Een ander Presidium?

In mijn vorige bericht prees ik Enkhuizen Vooruit voor de vragen die ze aan het college stelde. Formeel zijn ze gesteld door Michèl de Jong, raadslid voor die partij, maar ik heb me laten influisteren dat tweede man Frank van Gangelen er erg veel tijd en werk aan heeft besteed. En dat heeft me op een idee gebracht.

Wat een feestelijke ontwikkeling had moeten zijn, de opwaardering van het Enkhuizer Zand, heeft tot dusver alleen maar ellende gebracht. Enkhuizen Vooruit zegt daar (naar mijn opvatting terecht) over, streep er door en opnieuw beginnen.

Als we als gemeente dan toch moeten procederen, dan liever tegen Droomparken die zich op slinkse wijze eigenaar heeft gemaakt van het plan, dan tegen het ZZM.

Die mijns inziens terecht protesteert tegen de inbreuk op ons cultureel erfgoed. Door een weinig geslaagde samenwerking van de gemeente met een verkoper van vakantievilla’s. Aan de beter bemiddelden.

Ik begrijp dat de ambtelijke onderhandelaars, waaronder de zogenaamde onderkoning van het REZ, met pensioen zijn of binnenkort gaan. Dank voor uw inspanningen, maar wat u hebt uitonderhandeld is een misbaksel en wij willen een betere oplossing.

En wat het presidium betreft, dat kort geleden besloot om niet langer in het openbaar te vergaderen, maar in beslotenheid. U zit alleen maar in de weg. In plaats van leiding geven leunt u achterover en kijkt u toe. Misschien wordt het wel een tijd voor een ander presidium, dat in het openbaar nadenkt, over een plan B.

Waar ik aan denk? Aan een openbare vergadering in de Nieuw Doelen onder leiding van iemand die Enkhuizen een goed hart toedraagt en waarin de tweede garnituur van elke raadsfractie mag zeggen wat zij er van vinden.

Ofwel doorgaan op de ingeslagen weg, of een nieuw plan, met minder huisjes en waarbij rekening wordt gehouden met de belangen van het ZZM, SWL, de camping en inwoners.

We hebben jarenlang vreedzaam naast en met elkaar geleefd. Waarom zouden we ons nu uit elkaar laten spelen vanwege een op winstbejag beluste huisjesmelker.

times are
Wie zong het en wanneer.

De opvattingen van onze politieke alfa apen kennen we zo langzamerhand wel, nu eens het woord aan de beta apen om te zien of zij het eens kunnen worden over de kaders van een plan B.

Ik heb deze gedachte nog met niemand besproken. Het is aan de partijen zelf om te bepalen of ze willen meedoen aan wat ik het “andere” presidium noem en wie daar namens hen zitting in zouden moeten nemen.

Als ze mee willen doen kunnen ze dat via een reactie op deze blog laten weten of via een email naar pimsep@gmail.com.

Over de voorzitter  die ik op het oog heb, wil ik alleen kwijt dat ik er van overtuigd ben dat hij zou willen, maar zijn huidige positie een beletsel zou kunnen vormen.

Hoe dan ook, ik houd U op de hoogte.

De daad bij het woord voegen.

Inmiddels heeft ook een tweede lokale partij, Enkhuizen Vooruit, de stap gezet om vragen te stellen aan het college over de ontwikkelingen op het REZ.

De vragen staan de lezen op het Raads Informatie Systeem (RIS) en zijn via deze link te lezen.

Inhoudelijk spreken ze me wat meer aan dan de HEA vragen, omdat ze technischer van aard zijn en bedoeld om helderheid te verschaffen over het proces.

Zelf heb ik inmiddels ook een Wob verzoek ingediend met zo’n 8 vragen.

Maar wat me vooral deugd doet, is dat er twee lokale partijen zijn die voor de burgers duidelijkheid proberen te verschaffen.

Want duidelijkheid (transparantie) is de belangrijkste voorwaarde om burgerparticipatie te realiseren.

Alle partijen roepen om het hardst dat ze het willen, maar deze twee partijen voegen de daad bij het woord en ze dienen om die reden gewaardeerd te worden.

Wat de overige partijen betreft. Vanavond (1 vandaag) legt ZZM directeur Warnink op de nationale TV uit, wat de gevolgen van de gemeentelijke plannen zijn voor het museum.

Omdat onze raadsleden (volgens burgemeester en griffier) in een procedure zitten vertrouw ik er op dat ze niet zullen kijken, hoewel ik voor Langbroek en de Jong mijn hand niet in het vuur durf te steken.

 

Verdeelsleutel

verdeelsleutelGisteravond was dan eindelijk het grote moment aangebroken waarop wethouder Struijlaart (op uitnodiging van Enkhuizen Vooruit) zou komen uitleggen hoe het nu zat met de verdeelsleutel die er voor kostenverdeling van het Ontwikkelingsplan (OOP) is gebruikt.

Althans daar hoopte ik op, Struijlaart zelf bleek andere plannen te hebben.

