Getrukeerde foto

Afgelopen zaterdag stond de SP in de Westerstraat de hierboven geplaatste folder uit te delen. Met behulp van deze folder wil de SP illustreren hoe het recreatieoord er uit zou komen te zien als aan de wens van het ZZM (een parkeerterrein op het recreatieoord) gehoor zou worden gegeven.

Met dat doel heeft de SP de foto van een verzamelplek van tweedehands auto’s (die op verscheping naar elders wachten), geplakt over een foto van het Wilhelminaplantsoen. De auto’s op de foto staan namelijk zo dicht op elkaar geparkeerd, dat dit geen parkeerterrein is in de gebruikelijke betekenis van het woord.

De fotomontage van de SP is een groteske overdrijving van het door het ZZM ingediende plan. Hieronder de plattegrond van dat plan.. Parkeren ZZM

Vervolgens de luchtopname van de bestaande situatie. Slechts een klein deel van de camping (waarvan de verhuizing inmiddels is bevestigd) zou moeten worden opgeofferd om tegemoet te komen aan de parkeerbehoefte van het ZZM. Maar je zou het parkeerterrein natuurlijk ook kunnen inrichten op het parkeerterrein dat vroeger in gebruik was bij SWL, maar nu al zo’n 9 jaar braak ligt.

parkerenZZMoverzicht

Verder was voorzien in een weg parallel aan de museumgrens. 12,5 meter breed waarop, haaks op de weg ook nog 50 auto zouden kunnen worden geparkeerd.

Parkerenzzmdijkje

Kortom, het beeld dat de SP (met behulp van haar fotomontage) oproept staat in geen enkele verhouding tot het oorspronkelijk verzoek van het ZZM.

De voorzijde van de folder bestaat dus uit een doelbewuste poging om de bewoners van Enkhuizen (met behulp van een getrukeerde foto) te desinformeren over de gevolgen van het verzoek van het museum.

(Grond beschikbaar te stellen voor de aanleg van een parkeerterrein).

Die desinformatie wordt op de achterzijde van de folder voortgezet als de SP beweert, dat er op het terrein een parkeerduur-beperking zal gelden van 3 uur.

Die bewering is onjuist en uit de duim gezogen, maar het stelt de SP (maar ook andere partijen zoals HEA, NE en CDA) in staat om te betogen dat de dagelijkse verkeersstroom kan oplopen tot wel 3 keer de maximale capaciteit van het terrein. (200 plaatsen). Zodat genoemde partijen kunnen blijven beweren, dat de dagelijkse verkeersstroom (als uitvloeisel van het parkeerterrein) kan oplopen tot zo’n 600 auto’s per dag.

Opnieuw een schromelijk overdrijving van wat er het afgelopen seizoen is gemeten op het parkeerterrein op de Krabbersplaat. Gemiddeld 150 verkeersbewegingen per dag. Uiteraard zullen er dagen zijn dat het dubbele van dat gemiddelde wordt gehaald, maar daar staan dan weer dagen tegenover, waarbij de verkeersstroom weer ver beneden het gemiddelde daalt.

Het heeft geen zin te ontkennen, dat er van tijd tot tijd problemen zullen ontstaan op de aanvoerwegen, maar waar ontstaan die problemen niet als Nederland er massaal op uit trekt? Een gemiddelde van 150 auto’s per dag moet echter te verwerken zijn.

Dat wordt anders, als men naast een parkeerterrein ook nog een vakantiepark wil gaan realiseren. Een realistische schatting van de benodigde parkeerruimte voor het park is 300 plaatsen. Die gezamenlijk minstens net zo veel verkeersbewegingen genereren als een parkeerterrein voor het museum,

Het is dan ook onvermijdelijk, dat er een keuze gemaakt moet worden tussen de beide mogelijkheden  Parkeren voor het museum of parkeren voor het vakantiedorp.

De keuze die college en raad gemaakt hebben is voor het vakantiedorp. Dat is uiteraard hun goed recht, maar dat rechtvaardigt niet dat er leugenachtige argumenten gebruikt worden (zoals in de folder van de SP) om die keuze te verdedigen.

