Nieuwe zondebok?

Na twee mislukte pogingen tot openbare aanbesteding wordt duidelijk dat de bedrijven (ontwikkelaars) een voorkeur hebben voor een één op één aanbesteding. Opvallend, dat die voorkeur niet in eerdere marktverkenningen werd ontdekt.

Dat had ons een hoop geld bespaard. Zeker 2 ton voor de competitieve dialoog, terwijl de Europese aanbesteding ook het nodige zal hebben gekost. Opvallend dat een dergelijke aanbesteding eerst als absoluut noodzakelijk werd voorgesteld en vervolgens volstrekt overbodig bleek te zijn.

Iets wat ik al geruime tijd had beweerd, maar door de raad nooit werd opgemerkt.

Enfin, na twee mislukkingen (die hadden kunnen worden vermeden) eindelijk tijd voor een serieuze aanpak, de onderhandse gunning.  Het door het college genomen besluit  werd besproken op 2 februari 2016.  Het verslag van die raadsvergadering kunt U hier lezen.

Het eerste wat je je als raadslid zou moeten afvragen is, waarom kiest het college (bij een onderhandse gunning) een partij uit, waarvan je je kunt afvragen, of ze ooit in staat zal zijn om de werkzaamheden uit te voeren, die je uitgevoerd wil zien.

Waarom ga je, als gemeente, niet gewoon in zee met een gerenommeerd bedrijf, zoals buurgemeente Stedebroec dat heeft gedaan, maar vertrouw de toekomstige ontwikkeling van het recreatieoord toe aan een gelegenheidscombinatie, die haar sporen nog niet heeft verdiend?

Hoewel deze vraag niet wordt gesteld, laten VVD, D66, PvdA, Lijst Quasten en HEA toch weten weinig vertrouwen te hebben in het plan van het college. Alleen de toenmalige coalitie, onder leiding van de SP, ziet geen bezwaar.

Nu, bijna 4 jaar later, is iedereen enthousiast over het bereikte resultaat, dus wat is er in de tussentijd veranderd?

Het enige wat veranderd is, is dat het vorige college werd vervangen door een college dat meer naar de smaak is van de voormalige tegenstemmers. En dan verstomt de kritiek op het college en haar plan vanzelf.

Dus wat heeft het nieuwe college bereikt?

Wethouder Struijlaart heeft ruim drie jaar gewerkt aan een plan, dat inmiddels in de prullenbak is beland. En vervangen zal worden door een plan, waarop college en raad  geen greep meer hebben en zal worden ingevuld in overleg tussen direct betrokkenen.

Verder is het plan, waar hij 3 jaar over onderhandelde, door zijn contractpartner met ruime winst doorverkocht aan een derde, hoewel hij contractueel had laten vastleggen, dat dit zonder zijn instemming niet zou mogen gebeuren.

Onder normale democratische verhoudingen zouden dit soort van tekortkomingen niet zijn verzwegen, maar dank zij het raadsbrede akkoord, is het niet langer gewenst om je over de “eigen” wethouder kritisch uit te laten en zijn de lofprijzingen niet van de lucht.

Totdat het “nieuwe” plan op tegenstand stuit, bijvoorbeeld vanuit de provincie, dan zal er een nieuwe zondebok moeten worden gevonden. Die ongetwijfeld niet tot college of de raad zal behoren.

Faliekant verkeerd.

In de nota “beantwoording zienswijzen” (hier te vinden) staat onder algemene inleiding het volgende.

Keuze voor Vestingmodel
De aanbesteding heeft geleid tot twee mogelijke modellen (de ‘Vesting’ en ‘Havens’) dat in 2017 is gepresenteerd.

Daarbij is door de raad en de inwoners gekozen voor het vestingmodel.

De laatste zin is een pertinente onjuistheid. Raad en bevolking zijn geïnformeerd over het bestaan van beide modellen, de keuze werd gemaakt door een (door het college benoemde) beoordelingscommissie.

Of die beoordelingscommissie overigens ooit is benoemd of dat het college het besluit gewoon zelf heeft genomen is nog maar de vraag.

Er zijn kennelijk geen aanstellingsbrieven verstuurd en het bewijs voor het bestaan van de commissie bestaat uit een advies met daaronder vijf onleesbare handtekeningen.

Irrelevant? Wel, het bevestigt, dat na het “go” besluit in 2014 door de raad, alle daar op volgende besluiten door het college zijn genomen. Beide (mislukte) pogingen tot een openbare aanbesteding, maar ook de daarop volgende onderhandse gunning volgens scenario 1.

