Pim's Prietpraat

Bemoeienissen van een buitenstaander

Mierenneuken

stella3

Belangenverstrengeling?

Geheel op eigen kracht en zonder aanmoedigingen van mijn kant is de Enkhuizer Raad er in geslaagd om afgelopen dinsdag een nieuw dieptepunt te bereiken op het gebied van mierenneuken.

Ik bedoel natuurlijk niet dat men “bezorgd” is over het feit dat het SED gedurende de komende 5 jaar de gemeente bijna 5 miljoen meer kost dan eerder was begroot. Er hoeven dit jaar weliswaar nog geen belastingen te worden verhoogd, maar dat soort garanties zijn gewoonlijk maar één jaar geldig.

Als de reserves slinken, wordt iedereen zenuwachtig en komen belastingverhogingen snel naderbij.

Nee, waar ik op doel is het feit dat raadslid Quasten werd verweten zich schuldig te maken aan belangenverstrengeling. Omdat ze  als “aanwaaivrijwilligster” (heerlijk woord) had geholpen bij een schooltuinen project. Terwijl ze als raadslid (door middel van een Motie Vreemd Aan De Orde Van De Dag) had aangedrongen op de realisatie van een schuilplek voor de aan dat schooltuinproject deelnemende kinderen. Voor het geval dat die zouden worden overvallen door een regenbui.

OK, wat mij betreft niet direct een wereldprobleem. Ik weet dat het tegenwoordig niet ongebruikelijk is dat kinderen (als het regent) met de auto naar school worden gebracht. Het kan ook zijn dat Stella nog nooit van “buienradar.nl” heeft gehoord. Maar wat de redenen voor haar pleidooi ook mogen zijn geweest, je moet beschikken over een levendige fantasie wil je haar optreden kenmerken als “belangenverstrengeling”.

Het was Karin Kunst (PvdA) die dit “probleem” aan de orde stelde. Nu is die wel vaker in de war, dus dat wekt geen verbazing, maar wat wel verbazing wekte was dat de voorzet van Kunst gretig werd ingekopt door burgemeester Baas. (PvdA)

Hij verbood Quasten deel te nemen aan de stemming, indien te voorspellen viel dat haar stem van doorslaggevende betekenis zou zijn.

U leest dit goed. Eén van de belangrijkste rechten van een raadslid is zijn stemrecht. Het is echter niet alleen een recht, maar ook een plicht. Raadsleden mogen zich niet aan die plicht onttrekken, anders dan door fysiek de vergaderzaal te verlaten.

Verlaat men de raadszaal niet, dan is men verplicht zijn stem uit te brengen.

Baas lapt dit alles aan zijn laars en verbiedt Quasten om te stemmen als die stem van doorslaggevende betekenis zou zijn. Kortom, zolang Uw stem er niet toe doet mag U stemmen. Doet ze er wel toe, dan bepaal ik, burgemeester van Enkhuizen, of U wel of niet aan de stemming mag deelnemen.

Zo zijn de regels, dat is het spel en zo moet het gespeeld worden.  De Enkhuizer versie van democratie.

Een enkeling (ik meen Langbroek) reageert nog op deze flagrante inbreuk op rechten (en plichten) van een raadslid. De rest zit er als gewoonlijk als makke schapen bij. De griffier, werknemer van de raad, met als taak de raad in haar functioneren bij te staan, doet er het zwijgen toe.

baas

Geen belangenverstrengeling?

Nu we het toch over belangenverstrengeling hebben, het volgende. Baas zelf was voorzitter van het comité van aanbeveling tot verbouwing van de Drom. In die capaciteit heeft hij alle vergaderingen die over de verbouwing gingen voorgezeten. Hetzij als voorzitter van de raad, dan wel als voorzitter van het college.

Vanwege die verbouwing hebben twee wethouders het veld moeten ruimen wegens wanprestaties.  De stichting Drommedaris (voornaamste pleitbezorger van de verbouwing) is door het college (waarvan Baas meestemmend voorzitter is) verschillende keren “gematst”.

De laatste keer door meer dan € 20.000,- aan inrichtingskosten (waarvoor de afspraak gold dat ze voor rekening van de stichting zouden komen) door de gemeente te laten betalen. Zonder dat de raad daar zelfs maar over werd geïnformeerd.

Goed, we hebben dus twee vormen van vrijwilligerswerk. De een beveelt een verbouwing aan en regelt  dat de grootste belanghebbende bij die verbouwing binnenskamers allerhande financiële douceurtjes krijgt toebedeeld.

