Adequaat?

Het bericht in de krant van zaterdag (23-11-2019) bevatte niet alleen het aanbod van de directeur Bruil van Droomparken om te bemiddelen tussen provincie en gemeente.

Het bevatte ook reacties van raadsleden op het voornemen van de provincie om een reactieve aanwijzing te geven. Voor het gemak van mijn lezers reproduceer ik het bericht (dat in de krant van zaterdag stond) onder mijn column.

Keesman (SP) laat weten dat het eerst duidelijk moet worden wat de provincie wil. Wel, dat staat vrij nauwkeurig omschreven in de zienswijze zelf en het advies van van de PARK. (Provinciaal Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit). Het zelfde geldt eigenlijk voor Van Marle (D66) , die nu jammert dat die 200 woningen niet zo onaanvaardbaar waren als er nu door de provincie wordt voorgesteld.

Waar heeft hij het over? Ik citeer maar even letterlijk het PARK Rapport van 8 mei 2019.

Uit de door Van Uum onderzochte alternatieven blijkt dat op deze kwetsbare locatie 200 vakantiewoningen aan het water niet op een kwalitatief hoogwaardige wijze inpasbaar zijn.
Of de maximaal 200 vakantiewoningen wel hoogwaardig inpasbaar zijn, wanneer zij niet ieder aan vaarwater liggen laat zich thans niet beoordelen.

Ontwerpend onderzoek moet dat uitwijzen. Daar had de ARO ook om verzocht.

Op dit moment kan ik als PARK slechts de door de ARO gemaakte opmerking dat ‘maximaal 200 vakantiewoningen voor deze locatie mogelijk een te zwaar programma is’ onderschrijven.

Heeft de gemeente het gewijzigde ontwerp (dat niet veel meer was dan een voorlopig krabbeltje en dat als gevolg van participatie door Jan en Alleman in theorie nog alle kanten op kan) ter beoordeling voorgelegd aan de Aro? (Adviescommissie Ruimtelijke Ordening)

Volgens mij niet, dus waarom vindt Van Marle het dan gek, dat de ARO een voorbehoud maakt ten aanzien van dat onderdeel van het bestemmingsplan?

Freek Jans (Hea) beklaagt zich over het feit dat de bevolking eerder is ingelicht dan hijzelf, maar laat onvermeld, welke onherstelbare schade daarmee volgens hem is aangericht. Van Reijswoud (VVD) zet er ook zijn vraagtekens bij, om vervolgens te constateren,  dat het enige wat de provincie bereikt heeft een hoop onrust is.

Dat is een wel heel kortzichtige samenvatting van wat het provinciebestuur met haar reactieve aanwijzing hoopt te bereiken.

Ik neem aan, dat de provincie met haar aanwijzing hoopt te bereiken, dat de raad haar taken eindelijk serieus gaat nemen en dus niet alleen maar gedachteloos aan de hand van het college blijft voortmodderen.

En niet alleen het door het college gemaakte uittreksel van een zienswijze lezen, maar ook de zienswijze zelf en dan pas beoordelen of de door het college gegeven reactie op een zienswijze een adequate reactie was.

Dat was, op de door mij ingediende zienswijze, zeker niet het geval. Hieronder het krantenbericht waar deze column over gaat.

19-11-23

Verdienmodel.

Gisteren, geheel tegen mijn gewoonte in, de vergadering van de commissie grondgebied  in levende lijve bijgewoond. De achterzaal van de Werf was lekker gevuld, nu nog een knappe geluidinstallatie.

Vijf indieners van zienswijzen waarvan vier de indruk wekten min of meer tevreden te zijn met het gewijzigde bestemmingsplan.  Alleen het ZZM liet in het midden of men nog zaken zeker gesteld wilde zien.

Vervolgens mochten de raads/commissieleden hun vraagjes stellen. Keesman trapte af met een uitgebreide reconstructie en de rol van de provincie. Grappige gewoonte. De raad kijkt wel altijd kritisch naar anderen, maar zelden of nooit kritisch naar haar eigen gedrag. Dat doe ik dan weer wel, maar daar kunnen ze niet goed tegen is mijn indruk.