De aanleg van het vakantiepark maakt het onmogelijk om (als het bootmodel  financieel gezien niet langer houdbaar is) een toegangsweg over land te creëren. Wat het museum kwetsbaar maakt voor wat betreft haar toekomstige bereikbaarheid.

Het gaat dus niet om een of ander sinister plan van de museumdirectie, zoals Langbroek in de krant suggereert, maar om het veilig stellen van de toekomstige bereikbaarheid en het lijkt me, dat de museum directie daar eerder voor geprezen dient te worden dan te worden verguisd.

Zowel het college als de raad hebben zich tot op heden nauwelijks bekommerd om wat de gevolgen van HUN herinrichtingsplannen zijn voor het ZZM.

Ik vrees, dat dit uiteindelijk een dramatische en kostbare vergissing van college en raad zal blijken te zijn.

De kiezers misleiden met behulp van een getrukeerde foto is nog betrekkelijk eenvoudig, maar of de rechters van de Raad van State zich net zo makkelijk laten misleiden waag ik te betwijfelen.

De wonderbare autovermenigvuldiging.

Gedurende het afgelopen seizoen parkeerden er 30.000 auto’s op het parkeerterrein op de Krabbersplaat. (350 parkeerplekken groot)

Als echter het ZZM vergund zou worden een kleinere parkeerplek (225 plekken groot) op het recreatieoord in te richten dan zou dat, (volgens een ambtelijk/bestuurlijk advies?) tot resultaat hebben, dat er op het recreatieoord dagelijks 600 auto’s ofwel 126. 000 auto’s per seizoen geparkeerd zouden worden.

Althans dat is de mening die Langbroek, Raven en Visser hebben uitgedragen. Dus alleen al de verplaatsing van een parkeerterrein naar het REZ leidt tot een verviervoudigen van het aantal bezoekers aan het ZZM.

Een soort vermenigvuldiging die sinds Bijbelse tijden niet meer is voorgekomen, zodat het wellicht verstandig is om enige waakzaamheid te betrachten bij het overnemen van deze cijfers.

Ik vrees, dat de betrokkenen een theoretische mogelijkheid verward hebben met wat er in de praktijk gebeurt.

De praktijk is, dat er 30.000 auto’s per seizoen gebruik maken van het parkeerterrein op de Krabbersplaat. Dat is een gemiddelde van 142 auto’s per dag.

Het zou natuurlijk fijn zijn als raadsleden (wanneer het om hoeveelheden gaat) niet hun fantasie de vrije loop lieten gaan, maar zich zouden baseren op realistische getallen, maar in de politiek is kennelijk alles toegestaan en schromelijk overdrijven hoort daar ook bij.

Parkeren op het REZ

Parkeren ZZMHet was me even ontgaan, maar de SP heeft op 8 januari vragen gesteld over het verzoek van het ZZM om op het REZ ruimte te reserveren voor parkeermogelijkheden aldaar.

Men had gehoord dat wethouder Struijlaart niet onwelwillend stond tegenover dat verzoek en vroeg om bevestiging van hetgeen men gehoord had.

De derde vraag is het meest interessant en luidt:

“Aanbesteding en gunning hebben inmiddels plaatsgevonden. Indien er toch geparkeerd gaat worden op het REZ door het ZZM is de vraag:

welke risico’s loopt de gemeente Enkhuizen dan vanwege het feit dat er op dit punt zal worden afgeweken van het aanbestedingsplan en raadsbesluit (geen parkeerterrein voor ZZM op het REZ)? En indien dit niet bekend is bent u voornemens dit te laten onderzoeken?”

Volgens mij heeft het ZZM bij meerdere gelegenheden verklaard, dat als er met haar wensen geen rekening wordt gehouden zij bezwaar zal aantekenen tegen het (nog aan te nemen) bestemmingsplan. Daar kan dus geen misverstand over bestaan. Geen idee of dat bezwaar uiteindelijk door een rechter gegrond verklaard zal gaan worden, maar de schermutselingen daarover nemen al snel 5 jaar in beslag.

