Schnabbels

adviseurs
adviesje uitbrengen?

Stiekem hoop je er natuurlijk op, dat er tenminste één raadslid is, dat zichzelf afvraagt “waarom vergaderen we in hemelsnaam in beslotenheid over wat nu eigenlijk een raadsbreed programma is”,  maar tegelijkertijd weet je dat onze volksvertegenwoordigers nooit over dat soort fundamentele dingen nadenken.

Eenmaal gekozen wordt ze ingeprent, dat ze met niets of niemand rekening hoeven te houden, behalve met het college en de ambtelijke organisatie.

Dus als iemand roept dat een vergadering besloten is, dan denkt niemand “in ons verkiezingsprogramma waren we toch voorstander van grotere betrokkenheid van de burger en meer transparantie, waarom doen we dan nu precies het tegenover gestelde?”

Aan de andere kant begrijp ik ook wel dat beslotenheid ook zijn voordelen heeft.

Het is natuurlijk ontzettend pijnlijk als je, twee maanden na de verkiezingen, nog steeds geen flauw benul hebt op wat voor manier je een stadsbestuur moet samenstellen.

Op de oude vertrouwde manier of op een geheel nieuwe manier, waarvan eigenlijk niemand (tot vorige week dinsdagavond) begreep wat dat nu precies inhield. De enigen die daar wat meer over schenen te weten waren de burgermoeder en de griffier.

Aan hen derhalve de taak om de leden van de raad (in besloten kring) te onderwijzen in de beginselen van de nieuwe aanpak.

Uiteindelijk zal het er wel op neerkomen,  dat een van de twee (mijn geld is op de burgemeester) een vriendje heeft die bereid is om (voor een paar ruggen) een adviesje uit te brengen, zodat de raad weer weet hoe het verder moet.

Leuk toch, normaliter neemt de raad zijn besluiten in het openbaar en na een openbare discussie, maar als het eigen belang er mee wordt gediend, dan moeten de besluiten daarover het liefst binnenskamers genomen worden.

Ook opvallend, men neemt zonder aarzelen en zonder enige consultatie besluiten over zaken waar miljoenen mee zijn gemoeid, alleen als het gaat over hoe te besturen en hoe met elkaar samen te werken, dan moet er een schnabbelaar ingeschakeld worden die adviezen over het te nemen besluit moet influisteren.

Enfin, ik verwacht een dezer dagen een juichend persbericht, waaruit blijkt dat de neuzen in dezelfde richting staan en de oplossing nabij is.

Advertenties

Passend afscheidslied

baas
Vanavond ambteloos burger

Volgens vertrekkend burgemeester Baas bestaat er dus een “gevaarlijke” lobby voor het Zuiderzeemuseum die er voor pleit dat aan het museum grond ter beschikking wordt gesteld  om daar parkeerruimte te realiseren en tevens een nieuwe toegang tot het museum te creëren.

Uiteraard reageert het museum daarop in de Enkhuizer krant van gisteren. Men concludeert dat Baas een verkeerde voorstelling van zaken geeft.

Het wat en waarom wordt overigens uitgelegd onder het kopje parkeren, varen, feiten  op de website van het ZZM. In het kort komt het er op neer dat de hedendaagse bezoeker een andere is dan die van 30 jaar terug en dat men daar de bedrijfsvoering op wil aanpassen. Lijkt me niet onverstandig van de museumdirectie, maar Baas, ongetwijfeld verblind door zijn succes bij het SED, denkt het beleid van de museumdirectie te kunnen verbeteren en weigerde tot dusver elke vorm van medewerking.

Klein beetje arrogant vind ik zelf. In plaats van naar een compromis te zoeken gaat hij voor een partijtje armpje drukken met het ZZM. Dat mag hij (als burgemeester) natuurlijk zelf bepalen, maar ik denk niet dat hij dat partijtje gaat winnen.

Waar het uiteindelijk op neer zal komen is een afweging van belangen van een internationaal gerenommeerd museum en de belangen van een college dat na 8 jaar wikken en wegen er in is geslaagd een project voor de bouw van tweede huisjes van de grond te tillen, zonder daarbij rekening te houden met de belangen van dat museum.

