Pim's Prietpraat

Bemoeienissen van een buitenstaander

Veel geblaat, maar weinig wol

schapenSchrijven over de lokale politiek heb ik altijd als een soort therapeutische bezigheid gezien. Het bestuderen van beleidsdocumenten en daar dan commentaar opleveren leek me een aardige therapie om mijnheer Altzheimer een stap voor te blijven.

Alleen de intensiteit waarmee ik dat de afgelopen 8 jaar heb gedaan vind ik niet meer vol te houden. Lokale politiek blijft mijn belangstelling houden, maar die belangstelling geldt eigenlijk alleen nog maar de bestuurscultuur die onze lokale bestuurders in stand houden.

Daarover zeggen ze zelf de prachtigste dingen. We willen transparant zijn, we willen de burger betrekken bij de besluitvorming, maar in de praktijk is daar de afgelopen 8 jaar nauwelijks iets van terecht gekomen en ik verwacht ook niet, dat daar de komende 4 jaar iets van terecht zal komen. Veel geblaat, weinig wol, zullen we maar zeggen.

Ik zie de gemeenteraad als een waardevol en benijdenswaardig instituut.

Alleen als degenen die dat instituut inhoud moeten geven er (in mijn ogen) met de pet naar gooien, dan voel ik me gerechtigd daar iets over te zeggen. Per slot van rekening ben ik een Sudeten-Amsterdammer. Dat wil zeggen een Amsterdammer, die niet in Amsterdam woont maar elders. In mijn geval heb ik het grootste deel van mijn leven doorgebracht in Enkhuizen.

En Amsterdammers hebben de vervelende eigenschap dat ze van mening zijn dat ze zich overal mee mogen bemoeien en dat ze ook alleen maar respect hoeven te hebben voor  autoriteiten die dat respect verdienen. Dat zijn er niet veel, maar de recent overleden burgemeester  Eberhard van der Laan was er wel één van.

De subtitel van mijn blog is niet voor niets bemoeienissen van een buitenstaander. Buitenstaander ben ik niet alleen omdat ik geen “echte” Enkhuizer ben (wat trouwens ook geldt voor college en meerderheid van de raad), maar ook omdat ik geen enkele ambitie heb om binnen de politiek te willen functioneren.

Politiek zie ik in de eerste plaats als een noodzakelijk kwaad, dat we (om ongelukken te voorkomen) scherp in de gaten dienen te houden.

Dus, overdreven respect voor de regenten die zich boven ons verheven hebben, is me (als Amsterdammer) niet met de paplepel ingegeven. Dit in tegenstelling tot de “echte”  Enkhuizer. Die viert elk jaar uitbundig een opstand tegen het wettige gezag in 1572, maar dat is volgens mij ook tevens de laatste geweest.

Die bestuurscultuur dus, die tot volle bloeit komt in het Dromdossier. Dat dossier betreft een gift van de maatschappelijke elite aan de burgers van Enkhuizen en zo als dat gaat met giften, heeft de gever (na zijn goede daad) er verder geen omkijken meer naar.

Het onderhoud van de gift is voor degenen die de gift in ontvangst hebben mogen nemen. In dit geval, de burgers van Enkhuizen.

Ik heb begrepen dat de initiatiefnemers voor deze gift (op 1 na) inmiddels allemaal zijn vertrokken en dat de erfenis die ze hebben nagelaten afgewikkeld wordt door anderen.  Zoals bijvoorbeeld wethouder Luyckx, die in december met een afsluitend raadsvoorstel zal komen, waarmee alle nog openstaande vragen zullen worden beantwoord.

Naast de voordelen van deze gift, kent zij (in financieel opzicht) wat nadelen. Het enige waar ik op heb aangedrongen is daar eerlijk over te zijn. Maar dat schijnt, voor zowel het college als de raad, te veel gevraagd te zijn.

En om te verhullen, dat de kosten hoger waren dan men bereid is te erkennen worden de meest absurde zaken tot (niet controleerbare) feiten gebombardeerd.

Om te bewijzen dat zij mijn WOB verzoek wel correct heeft uitgevoerd heeft  de gemeente inmiddels “bewezen”, dat zij procedures (die deel uitmaken van een normale  bedrijfsvoering) in dit bijzondere geval  niet heeft toegepast. De rechter vindt dat “niet ongeloofwaardig”. Ik ben en blijf een andere mening toegedaan.

schaapherders

Gemeenteraden van StedeBroec, Enkhuizen en Drechterland bijeen.

