Aanvullende vraag?

In antwoord op de door Enkhuizen Vooruit gestelde vragen laat het college het volgende weten.

Vraag. Welk bedrag is er door de Gemeente Enkhuizen tot dusver in rekening gebracht bij de projectontwikkelaar?

Antwoord. Alle financiële bepalingen, met daarbij de bedragen en de momenten waarop deze verschuldigd zijn, zijn opgenomen in de gesloten anterieure overeenkomst. Tot op heden is door ons een bedrag van € 383.000,– bij OREZ B.V. in rekening gebracht.

Een bedrag van € 383.000,- voor de ambtelijke bijdrage aan de werkzaamheden van Orez liegt er niet om, zeker omdat ik geen flauw benul heb waar die bijdrage uit heeft bestaan.

Wat we wel kunnen vaststellen is wat die ambtelijke bijstand NIET heeft opgeleverd.

Een bestemmingsplan dat voldeed aan de verwachtingen van de direct betrokkenen, zoals het ZZM, Sprookjeswonderland, de belangenvereniging van standplaatshouders en de zeilschool. Die hebben namelijk allemaal zienswijzen ingediend.

Ook van een soepele verhuizing van de camping (noodzakelijk voordat er überhaupt aan iets kan worden begonnen) is geen sprake.

Anderhalve maand voor het einde van het contract met de gemeente weten campingbewoners nog steeds niet waar ze aan toe zijn. Hopelijk wordt ergens in augustus duidelijk hoe de nieuwe camping er uit komt te zien en wie er mee kan.

Terwijl ook het tijdstip waarop er verhuisd kan worden nog steeds in nevelen is gehuld en men pas met herinrichten kan beginnen nadat de camping is verhuisd.

Kortom, wat de gemeentelijke betrokkenheid bij de plannen precies heeft opgeleverd is mij niet helemaal duidelijk. Misschien een aanvullende vraag waard voor EV!?

“Geschoren” worden.

Gisteren hield een lezer van dit blog me staande. “Weet je voor hoeveel Orez is verkocht” vroeg hij. Ik wist dat hij een kennis was van één van de oprichters van Orez.

“Ik weet het niet”, antwoordde ik waarheidsgetrouw. “Vier miljoen”, zei de lezer, “één miljoen de man”.

Ik durf niet te zweren, dat wat me verteld werd waar is. Misschien heeft de zegsman van mijn lezer de verkoopprijs wel wat aangedikt. Maar anderszins kost het me geen enkele moeite te geloven dat Droomparken bereid is geweest om vier miljoen neer te tellen voor de overeenkomst die Orez met de gemeente heeft gesloten.

Verder denk ik ook, dat de juristen waar Droomparken mee samenwerkt, dusdanig bedreven zijn, dat ze alleen hebben ingestemd met deze aankoop als ze er voor 99,9% zeker van waren, dat die 4 miljoen (linksom dan wel rechtsom) terug kon worden verdiend.

Dus dat is de keus waar de raad zich in september voor gesteld ziet. Maakt ze uitvoering van de overeenkomst (die tussen de gemeente en Orez is gesloten) onmogelijk (door niet in te stemmen met het voorgelegde bestemmingsplan), dan zal Droomparken eisen dat zij ten minste haar investering in het project (4 miljoen) vergoed zal krijgen door de gemeente.

En dan wil ik het raadslid wel eens zien, die het aandurft om de gemeente op te zadelen met een schadepost van 4 miljoen, zonder dat daar iets tegenover staat. Die instemming met het bestemmingsplan gaat er dus, wat de ingebrachte bezwaren ook mogen zijn, wel komen.

Wat de juridische positie van de gemeente zal zijn als een hogere instantie (provincie of de Raad van State) de ingediende plannen afkeurt, is moeilijker te beoordelen, maar ook daarmee zullen de juristen van Droomparken wel rekening hebben gehouden.

Wie wordt “geschoren” kan beter stil blijven zitten. Dat is precies wat er nu gebeurt en wat ook door wethouder Luyckx tijdens de laatste raadsvergadering werd voorgesteld.

De gemeente heeft zichzelf  in een positie gebracht waarin ze voor- noch  achteruit kan. Populair uitgedrukt, Droomparken heeft de gemeente bij de “short and  curlies”.

Hetgeen door de gemeente uiteraard in alle toonaarden zal worden ontkend, maar uit niets blijkt dat ze (wat wethouder Struijlaart ons nog steeds wil doen geloven) de regie voert.

Zwarte Pieten.

