Blasé en verwend.

Gisteren vergaderde de raad. Vandaag voor de zekerheid nog even teruggeluisterd of er op- of aanmerkingen waren gemaakt over agendapunt 17. De “verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning”, door mij de “doofpot verordening” genoemd.

Alleen van Galen (CDA) vroeg zich af, waarom men nog steeds verslag moest doen over de besteding van de onkostenvergoeding voor fracties, maar volgens de griffier was dat bepaald in de gemeentewet.

Maar over de “doofpot verordening” verder geen woord en zo worden democratische normen en waarden geleidelijk aan vervangen door ambtelijke voorschriften.

Voorschriften, die weliswaar op democratische wijze tot stand zijn gekomen, maar ook veel dictators zijn, met behulp van democratische procedures aan de macht gekomen.

Veel mensen schijnen te denken dat democratie de natuurlijke staat der dingen is, maar niets is minder waar. Het wemelt van de “autoritair geleide” bedrijven en staten. Die soms uiterst succesvol kunnen zijn. Denk aan de Chinese Volksrepubliek.

Dat neemt niet weg, dat er wat mij betreft best een beweging op gang mag komen, die zich inzet voor het bewaken van onze democratische normen en waarden. Zo iets als een, “Vrienden Van De Democratie”.

Maar ik denk, dat we inmiddels zo blasé en verwend zijn geraakt, dat we zelfs het lid worden van een Facebook groep te veel moeite vinden.

De doofpot verordening.

In mijn vorige beschouwing schreef ik, dat onze raadsleden zelf meewerkten aan het oprichten van barrières, waarmee ze het voor zichzelf vrijwel onmogelijk maken om hun taak als toezichthouder op efficiënte wijze te vervullen.

Neem bijvoorbeeld de gewijzigde “Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning 2020” waar de Enkhuizer raad,in haar vergadering op 25 februari, mee zal instemmen

In de verordening zijn de ambtelijke bijstand en (financiële) fractieondersteuning bijeengebracht.

Ik ben bij de presidiumbehandeling van de vorige wijziging geweest en toen ging het alleen maar over de hoeveelheid vergoeding die elke fractie zou kunnen ontvangen. Het lijkt me sterk, dat de aandacht deze keer wel op de ambtelijke bijstand gericht is geweest.

Dus alle aandacht naar artikel 2, waarin de eigen vergoeding wordt geregeld en geen enkele aandacht voor artikel 1 dat gaat over ambtelijke bijstand.

In plaats van dat deze verordening wordt vastgelegd, dat een raadslid (uit hoofde van zijn functie van toezichthouder) recht heeft op inzage in alle informatie die binnen de organisatie beschikbaar is, moet hij het doen met het volgende zuinige opmerkingen.

Artikel 1, punt 1

  • Een raadslid kan zich tot de griffier wenden met een verzoek om:
    a. feitelijke en beschikbare informatie van geringe omvang;
    b. inzage in of afschrift van documenten die openbaar zijn;

en artikel 1, punt 3

  • Indien een ambtenaar twijfelt of het verzoek betrekking heeft op informatie bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, stelt hij de secretaris daarvan in kennis.
  • De secretaris beslist.

Dus wat ooit het recht was van een volksvertegenwoordiger, is nu (op advies van de griffier) terug geschaald naar de mogelijkheid om (de griffier) een verzoek te doen om informatie te verstrekken.

Onder voorwaarde, dat de informatie waarom wordt gevraagd van geringe omvang is. Daarnaast moet het informatie ook nog feitelijk zijn, waarmee er (denk ik) wordt bedoeld, dat de informatie op feiten en niet op geruchten gebaseerd moet zijn.

Verder kan er inzage worden gegeven in documenten die openbaar zijn, waarmee naar alle waarschijnlijkheid wordt bedoelt, documenten die naar het oordeel van het college openbaar zijn.

En alsof dan niet voldoende beperkingen zijn opgelegd, mogen ambtenaren ook nog hun eigen voorwaarden stellen.

Als ze twijfelen of de gevraagde informatie mogelijk een ongunstig licht werpt op de organisatie waarbinnen ze functioneren, dan kunnen ze de hulp van hun baas inroepen, die dan mag beslissen, of de toezichthouder daadwerkelijk de informatie krijgt waar hij om heeft gevraagd.

Dit is geen verordening die past bij een toezichthouder, maar een die past bij een gedweeë meeloper. Meelopers, die alleen maar belangstelling  hebben voor hun  onkostenvergoeding en het verder niets uitmaakt, dat de verordening die ze van plan zijn van kracht te laten worden, feitelijk een doofpotcultuur legitimeert.

