Omertà

Tien jaar lang ging dit blog over de politieke besluitvorming in Enkhuizen. Hoe die tot stand kwam en welke (gewoonlijk financiële) gevolgen er aan kleefden. De uiteindelijke uitkomst van het besluit kon me meestal weinig schelen. Het ging me meer om de weg er naar toe en de financiële gevolgen.

Als een meerderheid van de raad vindt dat de Drommedaris moet worden omgebouwd tot een volwaardig cultureel centrum vind ik dat prima, maar ik vind tegelijkertijd dat degenen die dat besluit namen, ook verantwoording moeten afleggen voor de financiële gevolgen van dat besluit.

Maar dan werken college en raad eendrachtig samen om de financiële gevolgen van hun besluit zo veel als mogelijk voor de gewone kiezer verborgen te houden.

Of er nu wel of geen vakantiehuisjes op het REZ gebouwd gaan worden kan me eigenlijk ook niet eens zoveel schelen. Als een meerderheid van de raad beslist dat dit moet, dan leg ik me er wel bij neer. Maar ik vind dan weer wel, dat college en raad de financiële gevolgen van dit besluit openlijk met hun kiezers zouden moeten bespreken.

En dan bedoel ik niet alleen maar het gemeentelijk persberichtje, dat men doet uitgaan en dat voldoende is voor de regulaire (veelal door de overheid gesubsidieerde) media.

Maar, mede voor de 263 reguliere volgers van mijn blog, zou ik graag een verklaring willen voor het feit, dat als de college en de raad grond op het REZ kopen, ze grif € 92,- m2 betalen, maar als ze grond verkopen genoegen nemen met € 2,23 m2.

Maar hiervoor geldt (binnen de Enkhuizer politieke elite) een soort zwijgcultuur, die in andere kringen ook wel omertà wordt genoemd. Zaken die je alleen onderling bespreekt, maar naar buiten toe doodzwijgt.

Ik heb (door middel van mijn blog) 10 jaar lang geprobeerd om die omertà te doorbreken (zonder al te veel resultaat overigens) en beperk me vanaf oktober 2019 tot de omertà rond de herinrichting van het REZ. Waarmee men de eigen incompetentie (van raad en college) voor de kiezer verborgen probeert te houden.

Kat uit de boom kijkers.

Ik schat dat de gemeente, door met Orez in zee te gaan, een paar miljoen aan opbrengst is misgelopen. Geld, dat wat mij betreft beter besteed had kunnen worden aan de bouw  van een parkeergarage op de Ossenmarkt of zoiets dergelijks.

Maar stel, dat we niet ontkomen aan de eisen van de provincie en dat het aantal kavels voor vakantiewoningen terug moet naar 80, (gelijk aan de omvang van Broekerhaven) dan kun je er vergif op nemen, dat Droomparken begint te mekkeren over haar verlies aan inkomsten.

Dan zou het heel nuttig zijn, als er iemand in die Participatieclub van Droomparken zou zitten  met een beetje zakelijk inzicht. Om het gehuil om vergoeding van geleden schade tot normale proporties te beperken.

Wie het gaan worden kan me niet schelen, zolang ze maar beloven er niet te gaan zitten om er zelf beter van te worden.

Zoiets op persoonlijke titel doen heeft geen zin, want dan leg je verder geen gewicht in de schaal. Daarom roep ik mensen op om zitting te nemen in het participatie comité, met als doel vorm te geven aan het door Droomparken te exploiteren vakantiedorp. 

Ik neem aan dat college en raad met een soortgelijke oproep komen. Zodat er sprake zal zijn van een keuze. Wil men het belang van het wettige gezag vertegenwoordigen of wil men het belang van de bevolking vertegenwoordigen?

Als er zich tenminste 5 kandidaten melden, dan organiseer ik een openbare bijeenkomst waarin de kandidaten zich kunnen voorstellen en kunnen worden gekozen. Hoeveel er aan het participatieberaad mogen deelnemen hangt natuurlijk van Droomparken af.

Enfin, ik zie wel wie vertegenwoordiger van de bevolking wil zijn, als die er überhaupt zijn. Het merendeel van de Enkhuizers zijn volgens mij, “door de wol geverfde kat uit de boom kijkers, die liever wat meer betalen dan de autoriteiten voor de voeten te lopen”.

