Pim's Prietpraat

Bemoeienissen van een buitenstaander

Gezapig tempo

regenten1Welnu, de vergaderonkostenvergoeding is dus vervallen. In plaats daarvan is de algemene onkostenvergoeding voor raadsfracties verhoogd met € 500,- terwijl de vergoeding per raadslid verhoogd is van € 100,- naar € 200,-.

Bedroeg de totale (alle fracties opgeteld) onkostenvergoeding in de voorgaande jaren nog € 14.700,- , in 2017 is de totale onkostenvergoeding € 11.400,-.

Dat lijkt een besparing van zo’n € 3.300,- op te leveren, maar lang niet alle fracties hebben gebruik gemaakt van de maximale onkostenvergoeding. Sommigen hebben de niet gebruikte bedragen teruggestort (of hebben beloofd dat te zullen doen), anderen hebben dat niet gedaan en daarmee een buffer voor zichzelf gecreëerd.

De vergelijking tussen de één-  en meer persoonsfracties leert het volgende.

1 persoons, vroeger  € 1400,- , nu € 1000,-

2 persoons, vroeger €  1500,- , nu € 1200,-

4 persoons, vroeger  €  1700,- , nu € 1600,-

Dus door het laten vervallen van de vergoeding voor vergaderkosten en het laten stijgen van de algemene onkostenvergoeding lijkt de schade voor de fracties beperkt te zijn gebleven.

Probleem is echter dat de afgelopen drie jaar de fracties nauwelijks wisten wat ze als fractiekosten konden opvoeren. Het weekendje Egmond aan Zee is al genoemd en wellicht is een fractie ook gebaat bij een avondje Holiday on Ice om van een bezoek aan de Bananenbar nog maar te zwijgen. Maar of die kiezer daarmee is gediend blijft de vraag.

Als een onkostenvergoeding wordt gegeven, terwijl er geen onkosten bestaan, dan dreigt oneigenlijk gebruik en corrumpering. Dan worden bevriende relaties wat toegestopt en buffers gemaakt voor de verkiezingstijd. Ik heb niets tegen onkostenvergoedingen voor fracties, maar het lijkt me wel, dat de redenen voor die vergoedingen beter moeten worden gedefinieerd.

Op basis van bestaande vergoedingen kunnen er jaarlijks tientallen bijeenkomsten worden georganiseerd waarbij fracties hun besluiten zouden kunnen toelichten en verdedigen. Ik kan me voorstellen dat fracties, met tegenovergestelde meningen (over het REZ, over de Drom, over wat dan ook) gezamenlijk een bijeenkomst beleggen waarin zij hun verschillende standpunten uitdragen. Op die manier verhoog je de belangstelling voor de politiek en onderhoud je contact met de kiezer en creëer je draagvlak.

Paljas heeft als primaire doelstelling het bevorderen van de discussie over politieke onderwerpen. De middelen die zij daarvoor denkt te kunnen gebruiken zijn,

  1. Het onderhouden van een weblog.
  2. Het organiseren van bijeenkomsten.
  3. Het deelnemen aan verkiezingen.

Punt drie bleek achteraf een vergissing die we niet moeten herhalen. Met punt 1 voldoe ik nog dagelijks aan de doelstelling. Punt 2 is er nooit van gekomen omdat zoiets geld kost en ik daarover helaas niet in voldoende mate beschik.

We hebben nu dus de vermakelijke situatie. Degene die bereid is om een openbare bijeenkomst te organiseren waarin onze politieke voorlieden een glansrol kunnen vervullen door uit te leggen waar ze zoal mee bezig zijn, komt er niet omdat er geen geld is en het bovendien twijfelachtig is of onze politieke voorlieden daar aan mee willen werken.

Degenen die wel over het geld beschikken om openbare bijeenkomsten te organiseren doen het niet, vermoedelijk omdat ze niet in staat zijn uit te leggen waar ze mee bezig zijn.

En zo klungelt de Enkhuizer politiek in gezapig tempo verder.

Advertenties

maart 28, 2017 Posted by | Geldsmijten, Klein Leed, Klungelen | Plaats een reactie

De Hooijmaijers van deze wereld

indianen

Enkhuizer raad verkoopt grond in het recreatieoord

Gisteren groot in het nieuws. Het bericht dat een non-profit organisatie een OV kaart voor € 7,50 aan de consument verkoopt, terwijl hij maar 88 cent kost om te produceren. Ik was niet verbaasd. Elke oplichter weet, dat zaken doen voor de overheid het meeste oplevert.

Een van de zaken die me bij de ontwikkeling van het REZ het meest intrigeerde was het totaal ontbreken van financiële onderbouwing van het project en het totale gebrek aan belangstelling daarvoor van de raad.

Binnen de raad heerst een breed gedeelde afkeer jegens project-ontwikkelaars (die ik overigens niet deel), maar tegelijkertijd doet men  vrijwel blindelings een beroep op ze. Misschien niet het college en de ambtenaren, maar de raad slikt alles voor zoete koek.

Daarnaast heeft de raad het eindoordeel over het bereikte resultaat in handen gegeven van een selectiecomité waarvan men de samenstelling niet kent en waarop men ook geen invloed heeft gehad bij de samenstelling.

Verder is de raad akkoord gegaan met een gesloten beurzen constructie zonder te weten wat de marktprijs was van hetgeen ze aanbood en zonder te weten wat de kostprijs was van hetgeen ze daarvoor in ruil terugkreeg.

