Pim's Prietpraat

Bemoeienissen van een buitenstaander

Uitdagen

langbroek-1

Uitdagen

Grappig toeval vandaag in de Enkhuizer Krant. Enerzijds een column van Chris Alberts over nieuwsmanipulatie door organisaties en instellingen. Dat wil zeggen dat men voor het brengen van “slecht” nieuws wacht tot er ander (liefst vrolijker) nieuws is dat de aandacht kan afleiden van het slechte nieuws.

Als voorbeeld van het bovenstaande in dezelfde krant ook een uitgebreid verslag over een brievenbusstikker die er niet gaat komen, omdat een meerderheid van de raad er niets in ziet, maar geen aandacht voor het antwoord op een eerder door Langbroek gestelde vraag. “Is het juist, dat sommige kosten van inrichting van de Drommedaris, (die volgens de overeenkomst tussen gemeente en stichting voor rekening van de stichting zouden komen) niet aan de stichting zijn doorbelast, maar door de gemeente zijn betaald.”

De vraag had binnen een dag beantwoord kunnen worden, ze wordt echter pas na dertig dagen beantwoord in de wetenschap, dat ander “nieuws” (over de raadsvergadering) om aandacht zal vragen en er grote kans is dat het nieuws dat de beantwoording oplevert, geen enkele aandacht zal krijgen van de reguliere pers.

Het college antwoord bevestigde wat de gemeente al die tijd, ten koste van alles, geheim wilde houden. Namelijk, dat de gemeente steeds weer bereid is geweest om de door de stichting gemaakte kosten voor haar rekening te nemen. Waarbij de door de raad geformuleerde opvattingen daarover consequent werden genegeerd.

Het begon met de geruststellende woorden van wethouder Boland, dat als de verbouwing NIET kostenneutraal kon worden uitgevoerd, ze zou worden afgeblazen. Terwijl hij op het zelfde moment al bezig was tonnen meer uit te geven aan voorbereidingskosten dan door de raad was toegestaan.

Het eindigt met de verzekering van Olierook, dat niets van hetgeen er tussen gemeente en aannemer/stichting was afgesproken was bevestigd of anderszins op papier was gezet.

Anders dan bijvoorbeeld minister Hennis, heeft geen van beide wethouders ooit verantwoording afgelegd over hun optreden, maar besloten ze om (zoals dat heet), de eer aan zichzelf te houden. Hun vertrek had onvermijdelijk het vertrek van hun collega wethouders tot gevolg. Inclusief de daarmee gepaard gaande kosten voor wachtgeld.

Maar geld is niet mijn belangrijkste zorg, veel ernstiger is het verval van democratische normen en waarden.

Niet geheel toevallig zijn na de laatste raadsvergadering gedragsregels voor burgemeester en wethouders van kracht geworden. Daarin staat, dat men zelfs de schijn van belangenverstrengeling dient te vermijden.

Maar wat als die schijn niet wordt vermeden? Treedt de raad dan plotseling wel op? Of doet ze wat ze gewoonlijk doet, de andere kant op kijken?

Welk gemeentelijk belang is er mee gediend, dat het college consequent verzwijgt welke aanvullende subsidies zij de stichting Drommedaris binnenskamers toekent?

Mogen andere horeca gelegenheden een beroep op de gemeente doen als ze extra afzuiging voor hun keuken willen of een bierleiding aangelegd?

Tot tweemaal toe heeft in het Dromdossier een wethouder een politieke doodzonde begaan. Boland lapte het budgetrecht van de raad aan zijn laars. Olierook bediende de raad met misleidende en onvolledige informatie. In beide gevallen zat de raad er bij en keek zij er naar. En wachtte, tot de betreffende wethouders “de eer aan zichzelf” hielden.

Ook opmerkelijk, beide colleges waarin wethouders politieke doodzonden begingen, kenden een meestemmende voorzitter (tevens voorzitter van het comité tot aanbeveling van de verbouwing) die het kennelijk ontging, dat leden van zijn college zich bezig hielden met politieke doodzonden.

geen-verstoppertje-spelen-easy-branchesToen de gemeente Enkhuizen uit eigen beweging erkende, dat bij haar in dienst zijnde ambtenaren, de afspraken die ze maakten met aannemers en overige derden niet bevestigden of anderszins schriftelijk vastlegden, volgden er geen disciplinaire maatregelen tegen de betrokken ambtenaar, maar werd hij (tijdelijk) bevorderd tot gemeente-secretaris.

Kortom, het echte nieuws zit verscholen in het antwoord op eerdere vragen van Langbroek.

En nu maar afwachten of Langbroek zelf (en de reguliere pers) daar aandacht aan durven te besteden en zodoende de raad uitdagen om zich uit te spreken over deze jarenlang voortwoekerende bestuurscultuur.

Advertenties

oktober 5, 2017 Posted by | Bestuurscultuur, Drommedaris | Plaats een reactie

Verantwoording afleggen

RaadAls om te benadrukken dat men zich ook door de leden van de raad niet de wet laat voorschrijven, geeft het college pas na dertig dagen antwoord op een vraag, terwijl ze dat zelfde antwoord ook had kunnen geven op de dag dat de vraag gesteld werd.

