Wensdenken

Het raadsvoorstel “vaststellen van de gewijzigde regeling bestemmingsplan Enkhuizerzand en IJsselmeergebied”, dat op 15 september in de commissie grondgebied zou worden behandeld, komt de volgend alinea voor.

Ook heeft OREZ een uitgebreid participatieproces doorlopen waarvan u de uitkomst is gepresenteerd. Bij de voorbereiding van het voorliggende besluit is hieraan dan ook nadrukkelijk aandacht besteed en is hiermee rekening gehouden, zodat moet worden aangenomen dat het draagvlak voor de invulling van het plangebied hiermee in belangrijke mate is vergroot.

De commisie is inmiddels verdaagd naar 22 september. Dat is een week voordat de raad een besluit zal nemen over dit belangrijke bestemmingsplan.

Ik beperk me even tot het “uitgebreide participatieproces” dat is doorlopen. De uitkomst ervan is aan de raad gepresenteerd en men neemt aan dat hierdoor het draagvlak aanzienlijk is toegenomen.

Het proces bestond uit een drietal bijeenkomsten op zaterdag, waarvan de derde (wegens corona) werd omgezet in een telefonische vergadering. De eerste ging globaal over de parkinrichting. De tweede over de inrichting van de zogenaamde openbare ruimte.

Ik begrijp, dat 30 inwoners zich hadden aangemeld en er uiteindelijk slechts 13 hebben meegedaan. Als ik goed heb geteld deden er meer door Droomparken aangestelde deskundigen mee aan het particpatieproject, dan participerende inwoners van Enkhuizen.

Dat er als gevolg van beide zaterdagen een breder draagvlak zal zijn onstaan lijkt me dan ook het product van wensdenken door politici. Een commercieel denkend bedrijf als Droomparken is uiteraard niet te beroerd om te helpen deze illusie in stand te houden en te ondersteunen. Met behulp van een mooie folder waarin de voordelen van een villapark worden bezongen.

Echter, de opmerking over een vergroot draagvlak is alleen maar bedoeld om de raad een argument in handen te geven, waarmee ze zichzelf kan overtuigen, dat ze er goed aan heeft gedaan om elke vorm van toezicht (op de manier waarop de overeenkomst met Orez tot stand is gekomen) achterwege te laten.

Maar in plaats van zich zelfgenoegzaam rond te wentelen in een verondersteld toegenomen draagvlak, doet de raad er (naar mijn mening) veel verstandiger aan om zich te verdiepen in hetgeen er wél is gewijzigd.

Namelijk, dat er (door toedoen van de provincie) 40 woningen minder kunnen worden gebouwd dan de gemeente met Orez was overeengekomen. Goed voor een omzet van minstens 12 miljoen euro, wat (bij een winst van 10% over de omzet) betekent dat Droomparken genoegen zal moeten nemen met ruim een miljoen minder winst.

Wat geleid heeft tot een vernieuwde anterieure overeenkomst tussen Orez en de gemeente, waarvan de inhoud, zoals gebruikelijk, niet bekend is gemaakt. Zodat we niet weten of Orez genoegen heeft genomen met ruim een miljoen minder winst, of dat de gemeente zich geroepen voelde om Droomparken (op een of andere manier) te compenseren vanwege het niet kunnen nakomen van haar eerdere aangegane verplichtingen. (200 woningen)

Mijn inschatting is dat alle benodigde grond om niet zal worden overgedragen aan Orez BV, maar met zekerheid kan dat niet worden gezegd. Het betreffende document maakt geen deel uit van de stukken.

Als commissieleden de moeite zouden nemen om te vragen naar de inhoud van de anterieure overeenkomst (wat bijzonder zou zijn) dan zal die inhoud hen vertrouwelijk worden verstrekt.

Voor veel commissieleden zal dat een bevestiging inhouden van het belang van hun functie. Zij mogen namelijk iets weten wat anderen niet mogen weten. Een vleiende gedachte, die vrijwel elk commissielid zal doen besluiten om de (door het college opgedrongen) vertrouwelijkheid te honoreren.

Een beroep op de wet openbaarheid van bestuur kan alleen maar falen, omdat de commerciele belangen van Orez (naar oordeel van B&W) nu eenmaal altijd veel zwaarder wegen, dan het belang van openbaarheid van bestuur.

Enfin, de vergadering van afgelopen dinsdag is (wegens de zoveelste storing van de apparatuur) verschoven naar aankomende dinsdag. Wat betekent, dat u kunt beluisteren welke commissieleden zich zullen overgeven aan wensdenken en welke op zoek gaan naar de waarheid.

