Berichten

Veroorloven.

Het enige wat de SP en sommige anderen zich schijnen te herinneren van het besluit van juli 2014, is de bepaling, dat er geen rekening zou worden gehouden met de verlangens van het ZZM. (zie artikel 4)

Echter, artikel 3 zegt, “Het eerder vastgestelde Vlekkenplan als basis vast te houden, waarbij de daarin opgenomen grenzen minder hard zijn en uitruil en, binnen grenzen, het toevoegen van functies mogelijk blijft”

Sprak het oorspronkelijke vlekkenplan nog van 8,5 tot 10 ha. In het voorlopig ontwerp bestemmingsplan is al gauw sprake van een dubbele hoeveelheid qua oppervlak. Op de bovenstaande plattegrond is duidelijk te zien dat de hele Bloemenbuurt makkelijk past in het gebied dat de villawijk/het vakantiedorp in beslag neemt.

Eén van de dingen waar de raad stilzwijgend genoegen mee heeft genomen. Net als het feit dat de grond niet in erfpacht wordt uitgegeven, maar verkocht. Geldt dat trouwens ook voor de camping? Of wordt die grond wel in erfpacht uitgegeven?

Trouwens, wie gaat die camping eigenlijk exploiteren? En is er al een plattegrond van de nieuwe camping beschikbaar? Per slot van rekening moeten alle standplaatshouders vanaf april al aangeven of ze naar de nieuwe camping willen. En dan helpt het, als je weet wat de kosten van je nieuwe standplaats zijn en wat je toekomstige plek is.

Of heet de nieuwe exploitant Europarcs en worden de bestaande standplaatshouders  uitgenodigd om een chalet te kopen  bij een (door de exploitant erkende) leverancier, zoals dat ook in Broekerhaven is gebeurd?

Kortom, zaken waar de SP beter vragen over kan stellen, dan zich steeds opnieuw vast te  bijten in een onverstandig raadsbesluit dat destijds is genomen en eenvoudig ongedaan gemaakt kan worden door een nieuw besluit te nemen.

Zoals de SP zich nu opstelt is ze in de eerste plaats de belangenbehartiger van mensen die zich een tweede woning van een half miljoen kunnen veroorloven.

Advertenties

Doof en blind.

Op de, door de SP, gestelde vragen over de “verkenner” die de ontwikkeling van het REZ moest “lostrekken” reageert het college als volgt.

De zorgvuldigheid van een publiekrechtelijke procedure vereist dat in de voorbereiding, alle betrokken belangen integraal door ons worden beoordeeld, voordat wij voor afgewogen besluitvorming terug kunnen gaan naar uw raad.

Godzijdank, eindelijk dringt er ook bij het college enig besef door.

Alvorens een bestemmingsplan ter goedkeuring aan de raad kan worden voorgelegd, dienen de belangen van alle betrokkenen te worden afgewogen.

Het belang, dat het ZZM al voor 2014 aan de gemeente kenbaar had gemaakt, was een toekomstige ontsluiting van het museum via het recreatieoord.

Welk belang de gemeente, met een beroep op het in juli 2014 genomen besluit, tot in het  midden van 2018 volkomen heeft genegeerd.

Er was een nieuwe burgemeester (en interventie van de CvK) voor nodig om het gesprek daarover, dat onder Baas nergens toe had geleid, weer vlot te trekken met behulp van een verkenner.

Een nalatigheid van het college waar de SP vorm aan had gegeven, maar evenzeer een nalatigheid van het huidige college. Er is een heel jaar (gevuld met detailbesprekingen met Orez), gepasseerd, voor dat men zich realiseerde, dat zonder overeenstemming met het ZZM te bereiken over de inhoud van het bestemmingsplan, er een levensgrote kans bestond dat de de rechtmatigheid van dat plan (door ZZM) zou worden aangevochten.