Inderdaad, het vermoeden van Langbroek was juist. Inrichtingskosten ter waarde van € 21.756,-, waarvan altijd werd gezegd dat ze voor rekening van de stichting zouden komen, zijn nooit doorbelast aan de stichting Drom en derhalve kwijtgescholden. Dat is hetgeen dat men al die jaren krampachtig geheim heeft proberen te houden.

Ik had dat vermoeden al eerder op mijn blog uitgesproken. Ik heb wel meer vermoedens uitgesproken. Zoals het vermoeden dat (hoewel de raad geen krediet beschikbaar heeft gesteld) de aannemer allang is betaald. Dat vermoeden is gebaseerd op het feit dat de aannemer voor € 60.000,- werk heeft verricht en er geen aannemer is die de betaling daarvan opgeeft.

En reken maar dat die aannemer beschikt over facturen waarmee hij de aard en omvang van zijn werkzaamheden kan aantonen. Facturen waarvan de gemeente dan weer zegt dat zij er niet over beschikt, wat een rechter dan weer “niet ongeloofwaardig” vindt.

Enfin, het college laat verder weten dat men in december zal komen met een voorstel ter afronding van het project Drommedaris. Verstandig besluit.

In december staat er gewoonlijk zoveel op de agenda dat er nauwelijks tijd is voor serieuze behandeling van het onderwerp. Maar gelukkig is de raad autonoom en kan ze het besluit nemen om behandeling uit te stellen tot januari 2018.

Maar aan de andere kant, gezien haar eigen dubieuze rol in het geheel, wil de raad wellicht niets liever dan haar eigen tekortkomingen zoveel mogelijk verhullen en wordt het voorstel er in december doorheen gejast. We zullen zien.

Maar ondertussen kunnen we wel afscheid nemen van het idee, dat de raadsvoorstellen van 12-5-2015 en 5-7-2016 inzake het project Drommedaris een waarheidsgetrouwe afspiegeling zijn van de feiten en omstandigheden.

Eerder kun je spreken van een verzameling rookgordijnen en dwaalsporen en het lijkt me, dat voor je jezelf weer stort op nieuwe projecten (zoals het REZ) er sprake zou moeten zijn van een gedegen evaluatie van de gebeurtenissen.

Waarbij de raad niet alleen kritisch dient te kijken naar de rol die het college heeft gespeeld, maar ook kritisch naar zichzelf dient te kijken. En dan niet alleen binnenskamers, maar gewoon in het openbaar verantwoording af leggen over de eigen rol. Ik heb daar wel een idee over, maar daarover meer in een volgend bericht.

oktober 4, 2017 Posted by | Bestuurscultuur, Drommedaris | 1 reactie

Wegwerken.

vragenVandaag zal dus de vraag, die HEA een maand geleden stelde, over de betaling van de inrichtingskosten van de Drommedaris worden beantwoord. De vraag zelf kunt U via deze LINK lezen. Daar vindt U (in de bijlage) ook de specificatie van de inrichtingskosten.

We weten, dankzij het raadsvoorstel, dat de verzwaringskosten € 20.000,- bedroegen waarvan de helft door de stichting betaald zouden worden.

We weten ook (dankzij hetzelfde raadsvoorstel) dat de gemeente de aannemer € 60.000,-  wilde betalen. Maar waar we nog steeds over in het duister tasten is, waarom de gemeente de aannemer € 40.000,- boven de kosten van verzwaring wil betalen.

Behoudens HEA heeft geen enkele raadsfractie daar vragen over gesteld. Ofwel, omdat ze over niemand beschikken die een eenvoudige rekenkundige opgave kan uitwerken, dan wel, omdat het ze geen bal kan schelen waar ons belastinggeld aan wordt uitgegeven.

Ik neem aan dat het laatste het geval is.

Wat we verder ook weten is, dat het stichtingsbestuur weigerde antwoord te geven op de vraag of zij die inrichtingskosten heeft betaald, dan wel de gemeente. Dat zowel de stichting als de aannemer geen vragen wilde beantwoorden, maar voor antwoorden naar de gemeente verwijzen.

Daarnaast weten we ook, dat volgens de gemeente, er geen documenten bestaan waarin de betalingsafspraken met aannemer en stichting zijn vastgelegd of bevestigd en dat de rechtbank dit een niet ongeloofwaardige gang van zaken vindt.

En tot slot weten we ook, dat 9 van de 10 raadsfracties dit een volstrekt normale gang van zaken vinden, waarover men geen vragen hoeft te stellen, laat staan dat men er (in het openbaar) over zou willen debatteren.

Ik zie dat als een vorm van plichtsverzuim (in de vorm van het nalaten van efficiënt toezicht door de raad), dat uiteindelijk resulteert in plichtsverzuim van het college, in de vorm van het onvoldoende informeren van de raad. Waardoor het werk van de raad, het nemen van verantwoorde besluiten, onmogelijk wordt gemaakt.