Neem nou bijvoorbeeld het begrip burgerparticipatie. Zoals gebruikelijk zijn ze er stuk voor stuk voorstander van, alleen doen ze er niks aan om het mogelijk te maken. Om als burger te kunnen participeren, moet je hem/haar eerst informeren en noem me één partij die haar informatieplicht op dat punt serieus neemt.

Ik kan me (op de VVD na) geen partij herinneren die over het REZ een bijeenkomst voor haar kiezers heeft uitgeschreven. En die VVD bijeenkomst kwam er ook alleen maar, omdat de toenmalige raadslieden niet wisten wat ze (drie dagen later) moesten besluiten en het daarom een goed idee leek om het aan de leden te vragen.

Enfin, elke fractie deed zijn democratische plicht door plichtmatig een vraagje te stellen die routinematig door wethouder Struijlaart werden beantwoord. In de tweede termijn deed ook Van Reijswoud een duit in het zakje. Waarna iedereen reikhalzend uitkeek naar het moment dat men plaats kon nemen aan de bar en de zaken kon bediscussiëren die de hele avond onbesproken waren gebleven.

Zoals het verdienmodel van Orez BV bijvoorbeeld.

List en bedrog.

Gisteren schreef ik dat de raad op 2 februari 2016 een besluit nam. Zonder dat het haar duidelijk was waar men, door het nemen van het besluit, voor of tegen was.

Tijd om wat dieper in te gaan op die merkwaardige gang van zaken. Allereerst de tekst van het besluit:

  1. Kennis te nemen van de resultaten van de gehouden enquête en interviews met betrekking tot de aanbesteding van het Recreatieoord Enkhuizer Zand (REZ);
  2. Kennis te nemen van de vervolgscenario’s met betrekking tot de voortzetting van het project REZ;
  3. Kennis te nemen van het risicodossier en de planning met betrekking tot de vervolgscenario’s voor de ontwikkeling van het project REZ;
  4. De wensen en bedenkingen kenbaar te maken met betrekking tot de keuze van voortzetting van het project REZ, conform het voorkeursscenario.

Van Marle en Van Reijswoud gaven een stemverklaring af, waarin ze lieten weten geen vertrouwen te hebben in de, door het college voorgestelde voortzetting met behulp van  scenario 1. [Het scenario, dat uiteindelijk toch is uitgevoerd onder instemmend geknik van de coalitiepartijen. SP, CDA, NE en CU/SGP.]

Daarop reageerde burgemeester Baas met de mededeling dat de raad geen besluit nam over het te volgen scenario. Dat was een uitvoeringsbevoegdheid van het college.

Voor Quasten voldoende reden om zich te onttrekken aan de discussie over het nog te nemen besluit.

Veel te vroeg naar mijn mening. Al behoort een voornemen tot de bevoegdheid van het college, dan nog kan de raad de uitvoering van dat voornemen verhinderen.

Weliswaar met behulp van een paardenmiddel (door het college naar huis te sturen als ze weigert rekening te houden met de wensen van de raad), maar de wil van het “volk” wint het in een echte democratie altijd van de wens van de bestuurders.

Dat het in de praktijk vaak anders lijkt komt voornamelijk door onkunde bij hen die het “volk” vertegenwoordigen en die hun handdoek voortijdig de ring in gooien.

Enfin, als de raad geen besluit nam over het scenario, waarover nam men dan wel een besluit? Het antwoord daarop ligt besloten in één van de overwegingen.

“dat de gemeenteraad op grond artikel 169, lid 4 van de Gemeentewet in de gelegenheid wordt gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen; “

De uitvoeringsbevoegdheid  van het college (bij het verkopen van grond) wordt in artikel 169.4 beperkt als er aan de verkoop ingrijpende gevolgen kleven. Het college is onder die omstandigheid verplicht om de raad in de gelegenheid te stellen wensen en bedenkingen tegen die verkoop kenbaar te maken.

Het is redelijk te veronderstellen dat uit contacten met de voorgestelde ontwikkelaar naar voren was gekomen, dat die de voorkeur gaf aan grondaankoop i.p.v. grondhuur. Ook als die 30 jaar lang zou worden kwijtgescholden.

Hoewel het college dus bevoegd was om de grond te verkopen, waren de gevolgen van die verkoop dermate ingrijpend, dat ze (voordat ze van haar bevoegdheid gebruik kon maken) VERPLICHT was de raad in staat te stellen om eventuele bedenkingen over die verkoop van de grond naar voren te brengen.

