Droomparken.

Omdat ik toch al redelijk veel over het REZ heb geschreven leek het me ook wel eens leuk om een echte persconferentie bij te wonen. Die was vanmiddag om 13.00 uur. Helaas, de toegang werd mij geweigerd.

Zoals ook het Volksfront tot behoud van het Enkhuizerzand de toegang werd ontzegd. Om het leed te verzachten kregen we wel nog een kopje koffie.

Nog voordat de persconferentie was afgelopen was de inhoud van de raadsbrief (over dit onderwerp) ons al onder ogen gekomen en was duidelijk dat Orez bv, met al haar rechten en plichten, was doorverkocht aan Droomparken.

Daarmee was Droomparken de trotse eigenaar geworden van een dood paard. Althans, wie gelooft er nog dat het plan in zijn huidige vorm zal worden uitgevoerd? Vroeg of laat eindigt dit drama in een eis tot schadevergoeding. Een week geleden (toen Orez al was verkocht) schatte een Orez aandeelhouder de schade (bij het niet doorgaan van het project) al op 1 miljoen.

Zodat de nieuwe eigenaar (Droomparken) al minstens een miljoen moet hebben betaald om een plan te mogen uitvoeren waar iedereen tegen is. Ik vrees dat de bevolking van Enkhuizen op een verschrikkelijke manier in de maling wordt genomen en uiteindelijk voor de kosten zal moeten opdraaien.

Maar goed, het is niet anders en ik kijk met spanning uit naar wat de raad van deze gang van zaken vindt.

Koninginnedag 2019

30 april 2019. Koud (12 graden) en bewolkt. Niks te doen op het recreatieoord, op een paar wandelaars met honden na. Lagere scholen hebben vakantie.

Dus parkeerterrein van Sprookjeswonderland (339 vakken) vol. Overloop parkeerterrein van Sprookjeswonderland (80 vakken) vol. Kooizandweg 101 vakken bezet. Kortom, op een koude dag in April, in vakantietijd, neemt Sprookjeswonderland, 520 parkeervakken in beslag. Dat is goed voor 1040 bewegingen.

Hoe kan het dan, dat de ingenieurs van RHO niet verder komen dan 320 bewegingen per dag en daar hun conclusies op baseren?

In tabel 4.1 van de toelichting wordt de te verwachtte toename in verkeersbewegingen voorspeld.

verkeersbewegingen

Men schat een toename met 835 voertuigbewegingen. Hoe anders is dat in tabel 4.4

verkeervervuiling

Het aantal extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde) is plotseling gestegen tot maar liefst 2190.

Hoogst opmerkelijk zulke rapporten, waarvoor grof geld wordt betaald, maar die door niemand worden gelezen. Niet door de ambtenaar, die de opdracht heeft gegeven, niet door de wethouder, die haar conclusies klakkeloos overneemt en al helemaal niet door de raad.

Die gaat er van uit dat de ambtenaar en wethouder het rapport wel gelezen zullen hebben (en in orde hebben bevonden).

En zo sukkelen we van de ene misvatting naar de andere. Natuurlijk kost dat geld, maar de Enkhuizer is nu eenmaal een heel gedweeë belastingbetaler en dus komt iedereen er zonder kleerscheuren vanaf en hoeft er niets te veranderen.

Wegwuiven.

Voor de aardigheid heb ik de toelichting op “Enkhuizerzand en IJselmeergebied” nog maar eens doorgelezen. Het bestemmingsplan waar ook het recreatieoord onder valt.

Ik doe dat omdat me bij het lezen misschien iets leuks opvalt waarover ik dan iets zou kunnen schrijven, maar als je dat niet als hobby hebt, waarom zou je dan de moeite doen om het stuk te lezen?

De Enkhuizer raad telt 9 fracties. Ze hebben stuk voor stuk het begrip burgerparticipatie hoog in het vaandel staan.

Echter, geen van de fracties heeft (tot dusver) de moeite genomen om iets te organiseren wat burgerparticipatie mogelijk zou maken. De belangrijkste reden (vermoed ik) is, dat het merendeel van de raadsleden de toelichting zelf ook niet heeft gelezen. En dat het beleggen van een bijeenkomst over dit onderwerp als te risicovol wordt gezien.