Mijn inschatting (op basis van jarenlange ervaring) is, dat de hele commissie zich te buiten zal gaan aan het wensdenken

Vertrouwelijk.

Ik heb twee documenten ter inzage gevraagd. De exploitatieopzet die het college zou doen besluiten de herinrichting van het REZ (onder voorbehoud) te gunnen aan Orez bv.

Het taxatierapport, dat tot doel had het voorbehoud op te heffen, als mocht blijken, dat de ramingen in de exploitatieopzet marktconform waren.

Reden voor de weigering inzage te geven in de exploitatieopzet was, volgens het college, dat de in de opzet verstrekte financiële gegevens betrekking hadden op bedrijfsgevoelige gegevens, die zodanig met bedrijfsbelangen van derde belanghebbende verweven waren, dat ze een vertrouwelijk karakter genoten en op basis van vertrouwelijkheid waren verstrekt.

De beoogd uitvoerder van de exploitatieopzet was Orez bv. Deze bv had geen personeel. Veel werk, dat ze op grond van haar overeenkomst met de gemeente zou moeten uitvoeren, zou derhalve uitbesteed dienen te worden aan bedrijven die geen deel uitmaakten van het consortium.

De exploitatieopzet bestaat een verzameling ramingen. Als bedrijven buiten het consortium niet bekend gemaakt willen zien, tegen welke prijs ze ooit bereid waren om de werkzaamheden uit te voeren, dan volstaat het om hun naam weg te lakken uit het overzicht van ramingen.

Dat geldt overigens niet voor de werkzaamheden uitgevoerd door de bedrijven die wel deel uitmaakten van het consortium. Hun ramingen blijven gewoon vermeld in de exploitatieopzet.

Daarmee is het belangrijkst bezwaar tegen openbaarmaking weggenomen, dunkt me.

Als enige deelnemen aan een onderhandse gunning en tegelijkertijd ook nog eisen dat je bieding vertrouwelijk moet blijven, lijkt me net iets te veel van het goede. Orez wist, dat zolang haar ramingen binnen redelijke grenzen zouden blijven, ze er verzekerd van was de opdracht te krijgen.

Dan ook nog geheim willen houden tegen welke prijs, zou vanuit gemeentelijk oogpunt onaanvaardbaar moeten zijn.

Niet onbelangrijk is de vraag of het college de raad destijds de exploitatieopzet ter inzage heeft gegeven, met het verzoek de inhoud als vertrouwelijk te beschouwen. Mijn indruk is, dat dit niet het geval is geweest en de raad ook dit document nooit onder ogen heeft gekregen.

In dat geval is het zaak, dat de raad alsnog (op basis van vertrouwelijkheid) om inzage vraagt. Zodat ze kan vaststellen of het daadwerkelijk noodzakelijk is dat de exploitatieopzet vertrouwelijk blijft.

Voor wat betreft de weg naar openbaarheid is er een klein verschil tussen geheim en vertrouwelijk. Bij geheim ligt het initiatief bij het college, dat moet komen met een raadsvoorstel om de geheimhoudingsplicht te bekrachtigen.

Bij vertrouwelijk ligt het initiatief bij de raad. Dat door middel van een motie vreemd aan de orde van de dag, het college moet opdragen de vertrouwelijke status op te heffen en de exploitatieopzet, al dan niet met weggelakte namen van derden, ter inzage te geven.

Opheffen of bekrachtigen.

Mijn Wob verzoek betrof inzage in de door P. Tuin ingediende exploitatieopzet die het college deed besluiten om (onder voorbehoud) de opdracht aan Orez bv te gunnen.

Volgens het college bevat deze opzet financiële gegevens, die zodanig met de bedrijfsgevoelige gegevens van een derde belanghebbende (P. Tuin cs ???) verweven zijn, dat ze een vertrouwelijk karakter genieten en vertrouwelijk zijn verstrekt.

Vervolgens kent het college een groter gewicht toe aan de bedrijfsbelangen van de derde belanghebbende, dan aan het algemeen belang van openbaarmaking van de gegevens.

Tegen deze opvatting van het college zal ik bezwaar aantekenen.

Dan volgt een hoorzitting waarin ik mijn bezwaar kan toelichten, waarna het college een besluit neemt. Ze kan blijven vasthouden aan haar oorspronkelijke standpunt (geen inzage), dan wel daarop terugkomen.

Vasthouden aan het oorspronkelijke standpunt is de meest gebruikelijke gang van zaken, waarna weer een volgende stap kan worden gezet in het juridische proces. De bestuursrechter. Tegen diens uitspraak kan ook nog hoger beroep worden aangetekend bij de Raad van State.

Er is echter ook een veel eenvoudiger, politieke, weg mogelijk.

