Geschiedschrijving.

Ik heb eigenlijk nooit goed begrepen wat die € 200.000,- kostende competitieve dialoog eigenlijk precies inhield, maar nog minder begreep ik de reden voor een Europese aanbesteding.

Volgens mij was het enige dat de gemeente wilde aanbesteden de aanleg van een strand, met al die andere aanbestedingen had ze niets van doen. Dat leek me een kwestie tussen de toekomstige eigenaar van de vakantiewoning en de ontwikkelaar.

Dus kreeg ik al snel het gevoel, dat die twee mislukkingen tot doel hadden om de raad er van te overtuigen, dat ze er verstandiger aan deed om in te stemmen met een onderhandse aanbesteding.

Maar zelfs toen dacht ik dat het recreatieoord een aantrekkelijk bezit was, dat een zekere marktwaarde had. Me niet realiserende, dat de gemeente elk bezit dat ze moet onderhouden als een last ervaart, omdat ze geen mensen meer in dienst heeft die weten hoe je dingen moet onderhouden.

Teneinde te voorkomen, dat er bij de verkoop van grond sprake zou zijn van een ongeoorloofde staatssteun, diende de gemeente haar waardebepaling van de grond voor te leggen aan een extern bureau.

Dat vervolgens zou oordelen of de grond tegen marktconforme condities werd aangeboden. Dat bleek volgens dat externe bureau het geval.

Destijds mocht de raad niet weten wat die condities waren, maar nu de grond is verkocht (en tegen welke prijs) staat er niets meer in de weg om het gegeven advies openbaar te maken.

Dus heb ik, met het oog op een correcte geschiedschrijving, door middel van een WOB verzoek gevraagd om inzage te krijgen in de destijds ingediende aanvraag en het daaruit voortvloeiende verstrekte advies.

Habbekrats.

Als reactie op mijn vorige bericht reageerde Dennis Kramer onder meer als volgt,

De meeste mensen zal het een worst wezen wie er uit eindelijk met de centen vandoor gaat.
Maar een nieuwe strand nieuwe camping nieuwe chalets en een knap vakantie park zal denkbeeldig hun voorkeur krijgen.
 
Voor wat betreft zijn eerste zin denk ik dat hij gelijk heeft, voor wat betreft zijn tweede zin ligt de zaak iets genuanceerder.
 
Er bestaat namelijk een “Comité (dat ik ook wel eens liefkozend heb aangeduid als   “Volksfront”) tot het behoud van het recreatieoord”.
 
Dat Comité (inmiddels onder leiding van voormalig huisarts C. Miedema) heeft een flink aantal steunbetuigingen verzameld voor een totaal andere herinrichting dan het college met Peter Tuin en consorten is overeengekomen.
 
In feite is die overeenkomst niet meer dan een één/tweetje tussen het college en P. Tuin c.s, waar ook de raad nauwelijks bij betrokken is geweest. Het enige raadslid, dat zich tegen die gang van zaken heeft proberen te verzetten was Hans Langbroek.
 
Alle overige raadsleden hadden er geen enkele moeite mee, dat hun aandeel in de gang van zaken zich zou beperken tot het goedkeuren van het bestemmingsplan dat hun, na afloop, zou worden voorgelegd.
 
En zo is het ook gegaan. De raad werd pas achteraf geïnformeerd over het feit dat de overeenkomst was aangegaan, waarbij er slechts globaal werd uitgelegd wat er was overeengekomen. Met daarbij steeds weer de nadruk op het feit, dat er door Tuin en consorten, zonder kosten voor de gemeente, een strand zou worden aangelegd.
 
Dus het idee, dat het college door haar overeenkomst met Tuin c.s aan de wens van de bevolking heeft voldaan is maar ten dele juist. Andere opvattingen dan die van het college werden eenvoudig weg niet in aanmerking genomen.
 
