Beter weten.

Afgelopen donderdag schreef ik de column Broddelwerk over de raadsbrief van 2 april, waarin de gemeente aankondigde dat de herstructurering van het Enkhuizerzand geen verkeerstechnische problemen zou opleveren voor wat betreft de aan- en afvoerwegen.

Op zaterdag deed het Dagblad voor West-Friesland hetzelfde. Waarin verschillen beide berichten. De krant neemt zonder verder commentaar delen van het rapport over. Op mijn blog concludeer ik dat het rapport broddelwerk is. Die conclusie baseer ik op het feit, dat de onderzoekers waardes (die niet vergelijkbaar zijn) toch gewoon bij elkaar optellen.

De niet met elkaar te vergelijken waardes zijn, de “capaciteit” van een parkeerterrein en de “gemiddelde” bezetting van dat terrein.

Om het aantal verkeersbewegingen te kunnen berekenen nemen de onderzoekers als uitgangspunt de capaciteit van het parkeerterrein en vermenigvuldigen dat met 2, omdat er altijd sprake is van aan- en afvoer.

Deze methode gebruikt men voor alle functies op het REZ, behalve voor de functie Sprookjeswonderland. Daar laat men de capaciteit (419) voor wat hij is en gaat men uit van de “gemiddelde bezetting”.

Het verschil is niet gering. Op basis van capaciteit zou men rekening moeten houden met 838 dagelijkse bewegingen. Op basis van gemiddelde cijfers hoeft men slechts uit te gaan van 320 bewegingen per dag. Een verschil van maar liefst 518 bewegingen.

De vraag is dus, waar zitten we hier naar te kijken?

Naar een methodologische blunder van onbekwame onderzoekers? [Gemiddeld gebruik en maximaal gebruik zijn totaal verschillende begrippen, die je niet domweg bij elkaar kunt optellen.]

Of naar een typisch gevalletje van “wie de onderzoeker betaalt, mag ook bepalen wat de resultaten van dat onderzoek zullen zijn”?

Andere methodologische tekortkomingen wijzen op het laatste. Zo wordt het aantal verkeersbewegingen keurig over de dag verspreidt, terwijl het verkeersaanbod zich concentreert rond de openings- en sluitingstijden.

Kortom, het rapport toont niet aan wat het probeert aan te tonen. Namelijk, dat de door de gemeente gewilde uitbreiding van functie’s (met een vakantiepark en een verbeterde strandfunctie) niet zal leiden tot noemenswaardige verkeersoverlast.

Zoiets kun je raadsleden, die onder de glazen stolp in de Breedstraat leven, mogelijk nog wijsmaken, maar de rest van de Enkhuizer bevolking weet wel beter.

Advertenties

Het ergste vrezen.

Mijn vorige column ging over het feit, dat de door de gemeente geraadpleegde verkeersdeskundigen geen verkeerstechnische problemen voorzagen als het ZZM (op het REZ) de beschikking zou krijgen over een parkeerterrein met 350 plaatsen .

Daarmee is ook het hijgerige geroep van SP en HEA (over de congestie die er volgens hen zou  ontstaan) ontkracht. Deze (ook in de pers breed uitgemeten) opvatting van SP en HEA wordt niet ondersteund door de opvatting van deskundigen, maar lijken te berusten op vage onderbuik  gevoelens bij die partijen.

Is de burger verontwaardig en verontrust? Uitstekend, mooie gelegenheid om hem naar de mond praten, want dat levert straks weer stemmen op. Populisme pur sang.

Hoewel het realiseren van 350 parkeerplaatsen dus verkeerstechnisch geen problemen zou opleveren (volgens de deskundigen), heeft het college inmiddels besloten het verzoek van het ZZM (tot het beschikbaar stellen van 200 plaatsen) af te wijzen. De reden voor die afwijzing wordt genoemd in de  raadsbrief van 2 april. Ik citeer.

Een dergelijk aantal van 350 is een theoretische situatie, maar ruimtelijk en bestuurlijk niet realistisch.

Het beschikbaar stellen van parkeergelegenheid is dus klaarblijkelijk om ruimtelijke en bestuurlijke overwegingen niet realistisch. Eerst dan maar even de “ruimtelijke” overwegingen.

De aanvraag voor het beschikbaar stellen van ruimte om te parkeren op het REZ is (voor zover ik weet) veel meer dan 5 jaar geleden gedaan door het ZZM.

