Tegenkracht.

Maandagmorgen begon goed. Ik kreeg een mail van een oud raadslid met de volgende mededeling.

Goedemorgen Chris,

Ik moest aan je denken toen ik bijgaand artikel las. Je weet inmiddels zelf hoe weerbarstig het organiseren van tegenkracht is.

Mooie dag!

https://decorrespondent.nl/article/8662.pdf

De link werkt niet meer, maar betrof een voorpublicatie van een door Marc Chavannes geschreven boek. “Dit was het nieuws niet” over grote verhalen die het journaal nooit zullen halen. Prof. Mr. Marc Chavannes is een Nederlands journalist en publicist, voormalig adjunct-hoofdredacteur van de NRC.

Zijn boek gaat over hoe de democratie door onze vingers glipt en hoe we een tegenmacht kunnen vormen.

Dat de democratie ons uit de vingers glipt zal inmiddels iedereen wel duidelijk zijn, maar hoe we een tegenmacht moeten vormen nog niet. Hopelijk brengt het boek daarover wat meer duidelijkheid.

Chavannes constateert, dat het ideaal ooit Trias Politica was, drie gescheiden machten, die elkaar in evenwicht hielden. Terwijl  er nu sprake is van een soort machtsklontering. Machtskauwgum waar je op kunt blijven kauwen, zonder dat er ook maar iets verandert aan het gedrag van onze machthebbers. Men controleert elkaar niet meer, maar houdt elkaar de hand boven het hoofd.

Politici die lekker meedeinen op de golven van verontwaardiging in het nieuws. En beleid, dat met behulp van praatshows wordt vorm gegeven. Chavannes heeft het uiteraard over de landelijke politiek, maar is het lokaal zoveel anders?

Het ineenstorten van twee colleges (grotendeels door toedoen van D66/VVD wordt als een enorm probleem afgeschilderd. Maar het grootste probleem is niet dat er colleges naar huis worden gestuurd.

oude collegeHet NE, D66/VVD en CDA college werd niet weggestuurd, omdat een wethouder het budgetrecht van de raad had geschonden, maar omdat een raadsmeerderheid een iets andere manier van bezuinigen wilde doorvoeren.

Zodat een wens van de meerderheid door de minderheid eenvoudig om zeep werd geholpen.

Tegen enorme kosten voor de gemeente, dat ook nog, maar dat vinden onze bollebozen in de Breedstraat kennelijk wel democratisch.

College van B&WHet SP, CDA, NE, CU/SGP college werd niet weggestuurd omdat een wethouder de raad onvolledig en onjuist had geïnformeerd. Welnee, toen dat geconstateerd kon worden waren de verkiezingen te ver weg en dus mocht hij gewoon blijven zitten.

Pas toen de verkiezingen dichterbij kwamen was de maat plotseling vol en werd er een voorwendsel gezocht om hem naar huis te kunnen sturen.

Het grootste probleem van de Enkhuizer raad is niet het feit dat colleges (van tijd tot tijd) naar huis worden gestuurd, maar de schijnheiligheid waarmee dat gebeurt.

Of het feit dat de raad zichzelf beschouwt als onderdeel van de ambtelijke organisatie en haar best doet om die gewoonten en gebruiken zo veel mogelijk te imiteren. Door zoveel mogelijk woorden te gebruiken om zo min mogelijk te zeggen.

Met als voorlopig hoogtepunt “het raadsbrede akkoord”, dat de ambtelijke organisatie in staat moet stellen om een raadsagenda af te werken in een tempo dat haar het beste past.

 

 

Advertenties

VOC mentaliteit.

In één van mijn vorige columns (Altijd anders) vraag ik me af waarom in Enkhuizen de dingen altijd anders gaan dan ze worden voorgespiegeld.

Eerst schreeuwt men van de daken, dat men een uiterst voordelige “deal” met OREZ bv (de ontwikkelaar van het REZ) heeft gesloten. Waarbij een gronddepot van de gemeente gratis en voor niets verplaatst zou gaan worden. Van de Schepenwijk naar het recreatieoord.

