Klein bier

https://twitter.com/ArnoNoorman/status/424250978905640960

Raadslid Noorman (CU/SGP) stelt vast dat SMC, Uilenbanen en de Drom klein bier zijn vergeleken met wat ons te wachten staat met de transities in het sociale domein en vraag  zich af wanneer ik daar aandacht aan besteed op mijn blog.

Om te beginnen waren de projecten SMC, Uilenbanen en de Drom geen opgelegde maatregelen (zoals de transities) maar vrije keuzes van de Enkhuizer raad zelf.

noormanDe kosten van die keuzes zijn voorlopig 3,5 miljoen voor het SMC, 0,5 miljoen voor de Uilenbanen en een nu nog onbekend bedrag voor de Drommedaris (maar ga er maar van uit dat er nog een miljoen bij moet). Dat zou ik geen klein bier willen noemen.

Bij al deze keuzes was de CU/SGP in positieve zin betrokken, wat in dit geval betekent dat men vóór stemde.

Persoonlijk vind ik, dat als je in het verleden zo lichtvoetig bent omgesprongen met de financiële positie van Enkhuizen (en CU/SGP staat daar zeker niet alleen in)  je met enige terughoudendheid zou moeten praten over je toekomstige opvattingen.

Maar politici zijn als geen ander in staat om een falend verleden te verbergen achter een glorieuze toekomst of in dit geval een nieuwe boeman.

Die boeman is de rijksoverheid die taken in het sociale domein gaat over te dragen aan de gemeenten. In essentie zijn alle gemeenten daar blij mee. Al was het maar omdat het status verhogend werkt.

Waar ze niet blij mee zijn, is de hoeveelheid geld die ze krijgen om die taken uit te voeren.  Maar zo ken ik er nog wel een paar. Thuishulp bijvoorbeeld.

Die wordt ook gevraagd hetzelfde werk voor minder te doen.

Dat de specialisten in de jeugdzorg hetzelfde werk voor minder geld moeten doen  lijkt me onomkoombaar. Ze zullen worden ontslagen, maar omdat de hoeveelheid werk hetzelfde blijft, zullen ze op basis van minder gunstige voorwaarden weer worden ingehuurd.

Dat heet flexibiliteit en gebeurt in elke bedrijfstak. Nu dus ook bij de semi-overheid.

De vraag lijkt me of de beheersmaatregelen die de lokale overheden (in regionaal verband) treffen de toets der kritiek kunnen doorstaan. Dit in vergelijking tot de beheersmaatregelen waarover de rijksoverheid beschikte. Eerlijk gezegd heb geen idee, maar daarin sta ik niet alleen schat ik.

Ik schreef daar hier ook al over. Maar wat me wel is opgevallen is, dat bij het formuleren van de beheersmaatregelen de formele adviesorganen die men heeft ingesteld (de WMO raad) niet zijn geraadpleegd. Althans niet in Enkhuizen.

Merkwaardige gang van zaken. Je tuigt een WMO raad op die je moet adviseren, maar voor dat je advies hebt ingewonnen ga je als al raad besluiten zitten nemen.

Advertenties

WMO

KritiekHiernaast een ingezonden brief in de Volkskrant. Het toeval wil dat ik een bijeenkomst, georganiseerd door de Enkhuizer WMO raad, over dit onderwerp heb bijgewoond.

Een gemeenteambtenaar gaf een toelichting. Inderdaad veel technisch jargon en vragen mochten niet worden gesteld.

Ik heb het er toch maar op gewaagd en gevraagd wat ze met frictiekosten bedoelde.

Iets met huisvesting en personeel begreep ik.

Verder begreep ik dat (zoals de briefschrijver ook opmerkt) veel regionaal zal worden geregeld en de term “iets borgen” tegenwoordig bijzonder populair is in ambtelijke kringen.

De briefschrijver signaleert dat er als gevolg van onwetendheid bij raadsleden een democratisch tekort zal ontstaan.

Daar heeft hij ongetwijfeld gelijk in. Alleen weet ik niet of dat democratisch tekort niet nu al aanwezig is.

Jeugdzorg in zijn huidige organisatievorm wekt niet bepaald de indruk dat er een effectieve democratische controle aanwezig is.

Als ze in de publiciteit komt, dan gaat het meestal over het feit dat men er telkens weer in slaagt om op verbluffende wijze langs elkaar heen te werken.

Wat het democratisch tekort  betreft. Ik heb dat zelf al eerder gesignaleerd en daar zelf een bepaalde uitdrukking voor het proces bedacht. Bureaucratisering van de democratie.

Wat ik daarmee wil signaleren is voornamelijk bureaucraten zijn die oplossingen zoeken voor problemen die zij ervaren en die vaak nauwelijks aansluiten op de problemen die de burger ervaart.

Paljas is niet anders dan een poging dat proces te vertragen, maar de kloof die de burger ervaart is natuurlijk niet alleen maar de schuld van bureaucraten.

Het dichten ervan lukt alleen als ook de burger zich bewust wordt dat hij tenminste zal moeten deelnemen aan het debat over dit soort zaken en niet alleen maar kan eisen dat “de dingen worden opgelost”.

Met dit blog, wat feitelijk een forum is, heb ik geprobeerd het debat aan te zwengelen.

Door op prikkelende wijze onderdelen van het gemeentelijk beleid onder ogen van een breder publiek te brengen op een manier die voor de burger waarschijnlijk beter is te begrijpen dan welke ambtelijke notitie ook.

Maar voor het democratisch tekort geldt het spreekwoord, “Je kunt paarden naar het water geleiden, maar niet dwingen om te drinken”.

Zolang slechts een heel klein percentage van de mensen bereid is zich in dit soort kwesties te verdiepen, blijft het democratisch  tekort bestaan.

folderBij jeugdzorg, zoveel heb ik er wel van begrepen, gaat het om vaak ernstige (soms levensbedreigende) situaties en of de gemeenten in staat zijn zullen adequaat in te grijpen is nog maar de vraag.

Het systeem is overgenomen van een in Denemarken gehanteerd model, maar daar nam men 6 jaar de tijd voor de transitie.

In Nederland wil men het in een jaar doen.

Kortom de uitkomst van dit proces is onvoorspelbaar. In de ogen van bureaucraten wordt het probleem voornamelijk voorgesteld als een kwestie van geld en het creëren van de juiste papierwinkel. Zodat (althans op papier) alle risico’s  zijn “geborgd” .

Maar ik denk dat een goede democratische begeleiding van de transitie een rol van betekenis heeft. Maar hoe je dat zou moeten oplossen?