De andere helpt bij het schooltuinwerk en meent (op grond van de daar opgedane ervaringen) een schuilgelegenheid voor kinderen te moeten aanbevelen.

De een wordt geen strobreed in de weg gelegd, de ander wordt belangenverstrengeling verweten.

Zo werkt de Enkhuizer democratie, uit vrees voor hen die boven ons zijn gesteld, doodt men zijn (en onze) kostbare tijd met mierenneuken.

Advertenties

november 10, 2017 Posted by | Bestuurscultuur, Klein Leed | 2 reacties

Het Peter Principe

peterprincipeIn 1969 formuleerde dr. Laurence J. Peter een verklaring voor het feit dat ook vandaag nog dingen verschrikkelijk verkeerd kunnen gaan. Het barst van hoogopgeleide deskundigen, maar tegelijkertijd is er geen dag zonder debacle. Dr. Peter kwam met de revolutionaire verklaring dat mensen in een hiërarchische organisatie net zo lang worden gepromoveerd naar een hogere functie, totdat ze niet langer in staat blijken om te voldoen aan de eisen die de nieuwe functie aan hen stelt.

In de terminologie van dr. Peter heeft de betreffende functionaris dan zijn niveau van incompetentie bereikt en komt hij niet langer in aanmerking voor promotie. Dr. Peter observeert vervolgens, dat grote groepen leidinggevenden hun incompetentieniveau hebben bereikt en dat ze (om die reden) niet langer in staat zijn om het werk te doen dat deel uitmaakt van hun (nieuwe) functie.

In plaats daarvan ontwikkelen ze allerlei verdedigingsmechanismen waarachter ze hun incompetentie proberen te verbergen. Peter beschrijft er een aantal in zijn boekje “Het Peter Principe”. Hoewel de voorbeelden die hij geeft hilarisch zijn en het jargon semi wetenschappelijk, blijft toch het gevoel knagen dat hij wel degelijk een punt heeft en dat veel leidinggevenden nogal wat moeite hebben met het geven van leiding.

Waardoor het gevoel zich opdringt, dat de laatste promotie beter niet had kunnen plaatsvinden.

Neem bijvoorbeeld oud burgemeester Ivo Opstelten. Door Rutte beloond voor zijn loyaliteit en gepromoveerd tot minister van Justitie. Alleen, in de functie van burgemeester had hij van doen met raadsleden die naar hem opkeken en zijn platitudes aanzagen voor diepere wijsheden. Een zelfde soort van aanzien gold ook zijn collega burgemeester uit Amsterdam (Job Cohen) die zich liet promoveren tot partijleider. Beiden vertoonden een onthutsend gebrek aan feitenkennis  en gingen eindelijk genadeloos onderuit toen ze niet langer te doen hadden met begripvolle raadsleden en serviele ambtenaren, maar geconfronteerd werden met de slangenkuil die Tweede Kamer heet.

In de terminologie van Dr. Peter hadden ze (met hun laatste promotie) hun niveau van incompetentie bereikt. De vraag is nu, kan het Peter Principe ook worden toegepast op de gang van zaken rond de SED.

Aan leidinggevenden geen gebrek. Het bestuur bestaat uit burgemeesters en wethouders. De dagelijkse leiding bestaat uit een triumviraat van gemeente-secretarissen, wiens taak het is om de ambtelijke organisatie van hun gemeente aan te sturen, maar nu geacht werden hetzelfde te doen voor de nieuwe (aanzienlijk grotere) organisatie.

Feit is dat ze daarin jammerlijk hebben gefaald.

Waarschijnlijk omdat die nieuwe taak eisen aan hen stelde waar ze niet aan konden voldoen. Dat had uiteraard veel eerder opgemerkt moeten worden door het bestuur van die nieuwe organisatie, maar klaarblijkelijk had die ook geen benul hoe je zo’n nieuwe (en drie keer grotere) organisatie moest aansturen.

Alles wijst er dan ook op dat zowel bestuur als directie hun incompetentieniveau hebben bereikt.

Wat gebeurt er als leidinggevenden hun incompetentieniveau hebben bereikt? Gaan die weg om plaats te maken voor nieuwe leidinggevenden die wel competent zijn? Helaas niet, dat gebeurt alleen bij niet leidinggevenden.