Toen het verzoek gedaan werd bestonden er alleen maar vage plannen over een nog te realiseren parkje voor vakantiewoningen en was er (over de omvang van dat park) nog geen enkele beslissing genomen. Er waren (op het moment van aanvraag) dan ook geen “ruimtelijke” beletselen.

Het besluit over de omvang werd pas veel later (door het college) genomen. Namelijk februari 2017 voor wat betreft de voorlopige versie van het plan, terwijl de definitieve  versie oktober 2018 werd gepresenteerd.

Het (vorige) college had immers bij de raad bedongen, dat het besluit over de omvang  door het college (en de door haar benoemde deskundigen) genomen diende te worden, hetgeen ook geschiede.

Dat terugkomen op dit collegebesluit (over de omvang van het project) uit bestuurlijk oogpunt weinig realistisch is, laat zich  eenvoudig verklaren vanuit het feit, dat als het  college daar toe zou overgaan, de ontwikkelaar een aanzienlijke schadevergoeding zou eisen.

Althans dat beweert wethouder Struijlaart. Misschien nog niet tegenover de raad, maar inmiddels wel tegenover de standplaatshouders op de camping.

De tragiek van dit alles is, dat zowel raad als college zichzelf “te belangrijk” vinden om te erkennen, dat er in het verleden domme fouten zijn gemaakt.  Door niet of nauwelijks met het ZZM te overleggen over een plan, dat neerkomt op een existentiële bedreiging van de toekomstige bereikbaarheid van het ZZM.

Of een rechter net zo makkelijk voorbij zal gaan aan de belangen van het ZZM, als raad en college tot dusver hebben gedaan, moet worden afgewacht, maar ik vrees het ergste.

Broddelwerk

Hoera, een nieuwe raadsbrief over het REZ. Onderwerp, de mobiliteitstoets met daarin groot nieuws. Zelfs al zou het ZZM een parkeerplek voor 350 auto’s op het REZ krijgen, dan nog ontstaan er (volgens de deskundigen) nog steeds geen verkeersproblemen op de aan- en afvoerwegen.

Het kan niet anders of daar zullen de talloze verkeersdeskundigen in de Enkhuizer raad van opkijken. Die waren er (op basis van de eerder verstrekte informatie), namelijk van overtuigd geraakt, dat een parkeerterrein (van die omvang) dagelijks zo’n 2100 verkeersbewegingen zou kunnen generen.

De deskundigen (RHO, adviseurs voor de leefruimte) houden het op zo’n 700 bewegingen per dag. Maar ook dat is aanzienlijk meer, dan het verkeer dat SWL genereert en door onze deskundigen (aan de hand van kengetallen) geschat wordt op 320 bewegingen per dag.

Het verschil wordt verklaart door het feit dat men voor het ZZM een andere manier van berekenen hanteert dan voor het SWL. Zou men dezelfde methode hanteren dan zou het aantal bewegingen voor SWL uitkomen op 838 in plaats van 320. Ruim 2 1/2 keer zoveel dus.

Ook de verkeersbewegingen voor het vakantiepark worden lekker laag ingeschat. Op basis van 200 huisjes schat men niet meer dan maximaal 440 bewegingen. Ik vrees, dat 1,2 parkeerplek per huisje aan de krappe kant is en dat het aantal parkeerplekken (en daardoor de verkeersbewegingen) een stuk hoger zullen uitvallen.

Kortom, verkeerstechnisch is er (ook al zou het ZZM ter plekke kunnen beschikken over een parkeerterrein met 350 plaatsen) geen vuiltje aan de lucht voor wat betreft de aan- en afvoerwegen.

Maar het opzettelijk te laag inschatten van de door het vakantiepark gegenereerde verkeer en het hanteren van verschillende rekenmethoden voor SWL en ZZM is natuurlijk broddelwerk.

Waarbij appels met peren worden vergeleken. Ongelooflijk, dat een college het aandurft om dat soort onzin te verspreiden en haar beleid op te baseren.

 

Stemmingmakerij.

Het NHD van vandaag besteedt aandacht aan de column die ik maandag op mijn blog plaatste, waarin ik de SP verweet een gemanipuleerde foto te gebruiken.

Om de uitslag van de door haar georganiseerde mini-enquête te beïnvloeden. Trots laat de SP weten, dat 80% van de door haar geënquêteerden het met hun standpunt eens zijn.

