Enigszins plausibel.

Het is in Enkhuizen volstrekt ongebruikelijk dat de raad de beweringen van het college op juistheid controleert.

De eerste keer dat ik daar kennis mee maakte was in januari 2010. De raadsvergadering telde twee insprekers die commentaar leverden op het voornemen van de gemeente om een exploitant van tennisbanen meer dan een half miljoen te betalen als afkoop van zijn  erfpacht overeenkomst.

Een overeenkomst die hem in staat stelde om een inmiddels verliesgevende activiteit (de exploitatie van een tennispark) te blijven voortzetten, maar die hij, (om begrijpelijke redenen) liever beëindigde.

Een van de insprekers was (meen ik) het huidige raadslid Gerrit van Galen. Of hij het was, of die andere inspreker, weet ik niet meer, maar één van de insprekers liet zich enigszins sarcastisch ontvallen, dat hij iets had gedaan wat raadsleden nooit deden. Bij de KvK informeren of de door het college gedane beweringen juist waren en dat bleek niet het geval te zijn.

Zijn opmerking werd niet in de notulen opgenomen en ik herinner me dat ik toen dacht, aha, zo doen ze de dingen in Enkhuizen. Als wat U zegt ons niet bevalt, dan nemen wij het niet op in de notulen en is er verder ook geen haan die daar ooit naar kan kraaien.

We zijn inmiddels 10 jaar verder en opnieuw spelen uittreksels van de KvK een rol. Op het uittreksel waar ik over beschik staat dat OREZ bv vanaf haar oprichting gevestigd is op hetzelfde adres als waar Droomparken is gevestigd.

Het college beweert dat dit niet zo is en dat de wijziging van het statutaire adres en de wijziging van het bezoekadres werd doorgevoerd nadat de aandelenoverdracht had plaatsgevonden.

Maar het statutaire adres is nooit gewijzigd en waarom zou je wél het bezoekadres wijzigen, maar niet de datum waarop je die wijziging doorvoert.

Dus het college beweert iets, in de wetenschap dat geen raadslid de moeite zal nemen om te controleren of die bewering ook wáár is.

Kortom, OREZ bv was van meet af aan gevestigd op hetzelfde adres als Droomparken en de gemeente is zich daar (volgens haar eigen verklaring) nooit bewust van geweest.

Dat is mogelijk waar, voor zover het wethouder Struijlaart betreft, maar moeilijk te geloven voor wat betreft zijn voorgangers. Zeker gelet op hun vroegtijdige voorkeur om de raad in het verdere verloop van de procedure buiten de besluitvorming te houden.

Op een enkele uitzondering na doet de huidige raad precies hetzelfde als de raad 10 jaar geleden deed. Zelfs als men wordt aangemoedigd het te doen, dan nog verifieert men niets en  neemt men de beweringen van het college klakkeloos over. Zelfs het aanvragen van een uittreksel van de KvK is daarbij kennelijk te veel moeite.

Uiteraard weet het college dit ook en dus zijn we de afgelopen 10 jaar getuige geweest van spectaculaire beweringen van diverse colleges. Beweringen waarvan elke burger (die in het bezit was van normale verstandelijke vermogens) wist, dat wat er beweerd werd onmogelijk waar kon zijn, maar waarvan de raad altijd zonder blikken of blozen aannam dat het wél waar was.

Het is vrij algemeen bekend, dat gemeenteraden nauwelijks geïnteresseerd zijn in “de waarheid” (die soms lastig is om uit te leggen), maar veel liever beschikken over een enigszins plausibele verklaring. Omdat die geen vragen oproept bij een electoraat dat zijn dagen het liefste slijt in gelukzalige onwetendheid.

Een en ander volgens het spreekwoord “Mundus Vult Decipi”, ofwel, de wereld wil bedrogen worden.

Als de kat van huis is

Woensdagavond was het programma “opstandelingen” op de tv.

Over burgers die in opstand komen tegen lokale bestuurders en ambtenaren. De eerste (van een serie van 4 programma’s) kwam uit Bergen, Noord-Holland.

Is er een overeenkomst met Enkhuizen vroeg iemand zich af? Ik denk dat de algemene overeenkomst is, dat de gekozen bestuurders (raadsleden) zich vrijwel altijd conformeren met de belangen van de benoemde bestuurders (B&W en hun ambtenaren), maar zelden of nooit met de belangen van hun kiezers.

Het belang van de kiezer is, dat er toezicht wordt gehouden op het doen (en laten) van de benoemde bestuurders en hun ambtenaren.

