wat meer duidelijkheid.

Chavannes constateert, dat het ideaal ooit Trias Politica was, drie gescheiden machten, die elkaar in evenwicht hielden. Terwijl  er nu sprake is van een soort machtsklontering. Machtskauwgum waar je op kunt blijven kauwen, zonder dat er ook maar iets verandert aan het gedrag van onze machthebbers. Men controleert elkaar niet meer, maar houdt elkaar de hand boven het hoofd.

Politici die lekker meedeinen op de golven van verontwaardiging in het nieuws. En beleid, dat met behulp van praatshows wordt vorm gegeven. Chavannes heeft het uiteraard over de landelijke politiek, maar is het lokaal zoveel anders?

Het ineenstorten van twee colleges (grotendeels door toedoen van D66/VVD wordt als een enorm probleem afgeschilderd. Maar het grootste probleem is niet dat er colleges naar huis worden gestuurd.

oude collegeHet NE, D66/VVD en CDA college werd niet weggestuurd, omdat een wethouder het budgetrecht van de raad had geschonden, maar omdat een raadsmeerderheid een iets andere manier van bezuinigen wilde doorvoeren.

Zodat een wens van de meerderheid door de minderheid eenvoudig om zeep werd geholpen.

Tegen enorme kosten voor de gemeente, dat ook nog, maar dat vinden onze bollebozen in de Breedstraat kennelijk wel democratisch.

College van B&WHet SP, CDA, NE, CU/SGP college werd niet weggestuurd omdat een wethouder de raad onvolledig en onjuist had geïnformeerd. Welnee, toen dat geconstateerd kon worden waren de verkiezingen te ver weg en dus mocht hij gewoon blijven zitten.

Pas toen de verkiezingen dichterbij kwamen was de maat plotseling vol en werd er een voorwendsel gezocht om hem naar huis te kunnen sturen.

Het grootste probleem van de Enkhuizer raad is niet het feit dat colleges (van tijd tot tijd) naar huis worden gestuurd, maar de schijnheiligheid waarmee dat gebeurt.

Of het feit dat de raad zichzelf beschouwt als onderdeel van de ambtelijke organisatie en haar best doet om die gewoonten en gebruiken zo veel mogelijk te imiteren. Door zoveel mogelijk woorden te gebruiken om zo min mogelijk te zeggen.

Met als voorlopig hoogtepunt “het raadsbrede akkoord”, dat de ambtelijke organisatie in staat moet stellen om een raadsagenda af te werken in een tempo dat haar het beste past.

 

 

Kennis = Macht

Dat kennis gelijk staat aan macht is een adagium dat door weinigen wordt betwist. Maar als dat gezegde op waarheid berust, dan staat het “delen” van kennis ook gelijk aan het verlies van macht.

En het verlies van macht is voor veel mensen een ondraaglijke gruwel.

In een hiërarchische en bureaucratische organisatie als de gemeente wordt het gebruik van macht (in de vorm van wie is bevoegd tot wat) heel nauwgezet geadministreerd en bijgehouden.

Het hebben van macht roept bij sommigen, niet iedereen, een zekere mate van wellust op. Nooit beter geïllustreerd dan in het onderstaande filmpje.

Raadsleden zien zich zelf graag als machthebbers. Ze mogen immers besluiten nemen. Helaas ontberen ze in (veel gevallen) de daarvoor benodigde kennis, wat ze overigens niet gauw zullen toegeven.

De echte macht op dat punt berust bij hen die wel over de benodigde kennis beschikken en dat zijn in vrijwel alle gevallen de ambtenaren. Maar ook zij delen hun kennis het liefst mondjesmaat, om zodoende niet al te veel macht over de situatie te verliezen. Zij formuleren in ieder geval het besluit dat raadsleden zullen nemen en bepalen (op die manier) ook (voor een belangrijk deel) de inhoud van het besluit.

Gezien de geringe hoeveelheid macht, waar raadsleden over beschikken, is hun neiging om kennis te delen minimaal. Omdat gedeelde kennis nu eenmaal een verlies aan macht inhoudt. Liever praat men liefdevol over het begrip “transparantie”. Wat er in de praktijk op neerkomt, dat men (achteraf) mededelingen doet over wat er tijdens (besloten) bijeenkomsten is beslist.

