Pim's Prietpraat

Bemoeienissen van een voormalig buitenstaander

Politiek gedoe.

koning3

coalitie-monisme

In de krant van woensdag las ik dat de raad afgelopen dinsdag een besluit heeft genomen dat er voor moet zorgen, dat er de komende vier jaar geen politiek gedoe zal ontstaan rond de benoeming van wethouders. Het daarbij gebruikte toverwoord is een raadsbreed akkoord, dat is vastgelegd in een document van maar liefst 7 kantjes.

Ik heb me er nog niet toe kunnen zetten om me te verdiepen in wat onze volksvertegenwoordigers tijdens hun besloten bijeenkomsten over het raadsbrede akkoord bij elkaar hebben gefantaseerd. Het stuk zelf begint in ieder geval met een pijnlijke en slordige onjuistheid, maar voor een zorgvuldiger bestudering heb ik nog geen tijd gehad.

Wat ik opmerkelijk vind is, dat de partijen, die de afgelopen 8 jaar politiek gedoe hebben veroorzaakt door colleges naar huis te sturen, nu beweren de oplossing te hebben gevonden om dat in de toekomst te voorkomen. Ik heb het natuurlijk over de VVD/D66 combinatie. Vanaf 2010 als gezamenlijke fractie en vanaf 2014 als twee gescheiden fracties.

VVD/D66 waren in 2013 verantwoordelijk voor de ondergang van de coalitie bestaande uit VVD/D66, NE en CDA. Formele reden: een raadsmeerderheid wilde minder bezuinigen dan het college. In plaats van de wens van de meerderheid te respecteren bracht toenmalig coalitiewoordvoerder Stomp zijn eigen coalitie ten val.

Boze tongen beweren dat hij dit opzettelijk deed, om te voorkomen dat VVD/D66 wethouder Boland zich zou moeten verantwoorden voor het feit dat die tonnen meer had uitgegeven (aan het onderzoek naar de mogelijkheid van verbouwing van de Drommedaris) dan hem door de raad ter beschikking was gesteld.

Hoe dan ook, in plaats van zich te verantwoorden voor een enorme kostenoverschrijding (waarmee de raad voor een voldongen feit werd gesteld) mocht het college (na uitbundig te zijn uitgewuifd) door toedoen van VVD/D66 genieten van de riante wachtgeldregeling waar politieke ambtsdragers aanspraak op kunnen maken.

reijswoud1

Marginalisering van de raad

Vervolgens ontstaat er dan een nieuwe coalitie die (opnieuw onder aanvoering van VVD/D66) onderuit wordt gehaald. Niet op het moment dat Olierook de raad onvolledig informeert, want dat zag men over het hoofd. Naar ik aanneem omdat de verkiezingen nog te ver weg waren. Maar een jaar later, als de verkiezingen binnen een jaar gaan plaatsvinden en er gebreken binnen de SED organisatie aan het licht komen.

Hoewel Olierook daar formeel niet verantwoordelijk voor is wordt hem (als enige SED wethouder) voorgesteld zijn biezen te pakken.

Samengevat, de afgelopen 8 jaar hebben een tweetal colleges, (vrijwillig en om nogal dubieuze redenen) de pijp aan Maarten gegeven.

De opmerkelijke rol die D66 en VVD daarbij gespeeld hebben wordt door niemand ooit aan de orde gesteld. Fractievoorzitter Koning (D66) verzint een oorzaak voor het (door hemzelf in gang gezette) politieke gedoe en noemt het coalitie-monisme.

Een zelfverzonnen begrip, waarvan alleen hijzelf de draagwijdte kent. Niemand vraagt om een verdere toelichting. Naar ik aanneem uit angst om voor dom te worden versleten.

Van Reijswoud (VVD) stelt de oplossing voor. Een raadsbreed akkoord op hoofdlijnen, wat er feitelijk op neer komt dat je als raad alleen maar nog een ceremoniële functie hebt, die er verder ook niet toe doet, omdat het eigenlijke werk in de toekomst zal worden gedaan door mensen als hijzelf.

Mensen met verstand van zaken. Ambtenaren. En dat je als raad vervolgens niet anders hoeft te doen dan datgene goed te keuren dat je wordt voorgelegd. Model Chinese Volksrepubliek waar ze ook nooit last hebben van politiek gedoe.

Organisatie deskundige Laurence J. Peter heeft voor deze constructie ooit een mooie naam bedacht. De laterale arabeske, ofwel de horizontale promotie naar een functie met een imposanter naam, maar met minder verantwoordelijkheden.

Volgens het Peter Principe betreft het personen wiens incompetentie is komen vast te staan en dus niet langer voor promotie in aanmerking komen. In plaats daarvan worden ze zijdeling verplaatst naar een functie met uitsluitend decoratieve inhoud.

Waardoor men niet langer in staat is om de normale gang van zaken te verstoren, maar men zijn carrière kan voortzetten als beleidsambtenaar lege dozen.