En dat wil zeggen dat ook in dit geval de gebruikelijke procedure wordt gevolgd. Om te beginnen wacht de raad af of er vanuit de burgerij “formeel” bezwaren bij de gemeente worden gemaakt.

Worden die gemaakt, dan is het wachten hoe het college die bezwaren vakkundig weet weg te redeneren, zodat men tijdens de raadsvergadering (in september) alleen hoeft in te stemmen met de redenaties van het college.

Nu is het een bezwaar indienen bij de gemeente voor de meeste burgers een behoorlijke stap. Het zou mooi zijn als hun politieke vertegenwoordigers hen daarbij zouden helpen en hen zodoende in staat zouden stellen om te participeren. Maar als gewoonlijk geven onze politieke vertegenwoordigers niet thuis.

Omdat ze zich nauwelijks verdiepen in de zaken waar ze besluiten over nemen en er van uitgaan, dat alles uiteindelijk wel op zijn pootjes terecht zal komen. Zolang het gaat over de bezwaren die bij “gewone” burgers leven is dat ook de gebruikelijke gang van zaken.

Dus de eindconclusie is, waarom zou je je nog verdiepen in zaken, als je vooruit toch al weet, dat je de bezwaren die je eventueel zou kunnen opperen toch weggewuifd zullen worden?

Verpatsen

Enfin, de gemeente is er dus in geslaagd om (ongetwijfeld tegen redelijke betaling) een bedrijf (RHO) te vinden, dat bereid is te verklaren dat de ontwikkeling van het REZ niet zal leiden tot verkeerscongestie op de aan- en afvoerwegen.

In dit dossier zijn er al eerder opmerkelijke adviezen aan de gemeente verstrekt. Wat te denken van de makelaar, die de gemeente adviseerde om een erfpachter voor meer dan een half miljoen uit te kopen, door de afkoop van zijn erfpachtcontract voor te stellen als een grondaankoop. (Terwijl de gemeente helemaal geen grond hoefde aan te kopen, omdat ze er al de eigenaar van was)

Of het bedrijfje dat de gemeente adviseerde over de grondverkoop aan ontwikkelaar Orez. Gewoonlijk worden raadsleden geïnformeerd over de kost- of verkoopprijs van grond. Maar in dit geval moest die prijs (uit concurrentie overwegingen (???) geheim blijven. Het enige dat men wilde loslaten was, dat de overeengekomen verkoopprijs  marktconform was.

En dan (iets vergelijkbaars) de schuur aan de burgwal, waarvan de gemeente 7 jaar wist vol te houden dat het niet om een schuur ging, maar dat het bouwsel onderdeel was van een woning. Er was zelfs een door de gemeente ingehuurde “deskundige” die deze opvatting bevestigde, maar wiens opvatting uiteindelijk van tafel werd geveegd door de rechter.

Kortom, van het adagium “dat wie de onderzoeker betaalt, tevens de uitkomst van het onderzoek bepaalt” maakt ook de overheid (in dit geval B&W) dankbaar gebruik.

En dus verpatst de gemeente vrijwel ongemerkt (en met goedkeuring van gehele raad) het recreatieoord in ruil voor een paar honderd meter strand en wat parkeerplaatsen.

 

Gevleugelde woorden

DorusHet NHD laat in de krant van afgelopen donderdag wethouder Luyckx aan het woord over achterstallig onderhoud van gymzaal de Sprong. Ik citeer de krant.

Toch is dat ook nu de boodschap van verantwoordelijk wethouder Dorus Luyckx. ,,We zijn er druk mee bezig, maar hebben de oplossing ook niet voorhanden. Er is ambtelijk overleg gaande over hoe nu verder, onder ook meer over een adequaat rooster voor wanneer De Sprong straks omgaat.’’ Er komt een nieuwe sporthal in het integraal kindcentrum (IKC), dat dan op deze plek gebouwd wordt. Luyckx snapt de onvrede, maar wil dit ’niet dramatiseren’.

stadhuisHeerlijke teksten zijn dat. “De gemeente is druk bezig zonder dat men een oplossing voor handen heeft”. Als er geen oplossing voorhanden is, waar is men van gemeentewege dan in hemelsnaam druk mee bezig?