Te gek voor woorden natuurlijk, maar ik denk te weten waar de schoen wringt.

Het vorige college heeft er alles aan gedaan om er voor te zorgen dat de taak van de raad beperkt zou blijven tot het stellen van kaders waar binnen de projectontwikkelaar zijn werk moest doen. Dat, zo zal men gedacht hebben, bespaarde een hoop gezeur.

Bleef de ontwikkelaar binnen de gestelde kaders (te beoordelen door een door het college benoemde commissie waarvan ik de samenstelling niet heb kunnen achterhalen) dan zou het college (zonder verdere ruggespraak met de raad) bindende overeenkomsten kunnen aangaan met de ontwikkelaar.

Inmiddels heeft de beoordelingscommissie besloten dat de ontwikkelaar binnen de gestelde kaders is gebleven en heeft het college daarop besloten om met OREZ BV in zee te gaan. Wat op dit moment de precieze stand van zaken is weet ik niet, maar het is ook niet mijn taak om dat te weten.

Dat is de taak van de gemeenteraad, maar die heeft zich inmiddels buitenspel laten zetten. Ze komt pas weer aan het woord als er ingestemd moet worden met de wijziging van het bestemmingsplan. Tot dat moment tast men min of meer in het duister over de voortgang der dingen.

Mijn vermoeden is, dat het college inmiddels tot het besef is gekomen dat men bij het stellen van de kaders heeft nagelaten rekening te houden met de wensen en belangen van het ZZM, waardoor de ontwikkelaar er (bij het uitwerken van zijn plannen) ook geen rekening mee heeft gehouden.

Doorgaan op de ingeslagen weg resulteert ongetwijfeld in een procedure met het ZZM die makkelijk 5 jaar kan voortduren en waarschijnlijk de doodsteek van het project zal zijn.

Afwijken van de gestelde kaders betekent waarschijnlijk dat de gehele tender-procedure opnieuw moet worden overgedaan. Wordt daarin de bestaande ontwikkelaar niet de winnaar dan is de kans groot dat die gecompenseerd wil worden voor reeds verrichtte werkzaamheden.

Dat alles had voorkomen kunnen worden als men bij het stellen van de kaders ook rekening had gehouden met de wensen van het ZZM. Maar omdat de gemeente dat heeft nagelaten ligt er nu een plan dat er weliswaar prima uitziet, maar dat de toekomstige bedrijfsvoering van het ZZM onnodig bemoeilijkt. Zodat het ZZM niet anders kan dan bezwaar maken tegen het voorliggende plan.

De zoveelste flater in dit dossier. Maar omdat de gemeente (in haar eigen ogen) altijd alles goed doet, moet er een schuldige gezocht worden die verantwoordelijk kan worden gesteld voor het mislukken van het zoveelste plan.

En dus voert Baas tot dusver onbekende, maar “gevaarlijke” lobbyisten ten tonele. Hij noemt geen namen, dus weten we niet wie hij bedoelt.

Hij deed zijn oproep rechtstreeks aan de inwoners van Enkhuizen, maar ik vrees dat die niet zo makkelijk te mobiliseren zijn. Enfin, na vandaag is hij ambteloos burger wat dus gevierd kan worden met een passend afscheidslied.

Raddraaierij

cosa-nostraDonderdagavond de burgemeester ook nog kort gesproken. Hij liet zich nogal laatdunkend uit over mijn blog en de onderwerpen die ik daarop behandelde. Hij vond me een uitermate negatief persoon.

Altijd verhelderend, als men uiteindelijk datgene (waarvan je weet dat ze het al tijden achter je rug rondbazuinen) nu eens recht in je gezicht durft te zeggen.

Wat Baas vooral dwars zat was, dat ik de werkwijze van de gemeente met die van de maffia had vergeleken. Volgens Baas is het namelijk volstrekt normaal, dat ambtenaren de afspraken die ze namens de gemeente maken over uit te voeren werkzaamheden en betalingen niet schriftelijk vastleggen voor hun superieuren. Maar dat zij daarover alleen mondeling verslag uitbrengen.

