Durty Buszowski

Naar aanleiding van mijn laatste stukje over de nieuwjaarsbijeenkomst van het Forum voor Democratie, kwam ik op Facebook ene mijnheer Durty Buszowski tegen, die me liet weten uniek te zijn. Ik citeer hem even letterlijk.

U bent daarentegen wel uniek in het voortdurend afzeiken en aan de schandpaal nagelen van individuen die zich wél constructief inzetten voor de samenleving.

Waarom hij het over “individuen” heeft als hij raadsleden (en alles wat daar omheen hangt) bedoelt begrijp ik niet helemaal.

Het meest recente individu (raadslid) dat ik (in zijn woorden) heb afgezeken was Wim Stolk, raadslid voor de SP en nestor van de raad.

Aanleiding was “de uitspraken die hij tijdens de eindejaarsborrel van de SP had gedaan en door het Dagblad voor West-Friesland  waren opgetekend, zodat ze daarmee ook voor de eeuwigheid bewaard zijn gebleven.”

Met zijn eerste uitspraak, over het nut en de waarde van het raadsbrede akkoord, was ik het volledig met hem eens, al betreurde ik het, dat hij die uitsprak pas deed nadat hij al zijn taken had neergelegd.

Wat mij betreft had hij die opvatting beter kunnen uitdragen toen hij nog wél in staat was om veranderingen te bewerkstelligen.

Meewerken, maar achteraf zeggen dat je het eigenlijk niet eens was met waar je al die tijd aan had meegewerkt, roept eerder associaties op van een meeloper, dan van een principiële krachtpatser.

Het tweede punt waarover ik Wim Stolk heb aangesproken was zijn herhaalde bewering, dat er binnen de provincie duistere krachten aan het werk zijn die verhinderen, dat door de raad van Enkhuizen genomen besluiten kunnen worden uitgevoerd.

Stolk staat in zijn bewering niet alleen. Wim Hoogervorst, SP lid en lid van de Provinciale Staten, had eerder al beloofd om in dit complot tussen ZZM en provincie de onderste steen boven te zullen halen. Vervolgens nooit meer iets van gehoord.

Tegenover de bewering van Stolk heb ik een aantal feiten geplaatst. Die feiten maken duidelijk, dat er door het college aanzienlijke beoordelingsfouten zijn gemaakt (waarvoor ze door de provincie waren gewaarschuwd) en dat de raad (door er geen aandacht aan te schenken) ook een beoordelingsfout heeft gemaakt.

Het eerst met een ontwikkelaar afspraken maken over de ruimtelijke indeling van een project, voordat je beschikt over een bestemmingplan, waarin die ruimtelijke indeling is vastgelegd, is zo’n beoordelingsfout. Een fout die er op neerkomt, dat je de huid al hebt verkocht, voordat je de beer hebt geschoten.

Kortom, het vaststellen van gemaakte fouten is niet hetzelfde als het “afzeiken” van hen die voor die fouten verantwoordelijk zijn, beste mijnheer Buszowski.

Dat heet er op toezien, dat zij die deel uitmaken van de politieke macht, op correcte wijze gebruik maken van die (aan hen verleende) macht.

Nu weet ik wel, dat onze politieke machthebbers het niet prettig vinden als anderen (dan die ze zelf hebben aangesteld) er op toezien hoe ze van hun macht gebruik maken, maar dat is (in een democratische rechtsstaat) nu eenmaal het recht van iedere burger.

Bovendien heeft de SP, vanwege haar smaakvolle filmpje tijdens de Europese Verkiezingen, geen enkel recht van spreken meer als het over “afzeiken” gaat.

Die partij neemt van alles en iedereen de maat, maar speelt graag voor slachtoffer, als ze wordt aangesproken over haar eigen doen en laten.

Mantel der liefde.

Eindelijk is het Noord Hollands Dagblad er in geslaagd om de grote vormgever van de Enkhuizer politiek (VVD fractievoorzitter van Reijswoud) er toe te verleiden een aantal uitspraken te doen over de huidige situatie.

Van Reijswoud is ambtenaar en geen politicus en dus werkt hij (als een goed ambtenaar betaamt) veel liever in de schaduw van de macht dan in de openbaarheid.

In het blad “Binnenlands Bestuur” stond onlangs een artikel onder de kop “Ambtenaren zijn verpletterend loyaal”. Ik twijfel er niet aan of Van Reijswoud is verpletterend loyaal ten opzichte van zijn werkgever, het college van Lelystad, waarvoor hij werkzaam is als loco-secretaris.

Maar of hij (in de rol van toezichthouder) een zelfde soort van loyaliteit aan de dag moet leggen ten opzichte van het Enkhuizer college is natuurlijk wel de vraag.

Volgens het Peterprincipe heeft een loyale ondergeschikte niet vanzelfsprekend de juiste kwalificaties om een toezichthouder te zijn en ik vrees, dat Van Reijswoud (in zijn rol van toezichthouder) net als veel van zijn collega raadsleden, ernstig tekortschiet.

Van Reijswoud was voorzitter van de commissie die de nieuwe burgemeester voordroeg en vormgever van het raadsbrede akkoord, waarin tegengestelde opvattingen niet meer naar buiten komen, maar binnenskamers worden opgelost.

Als ambtenaar is Van Reijswoud een bureaucraat en het is dus logisch dat zijn voorkeur uitgaan naar bureaucratische oplossingen, maar dat zijn niet altijd en overal de beste oplossingen. Soms werkt een democratische (en in openbaarheid gemaakte) afweging beter.

In het bovenstaande bericht erkent van Reijswoud, dat over de motie (over de te nemen juridische stappen) vooraf overleg is geweest tussen college en de fractievoorzitters wat impliceert dat de motie de goedkeuring kon wegdragen van het college.

Logisch, want hoewel de motie dreigende taal uitslaat richting provincie, kan het college zich proberen te verschuilen achter het feit, dat de motie niet haar opvatting, maar die van de raad weergeeft. Verschuilen is in dit verband een veel te rooskleurige voorstelling van zaken.

Immers, bij de provincie weten ze natuurlijk ook hoe de hazen lopen en dat een dergelijke motie door een evenwichtig college zou worden ontraden. Het feit, dat dit niet is gebeurd, zal voor de provincie het bewijs zijn, dat deze motie niet alleen met instemming, maar zeer waarschijnlijk zelfs op verzoek van het college, werd ingediend.

Dat maakt het tot een tamelijk doorzichtige manier van druk zetten op de provincie, die de reputatie van college en raad van Enkhuizen geen goed zal doen. Het staat Enkhuizen natuurlijk vrij om als een kleuter te gaan stampvoeten en het onmogelijke te eisen.

Maar  dat zal geen enkele indruk maken op het provinciale bestuur. Zoals hierboven al valt af te leiden uit de reactie van de woordvoerder van de provincie.

Van Reijswoud zou dat (vanuit zijn ambtelijk ervaring) allemaal moeten weten, maar op een of andere manier belet zijn verpletterende loyaliteit (jegens het college waarvan hij een van de grondleggers is) hem tot een evenwichtig oordeel te komen.

Met als gevolg dat elke beoordelingsfout van het college met de mantel der liefde wordt bedekt, zodat we blijven doormodderen op dit doodlopende karrenspoor.