Maar toezicht houden werkt niet statusverhogend en dat is waar de gekozen bestuurders enorm gevoelig voor zijn. Bovendien maak je geen vrienden met toezicht houden en de gekozen bestuurders zijn voor een groot deel afhankelijk van de gunsten die er verleend worden door B&W en haar ambtenaren.

En gunsten worden alleen verleend, als je als gekozen bestuurder (raadslid) het de benoemde bestuurders (B&W) en hun ambtenaren niet al te moeilijk maakt. En als er fouten zijn gemaakt, je bereid bent veel door de vingers te zien.

Gedurende de looptijd van mijn blog heb ik gewezen op het feit dat het budgetrecht van de raad niet werd gerespecteerd. Niet tijdig werd informatie verstrekt zodat de raad zich alleen kon uitspreken over voldongen feiten. Dat documenten waarom gevraagd was niet werden overhandigd (en dus niet voldaan werd aan de wet) en dat de raad was geïnformeerd met behulp van valse documenten.

Maar voor deze onderwerpen heeft er binnen de raad nooit enige belangstelling bestaan. En dus keerden ze met enige regelmaat weer terug. Zoals de raad zich onttrok aan haar verplichting toezicht te houden, onttrok het college zich aan de verplichting om de raad tijdig en volledig te informeren.

Maar als toezicht ontbreekt, dan worden de meest rare dingen mogelijk. Zoals dat we 200 kavels met bouwvergunning cadeau doen aan iemand, die als tegenprestatie voor ons een strandje laat opspuiten.

Wat volgens een eerder aan de gemeente uitgebrachte offerte € 1.3 miljoen zou moeten kosten, maar nu mogelijk het dubbele.

Maar 200 kavels op een unieke plek leveren makkelijk € 20 miljoen op en dus bestaat er een enorm gat tussen de opbrengst van de kavels en de kosten van de tegenprestatie. Ik heb die tegenstelling meermalen aangekaart op mijn blog, maar ik heb er nog nooit een raadslid een vraag over horen stellen.

Is dit alles vergelijkbaar met Bergen? Volgens mij wel, zij het dat de inwoners van Bergen me iets meer betrokken lijken dan de inwoners van Enkhuizen.

En dank zij de geringe betrokkenheid van de inwoners van Enkhuizen dansen de muizen ter plaatse er al jarenlang vrolijk op los.

Doodse stilte.

De Enkhuizer raad kent twee fracties die vragen hebben gesteld over de gang van zaken rond de herontwikkeling van het recreatieoord. In beide gevallen betreft het lokale partijen. Het Enkhuizer Alternatief en Enkhuizen Vooruit!

Er is één fractie (SP) die het tot haar taak rekent de opvattingen van het ZZM in twijfel te trekken, maar voor het overige dik tevreden is met de gang van zaken. Dat geldt ook voor de PvdA, waarvan de fractievoorzitter heeft laten weten sowieso niet te begrijpen waar de problemen uit bestaan.

Horen-Zien-en-ZwijgenDe overige 5 partijen hebben er tot dusver het zwijgen toe gedaan.

Wat we wel weten is, dat ze geweigerd hebben om kennis te nemen van de bezwaren van het ZZM, zoals ze (naar ik mag aannemen), ook geen kennis zullen hebben genomen van de bezwaren van de andere bezwaarmakers.

Zoals daar zijn, het ministerie OCW, de provincie, de erfgoedvereniging Heemschut en de vereniging Oud Enkhuizen die zich bij Heemschut heeft aangesloten.

Tenminste, zolang die ingediende bezwaren niet gelijktijdig vergezeld gaan van een door het college opgesteld verweer tegen die bezwaren.

De formele gedragsregel van raadsleden is, dat zij zonder last of ruggespraak (van wie dan ook) zullen deelnemen aan de beraadslagingen.

Ik denk dat we deze gedragsregel voor de Enkhuizer raadsleden moeten aanpassen.

In de zin, dat Enkhuizer raadsleden zich pas na ruggespraak met het college in een onderwerp zullen verdiepen. En zich nooit over een onderwerp zullen uitspreken, voordat het college zich over dat onderwerp heeft uitgesproken.

Anders heb ik geen verklaring voor de doodse stilte, waar VVD, D66, CDA, NE en CU/SGP zich nu al wekenlang mee omringen.

Linkeballen

AfberichtIn de krant van vandaag zet raadsgriffier Lankman een fraai staaltje linkeballen neer.

Linkeballen is de wielerterm voor wielrenners die, nadat ze eerst eendrachtig hebben samengewerkt om bij de finish te komen, kort voor de meet voor eigen succes gaan.