In het voorontwerp bestemmingsplan dat in oktober 2018 aan de raad wordt voorgelegd, is op het laatste moment een extra hoofdstuk toegevoegd. Namelijk, hoofdstuk 7.

Extra separate bijlage oktober 2018 – zoekgebieden parkeren ZZM en zoekgebied museale beleving.

Kennelijk realiseert het college zich pas op dat moment, dat zonder overeenstemming met het ZZM over die twee genoemde punten, de kans groot is, dat het ZZM alles in het werk zal stellen, om te voorkomen dat het plan, waar ze meer dan anderhalf jaar aan hebben gewerkt, kan worden uitgevoerd.

Wat minimaal een vertraging van 4 jaar garandeert. En dat is iets waarvoor ik de raad al jaren waarschuw, maar waarvoor ze zich steeds doof en blind heeft gehouden.

Luisteren, niet nadenken.

oogkleppen1
Luisteren

Hoe kan het toch, dat raadsleden altijd maar weer klakkeloos aannemen, dat wat hun door het college wordt voorgespiegeld, altijd de complete waarheid is?

De verklaring daarvoor zit hem in de puppy training die ze ondergaan nadat ze de eerste keer als raadslid zijn geïnstalleerd.

Burgemeester Baas omschreef het als volgt. Tenzij je het bewijs van het tegendeel kunt leveren, dien je te accepteren, dat alles wat de overheid beweert waar is.

Toen een raadslid eens zijn twijfel uitsprak over hetgeen er door toenmalig wethouder Boland werd beweerd, zei die. “Ik heb er recht op, dat (zolang u geen motie van “geen” vertrouwen hebt ingediend) u er op vertrouwt, dat wat ik zeg waar is.

Kortom, het is raadsleden niet toegestaan om te twijfelen aan de waarheid van hetgeen er door het college naar voren wordt gebracht. Een mooi voorbeeld daarvan is de vraag die voormalig raadslid Kunst ooit op Agora stelde.

Aanleiding was een krantenbericht waarin een opvatting van de stichting Drommedaris naar voren werd gebracht. Kunst vroeg het college om te bevestigen, dat de opvatting van het stichtingsbestuur door de krant juist was weergeven.

Kortom, een ambtenaar moest het stichtingsbestuur benaderen met de vraag of wat de krant had gepubliceerd inderdaad de mening van het stichtingsbestuur was. Kunst kon dat kennelijk niet zelf. In haar opvatting mocht je (klaarblijkelijk) aan alles twijfelen, behalve als het iets betrof dat door het college als “waar” was bestempeld.

Toen ik, tijdens een bijeenkomst met de standplaatshouders op de camping wethouder Struijlaart iets tegenwierp zei hij, dat ik moest leren luisteren. Dus dat is kennelijk het geheim van de smid.

Luisteren naar wat er door de wethouder wordt gezegd, maar verder vooral niet nadenken over wat hij heeft gezegd.

 

De wonderbare autovermenigvuldiging.

Gedurende het afgelopen seizoen parkeerden er 30.000 auto’s op het parkeerterrein op de Krabbersplaat. (350 parkeerplekken groot)

Als echter het ZZM vergund zou worden een kleinere parkeerplek (225 plekken groot) op het recreatieoord in te richten dan zou dat, (volgens een ambtelijk/bestuurlijk advies?) tot resultaat hebben, dat er op het recreatieoord dagelijks 600 auto’s ofwel 126. 000 auto’s per seizoen geparkeerd zouden worden.

Althans dat is de mening die Langbroek, Raven en Visser hebben uitgedragen. Dus alleen al de verplaatsing van een parkeerterrein naar het REZ leidt tot een verviervoudigen van het aantal bezoekers aan het ZZM.

Een soort vermenigvuldiging die sinds Bijbelse tijden niet meer is voorgekomen, zodat het wellicht verstandig is om enige waakzaamheid te betrachten bij het overnemen van deze cijfers.

Ik vrees, dat de betrokkenen een theoretische mogelijkheid verward hebben met wat er in de praktijk gebeurt.