En zou het college die bezwaren niet serieus nemen, dan zou de raad in staat zijn om (door het vertrouwen in het college op te zeggen) de verkoop te verhinderen.

Aangezien die verplichting van het college nooit ter sprake werd gebracht, is het redelijk om te veronderstellen, dat de raad zich ook nooit van die verplichting bewust is geweest en men dus een stem uitbracht, zonder te weten waar men voor (of tegen) stemde. Komt wel vaker voor begrijp ik.

Kortom, zonder dat de raad het besefte, kwam het college een wettelijke verplichting na, die voortvloeide uit haar (niet tegenover de raad uitgesproken) voornemen om de grond op het REZ te  verkopen in plaats van in erfpacht uit te geven.

Voor de onwetendheid van de raad zou je begrip op kunnen brengen, ware het niet, dat je alleen maar “gemeentewet artikel 169” hoeft in te tikken op je (door de gemeente verstrekte) computer en je krijgt het betreffende artikel voor je neus getoverd.

Maar voor twee personen maak ik graag een uitzondering, omdat die uit hoofde van hun beroep zouden moeten weten waar 169.4 over ging.

Ten eerste de griffier, werknemer en adviseur van de raad. Het is naar mijn mening zijn taak om de raad te wijzen op de addertjes die onder het gras schuil gaan. Maar onder het besluit staat zijn naam: wil dat zeggen dat hij de adder eigenhandig onder het gras heeft verborgen?

Ten tweede Van Reijswoud, fractievoorzitter van de VVD en in het dagelijks leven de loco secretaris bij de gemeente Lelystad. Ook zijn kennis van de gemeentewet moet dusdanig zijn, dat hij geweten moet hebben, dat het college bezig was met een verkapte poging tot grondverkoop. Als hij dat niet door had, dan heb ik hem de afgelopen jaren toch te hoog ingeschat.

Samengevat, het college is (op aandringen van de ontwikkelaar) voornemens de grond op het REZ te verkopen in plaats van het 30 jaar lang erfpacht vrij aan te bieden. Zich er van bewust, dat er een wettelijke verplichting bestaat om de raad in staat te stellen tegen een dergelijk voornemen bezwaar te maken, verzwijgt men het voornemen en verbergt men de bezwaarmogelijkheid achter een reeks zienswijzen.

De bestuurscultuur in Enkhuizen is gebaseerd op geheimhouding en list en bedrog.

De enige die daar een eind aan kan maken is de gemeenteraad. Maar voor hen, meer nog dan voor “gewone” mensen, gelden de woorden van Mark Twain.

Het is makkelijker mensen te bedriegen dan ze er van te overtuigen dat ze zijn bedrogen.

===================================================

Voor de echt geïnteresseerden. Bovenstaande column is, net als de voorgaande column, gebaseerd op de notulen van de raadsvergadering van 2 februari 2016, die u hier kunt vinden.

Moeizame compromissen.

volkscongresTijdens het Nieuwe Doelen debat liet Rob van Reijswoud weten dat hij een besluit over de fusie van de drie SED gemeenten niet wilde toevertrouwen aan de gewone kiezer, omdat hij van mening was  dat die zich bij dat besluit zou laten leiden door emoties.

Daarin heeft hij niet helemaal ongelijk. Veel van de tegenargumenten berusten op romantische opvattingen over de werkzaamheden van leden van de raad. Wier primaire taak het is om in te stemmen met wat door het college (= ambtelijke organisatie) wordt voorgesteld.

Aan dat soort voorstellen gaat maandenlange voorbereiding vooraf door lieden die er voor hebben doorgeleerd (zoals Rob van Reijswoud) om vervolgens beoordeeld te worden door raadsleden die er niet voor zijn opgeleid en soms de stukken nauwelijks hebben bestudeerd, maar vanuit de onderbuik en vage ideologische overwegingen allerhande tegenwerpingen beginnen te maken.

Ik herken dat gevoel. Zeker bij de Drommedaris debatten heb ik met stijgende verbazing geluisterd naar de kromme redeneringen die (raadsbreed) naar voren werden gebracht en hoe de raad van het ene naar het andere standpunt zwalkte.