Ter afsluiting een wat ingetogener studio opname van “el pueblo unido”, omdat ik het zo’n mooie meeslepende melodie vind. Niet meer van deze tijd natuurlijk, maar dat ben ik zelf ook niet.

Enkhuizer Belang?

Wat me opviel tijdens de laatste raadsvergadering was het gezamenlijk optrekken van de twee ex-NE raadsleden, Langbroek en de Jong. Men diende gezamenlijk moties in, wat er op zou kunnen wijzen dat beide lokale partijen uit zijn op samenwerking.

langbroek.jpgDat is wat mij betreft alleen maar toe te juichen. Drie lokale partijen die, voor wat betreft programma, nauwelijks van elkaar verschillen is te veel van het goede. In wezen zijn het eerder persoonsgebonden fanclubs dan politieke stromingen.

Ooit begon het met de legendarische Jan “washand” Hart die als eerste de knuppel in het gemeentelijke hoenderhok gooide met zijn Enkhuizer Belang.  Eigenzinnig en recht in de leer bleek hij echter niet in staat de boel bij elkaar te houden.

Een deel van zijn aanhangers (waaronder Langbroek) wilde meer bestuurlijke invloed en splitste zich af om Nieuw Enkhuizen te vormen. Dat onder leiding van Jan Franx tot bloei kwam, maar na zijn vertrek weer vrijwel teloor ging.

Mdejong

Oud NE collega’s Langbroek en de Jong lijken elkaar nu dus gevonden te hebben en voor je het weet krijgt die samenwerking een eigen naam en gaan ze verder als het Enkhuizer Belang. Dan zou de cirkel rond zijn en zijn we weer terug bij wat Jan Hart ooit was begonnen.

Eén zwaluw maakt natuurlijk nog geen zomer, maar het zou jammer zijn als deze prille samenwerking geen vervolg zou krijgen.

Only chiefs, no indians.

Gelukkig, nu met de komst van wethouder Esther Heutink-Wenderich het vraagstuk rond de verdeling van de macht tot ieders tevredenheid is opgelost, kunnen we ons nu  eindelijk gaan bezig houden met de vraag, hoe we die macht gaan controleren.

Een onderdeel van het takenpakket van de raad dat er iedere keer weer bij inschiet. Ik begrijp dat het nieuwe denken veronderstelt dat controleren van de macht niet nodig is, want iedereen wil het beste voor iedereen, maar waarom zou de wetgever het dan toch in het takenpakket van de raad hebben opgenomen als het eigenlijk overbodig zou zijn?

De machtsposities (wethouders) in Enkhuizen zijn ondertussen keurig verdeeld over de drie landelijke stromingen. De liberalen, de socialen en de confessionelen. Ofwel VVD, PvdA, CDA.NE1

Op de tweede rang zitten de “lokalen”. Nieuw Enkhuizen, HEA en Enkhuizen Vooruit . Samen goed voor 4 zetels en in theorie  een factor van belang. Als ze er maar in zouden slagen om met elkaar samen te werken.

Voorlopig is dat nog niet het geval. Voorlopig zijn het nog drie kleine koninkrijkjes waarbij men krampachtig doet of men verschrikkelijk veel anders is dan de ander.

Nieuw Enkhuizen had als motto “anders denken, anders doen”, maar heeft (voor zover ik kan nagaan) door het omarmen van het raadsbrede akkoord precies hetzelfde gedacht en gedaan als alle anderen.

HEAHEA en Enkhuizen Vooruit waren vanaf de eerste dag al warme voorstander van het door D66/VVD gepropagandeerde “nieuwe denken”. Nieuw Enkhuizen heeft zich daar, zonder al te veel nadenken en zonder enig overleg met haar achterban, uiteindelijk ook maar bij aangesloten.

Het wordt door D66/VVD voorgesteld dat de verdeeldheid van de raad in het verleden tot problemen heeft geleid. Waar ze dat op baseren is mij een raadsel.

De mislukkingen uit het recente verleden zoals SMC, Drommedaris en REZ vloeien niet voort uit het feit dat de Enkhuizer raad zo gefragmenteerd was.

Het was steeds weer een kwestie van een meerderheid die te lang bleef toekijken en te laat ingreep. Voor wat betreft het niet tijdig ingrijpen in de SED organisatie waren ze in Drechterland en Stede Broec net zo te laat als het verdeelde Enkhuizen.