De raad kan haar taak alleen naar behoren vervullen als zij tijdig en volledig door het college wordt geïnformeerd. En hoewel het hier om een gewichtige zaak gaat, blijkt uit niets dat de raad zich bewust is van dat gewicht.

Dit alles maakt dat Enkhuizen een bestuurscultuur kent die grote tekortkomingen vertoont en dat er tot dusver nauwelijks herkenbare pogingen worden gedaan om die tekortkomingen weg te werken.

oktober 3, 2017 Posted by | Bestuurscultuur, Drommedaris | 3 reacties

Twee maten.

tweematenOp 19 september vond een extra raadsvergadering plaats waarin onder andere besloten werd de Stichting Stadsmanagement Enkhuizen een extra subsidie van € 20.000,- toe te kennen.

Vraag me niet wat die stichting allemaal doet, ik heb namelijk geen idee. Enkhuizen promoten schat ik zo in.

Voorstander van die extra subsidie waren SP, CU/SGP en de lokale partijen. Tegenstanders de landelijke partijen. CDA, D66, PvdA en VVD. Samen net geen meerderheid.

Woordvoerder voor de tegenstemmers was Rob van Reijswoud (VVD) die de stichting vergeleek met een puberzoon/dochter die zijn/haar kleding toelage had verspild aan zaken die er verder niet toe deden en die daardoor niet in staat was om een winterjas te kopen.  Terwijl de winter voor de deur stond.

Reijswoud

twee maten

De opvoedkundige boodschap van Van Reijswoud was, eigen schuld dikke bult, lijdt maar kou want je krijgt geen cent extra. Van der Pijll had gelukkig een wat humaner opvatting.

Geen luxe winterjas, maar wel het hoogst noodzakelijke om je kind de winter door te helpen.

Het principiële standpunt van CDA, D66, PvdA en VVD had wat meer indruk op me gemaakt als ze dat ook t.o.v. andere stichtingen hadden gedemonstreerd, maar helaas dat is niet het geval.

U begrijpt al waar ik naar toe wil. Via de achterdeur is de stichting Drommedaris voor tonnen extra gesubsidieerd, zonder dat het de “grote” vier ooit is opgevallen.

Nog even en we mogen officieel constateren dat de gemeente als bijdrage aan de stichting Drommedaris een deel van de inrichtingskosten op zich heeft genomen, hoewel de afspraak met die stichting toch heel duidelijk was, dat die kosten voor rekening van de stichting zouden komen.

Het opmerkelijkste van dit alles is echter, dat de vraag, of de stichting Drom in aanmerking zou moeten komen voor aanvullende subsidie, niet eens aan de raad wordt voorgelegd, maar binnenskamers (door het college) wordt afgehandeld, zonder dat Van Reijswoud en consorten dat in de gaten hebben.

€ 20.000,- voor het stadsmanagement en € 20.000,- voor de Drom, het zal me allemaal worst wezen. Maar ik vind wel dat als je voor de ene aan de raad vraagt of het mag, je dat ook voor die andere behoort te doen en je dus niet met twee maten zou moeten meten.

Maar in Enkhuizen vinden ze het meten met twee maten kennelijk geen enkel probleem.

september 28, 2017 Posted by | Bestuurscultuur, Drommedaris | 1 reactie

Meer lezen dan schrijven.

pimOp 1 oktober bestaat mijn blog 8 jaar. Mooi moment om op te houden met mijn bemoeienissen met de lokale politiek. Ik kon het de laatste tijd sowieso al niet langer opbrengen om “live” te luisteren naar het geroezemoes dat maandelijks vanuit de Breedstraat over ons wordt uitgestrooid. Daar word je toch niet wijzer van.

Ik had gehoopt dat ik met Prietpraat een platform zou kunnen creëren waarop je lokale politieke problemen zou kunnen bediscussiëren.  Helaas geen enkele belangstelling voor vanuit de politiek. Die lepelen maandelijks in de Breedstraat een meninkje op en houden het voor de rest voor gezien.

En de gewone man? Die weet allang dat er toch niet naar hem wordt geluisterd, dus waarom zou hij zijn tijd verspillen aan politiek?

Verder vond ik de afgelopen 8 jaar, dat de raad (die zich er op beroept ons te vertegenwoordigen) een van haar kerntaken, (het houden van toezicht) te veel verwaarloosde. Ik heb geprobeerd daar (met behulp van Paljas) verandering in aan te brengen. Door de kiezer in staat te stellen om twee raadsleden te kiezen die zich uitsluitend met toezicht zouden bezig houden.

Zodat de resterende raadsleden zich konden bezighouden met wat ze zo graag doen, besturen. Dat wil zeggen, mensen allerhande dingen beloven en dan kijken of, wat ze beloofd hebben, ook daadwerkelijk valt te realiseren.

De kiezer koos voor de beloften en niet voor het toezicht.

En tot slot heb ik uiteindelijk ook aan bronnenonderzoek gedaan met behulp van een WOB verzoek. Omdat onze politieke vertegenwoordigers in mijn ogen al te gemakkelijk instemden met een voorstelling van zaken die (volgens mij) onmogelijk waar kon zijn.