Nadat de overeenkomst met de gemeente was gesloten verkochten Tuin en consorten haar door aan Droomparken. Het gerucht wil, dat Tuin c.s. inmiddels 1 miljoen hadden geïnvesteerd in diverse onderzoeken en dat daarom hun verkoopprijs 3 miljoen was, zodat de vier eigenaars van Orez er (na twee jaar onderhandelen) elk een half miljoen beter van zijn geworden.
 
Het is niet meer dan een gerucht, maar wel aannemelijk, omdat Droomparken met dit plan in bezit kwam van grond, die opgesplitst kon worden in 400 bouwkavels, die met elkaar al snel 30 miljoen waard zouden zijn. En dat voor slechts 3 miljoen, koopje dus voor Droomparken.
 
Uiteraard moet Droomparken nog een en ander doen voor ze aan die 30 miljoen toe is. En eist ze daarvoor terecht een beloning op, maar hoe moeilijk is het eigenlijk om een daarin gespecialiseerde aannemer opdracht te geven een strand aan te leggen?
 
Maar het punt dat ik wil maken is dit. Als de ambtelijke organisatie (SED) voor 5 miljoen moet worden “opgeknapt”, dan wordt dat geld zonder al te veel problemen beschikbaar gesteld. Maar als we ons recreatieoord opgeknapt willen hebben, dan lukt dat alleen als we het eerst voor een habbekrats aan een ontwikkelaar hebben verkocht.
 
Misschien dat iemand (de gemeenteraad bijvoorbeeld) daar eens uitleg over zou willen geven.

 

Buitengewone gang van zaken.

De firma RHO (adviseurs voor leefruimte) adviseert sinds 2011 Droomparken op het gebied herontwikkeling Recreatieparken. Ze heeft ook ten behoeve van de gemeente Enkhuizen het bestemmingsplan opgesteld. Ook verzorgt RHO voor OREZ bv (Droomparken) alle benodigde aanvragen.

In die laatste hoedanigheid heeft RHO op 10 juli 2019 (namens OREZ bv) bij het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) de aanvraag voor een vergunning (voor een te realiseren camping) gedaan.

Daarop laat HHNK op 18 november 2019 (door middel van een Watervergunning en Wegenverordening) weten, aan welke waterbouwkundige eisen OREZ bv dient te voldoen om een camping te mogen realiseren.

Het zou voor de hand hebben gelegen als RHO onmiddellijk daarop de gemeente zou hebben verzocht om een omgevingsvergunning, maar dat gebeurde niet.

Wat wel gebeurde, is dat Orez halverwege januari 2020 begint met het inrichten van de camping overeenkomstig de wensen van het HHNK.

Pas op 1 april 2020 publiceert de gemeente de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het realiseren van een camping. Zie hieronder.

Op het moment van aanvraag is een aanzienlijk deel van de camping al ingericht en is de verhuizing van de oude naar de nieuwe camping al voltooid.

Vragen over waar de aanvrager van ontheven wil worden, worden pas (na enig aandringen) op 5 mei beantwoord. De ontheffing is dan al verleend en er zijn dan inmiddels al twee weken van de beschikbare bezwaartijd verstreken.

Ook RHO reageert niet op mijn verzoek om informatie over haar aanvraag.

Daarom de volgende conclusies.

OREZ had, nadat ze de Water en Wegenvergunning van HHNK had ontvangen, nooit meteen met de aanleg van de camping mogen beginnen, zonder dat ze beschikte over een “omgevingsvergunning voor het aanleggen van een camping”.

Bij het beoordelen van de aanvraag heeft het bevoegde gezag (het college) niet alleen rekening te houden met de (waterbouwkundige) opvattingen van het HHNK, (zoals vanuit gemeentezijde voortdurend wordt gesuggereerd) maar ook met de vraag, of de ontwikkeling niet is strijd is met een goede ruimtelijke ordening.

Op het eerste gezicht is de voorgestelde ontwikkeling in strijd met een goede ruimtelijke ordening, zolang er geen rekening is gehouden met de 200 meter brede (en publiek toegankelijke) kwaliteitszone als vastgelegd in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie van de PRV.