Het is aan de toezichthouder (de gemeenteraad) om aan dit soort bedenkelijke  praktijken (het niet toepassen van procedures die onderdeel zijn van een normale bedrijfsvoering) een einde te maken. Veel animo heb ik daarvoor nog niet mogen ontdekken, maar dat is volgens mij ook een niet onbelangrijk onderdeel van de Enkhuizer bestuurscultuur.

Kortom, in de “scenario’s uitbreiding parkeercapaciteit Enkhuizen”, (aanstaande dinsdag op de agenda) ga ik me niet meer verdiepen.

Alleen de Enkhuizer bestuurscultuur in al zijn facetten heeft nog mijn aandacht. En de ontwikkelingen rond het REZ natuurlijk. Dat heb ik nu al meer dan 8 jaar gevolgd en ik denk dat ik op basis van die ervaring daar best nog wat zinnigs over kan opmerken.

Dus ook dat blijf ik nog aandachtig volgen en hinderlijke vragen over stellen aan onze  herders en schapen die tezamen ons lokale bestuur vormen.

Advertenties

oktober 16, 2017 Posted by | Bestuurscultuur, Recreatieoord | 6 reacties

Aantoonbaar resultaat.

rezDe Enkhuizer Krant vraagt zich vrijdag (in de rubriek “Het woord staat vast”) af wat het probleem is inzake het strandpaviljoen waarover de gemeente wikt en weegt. Dat heb ik in mijn vorige bericht proberen uit te leggen.

Toen ik 8 jaar geleden met mijn blog begon, kocht de gemeente voor meer dan een half miljoen een huurovereenkomst met een tennisbaanexploitant af, zogenaamd omdat zij dan een betere indeling van het recreatieoord kon bewerkstelligen.

Lees, meer grond kon verkopen aan de toekomstige exploitant van vakantiewoningen die op het REZ zouden worden gerealiseerd.

Na vier jaar navelstaren werd op aandringen van de raad haast gemaakt met het plan voor een vakantiedorpje en zie daar, drie jaar later was men er (met de nodige kunstgrepen) in geslaagd een ontwikkelaar te strikken, die in februari van dit jaar zijn plannen presenteerde.

Volgens die plannen worden strandpaviljoen en camping naar de noordkant van het REZ verplaatst. (zie kaartje). Over die plannen zijn tenminste 2 bewonersbijeenkomsten gehouden en ook de pers heeft er ruime aandacht aan besteed.

Vervolgens heeft een door het college benoemde commissie (waarvan ik de samenstelling niet weet) advies uitgebracht over het plan en geconcludeerd dat dit plan binnen de door de gemeenteraad vastgestelde kaders bleef.

Daarmee was voor het college de weg vrij om met de nieuw opgerichte ontwikkelingsmaatschappij (Orez) een overeenkomst aan te gaan. Uit betrouwbare bron meen ik te weten dat dit inderdaad is gebeurd en oud-wethouder Kok een dergelijke overeenkomst heeft getekend. Ik ken de inhoud niet en misschien valt het mee, maar ik houd rekening met het ergste. Namelijk dat als gevolg van die handtekening de gemeente niet meer terug kan zonder vergoeding van de door Orez gemaakte kosten.

Tot dusver had het college altijd volgehouden dat de plannenmakerij geen (betalings)verplichting voor de gemeente zou opleveren, maar na de door Kok gezette handtekening ben ik daar niet meer zo zeker van. Ook al omdat Baas in de krant heeft verklaard dat afblazen van het project geld zal gaan kosten.

Dus dat de gemeente “wikt en weegt” is opmerkelijk. Ze had op basis van de bestaande plannen en haar overeenkomst met Orez, moeten zeggen. “Het spijt ons, maar zoals U weet hebben we andere plannen en dat maakt het onmogelijk om Uw verzoek in te willigen”.

Dat men dat niet gedaan heeft (maar wikt en weegt), wijst er op dat de gemeente er ook nog niet zeker van is, dat ze de eigen plannen die ze (in samenspraak met Orez) vorm heeft gegeven gerealiseerd kunnen worden.

Op basis van wat er bekend is, zie ik twee problemen.  Ten eerste ongeoorloofde overheidssteun. Anders dan aanvankelijk de bedoeling was, wordt de grond niet 30 jaar lang vrij van erfpacht verhuurd, maar wordt zij verkocht. Tegen welke prijs is niet bekend. Als die door (alweer onbekende deskundigen) als te laag wordt ingeschat dan is er sprake van ongeoorloofde overheidssteun.