Petje af dus voor de wethouder, die (voor de verkiezingen) zo op centjes past.

Om na de verkiezingen te moeten vaststellen dat alles uit de duim lijkt te zijn gezogen.  OREZ bv heeft haar collega aannemer Heijmans uit de brand geholpen. Door overtollige grond van Heijmans op het REZ te dumpen, waar ooit (omstreeks St. Juttemis) een geheel nieuwe camping zal worden aangelegd.

Het Enkhuizer gronddepot ligt nog onaangeroerd in de Schepenwijk en we zullen t.z.t. wel horen hoeveel het gekost heeft om het af te voeren en elders op te slaan.

geloofwaardigIk bedenk dit niet, maar baseer me op door het college verstrekte informatie. In een raadsbrief en het besluitenlijstje van het college.

Maar, waarschijnlijk omdat ik me aan het einde van de column afvraag, waarom er niemand is die over de gang van zaken vragen stelt, vinden maar liefst 7 lezers deze column waardeloos.

Omdat het stellen van vragen aan het college een “privilege” van de leden van de raad is en ik een vorm van nalatigheid constateer, vermoed ik, dat die 7 neerwaartse duimpjes gegeven zijn door lokale volksvertegenwoordigers. Die (en dat is algemeen bekend) het niet prettig vinden als ze door “gewone” burgers op tekortkomingen worden gewezen.

Deze zeven duimzuigers vormen nog net geen meerderheid in de raad, maar wat niet is, kan nog komen.

Maar het treurige aan de hele situatie is natuurlijk, dat er kennelijk geen enkel raadslid is, die in staat is om te beargumenteren wat er mis is met mijn column.

Het is een vorm van achterbaksheid die niet ongebruikelijk is onder politici, zeker als je denkt aan onze bestuurders uit het verleden. Regenten, die naast de stad ook allerhande “tehuizen” bestierden voor de wat minder gefortuneerde medemens. Gutmenschen dus.

En ik vermoed daarom, dat omdat Enkhuizen zo trots is op zijn VOC verleden, de leden van de raad zichzelf het regenteske gedrag uit die tijd proberen aan te leren.

Inclusief de bijbehorende zelfingenomenheid en het achterbakse gedoe.

 

Verder teloor gaan.

wetHans Langbroek laat in het NHD van gisteren optekenen, dat gezien de overeengekomen bedragen, het collegevoorstel om de opgelegde geheimhouding te bekrachtigen, volstrekt onzinnig is en het sop de kool niet waard is.

Hij noemt de bedragen waar het om gaat en dan vraag je jezelf inderdaad af, waarom heeft men in  hemelsnaam besloten tot geheimhouding? 

Het begint allemaal met de raadsbrief van 16 april, ondertekend door de burgemeester en de gemeente-secretaris. De zin in de raadsbrief die ieders aandacht trekt is deze

In die overeenkomst is opgenomen dat beide partijen zich in de openbaarheid niet uitlaten over de inhoud van deze schikking en dus geheimhouding in acht nemen.

De raadsbrief werd met vertraging doorgestuurd naar de raad met als reden voor de vertraging, dat men eerst advies over de inhoud wilde van een externe jurist. Die gang van zaken roept de volgende vragen op.

Waarom achtte het college het noodzakelijk, dat er over de inhoud advies moest worden gevraagd? Welke wijzigingen zijn er op basis van het advies in de oorspronkelijk tekst aangebracht en wat is de letterlijke tekst van dat advies?

Vragen die raadsleden natuurlijk al veel eerder hadden moeten stellen, maar die vragen nu eenmaal liever naar de bekende weg.

Zoals, “Krijgt de raad inzage in de overeenkomst?”. Antwoord, “Ja de raad krijgt uiteraard inzage in de gesloten overeenkomst”.

De vraag die ze niet stelden, maar die ze beter wel hadden kunnen stellen was, “Op basis van welke kennis en bevoegdheid menen burgemeester en gemeente-secretaris (tevens meester in de rechten) dat de Wet Openbaarheid van Bestuur in dit bijzondere geval niet van toepassing is?