Ik heb die werkwijze inderdaad vergeleken met die van de maffia, die ook het liefst zo min mogelijk op papier zet.

Dat Baas dat een negatieve vergelijking vindt begrijp ik, maar ik kan hem alleen maar maken, omdat de gemeente tot dusver alleen maar dingen beweert, zonder dat zij in staat is haar beweringen (met welke documenten dan ook) te onderbouwen.

Is het ontbreken van een factuur, waarin de uitgevoerde werkzaamheden worden verantwoord inderdaad de normaalste zaak van de wereld? Volgens het college wel, volgens mij niet.

En zo kan het, dat de kosten van  de (voor de gemeente verrichte) werkzaamheden binnen een jaar dalen van € 100.000,- naar € 20.000,-, zonder dat er enig document bestaat (email, gespreksnotitie) met behulp waarvan die spectaculaire daling kan worden verklaard. Het ene ogenblik schrijft de verantwoordelijke ambtenaar dat de kosten € 100.000,- zijn, het jaar daarop stelt hij vast dat ze gedaald zijn naar € 20.000,-.

En dat op basis van alleen maar telefonisch overleg tussen aannemer en ambtenaar.

Wat wel mocht worden ingezien waren wat e-mails waarin men elkaar een prettige vakantie toewenste, maar geen woord over de spectaculaire prijsdaling. Verder een  bevestiging van de aannemer dat wat de ambtenaar in zijn raadsvoorstel had opgeschreven een correcte weergave was van hetgeen er tussen hen was besproken.

[Sinds wanneer legt een college haar raadsvoorstellen voor aan buitenstaanders met het verzoek de inhoud er van goed te keuren?]

Die goedkeuring betrof dus de berekening van de kosten van verzwaring: € 20.000,- ; en de betaling die aan de aannemer diende te worden verricht: € 60.000,- . Waarom € 40.000,- meer betaald moest worden dan de kosten van verzwaring rechtvaardigden viel nergens uit op te maken.

Afgelopen maand kwam het onderwerp weer ter sprake. Nu heette het dat de aannemer zijn kostprijs voor de uitgevoerde werkzaamheden opnieuw had verlaagd. Ditmaal met  € 20.000,- (naar € 40.000,-).

Tegelijkertijd was het totaal aan hem verschuldigde bedrag in een jaar tijd gestegen van € 60.000,- naar € 75.000,-.

En wederom had geen enkele fractie er behoefte aan om opheldering te vragen over de over tafel gaande bedragen.

Hoewel de door de gemeente gekozen werkwijze verdacht veel lijkt op die van de maffia wil dat niet zeggen dat ik haar van maffiapraktijken verdenk. Veel eerder denk ik dat dit college (en alle voorafgaande college’s) bestond uit raddraaiers. Lieden die er niet voor terugdeinzen om de raad (en daarmee de bevolking die zij vertegenwoordigt) een rad voor de ogen te draaien als haar dat beter uitkomt.

Dank zij het vertrek van opper raddraaier Baas, is de kans alleen maar groter geworden dat aan de (onder zijn leiding al jaren durende) raddraaierij snel een einde kan worden gemaakt. Daarin is deze keer een cruciale rol weggelegd voor de kiezer .

Afscheid

baas
Iewiewaaiweg

De geluidskwaliteit in de Westerkerk gisteravond was zo abominabel dat ik het niet zelf heb gehoord, maar dank zij het verslag in de krant van vandaag weet ik, dat Baas bij zijn afscheid de Enkhuizer bevolking heeft gewaarschuwd voor een “gevaarlijke” lobby van het Zuiderzeemuseum.

Alleen al deze woordkeus vormt de bevestiging dat onze brave burgervader een wijs besluit heeft genomen en het bijltje er bij neerlegt. Er is, door zijn toedoen, inmiddels meer dan voldoende schade  aangericht. Op zijn voorspraak werd met De Nijs in zee gegaan voor de ontwikkeling van een SMC in de Vijzelstraat, met als voorlopig resultaat dat daar 8 jaar lang niets is gebeurd.

