Pim's Prietpraat

Bemoeienissen van een buitenstaander

Meer lezen dan schrijven.

pimOp 1 oktober bestaat mijn blog 8 jaar. Mooi moment om op te houden met mijn bemoeienissen met de lokale politiek. Ik kon het de laatste tijd sowieso al niet langer opbrengen om “live” te luisteren naar het geroezemoes dat maandelijks vanuit de Breedstraat over ons wordt uitgestrooid. Daar word je toch niet wijzer van.

Ik had gehoopt dat ik met Prietpraat een platform zou kunnen creëren waarop je lokale politieke problemen zou kunnen bediscussiëren.  Helaas geen enkele belangstelling voor vanuit de politiek. Die lepelen maandelijks in de Breedstraat een meninkje op en houden het voor de rest voor gezien.

En de gewone man? Die weet allang dat er toch niet naar hem wordt geluisterd, dus waarom zou hij zijn tijd verspillen aan politiek?

Verder vond ik de afgelopen 8 jaar, dat de raad (die zich er op beroept ons te vertegenwoordigen) een van haar kerntaken, (het houden van toezicht) te veel verwaarloosde. Ik heb geprobeerd daar (met behulp van Paljas) verandering in aan te brengen. Door de kiezer in staat te stellen om twee raadsleden te kiezen die zich uitsluitend met toezicht zouden bezig houden.

Zodat de resterende raadsleden zich konden bezighouden met wat ze zo graag doen, besturen. Dat wil zeggen, mensen allerhande dingen beloven en dan kijken of, wat ze beloofd hebben, ook daadwerkelijk valt te realiseren.

De kiezer koos voor de beloften en niet voor het toezicht.

En tot slot heb ik uiteindelijk ook aan bronnenonderzoek gedaan met behulp van een WOB verzoek. Omdat onze politieke vertegenwoordigers in mijn ogen al te gemakkelijk instemden met een voorstelling van zaken die (volgens mij) onmogelijk waar kon zijn.

Mijn conclusie was uiteindelijk, dat de gemeente jegens mij onrechtmatig handelde, door mij niet alle documenten ter inzage te geven waarover zij beschikte voor wat betreft het compromis dat zij had gesloten met de aannemer en de stichting over de verzwaring van het elektra in de Drommedaris.

Ik heb die conclusie voorgelegd aan de rechter, waarbij ik me echter niet realiseerde dat overheid en burger geen gelijkwaardige partijen zijn. De overheid heeft een voorsprong voor wat betreft de bewijslast. In de zin dat alles wat zij beweert geacht moet worden waar te zijn en het daarom altijd aan de burger toevalt om te bewijzen, dat wat door de overheid beweerd wordt, niet waar is.

Dat lukt in veel gevallen, maar niet in mijn geval. Immers, de overheid hoeft alleen maar te beweren dat documenten (die tot haar standaardrepertoire behoren) in dit bijzondere geval niet door haar zijn gemaakt, om een burger te dwingen te bewijzen dat zij dat wel heeft gedaan (en alleen niet bereid was om ze ter inzage te geven).

Dat bewijs viel in dit geval alleen maar te leveren met medewerking van de aannemer en de stichting. Beide hadden geen belang bij een dergelijke medewerking, waarmee de mogelijkheid tot bewijs verviel.

Hetgeen betekent, dat we zaken, die op het eerste gezicht weinig aannemelijk lijken, toch (op gezag van de rechter) voor “waar” moeten aannemen. Zoals het feit dat stichting en gemeente ten opzichte van elkaar nooit iets hebben bevestigd. Ook niet het “feit” dat de stichting € 10.000,- zou bijdragen aan de kosten van verzwaring.

Of dat de aannemer, die voor € 60.000,- aan werkzaamheden heeft verricht daarvoor nooit een factuur heeft gestuurd en daar ook nooit voor betaald is geworden.

Het zal allemaal wel, ik heb geen zin meer in de toezichthoudende functie die ik 8 jaar geleden (vrijwillig) op mij heb genomen. Ik laat dat graag over aan hen die zich er voor laten betalen, zoals raadsleden en de reguliere pers die fungeert als de waakhond van onze democratie.

Misschien dat ik in de toekomst er zo nu en dan nog een algemeen beschouwinkje uit pers, als zich weer iets grappigs voordoet, maar voorlopig ben ik van plan om na 1 oktober wat meer te gaan lezen en wat minder te gaan schrijven.

Advertenties

september 21, 2017 Posted by | Algemeen, Bestuurscultuur, Drommedaris | 4 reacties

“Niet ongeloofwaardig”

geloofwaardigMijn definitie voor “geloofwaardig” is, iets dat plausibel is, zonder dat kan worden bewezen dat het waar is. In deze definitie ligt de nadruk dus op de waarschijnlijkheid. Ik stel me voor, dat de overgrote meerderheid van de gewone Nederlanders zich in die definitie kan vinden.

Maar je kunt “geloofwaardig” ook op een andere manier definiëren.  Laat ik het een juridische definitie noemen. Volgens die definitie ben je in staat om ALLES te geloven waar nog niet van bewezen is dat het niet waar is. Een dubbele ontkenning dus, die we ook aantreffen in de uitspraak van de Raad van State.

Daar wordt als voorwaarde genoemd dat het standpunt van de overheid “niet ongeloofwaardig” dient te zijn.