Als reactie op mijn verwijt liet Keesman de krant weten, dat het iedereen duidelijk moet zijn dat de foto is gemanipuleerd. OK, maar de reden voor de manipulatie is toch echt om degene die de folder in ontvangst neemt er van te overtuigen, dat dit het eindresultaat zal zijn, als de gemeente gehoor geeft aan de wens van het ZZM.

En dat, zo maak ik met behulp van plattegronden (waarover ook de SP de beschikking moet hebben gehad) duidelijk, was een groteske overdrijving.

Maar het is niet alleen de foto, die misleidend is. Het geldt ook voor de bijna terloopse opmerking, dat auto’s maar drie uur mogen parkeren. Ook dat is een broodje Aap verhaal.

Toegangskaarten zijn een dag geldig. Het is absurd om een toegangskaart te verkopen die een dag geldig is en tegelijkertijd een parkeerbewijs te verstrekken dat maar 3 uur geldig is. Een dergelijk plan bestaat helemaal niet.

De enige reden waarom SP en andere partijen er aan vast houden is dat ze langs die weg kunnen beargumenteren dat het aantal verkeersbewegingen 600 per dag kan bedragen.

Om dat vervolgens weer als argument te gebruiken om het verzoek van het ZZM af te wijzen. Iedereen mag de opvattingen koesteren dat we er niet verstandig aan doen om gehoor te geven aan het verzoek van het ZZM. Maar onderbouw die opvatting dan met  “eerlijke” argumenten en onthou je van het geven van een valse voorstelling van zaken.

De SP is overigens niet de enige die de “3 uur parkeren” regel gebruikt. CDA, NE en HEA hebben er ook al gebruik van gemaakt. Ze schijnt te berusten op een ambtelijk advies, dat tijdens een besloten voorlichtingsavond is gegeven.

Samengevat, de door de SP georganiseerde folderactie over het recreatieoord was niet meer dan tegen het ZZM gerichte stemmingmakerij.

Getrukeerde foto

Afgelopen zaterdag stond de SP in de Westerstraat de hierboven geplaatste folder uit te delen. Met behulp van deze folder wil de SP illustreren hoe het recreatieoord er uit zou komen te zien als aan de wens van het ZZM (een parkeerterrein op het recreatieoord) gehoor zou worden gegeven.

Met dat doel heeft de SP de foto van een verzamelplek van tweedehands auto’s (die op verscheping naar elders wachten), geplakt over een foto van het Wilhelminaplantsoen. De auto’s op de foto staan namelijk zo dicht op elkaar geparkeerd, dat dit geen parkeerterrein is in de gebruikelijke betekenis van het woord.

De fotomontage van de SP is een groteske overdrijving van het door het ZZM ingediende plan. Hieronder de plattegrond van dat plan.. Parkeren ZZM

Vervolgens de luchtopname van de bestaande situatie. Slechts een klein deel van de camping (waarvan de verhuizing inmiddels is bevestigd) zou moeten worden opgeofferd om tegemoet te komen aan de parkeerbehoefte van het ZZM. Maar je zou het parkeerterrein natuurlijk ook kunnen inrichten op het parkeerterrein dat vroeger in gebruik was bij SWL, maar nu al zo’n 9 jaar braak ligt.

parkerenZZMoverzicht

Verder was voorzien in een weg parallel aan de museumgrens. 12,5 meter breed waarop, haaks op de weg ook nog 50 auto zouden kunnen worden geparkeerd.

Parkerenzzmdijkje

Kortom, het beeld dat de SP (met behulp van haar fotomontage) oproept staat in geen enkele verhouding tot het oorspronkelijk verzoek van het ZZM.

De voorzijde van de folder bestaat dus uit een doelbewuste poging om de bewoners van Enkhuizen (met behulp van een getrukeerde foto) te desinformeren over de gevolgen van het verzoek van het museum.

(Grond beschikbaar te stellen voor de aanleg van een parkeerterrein).

Die desinformatie wordt op de achterzijde van de folder voortgezet als de SP beweert, dat er op het terrein een parkeerduur-beperking zal gelden van 3 uur.

Die bewering is onjuist en uit de duim gezogen, maar het stelt de SP (maar ook andere partijen zoals HEA, NE en CDA) in staat om te betogen dat de dagelijkse verkeersstroom kan oplopen tot wel 3 keer de maximale capaciteit van het terrein. (200 plaatsen). Zodat genoemde partijen kunnen blijven beweren, dat de dagelijkse verkeersstroom (als uitvloeisel van het parkeerterrein) kan oplopen tot zo’n 600 auto’s per dag.