De meeste partijen hebben er geen enkel belang bij dat de zaken waar ze zich mee bezig houden, doorzichtiger worden. Alleen op die manier kunnen ze blijven pretenderen dat voor het nemen van besluiten meer kennis nodig is dan waarover de gewone kiezer kan beschikken. Feitelijk wordt het adagium omgedraaid. Men heeft de macht, dus moet men wel over de kennis beschikken.

Dat is ook de reden dat onze “machthebbers” nooit reageren op dit blog. Omdat men het kennisniveau waarover men beschikt niet wil prijsgeven. Stel je voor dat anderen meer zouden weten over het onderwerp waar ze zojuist een besluit hebben genomen.

Pim’s Prietpraat is een PaljasProject ofwel het verzet der machtelozen. Dat verzet heeft de vorm gekregen van een blog waarop “de zaken in de openbaarheid kunnen worden besproken die onze regenten liever onder elkaar en binnenskamers willen bespreken”.

Ik bied daartoe de gelegenheid, omdat kennis (over de gang van zaken) de enige manier is om op vreedzame wijze misbruik van macht tegen te gaan. Natuurlijk kunnen we, als het mis dreigt te gaan, barricades oprichten, auto’s in de brand steken of ruiten ingooien, zoals je elders wel ziet gebeuren als men ten einde raad is.

Alleen, daar ben ik dan weer geen voorstander van.

 

Wie het weet, mag het zeggen.

Even de feiten op een rijtje.

In het kader van een schikking (tussen gemeente en architect) over achterstallig honorarium van de architect, krijgt die opdracht voor een haalbaarheidsonderzoek voor wat betreft de locatie Bierkade 1-5.

Een soortgelijk onderzoek had al eerder plaatsgevonden, hetgeen ook de reden was dat de gemeente de locatie wilde kopen van de familie Scholten.

Op 30 augustus neemt de architect de locatie in ogenschouw. Enkele dagen later staat de familie Scholten (die de locatie wil verkopen) voor de rechter om de gemeente er toe te bewegen mee te werken aan een verkoop aan derden, nu de gemeente haar belofte tot aankoop niet heeft kunnen nakomen.

De gemeentelijke consigliere zegt toe te proberen om binnen 14 dagen tot een oplossing te komen. Dat impliceert dat de uitkomst van het haalbaarheidsonderzoek er niet toe doet, dan wel dat men een offerte heeft goedgekeurd waarbij € 39.000,- wordt betaald voor werk dat nog geen 14 dagen in beslag heeft genomen.

Het is niet de eerste keer dat de gemeente een offerte goedkeurt, die een aanzienlijk hoger bedrag bevat dan wat er (gezien de uit te voeren werkzaamheden) verwacht mag worden.

Zo stemde de gemeente in met een offerte van € 100.000,- voor de verzwaring van het elektra-netwerk in de Drommedaris, terwijl men (een jaar later) de werkelijke kosten becijferde op € 20.000,-.

In beide gevallen gaat het er om betalingen aan derden te rechtvaardigen, zonder dat men de werkelijke reden voor die betaling hoeft prijs te geven. Omdat men tot op dat moment het standpunt had ingenomen, dat betalingen niet nodig waren.

In het ene geval had de architect (anders dan men had beweerd) wel degelijk recht op achterstallig honorarium. In het andere geval zou (zonder een extra subsidie voor de  stichting Drommedaris) die stichting faillissement hebben moeten aanvragen op het moment dat het cultureel centrum (na een jarenlange verbouwing) in gebruik kon worden genomen.

Gemeenteraad_Enkhuizen_internet
Te dom om op te merken?

De vraag is alleen, moet je ruiterlijk erkennen dat je in het verleden hebt mis gekleund of mag je, als overheid, proberen dat te verbergen met behulp van misleidende offertes?

En moeten we uit het feit, dat de gemeenteraad dit (zonder verdere op- of aanmerkingen) steeds weer laat passeren concluderen, dat die instantie het “spel” meespeelt, of moeten we er van uitgaan dat men eenvoudig te dom is om het  bedrog op te merken?

Wie het weet, mag het zeggen.