Hadden beiden zo weinig kennis van artikel 10 van de WOB dat ze niet beseften, dat de uitzonderingsgrond (we zijn het er samen over eens geworden) niet in de wet voorkomt?

En was degene, die ze om advies hadden gevraagd, daar ook niet mee bekend?

koot en bie
Charlatans

Dat is nauwelijks voorstelbaar. Maar niet alleen B&W, ook de raadsgriffier lijkt te zijn getroffen door  opvallende onwetendheid.

Zo weet hij bijvoorbeeld niet, dat het recht op inzage (voor leden van de raad) onvoorwaardelijk is en niet ingeperkt kan worden door de voorwaarden die je als college denkt te kunnen stellen.

De raad heeft als taak het college te controleren en daarom is het absurd om te denken dat een college in staat zou zijn te bepalen welke documenten de raad wel en welke zij niet  zou mogen inzien. Het recht op inzage is dan ook een onvoorwaardelijk recht.

Iets geheel anders is of men de kennis, die men verwerft door inzage, mag delen met anderen.

Het college is bevoegd om een geheimhoudingsplicht op te leggen en het niet nakomen van die plicht kan leiden tot strafvervolging.

Het college heeft echter niet het recht om de raad kennis te onthouden. Ze kan de raad (voor een korte tijd) alleen verbieden die kennis met anderen te delen. Totdat de raad besluit of zij die (tijdelijk opgelegde) geheimhoudingsplicht wil omzetten in een permanente.

snake-oil-salesman1
Charlatan

Voor de griffier staat een tijdelijk verbod op het delen van kennis, kennelijk gelijk aan een verbod op het verwerven van kennis door de raad. Het eerste is wel een bevoegdheid van het college, het tweede niet.

Volgens de griffier heeft het college haar verbod tot kennisname pas de vrijdag voor de raadsvergadering opgeheven. Wat er op neerkomt, dat dit verbod bijna 2 maanden heeft stand gehouden. Alleen Raven (NE) protesteert (tamelijk laat overigens) tegen deze gang  van zaken.

De overigen (met uitzondering van Langbroek) laten het zich (zonder morren) welgevallen.

Zoals het college een niet in de wet genoemde uitzondering construeert, zo creëert de griffier (in overleg met het college?) een “voorwaardelijk” recht op inzage dat eigenlijk niet bestaat.

Over de oorspronkelijke voorwaarde (men dient eerst een geheimhoudingsverklaring te tekenen wilde er inzage worden verschaft) wordt niet meer gerept. Nu laat de griffier  weten, dat het recht op inzage pas is ontstaan nadat het college haar blokkade (op 15 juni) had opgeheven, waarmee de oorspronkelijke “voorwaarde vooraf” voor het oog was komen te vervallen.

Hier wordt het recht, om geheimhouding op te leggen, doelbewust gelijk gesteld aan een (niet bestaand) recht van het college om voorwaarden vooraf te stellen.

Het is een deprimerend en ontluisterend beeld dat bestuurlijk Enkhuizen tijdens deze vergadering van zichzelf heeft weten te scheppen. Bestuurders, die zich hebben laten adviseren presenteren vervolgens de raad (willens en wetens) een voorstel dat niet is gebaseerd op een wettige, maar op een  onwettige uitzonderingsgrondslag.

Terwijl degene wiens taak het is de raad bij te staan met raad en advies, alleen maar verwarring schept over haar rechten. En het college rechten toedicht die ze niet heeft. Zoals te bepalen waar en wanneer de raad ergens kennis van mag nemen.

Men verwijt mij vaak cynisme, maar het cynisme dat de bestuurders, de griffier en ambtenaren in deze kwestie ten toon spreiden is vele malen erger.

De raad ondergaat dit alles zonder enig merkbaar verzet. Tenzij men de handen ineen weet te slaan, in verzet komt  tegen de charlatans die haar van advies dienen en orde op zaken stelt, zal zij haar gezag (waar nauwelijks nog iets van over is) alleen maar nog verder teloor zien gaan.