EV!Het raadsbrede akkoord is dan ook niet meer dan een gimmick, waarmee gepoogd wordt om een soort schijn-eensgezindheid te scheppen en het voeren van oppositie verdacht te maken.

Maar elke volwassen democratie heeft een loyale oppositie die er op toeziet. dat zij die aan de macht zijn, zich naar behoren gedragen.

Systemen die geen loyale oppositie verdragen zijn gewoonlijk autoritair en niet democratisch.

In Enkhuizen staan de lokale partijen buitenspel, maar daarom niet getreurd of er een probleem van gemaakt.

chief-1Er is pas een probleem als niemand bereid is om het vuile (en vaak ondankbare) werk op te knappen, dat het voeren van oppositie nu eenmaal met zich meebrengt.

Of, zoals wordt gezegd, iedereen zich opperhoofd waant en er geen indianen zijn om het werk te doen. “Only chiefs, no indians”.

Maar als de lokale partijen elkaar zouden weten te vinden in het gezamenlijk oppositie voeren, dan gaan we een interessante tijd tegemoet.

Maar goed, zo denk ik erover en ik ben benieuwd hoe de vertegenwoordigers en leden van onze drie lokale partijen daar over denken.

 

Stemmen op iemand die je kent.

BeemsterOpmerkelijk commentaar in de Enkhuizer Krant van zaterdag. Verslaggevers Cees Beemster en Paul Gutter nemen de Enkhuizer Raad de maat en zetten de raadsleden weg als kleuters.

Een tamelijk gedurfde stellingname van een krant, die ik in het verleden heb verweten dat ze ongemakkelijk nieuws (= kritiek op de lokale autoriteiten) gewoonlijk uit de weg gaat en ofwel verkapt, dan wel helemaal NIET vermeldt.

Het excuus is dan altijd, dat het de gewone kiezer nauwelijks wat kan schelen welke strapatsen er nu weer worden uitgehaald door de gemeenteraad en de krant met de smaak van zijn lezers rekening moet houden.

GutterIk begrijp dat ook wel, maar een “vrije pers” is wat mij betreft toch een wezenlijk onderdeel van een goed functionerende democratie.

Enkhuizen mag dan een broeinest zijn van merkwaardige opvattingen, maar is het dan niet juist aan de reguliere pers om daar (keer op keer) aandacht aan te schenken en enig opvoedkundig werk te verrichten?

Eens in de zoveel tijd een vernietigend oordeel geven en de rest van de tijd allerhande “ongemakkelijk” nieuws uit de weg te gaan, brengt volgens mij geen verbetering.

Zelf “begeleid” ik het instituut gemeenteraad nu al meer dan 8 jaar. Omdat het mij lief is, maar tegelijkertijd omdat ik mij zorgen maak over de merkwaardige opvattingen die in de Breedstraat tot bloei weten te komen.

Ik heb daarbij overigens weinig steun ervaren van de reguliere pers. Met als gevolg dat de raad in staat was, volgens mij daartoe aangemoedigd door B&W, vrijwel elke vraag of waarschuwing vanuit de bevolking te negeren.

Je kunt wel telkens vroom roepen, dat je hoopt op meer betrokkenheid bij de burgers, maar als er dan één is die de handschoen opneemt (en dat bovendien 8 jaar lang weet vol te houden) en betrokkenheid demonstreert door braaf de stukken te lezen waar hij commentaar op denkt te moeten leveren, dan wordt die inbreng gewoon genegeerd.

Voorbeeld? Nota bene op basis van een krantenartikel ontdek ik dat de inwoners van Enkhuizen meer bijdragen aan een ontwikkelingsplan dan de inwoners van de overige SED gemeenten. Vervolgens doe ik wat ik in een democratisch land geacht word te doen.

Ik probeer de aandacht te vestigen op deze ongelijkwaardige behandeling van de inwoners van Enkhuizen. Ik – en velen met mij – waarschuwen haar vertegenwoordigers in de raad (maar ook de de lokale pers) om die regeling niet aan te gaan. Hautain doet de raad er het zwijgen toe en negeert de waarschuwing. De lokale pers doet precies hetzelfde.

Maar goed, in een democratie is het laatste woord aan de kiezer. Ik besluit lid te worden van de enige partij die bereid is om de vraag aan de kiezer voor te leggen, “vindt U het rechtvaardig dat U meer bijdraagt aan de kosten van een SED regeling dan de overige inwoners van het SED?”.