Maar wat voor personen geldt, geldt evenzeer voor instanties (zoals de raad van Enkhuizen) wiens incompetentie inmiddels meermalen is komen vast te staan.

En dus is het misschien wel een logische uitkomst, dat de raad (op aandringen van onze organisatie goeroes Van Reijswoud en Koning) zichzelf verder marginaliseert tot een tandeloze praatclub van mensen die het leuk vinden om te vergaderen over dingen waar ze geen verstand van hebben.

En die zich in dat kader ook het liefst (zonder al te veel politiek gedoe) knollen voor citroenen laten verkopen.

Advertenties

juli 14, 2018 Posted by | Bestuurscultuur, Gebakken lucht | 3 reacties

Niet gekwalificeerde burgers.

Bureaucratie-3Inmiddels liggen de verkiezingen al weer drie maanden achter ons en is bestuurlijk Enkhuizen nog steeds in de ban van een fata morgana.

Het raadsbrede akkoord.

Om voor mij duistere redenen menen de politieke doordenkers in onze Haringstad, dat het eenvoudiger is een akkoord te sluiten tussen negen partijen dan tussen 4 partijen.

Men is een aantal keren in strikte beslotenheid bijeengeweest. Veel heeft dat niet opgeleverd, het blijft tenminste angstvallig stil. Nu is stilzwijgen voor de meeste partijen (ik zal geen namen noemen) geen moeilijke opgave. Van de stortvloed van plannen, die er gedurende verkiezingstijd over ons heen worden gestort, hoor je (in de vier jaar na de verkiezing) zelden nog iets.

Als politiek partijen (na de verkiezingen) al informatie verstrekken, dan gebeurd dat meestal als mosterd na de maaltijd. Verschillende partijen hebben zelfs niet eens een website met behulp waarvan ze informatie zouden kunnen verstrekken. Openbare bijeenkomsten voor kiezers buiten de verkiezingstijd (over welk onderwerp dan ook) zijn een zeldzaamheid.

Ook verhelderende beschouwingen over het voordeel van een raadsbreed akkoord ben ik tot dusver niet tegen gekomen. Zelf zie ik er weinig in. Ik zie liever een solide coalitie, die bij de les wordt gehouden door een alerte oppositie.

Maar klaarblijkelijk is er nog steeds een meerderheid in de raad die meer heil ziet in het creëren van een soort Chinees volkscongres, waar alle neuzen dezelfde kant op staan en waar elke afwijking op de door partijleider Xi Jinping ingeslagen weg met wantrouwen wordt bekeken.

reijswoud1

Technocraat

De architecten van de bestaande situatie, het liberale smaldeel Van Reijswoud en Koning, gaan prat op de duale constructie die ze in het leven hebben geroepen.

Twee broodwethouders, die om wille van de smeer bereid waren te doen of men geen binding had met de partij waar men zijn hele leven lang lid van was geweest.

Het verwijt aan de vorige coalitie was, dat die te mild was voor de eigen wethouder (Olierook), maar op dat punt is er weinig veranderd. De mildheid t.o.v Olierook wordt nu (door anderen) betracht t.a.v Struijlaart, die inmiddels de plank al diverse malen heeft mis geslagen zonder dat daar verder consequenties aan werden verbonden.

Wat mij betreft had Olierook niet weggehoeven vanwege organisatorische problemen bij het SED. Tekortkomingen van dien aard (binnen de SED organisatie) waren en zijn primair de verantwoordelijkheid van de directie van die organisatie en niet van een wethouder die feitelijk alleen maar gebruik maakt van haar diensten.

Er is ook geen andere SED wethouder voorgedragen voor ontslag, zodat er eerder sprake was van een typisch  Enkhuizer afrekening, dan van een volwassen en gedegen politieke afweging door de initiatief nemers, D66/VVD.

Voor wat betreft de laatste twee collegewisselingen, lag het initiatief in beide gevallen bij de D66/VVD combinatie. Het is dan ook opmerkelijk dat juist deze twee partijen zich als voorstanders van raadsbreed akkoord opwerpen.

Ik vermoed, om langs die weg een eventuele oppositie al op voorhand de wind uit de zeilen te kunnen nemen.

De misslagen van Struijlaart zijn natuurlijk niet alleen maar zijn schuld. Veel van wat een wethouder de raad voorstelt wordt hem ingefluisterd door de ambtelijke organisatie, waar je als wethouder maar betrekkelijk weinig invloed op kunt uitoefenen. Er zijn maar weinig wethouders die in staat zijn uit te stijgen boven het woordvoerderschap van het deel van de ambtelijke organisatie waar ze verantwoordelijk voor zijn.

Op dat punt heeft het dualisme dus weinig verandering gebracht. Nam de vorige coalitie de eigen wethouders in bescherming, de nieuwe doet dat ook.