Mantel der liefde.

mantelHoewel ik er ook bij het vorige college wel eens op gewezen heb dat er sprake was van doelbewuste misleiding, is daar destijds door de raad ook niet op gereageerd.

Ik vermoed, omdat men niet goed weet hoe te handelen. Opmerkelijk, omdat de raad een goed betaalde adviseur in dienst heeft. De raadsgriffier. Maar kennelijk durft men hem niet om advies te vragen en klaarblijkelijk is hem ook nooit  iets bijzonders opgevallen in de beweringen van het college.

Overigens kun je, zonder dat je er (zoals de griffier) voor hebt doorgeleerd, ook gewoon begrijpen, dat doelbewuste misleiding niet tot de gebruikelijke omgangsvormen hoort. Als daar sprake van is, dan is er eigenlijk maar één passend antwoord. Het opzeggen van het vertrouwen in de betreffende bestuurder.

Immers, het raadslidmaatschap is een part-time baan en van raadsleden kan (en mag) je niet verlangen, dat zij (naast het kennis nemen van de voorstellen) ook de daarin voorkomende beweringen van het college op juistheid gaan zitten controleren.

Als raadslid moet je er van uit kunnen gaan, dat alles wat door het college beweerd wordt, ook daadwerkelijk waar is. Want waarheid vormt nu eenmaal het fundament waarop onze democratische instituties zijn gebouwd.

Door jarenlange verwaarlozing van dat fundament is ons vertrouwen in die instituties (waaronder de gemeenteraad) aanzienlijk afgenomen. Een zorgelijke ontwikkeling, die degenen die deze instituties bemensen zichzelf mogen aanrekenen.

Eén van de talloze onjuiste beweringen in het Dromdossier, betrof het motief van de aannemer voor het aanleggen van een verzwaring van het elektranetwerk in de Drommedaris, zonder dat hem daarvoor een  opdracht was verstrekt.

Volgens het college deed de aannemer dat om reputatieschade voor zichzelf te voorkomen. Uit de correspondentie daarover met de aannemer bleek echter het tegenovergestelde.

De aannemer wilde reputatieschade voor de stichting en gemeente voorkomen en had daarom genoegen genomen met slechts een mondelinge betalingstoezegging.

Hoewel het hier om een tamelijk absurde bewering van het college ging, werd ze door een deel van de raad (D66, PvdA en Lijst van der Pijll) wel serieus (en voor waar) genomen, met alle gevolgen van dien.

Ik heb daar destijds uitgebreid en meermalen over geschreven, zonder dat daar door de raad of pers aandacht aan werd geschonken. Wat me deed concluderen, dat noch onze volksvertegenwoordigers, noch onze reguliere pers belang hechtten aan feiten. Maar liever de weinig plausibele beweringen van een college herkauwden.

En dus herhaalt de geschiedenis zich. Want wie niet bereid is om van de geschiedenis te leren, wordt gedwongen haar te herhalen.

De geheimhoudingsplicht die het college de raad wenst op te leggen heeft niets te maken met de wensen van de architect, maar alles met de wens van het college om de door haar gemaakte fouten en de uiteindelijke kostenoverschrijdingen zo veel als mogelijk te kunnen bagatelliseren. Het verstrekken van misleidende informatie was en is nog steeds een gewaardeerd onderdeel van de Enkhuizer bestuurscultuur.

In het kader van de dualistische benadering is de raad tot driemaal toe in besloten zitting bijeen geweest. Ik ben benieuwd of ze inmiddels ook geleerd hebben wat je moet doen als je door een college doelbewust wordt misleid. In theorie zou een raad daar korte metten mee moeten maken, maar in de Enkhuizer praktijk zal het wel weer “de mantel de liefde” worden.

De ezel en de steen.

ezel2Kort geleden gaf ik (in mijn column het Bommel effect) antwoord op de vragen die de raadsleden Langbroek (schriftelijk) en de Jong (mondeling) aan het college hadden gesteld.