Opnieuw een alleraardigst voorbeeld van de strakke regievoering van de gemeente voor wat betreft  het Enkhuizerzand.

Het NHD beweert vandaag dat Droomparken een vergunning voor het inrichten van een camping heeft aangevraagd. De gemeente wil echter op haar beurt niet bevestigen dat zij een dergelijke aanvraag heeft ontvangen. Wie te geloven?

Volgens mij proberen gemeente en Droomparken de schuld voor de ontstane situatie op elkaar af te schuiven.

Met de ontstane situatie bedoel ik de onzekerheid waarin de campingbewoners (die mee willen verhuizen naar de nieuwe camping) verkeren.

Enerzijds is hun overeenkomst met de gemeente per 1 oktober formeel beëindigd en is er door de gemeente tot dusver geen aanbod tot verlenging gedaan.

Dat aanbod is wel gedaan door Droomparken, maar die heeft formeel geen zeggenschap over de bestaande camping. Waarschijnlijk zal er een soort formele overdracht moeten plaatsvinden, maar onder welke voorwaarden en voor hoe lang?

Ik ga er van uit dat Droomparken een vergunning heeft aangevraagd, echter wel in de wetenschap, dat die aanvraag pas in behandeling kan worden genomen, nadat het nieuwe bestemmingsplan onherroepelijk is geworden.

Maar dank zij die aanvraag kan ze (Droomparken) in ieder geval blijven betogen (tegenover de campingbewoners) dat ze er alles aan gedaan heeft om de nieuwe camping op tijd klaar te krijgen.

En zo heeft de gemeente opnieuw de Zwarte Piet in handen. Ook al omdat nog steeds blijft volhouden dat de camping per 1 april gereed zal zijn. Wat een tamelijk onzinnige opvatting is, als je er van uitgaat, dat een vergunning pas kan worden verleend, nadat het nieuwe bestemmingsplan onherroepelijk geworden is.

En dat moment kan nog jaren op zich laten wachten.

 

Waan van de dag.

Volgens de raadsbrief van 13 november 2018 was de anterieure overeenkomst met Orez bv  gesloten en werd ze ter inzage gelegd.

Met de mededeling, dat er tegen de gesloten overeenkomst geen bezwaar of zienswijze kon worden ingediend. Dat is formeel juist. Tegen de verkoop van grond kan de raad (of wie dan ook) achteraf geen bezwaren inbrengen, die tot gevolg hebben dat de verkoop ongedaan zou kunnen worden gemaakt.

Het college is namelijk bevoegd tot verkoop krachtens artikel 160, eerste lid onder e van de gemeentewet.

Echter, artikel 169.4 van de gemeentewet bepaalt het volgende:

4. Zij (het college) geven de raad vooraf inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder e, f, g en h, indien de raad daarom verzoekt “of indien de uitoefening ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente. In het laatste geval neemt het college geen besluit dan nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen.”

De gemeentewet lijkt me in dit verband duidelijk genoeg. Het college neemt geen besluit over de verkoop van gronden dan nadat zij de raad in de gelegenheid heeft gesteld om haar bezwaren tegen die verkoop kenbaar te maken.

Aangezien het besluit genomen was en de raad nooit in staat gesteld is om haar wensen en bezwaren tegen de verkoop kenbaar te maken, heeft de verkoop niet overeenkomstig de gemeentewet (artikel 169.4) plaatsgevonden.

Of dit een ontbindende voorwaarde van de verkoop is, waag ik te betwijfelen. Dat dit, in strijd met de gemeentewet handelen, de griffier ( die geacht moet worden op dit vlak de raad te adviseren) niet is opgevallen valt te betreuren.

Of dit gevolgen moet hebben voor degenen die doelbewust hebben meegewerkt aan het ontwijken van de wettelijke voorschriften, is aan de raad om te bepalen.

De tot dusver meest gebruikelijke gang van zaken is, dat de raad de schouders ophaalt en zich stort op de waan van de dag.

De brandweerpetitie

En dan is er naast de Heemschutpetitie natuurlijk ook nog de brandweerpetitie, die door brandweermannen Eric Keesman en Maurice Raven wordt aanbevolen.

Hun voorstel komt er op neer, dat een planuitvoering die door de provincie in eerdere instantie al is verworpen (het oorspronkelijke bastion model) als uitgangspunt wordt genomen voor nieuwe onderhandelingen met Droomparken.

En dat die nieuwe onderhandelingen er toe zouden moeten leiden, dat een oude wens van Nieuw Enkhuizen (een buitenzwembad) in vervulling zal gaan.