Voor niet juristen staat “niet ongeloofwaardig”  gelijk aan “geloofwaardig”.

En geloofwaardigheid is iets waarvan je aanneemt dat het waar is, zonder dat je daarvoor een bewijs kunt leveren.

Maar wat verstaat een jurist onder “ongeloofwaardig”? Waarschijnlijk iets waarvan het bewijs inmiddels is geleverd dat het “niet” waar is. Niet ongeloofwaardig wil dan zeggen. Iets waarvan nog niet het bewijs is geleverd dat het niet waar is.

De gemeente zegt dat zij bepaalde documenten niet heeft gemaakt. Dat is voor de gewone bevolking (waar ik ook toe behoor) volstrekt ongeloofwaardig in de zin dat niemand gelooft dat het waar zal zijn.

Maar in de juridische zin kun je dat “niet ongeloofwaardig” noemen. Want ondanks het feit, dat het niet erg waarschijnlijk is dat de overheid dingen nalaat die deel uitmaken van haar standaard repertoire, kun je zelden “bewijzen” dat ze dat (in dit bijzondere geval) niet heeft gedaan.

En zeker niet als de bij het proces betrokken partijen (aannemer en stichting) afhankelijk zijn van de gemeente en zich schikken naar de wensen van de gemeente. Neem in dit geval het compromis tussen gemeente en stichting.

De stichting zegt toe de helft van de verzwaringskosten (€ 10.000,-) te betalen maar die toezegging staat (volgens de gemeente) niet op papier, anders had het deel uitgemaakt van het dossier waar ik om heb gevraagd.

Hoe normaal is het, dat je een dergelijke toezegging schriftelijk bevestigt. Maar het gaat hier niet om hoe normaal (en geloofwaardig) dingen zijn. Het gaat om de vraag of het ook mogelijk is dat dergelijke toezeggingen niet zijn bevestigd. En dat kan en dus is het standpunt van de gemeente formeel “niet ongeloofwaardig”.

Maar tegelijkertijd, hoe makkelijk is het niet voor de gemeente om zo’n schriftelijke toezegging te laten verdwijnen en de stichting (die financieel volkomen afhankelijk is van de gemeente) te instrueren hetzelfde te doen.

Er is correspondentie tussen gemeente en aannemer waaruit blijkt dat hij de door mij gestelde vragen doorseint naar de gemeente en de gemeente vraagt een brief aan de raad te schrijven omdat hij (de aannemer) bang is de verkeerde dingen te zeggen.

Maar voor de rechtbank is dat allemaal niet relevant. Voor haar geldt slechts: ‘Kun je geloven dat de gemeente iets heeft nagelaten?’ Ja, dat kan, dus is het standpunt van de gemeente “niet ongeloofwaardig”.

En zo kan het, dat waar niemand enig geloof hecht aan wat de gemeente (overheid) beweert, de rechter toch kan concluderen dat die beweringen “niet ongeloofwaardig” zijn.

september 19, 2017 Posted by | Bestuurscultuur, Overpeinzingen | 2 reacties

Provinciaal advies?

Noord-Holland_wapen.svg

Provincie wapen

Dat ik de procedure tegen de gemeente heb verloren is natuurlijk geen ramp. Ik heb een poging gedaan om met behulp van de rechter de de waarheid te achterhalen.  Dat is niet gelukt.

Ik had de stille (maar waarschijnlijk weinig realistische) hoop dat de rechter zou hebben geconcludeerd, deze kwestie kent zoveel tegenstrijdigheden, laat ik een poging doen de waarheid te achterhalen. Maar klaarblijkelijk is dat niet haar taak.

Het achterhalen van de waarheid is iets waar de formele toezichthouder (de gemeenteraad) ook al totaal niet in is geïnteresseerd.

Die is al tevreden als ze denkt te beschikken over een enigszins plausibele verklaring.

Dus staan er nog steeds verklaringen tegenover elkaar, waarbij ik nog steeds van mening ben dat de mijne vele malen plausibeler is dan die van de gemeente. Maar dat terzijde.

De kernvraag in deze procedure kwam neer op de vraag of het door de gemeente ingenomen standpunt “niet ongeloofwaardig” was. Immers, als sprake was van een “niet ongeloofwaardig” standpunt van het bestuursorgaan, dan had dat (volgens de Raad van State) tot gevolg, dat de bewijslast op mij zou rusten.

Maar wat nu als het standpunt van het bestuursorgaan “wel” ongeloofwaardig zou zijn? Een mogelijkheid die de de Raad van State klaarblijkelijk niet wilde uitsluiten. Het lijkt me, dat in dat geval de bewijslast niet langer eenzijdig op de eiser rust. Er ontstaat dan een soort patstelling, die alleen maar kan worden doorbroken door nader onderzoek.

Bijvoorbeeld door het oproepen van getuigen. De gemeente treed in deze kwestie op als woordvoerder van aannemer en stichting. Zou het niet verstandig zijn om hen (onder ede) te laten bevestigen wat de gemeente tot dusver (over hen) heeft beweerd?

Geloven is iets voor “waar” houden, zonder dat daarvoor een wettig en overtuigend bewijs bestaat. Geloofwaardig is dus alles wat we voor waar houden, maar waarvoor geen bewijs bestaat.