Mijn conclusie was uiteindelijk, dat de gemeente jegens mij onrechtmatig handelde, door mij niet alle documenten ter inzage te geven waarover zij beschikte voor wat betreft het compromis dat zij had gesloten met de aannemer en de stichting over de verzwaring van het elektra in de Drommedaris.

Ik heb die conclusie voorgelegd aan de rechter, waarbij ik me echter niet realiseerde dat overheid en burger geen gelijkwaardige partijen zijn. De overheid heeft een voorsprong voor wat betreft de bewijslast. In de zin dat alles wat zij beweert geacht moet worden waar te zijn en het daarom altijd aan de burger toevalt om te bewijzen, dat wat door de overheid beweerd wordt, niet waar is.

Dat lukt in veel gevallen, maar niet in mijn geval. Immers, de overheid hoeft alleen maar te beweren dat documenten (die tot haar standaardrepertoire behoren) in dit bijzondere geval niet door haar zijn gemaakt, om een burger te dwingen te bewijzen dat zij dat wel heeft gedaan (en alleen niet bereid was om ze ter inzage te geven).

Dat bewijs viel in dit geval alleen maar te leveren met medewerking van de aannemer en de stichting. Beide hadden geen belang bij een dergelijke medewerking, waarmee de mogelijkheid tot bewijs verviel.

Hetgeen betekent, dat we zaken, die op het eerste gezicht weinig aannemelijk lijken, toch (op gezag van de rechter) voor “waar” moeten aannemen. Zoals het feit dat stichting en gemeente ten opzichte van elkaar nooit iets hebben bevestigd. Ook niet het “feit” dat de stichting € 10.000,- zou bijdragen aan de kosten van verzwaring.

Of dat de aannemer, die voor € 60.000,- aan werkzaamheden heeft verricht daarvoor nooit een factuur heeft gestuurd en daar ook nooit voor betaald is geworden.

Het zal allemaal wel, ik heb geen zin meer in de toezichthoudende functie die ik 8 jaar geleden (vrijwillig) op mij heb genomen. Ik laat dat graag over aan hen die zich er voor laten betalen, zoals raadsleden en de reguliere pers die fungeert als de waakhond van onze democratie.

Misschien dat ik in de toekomst er zo nu en dan nog een algemeen beschouwinkje uit pers, als zich weer iets grappigs voordoet, maar voorlopig ben ik van plan om na 1 oktober wat meer te gaan lezen en wat minder te gaan schrijven.

september 21, 2017 Posted by | Algemeen, Bestuurscultuur, Drommedaris | 4 reacties

Provinciaal advies?

Noord-Holland_wapen.svg

Provincie wapen

Dat ik de procedure tegen de gemeente heb verloren is natuurlijk geen ramp. Ik heb een poging gedaan om met behulp van de rechter de de waarheid te achterhalen.  Dat is niet gelukt.

Ik had de stille (maar waarschijnlijk weinig realistische) hoop dat de rechter zou hebben geconcludeerd, deze kwestie kent zoveel tegenstrijdigheden, laat ik een poging doen de waarheid te achterhalen. Maar klaarblijkelijk is dat niet haar taak.

Het achterhalen van de waarheid is iets waar de formele toezichthouder (de gemeenteraad) ook al totaal niet in is geïnteresseerd.

Die is al tevreden als ze denkt te beschikken over een enigszins plausibele verklaring.

Dus staan er nog steeds verklaringen tegenover elkaar, waarbij ik nog steeds van mening ben dat de mijne vele malen plausibeler is dan die van de gemeente. Maar dat terzijde.

De kernvraag in deze procedure kwam neer op de vraag of het door de gemeente ingenomen standpunt “niet ongeloofwaardig” was. Immers, als sprake was van een “niet ongeloofwaardig” standpunt van het bestuursorgaan, dan had dat (volgens de Raad van State) tot gevolg, dat de bewijslast op mij zou rusten.

Maar wat nu als het standpunt van het bestuursorgaan “wel” ongeloofwaardig zou zijn? Een mogelijkheid die de de Raad van State klaarblijkelijk niet wilde uitsluiten. Het lijkt me, dat in dat geval de bewijslast niet langer eenzijdig op de eiser rust. Er ontstaat dan een soort patstelling, die alleen maar kan worden doorbroken door nader onderzoek.

Bijvoorbeeld door het oproepen van getuigen. De gemeente treed in deze kwestie op als woordvoerder van aannemer en stichting. Zou het niet verstandig zijn om hen (onder ede) te laten bevestigen wat de gemeente tot dusver (over hen) heeft beweerd?

Geloven is iets voor “waar” houden, zonder dat daarvoor een wettig en overtuigend bewijs bestaat. Geloofwaardig is dus alles wat we voor waar houden, maar waarvoor geen bewijs bestaat.

Wat de gemeente ons voor waar probeert te houden is, dat zij zonder enige bijbedoeling ook maar iets schriftelijk heeft vastgelegd van de gesprekken die ze gedurende bijna een jaar heeft gevoerd met de aannemer en de stichting over een te bereiken compromis.