In plaats daarvan vergaapt men zich nu aan plaatjes van bungalows, plattegronden en artist-impressions  van de toekomstige situaties. Kortom, uiterlijk vertoon en daarom vergelijkbaar met de  spiegeltjes en kraaltjes waarmee onze voorouders inheemse volkeren ervan wisten te overtuigen dat zij aan ons hun land en grondstoffen moesten overdragen.

Met al haar bombarie en gewichtigdoenerij is de raad van Enkhuizen te vergelijken met de indianen van Manhattan die hun grond verkochten voor goederen met een waarde van 60 gulden. Zoals nu van de raad verwacht wordt grond weg te geven in ruil voor een schattig strandje.

Ik heb op dit blog in het verleden meermalen een poging gedaan te achterhalen wat de waarde was van de grond die de gemeente “gratis” aanbood in ruil voor voorzieningen die de ontwikkelaar voor zijn rekening zou nemen. Maar dat is niet iets waar welk raadslid dan ook zich in wenst te verdiepen.

Ook het college heeft daarover tot dusver geen enkele financiële informatie verschaft anders dan dat het project budgetneutraal zal worden uitgevoerd.

Zoals het college ook geen enkele informatie verschaft over het feit dat de verzwaring van de elektra in de Drommedaris het ene jaar € 100.000,- kost, maar het jaar daarop € 20.000,-.  Een tegenstrijdigheid die de raad niet opvalt of niets kan schelen. Sterker nog, op een enkele uitzondering na wantrouwt men zelfs mijn poging om dat verschil (met hulp van de rechter) verklaard te krijgen.

En mijn verzoek om hulp bij die zoektocht naar de waarheid door de griffiekosten (€ 10,- per raadslid) voor haar rekening te nemen werd (op één enkele uitzondering na) volledig genegeerd.

Alleen als een voor henzelf bestemde onkostenvergoeding dreigt te vervallen komt men in in beweging en wordt die met allerhande drogredenen in stand gehouden. Want dat is iets wat henzelf aangaat. Hoe en of de gemeente zijn geld over de balk smijt zal hun verder een zorg zijn, zolang ze er zelf maar niet onder hoeven te lijden.

Terug naar het recreatieoord en de financiële onderbouwing van dat project.

Dank zij mijn korte vraag (waarvan de betekenis helaas niet werd opgepikt door het NHD) tijdens de stakeholders vergadering kan er meer helderheid worden verschaft. Gaat het bestaande plan uit van een erfpachtconstructie (zoals het college tot dusver suggereerde) of worden de bungalows gebouwd op eigen grond? Het antwoord was, dat het laatste het geval zal zijn.

Welnu, ik meen dat er 160 kavels worden gerealiseerd. Laten we uitgaan van een gemiddelde kavelgrootte van 500 m2 en een m2 prijs van € 300,- dan praten we over een opbrengst van  24 miljoen uit kavelverkoop van waaruit alle verdere noodzakelijke voorzieningen moeten worden gerealiseerd. Zoals nutsvoorzieningen, wegen en beschoeiingen.

Ik zeg niet dat dit een realistische berekening is. De verkoopopbrengst van kavels kan ook miljoenen hoger of lager uitvallen. Waar het om gaat is dat je met behulp van een berekening, die past op de achterkant van een sigarendoosje, kunt uitvinden of een project aantrekkelijk is of niet.

Zolang de kosten van de noodzakelijke voorzieningen beneden de hier  geschatte 24 miljoen blijven verdien je geld aan de verkoop van kavels. Meer geld verdien je door ze te gaan bebouwen met vakantiebungalows en nog meer geld verdien je door permanente bewoning ervan toe te staan.

Het verbluffende aan de gang van zaken is, dat dit soort van sigarendoosberekeningen nooit door de gemeente zijn gemaakt. Althans, misschien zijn ze wel gemaakt, maar ze zijn niet gedeeld met de raad.

Anders gezegd de gemeente geeft grond weg die na het bouwrijp maken 24 miljoen waard is. In ruil daarvoor wordt er een strandje aangelegd waarvan de kosten volgens een eerdere opgave van de gemeente 1.3 miljoen bedragen. Plus een paar wegen en een modern geoutilleerde camping. Die vervolgens wordt overgedragen aan een nieuwe eigenaar.

Nog veel verbluffender is dat de raad nog nooit de moeite heeft genomen om te vragen naar een financiële doorberekening van de plannen. In plaats daarvan staart men zich blind op de opbrengst van de toeristenbelasting en de bijdrage aan het zwembad.

Terwijl de raad die punten veronderstelde een beletsel te zijn voor een succesvolle tender, heeft de ontwikkelaar al laten weten dat hij gemakkelijk aan die gestelde voorwaarden kan voldoen.

“Penny wise, but pound foolish” zeggen ze in Engeland. Je druk maken over kleinigheden om tegelijkertijd de grote lijn uit het oog te verliezen. Het is van die gemakzuchtige, maar ook kinderlijke benaderingswijze waar de Hooijmaijers van deze wereld dankbaar gebruik van maken.

februari 16, 2017 Posted by | Geldsmijten, Klungelen, Recreatieoord | Plaats een reactie

Probleemloos

accountant 1Afgelopen dinsdag ging het onder andere over het zakgeld van de raadsfracties. De bestaande regeling was € 300,- per jaar plus € 200,- per fractielid. Daarboven werd een vergoeding van € 500,- per jaar gegeven voor vergaderkosten, omdat de gemeente niet over een ruimte beschikte waar fracties konden vergaderen.