In een democratie is het de taak van de oppositie om mogelijk falen van het bestuur aan de kaak te stellen. Dat willen onze lokale liberale denkers Van Reijswoud en Koning dus afschaffen. Opdat in Enkhuizen de rust wederkeert waar de volksrepubliek China nu al jarenlang profijt van heeft.

koning3

Technocraat

In een eerdere column heb ik VVD en D66 raadslieden technocraten genoemd. Technocraten zijn volgens mij lieden die zichzelf gekwalificeerd vinden en zich ergeren als mensen (die in hun ogen niet gekwalificeerd zijn) zich toch bemoeien met zaken waar ze (in de opvatting van technocraten) geen verstand van hebben.

Zoals ik dus, die me nu al 8 jaar bemoei met het bestuur van de stad, terwijl ik niet ben gekozen om dat te doen. In zekere opzicht gedragen vrijwel alle raadsleden zich als technocraten.

Ze willen graag dat burgers meedenken, maar dat meedenken moet wel in hun straatje passen, anders worden de meedenkers domweg genegeerd.

Grootste nadeel van een bestuur door technocraten (dat ik eerder een mandarijnenbestuur heb genoemd) is, dat zij geneigd zijn zichzelf toe te rusten met oogkleppen, alvorens ze een probleem in ogenschouw nemen.

Wat nu door de raad wordt aangeprezen als dualisme is in werkelijkheid een bestuur door technocraten. Dat lijkt (kijk naar China) op het eerste gezicht enorme voordelen te bieden, maar de prijs voor de invoering van een technocratie (bestuur door een speciale politieke kaste en beleidsambtenaren) is de verzwakking, of zelfs de teloorgang van de democratie.

Je zou daarover eigenlijk op openhartige wijze met elkaar over moeten kunnen praten, maar nee, de raad heeft er voor gekozen om over dat deel van onze toekomst in beslotenheid te vergaderen en te beslissen.

En dat is dan weer geheel in overeenstemming met wat de technocratische opvattingen dicteren. Vooral geen bemoeienis van niet gekwalificeerde (=niet gekozen) burgers over de  toekomstige democratische verhoudingen.

juni 26, 2018 Posted by | Bestuurscultuur, Technocratie | 5 reacties

Verder teloor gaan.

wetHans Langbroek laat in het NHD van gisteren optekenen, dat gezien de overeengekomen bedragen, het collegevoorstel om de opgelegde geheimhouding te bekrachtigen, volstrekt onzinnig is en het sop de kool niet waard is.

Hij noemt de bedragen waar het om gaat en dan vraag je jezelf inderdaad af, waarom heeft men in  hemelsnaam besloten tot geheimhouding? 

Het begint allemaal met de raadsbrief van 16 april, ondertekend door de burgemeester en de gemeente-secretaris. De zin in de raadsbrief die ieders aandacht trekt is deze

In die overeenkomst is opgenomen dat beide partijen zich in de openbaarheid niet uitlaten over de inhoud van deze schikking en dus geheimhouding in acht nemen.

De raadsbrief werd met vertraging doorgestuurd naar de raad met als reden voor de vertraging, dat men eerst advies over de inhoud wilde van een externe jurist. Die gang van zaken roept de volgende vragen op.

Waarom achtte het college het noodzakelijk, dat er over de inhoud advies moest worden gevraagd? Welke wijzigingen zijn er op basis van het advies in de oorspronkelijk tekst aangebracht en wat is de letterlijke tekst van dat advies?

Vragen die raadsleden natuurlijk al veel eerder hadden moeten stellen, maar die vragen nu eenmaal liever naar de bekende weg.

Zoals, “Krijgt de raad inzage in de overeenkomst?”. Antwoord, “Ja de raad krijgt uiteraard inzage in de gesloten overeenkomst”.

De vraag die ze niet stelden, maar die ze beter wel hadden kunnen stellen was, “Op basis van welke kennis en bevoegdheid menen burgemeester en gemeente-secretaris (tevens meester in de rechten) dat de Wet Openbaarheid van Bestuur in dit bijzondere geval niet van toepassing is?

Hadden beiden zo weinig kennis van artikel 10 van de WOB dat ze niet beseften, dat de uitzonderingsgrond (we zijn het er samen over eens geworden) niet in de wet voorkomt?

En was degene, die ze om advies hadden gevraagd, daar ook niet mee bekend?

koot en bie

Charlatans

Dat is nauwelijks voorstelbaar. Maar niet alleen B&W, ook de raadsgriffier lijkt te zijn getroffen door  opvallende onwetendheid.

Zo weet hij bijvoorbeeld niet, dat het recht op inzage (voor leden van de raad) onvoorwaardelijk is en niet ingeperkt kan worden door de voorwaarden die je als college denkt te kunnen stellen.

De raad heeft als taak het college te controleren en daarom is het absurd om te denken dat een college in staat zou zijn te bepalen welke documenten de raad wel en welke zij niet  zou mogen inzien. Het recht op inzage is dan ook een onvoorwaardelijk recht.

Iets geheel anders is of men de kennis, die men verwerft door inzage, mag delen met anderen.

Het college is bevoegd om een geheimhoudingsplicht op te leggen en het niet nakomen van die plicht kan leiden tot strafvervolging.