Een tweede probleem betreft de toegankelijkheid van het ZZM. Men wil een nieuwe hoofdingang realiseren op het REZ en een bijbehorend parkeerterrein.

Het bestaande en inmiddels goedgekeurde ontwerp voor een vakantiedorp maakt dat onmogelijk. Er moet echter ook nog een bestemmingsplan worden aangenomen. Pas als dat is aangenomen kan je er bezwaar tegen aantekenen. En zelfs al wordt dat bezwaar afgewezen, je bent al gauw een jaar of vier aan het procederen.

Verstandiger is dus om te kijken of je (met behulp van een nieuw ontwerp voor het dorp) tegemoet kunt komen aan de wensen van het ZZM.

Samengevat, het plan van de strandpaviljoeneigenaar heeft alleen kans van slagen als de plannen die de gemeente de afgelopen 8 jaar heeft laten ontwikkelen (en waar men al gauw een miljoen euro aan heeft uitgegeven) niet doorgaan.

Het feit, dat de gemeente nog steeds wikt en weegt en het plan van de strandpaviljoeneigenaar niet resoluut van tafel heeft geveegd, rechtvaardigt het vermoeden, dat de ook de gemeente  er niet zeker van is, dat het plan (dat ze in samenspraak met Orez heeft ontwikkeld), kan worden uitgevoerd.

En dat zou natuurlijk het echte nieuws zijn. Dat je ruim een miljoen hebt geïnvesteerd in een project, zonder dat dit enig aantoonbaar resultaat heeft opgeleverd.

oktober 13, 2017 Posted by | Klungelen, Recreatieoord | 1 reactie

Goud waard

geldbuidelEen maand of wat geleden deed verslaggever Cees Beemster in de Enkhuizer Krant verslag van de stand van zaken op het REZ. Algemene indruk, alles loopt op rolletjes, niets aan de hand.

Afgelopen dinsdag deed verslaggeefster Tanja Koopen in de Enkhuizer Krant verslag van de plannen die de eigenaar van het strandpaviljoen en de zeilschool bij de gemeente heeft ingediend.

Ik wil niet vervelend doen, maar beide verslagen kunnen niet tegelijkertijd waar zijn. Als Cees gelijk heeft, dan heeft het indienen van de plannen van de eigenaar van het strandpaviljoen (hoe sympathiek die ook mogen zijn) geen enkele zin.

Immers zijn paviljoen zal eerdaags moeten verhuizen naar de uiterste noordkant van het REZ waar hij (vanuit een nog te graven haventje) zijn zeilschool gaat exploiteren. Dat zal nog geen geringe klus blijken te zijn omdat, zodra je dat haventje verlaat, je in (nu nog) voor boten verboden gebied terecht komt.

De bestaande haven, die hij nu wil opknappen, verdwijnt helemaal. In plaats daarvan komen vakantiebungalows, te realiseren door Orez waarmee, als ik het goed heb begrepen, de gemeente een overeenkomst heeft gesloten. Sterker nog, er is mij verzekerd dat het tekenen van die overeenkomst zo ongeveer de laatste formele daad van wethouder Kok is geweest.

kok-1

handtekening

Zodat het hoogst onwaarschijnlijk is dat we ooit (zonder kosten te maken) van die lokale gelegenheidscombinatie afkomen.

En dat is weer niet onbelangrijk, omdat ik me ook heb laten wijsmaken dat het ZZM zich tot het uiterste zal verzetten tegen de bestaande plannen.

Tenminste, als de raad er (net als het college) van uit blijft gaan dat de toekomstplannen van het ZZM minder gewicht in de schaal leggen dan de Enkhuizer wens tot het bouwen van tweede huisjes.

En een procedure bij de Raad van State neemt al snel 5 jaar in beslag, dus voordat het eerste huisje gebouwd gaat worden hebben we het al gauw over 2023.

Maar het kan natuurlijk ook zo zijn, dat het eerdere verslag van Cees inmiddels achterhaald is en men er bij de gemeente inmiddels zelf ook al achter is dat de plannen van Orez geen enkele kans van slagen hebben. Mij zou dat in ieder geval niet verbazen.