Wat de gemeente ons voor waar probeert te houden is, dat zij zonder enige bijbedoeling ook maar iets schriftelijk heeft vastgelegd van de gesprekken die ze gedurende bijna een jaar heeft gevoerd met de aannemer en de stichting over een te bereiken compromis.

Gewoonlijk wordt alles nauwkeurig bijgehouden en bestaat overal bewijs voor, alleen in dit geval niet. Ik heb dat ongeloofwaardig genoemd. De gemeente heeft daarvoor geen andere verklaring gegeven dan dat ze uit efficiëntie overwegingen handelde. Met andere woorden, men vond het in dit bijzondere geval niet nodig de gebruikelijke procedures te volgen.

De rechtbank acht het dus geloofwaardig dat de gemeente Enkhuizen, die gewoonlijk altijd schriftelijk vastlegt welke betalingsafspraken ze met wie maakt, daar deze keer (bij wijze van uitzondering) van afgeweken is.

Dat zij (zogenaamd uit efficiëntie overwegingen) deze afspraken heeft vastgelegd in een voorstel aan de raad, waarin ze beweert dat de kosten van een verzwaring € 20.000,- bedroegen en dat dit een betaling van € 60.000,- aan de aannemer rechtvaardigde.

Dat de gemeente in staat is om wel 100 documenten te produceren waarin oorsprong en omvang van het probleem staan beschreven, maar (behoudens het raadsvoorstel) niet in staat is om ook maar één document te produceren waarin de oplossing van het probleem wordt toegelicht.

Burgemeester Baas laat de krant weten dat hij deze uitkomst had verwacht. Ik weet ook waarom. Naar zijn opvatting dient de burger elke bewering van de overheid als “waar” te accepteren, zolang zij een bewijs van het tegendeel niet kan leveren.

baas

regentesk

Een nogal regenteske opvatting die volgens mij niet meer van deze tijd is, maar wellicht wel een opvatting die ook binnen de rechterlijke macht populair is.

Nu ben ik wereldwijs genoeg om te beseffen dat het voor een rechter moeilijk is om te oordelen dat een overheid ongeloofwaardig is, maar ze had natuurlijk wel een klein beetje zorgvuldiger te werk kunnen gaan door getuigen op te roepen en die onder ede verklaringen te laten afleggen.

Bijvoorbeeld de aannemer. Waarom hij, nadat hij met de gemeente een betaling van € 60.000,- was overeengekomen, hij nog niet eens de moeite had genomen om een factuur in te dienen.

Of het stichtingsbestuur, dat weigert te bevestigen dat haar € 21.000,-  aan kosten is kwijt gescholden, omdat het nogal ongeloofwaardig is dat daarover geen enkele schriftelijke communicatie bestaat. Althans, de gemeente heeft niets ter inzage gegeven.

Tot 19 maart 2015 wordt er nog regelmatig mails en verslagen uitgewisseld tussen het gemeentebestuur en het het stichtingsbestuur. Na 19 maart niets meer, zelfs niet eens de bevestiging dat de stichting een bijdrage zal leveren aan de kosten van de verzwaring.

Enfin, nu deze vragen onbeantwoord zijn gebleven is het aan de raad om uit te vinden wat die antwoorden zijn. En als die te beroerd of te bedeesd is om dat te vragen, dan kan ik natuurlijk altijd nog vragen of de provincie ze daarbij van advies kan dienen.

 

september 18, 2017 Posted by | Drommedaris, Overpeinzingen | 1 reactie

Bezorgdheid.

bezorgdFormeel heeft de gemeenteraad een toezichthoudende functie. Om die functie te kunnen uitoefenen heeft de raad het recht inzage te vragen in de zogenaamde onderliggende (meestal ambtelijke) stukken.

Op basis van die onderliggende stukken wordt een raadsvoorstel geschreven. Zo’n raadsvoorstel is per definitie de politieke vertaling van hetgeen er in de onderliggende stukken staat vermeld. Wanneer er twijfel bestaat of die “vertaling” van onderliggende stukken naar een politiek document wel correct is verlopen, blijft er slechts één mogelijkheid over.

Het politieke document (raadsvoorstel) vergelijken met de onderliggende stukken.

In dit geval ontstond bij mij twijfel  nadat het college aanvankelijk beweerde dat de kosten van verzwaring € 100.000,- bedroegen, vervolgens een jaar later beweerde dat ze maar € 60.000,- waren, om in hetzelfde raadsvoorstel een berekening op te nemen waaruit bleek dat de kosten van verzwaring slechts € 20.000,- waren.

Nog los van de spectaculaire daling van kosten kunnen de kosten van verzwaring niet gelijktijdig € 60.000,- en € 20.000,- zijn. Een logisch manco dat de rechtbank, maar ook de raad,  klaarblijkelijk niet is opgevallen.

Het belangrijkste bewijs dat mijn WOB verzoek heeft opgeleverd is, dat er geen schriftelijk bewijs is voor hetgeen er door het college werd beweerd en dat de gemeente op een aantal punten door de aannemer is tegengesproken.

Toen de verzwaring niet na oplevering, maar voor oplevering gerealiseerd was heeft de aannemer zijn oorspronkelijk aanspraak gematigd, maar die matiging is nooit aan de raad doorgegeven.