Persoonlijk denk ik, dat als het neerkomt op een belangenafweging tussen de wensen van een museum van internationale naam en faam en de wens van de gemeente om de bouw van een aantal tweede woningen te faciliteren, uiteindelijk de belangen van het museum zwaarder zullen wegen dan die van de gemeente en de toekomstige eigenaren van die woningen.

Het risico dat de gemeente derhalve loopt is, dat zij door strak en stijf vol te houden dat er op het REZ geen parkeerruimte gereserveerd mag worden voor het ZZM, ze zal eindigen met een procedure die zich jaren zal voortslepen, met bovendien een  redelijke kans dat ze hem gaat verliezen en er verder niets tot stand komt. Iets waar burgemeester Baas in zijn nieuwjaarstoespraak al voor waarschuwde.

Het ZZM heeft verklaard geen tegenstander te zijn van de realisatie van een vakantiedorp, maar wenst aanpassingen in het bestaande ontwerp. Dit is niet iets wat je op voorhand onmogelijk kunt noemen, maar waarschijnlijk brengt de ontwikkelaar daarvoor extra kosten in rekening. Ze had immers gedaan wat haar was gevraagd en was binnen de door de gemeente gestelde kaders gebleven. Haar was niet gevraagd rekening te houden met de parkeerwensen van het ZZM.

Daarmee zijn de risico’s voor de gemeente in kaart gebracht. Zet men het bestaande ontwerp door, dan belandt de gemeente in een procedure met het ZZM en loopt ze het risico dat de ontwikkelaar wegloopt en een vergoeding eist voor de werkzaamheden die ze heeft verricht.

Probeert men het ingediende plan aan te passen aan de wensen van het ZZM, dat piept waarschijnlijk de ontwikkelaar ook over het werk dat hij voor niets gedaan heeft en eist hij daarvoor een vergoeding.

We mogen aannemen dat Struijlaart de gevolgen van een en ander inmiddels heeft onderzocht, maar ik betwijfel of hij ze (voor de verkiezingen) openbaar zal maken.

Omdat het de aandacht vestigt op iets dat maar beter verborgen kan blijven. Namelijk dat het Enkhuizer college opnieuw heeft geblunderd, zonder dat de Enkhuizer raad dat was opgevallen.

Voor de goede orde, het besluit (met algemene stemmen) om geen ruimte reserveren werd genomen op 1 juli 2014 en was een van de eerste besluiten van de nu nog zittende raad.

Politieke elite

kipzonderkopGisteravond een avondje vrijblijvend gekakel in de commissie grondgebied.

Onderwerp, het aanleggen van extra parkeerruimte aan de zuidkant van de stad. De gemeente had een quick-scan laten uitvoeren en die had een viertal locaties opgeleverd.

Te weten, de Ossenmarkt (achter het station), een terrein ten noorden van Pipelife, op het terrein van de koninklijke jachthaven (particulier eigendom) en op en rond het Dirk Chinaplein.

In haar onmetelijke wijsheid had de gemeente er voor gekozen om het probleem eerst groter te maken (door een parkeerbehoefte van het ZZM precies daar te situeren waar ze het moeilijkst is op te lossen), om vervolgens met een oplossing te komen waarvan je vooraf kon bedenken dat niemand haar aanvaardbaar zou vinden.

Namelijk het geheel of gedeeltelijk dempen van havens.

De vergadering zelf was de gebruikelijk opeenstapeling van slecht onderbouwde opvattingen en halfbakken suggesties, waarbij het al snel duidelijk werd dat een aanzienlijk deel van de commissie de opvattingen van de ZZM niet serieus wilde nemen.

De opvatting, dat het bestaande bootmodel (op termijn) niet viel vol te houden werd door de meerderheid voor kennisgeving aangenomen.

struisvogelDit struisvogelgedrag is kenmerkend voor de Enkhuizer raad. Regeren is vooruit zien, maar daar heeft de Enkhuizer raad geen boodschap aan.

Voor haar geldt slechts het behouden van de publieke gunst, zoals die via Facebook tot ons komt.