Blijft de vraag of Orez zich, na al het werk dat ze heeft verricht, zich zo maar de laan uit laat sturen. Het zou best eens kunnen zijn dat de op het laatste moment door Kok gezette handtekening (voor Orez) goud waard blijkt te zijn.

oktober 12, 2017 Posted by | Klungelen, Kok, Recreatieoord | 3 reacties

Er het zwijgen toe doen.

gemeenteraad

Er het zwijgen toe doen

Tijdens de laatste raadsvergadering zijn ook de gedragsregels voor burgemeester en wethouders vastgesteld. Die voor raadsleden waren al eerder aangenomen. Doel er van is te voorkomen, dat zelfs maar de schijn van wangedrag wordt gewekt.

De dames/heren 17 zijn natuurlijk allemaal reuze trots.  Dat hebben we toch maar weer mooi geregeld zie je ze denken. Terwijl het hier natuurlijk gaat om “window-dressing” ofwel “doen alsof”.

Immers, niemand doet iets als schijn wordt vastgesteld. Het eerste wat er dan wordt geroepen is, ok, we hebben de schijn tegen, maar waar is het bewijs?

Als B&W verklaart dat ze niet over documenten beschikt waaruit blijkt welke betalingsafspraken ze hebben getroffen met de aannemer en de stichting, dan wek je op zijn minst de schijn op, dat de afdeling die daar voor moet zorgen en waar je leiding aan geeft (en verantwoordelijk voor bent) zijn werk niet naar behoren doet.

Als je dat standpunt tegenover een rechter herhaalt, dan kun je niet eens meer van schijn spreken, maar dan “bewijs” je gewoon dat de organisatie waar je leiding aan geeft zijn werk niet naar behoren doet.

Welnu, dus eerst lijkt het dat de organisatie (waar je leiding aan geeft) een zooitje is,  maar dat valt niemand op. Vervolgens “bewijs” je dat het een zooitje is en dan valt dat nog steeds niemand op. Met andere woorden, wat heeft het voor zin om allerlei hoogdravend gedragsregels vast te stellen als het niemand opvalt dat die regels worden overtreden?

In Enkhuizen kun je als college tamelijk opzichtig proberen de kluit te belazeren, zonder dat een meerderheid van de raad daar bezwaar tegen maakt.  En als er uiteindelijk toch bezwaar wordt gemaakt, dan hoef je als college alleen maar te besluiten  dat je de eer aan jezelf houdt en dan hoeft niemand ook maar ergens verantwoording over af te leggen.

Dat is geen incident, maar de gebruikelijke gang van zaken. Het is een bestuurscultuur die niet meer van deze tijd is en dus zou moeten veranderen.  Een opvatting die helaas niet wordt gedeeld door een meerderheid van de raad. En dat verklaart, waarom vrijwel alle raadsfracties er het zwijgen toe doen.

oktober 10, 2017 Posted by | Bestuurscultuur | 1 reactie

Nooit weten

facebookNaar aanleiding van een krantenbericht over de annexatie van een parkeerterrein op het REZ schreef ik gisteren een stukje onder het kopje “Voortschrijdend Inzicht” en plaatste de link er naar toe in de Faceboek groep “Je bent Enkhuizer als”.

Een deelnemer van die groep stelde een vraag over het parkeerregiem op het REZ, die ik graag had willen beantwoorden, ware het niet dat die mogelijkheid was verhinderd door een van de beheerders van die groep.

Volgens mij is dat nooit eerder gebeurd, dus waarom het nu opeens wel gebeurde is me niet duidelijk. Stond het onderwerp de beheerder niet aan?

Handelde hij op verzoek van anderen en zo ja, wie dan wel? We zullen het, vrees ik, nooit weten.

oktober 9, 2017 Posted by | Klein Leed | 1 reactie

Voortschrijdend inzicht.

SWL

In de Enkhuizer krant van zaterdag las ik dat Sprookjeswonderland  uit eigen beweging een openbaar parkeerterrein afsluit  voor bezoekers van sportclubs in de Immerhornpolder.

Als reden geeft SWL op, dat ze zaterdag een Heksendag organiseert en een enorme toeloop verwacht.

De krant meldt opnieuw, dat SWL een ton in de parkeervoorziening heeft gestoken, wat in het verleden echter al eens door wethouder de Jong is weersproken.

Volgens hem heeft Sprookjeswonderland bij de overdracht van de voormalige Uilenbanen weliswaar de gemeente een ton betaald, maar € 70.000,- daarvan gold als aankoop van de voormalige tennisbaankantine (eigendom van de gemeente), terwijl het restant gold als bijdrage in de aanleg van parkeervoorzieningen die SWL in theorie zelf had moeten aanleggen, maar de gemeente – coulant als ze is t.o.v. SWL – voor haar heeft aangelegd.