Gewoonlijk wordt alles nauwkeurig bijgehouden en bestaat overal bewijs voor, alleen in dit geval niet. Ik heb dat ongeloofwaardig genoemd. De gemeente heeft daarvoor geen andere verklaring gegeven dan dat ze uit efficiëntie overwegingen handelde. Met andere woorden, men vond het in dit bijzondere geval niet nodig de gebruikelijke procedures te volgen.

De rechtbank acht het dus geloofwaardig dat de gemeente Enkhuizen, die gewoonlijk altijd schriftelijk vastlegt welke betalingsafspraken ze met wie maakt, daar deze keer (bij wijze van uitzondering) van afgeweken is.

Dat zij (zogenaamd uit efficiëntie overwegingen) deze afspraken heeft vastgelegd in een voorstel aan de raad, waarin ze beweert dat de kosten van een verzwaring € 20.000,- bedroegen en dat dit een betaling van € 60.000,- aan de aannemer rechtvaardigde.

Dat de gemeente in staat is om wel 100 documenten te produceren waarin oorsprong en omvang van het probleem staan beschreven, maar (behoudens het raadsvoorstel) niet in staat is om ook maar één document te produceren waarin de oplossing van het probleem wordt toegelicht.

Burgemeester Baas laat de krant weten dat hij deze uitkomst had verwacht. Ik weet ook waarom. Naar zijn opvatting dient de burger elke bewering van de overheid als “waar” te accepteren, zolang zij een bewijs van het tegendeel niet kan leveren.

baas

regentesk

Een nogal regenteske opvatting die volgens mij niet meer van deze tijd is, maar wellicht wel een opvatting die ook binnen de rechterlijke macht populair is.

Nu ben ik wereldwijs genoeg om te beseffen dat het voor een rechter moeilijk is om te oordelen dat een overheid ongeloofwaardig is, maar ze had natuurlijk wel een klein beetje zorgvuldiger te werk kunnen gaan door getuigen op te roepen en die onder ede verklaringen te laten afleggen.

Bijvoorbeeld de aannemer. Waarom hij, nadat hij met de gemeente een betaling van € 60.000,- was overeengekomen, hij nog niet eens de moeite had genomen om een factuur in te dienen.

Of het stichtingsbestuur, dat weigert te bevestigen dat haar € 21.000,-  aan kosten is kwijt gescholden, omdat het nogal ongeloofwaardig is dat daarover geen enkele schriftelijke communicatie bestaat. Althans, de gemeente heeft niets ter inzage gegeven.

Tot 19 maart 2015 wordt er nog regelmatig mails en verslagen uitgewisseld tussen het gemeentebestuur en het het stichtingsbestuur. Na 19 maart niets meer, zelfs niet eens de bevestiging dat de stichting een bijdrage zal leveren aan de kosten van de verzwaring.

Enfin, nu deze vragen onbeantwoord zijn gebleven is het aan de raad om uit te vinden wat die antwoorden zijn. En als die te beroerd of te bedeesd is om dat te vragen, dan kan ik natuurlijk altijd nog vragen of de provincie ze daarbij van advies kan dienen.

 

september 18, 2017 Posted by | Drommedaris, Overpeinzingen | 1 reactie

Bezorgdheid.

bezorgdFormeel heeft de gemeenteraad een toezichthoudende functie. Om die functie te kunnen uitoefenen heeft de raad het recht inzage te vragen in de zogenaamde onderliggende (meestal ambtelijke) stukken.

Op basis van die onderliggende stukken wordt een raadsvoorstel geschreven. Zo’n raadsvoorstel is per definitie de politieke vertaling van hetgeen er in de onderliggende stukken staat vermeld. Wanneer er twijfel bestaat of die “vertaling” van onderliggende stukken naar een politiek document wel correct is verlopen, blijft er slechts één mogelijkheid over.

Het politieke document (raadsvoorstel) vergelijken met de onderliggende stukken.

In dit geval ontstond bij mij twijfel  nadat het college aanvankelijk beweerde dat de kosten van verzwaring € 100.000,- bedroegen, vervolgens een jaar later beweerde dat ze maar € 60.000,- waren, om in hetzelfde raadsvoorstel een berekening op te nemen waaruit bleek dat de kosten van verzwaring slechts € 20.000,- waren.

Nog los van de spectaculaire daling van kosten kunnen de kosten van verzwaring niet gelijktijdig € 60.000,- en € 20.000,- zijn. Een logisch manco dat de rechtbank, maar ook de raad,  klaarblijkelijk niet is opgevallen.

Het belangrijkste bewijs dat mijn WOB verzoek heeft opgeleverd is, dat er geen schriftelijk bewijs is voor hetgeen er door het college werd beweerd en dat de gemeente op een aantal punten door de aannemer is tegengesproken.

Toen de verzwaring niet na oplevering, maar voor oplevering gerealiseerd was heeft de aannemer zijn oorspronkelijk aanspraak gematigd, maar die matiging is nooit aan de raad doorgegeven.