Het college heeft echter niet het recht om de raad kennis te onthouden. Ze kan de raad (voor een korte tijd) alleen verbieden die kennis met anderen te delen. Totdat de raad besluit of zij die (tijdelijk opgelegde) geheimhoudingsplicht wil omzetten in een permanente.

snake-oil-salesman1

Charlatan

Voor de griffier staat een tijdelijk verbod op het delen van kennis, kennelijk gelijk aan een verbod op het verwerven van kennis door de raad. Het eerste is wel een bevoegdheid van het college, het tweede niet.

Volgens de griffier heeft het college haar verbod tot kennisname pas de vrijdag voor de raadsvergadering opgeheven. Wat er op neerkomt, dat dit verbod bijna 2 maanden heeft stand gehouden. Alleen Raven (NE) protesteert (tamelijk laat overigens) tegen deze gang  van zaken.

De overigen (met uitzondering van Langbroek) laten het zich (zonder morren) welgevallen.

Zoals het college een niet in de wet genoemde uitzondering construeert, zo creëert de griffier (in overleg met het college?) een “voorwaardelijk” recht op inzage dat eigenlijk niet bestaat.

Over de oorspronkelijke voorwaarde (men dient eerst een geheimhoudingsverklaring te tekenen wilde er inzage worden verschaft) wordt niet meer gerept. Nu laat de griffier  weten, dat het recht op inzage pas is ontstaan nadat het college haar blokkade (op 15 juni) had opgeheven, waarmee de oorspronkelijke “voorwaarde vooraf” voor het oog was komen te vervallen.

Hier wordt het recht, om geheimhouding op te leggen, doelbewust gelijk gesteld aan een (niet bestaand) recht van het college om voorwaarden vooraf te stellen.

Het is een deprimerend en ontluisterend beeld dat bestuurlijk Enkhuizen tijdens deze vergadering van zichzelf heeft weten te scheppen. Bestuurders, die zich hebben laten adviseren presenteren vervolgens de raad (willens en wetens) een voorstel dat niet is gebaseerd op een wettige, maar op een  onwettige uitzonderingsgrondslag.

Terwijl degene wiens taak het is de raad bij te staan met raad en advies, alleen maar verwarring schept over haar rechten. En het college rechten toedicht die ze niet heeft. Zoals te bepalen waar en wanneer de raad ergens kennis van mag nemen.

Men verwijt mij vaak cynisme, maar het cynisme dat de bestuurders, de griffier en ambtenaren in deze kwestie ten toon spreiden is vele malen erger.

De raad ondergaat dit alles zonder enig merkbaar verzet. Tenzij men de handen ineen weet te slaan, in verzet komt  tegen de charlatans die haar van advies dienen en orde op zaken stelt, zal zij haar gezag (waar nauwelijks nog iets van over is) alleen maar nog verder teloor zien gaan.

juni 22, 2018 Posted by | Bedrieglijk, Bestuurscultuur, Mores | 1 reactie

Lastig en onpraktisch

wetGisteren liet de gemeente weten, dat ze niet in staat was om (binnen de daarvoor geldende termijn) aan mijn WOB verzoek te voldoen en dat ze de termijn verlengd had tot 8 weken.

Ik weet niet beter of dat is altijd het geval. Niet dat het me wat kan schelen. Ik deed mijn verzoek om te kunnen nagaan of de bewering van het college, dat de architect had aangedrongen op geheimhouding, juist was.

Bij vorige colleges bleken dat soort onwaarschijnlijke beweringen nogal eens uit de duim gezogen en ik vraag me af of het bij deze, a-politieke wethouders, anders zal zijn. Omdat de raad eigenlijk nooit controleert of de beweringen van een college op waarheid berusten, ontstaat er voor colleges een ruimte waarbinnen er van alles en nog wat kan worden beweerd.

Het lijkt me nuttig om die ruimte (door op gezette tijden controle uit te oefenen) enigszins te beperken.

De architect heeft zich laten bijstaan door een advocaat en dat zijn lieden die hun bedoelingen en wensen tamelijk precies weten te formuleren. Mijn verwachting is dan ook dat we straks met enige mate van zekerheid kunnen vaststellen of, hetgeen het college beweerde, daadwerkelijk juist was.

Het oprekken van termijnen door de gemeente vindt overigens niet alleen bij WOB verzoeken plaats.

Pas afgelopen vrijdag werd het raadsvoorstel ingediend ter bekrachtiging van de geheimhouding, waardoor het vrijwel zeker was dat fracties daar onderling geen overleg over konden voeren voor de raadsvergadering.

Overigens is die tactiek contra-productief gebleken en heeft ze niet het beoogde resultaat opgeleverd. Het verzoek om de geheimhouding te bekrachtigen werd door een overgrote meerderheid van fracties van de hand gewezen.