Om duidelijk te maken dat al dat gewichtige gedoe (wat ook een karaktereigenschap van Olie B. Bommel is) eigenlijk nergens op slaat.

Immers, de gestelde vragen waren volstrekt overbodig, omdat de antwoorden er op (zeker als men een jarenlange ervaring als raadslid achter de rug heeft), bij de vraagsteller bekend moesten zijn geweest.

Vragen naar de bekende weg heet dat in gewoon Nederlands.

Inmiddels heeft het college de vragen formeel beantwoord en bevestigd, wat ik eerder al schreef.

Uiteraard hebben raadsleden het recht om kennis te nemen van de “geheime” afspraken die het college gemaakt heeft. Zij het, dat het college de raad geheimhouding kan opleggen tot het moment, waarop de raad daarover zelf een besluit heeft genomen.

Daarbij gaat het om een tamelijk principieel punt. Namelijk, dat niet het college, maar het de raad is, die beslist of geheimhouding gewenst en noodzakelijk is.

Wat er op neerkomt dat zelfs als de architect er op aan heeft gedrongen dat zijn afspraken met de gemeente geheim zouden blijven, de gemeente niet anders kan doen, dan kennis te nemen van die wens, maar de architect er op dient te wijzen, dat het besluit (over die geheimhouding) niet aan het college is, maar aan de raad.

Alvorens de raad een verantwoord besluit kan nemen over geheimhouding, dient ze uiteraard kennis te hebben van de reden voor die geheimhouding. In de beantwoording van de vragen zegt het college daarover:

Tijdens de onderhandelingen over het treffen van een mogelijke schikking hebben beide partijen hun eisen op tafel gelegd. De wens tot geheimhouding van de vaststellingsovereenkomst kwam vooral van de kant van de architect. Wij kunnen hem daarin heel goed volgen want het betreft (vooral) een financieel aspect in relatie tot bedrijfsvoering waar anderen niet direct toegang toe behoren te krijgen. Het resultaat van de onderhandelingen is immers vastgelegd in een privaatrechtelijke overeenkomst tussen twee partijen. Daarbij hebben wij ons ook gerealiseerd dat wij te allen tijde verantwoording moeten kunnen afleggen aan de gemeenteraad.

ezel3Het college beweert dus, dat het “vooral” de architect was die geheimhouding heeft geëist.

Een eis waarvan de advocaat van de architect moet hebben geweten, dat de gemeente daar “formeel” niet aan zou kunnen voldoen, omdat de beslissing daarover alleen maar “tijdelijk” in handen van het college was en dat het uiteindelijk de raad was die daar (met behulp van eigen overwegingen) een besluit over kon nemen.

Omdat het tamelijk voorspelbaar was dat het college met een dergelijke bewering (dat het vooral de architect was die met een dergelijke eis zou zijn gekomen) heb ik daar (met mijn WOB verzoek) al rekening mee gehouden.

Mijn verzoek luidt letterlijk.

Op grond van de Wet Openbaarheid van Bestuur verzoek ik U om inzage in de correspondentie die er (direct of via zijn vertegenwoordiger) gevoerd is met de “Drommedaris” architect Hans Kuiper over de met hem te treffen schikking.

En tevens inzage in de uiteindelijke tekst van de schikking.

We moeten echter niet verbaasd opkijken, als de door mij gevraagde correspondentie (tussen gemeente en de advocaat) volgens het college niet blijkt te bestaan.

Zoals dat ook het geval was rond de Drommedaris met de correspondentie tussen gemeente en aannemer (over het compromis dat met hem was gesloten) en de correspondentie tussen gemeente en stichting over hetzelfde  compromis.

Ook toen is nadrukkelijk gevraagd om schriftelijke onderbouwing, maar bleek dat niet mogelijk, omdat het Enkhuizer beleid is dergelijke afspraken niet schriftelijk te laten vastleggen. De raad nam destijds genoegen met die verklaring en het zou me dus ook niet verbazen, als ze dat deze keer opnieuw zou doen.