De praktijk is, dat er 30.000 auto’s per seizoen gebruik maken van het parkeerterrein op de Krabbersplaat. Dat is een gemiddelde van 142 auto’s per dag.

Het zou natuurlijk fijn zijn als raadsleden (wanneer het om hoeveelheden gaat) niet hun fantasie de vrije loop lieten gaan, maar zich zouden baseren op realistische getallen, maar in de politiek is kennelijk alles toegestaan en schromelijk overdrijven hoort daar ook bij.

De vraag stellen, is haar beantwoorden.

In het NHD van afgelopen zaterdag een bijna paginagroot verslag over de uitkomst van een door het NHD gehouden enquête over de suggestieve stelling “Geef de auto ruim baan op het Enkhuizerzand”. Het Enkhuizerzand is de naam van het recreatiegebied in Enkhuizen.

De vraag stellen is haar beantwoorden luidt het gezegde. Niemand heeft, voor zover ik weet, ooit “ruim baan voor de auto op het recreatieoord” willen bepleiten. Zodat het feit, dat een kwart van deelnemers de stelling toch nog met “ja” dorst te beantwoorden, tot een klein wonder mag worden gerekend.

In het artikel benadrukt de journalist, dat de stelling eigenlijk had moeten luiden, “Ruim baan voor het parkeren op het Enkhuizerzand”. Gelukkig voor hem hebben degenen die reageerden op zijn stelling, hem ook zo begrepen. Driekwart van de deelnemers aan de enquête was tegen het beschikbaar stellen van parkeergelegenheid voor het ZZM.

Dat kwam niet als een verrassing. Het vorige college was tegen, een groot deel van de raad is tegen, maar ook het NHD is klaarblijkelijk tegen. Gelet op het feit, dat ze tegenstanders van de parkeervoorziening zoals het “Comité tot het behoud van het Enkhuizerzand” wel regelmatig aan het woord laat, maar voorstanders nooit.

In het onderstaande filmpje een voorbeeld hoe je met suggestieve vragen de uitkomst van een enquête kunt beïnvloeden.

Wat in de uitslag opvalt is dat veel tegenstemmers argumenten gebruiken, die evenzeer van toepassing zijn op het nog te creëren villaparkje, dat ons wordt aangeprezen als een vakantiedorp.

Ik heb begrepen, dat driekwart van de te bouwen huizen verhuurplichtig is, maar dat is een percentage dat makkelijk kan worden aangepast, als het animo om NIET te verhuren groter is dan het animo om WEL te verhuren. 

Zoals ik eerder al op dit blog berekende zijn er voor de 200 te bouwen huizen minimaal 200 parkeerplaatsen nodig. Veiliger is het om uit te gaan van gemiddeld anderhalve parkeerplek per huisje, zodat het plan villawijk/vakantiedorp 300 parkeerplaatsen zal bevatten.

Als je uitgaat van één verplaatsing per dag (boodschappen doen) dan is het autoverkeer dat de wijk dagelijks zal generen minstens gelijk aan het verkeer dat door het door het ZZM gewenste parkeerterrein zal worden gegenereerd. Maar merkwaardig genoeg hoor je daar nooit iemand over. Het college niet, de raad niet en de krant niet.

Sterker nog, vanuit de raad hoor je de meest fantastische verhalen over het verkeer dat een parkeerterrein voor het ZZM zal genereren.

Langbroek berekent op mijn blog een hoeveelheid verkeer, die drie keer de maximale capaciteit van het parkeerterrein is. (3 x 225 = 675 auto’s). 675 auto’s die bovendien aan en af moeten rijden, zodat het totaal aan bewegingen uitkomt op 1350.

Jan Raven hanteert die factor 3 ook tijdens een ledenvergadering van Nieuw Enkhuizen, dus deze rekenmethode is waarschijnlijk afkomstig uit de voorlichtingsbijeenkomst die kort geleden werd georganiseerd. In die bijeenkomst deed verkenner Edwin van Uum verslag van zijn bevindingen.