Zo’n buitenzwembad was ooit een verkiezingsbelofte van Nieuw Enkhuizen, waarvoor Maurice Raven (net als zijn vader Jan) op de kieslijst stond.

Vader Jan Raven, die in zijn capaciteit van fractievoorzitter van Nieuw Enkhuizen over deze kwestie tot dusver als het graf heeft gezwegen, steunt (in zijn capaciteit van vader) wel een initiatief van zijn zoon, dat echter gedoemd is te mislukken.

Immers, er wordt voorgesteld een dood paard (het oorspronkelijke bastion model) van stal te halen om Droomparken er toe te bewegen een extra concessie te doen, (aanleg van een buitenbad) boven wat Droomparken reeds met de gemeente is overeengekomen.

Klaarblijkelijk vanuit de veronderstelling dat de huidige bezwaarmakers hun  bezwaren zullen opgeven, omdat Droomparken de gemeente een buitenbad cadeau doet.

Het toont aan, dat de Enkhuizer lokale politiek in essentie gebaseerd is op niet waar te maken beloften en dynastieke ambities, maar niet op realistische uitgangspunten.

Mogelijk gemaakt, omdat een aanzienlijk deel van de Enkhuizer bevolking een “realistisch” wereldbeeld gelijk meent te moeten stellen aan een “negatief” wereldbeeld.

De realiteit is, dat de gemeente het recreatieoord inmiddels (door middel van een anterieure overeenkomst met Orez BV) heeft verkocht. Dat Droomparken, nadat de gemeente zich had vastgelegd die overeenkomst uit te voeren (door haar formeel in procedure te brengen), de daaruit vloeiende rechten en plichten heeft gekocht door overname van de bv die eigenaar was van die rechten en plichten.

Vooralsnog zie ik geen reden waarom Droomparken de gemeente niet zou houden aan hetgeen ze met Orez is overeengekomen (de overdracht van het recreatieoord in ruil voor bepaalde door Droomparken te leveren diensten).

Zou de gemeente weigeren die overeenkomst na te komen, dan zie ik niet goed hoe de gemeente een eis tot schadevergoeding zou kunnen ontlopen.

Dat is, vrees ik, de harde realiteit. Het heeft in mijn ogen dan ook geen enkele zin om de Enkhuizer bevolking (door middel van een petitie) voor te spiegelen, dat ze  iets krijgen (een buitenbad) door voorstander te zijn van een uitvoeringsmodel, dat reeds door de provincie is verworpen (het oorspronkelijke bastion model).

Slim bezig Enkhuizen.

Politiek is het mechanisme waarmee we maatschappelijk tegenstelling proberen op te lossen. Dus wie geïnteresseerd is in oplossingen, zou ook belangstelling moeten hebben voor politiek.

Helaas verafschuwt een groot deel van de bevolking “de politiek” en menen ze, dat het vinden van oplossingen een eenvoudig probleem is. Gewoon datgene doen waar zijzelf voorstanders van zijn. Wie een andere oplossing voor ogen staat is in het gunstigste geval negatief, maar kan voor hetzelfde geval ook voor azijnpisser worden uitgemaakt.

Mijn verwijt aan “de politiek” is, dat ze zich achter formaliteiten verschuilt in plaats van richting aan een discussie te geven.

Neem nu het feit, dat in plaats van de grond op het REZ in erfpacht uit te geven, (wat het oorspronkelijke uitgangspunt was) het college er (in een vroeg stadium) toe besluit om de grond te verkopen. Het college kan zo’n besluit nemen, maar gebruikelijk is, dat de raad bij zo’n ingrijpend besluit in de gelegenheid wordt gesteld om eventuele bezwaren tegen dat besluit kenbaar te maken.

Die gelegenheid heeft het college nooit geboden. Maar wat ik nog veel erger vind is, dat de raad er ook nooit op heeft aangedrongen.

En zo wordt er stiekempjes weg 20/30 ha grond geruild voor diensten, die geleverd zullen moeten worden door een bedrijf met een geplaatst kapitaal van € 200,-  en zonder enige ervaring op het gebied van de ontwikkeling van vakantieparken.

En ook dat vormt voor geen enkele raadsfractie reden voor het stellen van vragen. Pas als bekend wordt, dat de overeenkomst (naar we mogen aannemen met dikke winst) is doorverkocht aan een echte ontwikkelaar (Droomparken) stellen 2 van de 9 fracties vragen.