Het college heeft de exploitatieopzet op juistheid laten controleren (zelf spreekt men van taxatie). Hierin wordt door een extern bedrijf bevestigd, dat Tuin’s ramingen marktconform zijn. Een nogal voorspelbare uitkomst.

Eigenlijk is het taxatierapport een soort kopie van de exploitatieopzet. De taxateur kan namelijk niet anders dan dezelfde werkomschrijving gebruiken als Tuin cs heeft gebruikt. Doet hij dat niet, dan zal hem worden verweten appels met peren te vergelijken. Kortom, de exploitatieopzet en het taxatierapport zijn min of meer varianten op hetzelfde thema. De raming van de kosten en baten.

Daarbij komt, dat Tuin cs wisten, dat de concessie hun niet kon ontgaan, zo lang als ze met hun ramingen binnen acceptabele grenzen zouden blijven.

Omdat het taxatierapport in zekere opzicht een kopie is van de exploitatieopzet verklaart het college ook dit document geheim. Voor geheimverklaring gelden echter wettelijk vastgelegde regels. Zolang de raad geen inzage vraagt in een (door het college) geheim verklaart document, merkt niemands iets van de geheimverklaring.

Vraagt de raad wel om inzage, dan wordt die verstrekt, onder het opleggen geheimhouding. Maar de raad dient wel wel, bij eerstvolgende vergadering, de opgelegde geheimhouding te bekrachtigen.

Omdat geen enkel raadslid tot dusver heeft gevraagd om het taxatierapport te mogen inzien, is het nog steeds geheim en kan het college dus ook weigeren om het mij ter inzage te geven. Echter, sinds kort is de Raad van State van mening, dat een verzoek om inzage (in een geheim document) beschouwd moet worden als een verzoek tot opheffing van de geheimhouding.

De consequentie daarvan is volgens mij, dat het door het college geheim verklaarde taxatierapport aan de raad moet worden voorgelegd, met het verzoek om de (door het college opgelegde geheimhouding) te bekrachtigen.

Deze politieke weg, waarin de raad de verantwoording op zich neemt die haar toebehoord, is aanzienlijk vlugger dan de juridische weg en heeft dan ook mijn voorkeur.

Als de raad besluit de geheimhouding van het taxatierapport op te heffen, dan heeft de weigering de exploitatieopzet ter inzage te geven eigenlijk geen zin meer, maar het college kan uiteraard volharden en op die manier nog steeds een gang naar de rechter noodzakelijk maken.

Maar goed, hoewel dit allemaal droge kost is en lang niet iedereen zal boeien, leek het me goed om met mijn lezers te delen, wat er allemaal gedaan moet worden om tot openbaar bestuur te komen. Omdat lang niet alle raadsleden mijn blog lezen, deel ik vanaf nu al mijn beschouwingen (over dit onderwerp) niet alleen met mijn lezers, maar ook met de leden van raad.

A=B+C+D+E

Veel mensen kunnen zich bij een exploitatieopzet niets voorstellen en begrijpen daarom ook niet wat voor bewijs dat kan opleveren. Daarom deze poging tot bewijs met behulp van een algebraïsche vergelijking.

A=B+C+D+E

Waarbij A de opbrengst is uit de verkoop van bouwrijp gemaakte grond, die verkocht wordt aan een grondexploitant. Die de vervolgens de grond opdeelt in kavels en die (samen met een bouwopdracht voor een chalet) verkoopt aan particulieren.

Die grondexploitant is waarschijnlijk niet Droomparken, maar een van de vele BV’s waarvan de heer Vos eigenaar is. Droomparken houdt zich, volgens mij, alleen bezig met parkbeheer en de verhuur van woningen.

De vergelijking is dus dat A (de opbrengst van bouwrijpe grond) gelijk aan is aan de som van B,C,D en E.

  • B = kosten aanschafprijs grond.
  • C = kosten van het bouwrijp maken.
  • D = kosten van het aanleggen van een strand.
  • E = kosten van een redelijk rendement.

Als C daalt en D gelijk blijft, dan kunnen B of E stijgen met hetzelfde bedrag als waarmee C is gedaald. Dus als de kosten van het bouwrijp maken met miljoenen dalen, dan kan aanschafprijs van de grond met net zoveel miljoenen stijgen. Of en dat kan ook, het door Orez te behalen rendement met miljoenen stijgen.

Ook D kan dalen. Er is een bezwaar ingediend tegen de aanleg van een baai. Ook de bereidheid tot medewerking van RWS wordt in twijfel getrokken.

Als er alleen een strand langs de bestaande kustlijn wordt aangelegd dan dalen de kosten van D en stijgen B of E navenant.