Door de gemeente-secretaris het recht te geven om te bepalen welke informatie er wel en welke informatie er niet hoeft te worden verstrekt aan de toezichthouder.

Dat als gevolg van deze dociele houding van de toezichthouders er in het verleden van alles mis is gegaan en in de toekomst steeds weer opnieuw van alles mis zal blijven gaan, mag geen verbazing wekken.

Wat wel grote verbazing wekt is, dat deze beperkingen (die elke mogelijkheid tot efficiënt en gedegen toezicht onmogelijk maken) onder instemmend geknik van de toezichthouders zelf wordt goedgekeurd.

Bestuurscultuur.

Mijn eerste schrijfsels over de lokale politiek in Enkhuizen dateren van 1 oktober 2009. Tien jaar later is het totaal opgelopen tot bijna 2500 en met meer dan 9000 reacties op die schrijfsels.

Wat mij betreft een aardige database voor een boekje over 10 jaar bestuurscultuur in Enkhuizen. Met als hoogtepunten de realisatie van een Sociaal Medisch Centrum in de Vijzelstraat, de verbouwing van de Drommedaris en “last but not least” de herinrichting van het recreatieoord Enkhuizerzand.

Die herinrichting was (wat mij betreft) 10 jaar geleden begonnen met de aanschaf van de Uilenbanen en is negen jaar later (op 20 november 2018) afgerond met de ondertekening van de (met OREZ BV gesloten) anterieure overeenkomst.

Die overeenkomst bepaalt de wederzijdse verplichtingen die partijen ten opzichte van elkaar zijn aangegaan. Eén daarvan, de eigendomsoverdracht van grond, heeft inmiddels (door middel van die anterieure overeenkomst) plaatsgevonden, zonder dat de raad in de gelegenheid is gesteld haar bedenkingen kenbaar te maken. (art 169.4 gemeentewet).

Maar dat is niet het enige. Het college is er in geslaagd om, na jarenlange voorbereiding, met OREZ een plan overeen te komen, waartegen alle zogenaamde “stake-holders” in het gebied (SWL, ZZM, Strandpaviljoen, Campingbewoners) maar ook “gewone” gebruikers van het gebied, bezwaren hebben ingebracht.

Dat is in zichzelf een fenomenale prestatie, die wat mij betreft onlosmakelijk verbonden is met de bestuurscultuur die men Enkhuizen de afgelopen 10 jaar in stand heeft weten te houden. Sterker nog, die men sinds de verkiezingen van 2018 heeft “verbeterd” door het formeel afschaffen van de oppositie.

Daarmee zijn de onderlinge verhoudingen ongetwijfeld enorm verbeterd, maar het doel van een gemeenteraad is niet, om haar werkzaamheden (voor zichzelf) zo prettig en makkelijk mogelijk te maken, maar om op effectieve wijze toezicht te houden op het doen en laten van het college.

Enigszins plausibel.

Het is in Enkhuizen volstrekt ongebruikelijk dat de raad de beweringen van het college op juistheid controleert.

De eerste keer dat ik daar kennis mee maakte was in januari 2010. De raadsvergadering telde twee insprekers die commentaar leverden op het voornemen van de gemeente om een exploitant van tennisbanen meer dan een half miljoen te betalen als afkoop van zijn  erfpacht overeenkomst.

Een overeenkomst die hem in staat stelde om een inmiddels verliesgevende activiteit (de exploitatie van een tennispark) te blijven voortzetten, maar die hij, (om begrijpelijke redenen) liever beëindigde.

Een van de insprekers was (meen ik) het huidige raadslid Gerrit van Galen. Of hij het was, of die andere inspreker, weet ik niet meer, maar één van de insprekers liet zich enigszins sarcastisch ontvallen, dat hij iets had gedaan wat raadsleden nooit deden. Bij de KvK informeren of de door het college gedane beweringen juist waren en dat bleek niet het geval te zijn.

Zijn opmerking werd niet in de notulen opgenomen en ik herinner me dat ik toen dacht, aha, zo doen ze de dingen in Enkhuizen. Als wat U zegt ons niet bevalt, dan nemen wij het niet op in de notulen en is er verder ook geen haan die daar ooit naar kan kraaien.

We zijn inmiddels 10 jaar verder en opnieuw spelen uittreksels van de KvK een rol. Op het uittreksel waar ik over beschik staat dat OREZ bv vanaf haar oprichting gevestigd is op hetzelfde adres als waar Droomparken is gevestigd.

Het college beweert dat dit niet zo is en dat de wijziging van het statutaire adres en de wijziging van het bezoekadres werd doorgevoerd nadat de aandelenoverdracht had plaatsgevonden.