En wie herinnert zich niet het megalomane plan om halverwege Andijk de Floriade te willen organiseren? Geweldig idee natuurlijk, met als enig nadeel dat de miljoenen te verwachten bezoekers via de Piet Smitstraat hun eindbestemming moesten zien te bereiken.

En wat te denken van het SED, waarbij Baas als lid van het dagelijks bestuur een besparing in het eerste jaar van € 1,4 miljoen voorspiegelde. Niet alleen werd die nooit gehaald, twee jaar later werd het zelfs duidelijk dat de organisatie dusdanig rammelde dat er 13,5 miljoen bij moest. Waarbij Enkhuizen, als kleinste gemeente, geacht wordt het meeste bij te dragen.

Zoiets valt niet eens meer in de categorie “de plank misslaan”. Dat is (in wielerterminologie) de buitencategorie en kan omschreven worden als “elk contact met de werkelijkheid verloren te hebben.”

Het was niet voor niets, dat de raad hem de portefeuille personeel en organisatie ontnomen heeft en in handen gegeven heeft van nieuwkomer Struijlaart. Kennelijk vond men dat de belangen van Enkhuizen (in het SED) beter behartigd konden worden door iemand waar men verder nauwelijks iets van afwist, dan door iemand die al 13 jaar hun burgemeester was.

Tegen die achtergrond ben ik niet geneigd om de waarschuwing van Baas serieus te nemen.

Dat het ZZM opkomt voor haar eigen belangen is haar goed recht. De onderneming is een visitekaartje voor Enkhuizen. Een gemeentebestuur dat weigert rekening te houden met de belangen van haar kroonjuweel, dient wat mij betreft te vertrekken.

Gelukkig hoeven we daar niet al te lang op te wachten. Op 21 maart kunnen we daar een bescheiden bijdrage aan leveren. De bewering van Baas dat het ZZM de realisatie van het vakantiedorp probeert te verhinderen is pure stemmingmakerij. Het ZZM wenst slechts dat rekening wordt gehouden met haar wens om een nieuwe hoofdingang en de bijbehorende parkeerruimte te creëren.

Waar de gemeente een half miljoen investeerde om het aanleggen van een parkeerterrein van SWL mogelijk te maken, weigert men nu elke medewerking aan het ZZM en kwalificeert men het streven van die onderneming (om haar belangen veilig te stellen) als een gevaarlijke lobby.

Onzin, de gemeente heeft 8 jaar gedaan over het ontwikkelen van een plan voor het recreatieoord en dat plan heeft een opvallend gebrek, omdat het geen rekening houdt met de belangen van het ZZM. De kans dat dit plan in zijn huidige vorm kan worden uitgevoerd acht ik dan ook bijzonder klein en dat maakt het waarschijnlijk dat er een nieuw plan gemaakt moet worden. Eén waarin een vakantiedorp zodanig is ingetekend dat er wel rekening wordt gehouden met de belangen van het ZZM.

Dat kan, maar het maken van een nieuw plan kost geld. Dat is niet de schuld van het ZZM, maar het gevolg van de zoveelste flater van het gemeentebestuur. Denk aan het SMC, denk aan de Drom en in dat rijtje komst straks ook het REZ te staan. En omdat Baas nu al weet, dat ook dit plan weer als een nachtkaars zal uitgaan (zoals de meeste van zijn plannen) probeert hij in een laatste krampachtige poging de schuld daarvoor in de schoenen van het ZZM te schuiven. Had hij beter niet kunnen doen.

Misschien dat hij daarmee nog indruk weet te maken op de huidige raad, maar op 21 maart kiezen we een nieuwe en die denkt daar hopelijk heel anders over.

 

Raddraaiers.

baas
Van raddraaier tot puinruimer

Ik heb mijn eigen definitie voor het begrip raddraaier. Lieden die andere mensen een rad voor ogen proberen te draaien. Een synoniem voor politicus eigenlijk.  Een tweetal  in het oog springende voorbeelden in de Enkhuizer politiek waren Boland en Olierook.