De aannemer is niet overgegaan tot aanleg om zichzelf imagoschade te besparen, maar om gemeente en stichting imagoschade te besparen. Immers, zou hij de verzwaring niet hebben uitgevoerd, maar volgens bestek hebben opgeleverd, dat had er geen gebruiksvergunning kunnen worden afgegeven.

Aangezien de opdrachtgever (en niet de aannemer) verantwoordelijk is voor het opstellen van het bestek, zou het een blamage van de eerste orde zijn als het door de gemeente opgestelde bestek geleid zou hebben tot een gebouw waarvoor geen gebruiksvergunning kon worden afgegeven.

Kortom er waren tenminste twee nogal fundamentele zaken die door de aannemer waren tegengesproken en ook de overige uitspraken, zoals de dramatische kostendaling of het gelijktijdig beweren dat de kosten van verzwaring € 60.000,- bedroegen dan wel € 20.000,- , waren op geen enkele wijze onderbouwd.

Dat de rechtbank de beweringen van de gemeente geloofwaardig zou vinden (omdat het nu eenmaal beweringen van de overheid zijn) was iets waar burgemeester Baas me al voor had gewaarschuwd.

Toch blijft het wringen. Enerzijds doet men net alsof men een voorbehoud maakt, de beweringen van de gemeente moeten geloofwaardig zijn, maar anderzijds wordt elke bewering van de gemeente als geloofwaardig beschouwd. Waardoor er eigenlijk geen enkel voorbehoud is. Of, wat de gemeente beweert objectief gezien geloofwaardig is, doet feitelijk niet ter zake. Alles wat zij beweert is geloofwaardig, omdat ze de gemeente is. De bewijslast ligt dus nooit bij de overheid, maar altijd bij de burger.

Ik wist dat niet, maar als dat de stand van zaken is, dan heeft het geen zin om in beroep te gaan. Ook een hogere rechter zal immers zeggen: Ik vind alles wat de gemeente zegt geloofwaardig, dus bewijst U maar dat het niet zo is.

Dat kan ik niet. Ik kan alleen indirect bewijs leveren in de zin dat elke (niet criminele) organisatie over de door mij gevraagde documenten beschikt. Direct bewijs behoort niet tot de mogelijkheden. Gegeven het feit dat het zonneklaar is dat gemeente, aannemer en stichting hun verklaringen op elkaar afstemmen. Ze doen maar. Ik heb mijn best gedaan om de waarheid te achterhalen en ben daar redelijk in geslaagd.

Iets wat we niet kunnen zeggen van de toezichthouder, de gemeenteraad.

Die houdt zich al meer dan een jaar schuil. Ooit, tijdens de raadsbehandeling, koesterde Jaap Koning (D66) nog ambities voor wat betreft waarheidsvinding en stelde hij voor om een raadsenquête te houden. Een loodzwaar en kostbaar instrument, omdat je allerlei externe deskundigen moet inhuren. Maar toen de meerderheid van de raad daar niets voor voelde, verdween bij hem kennelijk ook de behoefte aan waarheidsvinding.

In plaats daarvan mocht hij formateurtje zijn van het nieuwe college.

Ik zie echter toch nog een klein probleem. De gemeente heeft inmiddels “bewezen”, dat zij in lang niet alle gevallen die documenten uitmaakt die democratische toezicht op de gemaakte (betalings)afspraken mogelijk maakt. Omdat de raad nauwelijks toezicht uitoefent, was dat tot dusver niet opgevallen.

Maar dank zij mijn WOB verzoek is pijnlijk duidelijk geworden, dat documenten die een strikte voorwaarde zijn voor behoorlijk openbaar bestuur, uit efficiëntie overwegingen niet worden gemaakt door de gemeente.  Dat impliceert dat democratisch toezicht op die afspraken feitelijk onmogelijk is gemaakt.

Ik vind het nogal wat, dat je een democratisch recht (tot controle op gemaakte financiële afspraken) gewoon verkwanselt, omdat je geen zin hebt toezicht te houden. Maar goed, dat is iets wat de raad voor zichzelf moet uitmaken.

Ik kan weinig meer doen dan daar mijn bezorgdheid over uitspreken.

september 15, 2017 Posted by | Beslommeringen, Bestuurscultuur, Drommedaris | Plaats een reactie

Ongegrond

rechter

Geloofwaardig

De uitspraak van de rechtbank is binnen. Mijn beroep is ongegrond verklaard, omdat men het standpunt van de gemeente, dat zij niet beschikt over documenten die betrekking hebben op het tussen de gemeente en aannemer/stichting gesloten compromis (anders dan de twee raadsvoorstellen), geloofwaardig vindt.

Laat ik de schuld bij mezelf zoeken. Ik ben geen advocaat, misschien heb daarom iets verkeerd gedaan of vergeten naar voren te brengen. Duidelijk is echter, dat de  rechter vindt dat het geloofwaardig is, dat van een onderhandelingsproces dat bijna een jaar heeft geduurd, niets anders op schrift gesteld is dan één enkel verslag achteraf.

Een verslag dat bovendien meer vragen oproept dan het beantwoordt.

In dat jaar worden de kosten van verzwaring (€ 100.000,-) verlaagd naar € 20.000,-. Maar stelt de gemeente voor om de aannemer € 60.000,-  te betalen, terwijl de kosten (volgens opgave van de gemeente) slechts € 20.000,- bedroegen. Er bestaat geen document met behulp waarvan dit verschil verklaard kan worden. Er is slechts de mededeling dat Slagter (gemeente) dat zo met Verhulst (Hillen & Roosen) heeft afgesproken.