Alleen de technocratisch ingestelde fracties in de raad (VVD en D66), die bemoeienis van de kiezer alleen maar lastig en onpraktisch vinden, bleken voorstander van geheimhouding.

juni 21, 2018 Posted by | WOB | 2 reacties

Waakzaamheid blijft geboden.

regentenTot mijn grote opluchting heeft de raad een verstandig besluit genomen inzake het verzoek tot bekrachtigen van de geheimhouding.

Niet dat ik onder de indruk was van de aangevoerde argumenten. Die waren (m.u.v. Jan Raven) aan de magere kant, maar het besluit was het enig juiste dat kon worden genomen. Geen bekrachtiging van de door het college opgelegde geheimhouding.

De enige die een poging deed om met behulp van de WOB zijn standpunt te beargumenteren was Jan Raven, die daarin trouwens niet echt werd bijgevallen.

Het uitgangspunt dat ik de afgelopen tijd HIER naar voren heb gebracht was, dat openbaarheid van bestuur de regel was, maar dat er in de wet bepaalde uitzonderingen werden genoemd die (zoals dat heet) de regel bevestigen. Deze uitzonderingen, opgesomd in artikel 10 van de wet, zou je wettige uitzonderingen kunnen noemen.

De uitzondering waarop het college geheimhouding bepleitte (‘we zijn het samen overeengekomen’) staat niet in de wet en is in mijn ogen dan ook een onwettige uitzondering.

De enigen die er voorstander van waren om (op basis van een onwettige uitzondering) geheimhouding te bekrachtigen, was het liberale smaldeel in de raad. De VVD en D66.

Vond ik de argumentatie van de tegenstanders niet al te sterk, de argumentatie van de voorstanders was helemaal beneden peil.

Zo vroeg Van Reijswoud (VVD) zich af wie er om geheimhouding had gevraagd. Een vraag die net zo relevant is als wanneer een verbaliserend agent zich afvraagt of de snelheidsovertreder wellicht haast had. Het gaat primair om de overtreding zelf en niet om het motief van de overtreder voor die overtreding.

Zelfs al had de architect op geheimhouding aangedrongen (hetgeen hij blijkens een kranteninterview niet had gedaan), dan nog had de wethouder hem er op moeten wijzen dat de WOB het voor hem onmogelijk maakte om een dergelijke toezegging te doen. Kennelijk berust het VVD gedachtengoed op het idee, dat je de werking van elke wet kunt omzeilen, zolang je de bewindspersoon in kwestie er van kan overtuigen, dat er voor jou een uitzondering moet worden gemaakt. Daar is een goed Nederlands woord voor en noemen we gewoonlijk “vriendjespolitiek”.

Voor Koning (D66) was geheimhouding ook een uitgemaakte zaak. Het was privaat-rechterlijk overeengekomen, dus er was niets aan de hand. Van deze partij, die lokaal het standpunt huldigt dat je als raadslid alleen binnen de raadszaal de discussie hoeft aan te gaan (en dat vervolgens consequent nalaat), was onder leiding van Koning toch al geen peil meer te trekken.

Koning discussieert niet, maar leest vooraf opgestelde verklaringen voor en hult zich dan in stilzwijgen. De partij, die zich ooit presenteerde als redelijk alternatief is (nadat ze landelijk één van haar kroonjuwelen, het referendum, om zeep had geholpen) naar een bedenkelijk regentesk niveau afgezakt en demonstreert dat lokaal tijdens bijna elke vergadering.

Wat beide liberale partijen proberen uit te stralen is het volgende:

Wetten er zijn om toegepast te worden op het klootjesvolk, terwijl wij, als regenten, zelf mogen bepalen of ze ook op ons van toepassing moeten zijn. En in geval het ons (en onze vrienden) niet past, mogen we zelf uitzonderingen op die wetten verzinnen. Die we vervolgens alleen maar ter goedkeuring hoeven voor te leggen aan de vertegenwoordigers van dat klootjesvolk, die het met een beetje geluk nog goedvinden ook.

Gelukkig heeft dat gedachtengoed het, met meer geluk dan wijsheid trouwens, deze keer niet gehaald, maar waakzaamheid blijft geboden.

juni 20, 2018 Posted by | WOB | Plaats een reactie

Onwettig?

advocaat

Geheim advies college?

Het raadsvoorstel “Bekrachtiging geheimhouding vaststellingsoverkomst met architect” bevat een interessante clausule die ik hieronder in zijn geheel citeer.

Na uw besluitvorming, positief of negatief, zullen de ingediende Wob-verzoeken in die lijn door ons worden afgewikkeld.

Deze clausule is interessant omdat de afwikkeling van een WOB verzoek afhankelijk wordt gemaakt van het besluit van de gemeenteraad over een niet in de wet genoemde reden voor uitzondering op die wet. Dat lijkt me voor de raad een interessant juridisch probleem, waar ze welgeteld een weekend en twee werkdagen over mag nadenken.

Uiteraard heeft de raad het recht om van alles en nog wat te besluiten, maar de vraag blijft natuurlijk is het wel wettig wat ze besluit?

