Bedrijfsgevoelige informatie.

spionIk wist niet beter of de uitgifte van grond in het recreatieoord zou (net als bij SWL) onder erfpacht plaatsvinden. Het lokkertje voor de ontwikkelaars zou volgens wethouder de Jong inhouden, dat de grond 30 jaar lang vrij van erfpacht zou worden aangeboden.

Met behulp van die kostenbesparing zou de ontwikkelaar leuke dingen voor de gemeente moeten kunnen doen.

Inmiddels weten we beter. Namelijk dat de grond is verkocht. Wat we niet mogen weten is tegen welke prijs, omdat dit indruist tegen de financiële belangen van de gemeente.

De verkoop van grond is een bevoegdheid van het college. Die bevoegdheid is beperkt, in het geval dat “het uitoefenen van die bevoegdheid ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente”. In het laatste geval neemt het college geen besluit dan nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen.  Artikel 196.4 van de gemeente wet.

Ik kan hier niet anders uit opmaken, dan dat het toenmalige college (onder leiding van burgemeester Baas) de raad op de hoogte had moeten stellen van haar plan de grond te verkopen in plaats van in erfpacht uit te geven.

Aangezien dat niet is gebeurd zou je het college wetteloos gedrag zou kunnen verwijten, maar dat maakt alleen indruk als haar toezichthouder (de gemeenteraad) dat zou doen.

Die ziet het echter niet als haar taak om er op toe te zien of het college haar wettelijke verplichtingen nakomt. Zoals de raad ook nooit geïnteresseerd is geweest in wat de grondverkoop zou kunnen opbrengen. Men stelde zich tevreden met de mededeling, dat uit de opbrengst van de grondverkoop, de herinrichting van het overblijvende deel van het recreatieoord betaald zou kunnen worden.

En dus verkoopt het college grond (met een “straatwaarde” van 20 miljoen) aan een ontwikkelaar voor een onbekend bedrag. Een ontwikkelaar die geen ervaring heeft met projecten van deze omvang, beschikt over een eigen vermogen van € 201,- en waarvan de solvabiliteit niet kan worden aangetoond. Maar die wel wel kan beschikken over een garantie ter waarde van € 1.000.000,- . (!)

Het moet van meet af aan duidelijk zijn geweest dat deze combinatie niet meer kon zijn dan een tussenpersoon. Dat roept de vraag op, waarom de gemeente zich tevreden stelde met onderhandelingen met een tussenpersoon en niet met de toekomstige eigenaar.

Pogingen om (met behulp van de WOB) inzicht te krijgen in de waarde van de door Orez bv te leveren prestatie zijn mislukt, omdat de gemeente een dergelijke waardebepaling  kennelijk niet heeft gemaakt. Hetzelfde geldt voor de aankoopprijzen voor de grond die in de overeenkomt met Orez zijn weg gelakt omdat ze (volgens de gemeente) betrekking hebben op bedrijfsgevoelige gegeven. Zo bedrijfsgevoelig dat ze via het kadaster zijn op te vragen.

 

Beweegredenen.

De vraag die niemand lijkt te interesseren , maar die mij fascineert, is deze:

“Welk gemeentelijk belang was er in 2015 mee gediend, dat de raad (nadat ze eenmaal een “go” beslissing had genomen), tijdens het verdere proces niet meer bij de besluitvorming zou worden betrokken?”

Er was één raadslid die zijn stem daar tegen verhief, Hans Langbroek, maar zijn voorstel om het collegevoorstel niet over te nemen werd door elke andere partij verworpen.

Nu we de uitkomst van het proces weten, zouden de politieke partijen, die destijds voorstander waren van het collegevoorstel, tenminste de beleefdheid moeten kunnen opbrengen om ons (kiezers) uit te leggen, waarom zij destijds voor het collegevoorstel stemden.

Een voorstel dat er op neerkwam, dat de raad er van zou afzien gebruik te maken van de bevoegdheden die haar krachtens artikel 169.4 van de gemeentewet toebehoorden.