In dit geval kwam het neer op het afschieten van het door het college bijeen gepolderde compromis met het ZZM.

De consequentie van dat afschieten kan niet anders zijn dan dat ZZM en gemeente ieder hun eigen weg gaan. De gemeente mag (zonder substantiële bijdrage van het ZZM)  proberen de financiering van extra parkeerruimte aan de zuidkant rond te krijgen.

Het ZZM kan niet veel anders dan proberen om haar voorkeursoptie (parkeerruimte op het REZ) alsnog te realiseren.

De “politiek” denkt dat nu nog te kunnen tegenhouden, maar hoe lang nog?

Karin Kunst (PvdA) vertolkte in dat opzicht een mening die waarschijnlijk door een meerderheid van de raad wordt gedeeld. Ze verweet het college alleen het ZZM te willen “bedienen”.

Een merkwaardig verwijt.

In 2009 “bediende” de gemeente  SWL door ruim een half miljoen uit te geven opdat SWL (voor het eerst in haar bestaan) een parkeervoorziening zou kunnen realiseren. Tot op dat moment had SWL steeds geleund op door de gemeente aangelegde voorzieningen. Een en ander met de volledige instemming van Kunst.

Vrij recent had Kunst (net als de meerderheid van de raad) geen enkele moeite om een krediet van € 100.000,- ter beschikking te stellen voor de aanleg van een parkeerterrein, dat SWL in staat moest stellen om piekdagen te kunnen opvangen.

Dus waarop baseert Kunst haar opvatting dat de gemeente alleen het ZZM “bedient”?

Waar de gemeente investeert in de door SWL (Sprookjes Wonderland) te realiseren parkeervoorzieningen, “wenst” de gemeente dat het ZZM investeert in de door de gemeente aan te leggen parkeervoorziening. Zou je die tegenstrijdigheid aan de rechter voorleggen, dan neem ik aan dat de rechter in het voordeel van het ZZM zal oordelen.

Ik zie een zekere overeenkomst met het geklungel rond het SMC. Eerst wordt opdracht tot realisatie verleend aan de Nijs, vervolgens wordt door de raad dezelfde opdracht verleend aan een andere partij.

De primaire opdracht van het ZZM is NIET het transporteren van mensen, maar het conserveren en exposeren van cultuur historisch erfgoed.

Ik heb daar gisteravond (door onze politiek elite) weinig begrip voor horen opbrengen.

Zozeer, dat plaatsvervangende schaamte zich van mij meester maakte en ik me gelukkig prijs niet tot die elite te behoren.

Serieus overwegen

multitoolIk was 13 toen ik voor de eerste keer de lappendagmarkt in Enkhuizen bezocht.

(Eerdere marktervaringen beperkten zich tot reguliere markten als de Dappermarkt in Amsterdam).

Maar zo’n jaarmarkt biedt bijzondere buitenkansjes, ook voor 13-jarigen.

Overtuigd door het verkooppraatje van de standwerker kocht ik voor de eerste (en tevens laatste) keer een multitool. Een gereedschap dat talloze nuttige eigenschappen in zich verenigde. Namelijk die van hamer, bijl, combinatietang, schroevendraaier en nijptang.

Eenmaal thuisgekomen ontdekte ik al snel dat mijn multitool geen van de functies naar behoren kon vervullen. Je kon er niet mee hameren, laat staan hout hakken en de schroevendraaier werkte alleen bij hele grote schroeven, maar dan kon je weer onvoldoende kracht zetten met het gereedschap.

Waar ik op 13-jarige leeftijd leerde dat je met enige scepsis moet kijken naar gereedschappen die talloze gebruiksmogelijkheden beloven, lijkt de gemeente Enkhuizen er nog steeds verslaafd aan te zijn.

Het SMC werd in gang gezet met een complexe bestuursopdracht waarin tal van uiteenlopende zaken moesten worden gecombineerd. Hetzelfde gold voor de Drommedaris en het REZ.