We weten dat het college 14 dagen de tijd heeft genomen om zich door een externe jurist te laten adviseren, alvorens er antwoord werd gegeven op gestelde vragen. Over de inhoud van dat advies zijn geen mededelingen gedaan en het raadsvoorstel verwijst er ook niet naar.

Het zou dus zo maar kunnen zijn dat de externe jurist het voorstel heeft ontraden. Daarom zou de raad er verstandig aan doen om, voordat ze een besluit neemt, kennis te nemen van de letterlijke tekst van het externe advies.

Kennelijk zijn er meerdere WOB verzoeken gedaan en ik zou graag weten wie er nog meer zo’n verzoek heeft gedaan. Wellicht kunnen we onze krachten dan bundelen ter behoud van de openbaarheid van bestuur.

ei van

Ei van Struijlaart

Mijn eigen verzoek is vrij simpel. Ik heb inzage gevraag naar de correspondentie met de architect over de getroffen schikking en de schikking zelf.

Waar de schikking mogelijk getroffen zou kunnen worden door een door de raad bekrachtigde geheimhouding, geldt dat natuurlijk niet voor de correspondentie die daarover is gevoerd ter voorbereiding van de schikking.

Met name het onderdeel dat betrekking heeft op het verzoek tot geheimhouding van de architect.

Mijn WOB verzoek dateert van 18 mei. Veel later, 7 juni, publiceert het NHD  een interview met de architect die laat weten dat de geheimhouding van hem niet hoefde.

Logisch dat ik gezien die krantenpublicatie nieuwsgierig ben naar de letterlijke tekst van het verzoek dat (volgens de gemeente) door de architect is gedaan. Hoewel ik er, op basis van ervaring uit het verleden, rekening mee houd dat de gemeente geen enkel bewijs van een dergelijk verzoek kan overleggen.

Maar wat het besluit van de raad aanstaande dinsdagavond nog spannender maakt is natuurlijk dat de uitkomst bepaalt hoe mijn oorspronkelijke WOB verzoek zal worden afgewikkeld.

Besluit de raad tot geheimhouding, dan stap ik vrijwel zeker naar de bestuursrechter, omdat het besluit niet is gebaseerd op een in de wet genoemde uitzondering en daarom wat mij betreft onwettig is.

juni 18, 2018 Posted by | Bestuurscultuur, WOB | 5 reacties

Het ei van Struijlaart

ei van

Ei van Struijlaart

En ja hoor, daar is dan eindelijk waar iedereen reikhalzend naar heeft uitgekeken.

Twee maanden nadat wethouder Struijlaart het besluit had genomen om de raad geheimhoudingsplicht op te leggen (16 april) komt hij nu met het verzoek aan de raad dat besluit te bekrachtigen en wel per 15 juni.

Na extern juridisch advies en weken van delibereren kunnen we eindelijk lezen waar het verzoek tot bekrachtiging op is gebaseerd. Voornamelijk op gebakken lucht naar het zich laat aanzien.

Struijlaart geeft de raad eerst een sigaar uit eigen doos. Namelijk iets waar ze al die tijd al recht op hadden (inzage in de door hem getroffen schikking). In ruil voor deze sigaar wordt de raad verzocht om het beginsel  “openbaarheid  van bestuur” voor deze keer terzijde te schuiven.

Waarom? Omdat hij zo dom is geweest om de architect geheimhouding te beloven. Althans, dat beweert hij.

De architect heeft echter al via de krant laten weten dat hij er nooit om heeft gevraagd en het hem ook niets kan schelen.

Maar zelfs al zou het hem wel wat kunnen schelen, dan nog had hem dat nooit beloofd mogen worden.

Omdat dit in strijd is met het democratische beginsel van openbaarheid van bestuur. Zoals vastgelegd in de Wet Openbaarheid Bestuur. Mogen we concluderen dat Struijlaart als doorgewinterde beroepswethouder niet op de hoogte was van het bestaan van deze wet? Uiteraard niet, maar wat Struijlaart wel bezielde laat zich maar moeilijk doorgronden.

In artikel 10 van de WOB worden de uitzonderingsgevallen genoemd waarin openbaarheid van bestuur niet van toepassing is. Struijlaart noemt geen van de bij wet bepaalde uitzonderingsgevallen in zijn voorstel, maar komt met een zelf bedachte uitzondering. Partijen zijn geheimhouding met elkaar overeengekomen.

Als dat argument ook maar enig hout zou snijden, dan zou de Wet Openbaarheid Bestuur de prullenbak in kunnen. Immers, om de gevolgen van die wet te kunnen ontlopen zouden partijen alleen maar “geheimhouding met elkaar hoeven af te spreken”.

Naast het ei van Columbus kunnen we dus nu ook spreken van het ei van Struijlaart.

In essentie een opgestoken middel vinger naar de juristen die de wet hebben ontworpen, de leden van de eerste en tweede kamer die haar hebben goedgekeurd en de leden van de Raad van State die geen bezwaar zagen. Allemaal sukkels, die niet in de gaten hadden gehad, dat wat er in de wet bepaald was, simpel terzijde kon worden geschoven, zodra partijen maar gezamenlijk overeenkwamen zich niet aan de wet te zullen houden.