Ik denk ook wel eens, misschien is ons systeem wel helemaal niet zo superieur als we denken dat het is. Misschien hebben ze (gelet op de enorme vooruitgang die ze boeken) in China wel beter door wat er nodig is om een land effectief te besturen. Gewoon met strakke hand en technocraten die besluiten nemen waar iedereen van profiteert. Zoals de mandarijnen ooit deden.

Zou dat zijn waar Rob (maar eigenlijk ook Jaap Koning) naar toe willen? De gemeenteraad als een soort van Chinees volkscongres waar alle afgevaardigden het roerend eens zijn met wat de mandarijnen hebben uitgedacht?

Misschien is onze democratie (die in zijn huidige vorm zo’n 300 jaar bestaat) wel een merkwaardige oprisping in de wereldgeschiedenis en vragen ze zich over honderd jaar af, hoe we ooit zo dom konden zijn geweest om de te nemen besluiten te laten afhangen van mensen die daarvoor nauwelijks gekwalificeerd zijn en wordt de opvatting van Rob wel gezien als de opvatting van iemand die zijn tijd ver vooruit was! Wie zal het zeggen?.

In ieder geval zijn de landen met een democratie als de onze in de minderheid en raken we de economische voorsprong, die we ooit hadden, langzamerhand kwijt.

Maar toch houd ik het voorlopig nog even op het morsige en het bij lange na verre van volmaakte model wat we nu hanteren. Waarin we niet, zoals het Chinese volkscongres eensgezind de toekomst tegemoet marcheren, maar waarin publiekelijk moeizame compromissen moeten worden gesloten tussen een coalitie en een oppositie en we rekening moeten houden met allerlei minderheidsbelangen.

Conformeren of negeren.

Reijswoud
Ambtelijk zwaargewicht

In een eerder bericht schreef ik over actoren. Wat zijn dat vroeg een lezer me. Op het internet zijn verschillende definities te vinden. Waar ik voor koos was, “actoren zijn personen of instanties die door hun functie betrokken zijn bij een sociaal of politiek proces.”

Het proces waar ik over schreef was de besluitvorming rond de SED verdeelsleutel. De actoren in dat proces zijn, ambtenaren, wethouder, gemeenteraad en betrokken burgers.

In dat proces werd veel gewicht toegekend aan de ambtelijke interpretatie van wat er was overeengekomen. Hoewel vrijwel niets van wat er in die overeenkomst was vastgelegd werd gerealiseerd, bleek de daarin genoemde verdeelsleutel voor de gemeenteraad een onaantastbaar onderdeel.

Zelfs toen bleek, dat de ambtelijk interpretatie van hetgeen er was overeengekomen resulteerde in een uitkomst die niet anders dan absurd te noemen was. De kleinste gemeente werd gedwongen tot de grootste bijdrage aan een plan dat voor elke van de drie gemeenten van even groot belang was.

Hoe kon het, dat op dat punt aangekomen de politiek niet ingreep? Naar alle waarschijnlijkheid omdat Enkhuizen niet over politici beschikt, maar dat de politieke functies ter plaatse bekleed worden door hele en halve ambtenaren (en zij die daar graag voor door willen gaan.)

De wapenspreuk van elke ambtenaar is, dat regels, regels zijn, waar verder niet aan mag worden getornd. Terwijl politici (normaal gesproken) zichzelf de vrijheid geven om zien of de regels daadwerkelijk datgene bewerkstelligen wat was beoogd. En mocht dat niet het geval zijn, bereid (en in staat zijn) om andere regels te overwegen.

Iets wat ambtenaren alleen kunnen en mogen als ze er opdracht voor krijgen.

Dus de makkelijkste verklaring voor de gang van zaken is, dat in Enkhuizen de politieke functies worden bekleed door ambtenaren (of door mensen die daar graag op willen lijken en die beroepsgroep als hun voorbeeld nemen).

In een dergelijk milieu heeft VVD fractievoorzitter Van Reijswoud natuurlijk een enorme voorsprong. Hij hoeft niet te doen alsof hij een ambtenaar is, hij is het en dat niet alleen, hij is een ambtelijk zwaargewicht. In de gemeente Lelystad is hij loco-secretaris. Een functie die formeel niet bestaat heb ik me laten vertellen, maar die er op neerkomt, dat men de vertrouweling is van het college van B&W.