Openhartig als altijd denk ik, dat wethouder Luyckx met zijn opmerking de spijker op zijn kop heeft geslagen. Zijn gevleugelde woorden verdienen het om, in aangepaste vorm, en in gouden letters, op het stadhuis bevestigd te worden.

HIER IS MEN VOORTDUREND DRUK BEZIG,

ZONDER EEN OPLOSSING VOORHANDEN TE HEBBEN.  

Kletspraat.

Ik schreef het al eerder. Af en toe kletst raadslid Langbroek uit zijn nek en gelukkig is er dan altijd een verslaggever van het NHD in de buurt, die bereid is om zijn geklets aan te horen en te publiceren.

langbroek-1
Kletspraat

Donderdag 14 maart laat Langbroek (via het NHD) weten dat het Zuiderzeemuseum nu haar ware gezicht laat zien. Zijn verwijt is dat het museum alleen aan haar eigen belang denkt en niet aan het belang van alle andere betrokkenen.

Merkwaardig verwijt. De enige die hier (onder de luide toejuichingen van Langbroek en consorten in de gemeenteraad) aan zijn eigen belang heeft gedacht is de gemeente zelf. Die heeft anderhalf jaar lang met de ontwikkelaar gesproken over tal van details aangaande de uitvoering. Zonder er ook maar een seconde bij stil te staan, of die plannen gevolgen zouden hebben voor anderen.

Pas op het laatste moment (oktober 2018) realiseerde de gemeente zich, dat het gebied ook andere belanghebbenden kent en werd er haastig een bijlage geproduceerd waarmee men het tekort aan aandacht voor de problemen van anderen probeerde te verdoezelen.

Of dat verdoezelen afdoende is, zal blijken uit een procedure die hoogst waarschijnlijk 4 jaar in beslag neemt. Maar dat is de prijs die je zult moeten betalen als je jezelf wijs maakt, dat andermans belangen er niet toe doen.

Voor het museum staan twee zaken op het spel. De toekomstige bereikbaarheid van het museum in het geval dat het bootmodel in zijn huidige vorm niet langer te handhaven is. Plus het feit, dat het voorgenomen plan ernstig afbreuk doet aan wat museale uitstraling wordt genoemd.

Naar de overtuiging van Langbroek had de museumdirectie die belangen ondergeschikt moeten maken aan wat de gemeente als haar belang ziet. Het realiseren van een wijkje met tweede woningen voor welgestelde Nederlanders en buitenlanders. Langbroek doet of het hier om een uniek project gaat.

Ik heb nieuws voor hem. Het ZZM is uniek in zijn soort, en  dergelijke enclaves voor welgestelden, zoals de gemeente die wil realiseren, worden overal elders in dit land ook gerealiseerd.

Gelukkig staat Langbroek niet alleen in zijn merkwaardige opvattingen, maar krijgt hij de steun van wethouder Struijlaart, die de krant laat optekenen dat hij “teleurgesteld is dat een door de rijksoverheid gesubsidieerd museum en een gemeentelijke overheid op deze manier tegenover elkaar staan”. 

Lees deze opmerking opnieuw en probeer te begrijpen wat Struijlaart hier wil zeggen.

Dat een onderneming/stichting, die van rijkswege wordt gesubsidieerd zich alles moet laten welgevallen wat haar door de lokale overheid door de strot wordt geduwd? Dat zij zich dus ook niet mag verweren als ze (door maatregelen van die lokale overheid) in haar bestaan wordt bedreigd?

Gelukkig beschikt het museum over een Raad van Bestuur, die er nauwlettend op toeziet dat de directie van het museum zich inzet voor het voortbestaan van het museum en ten strijde trekt tegen alles en iedereen die dat voortbestaan in gevaar brengt. Zelfs als dat de lokale overheid is.

Als Struijlaart onder gelijksoortig toezicht zijn werk zou hebben moeten doen, dan zou de nu ontstane situatie zijn voorkomen.