In de discussie over de scenario’s veronderstelt Van Marle (D66), dat de stemming die er op volgt bepalend is voor de keuze van het college. Hij wordt door burgemeester Baas terecht gewezen. Het besluit was reeds door het college genomen. De raad mag slechts wensen en bedenkingen naar voren brengen, waar het college dan kennis van neemt.

De notulen vatten het als volgt samen.

De voorzitter legt naar aanleiding van de stemverklaring van de heer Van Marle uit dat de raad niet besluit tot een bepaald scenario. De raad wordt gevraagd kennis te nemen van de scenario’s en daar eventueel zijn wensen en bedenkingen bij te uiten. De uitvoering is een verantwoordelijkheid van het college en het heeft de raad gevraagd daar zijn wensen en bedenkingen bij te uiten. Het college neemt daar kennis van en kan daar desgewenst zijn nadere standpunt op bepalen.

De voorzitter brengt het voorstel in stemming en constateert dat dit met negen stemmen voor en acht tegen is aangenomen.

De notulen van de raadsvergadering van 2/2/2016 zijn hier te vinden.

De raad is akkoord gegaan met een aanbestedingsprocedure en vervolgens is ze alleen maar achteraf geïnformeerd en heeft ze geen besluit genomen. Tot het moment dat er een bestemmingsplan moest worden goedgekeurd.

De consequentie van dit alles is, dat ondanks de verwoede pogingen van het college (en de SP) om raad en inwoners mede verantwoordelijk te maken voor de keuzes die er zijn gemaakt, het toch het college is, dat verantwoordelijk is voor elk genomen besluit.

En dat zij zichzelf gelukkig mag prijzen, dat de raad daar uiterst lankmoedig mee om gaat, omdat nogal wat besluiten faliekant verkeerd zijn uitgevallen.

Recht of Gunst?

Op 5 juni van dit jaar stelde ik in het kader van de Wet Openbaarheid Bestuur een aantal vragen. Volgens de wet dienen die binnen vier weken beantwoord te worden, met een mogelijkheid van verlenging met nog eens vier weken. Inmiddels zijn we 16 weken verder, het dubbele van de termijn die in de wet is bepaald, zonder dat er (op welke vraag dan ook) een  antwoord is ontvangen.

Ging het wellicht om bijzonder ingewikkelde vragen? Niet echt. De eerste vraag betrof de samenstelling van de beoordelingscommissie. De tweede vraag betrof de inhoud van het “positieve” advies, dat door die commissie was uitgebracht en dat vervolgens door het college was overgenomen.

Dat je 16 weken nodig hebt om de samenstelling van een commissie openbaar te maken is niet meer geloofwaardig. Hetzelfde geldt voor het advies dat die commissie het college heeft gegeven.

Het ontbreken van deze twee antwoorden rechtvaardigt het vermoeden, dat de door het college te benoemen commissie niet bestaat, nooit bestaan heeft en dus ook nooit advies heeft gegeven.

Met als consequentie, dat het college niet handelde op gezag van een “onafhankelijke” (weliswaar door haarzelf benoemde) commissie, maar op eigen gezag. Het zou me niet verbazen als aan die werkwijze gevolgen zouden kleven, maar dat is van later zorg.

Waar het me in deze column om gaat, is het gemak waarmee B&W de bestaande wet en regelgeving inzake de Openbaarheid van Bestuur ter zijde schuift. En behandelt als ware het een, door het college te verlenen gunst, in plaats van een recht, dat ieder van ons toekomt.

Daarin overigens gesteund door het presidium. (inclusief haar voorzitter en griffier).

Op 3 augustus 2019 attendeerde ik het presidium (door middel van een open brief) op de onvolkomenheden bij de uitvoering van de WOB en met het verzoek het college daar op aan te spreken. Twee van  de negen raadsfracties hebben daarop gereageerd en contact met me opgenomen.

De overige 7 partijen (en de voorzitter en griffier) vonden het feit, of de gemeente zich bij haar uitvoerende taken houdt aan de daarvoor geldende wet en regelgeving, niet belangrijk genoeg om zich er over uit te laten.

Wat, gezien de bestuurscultuur in Enkhuizen, niet geheel als een verrassing kwam.

——————————————

Errata,

De oorspronkelijke versie bevatte 5 juli als datum waarop het verzoek werd ingediend, maar in deze versie gecorrigeerd in 5 juni.