De aannemer is niet overgegaan tot aanleg om zichzelf imagoschade te besparen, maar om gemeente en stichting imagoschade te besparen. Immers, zou hij de verzwaring niet hebben uitgevoerd, maar volgens bestek hebben opgeleverd, dat had er geen gebruiksvergunning kunnen worden afgegeven.

Aangezien de opdrachtgever (en niet de aannemer) verantwoordelijk is voor het opstellen van het bestek, zou het een blamage van de eerste orde zijn als het door de gemeente opgestelde bestek geleid zou hebben tot een gebouw waarvoor geen gebruiksvergunning kon worden afgegeven.

Kortom er waren tenminste twee nogal fundamentele zaken die door de aannemer waren tegengesproken en ook de overige uitspraken, zoals de dramatische kostendaling of het gelijktijdig beweren dat de kosten van verzwaring € 60.000,- bedroegen dan wel € 20.000,- , waren op geen enkele wijze onderbouwd.

Dat de rechtbank de beweringen van de gemeente geloofwaardig zou vinden (omdat het nu eenmaal beweringen van de overheid zijn) was iets waar burgemeester Baas me al voor had gewaarschuwd.

Toch blijft het wringen. Enerzijds doet men net alsof men een voorbehoud maakt, de beweringen van de gemeente moeten geloofwaardig zijn, maar anderzijds wordt elke bewering van de gemeente als geloofwaardig beschouwd. Waardoor er eigenlijk geen enkel voorbehoud is. Of, wat de gemeente beweert objectief gezien geloofwaardig is, doet feitelijk niet ter zake. Alles wat zij beweert is geloofwaardig, omdat ze de gemeente is. De bewijslast ligt dus nooit bij de overheid, maar altijd bij de burger.

Ik wist dat niet, maar als dat de stand van zaken is, dan heeft het geen zin om in beroep te gaan. Ook een hogere rechter zal immers zeggen: Ik vind alles wat de gemeente zegt geloofwaardig, dus bewijst U maar dat het niet zo is.

Dat kan ik niet. Ik kan alleen indirect bewijs leveren in de zin dat elke (niet criminele) organisatie over de door mij gevraagde documenten beschikt. Direct bewijs behoort niet tot de mogelijkheden. Gegeven het feit dat het zonneklaar is dat gemeente, aannemer en stichting hun verklaringen op elkaar afstemmen. Ze doen maar. Ik heb mijn best gedaan om de waarheid te achterhalen en ben daar redelijk in geslaagd.

Iets wat we niet kunnen zeggen van de toezichthouder, de gemeenteraad.

Die houdt zich al meer dan een jaar schuil. Ooit, tijdens de raadsbehandeling, koesterde Jaap Koning (D66) nog ambities voor wat betreft waarheidsvinding en stelde hij voor om een raadsenquête te houden. Een loodzwaar en kostbaar instrument, omdat je allerlei externe deskundigen moet inhuren. Maar toen de meerderheid van de raad daar niets voor voelde, verdween bij hem kennelijk ook de behoefte aan waarheidsvinding.

In plaats daarvan mocht hij formateurtje zijn van het nieuwe college.

Ik zie echter toch nog een klein probleem. De gemeente heeft inmiddels “bewezen”, dat zij in lang niet alle gevallen die documenten uitmaakt die democratische toezicht op de gemaakte (betalings)afspraken mogelijk maakt. Omdat de raad nauwelijks toezicht uitoefent, was dat tot dusver niet opgevallen.

Maar dank zij mijn WOB verzoek is pijnlijk duidelijk geworden, dat documenten die een strikte voorwaarde zijn voor behoorlijk openbaar bestuur, uit efficiëntie overwegingen niet worden gemaakt door de gemeente.  Dat impliceert dat democratisch toezicht op die afspraken feitelijk onmogelijk is gemaakt.

Ik vind het nogal wat, dat je een democratisch recht (tot controle op gemaakte financiële afspraken) gewoon verkwanselt, omdat je geen zin hebt toezicht te houden. Maar goed, dat is iets wat de raad voor zichzelf moet uitmaken.

Ik kan weinig meer doen dan daar mijn bezorgdheid over uitspreken.

september 15, 2017 Posted by | Beslommeringen, Bestuurscultuur, Drommedaris | Plaats een reactie

Ongegrond

rechter

Geloofwaardig

De uitspraak van de rechtbank is binnen. Mijn beroep is ongegrond verklaard, omdat men het standpunt van de gemeente, dat zij niet beschikt over documenten die betrekking hebben op het tussen de gemeente en aannemer/stichting gesloten compromis (anders dan de twee raadsvoorstellen), geloofwaardig vindt.

Laat ik de schuld bij mezelf zoeken. Ik ben geen advocaat, misschien heb daarom iets verkeerd gedaan of vergeten naar voren te brengen. Duidelijk is echter, dat de  rechter vindt dat het geloofwaardig is, dat van een onderhandelingsproces dat bijna een jaar heeft geduurd, niets anders op schrift gesteld is dan één enkel verslag achteraf.