Als we er van uitgaan dat wethouder de Jong de waarheid heeft gesproken, dan is de claim van SWL (dat zij op een of andere manier het volledige recht heeft op het door de gemeente aangelegde parkeerterrein) niet helemaal terecht. Ze heeft een bijdrage geleverd aan de kosten van aanleg en niet meer dan dat.

Vermakelijk is verder, dat de gemeente (bij monde van ambtenaar Jan Slagter) beweert dat de sportclubs benaderd zijn met de vraag wat zij willen en dat de sportclubs zeggen van niets te weten. Slagter, die ook wel de onderkoning van het REZ wordt genoemd, omdat alle contacten via hem lopen, heeft in het Dromdossier aangetoond, dat hij uit efficiëntie overwegingen de afspraken die hij maakt niet schriftelijk bevestigt of anderszins vastlegt.

Ik vrees dan ook dat we in het duister zullen blijven tasten over hetgeen is afgesproken. Op de vraag van de krant of een ondernemer zo maar een openbaar terrein mag afsluiten, hield de gemeente zich op de vlakte.

Het is echter niet verstandig daaruit te concluderen, dat U dat ook zou mogen. De gemeente kent duidelijke voorkeuren en wat de één wordt toegestaan wordt niet noodzakelijkerwijs ook de ander toegestaan. De gebruikelijke dekmantel heet “voortschrijdend inzicht”.

oktober 8, 2017 Posted by | Klein Leed, SWL | 6 reacties

Paljas 2.0?

Paljas na de verkiezingen (2)De Hoornse PvdA fractie zegt het vertrouwen in haar wethouder op, maar laat nu weten zelf uit de partij te stappen. Hoorn is in dat opzicht zeker niet uniek.

In Enkhuizen zagen we hoe NE het vertrouwen in haar fractievoorzitter opzegde, die vervolgens (met steun van de griffier) bleef beweren nog steeds fractievoorzitter te zijn van de fractie Nieuw Enkhuizen.

Kort daarna deed het restant van de NE fractie wat de PvdA fractie recentelijk in Hoorn deed. Men zei het vertrouwen op in de eigen wethouder, die daarop terugtrad. Maar ook dat was niet de eerste keer in Enkhuizen.

Toen een college met Nieuw Enkhuizen, VVD/D66 en CDA geconfronteerd werd met een wens van de meerderheid, die niet de goedkeuring kon wegdragen van de toenmalige coalitiepartijen was de fractievoorzitter Stomp (VVD/D66) er als de kippen bij, om te verklaren dat die partijen hun steun voor de coalitie introkken. Waarmee ze (de facto) hun “eigen” wethouders de laan uitstuurden.

Is het verwonderlijk dat door al dit gekrakeel (waar geen touw aan valt vast te knopen) meer dan de helft van de bevolking niets meer met de politiek te maken wil hebben? Ik denk het niet. Maar door die afkeer van de politiek komt ook een van onze belangrijkste democratische verworvenheden in het gedrang. Namelijk, de mogelijkheid om toezicht te houden op hetgeen er door onze gekozen (en benoemde) bestuurders wordt uitgespookt.

Niet dat ze dat leuk vinden als we ons daarmee bemoeien en daarom benadrukken ze dat democratie om een heel andere reden belangrijk is. Het stelt ons in staat om te mogen stemmen op iemand die dingen zegt die we leuk vinden. Waarna dezelfde persoon, na te zijn gekozen, ons gaat uitleggen waarom de dingen die we leuk vonden (en waarvan hij ogenschijnlijk ook een voorstander was) eigenlijk niet kunnen.

Kortom, bestuurders verkopen democratie als een mogelijkheid tot “meepraten” over beslissingen, waarbij we voor lief moeten nemen dat de door ons gekozen “meepraters” zelden over de kennis en ervaring beschikken om effectief te kunnen meepraten.

Dat bedoel ik niet als verwijt, maar als feitelijke constatering. Waar ambtenaren maanden de tijd nemen om een kwestie bestuderen en uit te werken, krijgt een raadslid zelden meer dan 14 dagen de tijd om zich te kunnen verdiepen in het besluit dat hij geacht wordt te nemen en waarvoor hij vervolgens (tot in lengte van dagen) verantwoordelijk wordt gehouden.