Bedenkelijke praktijken.

Aangezien er inmiddels een audio-file van de raadsvergadering van afgelopen dinsdag beschikbaar was gemaakt, toch maar even geluisterd naar de argumenten die de draai van 180 graden (in het Bierkade dossier) zouden kunnen rechtvaardigen.

Niet veel meer dan het gebruikelijke geroezemoes. Langbroek verklaarde iedereen tot fossiel die niet dezelfde draai maakte als hijzelf.

In zijn ogen was de omstandigheid (als gevolg van de rechterlijke uitspraak) gewijzigd en was dat voor hem voldoende reden zijn standpunt te wijzigen.

De gewijzigde omstandigheid bestond er uit, dat de weigering van de gemeente om mee te werken aan een verkoop aan anderen, terwijl ze haar eigen aankoopbelofte niet was nagekomen, door de rechter als onrechtmatig was beoordeeld.

De gewijzigde omstandigheid is dus dat de rechter een einde gemaakt had aan het  onrechtmatige gedrag van de gemeente. In plaats dat gedrag te veroordelen, dacht de raad daar zijn voordeel mee te kunnen doen.

Overigens leverde het beluisteren van de audio toch nog een leuk detail op.

Wethouder Struijlaart beweerde, dat het scenario (gemaakt door architect Kuiper) al sinds september in zijn bezit was.

Toevallig weet ik, dat de architect zich pas op 30 augustus op de Bierkade heeft gemeld, zodat we mogen vaststellen dat hij de aan hem gegeven opdracht binnen een maand had voltooid.

Een opdracht waarvoor een betaling van € 39.000,- was overeengekomen op basis van een door Struijlaart goedgekeurde offerte.

We hebben hier dus, net zoals bij de verzwaring van het elektra in de Drommedaris, te maken  met een zogenaamde “fake” offerte.

Een offerte waarin werkzaamheden worden opgevoerd waarvan degene (die de offerte goedkeurt) weet, dat ze niet uitgevoerd zullen worden.

Een praktijk, die zou moeten worden afgekeurd, omdat daarmee de deur wordt opengezet voor de betaling van zogenaamde “kick-backs”. Maar tegelijkertijd ook een praktijk, waar de raad schouderophalend aan voorbij gaat.

Vandaar dat ik haar heb voorgelegd aan de Commissaris van Koning met het verzoek daar een uitspraak over te doen. Aangezien de raad van Enkhuizen kennelijk niet bij machte is om zelfstandig te bedenken welke bedenkelijke praktijken zij (oogluikend) meent te mogen toestaan.

Gisteren liet het Kabinet van de Koning weten, dat men zich beraadt over een (al dan niet) te geven advies.

Politieke Draaikonten.

Gisteren was er nog geen audiofile beschikbaar van de raadsvergadering van afgelopen dinsdag, dus ik weet niet welke briljante argumenten er zijn aangevoerd, maar in de krant van vandaag (donderdag) lees ik, dat de raad (door middel van een motie) vrijwel unaniem tòch heeft besloten om tot aankoop van de Bierkade over te gaan.

Nadat men 8 maanden eerder had besloten dat niet te doen. De boodschap is helder, als je het ook maar enigszins kunt vermijden, doe je er verstandig aan om geen zaken te doen met de gemeente Enkhuizen.

Dat weet inmiddels aannemer Hillen & Roosen, die twee jaar op zijn geld moest wachten omdat de raad weigerde hem te betalen voor werk dat hij had uitgevoerd en waarvan de noodzakelijkheid buiten kijf stond.

Dat weet inmiddels ook de architect die de Drommedaris-verbouwing begeleidde en die door de gemeente ruim € 80.000,- gekort werd op  zijn honorarium. Omdat het de gemeente moeite kost te begrijpen wat voor een overeenkomst ze heeft afgesloten.

En dat weet inmiddels ook de familie Scholten, die in februari nog veronderstelde dat zij haar onroerend goed aan de gemeente had verkocht. Hetgeen echter door de raad werd tegengehouden, omdat die eerst een onderzoek (€ 39.000,-) naar de haalbaarheid van het project Bierkade uitgevoerd wilde zien.

Dezelfde raad die, die nu weer, zonder dat het haalbaarheidsonderzoek is afgerond, besluit om de Bierkade toch maar te kopen.

Verstandig besluit, dat wel, maar natuurlijk opnieuw een voorbeeld van de jojo-cultuur waar onze politiek draaikonten in de Breedstraat het patent op lijken te hebben.