Een verslag dat bovendien meer vragen oproept dan het beantwoordt.

In dat jaar worden de kosten van verzwaring (€ 100.000,-) verlaagd naar € 20.000,-. Maar stelt de gemeente voor om de aannemer € 60.000,-  te betalen, terwijl de kosten (volgens opgave van de gemeente) slechts € 20.000,- bedroegen. Er bestaat geen document met behulp waarvan dit verschil verklaard kan worden. Er is slechts de mededeling dat Slagter (gemeente) dat zo met Verhulst (Hillen & Roosen) heeft afgesproken.

Wie zaken doet met de gemeente (denk even aan het REZ) hoeft zelfs niet eens een factuur in te dienen als bewijs van zijn aanspraken.

Een simpel afspraakje met Slagter, dat verder niet wordt vastgelegd, volstaat.

Er zijn evenmin verslagen van hetgeen er met de stichting is besproken. Die heeft (blijkens de offerte van Hillen & Roosen) wensen ter waarde van € 21.756,- ingediend die Hillen & Roosen heeft gerealiseerd. Overigens klaarblijkelijk ook zonder dat iemand daar een opdracht voor heeft gegeven.

Het vermoeden is nu, dat de gemeente die kosten voor haar rekening heeft genomen, maar ook dat moet mondeling zijn overeengekomen, want schriftelijke stukken die dat zouden kunnen bevestigen ontbreken en zijn volgens de gemeente ook niet gemaakt.

Er zijn wel uitgebreide gespreksverslagen van bijeenkomsten tussen stichting en gemeente over andere kwesties, maar over het uiteindelijk bereikte compromis, helemaal niets. Volkomen geloofwaardig volgens de rechter.

De stichting weigert antwoord te geven op de vraag of zij die gebruikerswensen heeft betaald en verwijst naar de gemeente, die (op haar beurt) zwijgt.

Kennelijk heeft het begrip geloofwaardig in juridische zin een andere betekenis dan in het normale spraakgebruik. In juridische zin staat “geloofwaardig” gelijk aan “alles wat er door de overheid en haar dienaren wordt beweerd, ook al valt daar geen touw aan vast te knopen”.

OK, dat wist ik niet, maar weet ik nu. Ik had natuurlijk gehoopt dat de rechter gezegd zou hebben, wat hier door de  gemeente wordt beweerd (we maken nergens meer verslagen van, maar knutselen achteraf de boel een beetje aan elkaar) klinkt niet erg geloofwaardig, laat ik een poging tot waarheidsvinding doen door getuigen onder ede te verhoren.

Maar feit is, dat hoogopgeleid als ze is, ze andere dingen geloofwaardiger vindt dan wat gewone mensen geloofwaardig vinden. Ik ken tenminste niemand die geloofwaardig vindt wat de gemeente heeft lopen te verkondigen.

Enfin, de grap heeft lang genoeg geduurd en me genoeg gekost. Ik zal wat anders moeten verzinnen om mezelf bezig te houden.

september 14, 2017 Posted by | Drommedaris, Klein Leed | 11 reacties

Toezicht

Dorus

Ander hout gesneden?

Op 5 september schreef ik in mijn column “Niet eindeloos weglopen”.

Mooie gelegenheid voor wethouder Luyckx om duidelijk te maken dat hij uit ander hout is gesneden dan zijn voorgangers in dit dossier, die niet beter wisten te doen dan te misleiden en te vertragen.

We zijn inmiddels een week verder en nog steeds geen antwoord op de vraag of de gemeente de gebruikerswensen (van de stichting Drommedaris) ten bedrage van € 21.756,- heeft kwijtgescholden.

Er zijn maar twee antwoorden op deze vraag mogelijk, ja of nee. Dus waarom duurt het nu al meer dan een week, voordat de gemeente bereid is om een simpele vraag met ja of nee te beantwoorden?

Ik denk niet eens dat het onwil van de wethouder is, maar van degenen die hem adviseren. Ambtenaren. Als het is toegestaan om drie weken de tijd te nemen voor het geven van een antwoord, dan gebruiken ze die tijd. Bij mijn WOB verzoek werd ook iedere keer de maximaal toegestane tijd gebruikt om (soms) vanzelfsprekende antwoorden te geven.

Van meet af aan was duidelijk dat de gemeente beweerde, dat de gevraagde documenten niet waren gemaakt. Toch duurde het minstens twee maanden voordat die bewering “officieel” werd bevestigd.

ganaarkaastjemuur-ani-webKortom, de stroperige en defensieve houding van de gemeente is een niet onbelangrijk onderdeel van haar bestuurscultuur. Niet eens zozeer op aandringen van de politiek verantwoordelijken, vermoed ik, maar eerder op aandringen van degenen die hen adviseren.

Volgens mij vloeit het voort uit een diep gevoelde afkeer van toezicht. Ambtenaren zien er graag op toe dat iedereen zich houdt aan de regels die zij voor ons opstellen, maar zelf hebben ze er een broertje dood aan als wij proberen hetzelfde te doen.

Voor wat betreft regels die op hen van toepassing zijn.