Beiden probeerden de Enkhuizer raad een rad voor de ogen te draaien voor wat betreft de kosten van de verbouwing van de Drommedaris. Beiden werden gedwongen om de aftocht te blazen. Vandaag las ik in de krant dat de enig overgebleven raddraaier, burgemeester Baas, besloten heeft om hetzelfde te doen. Op 2 januari aanstaande zal hij zijn vertrokken. Om de weg vrij te maken voor zijn opvolger.

Als die nu al bekend is, dan is zijn vertrek niet als donderslag bij heldere hemel gekomen.

In het geruchtencircuit circuleert de opvatting dat zware druk op Baas is uitgeoefend. Zelf houdt hij het op zelfinzicht. Je hoeft echter geen Einstein te heten om te beseffen dat het politieker kaartenhuis, dat onder zijn leiding in stand werd gehouden, op instorten stond.

SMC, dat dank zij zijn interventie toebedeeld werd aan de Nijs, maar tot dusver geen tastbaar  resultaat opleverde. REZ, waar al meer dan een miljoen aan voorbereidingskosten zijn besteed, maar uiteindelijk alleen zal resulteren in een conflict met het ZZM en een kostbare compensatie van  Jan Groen en consorten. Of de Floriade, schoolvoorbeeld  van wensdenken voor gevorderden.

En niet te vergeten de Drommedarisproject, het streven om de lokale zaadindustrie te helpen aan een representatieve ruimte voor bedrijfspresentaties, waarbij Baas optrad als de voorzitter van het comité van aanbeveling. Bij dit project bleek elke vorm van list en bedrog toegestaan.

Maar al deze vormen van raddraaierij brachten de raad van Enkhuizen niet in beweging. Dat gebeurde pas toen een ander kaartenhuis, de SED organisatie, met donderend geraas in elkaar stortte.

Toen pas werd de meerderheid duidelijk dat Baas, in de woorden van mijn favoriete organisatiedeskundige Laurence J. Peter,  zijn incompetentieniveau had bereikt.

Hij is niet de enige. De Enkhuizer bestuurscultuur wordt voor een belangrijk deel vorm gegeven door lieden die eveneens hun incompetentieniveau hebben bereikt en als gevolg daarvan geen zinnige bijdrage kunnen leveren aan het vinden van oplossingen voor de bestuurlijke problemen waar Enkhuizen al jaar en dag mee worstelt.

Ik begrijp dat de mededeling van Baas (en daaropvolgende zalvende woorden van Stolk), in de raadszaal beloond werden met een staande ovatie. Zo hoort dat in de politiek, zij die in het geniep en achter je rug de poten onder je stoel vandaan zagen, laten zich in het openbaar niet kennen en juichen je hartstochtelijk toe.

Baas denkt zelf dat hij op St Maarten nog nuttig werk kan verrichten. Ik durf er geen geld op te zetten zolang ik niet zeker weet of die andere puinruimer, Ivo Opstelten, zich niet voor dezelfde functie kandidaat heeft gesteld.

Ongeloofwaardig of onbekwaam.

baas.jpg
ongeloofwaardig of onbekwaam

Overigens komt het apathische gedrag van een ruime meerderheid van de raad niet als een verrassing. Men is er aan gewend geraakt dat er maandelijks een aantal door het college (of ambtelijke organisatie) gesignaleerde problemen (met de bijbehorende oplossing) worden voorgelegd.

Wie zich kan vinden in de probleemstelling kan zich gewoonlijk ook vinden in de aangedragen oplossing, waardoor de overgrote meerderheid van de problemen zonder al te veel inspanningen kan worden “opgelost”.

Alleen problemen die betrekking hebben op de organisatie zelf of een zogenaamd “stokpaardje” van het college vereisen extra attentie omdat zowel probleemstelling als de aangedragen oplossing wel eens willen afwijken van eerder gevoerd “beleid”.

Drom 102
Boland en Slagter vieren feest vanwege de oplevering van de Drom.