In heb geen idee hoeveel 200 kavels met een bouwvergunning waard zijn, maar op die locatie lijkt € 100.000,- toch wel het minste en dus heb je iets met een potentiële waarde van 20 miljoen geruild voor een strandje waarvan het opspuiten misschien 2 miljoen kost. Slim bezig Enkhuizen.

Achter het net vissen.

Het ophouden van de schone schijn is allang niet meer het exclusieve recht van politici en inwoners van ’s Gravenhage. Vrijwel iedereen doet daar tegenwoordig, dank zij de sociale media, aan mee.

En dat is waarschijnlijk ook de reden, dat iedereen zijn schouders ophaalt als er door de gemeente beweringen worden gedaan die in strijd zijn met de waarheid. Bijvoorbeeld zoals de bewering, dat de gemeente in het verleden de regie voerde over de herinrichting van het Enkhuizerzand en dat in de toekomst ook zal blijven doen.

Borstklopperij die niet door feiten wordt ondersteund.

Neem de vraag van EV! over het beschikbaar zijn van de nieuwe camping per 1 april 2020.

Ze luidt, “Welk alternatief bieden gemeente en /of ontwikkelaar als de campingbewoners niet de beschikking hebben over de toegezegde camping?”

Het antwoord van het college is, “Op dit moment wordt alles in het werk gesteld om de nieuwe camping op of rond 1 april 2020 open te hebben. We hebben geen signalen ontvangen dat deze realisatie, om welke reden dan ook, niet haalbaar is. 

De gemeente beroept zich dus op het feit, dat ze (van de toekomstige exploitant) nog geen signaal heeft ontvangen, dat de camping niet per 1 april open zal zijn.

Dat is niet de reactie van iemand die de regie voert, maar de reactie van iemand die weet dat hem niets anders te doen staat dan proberen de schijn op te houden. Hetzelfde geldt trouwens ook voor de raad.

Zolang hij geen signaal ontvangt van de exploitant blijft wethouder Struijlaart er van uit gaan dat de nieuwe camping op tijd klaar zal zijn.

Ook al weet hij, dat er voorlopig geen vergunning kan worden afgegeven zolang het bestemmingsplan niet is aangenomen en onherroepelijk is geworden. En daar kan zomaar een paar jaar overheen gaan.

In een reactie in het NHD (op de door EV! gestelde vragen), zegt de gemeente het te voorbarig te vinden om er van uit te gaan dat er een schadeclaim zal volgen mocht het plan niet doorgaan. Maar in mei 2018 sprak Stuijlaart (ten overstaan van de campingbewoners) geheel andere taal.

Zou het plan niet doorgaan, dan stond de gemeente een miljoenenclaim te wachten. Van die bijeenkomst heb ik een verslag gemaakt dat hier valt te lezen.

vissenMaar dat zou nu opeens NIET het geval zijn? Droomparken koopt het recht op 200 kavels met bouwvergunning. Met een potentiële verkoopwaarde van 20 miljoen.

Maar als van dat recht geen gebruik kan worden gemaakt (omdat de raad dat niet wil) dan volgt er geen eis tot schadevergoeding?

In het jaarverslag van OREZ over 2018 valt te lezen dat die inmiddels bijna 9 ton aan de planontwikkeling heeft uitgegeven. Dat plan hebben ze inmiddels verkocht en naar ik aanneem niet met verlies. Dus de nieuwe eigenaar van “het Plan”, Droomparken zal al gauw meer dan een miljoen betaald hebben om zich de eigenaar van “het Plan” te mogen noemen.

Dat soort van aankopen worden gewoonlijk voorgelegd aan de bedrijfsjuristen. En wat het college ons probeert wijs te maken is, dat de bedrijfsjuristen van Droomparken de aanschaf van “het Plan” hebben goedgekeurd, zonder dat er een afdwingbaar recht op schadevergoeding zou zijn mocht “het Plan” (om wat voor reden dan ook) niet kunnen worden uitgevoerd.

Zoiets kun je waarschijnlijk alleen de raad van Enkhuizen wijsmaken, maar niet een doorsnee van de Enkhuizer bevolking. Die zal er van uitgaan dat de juristen van een bedrijf als Droomparken weten waar ze mee bezig zijn en zich geen knollen voor citroenen laten verkopen.

Wat helaas niet gezegd kan worden van college en raad van Enkhuizen.

Omdat die voornamelijk bezig zijn met het ophouden van de schijn. Bijvoorbeeld dat ze slimmer zijn dan wie dan ook, maar in de praktijk voortdurend achter het net blijken te vissen.