Hoewel dus B of E kunnen stijgen is de praktijk tot dusver dat alleen E stijgt. Ofwel het rendement van Orez en dat B (de grondprijs) blijft wat eerder was overeengekomen.

Dat C (de kosten van het bouwrijp maken) lager zijn dan oorspronkelijk was begroot kan iedereen vaststellen die het oude met het nieuwe plan vergelijkt. Geen dure landtongen, dure beschoeiingen en dure conventionele bouw.

Maar een veel eenvoudiger terrein indeling met prefab woningen.

De bij A,B,C,D en E horende bedragen staan in exploitatieopzet en hoewel de opdracht is gegund, weigert de gemeente ze openbaar te maken. Zogenaamd omdat ze bedrijfsgevoelige gegevens bevatten.

Onzin, het zijn schattingen van opbrengsten en kosten die elke ontwikkelaar maakt en die nadat de opdracht is verstrekt, gewoon openbaar kunnen worden gemaakt.

Totale plaatje

Mevrouw Keesman (SP) laat de krant weten, dat mijn redenaties “te kort door de bocht zijn”. In haar ogen gaat het niet alleen om de grondprijs, maar om het totaalpakket. (NHD van j.l. donderdag)

Tekort door de bocht? Je moet maar durven. Ik heb me in het openbaar meer dan 300 keer over het REZ uitgesproken, zij misschien 10 keer, dus wie gaat er dan kort door de bocht? Ik?

En hoewel ze het heeft over het totale plaatje heb ik niet echt de indruk dat zij, maar ook de rest van de raad, door hebben welke opdracht het college aan Orez heeft gegeven.

Orez bv is een ontwikkelingsmaatschappij. Dat wil zeggen, ze koopt grond, maakt die grond bouwrijp en verdeelt haar in kavels. Waarna ze die grond verkoopt aan een grondexploitant, die de kavels, met een bijbehorende bouwopdracht doorverkoopt aan particulieren.

De exploitatieopzet van Orez zal dus bestaan uit een geraamde verkoopprijs, in rekening te brengen aan de grondexploitant. De kosten van het bouwrijp maken en een redelijke winstopslag (als percentage van de kosten voor het bouwrijp maken).

Blijft over het verschil tussen kosten en baten, wat tevens de prijs is waartegen de grond kan worden aangeschaft.

Hoewel de gemeente tamelijk wanhopig trachtte haar verkoopprijs geheim te houden, weten we inmiddels dat dat die € 335.000,- bedroeg.

Er zijn in de exploitatieopzet dus twee belangrijke variabelen. De verkoopprijs van de bouwrijp gemaakte grond aan de grondexploitant en de kosten van het bouwrijp maken. De verkoopprijzen van grondexploitanten bewegen zich tussen de € 300,- en € 400,-per m2.

Wat hun inkoopprijs voor bouwrijpe grond is weet ik niet, maar een beetje marktonderzoeker komt daar vrij snel achter. In ieder geval had de gemeente dat moeten weten. Anders verkoop je iets waar je de waarde niet van kent.

De gemeente beweert dat ze jarenlang marktonderzoek heeft gedaan en daarom is het absurd om te veronderstellen, dat ze, om de exploitatieopzet van Orez te kunnen beoordelen afhankelijk zou zijn geweest van hetgeen Orez haar als “vertrouwelijk” informatie had laten weten.

Waardoor ze, vanwege die vertrouwelijk verstrekt informatie, geen inzage kan geven in de exploitatieopzet van Orez.

De tweede belangrijke variabele in de exploitatieopzet zijn de kosten van het bouwrijp maken. Zelfs mevrouw Keesman moet in staat zijn te beoordelen, dat de kosten van bouwrijp maken in het plan Vesting 2.0 aanzienlijk hoger zijn dan het plan dat nu zal worden uitgevoerd. Hoeveel? Weet ik niet, maar ik schat dat het een kwestie van miljoenen is. Maar wat let mevrouw Keesman het college te vragen hoe groot het verschil is en op basis van welke berekening.

In haar ogen is het niet nodig alles te weten, maar dit lijkt me vitale informatie om te kunnen vaststellen wie er aan het kortste eind heeft getrokken.

Ik heb al gezegd, dat in de exploitatieopzet van Orez de kostenzijde uit grofweg drie posten bestaat. Aanschafprijs, kosten bouwrijp maken, winst. Als de kosten van bouwrijp maken dalen en de aanschafprijs gelijk blijft dan kan die winst alleen maar stijgen. Keesman, eigenaar van een administratiekantoor, zou in staat moeten zijn om deze eenvoudige vergelijking te begrijpen.