Verder citeert de krant ook nog een zekere J. Visser (voormalig raadslid Jur Visser?) die ook al dezelfde rekenmethode hanteert. Totaal te verwachten verkeersbewegingen = 3 keer de maximale capaciteit van het parkeerterrein.

Het museum is 210 dagen per jaar open. Als 600 auto’s per dag gebruik maken van het parkeerterrein, dan zijn dat 126.000 auto’s per seizoen. Als we er van uitgaan dat elke auto twee inzittenden heeft, (wat zelden voorkomt, gewoonlijk zijn het er vier) dan overstijgt het museumbezoek per auto (volgens deze rekenmethode) het totaal aantal bezoekers aan het museum.

Naast het bezoek per auto komen er ook nog bezoekers per bus, per openbaar vervoer, per schip (de West-Friesland) en (vanuit de directe omgeving) per fiets of te voet.

En daarmee is het beeld geschetst van de situatie waar we ons in bevinden.

Enerzijds een vooringenomen lokale krant die breed uitweidt over de reacties op haar  suggestieve stelling en anderzijds raadsleden die elkaar alleen maar napraten voor wat betreft het aantal auto’s dat gebruik zal maken van het parkeerterrein op het REZ.

Toen ik er om vroeg, kreeg ik binnen het uur antwoord op mijn vraag, hoeveel auto’s er het afgelopen seizoen gebruik hadden gemaakt van het parkeerterrein op de Krabbersplaat. 

Dat bleken er iets minder dan 30.000 te zijn geweest. Een kwart van het aantal auto’s waar de raad denkt rekening mee te moeten houden.

Maar raadsleden vragen niets na, laat staan dat ze iets zouden narekenen. Ze praten alleen maar elkaar na. 

Het zou allemaal enorm lachwekkend zijn, als het eindresultaat niet zo in en in triest was. Alleen omdat college en raad ooit hun zinnen hebben gezet op een villawijk annex vakantiedorp en ze daar kennelijk niet van af willen wijken, worden informatie en cijfers gemanipuleerd. Onder het oog van en met medewerking van de regulaire pers.

Het vorige college heeft zichzelf, met instemming van een gedachteloze raad in een nogal precaire situatie gewurmd. Door geen acht te slaan op de bezwaren van het ZZM zit men nu met een plan, dat (mocht het doorgaan) de toekomstige bereikbaarheid van het Zuiderzeemuseum ernstig zal belemmeren.

Het wordt tijd, dat college en raad zich beginnen te realiseren, dat ze, doorgaande op dezelfde weg, zichzelf tot de risee van weldenkend Nederland (en daarbuiten) maken.  

Facebook alter ego’s.

Open brief aan de monitoren van de Facebook groep “Je bent een echte Enkhuizer als”.

Geachte monitoren, kort geleden kreeg ik van één van u het verwijt dat mijn bijdragen aan de groep te persoonlijk waren. Omdat ik het in deze groep opererende alter ego Nicolaas Stegeman had ontmaskerd.

Nicolaas Stegeman is het alter ego van Wim Langbroek.  Vrijwilliger bij de lokale omroep Weeff en jongere broer van Hans Langbroek, raadslid van de lokale politieke partij HEA. Voluit, Het Enkhuizer Alternatief.

Het bewijs, dat Stegeman het alter ego van Wim Langbroek is bestaat uit het screenshot dat Stegeman mij ooit toestuurde om te bewijzen dat er zoiets bestond als een Facebook pagina “Ps Hans Langbroek”. 

Niet alleen bewees Stegeman daarmee het bestaan van de pagina, hij bewees ook, dat dit door hem geleverde bewijs afkomstig was van de computer van Wim Langbroek. 

Het screenshot (dat ik hierboven reproduceer) toont aan, dat een Facebook gebruiker genaamd Wim is ingelogd op de Facebook pagina van Ps Hans Langbroek.

