Recht of Gunst?

Op 5 juli van dit jaar stelde ik in het kader van de Wet Openbaarheid Bestuur een aantal vragen. Volgens de wet dienen die binnen vier weken beantwoord te worden, met een mogelijkheid van verlenging met nog eens vier weken. Inmiddels zijn we 16 weken verder, het dubbele van de termijn die in de wet is bepaald, zonder dat er (op welke vraag dan ook) een  antwoord is ontvangen.

Ging het wellicht om bijzonder ingewikkelde vragen? Niet echt. De eerste vraag betrof de samenstelling van de beoordelingscommissie. De tweede vraag betrof de inhoud van het “positieve” advies, dat door die commissie was uitgebracht en dat vervolgens door het college was overgenomen.

Dat je 16 weken nodig hebt om de samenstelling van een commissie openbaar te maken is niet meer geloofwaardig. Hetzelfde geldt voor het advies dat die commissie het college heeft gegeven.

Het ontbreken van deze twee antwoorden rechtvaardigt het vermoeden, dat de door het college te benoemen commissie niet bestaat, nooit bestaan heeft en dus ook nooit advies heeft gegeven.

Met als consequentie, dat het college niet handelde op gezag van een “onafhankelijke” (weliswaar door haarzelf benoemde) commissie, maar op eigen gezag. Het zou me niet verbazen als aan die werkwijze gevolgen zouden kleven, maar dat is van later zorg.

Waar het me in deze column om gaat, is het gemak waarmee B&W de bestaande wet en regelgeving inzake de Openbaarheid van Bestuur ter zijde schuift. En behandelt als ware het een, door het college te verlenen gunst, in plaats van een recht, dat ieder van ons toekomt.

Daarin overigens gesteund door het presidium. (inclusief haar voorzitter en griffier).

Op 3 augustus 2019 attendeerde ik het presidium (door middel van een open brief) op de onvolkomenheden bij de uitvoering van de WOB en met het verzoek het college daar op aan te spreken. Twee van  de negen raadsfracties hebben daarop gereageerd en contact met me opgenomen.

De overige 7 partijen (en de voorzitter en griffier) vonden het feit, of de gemeente zich bij haar uitvoerende taken houdt aan de daarvoor geldende wet en regelgeving, niet belangrijk genoeg om zich er over uit te laten.

Wat, gezien de bestuurscultuur in Enkhuizen, niet geheel als een verrassing kwam.

Bedenkelijke praktijken.

Aangezien er inmiddels een audio-file van de raadsvergadering van afgelopen dinsdag beschikbaar was gemaakt, toch maar even geluisterd naar de argumenten die de draai van 180 graden (in het Bierkade dossier) zouden kunnen rechtvaardigen.

Niet veel meer dan het gebruikelijke geroezemoes. Langbroek verklaarde iedereen tot fossiel die niet dezelfde draai maakte als hijzelf.

In zijn ogen was de omstandigheid (als gevolg van de rechterlijke uitspraak) gewijzigd en was dat voor hem voldoende reden zijn standpunt te wijzigen.

De gewijzigde omstandigheid bestond er uit, dat de weigering van de gemeente om mee te werken aan een verkoop aan anderen, terwijl ze haar eigen aankoopbelofte niet was nagekomen, door de rechter als onrechtmatig was beoordeeld.

De gewijzigde omstandigheid is dus dat de rechter een einde gemaakt had aan het  onrechtmatige gedrag van de gemeente. In plaats dat gedrag te veroordelen, dacht de raad daar zijn voordeel mee te kunnen doen.

Overigens leverde het beluisteren van de audio toch nog een leuk detail op.

Wethouder Struijlaart beweerde, dat het scenario (gemaakt door architect Kuiper) al sinds september in zijn bezit was.

Toevallig weet ik, dat de architect zich pas op 30 augustus op de Bierkade heeft gemeld, zodat we mogen vaststellen dat hij de aan hem gegeven opdracht binnen een maand had voltooid.

Een opdracht waarvoor een betaling van € 39.000,- was overeengekomen op basis van een door Struijlaart goedgekeurde offerte.

We hebben hier dus, net zoals bij de verzwaring van het elektra in de Drommedaris, te maken  met een zogenaamde “fake” offerte.

Een offerte waarin werkzaamheden worden opgevoerd waarvan degene (die de offerte goedkeurt) weet, dat ze niet uitgevoerd zullen worden.

Een praktijk, die zou moeten worden afgekeurd, omdat daarmee de deur wordt opengezet voor de betaling van zogenaamde “kick-backs”. Maar tegelijkertijd ook een praktijk, waar de raad schouderophalend aan voorbij gaat.

Vandaar dat ik haar heb voorgelegd aan de Commissaris van Koning met het verzoek daar een uitspraak over te doen. Aangezien de raad van Enkhuizen kennelijk niet bij machte is om zelfstandig te bedenken welke bedenkelijke praktijken zij (oogluikend) meent te mogen toestaan.

Gisteren liet het Kabinet van de Koning weten, dat men zich beraadt over een (al dan niet) te geven advies.

Politieke Draaikonten.

Gisteren was er nog geen audiofile beschikbaar van de raadsvergadering van afgelopen dinsdag, dus ik weet niet welke briljante argumenten er zijn aangevoerd, maar in de krant van vandaag (donderdag) lees ik, dat de raad (door middel van een motie) vrijwel unaniem tòch heeft besloten om tot aankoop van de Bierkade over te gaan.

Nadat men 8 maanden eerder had besloten dat niet te doen. De boodschap is helder, als je het ook maar enigszins kunt vermijden, doe je er verstandig aan om geen zaken te doen met de gemeente Enkhuizen.

Dat weet inmiddels aannemer Hillen & Roosen, die twee jaar op zijn geld moest wachten omdat de raad weigerde hem te betalen voor werk dat hij had uitgevoerd en waarvan de noodzakelijkheid buiten kijf stond.

Dat weet inmiddels ook de architect die de Drommedaris-verbouwing begeleidde en die door de gemeente ruim € 80.000,- gekort werd op  zijn honorarium. Omdat het de gemeente moeite kost te begrijpen wat voor een overeenkomst ze heeft afgesloten.

En dat weet inmiddels ook de familie Scholten, die in februari nog veronderstelde dat zij haar onroerend goed aan de gemeente had verkocht. Hetgeen echter door de raad werd tegengehouden, omdat die eerst een onderzoek (€ 39.000,-) naar de haalbaarheid van het project Bierkade uitgevoerd wilde zien.

Dezelfde raad die, die nu weer, zonder dat het haalbaarheidsonderzoek is afgerond, besluit om de Bierkade toch maar te kopen.

Verstandig besluit, dat wel, maar natuurlijk opnieuw een voorbeeld van de jojo-cultuur waar onze politiek draaikonten in de Breedstraat het patent op lijken te hebben.