Om te beginnen complimenten voor Enkhuizen Vooruit die de zaakjes keurig voor elkaar had. Zorgelijk dat een politieke discussie over een toch niet onbelangrijk onderwerp, waar bovendien de nodige aandacht aan was besteed, zo weinig belangstelling kreeg.

Wat moet je in Enkhuizen nog meer doen om de mensen in beweging te krijgen, als zelfs de aanwezigheid van een wethouder geen garantie is voor een goed gevulde zaal?

Dan de avond zelf. Struijlaart vertelde, hij ging door met vertellen en bleef maar vertellen over de financiering van de SED. Een breed onderwerp waar je lekker veel over kunt vertellen, zonder dat je toekomt aan wat ik de kern van de avond zou willen noemen.

Wat is nu eigenlijk de rechtvaardiging voor de financiering van het  OOP, waarbij Enkhuizen als kleinste van de drie gemeenten, geacht wordt om de grootste bijdrage aan de kosten van het plan te leveren? Maar liefst 8 ton meer dan wanneer alle inwoners van de SED een gelijke bijdrage zouden leveren.

De formeel gegeven reden is uiteraard bekend. Bij het tot stand komen van de SED stonden de samengevoegde loonsommen in een bepaalde verhouding tot elkaar. Die verhouding zou gebruikt worden bij het uitkeren van de te verwachten besparingen.

Enkhuizen had de grootste loonsom ingebracht en had, in geval van besparing, dus het recht op een groter deel dan de anderen.

Zover zo goed. Helaas, de besparingen zijn nooit gerealiseerd. Integendeel, er was sprake van extra kosten. Dus werd het “recht” op een groter aandeel in de besparingen, omgezet in een “plicht” tot een grotere bijdrage in de kosten. Voor sommigen is dat een logisch voortvloeisel.

Niet wat mij betreft. Het recht op het één, kan nooit automatisch leiden tot een plicht voor wat anders. In dit geval de verdeling van extra kosten. In plaats van dat de extra loonkosten gelijkelijk over de drie gemeenten werden verdeeld, werden ze verdeeld volgens een formule die nooit was toegerust voor het doel waarvoor ze was ontworpen.

Met als verbluffend resultaat, dat de kleinste gemeente werd opgezadeld met de meeste kosten.

Dik-TromHet is een regeling die Dik Trom zou hebben kunnen uitvinden. Je bedenkt een regeling waarbij een worst als beloning in het vooruitzicht wordt gesteld, in de wetenschap dat de condities waaronder je de worst zal moeten afgeven, zich nooit zullen voordoen.

Weliswaar was bij aanvang van de SED bedacht dat door efficiënter werken de totale loonsom zou dalen, maar het omgekeerde was waar gebleken. De totale loonsom is (mede als gevolg van het OOP) explosief  gestegen. En omdat Enkhuizen bij daling van de kosten procentueel het grootste voordeel zou hebben gehad, kreeg ze bij stijging van de kosten procentueel het grootste nadeel toebedeeld.

Dat is de (in mijn ogen tamelijk primitieve) logica waar de kostenverdeelsleutel op is gebaseerd en die door Struijlaart wordt verdedigd.

Duidelijk is, dat het bij Struijlaart, noch bij de Enkhuizer raad, ooit is opgekomen, dat de sterk gewijzigde omstandigheden een goede reden had kunnen zijn om nog eens na te denken over de aanpassing van die verdeelsleutel.

Zo’n aanpassing was weliswaar al eens gebeurd (dus onmogelijk was het niet), maar men was bij het Ontwikkelingsplan niet op het idee gekomen. Had het kunnen gebeuren vroeg oud raadslid Noorman? Jazeker, dat had gekund, maar het was nu eenmaal niet gebeurd, antwoordde  Struijlaart. Daar kun je verder van alles van vinden, maar onmiskenbaar feit is, dat wethouder noch raad reden hebben gezien voor een aanpassing van de verdeelsleutel.

En daarmee zijn we aangekomen bij de oorzaak van het probleem. De Enkhuizer raad had (gezien de gewijzigde omstandigheden) moeten aandringen op een aanpassing van de verdeelsleutel. Dat heeft ze, ondanks aandringen van betrokken burgers, niet gedaan. Dus wast de wethouder zijn handen in onschuld, terwijl de raad zich mag afvragen of ze zich (op advies van de wethouder trouwens) niet veel te makkelijk heeft neergelegd bij een twijfelachtige verdeelsleutel.

De ervaring leert dat de raad dat nooit zal doen.  De hand in eigen boezem steken (of welke andere vorm van zelfverwijt dan ook), is haar vreemd.  Natuurlijk, men had kunnen aandringen op een meer verantwoorde verdeelsleutel, maar dat heeft men nagelaten. Jammer, eigen schuld, dikke bult. De rekening voor dit verzuim gaat naar de inwoners van Enkhuizen.

Die dragen 30% meer bij aan de kosten van het ontwikkelingsplan dan hun buren in Stede Broec, die (naar ik aanneem) beschaafd in hun vuistje lachen. Gelukkig kan het de burgers van Enkhuizen niets schelen dat ze gedwongen worden meer te betalen dan hun buren. Dat leid ik tenminste af uit de geringe belangstelling voor de avond waarop dit onderwerp werd besproken.