Een belangrijke functie, hetgeen hij van tijd tot tijd ook wel laat doorschemeren naar zijn collega raadsleden. Bovendien heeft hij een heldere betoogtrant en is hij vaak de enige die ik goed kan volgen. Volgens mij heeft hij dan ook maar één nadeel.

Hij is geen politicus, maar een ambtenaar, voor wie regels nu eenmaal regels zijn.

Politici hebben vaak een slechte naam. Maar dat komt, omdat ze de ondankbare taak hebben om zaken, die tegenstrijdig aan elkaar zijn, toch op zodanige wijze met elkaar te verbinden, dat de betrokkenen vrede hebben met het resultaat, ook al hebben ze hun zin niet gekregen.

Zou Enkhuizen een politicus in de raad of college hebben gehad, dan zou die ongetwijfeld hebben gezegd, “wat de regel ook zegt, het resultaat deugt niet en ik neem alleen maar genoegen met een deugdelijk resultaat”.

Maar het Enkhuizer college en haar gemeenteraad beschikken niet over politici. Alleen maar over ambtenaren en zij die er voor door willen gaan.

Eerder schreef ik al, dat de actoren in dit proces zich precies tegenovergesteld gedragen als men van ze zou verwachten.

Zie ook hier, twee hotemetoten uit de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (waar men altijd de mond vol heeft over onnodige en onzinnige regelgeving), maar die zich in dit geval conformeren aan een (onzinnige) regel en de bezwaren daarover vanuit de bevolking doelbewust negeren.

Reflecteren

reijswoud2
Reflecteren?

Op 29 maart werd de nieuwe raad geïnstalleerd en bij die gelegenheid sprak Rob van Reijswoud een “reflectie” op de verkiezingsuitslag uit. U kunt daar via het RIS naar luisteren, maar haar ook (via de kort voor de verkiezingen in ere herstelde website van de VVD) lezen.

Rob kiest er voor om alle partijen wat stroop rond de mond te smeren, wat altijd bijdraagt aan een goede sfeer. “HEA” en “Enkhuizen Vooruit” hebben zich inmiddels al geconformeerd aan de door de VVD uitgezette koers.

Tezamen met VVD, D66 & PvdA vormen zij een coalitie die bijna een meerderheid heeft. Daar tegenover is een even grote oppositie denkbaar. De doorslaggevende stem is (net als de voorgaande 8 jaar) in  handen van de  CU/SGP.

Breuklijn tussen coalitie en oppositie wordt gevormd door het streven naar een bestuurlijke fusie tussen de SED gemeenten. VVD en consorten zijn vóór. SP en consorten zijn tegen. Wat Nieuw Enkhuizen betreft, ik kan me niet voorstellen dat deze partij deelneemt aan welke coalitie dan ook, zolang er geen coalitie beschikbaar is, die bereid is om het probleem rond de Enkhuizer bijdrage aan de OOP op te lossen.

Alle partijen hebben dit probleem tijdens de verkiezingen doodgezwegen, maar daarmee is het nog niet weg. Ik vrees dat het voor de leden van Nieuw Enkhuizen onverteerbaar blijft, dat inwoners van Enkhuizen meer moeten bijdragen aan het SED ontwikkelingsplan dan alle andere SED inwoners.

Een situatie die we danken aan het uiterst zwakke optreden van (VVD) wethouder Struijlaart (in de functie van Enkhuizer lid van het dagelijks bestuur van de SED).  Wat met de mantel der liefde bedekt wordt door VVD fractievoorzitter Rob van Reijswoud.

Het is daarom een gotspe, dat beide voorlieden beweren dat bij hen het Enkhuizer belang vóór het partijbelang gaat. Het Enkhuizer belang is, dat haar inwoners dezelfde bijdrage leveren als al de andere inwoners van de SED.

Het VVD partijbelang eist dat een misser van Struijlaart wordt doodgezwegen.

De misser van Struijlaart houdt in, dat Enkhuizers (gezamenlijk) ruim 8 ton meer betalen moeten voor de uitvoering van een plan, dan er op basis van haar aantal inwoners valt te rechtvaardigen. Van Reijswoud wordt tijdig op deze ongelijke behandeling gewezen, maar wuift dat hooghartig weg.