Dat laatste probleem is na de verbouwing van de Hoogstraat opgelost. Er is ruimte gecreëerd waar fracties kunnen vergaderen, met als logische conclusie dat de daarvoor verstrekte vergoeding kan worden afgeschaft. Alleen Van Reijswoud (VVD) en Van der Pijll (LvdP) zagen daar de logica van in.

De rest meende dat het beter was om de vergaderingvergoeding (€ 500,-) om te zetten in een algemene  fractievergoeding (zakgeld). Complicatie daarbij is, dat het de gemeente niet is toegestaan om financiële steun te geven aan partij-activiteiten en het zakgeld uitsluitend besteed mag worden aan fractie-activiteiten.

Dus als de fractie haar beraad wil afsluiten met een copieuze maaltijd (of het inhuren van een paaldanseres) dan mag dat, maar als de fractie leden of kiezers gaat uitnodigen, dan is het niet langer een fractiebijeenkomst, maar een partijbijeenkomst en komt ze niet voor vergoeding in aanmerking.

Daar wordt, naar ik heb begrepen, streng de hand aan gehouden. Geld dat niet besteed wordt aan het doelmatige functioneren van de fractie, maar aan andere bijeenkomsten (zoals die met gewone leden of kiezers) mogen (bij wet) niet door de gemeente worden gefinancierd.

Wat zijn activiteiten die het functioneren van een fractie ten goede komen en waarom is daar (volgens de nieuwe regeling) minimaal € 1000,- per jaar voor nodig? Ik heb geen idee en het raadsvoorstel gaf ook geen uitsluitsel. Stella Quasten noemde als voorbeeld  dat er (tijdens de coalitiebesprekingen in 2013) een aantal keren was vergaderd om kennis met elkaar te maken en dat dit kosten voor zaalhuur met zich mee had gebracht.

Ongetwijfeld waar, maar om die kosten te kunnen dragen hadden de 5 coalitiepartijen (gezamenlijk) ook € 2500,- aan vergaderkosten vergoeding gekregen. Voor toekomstige, soortgelijke situaties kan er dus gewoon in de Hoogstraat worden vergaderd.

Dus niet echt een goede reden om de voormalige vergadervergoeding om te zetten in een fractievergoeding.

De vraag is dus, heb je als fractie minimaal € 1000,- per jaar aan zakgeld nodig om te kunnen functioneren? Gegeven het feit, dat je dat geld niet mag gebruiken om er bijeenkomsten met leden of aanhangers te organiseren.

Gelukkig verzekerde de voorzitter ons dat de inmiddels afgelopen regeling nauwgezet was geadministreerd door de griffier en dat teveel betaalde gelden (dat wil zeggen geld dat niet gebruikt was voor vergaderkosten van de fractie) was terug betaald.

Mijn nieuwe WOB verzoek, om inzage te krijgen in de uitgekeerde vergadervergoeding in de afgelopen 3 jaar (inclusief de terug betaalde bedragen) en verantwoording van de uitgegeven bedragen aan vergaderkosten, zal dus probleemloos kunnen worden uitgevoerd.

januari 12, 2017 Posted by | Geldsmijten, Mores, WOB | 9 reacties

Rommelig beleid.

olierook 2

Rommelig beleid

Goed, Olierook roept, dat wat ik schrijf “rommel” is en dus leest hij het niet. Arrogantie van de macht zullen we maar zeggen.

De politiek wil graag betrokken burgers roepen ze voortdurend, maar dan weer niet zo betrokken dat ze een eigen mening mogen hebben. Want dan wordt het afgedaan als rommel.

Olierook vraagt om een krediet van € 60.000,- om een aannemer te kunnen betalen. Het was € 100.000,- (op basis van een achterhaalde offerte) dus nu claimt hij (bij monde van partijgenoot Snoek) een “besparing” van € 40.000,- te hebben bereikt.

Flauwekul, omdat hij een gebruikelijke verkoopprijs vergelijkt met de “officiële” verkoopprijs die alleen maar wordt gebruikt om ons wijs te maken dat we een voordeeltje hebben gescoord. In een volgend bericht daarover meer.

Enfin, € 60.000,- dus. In dezelfde brief waarin hij dat bedrag vraagt, verklaart hij dat de kosten van verzwaring begroot zijn op € 30.000,- en dat hij de aannemer er van heeft weten te overtuigen dat die 1/3 van die kosten voor zijn rekening neemt.

De feitelijke kosten voor verzwaring zijn dus € 20.000,- die vervolgens door gemeente en stichting worden gedeeld. Mag ik als belastingbetaler dan misschien weten waar de resterende € 40.000,- (die hij de aannemer wil betalen) voor zijn bedoeld?

Uit zijn brief (maar liefst 8 pagina’s lang) valt dat niet op te maken, dus vraag ik om de onderliggende stukken. Correspondentie en gespreksverslagen, maar daarin zitten hiaten. Als ik daar bezwaar tegen maak, blijft een antwoord uit. Pas tijdens een hoorzitting wordt me verteld dat de stukken waar ik om gevraagd heb er niet zijn. Maar waarom moeten er dan opnieuw weken verstrijken alvorens me dat “formeel” wordt medegedeeld?