Door de omgevingsvergunning pas aan te vragen nadat het overgrote deel van de werkzaamheden al was uitgevoerd, heeft Orez, het recht om bezwaar te mogen maken tegen die werkzaamheden, aanzienlijk uitgehold.

Gelet op de ervaring van RHO en de terughoudendheid van de gemeente in het beantwoorden van vragen is het redelijk te veronderstellen, dat beiden hebben samengewerkt om de mogelijkheden tot bezwaar maken tot het minimum te beperken en gesproken mag worden van een buitengewone gang van zaken.

Wordt vervolgd.

Tegenstrijdigheid.

RHO (adviseurs voor leefruimte) is sinds 2011 adviseur van Droomparken en heeft ook het bestemmingsplan voor de gemeente gemaakt. Op verzoek van Orez bv heeft men de vergunningsaanvraag voor de camping verzorgd en ook het verzoek om ontheffing van het verbod tot het plaatsen van bouwwerken is van haar hand.

De twee laatste verzoeken zijn gedaan aan het Hoog Heemraadschap Noorder Kwartier (HHNK). Deze instantie heeft beide verzoeken beoordeeld op basis van waterbouwkundige kwaliteit en zich niet verdiept in de ruimtelijke kwaliteit.

Juist vanwege de ruimtelijke kwaliteit (in een deel van het bestemmingsgebied) heeft de provincie een reactieve aanwijzing gegeven, maar die betrof alleen het deel waarin de recreatie villa’s gerealiseerd zouden worden.

De indeling van de camping, die voor een deel ook niet voldoet aan de eisen voor ruimtelijke kwaliteit (omdat er, na de verleende ontheffing door B&W, gebouwd mag worden in de vrijwaringszone) staat los van de reactieve aanwijzing.

Wat ik me nu afvraag is het volgende. Ik neem aan dat het college geacht moet worden rekening te houden met de provinciale wensen inzake de ruimtelijke kwaliteit. Zoals vastgelegd in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018.

Maar wat nu als de gemeente dat niet doet? Omdat het niet in haar belang is om daar rekening mee te houden?

Ze is namelijk met Orez een camping indeling overeengekomen met maximaal 200 plekken . Rekening houden met de provinciale ambities (op het gebied van ruimtelijke kwaliteit) zal resulteren in een kleinere camping. Wat zonder enige twijfel zal leiden tot een geschil met Droomparken.

Kortom de gemeente heeft er geen enkel belang bij om rekening te houden met de opvattingen van de provincie inzake de ruimtelijke kwaliteit. Waarbij ze zich bovendien mag verheugen in de steun van vrijwel de hele raad. Getuige de op 17 december 2019 aangenomen motie.

Daarin wordt het college namelijk opgedragen om (als reactie op de reactieve aanwijzing van de provincie) “voorbereidingen te treffen voor het inzetten van alle juridische instrumenten, waaronder bezwaar, beroep, en voorlopige voorziening, binnen de termijnen die de wet hieraan stelt”.

Als naast een beperking van de omvang van het recreatiepark ook de omvang van de camping wordt beperkt, dan zie ik de strijdlust van de raad alleen maar toenemen.

Ik zie een duidelijke tegenstrijdigheid in de belangen van de gemeente (die de hete adem van Droomparken in haar nek voelt) en het belang van de provincie voor wat betreft de ruimtelijke kwaliteit.

Hoe deze tegenstrijdigheid wordt opgelost weten we in het gunstigste geval over drie weken. Wanneer de termijn waarbinnen er bezwaar kan worden gemaakt (tegen de door het college verleende vergunning) zal zijn verstreken.

 

Bezwaarmakers.

Het heeft wat voeten in de aarde gehad, maar het is uiteindelijk toch nog gelukt om de tekst van het collegebesluit in handen te krijgen. Voordat de termijn (waarbinnen bezwaar kon worden gemaakt tegen het besluit) was verstreken.