Maar het statutaire adres is nooit gewijzigd en waarom zou je wél het bezoekadres wijzigen, maar niet de datum waarop je die wijziging doorvoert.

Dus het college beweert iets, in de wetenschap dat geen raadslid de moeite zal nemen om te controleren of die bewering ook wáár is.

Kortom, OREZ bv was van meet af aan gevestigd op hetzelfde adres als Droomparken en de gemeente is zich daar (volgens haar eigen verklaring) nooit bewust van geweest.

Dat is mogelijk waar, voor zover het wethouder Struijlaart betreft, maar moeilijk te geloven voor wat betreft zijn voorgangers. Zeker gelet op hun vroegtijdige voorkeur om de raad in het verdere verloop van de procedure buiten de besluitvorming te houden.

Op een enkele uitzondering na doet de huidige raad precies hetzelfde als de raad 10 jaar geleden deed. Zelfs als men wordt aangemoedigd het te doen, dan nog verifieert men niets en  neemt men de beweringen van het college klakkeloos over. Zelfs het aanvragen van een uittreksel van de KvK is daarbij kennelijk te veel moeite.

Uiteraard weet het college dit ook en dus zijn we de afgelopen 10 jaar getuige geweest van spectaculaire beweringen van diverse colleges. Beweringen waarvan elke burger (die in het bezit was van normale verstandelijke vermogens) wist, dat wat er beweerd werd onmogelijk waar kon zijn, maar waarvan de raad altijd zonder blikken of blozen aannam dat het wél waar was.

Het is vrij algemeen bekend, dat gemeenteraden nauwelijks geïnteresseerd zijn in “de waarheid” (die soms lastig is om uit te leggen), maar veel liever beschikken over een enigszins plausibele verklaring. Omdat die geen vragen oproept bij een electoraat dat zijn dagen het liefste slijt in gelukzalige onwetendheid.

Een en ander volgens het spreekwoord “Mundus Vult Decipi”, ofwel, de wereld wil bedrogen worden.

Als de kat van huis is

Woensdagavond was het programma “opstandelingen” op de tv.

Over burgers die in opstand komen tegen lokale bestuurders en ambtenaren. De eerste (van een serie van 4 programma’s) kwam uit Bergen, Noord-Holland.

Is er een overeenkomst met Enkhuizen vroeg iemand zich af? Ik denk dat de algemene overeenkomst is, dat de gekozen bestuurders (raadsleden) zich vrijwel altijd conformeren met de belangen van de benoemde bestuurders (B&W en hun ambtenaren), maar zelden of nooit met de belangen van hun kiezers.

Het belang van de kiezer is, dat er toezicht wordt gehouden op het doen (en laten) van de benoemde bestuurders en hun ambtenaren.

Maar toezicht houden werkt niet statusverhogend en dat is waar de gekozen bestuurders enorm gevoelig voor zijn. Bovendien maak je geen vrienden met toezicht houden en de gekozen bestuurders zijn voor een groot deel afhankelijk van de gunsten die er verleend worden door B&W en haar ambtenaren.

En gunsten worden alleen verleend, als je als gekozen bestuurder (raadslid) het de benoemde bestuurders (B&W) en hun ambtenaren niet al te moeilijk maakt. En als er fouten zijn gemaakt, je bereid bent veel door de vingers te zien.

Gedurende de looptijd van mijn blog heb ik gewezen op het feit dat het budgetrecht van de raad niet werd gerespecteerd. Niet tijdig werd informatie verstrekt zodat de raad zich alleen kon uitspreken over voldongen feiten. Dat documenten waarom gevraagd was niet werden overhandigd (en dus niet voldaan werd aan de wet) en dat de raad was geïnformeerd met behulp van valse documenten.

Maar voor deze onderwerpen heeft er binnen de raad nooit enige belangstelling bestaan. En dus keerden ze met enige regelmaat weer terug. Zoals de raad zich onttrok aan haar verplichting toezicht te houden, onttrok het college zich aan de verplichting om de raad tijdig en volledig te informeren.

Maar als toezicht ontbreekt, dan worden de meest rare dingen mogelijk. Zoals dat we 200 kavels met bouwvergunning cadeau doen aan iemand, die als tegenprestatie voor ons een strandje laat opspuiten.

Wat volgens een eerder aan de gemeente uitgebrachte offerte € 1.3 miljoen zou moeten kosten, maar nu mogelijk het dubbele.

Maar 200 kavels op een unieke plek leveren makkelijk € 20 miljoen op en dus bestaat er een enorm gat tussen de opbrengst van de kavels en de kosten van de tegenprestatie. Ik heb die tegenstelling meermalen aangekaart op mijn blog, maar ik heb er nog nooit een raadslid een vraag over horen stellen.