Ik denk dat we veilig kunnen constateren, dat het door het college gevraagde juridisch advies niets heeft opgeleverd en dat de juridische ratatouille die hier wordt uitgedragen van interne makelij is. Slechts bedoeld om indruk te maken op hen die van toeten noch blazen weten.

Het aanzien van de Enkhuizer raad is in de loop der jaren dusdanig gedaald, dat college en ambtenaren er klaarblijkelijk van uitgaan dat je haar letterlijk van alles wijs kunt maken. Zoals bijvoorbeeld dat je met een simpel raadsbesluit een wet buiten werking kunt stellen.

Vergeet de opzichtige vleierij die er elke vergadering over de raad wordt uitgestrooid. Dit voorstel laat zien hoe college en ambtenaren werkelijk over de raad denken.

Dom genoeg om niet te beseffen, dat je als gemeenteraad niet in staat bent een wet buiten werking te verklaren, omdat je zo graag een wethouder een plezier wilt doen.

Artikel 10 van de WOB specificeert onder welke omstandigheden de wet niet van toepassing is. Geen van de daar genoemde omstandigheden wordt door het college als reden genoemd.

Waar de wethouder de raad toe uitnodigt is het negeren van een wet. Zodat hij zijn eigen falen verborgen kan houden.

Laten we hopen dat aanstaande dinsdagavond de raad niet verder wegzakt in het moeras dat in Enkhuizen voor besturen moet doorgaan.

juni 15, 2018 Posted by | Bestuurscultuur, Gebakken lucht, WOB | Plaats een reactie

Handen en haar.

hand-haarIn de Enkhuizer krant van donderdag lees ik dat Hans Langbroek (HEA) de aankomende raadsvergadering (19 juni) weer nieuwe vragen gaat stellen.

Allemachtig. Houdt het dan nooit op?

Dat voortdurende gevraag naar de mening van het college? Wordt het niet eens tijd dat er iemand (op basis van wat er tot dusver door het college is verteld) begint met het trekken van conclusies?

Om die vervolgens aan de overige fracties voor te leggen met de vraag, bent U het hier mee eens?

Weet Langbroek, na 12 jaar raadslidmaatschap, nog steeds niet dat als je vragen stelt bij het agendapunt vragen, je over het antwoord op die vragen niet kan discussiëren? Dus als je een uitspraak van de raad wilt, dan moet je ophouden met het stellen van vragen aan het college, maar dingen constateren en daarover een motie (vreemd aan de orde van de dag) indienen.

Het probleem is alleen, je moet wel even nadenken waar zo’n motie over moet gaan en waarover je de raad een uitspraak wilt laten doen.

Over de geheimhoudingsplicht? Dat is wettelijk geregeld. En degenen die dat geregeld hebben, hadden waarschijnlijk meer verstand van zaken dan wie dan ook in de huidige raad van Enkhuizen. Maar helaas zijn er in Enkhuizen dan altijd weer mensen, die er op staan om het zwarte garen opnieuw uit te vinden.

Feitelijk bestaat geheimhoudingsplicht in deze kwestie niet eens. Omdat het college tot tweemaal toe verzuimd heeft om (binnen de daarvoor geldende termijn) een voorstel tot bekrachtiging  in te dienen. Onder het motto, driemaal is scheepsrecht, lijkt het college het voor de derde keer te willen proberen.

Althans dat heeft ze aangekondigd in het antwoord op de vragen van Langbroek (en de Jong), maar zelfs dat is nog niet zeker. Want het daarvoor benodigde raadsvoorstel ontbreekt nog steeds op de agenda en het is nog maar de vraag of de raad er mee instemt dat het op de agenda wordt geplaatst.

Gelet op het tijdstip waarop men het wil plaatsen. Nog geen drie werkdagen voor de vergadering.

Aangezien het college tot tweemaal toe verzuimd heeft om datgene te doen wat ze had moeten doen, lijkt het me geen vanzelfsprekendheid dat de raad instemt met een agendapunt waarop men zich niet heeft kunnen voorbereiden.

Het college heeft juridisch advies ingewonnen bij een externe partij. Dus het formuleren van een raadsvoorstel kan geen al te groot probleem zijn. Maar men zadelt de raad wel met een probleem op als men zo kort voor de vergadering met een voorstel komt waarvoor men tot dusver geen sluitende rechtvaardiging heeft gegeven.

Dus het is niet alleen de vraag of er een raadsvoorstel komt, maar als het er komt, of de raad bereid is om het behandeling te nemen. Het is uiteindelijk de raad die beslist wat wel en wat niet aan de agenda mag worden toegevoegd.

Daardoor blijft de situatie, van een niet bestaande geheimhoudingsplicht (als gevolg van voortdurende nalatigheid van het college) gehandhaafd.