Meepraten wordt al snel gelijkgesteld aan meebesturen en dat is voor veel zittende en aspirant raadsleden de voornaamste drijfveer. Veel aantrekkelijker dan de gedachte, dat ze ergens toezicht op zouden moeten houden. Effectief toezicht vergt een zekere afstandelijkheid tot de onderwerpen, terwijl bij meebesturen de nadruk ligt op het gezellig en begripvol met elkaar overleggen.

Naar mijn overtuiging zijn beide functies “meebesturen” en “toezicht houden” moeilijk met elkaar te verenigen en gaat het uitoefenen van de ene functie altijd ten koste van het uitoefenen van de andere. Vandaar mijn voorstel (4 jaar geleden) om beide functies te scheiden. Onder de naam Paljas zouden maximaal 2 raadsleden zich bezig dienen te houden met toezicht, terwijl de resterende 15 zich naar hartenlust konden overgeven aan wat ze het liefste deden. Meebesturen.

Hoewel het idee in Enkhuizen niet is aangeslagen, denk ik nog steeds dat het nuttig en verstandig zou zijn als de kiezers een keuze zouden kunnen maken tussen “medebestuurders”  (in al hun variëteiten) en “toezichthouders”.

Ik begrijp dat Paljas recht heeft op een herkansing, dus in theorie zou ze nog een tweede poging kunnen wagen. Alleen ik voel me er te oud voor en bovendien kun je, zoals ik de afgelopen 4 jaar heb aangetoond, ook toezicht houden zonder dat je deel hoeft uit te maken van de gemeenteraad.

Nadeel van die constructie is dat je door raadsleden en de reguliere pers niet erg serieus genomen wordt, maar die gevoelens zijn wederzijds, dus daarover mopperen heeft geen zin. Daarnaast heeft een door de kiezers benoemde “toezichthouder” meer gezag dan een zelfbenoemde.

Door een splitsing in twee categorieën, “medebestuurders” en “toezichthouders” creëer je ook de mogelijkheid voor een proteststem zonder dat je het politieke proces verder verstoort. Omdat er nooit meer dan twee toezichthouders zullen zijn, blijven er altijd genoeg medebestuurders beschikbaar om fijne besluiten te nemen.

Samenvattend, ik denk dat het goed zou zijn als de kiezers bij de komende verkiezingen een onderscheid zouden kunnen maken tussen “medebestuurders” en “toezichthouders”.

Waarbij het aantal toezichthouders zich zou beperken tot twee en ze zich bovendien niet zouden bemoeien met de machtsvorming = deelnemen aan welke coalitie dan ook.

Mijn stem zouden ze in ieder geval hebben.

oktober 6, 2017 Posted by | Bestuurscultuur, Maatschappij, Paljas | Plaats een reactie

Uitdagen

langbroek-1

Uitdagen

Grappig toeval vandaag in de Enkhuizer Krant. Enerzijds een column van Chris Alberts over nieuwsmanipulatie door organisaties en instellingen. Dat wil zeggen dat men voor het brengen van “slecht” nieuws wacht tot er ander (liefst vrolijker) nieuws is dat de aandacht kan afleiden van het slechte nieuws.

Als voorbeeld van het bovenstaande in dezelfde krant ook een uitgebreid verslag over een brievenbusstikker die er niet gaat komen, omdat een meerderheid van de raad er niets in ziet, maar geen aandacht voor het antwoord op een eerder door Langbroek gestelde vraag. “Is het juist, dat sommige kosten van inrichting van de Drommedaris, (die volgens de overeenkomst tussen gemeente en stichting voor rekening van de stichting zouden komen) niet aan de stichting zijn doorbelast, maar door de gemeente zijn betaald.”

De vraag had binnen een dag beantwoord kunnen worden, ze wordt echter pas na dertig dagen beantwoord in de wetenschap, dat ander “nieuws” (over de raadsvergadering) om aandacht zal vragen en er grote kans is dat het nieuws dat de beantwoording oplevert, geen enkele aandacht zal krijgen van de reguliere pers.

Het college antwoord bevestigde wat de gemeente al die tijd, ten koste van alles, geheim wilde houden. Namelijk, dat de gemeente steeds weer bereid is geweest om de door de stichting gemaakte kosten voor haar rekening te nemen. Waarbij de door de raad geformuleerde opvattingen daarover consequent werden genegeerd.