Maar niet alleen de partijen zouden die beleefdheid moeten kunnen opbrengen, ook het college.

Welk gemeentelijk belang was er (volgens het college) mee gediend, dat de raad haar bevoegdheden niet zou uitoefenen?

Hoewel niemand van het huidige college betrokken is geweest bij het voorstel dat in 2015 is gedaan, moeten de beweegredenen, die in 2015 leiden tot het doen van het voorstel, te achterhalen zijn. In ieder geval is de ambtenaar, die het college destijds adviseerde, nog tot november in dienst van de gemeente.

Ik denk dat maar weinig inwoners van Enkhuizen beseffen, dat het eigendom van de niet verhuurde delen van het recreatieoord (dank zij de anterieure overeenkomst) in handen is van Droomparken.

Dat is gebeurd zonder dat de raad gebruik heeft kunnen maken van haar bevoegdheid krachtens artikel 169.4, dat luidt;

4. Zij (het college) geven de raad vooraf inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder e, f, g en h, indien de raad daarom verzoekt “of indien de uitoefening ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente. In het laatste geval neemt het college geen besluit dan nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen.”

Dat vraagt om een verklaring van alle betrokkenen. College en politieke partijen. Omdat in het verleden college en raad onwillig waren om een dergelijke verklaring te geven, zou ik u (als inwoner en kiezer) willen aanmoedigen het toch te doen.

Door gebruik te maken van de e-mail deel functie die onder elk bericht op deze site staat. Daarmee kunt u het bericht doorsturen naar personen en instanties die een dergelijke verklaring zouden moeten geven. Eenvoudig door op de knop te klikken en de instructies te volgen.

Relevante personen en instanties zijn:

fractievoorzitters van de in de raad vertegenwoordigde partijen, die zijn te bereiken via   fractievoorzitters@gemeenteraad-enkhuizen.nl 

En de voorzitter van het College van B&W die te bereiken is via eduard.vanzuijlen@enkhuizen.nl

 

Tweedeling.

Hoewel politiek Enkhuizen dolgraag de indruk wil wekken dat, dank zij het raadsbrede akkoord, alle tegenstellingen uit de weg zijn geruimd en het er verder niet meer toe doet op wie we straks gaan stemmen (iedereen is het met iedereen eens), geloof ik daar niet zo in.

Ook het idee van een grote coalitie vind ik geen verbetering. Liever zie ik dat een meerderheid (coalitie) de verantwoordelijkheid neemt voor het bestuur. Terwijl de minderheid (oppositie) aan de bel trekt als het bestuur op het punt staat om onverstandige besluiten te nemen.

Dat wil niet zeggen dat je als oppositie het per definitie oneens bent met wat het bestuur voorstelt, maar wel, dat je kritisch kijkt naar wat er wordt voorgesteld.

Dus coalitie en oppositie, met een taakverdeling die voor iedereen duidelijk zou moeten zijn, omdat ze beiden nu eenmaal onlosmakelijk deel uit maken van het democratisch proces.

Zo’n tweedeling (coalitie/oppositie) vergemakkelijkt het maken van een keuze. De vraag is alleen, waarop is die tweedeling gebaseerd?

De gebruikelijke tweedeling is natuurlijk links/rechts. Aanvankelijk werd daarmee het onderscheid tussen liberalen en  confessionelen aangeduid. Later stond links/rechts voor de tegenstelling tussen socialisten en liberalen, terwijl er weer later werd gesproken van een tegenstelling tussen progressief/conservatief.

Elke tweedeling is subjectief en bovendien groeien inzichten in de loop der tijden naar elkaar toe. Het heeft dus zin om na te denken over wat de basis van een nieuwe tweedeling zou kunnen zijn. Mijn idee is een tweedeling op basis van bureaucratische en democratische aanpak.