Maar Langbroek en consorten vinden het te veel moeite om een vinger aan de pols te houden en besteden hun tijd liever aan het verzinnen van drogredenen waarachter ze zich kunnen verschuilen, zodra blijkt dat hun toezicht heeft gefaald.

Kan hun wat schelen, want de kosten (die uit hun gemakzuchtige houding voortvloeien) kunnen immers probleemloos worden afgewenteld op de belastingbetaler.

 

Voorspelbare uitkomst.

Waar ik dan weer wel een beetje droevig van wordt, is de plichtmatige aanpak van de voorstanders van openbare (presidium) vergaderingen. Uit de bijdragen van Keesman, Raven en De Jong klonk weinig overtuiging. Alleen Langbroek deed nog even zijn best.

Voorstanders van openbaarheid waren dus SP en de lokalen. Samen goed voor acht zetels.

De tegenstanders van openbaarheid waren de landelijke partijen. VVD, D66, PvdA, CDA en CU/SGP. Niet geheel toevallig wordt ook het dagelijks bestuur van de gemeente (B&W) gevormd wordt door landelijke partijen. (VVD, CDA, PvdA)

Dat komt niet helemaal als een verrassing. Deze partijen zijn niet anders gewend dan dat ze de bestuurlijke baantjes onder elkaar mogen verdelen. En hebben er dus geen enkel belang bij, dat “buitenstaanders” in staat worden gesteld daar invloed op uit te oefenen.

Daarbij werden door de tegenstanders van openbaarheid interessante drogredenen naar voren gebracht. Van Marle (D66) zag als voordeel, dat je in beslotenheid wat meer vrijuit kon praten en ook Stomp erkende, dat hij in openbare vergaderingen zelden het achterste van zijn tong laat zien.

Waarbij beiden feitelijk erkenden, dat hun openbare optreden eigenlijk alleen maar voor de bühne is. Wat waarschijnlijk ook de verklaring vormt voor het feit, dat hun bijdragen aan de discussie zelden tot iets inspireren.

Anders gezegd, openbare vergaderingen zijn niet meer dan gebrekkige toneelstukjes die raadsleden gedwongen worden op te voeren. Het echte werk vindt, buiten het zicht van iedereen, elders plaats.

In het presidium of tijdens de zaterdag voor de raadsvergadering.

Sandstra (PvdA) had het lef om op te merken dat door het presidium genomen besluiten geen gevolgen hebben voor de door de raad te nemen besluiten. Hij weet natuurlijk wel beter. Een meerderheid in het presidium betekent namelijk altijd een meerderheid in de raad.

De gang van zaken eergisteren is daar een treffend voorbeeld van. Immers, het voorstel om de openbaarheid van presidium vergadering af te schaffen was al in het presidium besproken en had daar een meerderheid gehaald. (VVD, CDA, D66, PvdA en CU/SGP)

Door een afwezige in het meerderheidskamp zouden normaliter de stemmen gestaakt hebben en het voorstel dus niet worden aangenomen.

Dus om de meerderheid tegemoet de komen veinsde Michel de Jong dat hij hoognodig naar het toilet moest, zodat er (dank zij zijn afwezigheid) opnieuw een meerderheid ontstond, zodat het voorstel toch kon worden aangenomen.

Zodra de stemming voorbij was , meldde De Jong zich weer voor het verdere verloop van de vergadering.

Eén en ander verklaart ook het plichtmatig verzet van de minderheid. Als de kwestie in  het presidium is besproken en de koppen zijn daar geteld, dan weet de minderheid ook, dat het geen enkele zin heeft om in de openbare vergadering te proberen en deel van de meerheid te overtuigen van haar gelijk.

Kortom, de echte besluiten worden genomen tijdens de presidium vergaderingen en wat er daarna volgt, is niet meer dan wat theatraal gedoe.

Vanaf afgelopen dinsdag worden die besluiten dus, buiten het zicht van iedereen, achter gesloten deuren genomen, waarna ze vervolgens (voor de vorm) in het openbaar worden bekrachtigd.

Het is de logische en voorspelbare uitkomst van het afschaffen van de oppositie in ruil voor een raadsbreed akkoord.