En nu proberen beide heren ons er van te overtuigen, dat het klakkeloos accepteren van die ruim 8 ton aan extra kosten en het vervolgens doodzwijgen van deze gang van zaken niets van doen heeft met het partijbelang van de VVD.

Dat Enkhuizen bij de huidige stand van zaken ruim 8 ton meer betaalt is geen mening, maar een feit. Dat het doodzwijgen van dit feit verband houdt met het partijbelang van de VVD is een mening. Maar er valt moeilijk te ontkennen, dat deze mening op feiten is gebaseerd en dat alle mooie woorden van Van Reijswoud ten spijt, de opvatting die hij uitdraagt neerkomt op  “pot verwijt ketel dat hij zwart is.”

En dat al het geneuzel over oude politiek en een tegenstelling die er zou bestaan tussen Enkhuizer belang en coalitiebelang nergens op slaat en niet meer dan een rookgordijn is waarachter men de eigen intenties tracht te verbergen.

Tot dusver is dat gelukt voor wat betreft de overige twee lokale partijen. We zullen zien wat er gebeurt, als die zich realiseren dat ze over 4 jaar niet meer bestaan als Enkhuizen bestuurlijk gefuseerd is met de andere SED gemeenten en ze geen andere keuze hebben dan lid worden van de VVD willen ze hun rol in de gemeentepolitiek kunnen blijven spelen.

Meer vragen dan antwoorden.

rekenen-38796Gisterenavond werd het uitvoeringsplan schuldhulpverlening besproken en eerlijk gezegd duizelt het me nog steeds een beetje.

Om te beginnen de kostenverdeling. Werd door verschillende partijen “aangestipt” zonder dat het van invloed was op de uiteindelijke besluitvorming.

Nogal wat politiek correcte aandacht werd besteed aan de stigmatisering van de uitkeringsgerechtigden door hen te associëren met schuldhulpverlening. Maar dat gezegd hebbende, ging iedereen verder akkoord  met een kostenverdeling die was gebaseerd  op zogenaamde BUIGgelden. De inkomsten die de gemeenten ontvangen om de gevolgen van de Participatiewet te kunnen financieren.

Waarmee je dan, ondanks alle eerdere beweringen van het tegendeel, toch weer gewoon een rechtstreekse koppeling maakt tussen verstrekte bijstandsuitkeringen en de bijdrage aan de schuldhulpverlening.

Alleen Stella Quasten had een andere invalshoek. Ze had geïnformeerd  naar het aantal aanmeldingen bij de Kredietbank. Dat bleken er 130 te zijn, waarvan de meerderheid uit Enkhuizen. Welke conclusie daar uit moest worden getrokken liet ze in het midden.

Ik weet ook niet wat ik met die getallen moet. Elke aanmelding bij de Kredietbank kost een kleine € 1000,- staat in het raadsvoorstel. Als Stella het heeft over jaarlijks (?) 130 aanmeldingen dan hebben we het dus over € 130.000,- aan kosten per jaar.

Een probleem dat we vervolgens gaan oplossen door jaarlijks € 390.000,- uit te geven aan nieuw aan te nemen personeel. Hetgeen opmerkelijk genoeg dan weer resulteert in een besparing van € 35.000,- op jaarbasis.

Reijswoud

Eigenlijk begreep ik deze keer alleen Van Reijswoud (VVD). Zijn kritiek gold de financiële onderbouwing van het voorstel. Het scheelde weinig of hij had de SP mee gekregen, maar dan zou het voorstel verworpen zijn en dat vond de SP kennelijk niet passen bij haar imago.

Na een extra toezegging dat de zaak na een jaar opnieuw geëvalueerd zou worden ging de Enkhuizer gemeenteraad alsnog akkoord.

De uitkomst van dat soort evaluaties is gewoonlijk dat we (ondanks tegenvallende uitkomsten) toch gewoon door moeten gaan, omdat één jaar nu eenmaal een heel korte periode is.

Al met al leverde de behandeling door de raad van dit onderwerp meer vragen op dan antwoorden. Een opvatting die waarschijnlijk ook gedeeld werd door D66, VVD, CDA, en Van der Pijll want die stemden tegen. De Jong onthield zich (om voor mij onduidelijke reden) aan deelname aan de discussie en stemming.

Kennelijk was er sprake van een vorm van belangenverstrengeling.