Ik vraag om documenten die in elke normale bedrijfsadministratie (behoudens de maffia), aanwezig behoren te zijn,  maar die in Enkhuizen ontbreken omdat ze “uit efficiëntie overwegingen” niet zijn gemaakt.  Althans dat beweert men.

Dat Olierook leiding geeft aan een “rommelige” organisatie, die cruciale documenten wegmaakt of (nog erger) niet maakt, staat daardoor inmiddels wel vast.

Dus wat verwijt hij mij eigenlijk?

Dat ik wil weten waar mijn belastinggeld aan wordt uitgegeven? Betwist hij wellicht mijn recht om dat te willen weten? Wat probeert hij hier te verzwijgen? En wat proberen zijn hondstrouwe volgelingen te verzwijgen? Roepen die niet voortdurend dat ze transparant willen zijn?

Waarom geven ze verdorie dan geen antwoord op een simpele vraag? Waarom betalen we € 40.000,- extra aan een aannemer zonder dat daar een rekening voor is gestuurd? Waarom zijn de verplichtingen ten opzichte van die aannemer niet schriftelijk vastgelegd?

En sinds wanneer is een mondeling overeengekomen betalingsverplichting minder bindend dan een schriftelijke?

tuinkaboutersHet bestaan ervan is misschien moeilijker te bewijzen, maar de verplichting is net zo bindend. Of is zijn definitie van een “morele” verplichting, een verplichting waarvan het bestaan in twijfel kan worden getrokken, omdat ze mondeling is aangegaan?

Waar het beleid van Olierook op neer komt is, dat hij democratische controle op de door hem gemaakte (betalings)afspraken onmogelijk maakt.

En dat hij daar mee weg lijkt te komen dankt hij uitsluitend aan het feit, dat de Enkhuizer raad voor het merendeel bestaat uit gehoorzame tuinkabouters. (Wie de schoen past trekke hem aan)

oktober 22, 2016 Posted by | Drommedaris, Geldsmijten, Olierook | 4 reacties

Voor kennisgeving aannemen

Raad

Voor kennisgeving aangenomen

Ik weet het, raadsleden vinden dat gedoe met cijfers alleen maar vervelend, maar sommige dingen laten zich met behulp van cijfers nu eenmaal beter uitleggen.

De cijfermatige onderbouwing van de kredietaanvraag in 2015 bestond uit een door Hillen & Roosen op 4 maart 2015 afgegeven offerte in de orde van grootte van € 93.870 (zonder 10% winstopslag).

Een week later (11 maart 2015) wordt er aan de tot dat moment voortdurende impasse over wie verantwoordelijk is voor de meerkosten van elektra-verzwaring een einde gemaakt en wordt een “knoop doorgehakt”.

Hillen & Roosen neemt (zonder formele opdracht van de gemeente) de verzwaring voor zijn rekening, terwijl de gemeente toezegt de raad om een krediet te zullen vragen van waaruit Hillen & Roosen kan worden betaald. Hoezo voor eigen rekening en risico? Er is een toezegging gedaan, met als enig voorbehoud dat de raad die toezegging nog moet bevestigen, wat gewoonlijk het geval is.

De aanspraak van de aannemer is op 11 maart al gedaald naar  € 78.870,- (zonder 10% winstopslag). Niettemin vraagt de wethouder de raad (20 dagen later) om een krediet van € 100.000,-.

Anders gezegd, de wethouder motiveert zijn kredietaanvraag met een document waarvan hij weet dat het verouderd is en inmiddels vervangen is door een ander met lagere kosten.

Wat is de reden voor de verlaging? Wel, de eerste offerte heeft het kenmerk “na inhuizing”. Wat aannemersjargon is voor; “nadat het project is opgeleverd en in gebruik is genomen”.

Ik heb op dit blog meermalen (ook voor de raadsvergadering) betoogd, dat de aan de raad verstrekte offerte geen correcte weergave was van de werkzaamheden die waren uitgevoerd. De werkzaamheden hadden namelijk niet ná, maar vóór de “ inhuizing” plaatsgevonden.

De tweede offerte is identiek aan de eerste, maar mist de stelpost voor het demonteren/verplaatsen van meubilair. Daarnaast is de kwalificatie “na inhuizing” vervangen door de kwalificatie “opdracht”.

Anders gezegd, gemeente en aannemer waren het op 11 maart 2015 eens over een opdracht ter waarde van € 78.870,- (zonder 10% winstopslag), waarin begrepen was de aanleg van de verzwaring.

De offerte bevat ook elementen die niets van doen hebben met de verzwaring. Ze staan gerubriceerd als zijnde gebruikerswensen. Daarbij gaat het om extra armaturen, bewegingsmelders, intercom, data en telefooninstallatie.

De kosten daarvan zijn begroot op € 21.657,-, maar zijn uiteraard voor rekening van de stichting, aangezien het om kosten van de inrichting gaat. Trekken we die kosten af van de (tweede) offerte, dan resteert een bedrag van € 57.213,- (zonder 10% winstopslag).

Maar daarmee zijn we er nog niet. Zowel de eerste als de tweede offerte maken melding van een uitvoeringstijd van 4 weken. Maar in werkelijkheid bedroeg de uitvoeringstijd slechts 1 week. De daar aan gerelateerde kosten worden in de offerte opgevoerd als zijnde “bouwplaatskosten en begeleiding” en zijn begroot op  € 31.510,-.