Dus ziehier MIJN totale plaatje. De conclusies, die daar uit getrokken kunnen worden, zijn volgens mij;

  • Er zijn geen objectieve redenen die voortzetting van de geheimhouding van de exploitatieopzet rechtvaardigen.
  • De daling van de kosten van bouwrijp maken in het nieuwe plan had gebruikt moeten worden om de aanschafprijs voor de grond te verhogen en niet om de winst van Orez te vergroten.
  • De jarenlange “stonewalling” en het negeren van mijn blog, heeft er niet toe geleid, dat de besluitvorming van de Enkhuizer raad er beter op is geworden, maar eerder het tegenovergestelde.

Ik ben benieuwd welk “Totaalplaatje” Keesman en de SP daar tegenover willen stellen. Uiteraard op hun eigen blog.

Rendement of bieding.

Naast Raven (NE) en Keesman (SP) hebben nog er twee fractievoorzitters de vragen beantwoord van de verslaggeefster van het NHD.

Freek Jans (HEA) en Jan van der Werf (CDA). Jans laat weten dat hij kwestie gaat bespreken. Of hij de steunfractie bedoelt of het Presidium is niet duidelijk.

Mijn vraag aan de raad was, beoordeel in september of geheimhouding nog van toepassing is. Ik had daarvoor een trucje bedacht. Vraag eerst om inzage, dan is het besluit tot geheimhouding ook op de raad van toepassing en dient die (bij eerste gelegenheid) een besluit te nemen of ze die geheimhouding wil bekrachtigen.

Inmiddels is me duidelijk (op basis van een uitspraak van de RvS) dat dit trucje niet nodig is. Een WOB verzoek naar documenten waarop geheimhouding rust, dient tevens beschouwt te worden als een verzoek tot opheffing (van die geheimhouding). Wat in mijn ogen het college er toe dwingt de geheimhouding zelf op te heffen, dan wel de raad het besluit voor te leggen de geheimhouding te bekrachtigen.

Met andere woorden, overleg met de steunfractie heeft niet zoveel zin. Waar hij over zou willen praten is namelijk geheim en alleen hij kan besluiten of dit een geheim moet blijven.

Alleen van der Werf geeft een antwoord dat hoop geeft. Hij zegt dat niet alles onmiddellijk openbaar hoeft te zijn. Daarin geef ik hem gelijk, zolang het gewone stervelingen betreft. Maar niet waar het raadsleden betreft.

Zodra een raadslid te horen krijgt dat iets geheim is, dan zou zijn eerste reactie moeten zijn, o ja, dan wil ik nu weten wat dat geheim is. Raadsleden hebben er recht op te weten wat geheim is, anders kunnen ze taak als toezichthouder niet naar behoren uitvoeren.

Veel raadsleden reageren precies omgekeerd en denken dat de geheimhouding henzelf betreft en ze dus geen recht op kennisname hebben. Dat hebben ze wel en dank zij dat recht kunnen ze (als hoogste instantie) beoordelen of de geheimhouding terecht is opgelegd of slechts een poging van het college is om de eigen fouten (en die van de ambtelijke organisatie) te maskeren.

Verder deel ik zijn verklaring voor de extreem lage grondprijs niet, want dat is een functie van de exploitatieopzet die Orez indiende (en we niet mogen inzien).

De extreem lage grondprijs is het gevolg van de extreem hoge kosten voor het bouwrijp maken van het plan Vesting 2.0.

De overeenkomst met Orez werd gesloten op basis van plan Vesting 2.0, waartegen echter zoveel bezwaren werden ingebracht, dat het college besloot het te vervangen door een heel ander plan (met aanzienlijk lagere kosten voor het bouwrijp maken).

Dit verschil in kosten, dat naar mijn overtuiging makkelijk in de miljoenen kan lopen, is gebruikt om het rendement van Droomparken te verhogen en niet om de bieding voor de concessie (ofwel de grondprijs) te verhogen en dat is wat het college tot dusver geheim probeert te houden.

Onderhandse gunning.

Wat we natuurlijk niet uit het oog mogen verliezen is, dat bij het verlenen van de concessie (herinrichting van het REZ) er ook een verschil van opvattingen was in ideologische opzicht.

Verklaard scepticus ten aanzien van de marktwerking, de SP, was destijds ook de voornaamste pleitbezorger voor een “onderhandse gunning”. Waarbij voormalig SP raadslid Fokke Snoeck een nogal opvallende rol speelde.

Het besluit om tot onderhandse gunning over te gaan werd met de kleinst mogelijke meerderheid (1 stem) genomen. Daarom komt het niet helemaal als verrassing, dat de SP zich verzet tegen mijn conclusie, dat de door haar zo gekoesterde “onderhandse gunning” de gemeente miljoenen heeft gekost.