In geval van leidinggevenden worden er nieuwe werknemers aangetrokken, waarvan men hoopt dat die wel competent zullen zijn. Voor de bestaande leidinggevenden worden er functies gecreëerd (met behoud van titel en salaris) die weinig kwaad kunnen aanrichten. Peter spreekt in dat geval van een laterale arabesk of zijdelingse promotie.

Het zijn dit soort van taalkundige vondsten die het bestuderen van het Peter Principe tot een waar genoegen maken.

Het feit, dat burgemeester Baas niet langer deel uitmaakt van het dagelijks bestuur van de SED (nu overgedragen aan wethouder  Struijlaart) zou je kunnen opvatten als een zijdelingse promotie van Baas. Kennelijk is de raad van mening, dat Baas (met de  portefeuille financiën) veel minder schade kan veroorzaken dan met zijn voormalige portefeuille “Personeel en Organisatie”.

Of de bemoeienissen van Struijlaart met “P&O” het gewenste effect zullen hebben moet worden afgewacht.

Ik ben benieuwd of de twee andere gemeentes ook schoon schip zullen maken (en zijdelingse promoties in gang zetten) of dat men domweg het geld ter beschikking stelt waarom wordt gevraagd.  Ik denk dat het laatste het geval zal zijn, maar binnenkort zullen we het zeker weten.

november 8, 2017 Posted by | Peterprincipe | Plaats een reactie

Triumviraat

 

Ach, wethouder Slagter (CDA-Stede Broec) vindt de dertien miljoen die de komende 5 jaar in de ambtelijke organisatie moet worden gestoken eigenlijk best wel meevallen laat hij de Enkhuizer Krant weten. En hij kan het weten, want hij zit in het dagelijks bestuur van de SED organisatie.

Voor de oprichting had hij er een hard hoofd in en stemde hij nog tegen, maar nu SED er eenmaal is, valt het allemaal reuze mee vindt hijzelf. Als Stede Broec zelfstandig was gebleven had het meer gekost.

Of we aan die conclusie veel waarde moeten hechten valt nog te bezien. Hij heeft er, net als zijn medebestuursleden (bestaande uit de colleges van Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland) al vaker op spectaculaire wijze naast gezeten.

Zo laat hij de Enkhuizer Krant optekenen dat een structurele bezuiniging van jaarlijks 1,4 miljoen is mislukt en er een structurele kostenpost van 1,6 miljoen voor in de plaats is gekomen. Een inschattingsfoutje van 3 miljoen jaarlijks. Als je voor jezelf dat soort van marges aanhoudt, dan doe je natuurlijk nooit iets verkeerd.

Maar goed, naast het algemeen bestuur is er een dagelijks bestuur, bestaande uit twee burgemeesters en 1 wethouder (Enkhuizen). Vroeger zat Enkhuizer burgemeester Baas ook in het dagelijks bestuur, maar hij is stilletjes vervangen door wethouder Struijlaart.

Ik heb het vermoeden dat een meerderheid in de raad niet helemaal tevreden was over de wijze waarop Baas de problematiek van het SED naar buiten had gebracht (alles loopt op rolletjes, niks aan de hand) en dat men om die reden Struijlaart heeft gevraagd om  “personeel en organisatie” voor zijn rekening te nemen.

Maar het bestuur houdt natuurlijk slechts toezicht, het werk wordt gedaan door een directie team (DT) bestaande uit de drie gemeente-secretarissen. Een dergelijke constructie kennen wij nog uit de Romeinse tijd. Het eerste en het tweede triumviraat. Geen van beiden bleken een succes.

De geschiedenis herhaalt zich. Het driemanschap dat leiding geeft aan de SED organisatie heeft jammerlijk gefaald. Net als het bestuur, dat dit tijdig had moeten corrigeren. Dat bestuurslid Slagter nu dapper roept dat het allemaal wel meevalt, heeft alleen tot doel zijn aandeel in het bestuurlijk falen te verbloemen.

Een falende directie en een falend bestuur, die volgens het kool en geit principe gespaard zullen blijven, waarna de rekening voor dit falen (als gebruikelijk) bij de bevolking zal worden neergelegd. Men drinkt een glas, men doet een plas en alles blijft zoals het was.

november 4, 2017 Posted by | Bestuurscultuur, SED | 4 reacties

Eigen bedoening

Tijdens de vorige raadsperiode was LEAN-management het sleutelwoord voor het succes van het SED. Alle drie gemeenten trokken 3 ton (per gemeente) uit om een klein aantal ambtenaren die managementtechniek bij te brengen, waarna ze hem (in de nog op te richten SED organisatie) zouden kunnen toepassen.