Bureaucratie heeft in de loop der tijden een slechte naam gekregen, maar dat is niet helemaal terecht. Een bureaucratie is een strak gereglementeerde organisatie waarin deskundigheid en onpartijdigheid (normaal gesproken) zijn geborgd.

Voor democratische partijen is de “volkswil” alles bepalend en om die reden zijn ze ook voorstander van directe volksraadpleging door middel van referenda. De SP, de PVV en FvD zijn op basis van die tweedeling dus democratische partijen. Ook de lokale partijen zijn meestal voorstander van een meer directe vorm van democratie.

Tegenover deze democratische partijen staan dan de traditionele, meer bureaucratisch ingestelde partijen, die geen voorstander zijn van directe democratie, maar menen dat de besluitvorming beter kan worden overgelaten aan gekozen afgevaardigden.

Bureaucratische partijen menen ook, dat er een niet onbelangrijke rol is weggelegd voor wat men gewoonlijk het maatschappelijke middenveld noemt.

Beide systemen hebben voor en nadelen. Een overmaat aan directe democratie is net zo min wenselijk als een overmaat aan bureaucratie. Het vinden van de juiste balans lijkt me een taak van de kiezer en niet van een ambtelijke werkgroep.

Het belang van de tweedeling is dat het de kiezer aanmoedigt om na te denken over zijn keuze tussen een bureaucratische en democratische aanpak. Om vervolgens een partij te kiezen die zo’n aanpak onderschrijft.

Op basis van het onderscheid tussen een bureaucratische en democratische aanpak kom je in Enkhuizen op een coalitie van bureaucratische (landelijke) partijen. De oppositie zou in dat geval worden gevormd door de SP en de drie lokale partijen.

Zoals er binnen een coalitie wordt samengewerkt zou er ook binnen een oppositie samen moeten worden gewerkt.

Recentelijk is duidelijk geworden, dat de lokale “bureaucratische” partijen een totaal andere opvattingen hebben over de openbaarheid van bestuur, dan de “democratische” partijen in de Enkhuizer raad.

Wat mij betreft een principieel verschil, dat voor de “democratische” partijen reden zou moeten zijn om zich te herbezinnen op hun deelname aan de raadsbrede coalitie.

Toverwoorden.

Nu het begrip “transparant” zo langzamerhand zijn glans begint te verliezen, wordt het tijd voor een nieuw woord, waarmee de goedgelovige kiezer om de tuin kan worden geleid. De keuze lijkt te zijn gevallen op “burgerparticipatie”, waarmee onze bureaucraten deelname aan de besluitvorming (door de burger) in het vooruitzicht stellen.

Net zo min als bureaucraten transparantie een goed idee vinden, stellen ze deelname aan de besluitvorming door burgers niet op prijs.

Dat is geen kwaadwilligheid, maar een bureaucratie heeft nu eenmaal zijn eigen wetten en normen met behulp waarvan men zich staande tracht te houden. Begrippen als transparantie en burgerparticipatie staan daarmee op gespannen voet.

In Enkhuizen leidt elk WOB verzoek als snel tot de conclusie dat de gemeente relevante documenten heeft achtergehouden, waarmee men niet alleen de wet niet uitvoert, maar ook de Enkhuizer visie op transparantie definieert.

Men is transparant, maar alleen voor zover de eigen tekortkomingen niet worden blootgelegd.

Ten aanzien van burgerparticipatie, voormalig burgemeester Baas had daar een helder  standpunt over. De ambtelijke molens konden alleen maar doorgaan met malen als een raadsmeerderheid daar mee instemde.

In zijn ogen telde alleen de opvatting van de 17 raadsleden en deden de opvattingen van anderen niet ter zake. Vanwege het feit dat ze geen rol spelen bij de besluitvorming. Het streven was dus het verkrijgen van een meerderheid voor het collegestandpunt. Hoe die meerderheid tot stand kwam was van ondergeschikt belang. Alleen het resultaat telde.