Wie zaken doet met de gemeente (denk even aan het REZ) hoeft zelfs niet eens een factuur in te dienen als bewijs van zijn aanspraken.

Een simpel afspraakje met Slagter, dat verder niet wordt vastgelegd, volstaat.

Er zijn evenmin verslagen van hetgeen er met de stichting is besproken. Die heeft (blijkens de offerte van Hillen & Roosen) wensen ter waarde van € 21.756,- ingediend die Hillen & Roosen heeft gerealiseerd. Overigens klaarblijkelijk ook zonder dat iemand daar een opdracht voor heeft gegeven.

Het vermoeden is nu, dat de gemeente die kosten voor haar rekening heeft genomen, maar ook dat moet mondeling zijn overeengekomen, want schriftelijke stukken die dat zouden kunnen bevestigen ontbreken en zijn volgens de gemeente ook niet gemaakt.

Er zijn wel uitgebreide gespreksverslagen van bijeenkomsten tussen stichting en gemeente over andere kwesties, maar over het uiteindelijk bereikte compromis, helemaal niets. Volkomen geloofwaardig volgens de rechter.

De stichting weigert antwoord te geven op de vraag of zij die gebruikerswensen heeft betaald en verwijst naar de gemeente, die (op haar beurt) zwijgt.

Kennelijk heeft het begrip geloofwaardig in juridische zin een andere betekenis dan in het normale spraakgebruik. In juridische zin staat “geloofwaardig” gelijk aan “alles wat er door de overheid en haar dienaren wordt beweerd, ook al valt daar geen touw aan vast te knopen”.

OK, dat wist ik niet, maar weet ik nu. Ik had natuurlijk gehoopt dat de rechter gezegd zou hebben, wat hier door de  gemeente wordt beweerd (we maken nergens meer verslagen van, maar knutselen achteraf de boel een beetje aan elkaar) klinkt niet erg geloofwaardig, laat ik een poging tot waarheidsvinding doen door getuigen onder ede te verhoren.

Maar feit is, dat hoogopgeleid als ze is, ze andere dingen geloofwaardiger vindt dan wat gewone mensen geloofwaardig vinden. Ik ken tenminste niemand die geloofwaardig vindt wat de gemeente heeft lopen te verkondigen.

Enfin, de grap heeft lang genoeg geduurd en me genoeg gekost. Ik zal wat anders moeten verzinnen om mezelf bezig te houden.

september 14, 2017 Posted by | Drommedaris, Klein Leed | 11 reacties

Toezicht

Dorus

Ander hout gesneden?

Op 5 september schreef ik in mijn column “Niet eindeloos weglopen”.

Mooie gelegenheid voor wethouder Luyckx om duidelijk te maken dat hij uit ander hout is gesneden dan zijn voorgangers in dit dossier, die niet beter wisten te doen dan te misleiden en te vertragen.

We zijn inmiddels een week verder en nog steeds geen antwoord op de vraag of de gemeente de gebruikerswensen (van de stichting Drommedaris) ten bedrage van € 21.756,- heeft kwijtgescholden.

Er zijn maar twee antwoorden op deze vraag mogelijk, ja of nee. Dus waarom duurt het nu al meer dan een week, voordat de gemeente bereid is om een simpele vraag met ja of nee te beantwoorden?

Ik denk niet eens dat het onwil van de wethouder is, maar van degenen die hem adviseren. Ambtenaren. Als het is toegestaan om drie weken de tijd te nemen voor het geven van een antwoord, dan gebruiken ze die tijd. Bij mijn WOB verzoek werd ook iedere keer de maximaal toegestane tijd gebruikt om (soms) vanzelfsprekende antwoorden te geven.

Van meet af aan was duidelijk dat de gemeente beweerde, dat de gevraagde documenten niet waren gemaakt. Toch duurde het minstens twee maanden voordat die bewering “officieel” werd bevestigd.

ganaarkaastjemuur-ani-webKortom, de stroperige en defensieve houding van de gemeente is een niet onbelangrijk onderdeel van haar bestuurscultuur. Niet eens zozeer op aandringen van de politiek verantwoordelijken, vermoed ik, maar eerder op aandringen van degenen die hen adviseren.

Volgens mij vloeit het voort uit een diep gevoelde afkeer van toezicht. Ambtenaren zien er graag op toe dat iedereen zich houdt aan de regels die zij voor ons opstellen, maar zelf hebben ze er een broertje dood aan als wij proberen hetzelfde te doen.

Voor wat betreft regels die op hen van toepassing zijn.

En zo kan het gebeuren dat een hoofd-ambtenaar eenvoudig kan verklaren dat hij de betalingsafspraken die hij maakt niet schriftelijk vastlegt. Niet voor zijn superieuren, maar ook niet voor degene met wie hij die afspraken heeft gemaakt. En dat noch zijn superieuren, noch de formele toezichthouder (gemeenteraad) daarvan opkijken en er op aandringen dat deze praktijk wordt beëindigd.

Elke brief over welk onderwerp dan ook wordt geregistreerd en bevestigd. Alleen betalingsafspraken met derden niet.