Een behoorlijk bedrag natuurlijk, 3 ton per gemeente, maar volgens Baas zou een zelfde bedrag (door invoering van lean-management) in drie jaar tijd worden terugverdiend. Hoe dat in zijn werk zou gaan kon hij helaas niet uitleggen. Maar die besparing was een ervaringscijfer van degene die de cursus verkocht en Baas zag geen reden om aan zijn woorden te twijfelen.

Toenmalig raadslid Arno Noorman (CU/SGP) zei daar toen over. “Voorstellen die te mooi lijken om waar te zijn, blijken in de praktijk ook zelden waar te zijn”. Noorman heeft zijn gelijk uiteindelijk gehaald. In plaats van een besparing van 1 miljoen voor de drie gemeenten, moet er (volgens de krant van vandaag) ruim 13 miljoen bij.

In het bijbehorende rapport lees ik dat de doelstellingen van de SED onvoldoende SMART zijn geformuleerd, waarbij smart niet alleen slim betekent, maar ook een acroniem is voor allerhande begrippen uit het management jargon.

Dus LEAN-management (kosten 1 miljoen) ofwel leren werken zonder verspilling heeft niets opgeleverd, we gaan nu SMART-doelstellingen formuleren en om dat te realiseren dient er ruim 13 miljoen te worden uitgegeven.

Zoals 3 jaar geleden gezegd werd dat de investering in drie jaar tijd terugverdiend zou worden, zo wordt nu gezegd dat deze nieuwe investering in de ambtelijke organisatie niet zal leiden tot belastingverhogingen. Maar dat geldt natuurlijk alleen voor dit jaar.

Volgend jaar is er weer een nieuwe ronde, met nieuwe argumenten en geheel nieuwe afwegingen.

Of ambtenaren daadwerkelijk lopen te huilen, zoals de krant optekent, weet ik niet. Wel denk ik dat een ambtelijke fusie, zonder bestuurlijke fusie, vragen is om problemen. Als er ergens tijd en geld verspild wordt dan is dat niet zozeer op ambtelijk, maar op bestuurlijk niveau.

Die 13 miljoen zouden waarschijnlijk makkelijk terugverdiend kunnen worden als we geen drie burgemeesters, 9 wethouders, 3 gemeentesecretarissen, drie griffiers en meer dan 50 raadsleden zouden moeten onderhouden. Die in 90 procent van de gevallen over dezelfde onderwerpen vergaderen.

Maar dan hebben we het over de werkgelegenheid van bestuurders en die vinden al gauw dat overal op bezuinigd kan worden, behalve op hun eigen bedoening. Want daarover heb ik ze de afgelopen 4 jaar niet gehoord.

november 1, 2017 Posted by | Bestuurscultuur | 5 reacties

Veel geblaat, maar weinig wol

schapenSchrijven over de lokale politiek heb ik altijd als een soort therapeutische bezigheid gezien. Het bestuderen van beleidsdocumenten en daar dan commentaar opleveren leek me een aardige therapie om mijnheer Altzheimer een stap voor te blijven.

Alleen de intensiteit waarmee ik dat de afgelopen 8 jaar heb gedaan vind ik niet meer vol te houden. Lokale politiek blijft mijn belangstelling houden, maar die belangstelling geldt eigenlijk alleen nog maar de bestuurscultuur die onze lokale bestuurders in stand houden.

Daarover zeggen ze zelf de prachtigste dingen. We willen transparant zijn, we willen de burger betrekken bij de besluitvorming, maar in de praktijk is daar de afgelopen 8 jaar nauwelijks iets van terecht gekomen en ik verwacht ook niet, dat daar de komende 4 jaar iets van terecht zal komen. Veel geblaat, weinig wol, zullen we maar zeggen.

Ik zie de gemeenteraad als een waardevol en benijdenswaardig instituut.

Alleen als degenen die dat instituut inhoud moeten geven er (in mijn ogen) met de pet naar gooien, dan voel ik me gerechtigd daar iets over te zeggen. Per slot van rekening ben ik een Sudeten-Amsterdammer. Dat wil zeggen een Amsterdammer, die niet in Amsterdam woont maar elders. In mijn geval heb ik het grootste deel van mijn leven doorgebracht in Enkhuizen.