De profielfoto in de bovenbalk (naast “Wim”) is die van Wim Langbroek.

Met andere woorden, het bewijs dat Stegeman levert is afkomstig van de computer van Wim Langbroek en daarmee levert hij (onbedoeld) ook het bewijs dat hij een alter ego van Wim Langbroek is. 

Op bovenstaande gereproduceerde screenshot is de profielfoto nauwelijks te herkennen.

WimIets duidelijker is het reactieveld, waarmee je eigen bijdragen op de pagina kunt plaatsen.

Wie echter de moeite neemt de foto te vergroten zal moeiteloos herkennen dat de profielfoto, die van Wim Langbroek is, zoals die hiernaast ook is weergegeven.

Er zijn goedwillende en kwaadwillende alter ego’s.

Stegeman is jegens mij een kwaadwillend alter ego. De reden hiervoor is dat ik op mijn blog (in de column Weeff-foutje) mijn twijfel had uitgesproken over het feit dat Wim Langbroek kennelijk bij Weeff mocht beoordelen of wat zijn oudere broer beweerde, nieuws was dat door Weeff moest worden verspreid.

Stegeman omschreef  (in zijn eerste reactie) deze column als moddergooien door NE in de richting van HEA. 

Die opvatting is een beetje een Langbroek trekje. Broer Hans had in het verleden ook al eens beweerd, dat (nadat ik mijn lidmaatschap van NE bekend had gemaakt) hij er van uitging, dat alles wat ik vanaf dat moment op mijn blog zou schrijven alleen maar beschouwd moest worden als een propaganda uiting van Nieuw Enkhuizen.

Ik werkelijkheid zijn de opvattingen, die ik op mijn blog naar voren breng, persoonlijk van aard en daarom ook zelden in overeenstemming met wat er door NE voorlieden wordt uitgedragen.

Het blijft niet bij deze ene misrepresentatie van hetgeen ik heb geschreven. Er worden tal van andere ad hominem (= op de persoon gerichte) kwalificaties gebruikt, die er op gericht zijn om mijn persoonlijke integriteit aan te tasten.

Een in de politiek, maar ook op Facebook geliefde manier van argumenteren. [Als we er in slagen om aannemelijk te maken dat de persoon in kwestie niet deugt, dan zullen de beweringen die hij doet ook wel niet deugen en hoeven we ons daar dus niet in te verdiepen.]

Stegeman en kornuiten volgen die lijn van argumenteren tot in de details. Aanvankelijk roept men, dat mijn bewering, dat het college misleidende offertes heeft verstrekt niet logisch is en om die reden niet hoeft te worden geloofd. En omdat men dat niet gelooft hoeft al het andere dat ik beweer (bijvoorbeeld dat Stegeman een alter ego van Wim Langbroek is) ook niet geloofd te worden.

Ik werkelijkheid berust mijn bewering over een misleidende offerte van het college op een officieel document, dat deel uitmaakte van de raadsstukken en dus door iedereen kan worden ingezien. Zodat iedereen, die daar de behoefte toe voelt, mijn bewering op juistheid kan onderzoeken.

Er is tot dusver niemand geweest die heeft kunnen aantonen dat de bewering onjuist is, het enige wat men kan doen is doodzwijgen. 

Stegeman krijgt bij zijn ad hominem activiteiten hulp van twee andere alter ego’s, wier Facebook profiel geen enkele aanwijzing bevat over welke natuurlijke personen zich achter die alter ego’s verbergen. Het gaat om Ilias Abou Ab en Mohamed Abdellaoui.

Als lid van de de besloten Facebookgroep “Je bent een echte Enkhuizer als” meen ik recht te hebben op bescherming (door de monitor van de groep) tegen de malafide alter ego’s die zich in de groep manifesteren.

De persoonsnamen, waar die alter ego’s gebruik van maken, heb ik hierboven gegeven. En mijn verzoek aan de groepsmonitor is dan ook, om hen de toegang tot de groep onmogelijk te maken.