Waarbij de door het college gekozen uitwerking van die gunning, het volledig buitensluiten van de raad, volkomen verkeerd heeft uitgepakt.

Keesman laat de krant optekenen, “Je kunt wel alles opvragen, maar heeft dat meerwaarde? Het eindresultaat telt, niet alleen de grondprijs. Het gaat om het totaal pakket”.

Om te beginnen heb ik niet alles opgevraagd maar slechts twee documenten.

Het eerste document betrof de exploitatieopzet die door Orez was gemaakt. Ze bestond uit een verzameling van ramingen van opbrengsten en ramingen van kosten. Wat uiteindelijk resulteerde in de door Orez gedane bieding. Ofwel de maximaal haalbare grondprijs.

Het tweede document was feitelijk een beoordeling van de door Orez gemaakte ramingen. Die kwamen overeen met die van de externe deskundige, maar of je ze daarom marktconform kunt noemen? Lijkt me eerder begripsverwarring.

Rest de vraag of inzien van beide documenten meerwaarde heeft. Voor mij wel, maar voor de SP en de overige raadsfracties kennelijk niet. Anders zou men wel om inzage hebben gevraagd. Maar die vraag doet niet ter zake.

De vraag die wel ter zake doet is of door openbaarmaking schade kan ontstaan voor de gemeente.

Gegeven het feit, dat zowel de oorspronkelijke ramingen van Orez bv alsmede de taxatie van die ramingen betrekking hebben op een fictieve situatie, die zich niet heeft voorgedaan en zich ook niet zal voordoen, zie ik niet goed in hoe het vrijgeven van die informatie schade toe kan brengen aan de gemeente, anders dan dat de door haar gegeven voorstelling van zaken, op een onwaarheid berust.

Schandalig.

Blij dat het NHD afgelopen donderdag aandacht wilde besteden aan het feit, dat het Enkhuizer college documenten (bij een verzoek om inzage) al gauw geheim, dan wel vertrouwelijk verklaart.

Naar aanleiding van weer zo’n geheimverklaring schreef ik een brief aan het Presidium met het verzoek de opgelegde geheimhouding bij eerste gelegenheid (raadsvergadering in september) te bekrachtigen, dan wel op te heffen.

Feitelijk gaat het hier om een verplichting van de raad, dat als hoogste orgaan van de gemeente het laatste woord heeft inzake het opleggen, dan wel opheffen van geheimhouding.

Het niet nakomen van die verplichting (door de raad) heeft tot gevolg, dat de door het college opgelegde geheimhouding van rechtswege wordt opgeheven.

Gelukkig is in dit land “openbaarheid” nog steeds de norm en is geheimhouding de uitzondering. Hetgeen wat mij betreft, nog lang zo zal blijven.

De krant heeft een aantal fractievoorzitters gevraagd naar hun mening over dit verzoek en uit hun antwoorden wordt duidelijk, dat een aantal van hen geen flauw benul heeft waar het in deze kwestie om gaat.

Raven (NE) laat weten er weinig voor te voelen om er in dit stadium op terug te komen. Waarop wil hij niet terugkomen? Over welke gemaakte keuzes heeft hij het? Er is hem, door middel van mijn brief, alleen gevraagd om een besluit van het college op te heffen, dan wel te bekrachtigen.

Dat is zijn plicht als lid van het hoogste orgaan binnen de gemeente, Als hij en zijn collega’s hun plicht niet willen vervullen, wat nogal eens voorkomt, dan vervalt de geheimhouding die door het college is opgelegd. Zo simpel is het.

Wat Raven bij dit alles wel of niet voelt zal me worst zijn, ik vraag hem alleen maar zijn plicht te doen en een besluit te nemen over geheimhouding.

Wat bedoelt hij door te zeggen, dat de gemeente deze ontwikkeling nooit had kunnen betalen. Weet hij dan wat het aanleggen van een strand kost? Heeft hij het ooit gevraagd? Hij had het kunnen weten als hij inzage had gevraagd in de documenten waar ik nu om gevraagd heb.

De aanlegkosten staan als het goed is (als kostenpost) gewoon vermeld in de exploitatieopzet die Orez heeft ingediend. En zou dat niet de reden zijn waarom mij de inzage is geweigerd.

Ik ben de enige die ooit geprobeerd heeft een kosten/baten analyse te maken Geen enkel raadslid heeft zich daar ooit in verdiept en zich steeds in slaap laten sussen door de verzekering van het college, dat het niets zou kosten.

Met als enig resultaat, dat de opbrengst uit het gebied miljoenen euro’s lager is uitgevallen dan mogelijk zou zijn geweest.