Mag het college doen, wat ze tot dusver heeft proberen te doen?  Raadsleden weigeren inzage te geven in hetgeen ze met de architect heeft afgesproken?

Dat lijkt me niet, want daarmee stelt het college een voorwaarde aan de uitoefening van het recht van de raad om het college te controleren.

Het college kan hoogstens geheimhouding gelasten tot het moment dat de raad in staat is zich daarover uit te spreken. Het is uiteindelijk de raad, die (als hoogste orgaan binnen de gemeente) beslist of er een afdoende reden is voor geheimhouding en niet het college.

En dan is er nog een (niet onbelangrijk) gegeven. Het college zal in haar raadsvoorstel moeten aangeven op grond van welk WOB artikel haar verzoek tot geheimhouding is gebaseerd. Het college heeft tot dusver niet meer bekend gemaakt dan dat het een verzoek van de architect betreft.

Dat wordt betwist door de architect, maar zelfs al zou hij het niet betwisten: het blote feit dat hij een verzoek tot geheimhouding heeft ingediend kan nooit tot gevolg hebben dat een college het beginsel van openbaar bestuur ter zijde schuift.

Het is allemaal van een ongekende treurigheid met slechts één lichtpuntje. Het feit dat HEA tenminste zijn best doet om een verworvenheid als “openbaar bestuur” veilig te stellen.

Dat ik mijn twijfels heb over de manier waarop HEA dat probeert te doen is verder niet van belang.

De inzet van deze fractie steekt in ieder geval in gunstige zin af tegen de inzet van alle overige fracties die voornamelijk met hun handen in het haar lijken zitten.

juni 15, 2018 Posted by | HEA, Klungelen | Plaats een reactie

Tussendoortje

juni 14, 2018 Posted by | Uncategorized | Plaats een reactie

Over geheimhouding.

advocaatDe website Wetboek on line zegt het volgende over artikel 25 van de gemeentewet dat handelt over geheimhouding.

Punt 1 is (gegeven de omstandigheden) niet relevant. Alleen de punten 2 tot 4 zijn van belang.

2. Op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door het college, de burgemeester en een commissie, ieder ten aanzien van de stukken die zij aan de raad of aan leden van de raad overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt.

3. De krachtens het tweede lid opgelegde verplichting tot geheimhouding met betrekking tot aan de raad overgelegde stukken vervalt, indien de oplegging niet door de raad in zijn eerstvolgende vergadering die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht, wordt bekrachtigd.

4. De krachtens het tweede lid opgelegde verplichting tot geheimhouding met betrekking tot aan leden van de raad overgelegde stukken wordt in acht genomen totdat het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd, dan wel, indien het stuk waaromtrent geheimhouding is opgelegd aan de raad is voorgelegd, totdat de raad haar opheft. De raad kan deze beslissing alleen nemen in een vergadering die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht.

OK, gewapend met bovenstaande kennis, wat te doen met de door het college opgelegde geheimhouding inzake de schikking die ze (blijkens haar raadsbrief van 16 april) met de architect heeft getroffen?

Artikel 3 laat weten dat die opgelegde verplichting vervalt, als ze niet tijdens de eerstvolgende vergadering wordt bekrachtigd. Uitgaande van de datum van de aankondiging (16 april) zou de maatregel dus in de raadsvergadering van 24 april bekrachtigd moeten zijn. Dat is niet gebeurd. Waarschijnlijk omdat het college nog druk doende was advies te vragen aan haar advocaat.

Kennelijk heeft men geen of onvoldoende vertrouwen in de eigen juridische afdeling.

Als gevolg van deze adviesaanvrage bereikte het raadsvoorstel pas begin mei de raad. Als we dat tijdstip als uitgangspunt nemen, dient de maatregel in de mei vergadering bekrachtigd te worden. Dat wil zeggen op 29 mei. Ook dat is niet gebeurd.

Wat per die datum (29 mei) wel gebeurde is dat raadslid Langbroek antwoord kreeg op de door hem gestelde vragen. Daarin werd aangekondigd  dat een raadsvoorstel voor de vergadering van 19 juni in voorbereiding was. Als ik dit schrijf (14 juni) zijn we dus 5 dagen vóór die raadsvergadering en is er nog steeds geen raadsvoorstel over dit onderwerp beschikbaar.

Niet alleen mist men tot tweemaal toe de wettelijk voorgeschreven termijn, ook bij de derde (aangekondigde) poging slaagt men er niet in om tijdig een raadsvoorstel te produceren, waardoor het voor de fracties vrijwel onmogelijk is geworden om met elkaar overleg te plegen over dit onderwerp.

Een deerniswekkende gang van zaken, in weerwil van het feit dat men extern juridisch advies heeft gevraagd over deze kwestie. Meer dan voldoende reden om inzage te vragen in de aanvraag en de tekst van het door de advocaat gegeven advies. Alsmede in de totale kosten er van.

juni 14, 2018 Posted by | Geldsmijten, Klungelen, WOB | 3 reacties