Het begon met de geruststellende woorden van wethouder Boland, dat als de verbouwing NIET kostenneutraal kon worden uitgevoerd, ze zou worden afgeblazen. Terwijl hij op het zelfde moment al bezig was tonnen meer uit te geven aan voorbereidingskosten dan door de raad was toegestaan.

Het eindigt met de verzekering van Olierook, dat niets van hetgeen er tussen gemeente en aannemer/stichting was afgesproken was bevestigd of anderszins op papier was gezet.

Anders dan bijvoorbeeld minister Hennis, heeft geen van beide wethouders ooit verantwoording afgelegd over hun optreden, maar besloten ze om (zoals dat heet), de eer aan zichzelf te houden. Hun vertrek had onvermijdelijk het vertrek van hun collega wethouders tot gevolg. Inclusief de daarmee gepaard gaande kosten voor wachtgeld.

Maar geld is niet mijn belangrijkste zorg, veel ernstiger is het verval van democratische normen en waarden.

Niet geheel toevallig zijn na de laatste raadsvergadering gedragsregels voor burgemeester en wethouders van kracht geworden. Daarin staat, dat men zelfs de schijn van belangenverstrengeling dient te vermijden.

Maar wat als die schijn niet wordt vermeden? Treedt de raad dan plotseling wel op? Of doet ze wat ze gewoonlijk doet, de andere kant op kijken?

Welk gemeentelijk belang is er mee gediend, dat het college consequent verzwijgt welke aanvullende subsidies zij de stichting Drommedaris binnenskamers toekent?

Mogen andere horeca gelegenheden een beroep op de gemeente doen als ze extra afzuiging voor hun keuken willen of een bierleiding aangelegd?

Tot tweemaal toe heeft in het Dromdossier een wethouder een politieke doodzonde begaan. Boland lapte het budgetrecht van de raad aan zijn laars. Olierook bediende de raad met misleidende en onvolledige informatie. In beide gevallen zat de raad er bij en keek zij er naar. En wachtte, tot de betreffende wethouders “de eer aan zichzelf” hielden.

Ook opmerkelijk, beide colleges waarin wethouders politieke doodzonden begingen, kenden een meestemmende voorzitter (tevens voorzitter van het comité tot aanbeveling van de verbouwing) die het kennelijk ontging, dat leden van zijn college zich bezig hielden met politieke doodzonden.

geen-verstoppertje-spelen-easy-branchesToen de gemeente Enkhuizen uit eigen beweging erkende, dat bij haar in dienst zijnde ambtenaren, de afspraken die ze maakten met aannemers en overige derden niet bevestigden of anderszins schriftelijk vastlegden, volgden er geen disciplinaire maatregelen tegen de betrokken ambtenaar, maar werd hij (tijdelijk) bevorderd tot gemeente-secretaris.

Kortom, het echte nieuws zit verscholen in het antwoord op eerdere vragen van Langbroek.

En nu maar afwachten of Langbroek zelf (en de reguliere pers) daar aandacht aan durven te besteden en zodoende de raad uitdagen om zich uit te spreken over deze jarenlang voortwoekerende bestuurscultuur.

oktober 5, 2017 Posted by | Bestuurscultuur, Drommedaris | Plaats een reactie

Verantwoording afleggen

RaadAls om te benadrukken dat men zich ook door de leden van de raad niet de wet laat voorschrijven, geeft het college pas na dertig dagen antwoord op een vraag, terwijl ze dat zelfde antwoord ook had kunnen geven op de dag dat de vraag gesteld werd.

Inderdaad, het vermoeden van Langbroek was juist. Inrichtingskosten ter waarde van € 21.756,-, waarvan altijd werd gezegd dat ze voor rekening van de stichting zouden komen, zijn nooit doorbelast aan de stichting Drom en derhalve kwijtgescholden. Dat is hetgeen dat men al die jaren krampachtig geheim heeft proberen te houden.

Ik had dat vermoeden al eerder op mijn blog uitgesproken. Ik heb wel meer vermoedens uitgesproken. Zoals het vermoeden dat (hoewel de raad geen krediet beschikbaar heeft gesteld) de aannemer allang is betaald. Dat vermoeden is gebaseerd op het feit dat de aannemer voor € 60.000,- werk heeft verricht en er geen aannemer is die de betaling daarvan opgeeft.

En reken maar dat die aannemer beschikt over facturen waarmee hij de aard en omvang van zijn werkzaamheden kan aantonen. Facturen waarvan de gemeente dan weer zegt dat zij er niet over beschikt, wat een rechter dan weer “niet ongeloofwaardig” vindt.