En Amsterdammers hebben de vervelende eigenschap dat ze van mening zijn dat ze zich overal mee mogen bemoeien en dat ze ook alleen maar respect hoeven te hebben voor  autoriteiten die dat respect verdienen. Dat zijn er niet veel, maar de recent overleden burgemeester  Eberhard van der Laan was er wel één van.

De subtitel van mijn blog is niet voor niets bemoeienissen van een buitenstaander. Buitenstaander ben ik niet alleen omdat ik geen “echte” Enkhuizer ben (wat trouwens ook geldt voor college en meerderheid van de raad), maar ook omdat ik geen enkele ambitie heb om binnen de politiek te willen functioneren.

Politiek zie ik in de eerste plaats als een noodzakelijk kwaad, dat we (om ongelukken te voorkomen) scherp in de gaten dienen te houden.

Dus, overdreven respect voor de regenten die zich boven ons verheven hebben, is me (als Amsterdammer) niet met de paplepel ingegeven. Dit in tegenstelling tot de “echte”  Enkhuizer. Die viert elk jaar uitbundig een opstand tegen het wettige gezag in 1572, maar dat is volgens mij ook tevens de laatste geweest.

Die bestuurscultuur dus, die tot volle bloeit komt in het Dromdossier. Dat dossier betreft een gift van de maatschappelijke elite aan de burgers van Enkhuizen en zo als dat gaat met giften, heeft de gever (na zijn goede daad) er verder geen omkijken meer naar.

Het onderhoud van de gift is voor degenen die de gift in ontvangst hebben mogen nemen. In dit geval, de burgers van Enkhuizen.

Ik heb begrepen dat de initiatiefnemers voor deze gift (op 1 na) inmiddels allemaal zijn vertrokken en dat de erfenis die ze hebben nagelaten afgewikkeld wordt door anderen.  Zoals bijvoorbeeld wethouder Luyckx, die in december met een afsluitend raadsvoorstel zal komen, waarmee alle nog openstaande vragen zullen worden beantwoord.

Naast de voordelen van deze gift, kent zij (in financieel opzicht) wat nadelen. Het enige waar ik op heb aangedrongen is daar eerlijk over te zijn. Maar dat schijnt, voor zowel het college als de raad, te veel gevraagd te zijn.

En om te verhullen, dat de kosten hoger waren dan men bereid is te erkennen worden de meest absurde zaken tot (niet controleerbare) feiten gebombardeerd.

Om te bewijzen dat zij mijn WOB verzoek wel correct heeft uitgevoerd heeft  de gemeente inmiddels “bewezen”, dat zij procedures (die deel uitmaken van een normale  bedrijfsvoering) in dit bijzondere geval  niet heeft toegepast. De rechter vindt dat “niet ongeloofwaardig”. Ik ben en blijf een andere mening toegedaan.

schaapherders

Gemeenteraden van StedeBroec, Enkhuizen en Drechterland bijeen.

Het is aan de toezichthouder (de gemeenteraad) om aan dit soort bedenkelijke  praktijken (het niet toepassen van procedures die onderdeel zijn van een normale bedrijfsvoering) een einde te maken. Veel animo heb ik daarvoor nog niet mogen ontdekken, maar dat is volgens mij ook een niet onbelangrijk onderdeel van de Enkhuizer bestuurscultuur.

Kortom, in de “scenario’s uitbreiding parkeercapaciteit Enkhuizen”, (aanstaande dinsdag op de agenda) ga ik me niet meer verdiepen.

Alleen de Enkhuizer bestuurscultuur in al zijn facetten heeft nog mijn aandacht. En de ontwikkelingen rond het REZ natuurlijk. Dat heb ik nu al meer dan 8 jaar gevolgd en ik denk dat ik op basis van die ervaring daar best nog wat zinnigs over kan opmerken.

Dus ook dat blijf ik nog aandachtig volgen en hinderlijke vragen over stellen aan onze  herders en schapen die tezamen ons lokale bestuur vormen.

oktober 16, 2017 Posted by | Bestuurscultuur, Recreatieoord | 6 reacties

Aantoonbaar resultaat.

rezDe Enkhuizer Krant vraagt zich vrijdag (in de rubriek “Het woord staat vast”) af wat het probleem is inzake het strandpaviljoen waarover de gemeente wikt en weegt. Dat heb ik in mijn vorige bericht proberen uit te leggen.

Toen ik 8 jaar geleden met mijn blog begon, kocht de gemeente voor meer dan een half miljoen een huurovereenkomst met een tennisbaanexploitant af, zogenaamd omdat zij dan een betere indeling van het recreatieoord kon bewerkstelligen.