Ooit schreef ik een column in de Enkhuizer Krant over de stelling. “het plichtsverzuim van de raad lokt plichtsverzuim van het college uit”. Dat plichtsverzuim van de raad kan in één woord worden samengevat.  Toezicht. Er wordt geen toezicht gehouden, omdat daardoor de wederzijdse verhoudingen wellicht wat minder gezellig worden.

Waar een gebrek aan toezicht toe leidt is inmiddels wel duidelijk lijkt me. Het laatste voorbeeld is de COR van de politie, maar wat te denken van VVD voorzitter  Henry Keizer en tal van andere politieke boegbeelden?

Terug naar het antwoord op de vraag. Zijn de kosten van de gebruikerswensen, als genoemd in de offerte van Hillen & Roosen van 4-3-2015, door de gemeente nu kwijtgescholden aan de stichting Drommedaris of niet?

En als dat antwoord er binnen één of twee dagen niet komt, wanneer beginnen de raadsfracties (en niet alleen die van HEA) zich nu eens te beroepen op hun recht op toezicht en te eisen dat dit niet langer wordt gedwarsboomd door de gemeente?

Of begrijpen de raadsfracties nog steeds niet dat het heel moeilijk is om ze serieus te nemen als ze zich voortdurend van het kastje naar de muur laten sturen?

september 13, 2017 Posted by | Bureaucratie, Drommedaris, Luyckx | Plaats een reactie

Spierballentaal.

popeye2De Enkhuizer Krant van zaterdag meldt dat raadsleden in de regio hun macht terug willen. Zelf schrijf ik al maanden, dat Enkhuizer raadsleden te lamlendig zijn om van hun macht gebruik te maken. Wie heeft er gelijk?

Het probleem zit hem in de taakstelling. Raadslieden zien zichzelf graag als bestuurders. Dat geeft meer prestige en aanzien. Maar om te kunnen besturen heb je eigenlijk geen raadsleden nodig. De meesten ontberen daarvoor de kennis. De bestuurlijke inbreng van de raad blijft meestal beperkt het stellen van een paar (niet al te indringende) vragen.

Raadsleden zouden er in mijn ogen verstandiger aan doen minder te willen besturen en meer te willen controleren. Dat was ook de doelstelling van Paljas 4 jaar geleden, meer nadruk op controle  en minder nadruk op het willen meebesturen. Je zou het zelfs het doel van het dualisme kunnen noemen.

Het Drom dossier is een prachtig voorbeeld van hoe de raad keer op keer faalt wanneer het gaat om haar controlerende functie. Tenzij ze tot inzicht komt, zal precies hetzelfde gebeuren bij het eerstvolgende project dat op stapel staat, het REZ en alle daaropvolgende projecten. Het lijkt me een serieus probleem, dat ik al eerder gesignaleerd heb, maar ik kan me niet herinneren dat er ook maar één raadslid serieus op in gegaan is.

Nu begrijp ik dat de overgrote meerderheid afkerig is van het reageren op mijn blog. Prima, moeten ze zelf weten, maar ook via de eigen communicatie kanalen weigeren ze het probleem (nagenoeg afwezigheid van controle) te bespreken. Feitelijk bespreken ze nooit iets met hun kiezers, alleen nu de verkiezingen naderbij komen willen ze nog wel eens een standpunt over het één en ander afkondigen.

Zo willen ze plotseling veel meer macht. OK, maar wat willen ze daar dan mee doen? Niet controleren, want daar hebben ze een broertje dood aan. Nee, ze willen meepraten. Vroeger hadden ze het gevoel dat ze er toe deden omdat ze konden meepraten over de aanschaf van een brandweerauto.

Dat stelde je in staat om als een hond met 7 staarten door de stad te lopen en te zeggen, kijk eens, nieuwe brandweerauto, heb ik voor gezorgd. Nu hoef je alleen maar de begroting en de jaarrekening van de Veiligheidsregio goed te keuren. Ook belangrijk en verantwoordelijk werk natuurlijk, alleen raakt de gemiddelde kiezer daar iets minder van onder de indruk.

Waar men nu naar streeft is afschaffing van het CAW, de gemeenschappelijke regeling van de 7 West-Friese gemeenten die namens die gemeenten aandeelhouder is van het enige afvalbedrijf in de regio HVC.

Het idee is, dat je als individuele gemeente dan meer macht hebt t.o.v. de HVC. Hoe men tot die gedachte is gekomen is me een raadsel.

Het CAW heeft de afgelopen maanden de nodige reputatieschade opgelopen. Allereerst stemde het bestuur ervan in met een veel hogere beloning voor de directeur van de HVC dan er in Enkhuizen wenselijk wordt gevonden. Daarna stemde men in met de HVC wens een betaling te eisen voor het ophalen van grof vuil.

De oplossing die nu wordt voorgesteld is de ontbinding van het CAW, dan wel uittreden. Dat laatste heeft de voorkeur van drie partijen in Enkhuizen. SP, HEA en Van der Pijll.

Zal opheffen of uittreden meer opleveren dan de mogelijkheid tot borstklopperij ten behoeve van de eerst komende verkiezingen? Ik vrees van niet.

Ik kan me niet herinneren dat, welke politieke stroming dan ook, gepleit heeft voor corrigerende maatregelen. Een motie van afkeuring richting CAW bestuur bijvoorbeeld.