De klemmende vraag is dus, hoe vaak de raad van Enkhuizen bereid is om zich aan dezelfde steen te willen blijven stoten.

Zien wat er gaat gebeuren

reijswoud2
Protagonist

Ik weet het, eigen roem stinkt, maar het moet me toch van het hart dat naast de SP en HEA alleen Nieuw Enkhuizen tot dusver aandacht heeft besteed aan wat inmiddels bekend staat als een RBP, ofwel een raadsbreed programma.

Het HEA is voluit voorstander, de SP is sceptisch, terwijl mijn eigen partij (NE) zich op haar website heeft beperkt tot het verstrekken van links naar publicaties over dit onderwerp. Van de overige partijen is er geen één, die er tot dusver aandacht (in de vorm van een beschouwing) aan heeft besteed.

Op persoonlijke titel heb ik zelf al wel een paar columns over het onderwerp geschreven, met als algemene trend, dat ik niet begrijp, waarom het samenstellen van een programma waarin alle 9 partijen zich moeten herkennen eenvoudiger is, dan een programma waarin maar 4 partijen zich hoeven te herkennen.

Verder begrijp ik niets van de afkeer voor de verdeling in coalitie en oppositie. In mijn ogen beide essentiële onderdelen van het democratisch besluitvormingsproces. In de kunstmatige eenheidsworst die het RBP tracht te zijn zie ik weinig heil, maar nogmaals, dat is mijn persoonlijke mening.

Wat ik ronduit teleurstellend vind is dat de protagonisten van de raadsbrede aanpak, Van Reijswoud en Koning, tot dusver geen enkele beschouwing over het onderwerp hebben gepubliceerd en dat dus alles afhangt van de mondelinge presentatie die vanavond zal plaatsvinden.

koning-1
Protagonist

Althans, dat begrijp ik uit het bericht in de Enkhuizer krant van hedenochtend. Twee maanden na de verkiezingen zijn we niet verder dan een brainstormsessie en de hoop dat die voldoende oplevert om door te gaan op de ingeslagen weg. Informateur Keur heeft daarover gezegd;

“Getoetst aan de eisen, beschreven in het ROB-rapport, rijst twijfel of Enkhuizen thans al in voldoende mate aan de voorwaarden tot slagen voldoet. Een integrale, raadsbrede, transparante bestudering van de situatie is zeer wenselijk”.

Vanwege de transparante aanpak heeft men (volgens het krantenartikel) besloten om bijeenkomst van vanavond besloten te houden. Op de SP website las ik;

“De burgers, ondernemers en maatschappelijke organisaties moeten volop betrokken worden bij de samenstelling van de raadsvoorstellen”.

Welnu, ik ben een betrokken burger die al meer beschouwingen over het onderwerp heeft gepubliceerd dan welk raadslid dan ook. Die bovendien een uiterst creatieve oplossing heeft aangedragen om uit de huidige impasse te komen.  Me dunkt, meer dan voldoende kwalificaties om aanwezig te mogen zijn bij de brainstormsessie van vanavond.

Tenminste, als je als instituut serieus genomen wilt worden over je wens de burger meer te willen betrekken en transparant te willen werken.

Dus ik ga vanavond gewoon naar het Wapen van Enkhuizen, meld me aan als toeschouwer en zie wel wat er gebeurt.

Oude wijn in nieuwe zakken.

nieuw of oud Nieuwe zakken Oude zakken Nieuwe wijn Oude wijnHet stond niet op de agenda van de bijzondere raadsvergadering van afgelopen dinsdagavond, maar was een toegevoegd agendapunt. Het verslag van Keesman/Van Reijswoud over het gesprek dat ze met elkaar hadden gevoerd.

Het was een prettig gesprek zo werd ons door de beide deelnemers medegedeeld en op grond daarvan valt niet uit te sluiten, dat SP en VVD in de nabije toekomst met elkaar gaan samenwerken.

Dat werd niet letterlijk zo gezegd, maar er was wel een vage hint dat een dergelijke samenwerking tot de mogelijkheden zou kunnen gaan behoren.