Een en ander in een ontspannen sfeer, waarbij het behoud van decorum en prettige omgangsvormen een voorname rol spelen. Initiatieven vanuit de raad zijn toegestaan, maar worden niet aangemoedigd. Ambtenaren nemen gewoonlijk ruimhartig de tijd bij het zoeken naar oplossingen.

Raadsleden laten zich gewoonlijk door politiek gemotiveerde  impulsen leiden. De door hen voorgestelde “verbeteringen“ blijken dat (in de praktijk) zelden te zijn.

Tegen deze achtergrond is het dus begrijpelijk dat de raad niet goed weet wat aan te vangen met problemen die wel herkenbaar zijn, maar niet door het college zijn omschreven en waarvoor dus ook geen panklare oplossing bestaat.

De gebruikelijke gang van zaken is dat men dergelijke problemen gewoon negeert.

Zo ook in dit geval. Het probleem is dat het gedrag van Baas en Slagter zich beweegt tussen ongeloofwaardig en onbekwaam. Zelf proberen ze te bewijzen dat ze onbekwaam zijn. Ik ben van dat bewijs niet onder de indruk en houd er op dat er niets mis is met hun bekwaamheid, maar dat ze niet geloofwaardig zijn.

Het is natuurlijk onwenselijk dat een situatie, waarbij het onduidelijk is of het bestuur van de gemeente ongeloofwaardig dan wel onbekwaam is, al meer dan een jaar voortduurt. Maar helaas, dat is wel het geval. Dat is een tekortkoming van de toezichthouder op het bestuur, de gemeenteraad.

Ogenschijnlijk zit de raad collectief te wachten of een rechter het optreden van het bestuur als ongeloofwaardig kwalificeert.

Het is tekenend voor het armzalige niveau van de raad in haar huidige raadssamenstelling. Want zelfs al neemt de rechter de kwalificatie ongeloofwaardig niet over, dan nog hebben Baas en Slagter slechts bewezen onbekwaam te zijn.

Meer smaken zijn er namelijk niet. Ongeloofwaardig of onbekwaam.

Met een kluitje in het riet.

baas
Niks in de gaten

Langer dan een jaar koestert de voltallige raad het kluitje waarmee ze zich ooit het riet in heeft laten sturen. Stilzwijgend en goed verborgen wacht men op de dingen die komen gaan. Misschien wel op het resultaat van de procedure die ik tegen de gemeente heb aangespannen.

Naar ik aanneem, in de stille hoop, dat ik in het ongelijk zal worden gesteld en de rechter mijn opvatting, “dat het college volstrekt ongeloofwaardig is” niet zal delen.

Deze raad heeft (na jarenlange voorbereiding door de griffier) gedragsregels voor zichzelf vastgesteld. Het wachten is op gedragsregels voor burgemeester en wethouders. Daar wordt aan gewerkt door de griffier. Ik heb niet de indruk dat hij er haast achter zet.

Typisch geval van het stellen van verkeerde prioriteiten. Ik heb de afgelopen 8 jaar eigenlijk geen raadslid meegemaakt dat zich aan wangedrag schuldig heeft gemaakt. Uiteraard heb ik gedurende die 8 jaar kritiek uitgeoefend, maar dat betrof geen wangedrag zoals dat in de gedragsregels staat omschreven.

Dat wangedrag heb ik wel geconstateerd ten aanzien van twee wethouders. Boland en Olierook. Boland had het budgetrecht van de raad aan zijn laars gelapt. Olierook had de raad onjuist en onvolledig geïnformeerd.

Beide zijn politieke doodzonden die alleen maar tot ontslag kunnen leiden.

Geen van beide wethouders is ontslagen, ze hebben zoals dat heet, “de eer aan zichzelf gehouden” en hebben zelf (met behoud van wachtgeld) ontslag genomen.

Dit wangedrag van wethouders vond plaats onder voorzitterschap van burgemeester Baas, die er op miraculeuze wijze nooit in geslaagd is dat wangedrag te ontdekken. Wellicht heeft dat iets te maken met het feit, dat beider wangedrag betrekking had op het dossier Verbouwing Drommedaris en burgemeester Baas voorstander was van die verbouwing en zelfs voorzitter was van een comité van aanbeveling.