En zo kan het gebeuren dat een hoofd-ambtenaar eenvoudig kan verklaren dat hij de betalingsafspraken die hij maakt niet schriftelijk vastlegt. Niet voor zijn superieuren, maar ook niet voor degene met wie hij die afspraken heeft gemaakt. En dat noch zijn superieuren, noch de formele toezichthouder (gemeenteraad) daarvan opkijken en er op aandringen dat deze praktijk wordt beëindigd.

Elke brief over welk onderwerp dan ook wordt geregistreerd en bevestigd. Alleen betalingsafspraken met derden niet.

Ooit schreef ik een column in de Enkhuizer Krant over de stelling. “het plichtsverzuim van de raad lokt plichtsverzuim van het college uit”. Dat plichtsverzuim van de raad kan in één woord worden samengevat.  Toezicht. Er wordt geen toezicht gehouden, omdat daardoor de wederzijdse verhoudingen wellicht wat minder gezellig worden.

Waar een gebrek aan toezicht toe leidt is inmiddels wel duidelijk lijkt me. Het laatste voorbeeld is de COR van de politie, maar wat te denken van VVD voorzitter  Henry Keizer en tal van andere politieke boegbeelden?

Terug naar het antwoord op de vraag. Zijn de kosten van de gebruikerswensen, als genoemd in de offerte van Hillen & Roosen van 4-3-2015, door de gemeente nu kwijtgescholden aan de stichting Drommedaris of niet?

En als dat antwoord er binnen één of twee dagen niet komt, wanneer beginnen de raadsfracties (en niet alleen die van HEA) zich nu eens te beroepen op hun recht op toezicht en te eisen dat dit niet langer wordt gedwarsboomd door de gemeente?

Of begrijpen de raadsfracties nog steeds niet dat het heel moeilijk is om ze serieus te nemen als ze zich voortdurend van het kastje naar de muur laten sturen?

september 13, 2017 Posted by | Bureaucratie, Drommedaris, Luyckx | Plaats een reactie

Ongeloofwaardig of onbekwaam.

baas.jpg

ongeloofwaardig of onbekwaam

Overigens komt het apathische gedrag van een ruime meerderheid van de raad niet als een verrassing. Men is er aan gewend geraakt dat er maandelijks een aantal door het college (of ambtelijke organisatie) gesignaleerde problemen (met de bijbehorende oplossing) worden voorgelegd.

Wie zich kan vinden in de probleemstelling kan zich gewoonlijk ook vinden in de aangedragen oplossing, waardoor de overgrote meerderheid van de problemen zonder al te veel inspanningen kan worden “opgelost”.

Alleen problemen die betrekking hebben op de organisatie zelf of een zogenaamd “stokpaardje” van het college vereisen extra attentie omdat zowel probleemstelling als de aangedragen oplossing wel eens willen afwijken van eerder gevoerd “beleid”.

Drom 102

Boland en Slagter vieren feest vanwege de oplevering van de Drom.

Een en ander in een ontspannen sfeer, waarbij het behoud van decorum en prettige omgangsvormen een voorname rol spelen. Initiatieven vanuit de raad zijn toegestaan, maar worden niet aangemoedigd. Ambtenaren nemen gewoonlijk ruimhartig de tijd bij het zoeken naar oplossingen.

Raadsleden laten zich gewoonlijk door politiek gemotiveerde  impulsen leiden. De door hen voorgestelde “verbeteringen“ blijken dat (in de praktijk) zelden te zijn.

Tegen deze achtergrond is het dus begrijpelijk dat de raad niet goed weet wat aan te vangen met problemen die wel herkenbaar zijn, maar niet door het college zijn omschreven en waarvoor dus ook geen panklare oplossing bestaat.

De gebruikelijke gang van zaken is dat men dergelijke problemen gewoon negeert.

Zo ook in dit geval. Het probleem is dat het gedrag van Baas en Slagter zich beweegt tussen ongeloofwaardig en onbekwaam. Zelf proberen ze te bewijzen dat ze onbekwaam zijn. Ik ben van dat bewijs niet onder de indruk en houd er op dat er niets mis is met hun bekwaamheid, maar dat ze niet geloofwaardig zijn.

Het is natuurlijk onwenselijk dat een situatie, waarbij het onduidelijk is of het bestuur van de gemeente ongeloofwaardig dan wel onbekwaam is, al meer dan een jaar voortduurt. Maar helaas, dat is wel het geval. Dat is een tekortkoming van de toezichthouder op het bestuur, de gemeenteraad.

Ogenschijnlijk zit de raad collectief te wachten of een rechter het optreden van het bestuur als ongeloofwaardig kwalificeert.

Het is tekenend voor het armzalige niveau van de raad in haar huidige raadssamenstelling. Want zelfs al neemt de rechter de kwalificatie ongeloofwaardig niet over, dan nog hebben Baas en Slagter slechts bewezen onbekwaam te zijn.

Meer smaken zijn er namelijk niet. Ongeloofwaardig of onbekwaam.

september 9, 2017 Posted by | Bovenbaas, Drommedaris | 1 reactie