Maar eerst moet er nog van alles verkend worden en dat gebeurt dan aanstaande dinsdag in plaats van de Commissievergadering GrondGebied (die werd afgelast).

Die vergadering vindt (naar verluidt) plaats (om mij onbekende redenen) in het Wapen van Enkhuizen. Dat maakt dat het risico dat ze niet via het internet te beluisteren is vrij groot, zodat er niets anders opzit dan er in persoon heen te gaan en te hopen dat ik word toegelaten.

Wat me bij dit alles een beetje begint tegen te staan is, dat men bijna twee maanden na de verkiezingen nog steeds hoofdzakelijk met de eigen kwaaltjes bezig is, zonder dat er een beeld bestaat over hoe het nu verder moet. Wat dat betreft begint de kwalificatie van de verslaggevers van de voormalige Enkhuizer Krant, “kleutergedrag”, steeds meer hout te snijden.

Het document dat tot voorbeeld diende (rapport van de Raad Openbaar Bestuur) komt met 10 verschillende voorbeelden. Helaas zegt Van Reijswoud daarover dat het niet de bedoeling is, dat we het voorbeeld van anderen volgen, maar zelf iets bedenken dat op de Enkhuizer situatie van toepassing is. Dat voorspelt weinig goeds en het kan dus zomaar tot na  de grote vakantie duren voordat er spijkers met koppen kunnen worden geslagen.

Maar zelfs na nauwgezette lezing van het rapport heb ik nog steeds het gevoel dat we druk bezig zijn oude wijn in nieuwe zakken te doen. D.w.z. nieuwe namen verzinnen voor een eeuwenoud en beproefd proces. Analoog aan het idee, dat als we schoonmakers in het vervolg interieurverzorgers gaan noemen, er misschien dingen veranderen. Niet dus.

De simpele realiteit is, dat wil je tot een stabiel bestuur komen SP en VVD een manier moeten zien te vinden om met elkaar samen te werken. Als ze daar twee maanden na de verkiezing nog niet achter zijn, dan vrees ik dat we met een ernstig geval van incompetentie van doen hebben.

Aan de VVD (hoewel niet mijn partij) kan het niet liggen, die heeft van meet af aan verklaard met iedereen (=raadsbreed) te willen samenwerken. Het probleem is dus de SP, die (niet uitgesproken) voorkeuren heeft, met name in de persoonlijke sfeer.

De olifant in de kamer is volgens mij dan ook, dat men eerherstel voor wethouder Olierook wil (waarvan men nog steeds vindt dat hij niets verkeerd heeft gedaan).

Nu verwart de SP (een van oorsprong Maoïstische partij) wel vaker  persoonsverheerlijking met loyaliteit en het zou een verademing zijn als men dat onderscheid zou leren te maken. Eerherstel voor Olierook zit er (volgens mij) niet in. Daarvoor heeft hij de Enkhuizer raad net iets te vaak, onvoldoende en onjuist geïnformeerd.

De SP mag er dan prat op gaan dat ze veruit de grootste partij is, maar naast voordelen biedt die positie ook verplichtingen. En dat wil zeggen, (om de metafoor van Keesman zelf te gebruiken), dat je niet kunt volstaan met vanonder de Koepoort te blijven roepen dat het allemaal veel te snel gaat.

Je zult ook zelf iets moeten doen om het tempo bij te benen en bijvoorbeeld voorstellen doen over de toekomstige samenwerking met de VVD.

Wanneer SP en VVD eindelijk beseffen dat ze tot elkaar veroordeeld zijn, dan blijft alleen nog de keuze voor hun secondanten over.

Wil men secondanten binnen de eigen stroming dan zijn D66 en PvdA de voor de hand liggende keuze.

Zie voor een ‘creatievere’ raadsbrede oplossing mijn eerdere column “Anders denken, anders doen”.

Enfin, dinsdagavond weten we meer. Als ik tenminste tot de vergadering wordt toegelaten. Winking smile