Enfin, het college laat verder weten dat men in december zal komen met een voorstel ter afronding van het project Drommedaris. Verstandig besluit.

In december staat er gewoonlijk zoveel op de agenda dat er nauwelijks tijd is voor serieuze behandeling van het onderwerp. Maar gelukkig is de raad autonoom en kan ze het besluit nemen om behandeling uit te stellen tot januari 2018.

Maar aan de andere kant, gezien haar eigen dubieuze rol in het geheel, wil de raad wellicht niets liever dan haar eigen tekortkomingen zoveel mogelijk verhullen en wordt het voorstel er in december doorheen gejast. We zullen zien.

Maar ondertussen kunnen we wel afscheid nemen van het idee, dat de raadsvoorstellen van 12-5-2015 en 5-7-2016 inzake het project Drommedaris een waarheidsgetrouwe afspiegeling zijn van de feiten en omstandigheden.

Eerder kun je spreken van een verzameling rookgordijnen en dwaalsporen en het lijkt me, dat voor je jezelf weer stort op nieuwe projecten (zoals het REZ) er sprake zou moeten zijn van een gedegen evaluatie van de gebeurtenissen.

Waarbij de raad niet alleen kritisch dient te kijken naar de rol die het college heeft gespeeld, maar ook kritisch naar zichzelf dient te kijken. En dan niet alleen binnenskamers, maar gewoon in het openbaar verantwoording af leggen over de eigen rol. Ik heb daar wel een idee over, maar daarover meer in een volgend bericht.

oktober 4, 2017 Posted by | Bestuurscultuur, Drommedaris | 1 reactie

Wegwerken.

vragenVandaag zal dus de vraag, die HEA een maand geleden stelde, over de betaling van de inrichtingskosten van de Drommedaris worden beantwoord. De vraag zelf kunt U via deze LINK lezen. Daar vindt U (in de bijlage) ook de specificatie van de inrichtingskosten.

We weten, dankzij het raadsvoorstel, dat de verzwaringskosten € 20.000,- bedroegen waarvan de helft door de stichting betaald zouden worden.

We weten ook (dankzij hetzelfde raadsvoorstel) dat de gemeente de aannemer € 60.000,-  wilde betalen. Maar waar we nog steeds over in het duister tasten is, waarom de gemeente de aannemer € 40.000,- boven de kosten van verzwaring wil betalen.

Behoudens HEA heeft geen enkele raadsfractie daar vragen over gesteld. Ofwel, omdat ze over niemand beschikken die een eenvoudige rekenkundige opgave kan uitwerken, dan wel, omdat het ze geen bal kan schelen waar ons belastinggeld aan wordt uitgegeven.

Ik neem aan dat het laatste het geval is.

Wat we verder ook weten is, dat het stichtingsbestuur weigerde antwoord te geven op de vraag of zij die inrichtingskosten heeft betaald, dan wel de gemeente. Dat zowel de stichting als de aannemer geen vragen wilde beantwoorden, maar voor antwoorden naar de gemeente verwijzen.

Daarnaast weten we ook, dat volgens de gemeente, er geen documenten bestaan waarin de betalingsafspraken met aannemer en stichting zijn vastgelegd of bevestigd en dat de rechtbank dit een niet ongeloofwaardige gang van zaken vindt.

En tot slot weten we ook, dat 9 van de 10 raadsfracties dit een volstrekt normale gang van zaken vinden, waarover men geen vragen hoeft te stellen, laat staan dat men er (in het openbaar) over zou willen debatteren.

Ik zie dat als een vorm van plichtsverzuim (in de vorm van het nalaten van efficiënt toezicht door de raad), dat uiteindelijk resulteert in plichtsverzuim van het college, in de vorm van het onvoldoende informeren van de raad. Waardoor het werk van de raad, het nemen van verantwoorde besluiten, onmogelijk wordt gemaakt.

De raad kan haar taak alleen naar behoren vervullen als zij tijdig en volledig door het college wordt geïnformeerd. En hoewel het hier om een gewichtige zaak gaat, blijkt uit niets dat de raad zich bewust is van dat gewicht.

Dit alles maakt dat Enkhuizen een bestuurscultuur kent die grote tekortkomingen vertoont en dat er tot dusver nauwelijks herkenbare pogingen worden gedaan om die tekortkomingen weg te werken.

oktober 3, 2017 Posted by | Bestuurscultuur, Drommedaris | 3 reacties