Zodat ze hun anonieme ad hominem  activiteiten niet langer in de groep kunnen voortzetten.

In afwachting van uw reactie.

Hoogachtend, Chris Segerius

 

 

 

Mosterd na de maaltijd?

Gisteren schreef ik over een motie “vreemd aan de orde van de dag” (meestal aangeduid als een mvadovdd) die weliswaar was aangenomen, maar verder geen bruikbaar  resultaat zou opleveren, omdat het uitgangspunt tamelijk onzinnig was.

Namelijk, dat de raad, niet wetende welke bevoegdheden ze (in het verleden) aan het college had overgedragen, tot andere besluiten zou komen als ze dat wel geweten zou hebben. En dat het college die onwetendheid zou misbruiken bij het formuleren van raadsvoorstellen.

Ik volg de raad al meer dan 9 jaar en weet van geen bevoegdheden die structureel zijn overgedragen aan het college. Anders dan waar het Gemeenschappelijk Regelingen betreft, maar dat aantal moet bekend geacht worden.

In de gevallen die ik me wel herinner ging het om dubbelverkoop of een beperking van de betrokkenheid van de raad tijdens de uitvoeringsfase.

Onder dubbelverkoop versta ik dat de raad er mee akkoord gaat dat de goedkeuring van het één, ook de goedkeuring van iets geheel anders inhoudt.

Bijvoorbeeld, door het op het REZ te gebruiken straatmeubilair goed te keuren, keurde men tevens het aangaan van een erfpachtovereenkomst met SWL goed.

Een tweede voorbeeld, dat ook betrekking had op de ontwikkeling van het REZ, is de vrij recent genomen “go” beslissing voor wat betreft de verdere ontwikkeling van het REZ.

Die beslissing hield in, dat de raad het college opdracht gaf tot het ontwikkelen van het REZ, maar zich verder niet zou bemoeien met de wijze waarop het college die opdracht zou uitvoeren.

Dit had tot gevolg, dat het college eigenhandig de aanvankelijke voorkeur “de grond in erfpacht uitgeven” wijzigde en besloot de grond te verkopen tegen een onbekende prijs.

Een tweede gevolg was, dat hoewel de samenwerking aanvankelijk als vrijblijvend was gekenschetst de situatie inmiddels zodanig is veranderd dat indien de samenwerking tussen gemeente en Orez noodgedwongen tot een einde komt (bijvoorbeeld omdat de plannen als gevolg van de bezwaren van het ZZM niet zijn te realiseren) er door de gemeente een aanzienlijke schadevergoeding zal moeten worden betaald aan Orez.

Althans dat beweerde wethouder Struijlaart tijdens een bijeenkomst met de huurders van standplaatsen op de camping. Hij had het daarbij over een miljoenenclaim.

Het niet doorgaan van de plannen is een reële optie gelet op de bezwaren van het ZZM, dus van géén risico voor de gemeente zijn we in een situatie beland waarbij er sprake is van een miljoenen risico voor de gemeente.

Ik heb over beide oorzaken niet één, maar meerdere keren geschreven, maar voor zover ik weet heeft de raad hier zich niet over laten informeren. In beide gevallen is de raad niet gevraagd een besluit te nemen, terwijl er toch aanzienlijke sommen geld mee zijn gemoeid.

Het probleem hierbij is volgens mij NIET, dat de raad in het verleden bevoegdheden heeft afgestaan. Daar kan ze namelijk elk ogenblik weer een einde aan maken.

Het werkelijke probleem is, dat de raad keer op keer tekort schiet in haar plicht tot het houden van toezicht en er iedere keer weer van uit blijft gaan dat alles op rolletjes loopt, tenzij het college iets anders te melden heeft.

De ervaring leert, dat dergelijke meldingen altijd komen als mosterd na de maaltijd en als het kwaad al is geschied.