Het maakt nogal verschil of je “na inhuizing” je bouwplaats opnieuw moet inrichten en uitgaat van een uitvoeringstijd van 4 weken, of dat je van een ingerichte bouwplaats de klus in 1 week afmaakt. Een besparing van € 27.213,- lijkt me niet ondenkbaar en daarmee zit je dan precies op het bedrag dat het college zelf al noemt in haar raadsvoorstel: € 30.000,-

Samengevat, ook de tweede offerte (die op zichzelf al € 15.000,- lager was dan de eerste) bevat kostenposten die enerzijds niets van doen hadden met de kosten van verzwaring en anderzijds geen correcte weergave zijn van de manier waarop de verzwaring is uitgevoerd. Vóór inhuizing in plaats van ná inhuizing.

In datzelfde raadsvoorstel verklaart de gemeente dat de kosten van verzwaring (€ 30.000,-) gedeeld worden door aannemer, stichting en gemeente. Ieder draagt dus € 10.000,- bij. Een te verwaarlozen bedrag, waarvan je je afvraagt hebben ze daar werkelijk een jaar over moeten onderhandelen?

Maar dat terzijde.

Dank zij de “bijdrage” van de aannemer zijn de werkelijke kosten van de verzwaring gedaald naar € 20.000,-. De gemeente heeft echter de raad gevraagd om een krediet van € 60.000,- om hem te kunnen betalen. Het raadsvoorstel bevat geen verklaring voor de extra € 40.000,-.

Waarom de gemeente de aannemer (boven de kosten van de verzwaring) € 40.000,- meer wil betalen moet U niet aan mij vragen, maar aan de SP, VVD, CDA en de CU/SGP. Reken daarbij niet op een antwoord van die partijen, want volgens mij wisten (en weten ze nog steeds) niet op grond waarvan die betaling moest worden verricht. Dat is geen ongewone gang van zaken.

Samengevat, het college probeert eerst op basis van verouderde gegevens een krediet los te krijgen van de raad  en wanneer dat mislukt probeert ze het een jaar later opnieuw. Ditmaal voor een bedrag van € 60.000,-.

Tegelijkertijd erkent men dat de kosten van verzwaring geen € 100.000,- bedroegen (wat men aanvankelijk suggereerde) maar slechts € 30.000,-. Hetgeen bevestigd wordt door een zorgvuldige analyse van de offerte. Aangezien (dank zij een bijdrage van de aannemer) de kosten van een verzwaring terug gebracht zijn tot € 20.000,- terwijl hem een bedrag van € 60.000,- is toegezegd is er een onverklaarbaar verschil van € 40.000,-.

Dat verschil is onverklaarbaar omdat er (zo beweert men) uit efficiëntie overwegingen geen gespreksverslagen zijn gemaakt van de onderhandelingen met de aannemer.

Iets wat in elke bedrijfstak als grove nalatigheid zou worden beschouwd, maar door de Enkhuizer raad voor kennisgeving is aangenomen,

oktober 14, 2016 Posted by | Drommedaris, Geldsmijten | Plaats een reactie

Cosa nostra

cosa-nostraBehoudens de maffia ken ik geen bedrijfstak of organisatie waarin het werknemers is toegestaan om betalingsverplichtingen aan te gaan met derden zonder dat de reden voor die verplichting op enigerlei wijze schriftelijk is vastgelegd.

Maar naast de maffia is er tegenwoordig ook de gemeente Enkhuizen. Daar beweert capo Olierook dat er geen schriftelijk verslag bestaat van de overeenkomst die op 11 maart 2015 met de aannemer is gesloten, waarbij een betalingsverplichting van € 100.000,- aan de aannemer werd overeengekomen.

Wel suggereerde capo Olierook dat die betaling voortvloeide uit de aanleg van de verzwaring van elektranetwerk in de Drommedaris. Maar blijkens zijn meest recente raadsvoorstel is hij daar inmiddels weer op teruggekomen en erkent hij, dat de kosten daarvan niet meer dan € 30.000,- bedroegen.

Dus waar was die resterende € 70.000,- voor bedoeld?  Capo Olierook, maar ook de Enkhuizer Godfather (capo di tutti capi) zwijgen daarover in alle talen.

Inmiddels is echter duidelijk geworden dat de € 70.000,- bedoeld was als betaling voor nog openstaande vorderingen van de aannemer.

Hoewel ik niet beschik over een schriftelijke vastlegging van de bijeenkomst zelf, heb ik inmiddels wel een uittreksel van de notulen van een vergadering waarin vertegenwoordigers van de gemeente en aannemer bevestigen dat dit de uitkomst van die vergadering was.

Nu is het in maffiakringen niet ongebruikelijk dat er facturen worden gemaakt die geen getrouwe weergaven zijn van de geleverde goederen en diensten, maar dat de gemeente Enkhuizen daar zijn medewerking aan verleent komt toch als een verrassing. Het is een illustratie van de bestuurscultuur die daar in de loop der jaren is ontstaan.

Dat niet alleen, het lijkt zelfs een export artikel te zijn geworden. De voormalige wethouders Franx en Boland zijn momenteel in dezelfde functie  werkzaam in de gemeente Gooise Meren. En wat blijkt uit een reportage van RTVNH, daar zijn ze inmiddels ook documenten kwijt geraakt van een groot vastgoedproject.