En dan nu weer de oplossing van een gemeentelijk parkeerprobleem en een parkeerprobleem van het ZZM. Opnieuw probeert men zaken te combineren die in feite los van elkaar staan en beter onafhankelijk van elkaar zouden kunnen worden opgelost.

Deze combinatiedrift vloeit voort uit het adagium van voormalig wethouder Franx. Dat je met werk ander werk kunt maken.

Maar het meeste werk dat met deze ingewikkelde combinatie-opdrachten wordt gemaakt, is werk voor (beleids)ambtenaren in het algemeen en haar juridische afdeling in het bijzonder.

Van de hierboven genoemde voorbeelden is alleen de Drommedaris tot een redelijk goed einde gebracht, hoewel men ook daar in een mediation proces verzeild is geraakt.

Je zou hopen dat de gemeente daaruit lessen zou hebben geleerd, maar men blijft zich helaas gedragen als een 13-jarige.  Die hardnekkig blijft geloven in de multi-oplossingen die ze weet te verzinnen.

Het oorspronkelijke probleem was een bescheiden parkeerbehoefte van het ZZM op het REZ.  Uit een door het ZZM vervaardigd schetsontwerp blijkt dat die voorziening zich eenvoudig laat realiseren zonder al te grote gevolgen voor de beeldkwaliteit van het gebied. Dit schetsontwerp werd de raad onthouden.

In plaats daarvan probeert de gemeente de parkeerbehoefte van het ZZM te combineren met een bij haar levende wens de parkeermogelijkheden aan de zuidzijde van de stad uit te breiden.

Daartoe laat men een quick-scan uitvoeren die een 4-tal mogelijkheden tot uitbreiding vaststelt. Eén daarvan is financieel onhaalbaar (Ossenmarkt), twee daarvan bieden geen enkel soelaas voor de parkeerbehoefte  van het ZZM. De resterende variant omvat het geheel of gedeeltelijk dempen van havens.

Na 6 maanden bedenktijd legt het college de varianten voor aan de raad met het verzoek daaruit een keuze te maken. Een keuze die er alleen maar toe kan leiden dat er havens gedempt gaan worden omdat de andere opties geen soelaas bieden of financieel onhaalbaar zijn.

Bij het raadsvoorstel ontbreekt de door het ZZM voorgestelde oplossing, omdat die in strijd zou zijn met het coalitie akkoord.

Een coalitie akkoord (in dit geval gesteund door de kleinst mogelijke meerderheid van de raad), is geen wet van Meden en Persen.

Het komt voor dat een coalitie akkoord (door omstandigheden) niet kan worden uitgevoerd.  Daarom, een coalitie akkoord aangrijpen om een voor de hand liggende oplossing niet in overweging te willen nemen is absurd.

De commissie zou er in mijn ogen dan ook verstandig aan doen om het door het ZZM vervaardigde schetsontwerp voor parkeerruimte op het REZ bij het college op te vragen.

Opdat ze als serieuze mogelijkheid kan worden overwogen.

Ten halve gekeerd.

zzmBeter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald.

Zojuist ontving ik namens de ZZM directie een uitnodiging om (net als de reguliere pers) aanwezig te zijn op de informatie avond die men organiseert ten behoeve van raadsleden.

Uiteraard heb ik die uitnodiging onder dankzegging geaccepteerd.

Hopelijk begint het nu ook tot raadsleden door te dringen dat democratie iets meer is dan het aflopen van informele vergaderingetjes zonder dat daar verslag over wordt gedaan. Zoals ik eerder schreef is beeldvorming de belangrijkste fase in het besluitvormingsproces en is de raad er aan gewend geraakt dat deze in besloten kring plaats vindt.

Dat is op zijn minst onverstandig.

Maar een bestuurscultuur, waarin het weren van de pers op informatiebijeenkomsten van de raad normaal gevonden wordt, vormt ook een ondermijning van de democratie.

Het rapport waarop de raad geacht wordt in mei een besluit te nemen dateert van 28 augustus 2015 en vergt een aanzienlijke investering.

De raad krijgt nauwelijks een maand de tijd om zich daar een oordeel over te vormen. Niet voldoende om tot een evenwichtig oordeel te komen.