Is het niet zo, dat de kosten van strandaanleg makkelijk betaald had kunnen worden uit de erfpacht opbrengsten van het villapark en de camping. Kortom Raven roept een hoop, maar demonstreert tegelijkertijd heel weinig kennis van zaken en heeft ook nooit enige moeite gedaan om die te verwerven, anders dan door kennis te nemen van de gemeentelijke propaganda.

Nog veel bonter maakt mevrouw Keesman (SP) het, die zich volgens de krant afvraagt welke “meerwaarde” mijn verzoek om inzage heeft.

Dat kan ik mevrouw Keesman pas vertellen, nadat ik inzage heb gekregen in de documenten waarom ik heb gevraag. Dat zijzelf geen inzage heeft gevraagd is mij inmiddels wel duidelijk.

Ze weet dus niet, op basis van welke berekening (exploitatieopzet) de concessie tot de herinrichting van het REZ is gegund aan een bv zonder personeel, zonder ervaring en met een eigen vermogen van € 200,-.

Ze weet evenmin op grond van welke overwegingen het college concludeerde dat het aanbod van Orez marktconform was.

Het verschil tussen mevrouw Keesman en mijzelf is, dat mevrouw Keesman klakkeloos aanneemt, dat alles wat het college beweert waar is en ik (bij twijfel) een onderzoek doe naar de waarheid van de bewering.

En dat ik daarbij met enige regelmaat ontdek, dat die waarheid ver te zoeken is.

En het mooie van dit land is, dat de wetgever mij het recht (en de mogelijkheid) heeft gegeven om dat onderzoek te kunnen doen.

Door inzage vragen in de documenten, op basis waarvan de overheid zegt haar besluiten te hebben genomen.

Dat de lokale overheid dit onderzoek probeert te frustreren door middel van het geheimverklaren van documenten is geen goed voorteken. Dat de raad zich min of meer verplicht voelt om daar aan me te werken, is ronduit schandalig.

Ondermijning.

Het is moeilijk vast te stellen wanneer P. Tuin cs tot de conclusie kwam, dat het voor hun (financieel gezien) aantrekkelijker was om een plan te ontwerpen dat nooit zou worden uitgevoerd, dan een plan te maken dat wel kans van slagen had.

Feit is, dat na het uitbrengen van versie 1.0 van het plan Vesting, er twee jaar is gewerkt aan versie 2.0 zonder dat er ook maar enige poging is ondernomen om tegemoet te komen aan de bezwaren die door het ZZM waren geuit.

Sterker nog, versie 2.0 was nog nadrukkelijker in strijd met de wensen van het ZZM dan versie 1.0.

Als ik er vast van overtuigd ben dat versie 2.0 nooit zal worden uitgevoerd en daarin gelijk heb gekregen, op grond waarvan denken Orez en de gemeente dan, dat ZZM versie 2.0 wel zal accepteren? Of doen ze beiden alleen maar alsof en weten ze in werkelijkheid beter?

Wanneer Droomparken Orez bv overneemt (en daarmee ook haar overeenkomst met de gemeente) schrijf ik op mijn blog dat Droomparken de trotse eigenaar is geworden van een dood paard. Omdat het plan (in mijn ogen) nooit zal worden uitgevoerd.

Die conclusie was juist, het plan werd niet uitgevoerd. Alleen besefte ik op dat moment niet, dat Droomparken geen belang had bij de uitvoering van Vesting 2.0. Vanwege de enorm kostbare uitvoering met landtongen etc.

Waar Droomparken wel belang bij had was de uitvoering van een eigen plan, waarvan de kosten slechts een fractie zouden zijn van wat Orez met de gemeente was overeengekomen.

Omdat de besparing van kosten kon worden opgeteld bij het door Droomparken te behalen rendement, hetgeen tot een aanzienlijke stijging van dat rendement zou leiden.

In dat verband is ook de toespraak, die burgemeester Baas hield bij zijn vertrekt interessant. Hij wees op het gevaar van een geheimzinnige door het ZZM in leven geroepen lobby. Die een bedreiging vormde voor het prachtige plan, dat Enkhuizen en Orez inmiddels met elkaar waren overeengekomen.

Daarmee was op voorhand een schuldige aangewezen in het geval het plan niet zou doorgaan. Met name de SP fractie was overtuigd van de kwade bedoelingen, die het ZZM (met steun van de provincie) koesterde.

Het SP Statenlid Hoogervorst beloofde de kwestie tot op de bodem uit te zullen zoeken. Helaas heeft hij die belofte nooit gestand gedaan. Ook SP raadslid Stolk sprak bij zijn afscheid over mysterieuze krachten in het provincie, die er op uit waren om de Enkhuizer bevolking een prachtig plan te onthouden.