Is er eindelijk een onderwerp waarover je (tijdens de verkiezing) met elkaar (op het scherpst van de snede) zou kunnen discussiëren, besteedt de krant er geen seconde aandacht aan. Tot grote opluchting van de voltallige raad, die de regeling immers twee maanden eerder had goedgekeurd.

Het zou me verbazen als meer dan een kwart van de Enkhuizer bevolking zou weten, dat ze persoonlijk en gezamenlijk meer  bijdraagt aan dat ontwikkelingsplan van de SED dan de overige inwoners van de SED gemeenten. De belangrijkste reden voor die onwetendheid is het feit, dat de krant aan dat feit geen enkele aandacht heeft gegeven.

De krant houdt regelmatig een enquête onder haar lezers. Ik daag haar bij deze uit de vraag voor te leggen, “wist u dat inwoners van Enkhuizen meer bijdragen aan de verdere ontwikkeling van de SED.” (en wat vindt U daarvan).

Dus je kunt, wat beide heren doen, de kiezer wel een verwijt maken, maar als je eigen informatievoorziening over zaken die er toe doen, zo beneden peil is, dan moet je je ook niet verbazen over het feit dat de kiezer niet beter weet te doen, dan te stemmen op iemand die hij kent.

Uncle Bertie.

regenten1In mijn laatste column “Bit of a chat” stelde ik aan het einde,  dat de sketch over Dirty Uncle Bertie een perfecte illustratie was van de werkwijze (en mentaliteit) van het Enkhuizer gemeentebestuur. Het is een metafoor, dus eerst even de rolverdeling.

De vader = het college

De zoon = de gemeenteraad

De moeder = de ambtelijke organisatie

Uncle Bertie = buitenstaanders, zoals ikzelf.

De sketch komt pas echt van de grond nadat de vader zijn zoon heeft uitgelegd hoe hij (en ieder ander mens op aarde) is ontstaan. Dat deel is vergelijkbaar met de uitleg die wethouder Olierook gaf over de wijze waarop de verzwaring van het elektra netwerk in de Drommedaris tot stand was gekomen.

Beide vormen van uitleg roepen de nodige vragen op, maar in de sketch is de zoon blij dat hem een keurig alternatief is aangereikt voor de werkelijkheid die hem door zijn schoolvrienden en uncle Bertie is voorgehouden.

Zoals de zoon niets liever wil dan de waarheid van zijn vader geloven, zo wil de raad eigenlijk niets liever dan de door het college gepredikte “waarheid” geloven.

De vader bezweert de zoon geen aandacht te schenken aan wat Uncle Bertie beweert, zoals het college altijd stelt, dat de enig betrouwbare informatie van haar afkomstig is en dat de raad er daarom verstandig aan doet geen aandacht te schenken aan wat anderen (buitenstaanders) over de kwestie menen moeten te zeggen.

Na een korte toelichting waarbij de ambtelijke organisatie (moeder) ruimhartig geprezen wordt voor de inspanningen die zij verricht om uncle Bertie in toom te houden, komen vader en zoon tot een gezamenlijke conclusie. Buitenstaanders zijn betreurenswaardige wezens die ziek zijn en die daarom medelijden verdienen.

Vader en Zoon behoren, vanwege hun taalgebruik en hun manier van doen duidelijk tot de maatschappelijke bovenlaag en die is er niet aan gewend te worden tegengesproken.

De Enkhuizer gemeenteraad wordt door het college aangemoedigd om zichzelf te zien als een uitverkoren groep. Gedraagt zich daar ook naar en stelt kritische bemoeienis niet op prijs. Ook negeert men buitenstaanders met een afwijkende mening.

De sketch gaat over gezagsverhoudingen, waarbij de vader zijn zoon opdraagt om zijn versie over de voorplanting van de menselijke soort te geloven en de zoon daar, tegen beter weten in, in mee gaat.

Soortgelijke gezagsverhoudingen ontstonden er in het Dromdossier, waarbij de raad min of meer gedwongen werd elke bewering van het college te geloven, ook als er geen enkel bewijs voor bestond.