Volgens mij hebben (in Enkhuizen) de 17 raadsleden deze gedachtegang in hun hart gesloten. Maar zelfs als ze het zouden ontkennen, dan nog gedragen ze zich er naar.

Men was (na de laatste verkiezingen) nog niet gekozen of men trok zich terug in de eigen (beschutte) kring van raadsleden onder elkaar.

Hoe kun je als burger deelnemen aan een proces, als de raadsleden aard en omvang van een proces (in dit geval de vlucht in een raadsbreed akkoord) zorgvuldig voor de kiezer verborgen houden?

En pas na afloop het resultaat van hun besloten overleg meedelen.

Burgerparticipatie kan alleen slagen als er een structurele bereidheid bestaat om vooraf informatie met de burger te delen.

Het delen van kennis is niet in het belang van onze voltijd-bureaucraten (zoals college en ambtenaren).

Zoals het evenmin in het belang is van onze deeltijd-bureaucraten (zoals onze raadsleden).

Om de simpele reden dat kennis = macht en het “delen van kennis” dus neerkomt op een verlies van macht.

Terwijl het doel van politiek is, behoud en uitbreiden van macht.

De fractie van Nieuw Enkhuizen doet op haar website maandelijks verslag over de gebeurtenissen van de aflopen maand en is daarmee een voorbeeld voor de andere fracties, die zich zelfs die moeite niet getroosten.

Maar een verslag achteraf vormt geen basis voor burgerparticipatie. Daarvoor dient de burger vooraf en actief te worden geïnformeerd.

Als zelfs de raad vaak pas in een laat stadium wordt geïnformeerd, dan zal dat voor wat betreft de burger niet veel beter zijn.

Zodat uiteindelijk zal blijken, dat  “burgerparticipatie” (net als “transparantie”) politieke toverwoorden zijn zonder  inhoudelijke betekenis.

Een ander de schuld geven

Fractievoorzitter Jan Raven (NE) schrijft iedere maand een politieke beschouwing over de gebeurtenissen in de voorafgaande maand.

In september heeft hij (samen met andere lokale partijen in oostelijk West-Friesland) een vergadering bezocht die klaarblijkelijk georganiseerd was door burgemeester Blase van Heerhugowaard. Blase is woordvoerder van de pas opgerichte beweging Code Oranje en was gisteravond te gast bij Jeroen Pauw.

Code Oranje wil af van het klassieke coalitie/oppositie denken, zoals dat kennelijk reeds in Tubbergen en Etten-Leur het geval is en dat in Enkhuizen ook de grote boosdoener is.

Raven formuleert het probleem zo,

De afstand tussen burger en politiek wordt steeds groter en de burger steeds mondiger.

Klopt, en die afstand zal alleen maar groter worden als onze lokale politici zich blijven opstellen zoals zij nu doen.

En dat is elk debat, over welk onderwerp dan ook, ontwijken. Met uitzondering van de SP heeft geen enkele politieke stroming ook maar geprobeerd een debat te organiseren over welk onderwerp dan ook.

Correctie, de VVD heeft ooit eens een vergadering belegd toen ze drie dagen later de “go” dan wel “no go” beslissing moesten nemen (over opwaardering van het REZ) en de VVD raadsleden niet wisten welke beslissing ze moesten nemen.

Maar dat was een uitzonderlijke situatie, gewoonlijk weet men (vanwege de informatie die de bureaucratie heeft verstrekt) precies wat men moet doen en is consultatie van de gewone burger niet nodig.

Alleen, nu steeds vaker blijkt, dat de informatie verstrekt door de vol-tijd bureaucraten (zoals ambtenaren en het college) niet altijd even betrouwbaar is en er (te vaak) dingen mis blijven gaan, ontstaat er de noodzaak voor een nieuwe schaamlap waarachter men het eigen onvermogen kan verbergen.

En die schaamlap heet burgerparticipatie. Zodat, als er iets mis gaat, je als politicus de handen in onschuld kan blijven wassen en je de verantwoording bij de gewone burger neer kunt leggen.