Al met al begin ik me steeds vaker af te vragen of ik er niet veel verstandiger aan doe om deze kwestie voor te leggen aan de Commissaris van de Koning in onze provincie of wellicht aan het OM. Want het onder valse voorwendselen aangaan van een betalingsverplichting lijkt me namelijk een strafbaar feit.

Van onze volksvertegenwoordigers valt in dat opzicht weinig te verwachten. Kennelijk hebben die een zwijgplicht opgelegd gekregen. In maffia kringen bekend als Omerta.

 

september 28, 2016 Posted by | Fratsen, Geldsmijten | 1 reactie

Desinformatie

DromVandaag een reflectie over hoe eenvoudig het eigenlijk is om de raad op het verkeerde been te zetten.

In mei 2015 lag er (naast de afsluiting van het Drom dossier) ook een verzoek aan de raad voor een extra krediet van € 100.000,-.

Onder het voorwendsel dat men de aannemer niet de dupe wilde laten worden van het feit dat hij (zonder dat hij daarvoor de opdracht had gekregen) toch de verzwaring had aangelegd.

Inmiddels is duidelijk geworden dat de kwalificatie “voor eigen rekening en risico” niet meer is dan een opvatting van de wethouder en dat die opvatting vrijwel zeker door de rechter verworpen zal worden als zij (in een rechtbank) zou worden getest.

Dat punt alleen heeft me tot de veronderstelling gebracht, dat de factuur, die door de aannemer zal zijn ingediend, vrijwel zeker door de gemeente betaald zal zijn geworden. Geen betaling zou immers tot incasso hebben geleid en uiteindelijk tot een rechtszaak die de gemeente met glans zou hebben verloren.

Om die reden heb ik destijds ook mijn afkeuring uitgesproken over de weigering van de coalitiepartijen dat krediet te verlenen. Die weigering kon er, in mijn ogen, namelijk alleen toe leiden dat de gemeente in een rechtszaak zou worden betrokken die men geheid zou hebben verloren.

Dat die rechtszaak, bij mijn weten (ik weet in tegenstelling tot veel raadsleden niet alles) niet heeft plaatsgevonden stemt tot nadenken en heeft bij mij tot de conclusie geleid dat de factuur gewoon is betaald.

Als dat waar is ontstaat er een geheel nieuw probleem. Niet alleen heeft de wethouder zich niets aangetrokken van een door de raad aangenomen motie en amendement. Hij heeft, door zo te handelen, het budgetrecht van de raad geschonden.

Gewoonlijk doet de raad in dat soort gevallen of haar neus bloedt, maar met een dergelijke laconieke houding tast men alleen het eigen gezag aan. Op zijn minst zou ze moeten vaststellen of een dergelijke inbreuk op haar rechten (al dan niet) heeft plaatsgevonden.

Het verzoek om een krediet van € 100.000,- in mei 2015 werd onderbouwd met de offerte van 4 maart 2015 waar ik in mijn bericht van gisteren ook al over sprak.

Echter, op het moment dat de wethouder zijn verzoek indiende, moet de offerte allang vervangen zijn door de factuur voor de uitgevoerde werkzaamheden, die (zoals ik gisteren al berekende) aanzienlijk lager was dan het gevraagde krediet.

De vraag is dan ook: waarom vroeg de wethouder € 40.000,- meer krediet dan hij nodig had om de factuur te kunnen betalen die hij zei te willen betalen?

Bovendien, op die factuur zal een splitsing zijn gemaakt tussen de noodzakelijke verzwaring en die niet noodzakelijke “gebruikerswensen”. Het moet op dat moment de wethouder volkomen duidelijk zijn geweest dat hij deze “gebruikerswensen” eenvoudig kon doorbelasten aan de stichting.

Zodat de feitelijke onenigheid bestond over de vraag of de noodzakelijke kosten van verzwaring (€ 30.000,-) eveneens zouden kunnen worden doorbelast aan de stichting. Daarvoor zijn goede argumenten te geven, maar door een geschil over € 30.000,- op te blazen tot een geschil over € 100.000,- creëerde de wethouder een situatie waarvan hij nu de wrange vruchten zal moeten plukken.

Marcel_Olierook

Desinformatie

In de veronderstelling dat het om een geschil over € 100.000,- ging, meenden de SP en NE dat ze de nieuwjaarsreceptie moesten boycotten. Beiden moeten zich nu belazerd voelen door hun wethouder.

Ook de zogenaamde frictie tussen gemeentebestuur en stichtingsbestuur moet met een korreltje zout worden genomen.

Hoewel men naar buiten toe de indruk wekt dat men op armlengte van elkaar werkt, is de situatie binnenskamers precies het tegenovergestelde.

Waar de bijdragen van de stichting grote aandacht krijgt, worden de bijdragen van de gemeente (die de bijdragen van de stichting mogelijk maken) weggemoffeld.

Zo wordt het voorgesteld dat de stichting € 10.000,- heeft bijgedragen aan de kosten van verzwaring.

In werkelijkheid heeft ze niets bijgedragen aan de kosten van verzwaring en heeft de gemeente (via de achterdeur) € 20.000,- bijgedragen aan de kosten van de inrichting.