Zoals ik al die tijd al vermoedde had het besluit betrekking op het toestaan van bebouwing waar het nu nog niet is toegestaan. De vrijwaringszone ook wel (in de PRV) kwaliteitszone genoemd. De bebouwingsvrije zone van 200 meter (vanaf de voet van de Westfriese Omringdijk.)

Reeds in januari 2020, bij de start van de inrichting van de camping, wees ik op het feit, dat bij het inrichten van de camping geen rekening was gehouden met deze bebouwingsvrije zone.

Kennelijk is Orez bv daar uiteindelijk ook van doordrongen geraakt en heeft men ontheffing gevraagd van een verbod tot bouwen van bouwwerken.

Ofwel, een vergunning tot het “bouwen van bouwwerken voor recreatief nachtverblijf binnen de aanduiding vrijwaringszone – dijk”.

Die ontheffing is inmiddels verleend door het bevoegde gezag, het college van B&W van Enkhuizen. Tegen deze ontheffing kan binnen 6 weken (waarvan er inmiddels al bijna 3 zijn verstreken) bezwaar worden gemaakt.

De meest voor de hand liggende bezwaarmaker is in mijn ogen de provincie, die alleen maar kan concluderen, dat wat bepaald is in de Provinciaal Ruimtelijke Verordening volledig door de gemeente Enkhuizen is genegeerd. Vanwege haar eigen financiële belangen.

Financiële belangen die het gevolg zijn van een – veel te voorbarig – afgesloten overeenkomst met Orez BV over de omvang van de camping en het vakantiepark.

Een tweede mogelijke bezwaarmaker is de IJsselmeervereniging, gesteund door het Comité tot behoud van het Recreatieoord, die in deze kwestie samen optreden.

De woordvoerder van de gedeputeerde laat mij weten (ik citeer letterlijk) “Het bewaken van de kwaliteit is voor de provincie een belangrijk speerpunt, ook in dit gebied.”

Hoe belangrijk dat speerpunt in werkelijkheid is, weten we pas op het moment dat de provincie een besluit heeft genomen over het al dan niet bezwaar maken tegen het ontheffingsbesluit van het college.

Maakt de provincie geen bezwaar, dan mogen we concluderen dat er van die kant geen al te veel gewicht wordt toegekend aan het eigen beleid inzake de kwaliteit van de ruimtelijke indeling.

Maar voorlopig kunnen we inmiddels wel vaststellen, dat het college van Enkhuizen er opnieuw in is geslaagd om de provincie in verlegenheid te brengen. Door het provinciale beleid inzake ruimtelijke ordening, volledig ondergeschikt te maken aan de eigen financiële belangen. Wordt vervolgt.

Afschuiven.

Naast de drie vragen die ik in mijn vorige column besprak stelde ik ook nog een drietal andere vragen. De belangrijkste vraag (en het antwoord er op) staat hier onder.

Vraag: Nu we toch bezig zijn, is het college bekend met het feit, dat aan de voet van de omringdijk een vrij toegankelijke kwaliteitszone in stand dient te worden gehouden volgens de Provinciaal Ruimtelijke Verordening en op grond waarvan en door wie is daar ontheffing van verleend? 

Antwoord: Deze vraag gaat over de inhoud van de provinciale ruimtelijke verordening (PRV). Voor inhoudelijke vragen over de PRV kan informatie worden ingewonnen bij de Provincie.

We kunnen (om te beginnen) vaststellen dat de vraag niet wordt beantwoord. Het college laat in het midden of ze bekend was met wat er in de Provinciale Ruimtelijke Verordening was geregeld.

Op zich begrijpelijk. Antwoord je met “ja” dan is de volgende vraag, wat heb je (als gemeente) allemaal gedaan om de daaruit voortvloeiende verplichtingen na te komen.

Zeg je “nee” dan bestaat het risico dat je in een later stadium als een leugenaar wordt ontmaskerd. Evenmin een vrolijk vooruitzicht. De keuze ligt dus voor de hand. Je beantwoordt de vraag niet.

Vervolgens kies je een drogreden om het niet beantwoorden van de vraag te rechtvaardigen.