Lees, meer grond kon verkopen aan de toekomstige exploitant van vakantiewoningen die op het REZ zouden worden gerealiseerd.

Na vier jaar navelstaren werd op aandringen van de raad haast gemaakt met het plan voor een vakantiedorpje en zie daar, drie jaar later was men er (met de nodige kunstgrepen) in geslaagd een ontwikkelaar te strikken, die in februari van dit jaar zijn plannen presenteerde.

Volgens die plannen worden strandpaviljoen en camping naar de noordkant van het REZ verplaatst. (zie kaartje). Over die plannen zijn tenminste 2 bewonersbijeenkomsten gehouden en ook de pers heeft er ruime aandacht aan besteed.

Vervolgens heeft een door het college benoemde commissie (waarvan ik de samenstelling niet weet) advies uitgebracht over het plan en geconcludeerd dat dit plan binnen de door de gemeenteraad vastgestelde kaders bleef.

Daarmee was voor het college de weg vrij om met de nieuw opgerichte ontwikkelingsmaatschappij (Orez) een overeenkomst aan te gaan. Uit betrouwbare bron meen ik te weten dat dit inderdaad is gebeurd en oud-wethouder Kok een dergelijke overeenkomst heeft getekend. Ik ken de inhoud niet en misschien valt het mee, maar ik houd rekening met het ergste. Namelijk dat als gevolg van die handtekening de gemeente niet meer terug kan zonder vergoeding van de door Orez gemaakte kosten.

Tot dusver had het college altijd volgehouden dat de plannenmakerij geen (betalings)verplichting voor de gemeente zou opleveren, maar na de door Kok gezette handtekening ben ik daar niet meer zo zeker van. Ook al omdat Baas in de krant heeft verklaard dat afblazen van het project geld zal gaan kosten.

Dus dat de gemeente “wikt en weegt” is opmerkelijk. Ze had op basis van de bestaande plannen en haar overeenkomst met Orez, moeten zeggen. “Het spijt ons, maar zoals U weet hebben we andere plannen en dat maakt het onmogelijk om Uw verzoek in te willigen”.

Dat men dat niet gedaan heeft (maar wikt en weegt), wijst er op dat de gemeente er ook nog niet zeker van is, dat ze de eigen plannen die ze (in samenspraak met Orez) vorm heeft gegeven gerealiseerd kunnen worden.

Op basis van wat er bekend is, zie ik twee problemen.  Ten eerste ongeoorloofde overheidssteun. Anders dan aanvankelijk de bedoeling was, wordt de grond niet 30 jaar lang vrij van erfpacht verhuurd, maar wordt zij verkocht. Tegen welke prijs is niet bekend. Als die door (alweer onbekende deskundigen) als te laag wordt ingeschat dan is er sprake van ongeoorloofde overheidssteun.

Een tweede probleem betreft de toegankelijkheid van het ZZM. Men wil een nieuwe hoofdingang realiseren op het REZ en een bijbehorend parkeerterrein.

Het bestaande en inmiddels goedgekeurde ontwerp voor een vakantiedorp maakt dat onmogelijk. Er moet echter ook nog een bestemmingsplan worden aangenomen. Pas als dat is aangenomen kan je er bezwaar tegen aantekenen. En zelfs al wordt dat bezwaar afgewezen, je bent al gauw een jaar of vier aan het procederen.

Verstandiger is dus om te kijken of je (met behulp van een nieuw ontwerp voor het dorp) tegemoet kunt komen aan de wensen van het ZZM.

Samengevat, het plan van de strandpaviljoeneigenaar heeft alleen kans van slagen als de plannen die de gemeente de afgelopen 8 jaar heeft laten ontwikkelen (en waar men al gauw een miljoen euro aan heeft uitgegeven) niet doorgaan.

Het feit, dat de gemeente nog steeds wikt en weegt en het plan van de strandpaviljoeneigenaar niet resoluut van tafel heeft geveegd, rechtvaardigt het vermoeden, dat de ook de gemeente  er niet zeker van is, dat het plan (dat ze in samenspraak met Orez heeft ontwikkeld), kan worden uitgevoerd.