De hoeveelheid desinformatie die over de raad wordt uitgestort is adembenemend en ik vraag me af hoelang men daar genoegen mee blijft nemen.

juli 1, 2016 Posted by | Bestuurscultuur, Geldsmijten, Olierook | 3 reacties

Voetstuk

Cocaine

Vandaag doet de Enkhuizer Krant verslag van het proces tegen de hoofdverdachte in de Enkhuizer cokehandel.

Het bericht eindigt met de constatering,

Uit rioolonderzoek bleek onlangs dat het drugsgebruik in Enkhuizen schrikbarend hoog is.

De gemeente zelf stelt vast, het gebruik van cocaïne binnen de gemeente Enkhuizen is vergelijkbaar met het gebruik in grote steden.

Het schrikbarende hoge gebruik (waar de krant naar verwijst) heeft te maken met het gebruik van amfetamine.

Dat is zelfs zo hoog, dat men zich zou moeten afvragen of dit het gevolg is van gebruik door bewoners of gevolg van dumping van afvalstoffen die bij de productie van amfetamine vrij komen.

Er bestaat zelfs onzekerheid over de vraag of die dumping van afvalstoffen in Enkhuizen heeft plaatsgevonden.

Omdat er met enige regelmaat ook rioolwater afkomstig uit ander plaatsen op het Enkhuizer gemaal wordt geloosd.

Het zou goed zijn als de gemeente daarover helderheid zou verschaffen. Wellicht zou een raadslid daar een vraagje over kunnen stellen.

Maar ondertussen moeten we het doen met het beeld dat door NE en de SP (met bereidwillige medewerking van CDA en CU/SGP) in het leven is geroepen.

Dat van een stad waar het drugsgebruik buiten elke proportie is.

Let wel, ik vind niet dat het drugsgebruik in Enkhuizen gebagatelliseerd moet worden en juich een plan van aanpak om dit te willen beteugelen van harte toe.

Ik stel alleen vast, dat dit plan van aanpak al voorgesteld werd voordat het rioolonderzoek had plaatsgevonden, maar dat de coalitiepartijen (uit propaganda overwegingen) meenden dat het onderzoek toch moest worden doorgezet.

Niet alleen heeft de coalitie gemeend € 10.000,- te moeten uitgegeven aan iets dat geen nieuwe inzichten heeft opgeleverd, ze ontkomt er nu ook niet aan geld uit te geven voor het ongedaan maken van de reputatieschade die daardoor is ontstaan.

Gelukkig is er in de begroting weer wat ruimte gekomen door de subsidies aan het plaatselijke verenigingsleven te verminderen.

Maar ze moeten mij niet wijs te maken dat ze alleen maar bezig zijn om de belangen van Enkhuizen te behartigen, terwijl ze ondertussen eigenlijk alleen maar proberen om zichzelf op een voetstuk te plaatsen.

februari 17, 2016 Posted by | CDA, CU, Geldsmijten, Klungelen, Nieuw Enkhuizen, SP | Plaats een reactie

Afzijdig houden

enkhuizerzand

Nogmaals een ambtelijke bewering over scenario 3 in de notitie over het REZ, die de commissie grondgebied aanstaande dinsdag zal bespreken.

Nadeel van dit scenario is, dat vooraf niet zeker is of met de te realiseren opbrengsten de openbare voorzieningen gerealiseerd kunnen worden. Ook dient de gemeente een voorinvestering te doen om de commerciële delen in de markt te kunnen zetten. Nadeel van dit scenario is ook de grotere ureninzet van de gemeente en er zijn voor de verschillende onderdelen aparte aanbestedingen nodig.

De eerste zin spreekt over de onzekerheid of met de opbrengsten (erfpacht inkomsten of verkoop grond) openbare voorzieningen gerealiseerd kunnen worden.

Een opmerkelijk standpunt. Als we een verkoopprijs van € 60,- m2 hanteren dan is de opbrengst uit verkoop 6 miljoen euro.

Volgens de scenario 4 worden de kosten van opwaardering van het REZ begroot op 2 miljoen euro.

Hoezo onzekerheid? Er is een marge van 4 miljoen waaruit tegenvallers kunnen worden opgevangen.

Bovendien wordt die onzekerheid opzettelijk in stand gehouden.

Zo ontbreekt elk ambtelijk advies over een te verwachten verkoopopbrengst. Moeten we daaruit afleiden dat niemand binnen de ambtelijke organisatie op het idee is gekomen om de grondwaarde te laten taxeren?

Of is het wel gedaan, maar acht men het niet “opportuun” de raad daarover te adviseren.

En als dat laatste het geval is, wat is dan de reden van het college om de raad in het ongewisse te laten?

In 2010 adviseerde hoofdambtenaar J. Slagter de de toenmalige erfpachthouder Gutschmidt dat de gemeente de grondwaarde van het terrein dat hij huurde op meer dan € 100,- m2 taxeerde. Wat is er in de tussentijd verandert dat men er nu van uit lijkt te gaan dat zelfs een grondwaarde van € 20,- m2  nog twijfelachtig is geworden?

Waarom denkt het college dat de onderhandse uitgifte van grond (want daar komt scenario 1 op neer) meer zal opleveren dan een openbare uitgifte van grond?

Op dat punt spreekt men zichzelf tegen in het document.

Het risico voor de markt is beter te overzien wat een gunstig invloed op de bieding kan hebben.