Het is een drogreden, omdat een wethouder nu eenmaal de verantwoordelijke bestuurder is voor wat betreft het uitvoeren van de (in de PRV vastgelegde) voorschriften.

Een verantwoording die hij niet zomaar kan afschuiven op de provincie.

Mijn vraag betrof niet de inhoud van de regeling. Die was bekend en meer dan duidelijk. Mijn vraag betrof de naleving (door het lokale bestuur) van wat er in de regeling werd voorgeschreven en waarvoor (door het lokale bestuur) ogenschijnlijk een ontheffing was verleend.

Het afschuiven van verantwoordelijkheden is voor tal van politici een populair tijdverdrijf, maar wat in dit geval er alleen maar toe zal leiden, dat ik een poging doe om van de provincie antwoord te krijgen op de volgende vraag.

“Is het instandhouden van een kwaliteitszone aan de voet van de Westfriese Omringdijk een vrijblijvend verzoek van de provincie aan de gemeenten of gaat het hier om een voorschrift, waarvan alleen na overleg met (en toestemming van) de provincie kan worden afgeweken?”

Ondertussen vind ik de manier van optreden van college, de weigering om vragen te beantwoorden of om uitleg te geven op het gebied van de procedurele en financiële gang van zaken een ondermijning van de lokale democratie.

Het is treurig om vast te stellen, dat de toezichthouder (de gemeenteraad) zich met handen en voeten gebonden heeft aan deze werkwijze van het college, maar kennelijk is dat de prijs, die betaald moet worden voor het raadsbrede akkoord.

Om zeep helpen.

Met de inschakeling van de communicatieadviseur Enkhuizen en Samenleving is het inmiddels duidelijk dat ik een nieuwe fase ben ingegaan voor wat betreft mijn contacten met de gemeente.

De belangrijkste verbetering is dat je nu na één dag antwoord krijgt en niet (als in een WOB verzoek) 8 weken (of langer) moet wachten voordat men laat weten niet te beschikken over het gevraagde document.

Is ondertussen ook de kwaliteit van het antwoord verbeterd? Ik vrees van niet. Ik had een drietal vragen gesteld.

Wie had het verzoek tot ontheffing ingediend, waar wilde men van ontheven worden en op grond waarvan is die ontheffing verleend? Drie zaken die je moet weten, wil je tenminste bezwaar kunnen maken tegen het besluit van het college.

Alleen op de eerste vraag heb ik een direct antwoord gekregen. Orez bv. De twee andere antwoorden waren minder bevredigend.

Het probleem zit hem in de volgorde der dingen.

Normaal gesproken geeft B&W vergunning voor iets, onder voorwaarde dat er aan bepaalde zaken wordt voldaan. In dit speciale geval, voorwaarden die door de waterbeheerder, het Hoogheemraadschap, worden bepaald.

Alvorens een vergunning definitief wordt verleend, dienen belanghebbenden in de gelegenheid gesteld te worden om bezwaar te maken tegen het verlenen van de vergunning. Die mogelijkheid heeft het college (bewust dan wel onbewust) door middel van de nu gevolgde procedure de belanghebbenden ontnomen.

Men kan nu alleen nog maar bezwaar maken tegen werkzaamheden, die reeds hun beslag hebben gekregen.

Ik ben geneigd om te denken, dat deze werkwijze bewust is gekozen. Met als oogmerk te voorkomen, dat het bepaalde in de PRV (Provinciaal Ruimtelijke Verordening) de zogenaamde “kwaliteitszone” als bezwaargrond zou kunnen worden aangevoerd.

Is het werkelijk toeval, dat RHO (gewaardeerd zakenpartner van Droomparken en maker van het bestemmingsplan) “vergeet” om de in de PRV vastgelegde “leidraad” inzake de kwaliteitszone in het bestemmingsplan op te nemen?

Is het ook toeval dat er, noch van gemeente zijde, noch van provinciale zijde, pogingen worden ondernomen deze overduidelijke tekortkoming in het BP te herstellen?