Men moppert wat tegen een verslaggever die dat allemaal netjes opschrijft, maar dat is alles wat er wordt ondernomen.

Het Enkhuizer initiatief bestaat uit het onderzoeken van de kosten van uittreding. Niet meer dan dat. Een motie van afkeuring vindt men kennelijk al te ver gaan.

Maar zelfs als die kosten meevallen, wat denkt men dan te kunnen bereiken op basis van (laten we zeggen)  5 % van de aandelen in de HVC? Denken SP, HEA en Van der Pijll dat het HVC bestuur dan wel luistert en de billen samenknijpt als Enkhuizen laat weten het ergens niet mee eens te zijn?

Kortom, als je als 7 West-Friese gemeenten er al niet in slaagt om het bestuur van het CAW te dwingen om naar je te luisteren, dan is de kans verwaarloosbaar klein, dat het je wel lukt, als je hetzelfde probeert met het HVC.

Het probleem is niet dat de regionale raadsleden over onvoldoende macht beschikken, het probleem is dat ze geen flauw benul hebben hoe ze er gebruik van moeten maken.

En in plaats daarvan komen ze (met het oog op de verkiezingen) met spierballentaal die verder nergens toe zal leiden.

september 11, 2017 Posted by | Beslommeringen, HEA, SP, Van der Pijl | Plaats een reactie

Ongeloofwaardig of onbekwaam.

baas.jpg

ongeloofwaardig of onbekwaam

Overigens komt het apathische gedrag van een ruime meerderheid van de raad niet als een verrassing. Men is er aan gewend geraakt dat er maandelijks een aantal door het college (of ambtelijke organisatie) gesignaleerde problemen (met de bijbehorende oplossing) worden voorgelegd.

Wie zich kan vinden in de probleemstelling kan zich gewoonlijk ook vinden in de aangedragen oplossing, waardoor de overgrote meerderheid van de problemen zonder al te veel inspanningen kan worden “opgelost”.

Alleen problemen die betrekking hebben op de organisatie zelf of een zogenaamd “stokpaardje” van het college vereisen extra attentie omdat zowel probleemstelling als de aangedragen oplossing wel eens willen afwijken van eerder gevoerd “beleid”.

Drom 102

Boland en Slagter vieren feest vanwege de oplevering van de Drom.

Een en ander in een ontspannen sfeer, waarbij het behoud van decorum en prettige omgangsvormen een voorname rol spelen. Initiatieven vanuit de raad zijn toegestaan, maar worden niet aangemoedigd. Ambtenaren nemen gewoonlijk ruimhartig de tijd bij het zoeken naar oplossingen.

Raadsleden laten zich gewoonlijk door politiek gemotiveerde  impulsen leiden. De door hen voorgestelde “verbeteringen“ blijken dat (in de praktijk) zelden te zijn.

Tegen deze achtergrond is het dus begrijpelijk dat de raad niet goed weet wat aan te vangen met problemen die wel herkenbaar zijn, maar niet door het college zijn omschreven en waarvoor dus ook geen panklare oplossing bestaat.

De gebruikelijke gang van zaken is dat men dergelijke problemen gewoon negeert.

Zo ook in dit geval. Het probleem is dat het gedrag van Baas en Slagter zich beweegt tussen ongeloofwaardig en onbekwaam. Zelf proberen ze te bewijzen dat ze onbekwaam zijn. Ik ben van dat bewijs niet onder de indruk en houd er op dat er niets mis is met hun bekwaamheid, maar dat ze niet geloofwaardig zijn.

Het is natuurlijk onwenselijk dat een situatie, waarbij het onduidelijk is of het bestuur van de gemeente ongeloofwaardig dan wel onbekwaam is, al meer dan een jaar voortduurt. Maar helaas, dat is wel het geval. Dat is een tekortkoming van de toezichthouder op het bestuur, de gemeenteraad.

Ogenschijnlijk zit de raad collectief te wachten of een rechter het optreden van het bestuur als ongeloofwaardig kwalificeert.

Het is tekenend voor het armzalige niveau van de raad in haar huidige raadssamenstelling. Want zelfs al neemt de rechter de kwalificatie ongeloofwaardig niet over, dan nog hebben Baas en Slagter slechts bewezen onbekwaam te zijn.

Meer smaken zijn er namelijk niet. Ongeloofwaardig of onbekwaam.

september 9, 2017 Posted by | Bovenbaas, Drommedaris | 1 reactie

Apathisch.

langbroek-1

Impasse doorbroken

Het is inmiddels meer dan een jaar geleden dat het college voorstelde de aannemer Hillen & Roosen € 60.000,- te betalen voor het aanleggen van een verzwaring (van het elektranetwerk).

Het college stelde het voor als een korting van maar liefst € 40.000,- op de oorspronkelijke offerte. Pure misleiding.

Het college wist dat de oorspronkelijke offerte omstandigheden bevatte die zich niet hadden voorgedaan (aanleg na oplevering) en vervangen was door een nieuwe offerte die betrekking had op aanleg voor oplevering. Deze nieuwe offerte was € 15.000,- goedkoper.

Maar ook die nieuwe offerte bevatte nog aannames over de werkduur en bouwplaatskosten die niet van toepassing waren. Als die onterechte aannames uit de offerte werden weggelaten kwam je op een kostprijs beneden de € 60.000,- voor kosten van verzwaring en aanvullende inrichtingskosten.