En dat zou natuurlijk het echte nieuws zijn. Dat je ruim een miljoen hebt geïnvesteerd in een project, zonder dat dit enig aantoonbaar resultaat heeft opgeleverd.

oktober 13, 2017 Posted by | Klungelen, Recreatieoord | 1 reactie

Goud waard

geldbuidelEen maand of wat geleden deed verslaggever Cees Beemster in de Enkhuizer Krant verslag van de stand van zaken op het REZ. Algemene indruk, alles loopt op rolletjes, niets aan de hand.

Afgelopen dinsdag deed verslaggeefster Tanja Koopen in de Enkhuizer Krant verslag van de plannen die de eigenaar van het strandpaviljoen en de zeilschool bij de gemeente heeft ingediend.

Ik wil niet vervelend doen, maar beide verslagen kunnen niet tegelijkertijd waar zijn. Als Cees gelijk heeft, dan heeft het indienen van de plannen van de eigenaar van het strandpaviljoen (hoe sympathiek die ook mogen zijn) geen enkele zin.

Immers zijn paviljoen zal eerdaags moeten verhuizen naar de uiterste noordkant van het REZ waar hij (vanuit een nog te graven haventje) zijn zeilschool gaat exploiteren. Dat zal nog geen geringe klus blijken te zijn omdat, zodra je dat haventje verlaat, je in (nu nog) voor boten verboden gebied terecht komt.

De bestaande haven, die hij nu wil opknappen, verdwijnt helemaal. In plaats daarvan komen vakantiebungalows, te realiseren door Orez waarmee, als ik het goed heb begrepen, de gemeente een overeenkomst heeft gesloten. Sterker nog, er is mij verzekerd dat het tekenen van die overeenkomst zo ongeveer de laatste formele daad van wethouder Kok is geweest.

kok-1

handtekening

Zodat het hoogst onwaarschijnlijk is dat we ooit (zonder kosten te maken) van die lokale gelegenheidscombinatie afkomen.

En dat is weer niet onbelangrijk, omdat ik me ook heb laten wijsmaken dat het ZZM zich tot het uiterste zal verzetten tegen de bestaande plannen.

Tenminste, als de raad er (net als het college) van uit blijft gaan dat de toekomstplannen van het ZZM minder gewicht in de schaal leggen dan de Enkhuizer wens tot het bouwen van tweede huisjes.

En een procedure bij de Raad van State neemt al snel 5 jaar in beslag, dus voordat het eerste huisje gebouwd gaat worden hebben we het al gauw over 2023.

Maar het kan natuurlijk ook zo zijn, dat het eerdere verslag van Cees inmiddels achterhaald is en men er bij de gemeente inmiddels zelf ook al achter is dat de plannen van Orez geen enkele kans van slagen hebben. Mij zou dat in ieder geval niet verbazen.

Blijft de vraag of Orez zich, na al het werk dat ze heeft verricht, zich zo maar de laan uit laat sturen. Het zou best eens kunnen zijn dat de op het laatste moment door Kok gezette handtekening (voor Orez) goud waard blijkt te zijn.

oktober 12, 2017 Posted by | Klungelen, Kok, Recreatieoord | 5 reacties

Er het zwijgen toe doen.

gemeenteraad

Er het zwijgen toe doen

Tijdens de laatste raadsvergadering zijn ook de gedragsregels voor burgemeester en wethouders vastgesteld. Die voor raadsleden waren al eerder aangenomen. Doel er van is te voorkomen, dat zelfs maar de schijn van wangedrag wordt gewekt.

De dames/heren 17 zijn natuurlijk allemaal reuze trots.  Dat hebben we toch maar weer mooi geregeld zie je ze denken. Terwijl het hier natuurlijk gaat om “window-dressing” ofwel “doen alsof”.

Immers, niemand doet iets als schijn wordt vastgesteld. Het eerste wat er dan wordt geroepen is, ok, we hebben de schijn tegen, maar waar is het bewijs?

Als B&W verklaart dat ze niet over documenten beschikt waaruit blijkt welke betalingsafspraken ze hebben getroffen met de aannemer en de stichting, dan wek je op zijn minst de schijn op, dat de afdeling die daar voor moet zorgen en waar je leiding aan geeft (en verantwoordelijk voor bent) zijn werk niet naar behoren doet.

Als je dat standpunt tegenover een rechter herhaalt, dan kun je niet eens meer van schijn spreken, maar dan “bewijs” je gewoon dat de organisatie waar je leiding aan geeft zijn werk niet naar behoren doet.