Maar naast deze complottheorie van de SP kun je ook een heel andere theorie overwegen. Een, die op tal van punten wel aansluit bij de werkelijkheid.

Namelijk, dat P. Tuin cs en Droomparken collaboreerden met als oogmerk een mooi, maar qua kosten een uitzonderlijk kostbaar plan te presenteren. Een plan dat bij voorbaat gedoemd was te mislukken, maar juist om die reden heel goed zou zijn te verkopen.

Omdat de koper, na mislukking van het oorspronkelijk plan, zijn eigen plan zou kunnen uitvoeren.

Nadat Orez (vanwege de enorme kosten van realisatie) een uiterst bescheiden bieding had uitgebracht (die door de gemeente werd geaccepteerd) kon Orez overgaan tot verkoop van het plan onder de garantie, dat het nooit zou hoeven worden uitgevoerd.

Omdat dit plan door belanghebbenden zou worden getorpedeerd, waarmee de weg vrij kwam voor een geheel nieuw plan. Waarvan de kosten van uitvoering slechts een fractie zouden zijn van de kosten, waarmee in het vorige plan was gerekend.

Dit verschil in kosten van uitvoering zou vervolgens verdeeld kunnen worden onder de collaborateurs.

Hoewel dit een vrij exacte omschrijving van de gang van zaken is, is dat volgens mij nog geen bewijs, dat collaboratie ook daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Het is niet meer dan een mogelijkheid, waarvan alle betrokkenen nadrukkelijk zullen betwisten er gebruik van te hebben gemaakt.

Het is ook niet mijn taak om dat te bewijzen, dat men er gebruik van heeft gemaakt, maar eerder de taak van de instantie, die met het bestrijden van gemeentelijke ondermijning is belast.

Aan het in stand houden van die instantie draagt Enkhuizen jaarlijks € 30.000,- bij. Daarom misschien geen slecht idee, om haar te vragen of er (bij de verkoop van het recreatieoord) sprake is geweest van ondermijning. De bevoegdheid om dat verzoek te doen berust uiteraard bij het hoogste orgaan van de gemeente, de gemeenteraad.

Dat staat niet echt bekend om haar daadkrachtige optreden, maar je weet nooit wanneer het gezonde verstand in die kring de overhand zal krijgen.

Erkennen

Ik heb alle puzzelstukjes tijdens het weekend nog eens stuk voor stuk bekeken en denk, dat de gemeente weinig anders overblijft dan te erkennen, dat zij zich voor miljoenen euro’s heeft laten tillen door de ontwikkelaars, P. Tuin cs en Droomparken.

Jammer van het geld natuurlijk, maar het is nu eenmaal niet anders. Het valt niet meer terug te draaien, tenzij iemand het op zich neemt om te bewijzen, dat er sprake is geweest van opzet. Ik zal die persoon niet zijn.

Weliswaar zijn er talloze aanwijzingen op basis waarvan je opzet niet kunt uitsluiten, maar aanwijzingen zijn nu eenmaal geen bewijzen. Als er gekozen moet worden tussen onbekwaam of corrupt gedrag, dan is de veiligste keuze voor onbekwaamheid van politici en ambtenaren.

Voor de doorsnee Enkhuizer zal het allemaal niets uitmaken, die is nu eenmaal niet geïnteresseerd in politiek. Met als gevolg, dat het hem ook niet zal uitmaken tegen welke prijs “de politiek” het REZ heeft verkocht.

Wat mezelf betreft, ik ben zo langzamerhand wel klaar met het onderwerp en wacht wel af of (en wanneer) de “echte” toezichthouders, zoals de raad en de lokale pers, tot hetzelfde inzicht komen.

Maar voorlopig doen de raadsfracties nog steeds wat ze altijd al plegen te doen. Samenklonteren op de deksel van de doofpot. En voor de lokale pers geldt min of meer hetzelfde.

Zolang die geen persbericht heeft gekregen, waarin het college toegeeft dat ze de zaak hopeloos hebben verprutst, voelen ze zich gedwongen net doen alsof alles hunky-dory is.

Zelf iets onderzoeken doen ze niet en het onderzoek van anderen vertrouwen ze niet. Dus blijven ze doorgaan met opschrijven wat anderen vertellen, tenminste zolang de autoriteiten geen bezwaar hebben tegen “wat die anderen vertellen”.

Maar ik ben klaar met dit onderdeel en concentreer me (vanaf nu) alleen nog op mijn verzoek aan de raad. Namelijk of die bereid is om te besluiten, de door het college opgelegde geheimhouding van een tweetal documenten, op te heffen.

Zodra daarover iets te melden valt, laat ik het weten.