Nu duidelijk is dat zijn advies aan de raad, om niet naar een informatiebijeenkomst te gaan, volstrekt misplaatst was,  probeert de griffier (ambtenaar die in dienst van de raad is)  zich alsnog uit de situatie te redden.

Door te stellen, dat het om een besloten bijeenkomst ging, alsof beslotenheid iets is, waar je als raad voor terug zou moeten schrikken.

Lankman doet het voorkomen of besloten bijeenkomsten uitzonderlijke gebeurtenissen zijn voor de raad, maar in werkelijkheid zijn ze eerder regel dan uitzondering.

Het is aan raadsleden zelf om te bepalen of zij wel of niet een uitnodiging aanvaarden. Het bijzondere in dit geval is dat het collectief gebeurde en op advies van burgemeester en griffier.

De wet schrijft voor, dat besluiten openbaar worden genomen, maar veel van wat daar aan vooraf gaat (de zogenaamde oordeelsvorming) vindt in beslotenheid plaats.

Op basis van welke overwegingen de raad een besluit neemt blijft vaak duister. Veel verwijzingen naar antwoorden op vragen die  zijn gesteld op het (besloten) internet forum van de raad, Agora, of in eerdere (besloten) bijeenkomsten.

De simpele werkelijkheid is, dat college noch raad er belang bij hebben, dat veel zaken openbaar worden besproken.

Sinds de laatste verkiezingen heeft de raad (alweer onder de enthousiaste toejuichingen van burgemeester en griffier) besloten dat de oppositie kan worden afgeschaft, omdat men van plan is de verschillen van inzicht binnenskamers op te lossen, zodat men naar buiten toe “eendracht” kan uitstralen.

En met het verdwijnen van de oppositie is ook de kritische beoordeling van B&W bij het oud vuil gezet, waardoor alles eindigt met het goedpraten van de gang van zaken. Zoals bijvoorbeeld de afwezigheid van de voltallige raad bij een vergadering waar (onder de bevolking) aantoonbaar grote belangstelling voor bestond.

Slippendragers.

In mijn vorige column stelde ik, dat als een meerderheid van de raad geen informatie van het ZZM wil ontvangen, het niet passend is als individuele raadsleden (die tot die meerderheid behoren en integer zijn) zich WEL tot het ZZM zouden wenden voor de  informatie die het ZZM klaarblijkelijk voorhanden heeft.

Tenminste, niet zolang de procedure voortduurt. En dat is tot nadat het raadsbesluit over het bestemmingsplan is genomen.

Uiteraard is het een veel gekoesterde wens in bestuurlijke en ambtelijke kringen dat de raad zich uitsluitend via hen laat informeren en niet zelf op onderzoek uitgaat. Zodat de raad haar inzichten uitsluitend baseert op de informatie die haar door bestuurders (en  ambtenaren) is aangereikt.

Het is dus logisch dat B&W adviseert, dat de raad er verstandig aan doet zich niet door het ZZM te laten informeren. Dat de raad zich door haar besluit volstrekt afhankelijk maakt van college en ambtenaren zal duidelijk zijn. Maar een dergelijk arrangement biedt, voor zowel de bestuurders als de ambtenaren, alleen maar voordelen. We hebben dat in het verleden meermalen kunnen vaststellen.

In dit specifieke dossier heeft de raad ingestemd met de door het college voorgestelde kaders en mag ze straks instemmen met het bestemmingsplan. Over de kwaliteit van het plan, waartegen het ZZM nu bezwaren naar voren brengt (omdat de museale beleving van het museum er door wordt aangetast) heeft de raad nooit enige zeggenschap gehad.

Dus jezelf ontzeggen om geïnformeerd te worden door ANDEREN dan het college, past volledig binnen de gedragscode (mores) van de Enkhuizer raad, zoals ik dat de afgelopen 9 jaar heb kunnen waarnemen.

Maar we moeten natuurlijk niet net doen of er een wet bestaat, die voorschrijft dat leden van de raad zich alleen maar mogen laten informeren door college en ambtenaren.

Dat is een beperking van bevoegdheden die raadsleden zichzelf opleggen en nergens in een wet is vastgelegd. Ik kan me alleen maar verbazen over het feit, dat de griffier de raad daar klaarblijkelijk niet op heeft gewezen.

Wat het raadsbesluit echter wel voor de zoveelste keer bevestigt is, dat de Enkhuizer gemeenteraad (als instrument voor democratische besluitvorming) inmiddels heeft afgedaan en we slechts kunnen spreken van de maandelijkse bijeenkomsten van een  uiterst gevarieerde groep slippendragers.