Of is dit het resultaat van wat wethouder Struijlaart destijds omschreef als een constructieve ambtelijke samenwerking?

Om zodoende, de door de provincie in het vooruitzicht gestelde kwaliteitszone, om zeep te kunnen helpen?

Ontheffing?

Hierboven de aankondiging in het gemeenteblad dat het college besloten heeft een ontheffing te verlenen voor het realiseren van een camping op de Immerhornweg 15.

Aan wie die ontheffing verleend zal zijn is duidelijk, Orez bv. Alleen waarvan Orez is ontheven is niet duidelijk. De enige ontheffing waarvan mijns inziens sprake kan zijn is, dat de camping gerealiseerd wordt op gronden, die deel uitmaakten van een provinciaal monument.

Een andere reden voor ontheffing zou kunnen zijn, dat de PRV (Provinciaal Ruimtelijke Verordering) voorschrijft, dat er aan de voet van de Westfriese Omringdijk een 200 meter brede kwaliteitszonen in stand moet worden gehouden.

Die zone bestond reeds, maar is inmiddels opgeofferd voor de aanleg van de camping.

Oude situatie
Nieuwe situatie

Een flink deel van de camping ligt dus in die kwaliteitszone, zodat voor dat deel (naar ik aanneem) ontheffing moet worden gevraagd. Volgens mij dient dat bij de provincie te gebeuren, maar die beweerd van niets te weten.

Het verzoek (van Orez) om ter plekke een camping te mogen aanleggen dateert overigens al van veel eerder. Reeds in 2019 werd een verzoek daartoe ingediend bij het HHNK, die dat verzoek op 18 november 2019 inwilligde.

Echter, het HHNK beoordeelt zo’n verzoek alleen maar op waterbouwkundige aspecten. Naleving van voorschriften op het gebied van ruimtelijke ordening (en hetgeen er op dat punt door de provincie is verordineerd) is een taak van de gemeente.

Waar het voor de hand zou hebben gelegen, dat het college direct nadat HHNK haar goedkeuring had verleend, haar eigen goedkeuring (inzake de ruimtelijke ordening) had toegevoegd, meende men kennelijk, dat men daarmee beter kon wachten totdat de camping grotendeels was aangelegd.

De reden voor deze handelswijze is niet duidelijk. Wat wel duidelijk is, is dat het college daarmee een behoorlijk groot risico neemt. Net als bij het tekenen van haar overeenkomst met Orez, voordat het bestemmingsplan was goedgekeurd, staat men toe, dat de camping al mag worden aangelegd, voordat een daarvoor benodigde ontheffing is verleend.

Zoals het college er eerder vanuit ging, dat iedereen zou instemmen met het door haar voorgestelde bestemmingplan, zo gaat men er nu kennelijk van uit, dat iedereen zal instemmen met de door haar verleende ontheffing.

De ezel stoot zich in het gemeen, niet twee keer aan dezelfde steen, maar deze eeuwenoude wijsheid lijkt aan het college van Enkhuizen niet besteed.

Het feit, dat het college pas ontheffing vraagt, nadat de camping al grotendeels is aangelegd, bevestigt het vermoeden dat dit college bijzonder hardleers is.

De primaire bezwaarmaker tegen deze gang van zaken lijkt me de provincie te moeten zijn.

Die kan namelijk niet anders vaststellen, dan dat de provinciale voorschriften (inzake de ruimtelijke ordening) door het college van Enkhuizen ter zijde zijn geschoven.

Kwaliteitszone?

In de brief, die Gedeputeerde Staten van Noord-Holland de gemeente Enkhuizen schreef (naar aanleiding van het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan Enkhuizerzand/IJsselmeergebied) komt de volgende passage voor:

Het bestemmingsplan voorziet noch in een bebouwingsvrije en publiek toegankelijke zone van 200 meter langs de dijk (kwaliteitszone) noch in de handhaving van aantrekkelijke open ruimtes teneinde vanaf de dijk een afwisselend beeld op het landschap te realiseren (panoramazone).   