Opnieuw een schromelijk overdrijving van wat er het afgelopen seizoen is gemeten op het parkeerterrein op de Krabbersplaat. Gemiddeld 150 verkeersbewegingen per dag. Uiteraard zullen er dagen zijn dat het dubbele van dat gemiddelde wordt gehaald, maar daar staan dan weer dagen tegenover, waarbij de verkeersstroom weer ver beneden het gemiddelde daalt.

Het heeft geen zin te ontkennen, dat er van tijd tot tijd problemen zullen ontstaan op de aanvoerwegen, maar waar ontstaan die problemen niet als Nederland er massaal op uit trekt? Een gemiddelde van 150 auto’s per dag moet echter te verwerken zijn.

Dat wordt anders, als men naast een parkeerterrein ook nog een vakantiepark wil gaan realiseren. Een realistische schatting van de benodigde parkeerruimte voor het park is 300 plaatsen. Die gezamenlijk minstens net zo veel verkeersbewegingen genereren als een parkeerterrein voor het museum,

Het is dan ook onvermijdelijk, dat er een keuze gemaakt moet worden tussen de beide mogelijkheden  Parkeren voor het museum of parkeren voor het vakantiedorp.

De keuze die college en raad gemaakt hebben is voor het vakantiedorp. Dat is uiteraard hun goed recht, maar dat rechtvaardigt niet dat er leugenachtige argumenten gebruikt worden (zoals in de folder van de SP) om die keuze te verdedigen.

De aanleg van het vakantiepark maakt het onmogelijk om (als het bootmodel  financieel gezien niet langer houdbaar is) een toegangsweg over land te creëren. Wat het museum kwetsbaar maakt voor wat betreft haar toekomstige bereikbaarheid.

Het gaat dus niet om een of ander sinister plan van de museumdirectie, zoals Langbroek in de krant suggereert, maar om het veilig stellen van de toekomstige bereikbaarheid en het lijkt me, dat de museum directie daar eerder voor geprezen dient te worden dan te worden verguisd.

Zowel het college als de raad hebben zich tot op heden nauwelijks bekommerd om wat de gevolgen van HUN herinrichtingsplannen zijn voor het ZZM.

Ik vrees, dat dit uiteindelijk een dramatische en kostbare vergissing van college en raad zal blijken te zijn.

De kiezers misleiden met behulp van een getrukeerde foto is nog betrekkelijk eenvoudig, maar of de rechters van de Raad van State zich net zo makkelijk laten misleiden waag ik te betwijfelen.

Kletspraat.

Ik schreef het al eerder. Af en toe kletst raadslid Langbroek uit zijn nek en gelukkig is er dan altijd een verslaggever van het NHD in de buurt, die bereid is om zijn geklets aan te horen en te publiceren.

langbroek-1
Kletspraat

Donderdag 14 maart laat Langbroek (via het NHD) weten dat het Zuiderzeemuseum nu haar ware gezicht laat zien. Zijn verwijt is dat het museum alleen aan haar eigen belang denkt en niet aan het belang van alle andere betrokkenen.

Merkwaardig verwijt. De enige die hier (onder de luide toejuichingen van Langbroek en consorten in de gemeenteraad) aan zijn eigen belang heeft gedacht is de gemeente zelf. Die heeft anderhalf jaar lang met de ontwikkelaar gesproken over tal van details aangaande de uitvoering. Zonder er ook maar een seconde bij stil te staan, of die plannen gevolgen zouden hebben voor anderen.

Pas op het laatste moment (oktober 2018) realiseerde de gemeente zich, dat het gebied ook andere belanghebbenden kent en werd er haastig een bijlage geproduceerd waarmee men het tekort aan aandacht voor de problemen van anderen probeerde te verdoezelen.

Of dat verdoezelen afdoende is, zal blijken uit een procedure die hoogst waarschijnlijk 4 jaar in beslag neemt. Maar dat is de prijs die je zult moeten betalen als je jezelf wijs maakt, dat andermans belangen er niet toe doen.

Voor het museum staan twee zaken op het spel. De toekomstige bereikbaarheid van het museum in het geval dat het bootmodel in zijn huidige vorm niet langer te handhaven is. Plus het feit, dat het voorgenomen plan ernstig afbreuk doet aan wat museale uitstraling wordt genoemd.

Naar de overtuiging van Langbroek had de museumdirectie die belangen ondergeschikt moeten maken aan wat de gemeente als haar belang ziet. Het realiseren van een wijkje met tweede woningen voor welgestelde Nederlanders en buitenlanders. Langbroek doet of het hier om een uniek project gaat.