Is dit alles vergelijkbaar met Bergen? Volgens mij wel, zij het dat de inwoners van Bergen me iets meer betrokken lijken dan de inwoners van Enkhuizen.

En dank zij de geringe betrokkenheid van de inwoners van Enkhuizen dansen de muizen ter plaatse er al jarenlang vrolijk op los.

Doodse stilte.

De Enkhuizer raad kent twee fracties die vragen hebben gesteld over de gang van zaken rond de herontwikkeling van het recreatieoord. In beide gevallen betreft het lokale partijen. Het Enkhuizer Alternatief en Enkhuizen Vooruit!

Er is één fractie (SP) die het tot haar taak rekent de opvattingen van het ZZM in twijfel te trekken, maar voor het overige dik tevreden is met de gang van zaken. Dat geldt ook voor de PvdA, waarvan de fractievoorzitter heeft laten weten sowieso niet te begrijpen waar de problemen uit bestaan.

Horen-Zien-en-ZwijgenDe overige 5 partijen hebben er tot dusver het zwijgen toe gedaan.

Wat we wel weten is, dat ze geweigerd hebben om kennis te nemen van de bezwaren van het ZZM, zoals ze (naar ik mag aannemen), ook geen kennis zullen hebben genomen van de bezwaren van de andere bezwaarmakers.

Zoals daar zijn, het ministerie OCW, de provincie, de erfgoedvereniging Heemschut en de vereniging Oud Enkhuizen die zich bij Heemschut heeft aangesloten.

Tenminste, zolang die ingediende bezwaren niet gelijktijdig vergezeld gaan van een door het college opgesteld verweer tegen die bezwaren.

De formele gedragsregel van raadsleden is, dat zij zonder last of ruggespraak (van wie dan ook) zullen deelnemen aan de beraadslagingen.

Ik denk dat we deze gedragsregel voor de Enkhuizer raadsleden moeten aanpassen.

In de zin, dat Enkhuizer raadsleden zich pas na ruggespraak met het college in een onderwerp zullen verdiepen. En zich nooit over een onderwerp zullen uitspreken, voordat het college zich over dat onderwerp heeft uitgesproken.

Anders heb ik geen verklaring voor de doodse stilte, waar VVD, D66, CDA, NE en CU/SGP zich nu al wekenlang mee omringen.

Linkeballen

AfberichtIn de krant van vandaag zet raadsgriffier Lankman een fraai staaltje linkeballen neer.

Linkeballen is de wielerterm voor wielrenners die, nadat ze eerst eendrachtig hebben samengewerkt om bij de finish te komen, kort voor de meet voor eigen succes gaan.

Nu duidelijk is dat zijn advies aan de raad, om niet naar een informatiebijeenkomst te gaan, volstrekt misplaatst was,  probeert de griffier (ambtenaar die in dienst van de raad is)  zich alsnog uit de situatie te redden.

Door te stellen, dat het om een besloten bijeenkomst ging, alsof beslotenheid iets is, waar je als raad voor terug zou moeten schrikken.

Lankman doet het voorkomen of besloten bijeenkomsten uitzonderlijke gebeurtenissen zijn voor de raad, maar in werkelijkheid zijn ze eerder regel dan uitzondering.

Het is aan raadsleden zelf om te bepalen of zij wel of niet een uitnodiging aanvaarden. Het bijzondere in dit geval is dat het collectief gebeurde en op advies van burgemeester en griffier.

De wet schrijft voor, dat besluiten openbaar worden genomen, maar veel van wat daar aan vooraf gaat (de zogenaamde oordeelsvorming) vindt in beslotenheid plaats.

Op basis van welke overwegingen de raad een besluit neemt blijft vaak duister. Veel verwijzingen naar antwoorden op vragen die  zijn gesteld op het (besloten) internet forum van de raad, Agora, of in eerdere (besloten) bijeenkomsten.

De simpele werkelijkheid is, dat college noch raad er belang bij hebben, dat veel zaken openbaar worden besproken.

Sinds de laatste verkiezingen heeft de raad (alweer onder de enthousiaste toejuichingen van burgemeester en griffier) besloten dat de oppositie kan worden afgeschaft, omdat men van plan is de verschillen van inzicht binnenskamers op te lossen, zodat men naar buiten toe “eendracht” kan uitstralen.

En met het verdwijnen van de oppositie is ook de kritische beoordeling van B&W bij het oud vuil gezet, waardoor alles eindigt met het goedpraten van de gang van zaken. Zoals bijvoorbeeld de afwezigheid van de voltallige raad bij een vergadering waar (onder de bevolking) aantoonbaar grote belangstelling voor bestond.