Jammer natuurlijk, maar wat doe je er aan? Niets. Stemmen heeft geen enkele zin meer, misschien is de aanschaf van gele hesjes het overwegen waard.

PS. De illustratie symboliseert overigens het feit dat Langbroek zich losgemaakt heeft van de kudde schapen en (naar het zich laat aanzien) zijn eigen weg gaat.  😉

Kennis delen.

De kleinst mogelijke meerderheid van de Enkhuizer raad (VVD, CDA, D66, PvdA en CU/SGP) heeft onlangs besloten, dat de bijeenkomsten van fraktievoorzitters (Presidium) in beslotenheid dienen plaats te vinden.

Daarmee zijn die bijeenkomsten natuurlijk niet “geheim” geworden.

Besloten wil zeggen, dat er geen toehoorders worden toegelaten tot de vergadering, maar zegt verder niets over de openbaarheid van de agenda. Evenmin bestaat er zoiets als een zwijgplicht over de wijze waarop de vergadering is verlopen.

Het staat iedere presidium-deelnemer vrij zijn/haar kiezers te informeren over wat er tijdens de vergadering is besproken. Op een manier die hem/haar het beste uitkomt.

Geheimhoudingsplicht op onderdelen blijft mogelijk, maar kan uiteraard onmogelijk het geval zijn voor elk onderwerp dat wordt besproken. De norm is en blijft “openbaarheid van bestuur”.

De zelfcensuur, die deelnemers aan de Presidium bijeenkomsten gewoonlijk toepassen, heeft geen wettelijke basis, maar is een onderlinge gedragscode (mores) die in de loop tijd is gegroeid. Niet in de laatste plaats omdat het makkelijker is dingen te verzwijgen dan ze openbaar te maken.

Burgerparticipatie kan alleen als burgers deugdelijk worden geïnformeerd. Zoals raadsleden hun werk alleen maar kunnen doen, als zij (door het college) volledig worden geïnformeerd.

Ik schreef al eens, dat kennis gelijk staat aan hebben van macht en dat delen van kennis (door de machthebbers) gewoonlijk gevoeld wordt als een verlies van macht. En dat dit verlies van macht de belangrijkste reden is, dat raadsleden hun kennis zo min mogelijk delen.

Maar goed, de bezwaarmakers (tegen de beslotenheid van de Presidium vergaderingen)  SP, NE, HEA en EV, zouden het effect van de pas genomen maatregel natuurlijk kunnen verzachten door te eisen, dat de agenda van die vergaderingen (net als in het verleden) op het RIS wordt geplaatst.

En door zelf verslag uit te brengen van wat er in het Presidium is besproken.

Luisteren, niet nadenken.

oogkleppen1
Luisteren

Hoe kan het toch, dat raadsleden altijd maar weer klakkeloos aannemen, dat wat hun door het college wordt voorgespiegeld, altijd de complete waarheid is?

De verklaring daarvoor zit hem in de puppy training die ze ondergaan nadat ze de eerste keer als raadslid zijn geïnstalleerd.

Burgemeester Baas omschreef het als volgt. Tenzij je het bewijs van het tegendeel kunt leveren, dien je te accepteren, dat alles wat de overheid beweert waar is.

Toen een raadslid eens zijn twijfel uitsprak over hetgeen er door toenmalig wethouder Boland werd beweerd, zei die. “Ik heb er recht op, dat (zolang u geen motie van “geen” vertrouwen hebt ingediend) u er op vertrouwt, dat wat ik zeg waar is.

Kortom, het is raadsleden niet toegestaan om te twijfelen aan de waarheid van hetgeen er door het college naar voren wordt gebracht. Een mooi voorbeeld daarvan is de vraag die voormalig raadslid Kunst ooit op Agora stelde.

Aanleiding was een krantenbericht waarin een opvatting van de stichting Drommedaris naar voren werd gebracht. Kunst vroeg het college om te bevestigen, dat de opvatting van het stichtingsbestuur door de krant juist was weergeven.

Kortom, een ambtenaar moest het stichtingsbestuur benaderen met de vraag of wat de krant had gepubliceerd inderdaad de mening van het stichtingsbestuur was. Kunst kon dat kennelijk niet zelf. In haar opvatting mocht je (klaarblijkelijk) aan alles twijfelen, behalve als het iets betrof dat door het college als “waar” was bestempeld.

Toen ik, tijdens een bijeenkomst met de standplaatshouders op de camping wethouder Struijlaart iets tegenwierp zei hij, dat ik moest leren luisteren. Dus dat is kennelijk het geheim van de smid.

Luisteren naar wat er door de wethouder wordt gezegd, maar verder vooral niet nadenken over wat hij heeft gezegd.