Ik heb nieuws voor hem. Het ZZM is uniek in zijn soort, en  dergelijke enclaves voor welgestelden, zoals de gemeente die wil realiseren, worden overal elders in dit land ook gerealiseerd.

Gelukkig staat Langbroek niet alleen in zijn merkwaardige opvattingen, maar krijgt hij de steun van wethouder Struijlaart, die de krant laat optekenen dat hij “teleurgesteld is dat een door de rijksoverheid gesubsidieerd museum en een gemeentelijke overheid op deze manier tegenover elkaar staan”. 

Lees deze opmerking opnieuw en probeer te begrijpen wat Struijlaart hier wil zeggen.

Dat een onderneming/stichting, die van rijkswege wordt gesubsidieerd zich alles moet laten welgevallen wat haar door de lokale overheid door de strot wordt geduwd? Dat zij zich dus ook niet mag verweren als ze (door maatregelen van die lokale overheid) in haar bestaan wordt bedreigd?

Gelukkig beschikt het museum over een Raad van Bestuur, die er nauwlettend op toeziet dat de directie van het museum zich inzet voor het voortbestaan van het museum en ten strijde trekt tegen alles en iedereen die dat voortbestaan in gevaar brengt. Zelfs als dat de lokale overheid is.

Als Struijlaart onder gelijksoortig toezicht zijn werk zou hebben moeten doen, dan zou de nu ontstane situatie zijn voorkomen.

Maar Langbroek en consorten vinden het te veel moeite om een vinger aan de pols te houden en besteden hun tijd liever aan het verzinnen van drogredenen waarachter ze zich kunnen verschuilen, zodra blijkt dat hun toezicht heeft gefaald.

Kan hun wat schelen, want de kosten (die uit hun gemakzuchtige houding voortvloeien) kunnen immers probleemloos worden afgewenteld op de belastingbetaler.

 

In de wind slaan.

Een maand geleden (12 februari 2018) schreef ik de column “Doof en Blind”, misschien is het nuttig die nog eens te herlezen. Klik daarvoor op de link.

In die column bekritiseer ik de kortzichtigheid van het colleges van Enkhuizen. Niet alleen het college dat op initiatief van de SP tot stand was gekomen, maar ook het college dat de vervanging was van dat college en bestond uit een VVD en PvdA wethouder. Na de verkiezing aangevuld met een CDA wethouder.

Die kortzichtigheid bestaat er uit, dat het voltallige bestuur (college en raad) zich niet de moeite heeft getroost zich te verdiepen in de wensen en bezwaren van het ZZM. Met als logisch gevolg, dat we nu zijn beland in de situatie, waar ik jaren geleden al voor heb gewaarschuwd.

Namelijk, dat het ZZM (met behulp van de rechter) zal proberen haar toekomst veilig te stellen. Daarbij is de voornaamste vraag,  in hoeverre de gemeente het museum heeft betrokken bij de plannen die een bedreiging inhouden voor de bereikbaarheid van het  museum.

Wat wethouder Struijlaart daar ook over mag beweren, mijn informatie is dat daarover nauwelijks overleg is geweest. Het voorontwerp bestemmingsplan, dat men oktober 2018 presenteerde, was het resultaat van anderhalf jaar besprekingen tussen de ontwikkelaar en de gemeente.

Op het laatste moment (oktober 2018) werden er (op aandringen van het ZZM) nog twee zoekgebieden toegevoegd, waar nog overeenstemming over moest worden bereikt. Iets  waar de gemeente en ontwikkelaar (tijdens hun overleg) kennelijk geen rekening mee hadden gehouden.

Struijlaart laat oktober 2018 weten, dat hij denkt, over die geschilpunten binnen weken overeenstemming te kunnen bereiken met het ZZM.

Ik vroeg me toen al af hoe , als je anderhalf jaar een probleem negeert, je kunt geloven  dat je het in een paar weken kunt oplossen.

Het was, zoals zoveel als wat Struijlaart beweert, niet anders dan bluf. We zijn inmiddels 5 maanden verder. Het probleem is nog steeds niet opgelost en kan ook niet worden opgelost, zolang college en raad blijven vasthouden aan het bestaande ontwerp voor het recreatieoord.

Opnieuw het zoveelste bewijs van een incompetent college en een al even incompetente raadsleden. Die elke waarschuwing in de wind slaan en nog steeds denken de wijsheid in pacht te hebben.