Ik lees hier niet anders dan een (door de provincie geconstateerde) tekortkoming in het bestemmingsplan. 

Het lijkt me voor de hand te liggen, dat de gemeente (die op haar grondgebied uitvoerder is van provinciaal beleid) er voor zorg draagt, dat die tekortkoming in het Bestemmingplan ongedaan wordt gemaakt. En dat de raad (zijnde de toezichthouder van B&W) er op toeziet, dat B&W zich daadwerkelijk van die taak kwijt. 

Maar niets is minder waar. De Enkhuizer politiek heeft geen enkele boodschap aan het uitvoeren van provinciaal beleid. Ze gaan gewoon hun eigen gang en verkopen hun eigen moeder als het zo uitkomt. 

Zo verkopen ze (wat een voor publiek toegankelijk kwaliteitszone had moeten zijn) voor een paar grijpstuivers (ruim één euro m2) aan een ontwikkelaar, die het gebied vervolgens vol mag pleuren met sta-caravans. 

Als een Enkhuizer ondernemer een zonnescherm installeert dat 2 meter langer is dan waarvoor de gemeente een vergunning heeft verleend, mag je er op rekenen dat ze je weten te vinden.

Maar als een 200 meter brede kwaliteitszone voor een appel en een ei wordt verpatst, valt het niemand op. Ook niet degenen, die zich breed maken en beweren dat ze onze belangen behartigen.

Verder heb ik begrepen, dat ook de provincie zich er met een Jantje van Leyden van af probeert te maken. Zodat het uiteindelijk de Raad van State zal zijn, die mag bepalen of ons de (in het vooruitzicht gestelde) kwaliteitszone wel of niet door de neus zal worden geboord. 

Er zit dan ook niets anders op dan om bij het Hoogheemraadschap bezwaar te maken tegen het herziene indelingsplan van de camping, dat inmiddels door haar is goedgekeurd.

Voordat daarover iedereen weer in de stress schiet, het gaat om de indeling van de camping, die op zodanige wijze had moeten gebeuren, dat er voldoende ruimte was gebleven om de (door de provincie in de PRV vastgelegde) kwaliteitszone te realiseren.

Woningen en kavelprijzen.

De nieuwe camping bevat ongeveer 60 sta-caravans afkomstig van de oude camping die bedoeld zijn voor eigen gebruik. Daarnaast wil Droomparken zo’n 60 chalets plaatsen en verkopen voor de verhuur. Zeg maar een goedkopere versie van het vakantiepark dat ze elders op het Enkhuizerzand hoopt te realiseren.

De voor de camping benodigde grond is inmiddels eigendom van Orez, die er ongeveer één euro de vierkante meter voor betaalde.

De Droomparken chalets zullen (naar ik aanneem) verkocht worden als beleggingsobject, net als de chalets op de camping (inmiddels tot resort omgedoopt) in Broekerhaven.

Van die chalets aldaar is er één te koop, zodat we ons een beeld kunnen vormen van wat de marktprijzen ongeveer zijn. Beide foto’s zijn afkomstig van de website waar de chalet wordt aangeboden.

Van een volledig ingericht chalet (met een vloeroppervlak van 66 m2) direct aan het water en hardhouten terras is de vraagprijs € 225.000,- k.k.

Geweldig uitzicht over het Markermeer, terras voor en naast de chalet en parkeerplek voor twee auto’s,

InterieurNaast de aanschafprijs zijn er ook nog jaarlijkse lasten.

Huur van de kavel jaarlijks € 6000,-  en € 2000,- voor onderhoud aan woning en tuin.

Een uitgebreide set foto’s is hier te bewonderen, maar neem vooral ook een kijkje op de Droomparken website voor een indruk van hun woningenaanbod en de kavelprijzen.

Mijn gevoel zegt me, dat Droomparken uiteindelijk alle bestaande sta-caravans op den duur zal wil vervangen door chalets die ze zelf verkoopt, maar een bewijs daarvoor heb ik niet.