Met als gevolg dat het uiteindelijk resultaat in de sketch identiek is aan hetgeen er in het Dromdossier is gebeurd. Op nadrukkelijk advies van het college negeert de raad verdere informatie vanuit de buitenwereld (uncle Bertie) en wordt de kwestie, ogenschijnlijk in  harmonie, afgedaan.

Gaat deze autoritaire bestuurscultuur door het vertrek van Baas veranderen? Ik weet het niet, want ik zie weinig ambities in die richting vanuit de raad.

Tot slot de huiskamervraag. Is dank zij deze sketch het inzicht toegenomen over waarom de dingen in Enkhuizen gaan, zoals ze gaan? Zo ja, dan hoor ik dat graag.

“Niet ongeloofwaardig”

geloofwaardigMijn definitie voor “geloofwaardig” is, iets dat plausibel is, zonder dat kan worden bewezen dat het waar is. In deze definitie ligt de nadruk dus op de waarschijnlijkheid. Ik stel me voor, dat de overgrote meerderheid van de gewone Nederlanders zich in die definitie kan vinden.

Maar je kunt “geloofwaardig” ook op een andere manier definiëren.  Laat ik het een juridische definitie noemen. Volgens die definitie ben je in staat om ALLES te geloven waar nog niet van bewezen is dat het niet waar is. Een dubbele ontkenning dus, die we ook aantreffen in de uitspraak van de Raad van State.

Daar wordt als voorwaarde genoemd dat het standpunt van de overheid “niet ongeloofwaardig” dient te zijn.

Voor niet juristen staat “niet ongeloofwaardig”  gelijk aan “geloofwaardig”.

En geloofwaardigheid is iets waarvan je aanneemt dat het waar is, zonder dat je daarvoor een bewijs kunt leveren.

Maar wat verstaat een jurist onder “ongeloofwaardig”? Waarschijnlijk iets waarvan het bewijs inmiddels is geleverd dat het “niet” waar is. Niet ongeloofwaardig wil dan zeggen. Iets waarvan nog niet het bewijs is geleverd dat het niet waar is.

De gemeente zegt dat zij bepaalde documenten niet heeft gemaakt. Dat is voor de gewone bevolking (waar ik ook toe behoor) volstrekt ongeloofwaardig in de zin dat niemand gelooft dat het waar zal zijn.

Maar in de juridische zin kun je dat “niet ongeloofwaardig” noemen. Want ondanks het feit, dat het niet erg waarschijnlijk is dat de overheid dingen nalaat die deel uitmaken van haar standaard repertoire, kun je zelden “bewijzen” dat ze dat (in dit bijzondere geval) niet heeft gedaan.

En zeker niet als de bij het proces betrokken partijen (aannemer en stichting) afhankelijk zijn van de gemeente en zich schikken naar de wensen van de gemeente. Neem in dit geval het compromis tussen gemeente en stichting.

De stichting zegt toe de helft van de verzwaringskosten (€ 10.000,-) te betalen maar die toezegging staat (volgens de gemeente) niet op papier, anders had het deel uitgemaakt van het dossier waar ik om heb gevraagd.

Hoe normaal is het, dat je een dergelijke toezegging schriftelijk bevestigt. Maar het gaat hier niet om hoe normaal (en geloofwaardig) dingen zijn. Het gaat om de vraag of het ook mogelijk is dat dergelijke toezeggingen niet zijn bevestigd. En dat kan en dus is het standpunt van de gemeente formeel “niet ongeloofwaardig”.

Maar tegelijkertijd, hoe makkelijk is het niet voor de gemeente om zo’n schriftelijke toezegging te laten verdwijnen en de stichting (die financieel volkomen afhankelijk is van de gemeente) te instrueren hetzelfde te doen.

Er is correspondentie tussen gemeente en aannemer waaruit blijkt dat hij de door mij gestelde vragen doorseint naar de gemeente en de gemeente vraagt een brief aan de raad te schrijven omdat hij (de aannemer) bang is de verkeerde dingen te zeggen.

Maar voor de rechtbank is dat allemaal niet relevant. Voor haar geldt slechts: ‘Kun je geloven dat de gemeente iets heeft nagelaten?’ Ja, dat kan, dus is het standpunt van de gemeente “niet ongeloofwaardig”.

En zo kan het, dat waar niemand enig geloof hecht aan wat de gemeente (overheid) beweert, de rechter toch kan concluderen dat die beweringen “niet ongeloofwaardig” zijn.