In dezelfde raadsbrief waarin werd voorgesteld de aannemer € 60.000,- te betalen, stond ook een berekening van de kosten van verzwaring die met de stichting was afgesproken.

€ 20.000,-, zodat de prangende vraag was, waarom dient de aannemer € 60.000,-  betaald te worden als de kosten van verzwaring slechts € 20.000,- zijn?

Een jaar lang heeft geen enkele fractie het aangedurfd die vraag te stellen, maar die impasse is nu eindelijk doorbroken met de vragen die Hans Langbroek heeft gesteld.

Eindelijk zullen we weten waar die extra € 40.000,- voor bedoeld was. Voor het kwijtschelden van inrichtingskosten die de stichting volgens haar overeenkomst met de gemeente voor haar rekening  had moeten nemen?

Er is dus geen sprake van een compromis of een uitzonderlijk hoge korting, waar het college zich op laat voorstaan. Als je alle vervuilende elementen uit de offerte weglaat kom je uit op een bedrag beneden de € 60.000,-. Het bedrag dat tussen aannemer en gemeente was overeengekomen.

Als je als onderneming een betalingsregeling treft, dan gebeuren er gewoonlijk twee dingen. De inhoud ervan wordt (ter goedkeuring) voorgelegd aan de superieuren van degene die de regeling heeft afgesproken (in dit geval is dat de wethouder) en bij goedkeuring wordt ze vervolgens bevestigd aan degene met wie de regeling is afgesproken. (in dit geval de aannemer)

De gemeente beweert nu, dat geen van beide is gebeurd en “bewijst” dat door de betreffende documenten niet op te nemen in het WOB dossier dat ze aan mij (maar ook aan de raad) ter inzage heeft gegeven.

Ik heb daarvan gezegd dat dit niet geloofwaardig is, elke niet criminele organisatie maakt dit soort van documenten. Er is geen reden om aan te nemen dat de gemeente ze niet heeft gemaakt. De reden waarom ze ze niet wil tonen is waarschijnlijk, dat de inhoud er van weerspreekt wat men de raad heeft wijsgemaakt.

Mijn verzoek aan de rechter is de gemeente op te dragen de ontbrekende documenten alsnog ter inzage te geven, dan wel door het oproepen van getuigen de juistheid van de gemeentelijke bewering vast te stellen.

Al met al is het een ontluisterend geheel. Een college dat zich bedient van halve en hele onwaarheden en een raad die niets onderzoekt, maar zich volstrekt apathisch opstelt. Laten we hopen, dat dank zij het initiatief van Langbroek, aan het laatste een einde is gekomen.

september 6, 2017 Posted by | Drommedaris, Langbroek | 1 reactie

Niet eindeloos weglopen.

langbroek-1Eindelijk een fractie die beseft dat je niet eindeloos weg kunt blijven lopen voor je verantwoordelijkheid. Hans Langbroek (HEA) heeft het college de vraag gesteld of het juist is dat de gebruikerswensen (€ 21.756,-) niet zijn doorbelast.

Simpele vraag, simpel antwoord.

Mooie gelegenheid voor wethouder Luyckx om duidelijk te maken dat hij uit ander hout is gesneden dan zijn voorgangers in dit dossier en die niet beter wisten te doen dan te misleiden en vertragen. Zijn raadsbrief van 12 juni 2017 over een uitspraak van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (over een subsidie voor de Drommedaris) sluit hij af met de woorden

“In het project Dromedaris spelen nog de volgende actuele zaken, de procedure rondom het lopende Wob-verzoek en het meerwerk rond de elektriciteit.”

De procedure rond het WOB verzoek komt eerdaags tot een einde, waarbij de rechter al dan niet tot de conclusie komt of het vorige college geloofwaardig was. Die uitspraak betreft niet alleen het voormalige college, maar natuurlijk ook de voorzitter ervan burgemeester Jan Transparant en zijn trouwe metgezel  Jan Slagter.

Ook al is de rechter het met me eens (net als de rest van de bevolking) dan nog zit mijn werk er op. Ik ga namelijk niet over de bestuurscultuur van Enkhuizen, daar mankeert het nodige aan, maar het is de raad die daar iets aan moet doen. Ik kan alleen maar hopen dat ze eindelijk wakker schrikken.

Ik kan natuurlijk naar de Commissaris van de Koning schrijven met de vraag of het niet eens tijd wordt dat hij ingrijpt, maar ik weet niet of ik daar wel zin in heb.

Wat het meerwerk rond de elektriciteit betreft, dat wordt een stuk makkelijker te verklaren als je eenmaal hebt erkent, dat je als gemeente de stichting de kosten van de gebruikerswensen hebt kwijtgescholden. Dan blijft er weliswaar nog een bedragje over dat niet kan worden verklaard, maar dat is peanuts vergeleken met de eerdere bedragen.

Misschien pijnlijk voor de stichting die geheim probeert te houden dat ze met enige regelmaat geld krijgt toegestopt van de gemeente, maar het zou een zegen zijn, als ook deze notabelen zich eens zouden realiseren dat het niet vanzelfsprekend is dat je de belastingbetaler laat opdraaien voor al de leuke plannetjes die je bedenkt.

september 5, 2017 Posted by | Drommedaris, HEA, Langbroek | 2 reacties