Terecht. Want de gemeente zoekt een partner die (voor haar) allerlei branche vreemde activiteiten moet uitvoeren.

Zoals de aanleg van een strand of camping. Activiteiten waarvoor een exploitant van een vakantiepark gespecialiseerde firma’s zal moeten inhuren. Als de gemeente dat als risico kwalificeert dan geldt dat evenzeer voor de partner die zij zoekt.

En die partner zal zich voor het nemen van die risico’s vorstelijk laten belonen. Hoe? Simpel, door het bedingen van een lagere grondprijs.

Niet alleen is de opstelling van het college zakelijk gezien absurd en ongeloofwaardig, men creëert al doende een strijkstok van ongekende omvang.

Door nu te suggereren dat de grondprijs mogelijk beneden de €20,- m2  zal uitkomen.

Dat is een marge van € 80,- m2 (of 8 miljoen in totaal) vergeleken met de eerdere opgave uit 2010.

En omdat de meerderheid van de raad volledig gespeend is van enig zakelijk inzicht, zal het college er wel weer mee wegkomen.

Dat de raad mijn waarschuwingen in de wind slaat ben ik inmiddels wel gewend, maar wat me toch enigszins teleurstelt is dat de  onafhankelijke pers zich zo afzijdig houdt.

januari 16, 2016 Posted by | Geldsmijten, KLetskoek, Recreatieoord | 1 reactie

Belangen afwegen.

okselZiedaar, er is weer een informatieve raadsbrief over het project Oksel. Werd het project in juni 2014 voor de allerlaatste keer uitstel gegund. In deze raadsbrief laat men weten dat dit voor de aller, allerlaatste keer gebeurd.

Project Oksel hoort wat mij betreft dan ook (naast SMC en REZ) thuis in de top drie van de EOGG’s. Waarbij EOGG staat voor Enkhuizer Onroerend Goed Gegoochel.

Volgens de raadsbrief heeft het bestuurlijk overleg tussen de gemeente en Ontwikkelings Maatschappij Krabberszand BV zich sinds half augustus geïntensiveerd. Over inhoudelijke zaken kunnen helaas nog geen mededelingen worden gedaan.

Binnenkort zal (na afweging van alle belangen) een definitief besluit worden genomen. De vraag is natuurlijk welke belangen er dienen te worden afgewogen.

Ontwikkelings Maatschappij Krabberszand BV is de tamelijk ambitieuze naam voor een beleggings-BV.

Wie de aandeelhouders zijn is niet bekend, maar zouden (gezien haar voorgeschiedenis) best wel eens kunnen bestaan uit een aantal welvarende Enkhuizers. Bestuurder is/was een bekende Enkhuizer oud ondernemer en miljonair.

Als beleggings-BV kocht Krabberszand  in 2001 een stukje grond van de gemeente. Liet vervolgens door een derde een plan  ontwikkelen met als oogmerk, plan en grond met redelijke winst door te verkopen aan een investeerder.

Bij de aankoop van de grond moet iets zijn mis gegaan. In een kanttekening van 7 augustus 2009 maakt ik daarvan melding.

Volgens een raadsvoorstel van 3 juli 2001 zou de grond voor FL 270.00,- worden verkocht. Die verkoop gaat echter niet door en vier maanden later ligt er een voorstel om de grond voor FL 1.178.984,- te verkopen. Dus viermaal het oorspronkelijke aanbod van de gemeente.

Hoewel de grond dus reeds in 2001 is verkocht werd tevens bepaald dat betaling ervoor pas zou plaatsvinden nadat de grond in juridische zin zou zijn overgedragen. Tot het moment waarop dat zou gebeuren zou de oorspronkelijke grondprijs jaarlijks met 6 % worden worden verhoogd. Althans volgens het raadsvoorstel.

Dat wil zeggen dat als de grond juridisch nog niet is over gedragen de oorspronkelijk grondprijs in theorie (bij een overdracht in 2016)  met een factor 2.4 zou moeten worden verhoogd.

Uit de jaarstukken die ik in 2009 opvroeg bleek niet dat de grond al was overgedragen. Het lijkt me onwaarschijnlijk dat dit inmiddels wel zou zijn gebeurd. De vermogenspositie van Krabberszand was toen zodanig dat ze de grond alleen kon kopen als ze (back to back) een koper had voor plan en grond.

Daarom zeg ik in theorie, want de gemeente stelt dat zij haar grondpositie rond de Oksel inmiddels heeft afgewikkeld. Hetgeen (naar ik aanneem) betekent, dat zij de grondverkoop tegen een voorlopige prijs in haar boeken heeft opgenomen.

De consequentie daarvan is dan weer dat als de juridisch overdracht uiteindelijk toch niet plaatsvind (en ik acht de kans daarop vrij groot tenzij men daar een tijdelijke AZC zou willen vestigen) de gemeente er niet aan zal ontkomen om de reeds geboekte verkoop van grond nietig te verklaren en een verlies te boeken op haar grondpositie in de Oksel.

Enfin, hiermee heeft U een beetje een indruk welke belangen er (tijdens het bestuurlijk overleg) allemaal moeten worden afgewogen. Ik wacht (net als de gemeenteraad waarschijnlijk) met spanning af welk besluit het college zal nemen.

oktober 23, 2015 Posted by | Geldsmijten, Krabberzand, Oksel | 4 reacties