Gegeven deze historische feiten had de griffier er wellicht beter aan gedaan om zich eerst bezig te houden met de gedragsregels voor burgemeester en wethouders dan die voor leden van de raad.

De belangrijkste reden voor gedragsregels is, te vermijden dat er zelfs maar de schijn van iets (belangenverstrengeling of wangedrag) kan ontstaan. Maar aan het vermijden van de schijn heeft het Enkhuizer college geen enkele boodschap.

Het grijze gebied, waarbij het gaat om het voorkomen van de schijn, bestaat in Enkhuizen alleen voor raadsleden, maar niet voor burgemeester en wethouders. Die mogen doen en laten wat ze willen en als daardoor de schijn (of het vermoeden) van onoorbaar gedrag ontstaat, dan wordt iedereen geacht dat vermoeden voor zich te houden en niet uit te spreken. Tenzij je kunt “bewijzen” dat er daadwerkelijk sprake is van onoorbaar gedrag.

Dat is althans de gebruikelijke opvatting van de meerderheid (coalitie) van de raad, die ook (bij meerderheid van stemmen) mag bepalen of er een bewijs geleverd is van ontoelaatbaar gedrag.

Marcel_Olierook
Schijn tegen

Als Olierook beweert, dat er geen enkel document bestaat waarmee hij het in het raadsvoorstel gestelde kan onderbouwen, dan laadt hij op zijn minst de schijn op zich dat hij niet helemaal de waarheid vertelt.

Als Langbroek en Quasten vervolgens weigeren om (vanwege een gebrek aan informatie) deel te nemen aan de besluitvorming dan worden ze daar op aangevallen door de leider van de coalitie, mevrouw Keesman (SP).

Dan gaat het plotseling niet meer over de vraag of Olierook de schijn tegen heeft, maar dient er onmiddellijk bewijs geleverd worden dat hij een leugenaar is.

Met de kennis van nu kun je stellen dat Olierook niet alleen de schijn tegen had, maar ook dat hij een ordinaire leugenaar was en dat veel van wat hij tijdens de raads- en commissievergadering had beweerd gewoonweg niet waar was.

Het oordeel over de ontbrekende documenten staat echter nog steeds open. De gemeente heeft daar een verklaring voor gegeven. De rechter is gevraagd te beoordelen of die verklaring geloofwaardig is. Die mogelijkheid staat alleen open voor burgers. De raad is autonoom en mag zelf beslissen of ze iets geloofwaardig vindt of niet.

Aangezien de raad een dergelijke beslissing niet heeft genomen, kun je concluderen dat de raad het standpunt van het college niet geheel ongeloofwaardig vindt. Wat ik, op zijn minst, weer heel opmerkelijk vind.

Ik vind de gemeentelijke verklaring niet geloofwaardig, omdat je op basis van de aan mij (maar ook aan de raad) getoonde documenten niet kunt verklaren, hoe de kosten van verzwaring (oorspronkelijk begroot op € 100.000,-) binnen een jaar gedaald kunnen zijn naar € 20.000,-.

Tevens kun je op basis van de getoonde documenten niet vaststellen wie er voor de kosten van de (zogenaamde) gebruikerswensen is opgedraaid. De gemeente of de stichting? Dat zou op basis van de gemaakte afspraken de stichting moeten zijn, maar die weigert dat (om onduidelijke redenen) te bevestigen.

Zoals ook de aannemer weigert antwoord te geven op gestelde vragen (uit angst zich te verspreken) en ze doorspeelt aan de gemeente. Tezamen wekt dit de schijn op, dat er tussen gemeente, aannemer en stichting afspraken zijn gemaakt die het daglicht niet kunnen verdragen.

Maar in plaats van pogingen te ondernemen die schijn weg te nemen houdt de voltallige raad zich al meer dan een jaar schuil in het riet. Zich nog steeds vastklampende aan het kluitje dat ze destijds kreeg aangereikt. Treurig natuurlijk, maar waarschijnlijk kunnen ze niet beter.