Al was het maar, omdat de partijen in de raad nooit moeite doen om de besluiten (die zij van plan zijn te nemen) met de kiezers te communiceren.

Wil de raad er ooit in slagen om het vertrouwen terug te winnen van degenen die ze zegt te vertegenwoordigen, dan zal ze moeten leren zich te verzetten tegen dit soort van keurslijven.

Compensatie

baas.jpg
Inzicht achteraf

Eigenlijk had ik me voorgenomen om nooit meer iets te willen schrijven over de lokale vorm van schizofrenie die bekend staat onder de naam van parkeerbeleid.

Maar nu de PvdA weer vragen heeft gesteld en zelfs onze lokale verslaggever commentaar levert wil ik niet achterblijven.

Volgens mij is het zo, dat de eigenaar en beheerder van de openbare weg (de gemeente) heeft besloten dat als je op die openbare weg (binnen de vestingwallen en op bepaalde tijden) wilt parkeren je daarvoor een vergunning nodigt hebt.

Die vergunning staat op kenteken en is verkrijgbaar voor mensen die in de binnenstad wonen en beroepsgroepen die regelmatig in de binnenstad moeten zijn om hun beroep uit te kunnen oefenen.

Dat laatste ter beoordeling van de verstrekker van de vergunningen.

Wie de beschikking heeft over eigen grond, waarop hij zijn auto kan parkeren, kan uiteraard niet worden gedwongen om een vergunning aan te vragen.

Hij parkeert namelijk niet op de openbare weg, maar op eigen grond.

Waar die eigen grond zich bevindt (naast zijn huis of tegenover zijn huis op een zogenaamde walkant of waar dan ook) lijkt me niet ter zake te doen. De vergunning verleent alleen toestemming voor het parkeren op de openbare weg.

Hoe juridisch geschoold moet je zijn om te beseffen, dat je iemand, die op eigen grond parkeert, niet kunt bekeuren omdat hij op de openbare weg parkeert?

In sommige gevallen is er onvoldoende private grond beschikbaar en parkeert men deels op eigen grond en deels op de openbare weg. In dat geval is er dus altijd een vergunning noodzakelijk.

Wie met twee wielen op de stoep parkeert wordt geacht op de stoep te parkeren (hetgeen een overtreding is) hoewel het grootste deel van de wagen op de rijweg staat.

Hetzelfde principe lijkt me te gelden voor wie deels op zijn eigen grond (walkant) en deels op de openbare weg parkeert. In dat geval ontkomt men er niet aan een vergunning te vragen om op de openbare weg te mogen parkeren.

Het lijkt me allemaal nogal vanzelfsprekend en daarom begrijp ik niet waarom burgemeester Baas en de juridisch haarklovers die hij tot zijn beschikking heeft, daar zo moeilijk over deden en met alle geweld een bekeuring wilde uitdelen aan iemand die op eigen grond parkeerde.

Zodat je als eenvoudig burger naar de de Raad van State moet (met alle kosten van dien) om dit simpele principe erkent te krijgen.

Baas zegt dat dit vonnis verder weinig gevolgen zal hebben voor wat betreft de overige walkantparkeerders. Ik ben geneigd hem daarin te geloven.

Lang niet alle walkantbezitters beschikken over voldoende ruimte om daar een volwaardige parkeerplaats op te realiseren en zodra ze ook maar met 1 wiel op de openbare weg staan hebben ze daar een vergunning voor nodig.

Maar het valt natuurlijk te betreuren dat men deze genuanceerde kijk op de dingen pas toepast als men daar door een rechter toe wordt gedwongen. Het doet me allemaal denken aan de Burgwal, waar de gemeente ook jarenlang vol hield dat een schuur een huis was.

Ook daar moest een rechter aan te pas komen om te bevestigen wat iedereen in een oogopslag kon zien en wat ik elk beschikbaar document stond aangegeven.

Het lijkt me dat de bewoner door de gemeente volledig gecompenseerd dient te worden voor de door hem gemaakte kosten.