Welnu, dus eerst lijkt het dat de organisatie (waar je leiding aan geeft) een zooitje is,  maar dat valt niemand op. Vervolgens “bewijs” je dat het een zooitje is en dan valt dat nog steeds niemand op. Met andere woorden, wat heeft het voor zin om allerlei hoogdravend gedragsregels vast te stellen als het niemand opvalt dat die regels worden overtreden?

In Enkhuizen kun je als college tamelijk opzichtig proberen de kluit te belazeren, zonder dat een meerderheid van de raad daar bezwaar tegen maakt.  En als er uiteindelijk toch bezwaar wordt gemaakt, dan hoef je als college alleen maar te besluiten  dat je de eer aan jezelf houdt en dan hoeft niemand ook maar ergens verantwoording over af te leggen.

Dat is geen incident, maar de gebruikelijke gang van zaken. Het is een bestuurscultuur die niet meer van deze tijd is en dus zou moeten veranderen.  Een opvatting die helaas niet wordt gedeeld door een meerderheid van de raad. En dat verklaart, waarom vrijwel alle raadsfracties er het zwijgen toe doen.

oktober 10, 2017 Posted by | Bestuurscultuur | 1 reactie

Nooit weten

facebookNaar aanleiding van een krantenbericht over de annexatie van een parkeerterrein op het REZ schreef ik gisteren een stukje onder het kopje “Voortschrijdend Inzicht” en plaatste de link er naar toe in de Faceboek groep “Je bent Enkhuizer als”.

Een deelnemer van die groep stelde een vraag over het parkeerregiem op het REZ, die ik graag had willen beantwoorden, ware het niet dat die mogelijkheid was verhinderd door een van de beheerders van die groep.

Volgens mij is dat nooit eerder gebeurd, dus waarom het nu opeens wel gebeurde is me niet duidelijk. Stond het onderwerp de beheerder niet aan?

Handelde hij op verzoek van anderen en zo ja, wie dan wel? We zullen het, vrees ik, nooit weten.

oktober 9, 2017 Posted by | Klein Leed | 1 reactie

Voortschrijdend inzicht.

SWL

In de Enkhuizer krant van zaterdag las ik dat Sprookjeswonderland  uit eigen beweging een openbaar parkeerterrein afsluit  voor bezoekers van sportclubs in de Immerhornpolder.

Als reden geeft SWL op, dat ze zaterdag een Heksendag organiseert en een enorme toeloop verwacht.

De krant meldt opnieuw, dat SWL een ton in de parkeervoorziening heeft gestoken, wat in het verleden echter al eens door wethouder de Jong is weersproken.

Volgens hem heeft Sprookjeswonderland bij de overdracht van de voormalige Uilenbanen weliswaar de gemeente een ton betaald, maar € 70.000,- daarvan gold als aankoop van de voormalige tennisbaankantine (eigendom van de gemeente), terwijl het restant gold als bijdrage in de aanleg van parkeervoorzieningen die SWL in theorie zelf had moeten aanleggen, maar de gemeente – coulant als ze is t.o.v. SWL – voor haar heeft aangelegd.

Als we er van uitgaan dat wethouder de Jong de waarheid heeft gesproken, dan is de claim van SWL (dat zij op een of andere manier het volledige recht heeft op het door de gemeente aangelegde parkeerterrein) niet helemaal terecht. Ze heeft een bijdrage geleverd aan de kosten van aanleg en niet meer dan dat.

Vermakelijk is verder, dat de gemeente (bij monde van ambtenaar Jan Slagter) beweert dat de sportclubs benaderd zijn met de vraag wat zij willen en dat de sportclubs zeggen van niets te weten. Slagter, die ook wel de onderkoning van het REZ wordt genoemd, omdat alle contacten via hem lopen, heeft in het Dromdossier aangetoond, dat hij uit efficiëntie overwegingen de afspraken die hij maakt niet schriftelijk bevestigt of anderszins vastlegt.

Ik vrees dan ook dat we in het duister zullen blijven tasten over hetgeen is afgesproken. Op de vraag van de krant of een ondernemer zo maar een openbaar terrein mag afsluiten, hield de gemeente zich op de vlakte.

Het is echter niet verstandig daaruit te concluderen, dat U dat ook zou mogen. De gemeente kent duidelijke voorkeuren en wat de één wordt toegestaan wordt niet noodzakelijkerwijs ook de ander toegestaan. De gebruikelijke dekmantel heet “voortschrijdend inzicht”.

oktober 8, 2017 Posted by | Klein Leed, SWL | 6 reacties