Strijkstok?

Goed, ik was niet welkom bij de propagandabijeenkomst die de gemeente voor Droomparken organiseerde.

Geen probleem verder, Paul Gutter schrijft gewoonlijk heel netjes op wat hem wordt verteld en zijn krantenbericht is dus een prima uitgangspunt voor verder onderzoek.

Door iemand (die ik als betrouwbaar ervaar) was al enig vooronderzoek gedaan en van hem weet ik dus, dat Orez BV nu eigendom is van het op 9 april opgerichte Reynaerde Leisure BV, dat op haar beurt weer eigendom is van het op 4 april opgerichte Lapsa Beheer BV, dat weer eigendom is Adrianus Wilhelmus Vos, die ook eigenaar schijnt te zijn van Droomparken.

Nogmaals, ik ben nog niet in staat geweest een en ander zelf te controleren, maar ik heb wel vertrouwen in degene die het heeft onderzocht.

Zo’n reeks van B.V. ’s wijst er meestal op, dat er ergens in het midden een enorme strijkstok is verborgen.

Daarover zijn tijdens de persbijeenkomst waarschijnlijk geen vragen gesteld en dus ook geen mededelingen over gedaan. Alleen dat de nieuwe eigenaar van Orez BV van plan is om naar iedereen te gaan luisteren om mogelijke bezwaren (en dat zijn er een paar) weg te nemen.

Dat is fijn om te weten, maar een beetje aan de late kant. Gemeente en Orez BV hebben anderhalf jaar de tijd gehad om met het ZZM en tal van anderen te overleggen. Dat hebben ze bewust niet gedaan. Dat de gemeente nu iemand naar voren schuift die dat wel gaat doen is fijn om te weten. Maar welk gemeentelijk belang is daarmee gediend?

Dat de gemeente de regie blijft behouden vind ik ook weinig geruststellend gezien het resultaat dat (dankzij de gemeentelijke regie) tot dusver is bereikt.

Uit de perspresentatie blijkt, dat de gemeente straks een nieuwe weg en fietspaden krijgt en eigenaar wordt van een strand en een paar ligweiden. Wat men daarvoor inlevert is circa 20 ha (voorlopige schatting) grond met bouwvergunning voor 200 woningen.

Een beetje kavel in andere Droomparken kost al gauw € 65.000,- dus zo’n twee honderd kavels op een unieke locatie moet al gauw 13 miljoen opleveren. Of je voor dat bedrag een weg, fietspaden en een strand kunt laten maken weet ik (nog) niet, maar dat ga ik zeker onderzoeken.

Dat ik daarbij zal worden dwarsgezeten door het college en de raad is me inmiddels wel duidelijk, maar wellicht zijn er weer anderen, die me bij dat onderzoek willen helpen.

Die kunnen dat dan tot uitdrukking brengen door de Paljas.nu pagina te “liken” (zie de button in dit bericht) of door lid te worden van de besloten Facebookgroep “Paljas.nu”.

Op de lange baan schuiven.

Naar aanleiding van mijn brief aan de Commissaris van de Koning liet zijn Kabinet weten dat mijn brief was doorgestuurd naar het college van B & W in Enkhuizen. Ik schat dat het zeker 2 maanden gaat duren voordat die brief beantwoord gaat worden.

Mogelijk langer, want er komt ook een nieuwe burgemeester en in december is er altijd een hele waslijst van te nemen besluiten en zienswijzen.

Niet dat ik echt zit te wachten op een antwoord van het college. Ze zullen laten weten dat het volstrekt normaal is dat je een offerte opvoert (als bewijs voor de noodzaak van een krediet) die kosten bevatten waarvan je weet dat ze niet gemaakt zijn.

De offerte die het college de raad aanbood viel in drie delen uiteen.

  1. De kosten van verzwaring (circa € 25.000,-)
  2. De kosten van aanleg na inhuizing. (circa € 46.500,-)
  3. De kosten van gebruikerswensen (€ circa € 21.700,-)

Gebruikerswensen zijn kosten van inrichting die door de stichting dienden te worden betaald krachtens de overeenkomst tussen stichting en gemeente. Kosten die normaal gesproken aan de gemeente (als opdrachtgever) worden gefactureerd, maar die daarna  door de gemeente bij de stichting in rekening moeten worden gebracht.

Later zou blijken dat dit in dit geval niet is gebeurd, wat neerkomt op een extra subsidie voor de stichting, zonder dat de raad daar in werd betrokken.

Mij lijken de kosten na inhuizing schromelijk overdreven, maar het belangrijkste is natuurlijk dat die kosten na inhuizing nooit zijn ontstaan, omdat de verzwaring vóór inhuizing was aangelegd. Het zou me trouwens niet verbazen als een meerderheid van de raad ook geen flauw benul had van wat het begrip “inhuizing” inhield.

In het duister tasten over waar je ja of nee op zegt, lijkt me een terugkerend onderdeel van het raadswerk.

Enfin, ik heb het Kabinet van de commissaris van de Koning dus laten weten dat ik al wist wat het college zou antwoorden. Namelijk dat zij geen bezwaar zag in de door hun toegepaste werkwijze en dat haar toezichthouder (de gemeenteraad) gelet op haar stilzwijgen er ook geen moeite mee had gehad.

Zodat het blijven wachten op het antwoord van het college neerkomt op het “op de lange baan schuiven”.

Dus wat de gemeente er van vindt is niet zo belangwekkend. Waar het mij om gaat is, wat vindt de Commissaris van de Koning er van? Vindt hij het normaal dat je (in het kader van een kredietaanvraag) kosten opvoert waarvan je weet dat ze niet zijn gemaakt?

Of, is het je als overheid toegestaan een niet waarheidsgetrouwe voorstelling van zaken geven? Mocht dat zo zijn, dan kunnen we daar in de toekomst rekening mee houden.

De aanbevelingen van Hans

ColletOp mijn blog heb ik een twitter-tijdlijn “kopstukken”. Daarop verschijnen de tweets van lokale politieke kopstukken.

Dit als dienstverlening aan mensen die zelf geen twitteraccount hebben, maar toch nieuwsgierig zijn wat onze lokale kopstukken allemaal (via twitter) de wereld in slingeren.

Vroeger waren Langbroek en Quasten de onbetwiste twitterkampioenen, maar Stella heeft besloten dat ik niet langer kennis mag nemen van hetgeen ze (over mij?) rondbazuint en heeft haar account (voor mij) geblokkeerd. VVD coryfee Stomp had dat al eerder gedaan en ik neem aan dat dit in de nabije toekomst ook gaat gebeuren voor wat betreft Hans Langbroek.

Naast de opvattingen die hij zelf twittert, (over zijn verkoudheid bijvoorbeeld) re-tweet hij ook een een enorme hoeveelheid opvattingen van anderen. Naar ik aanneem, omdat hij die opvattingen waardevol genoeg vindt om ze met zijn eigen volgers te delen.

colletTe oordelen naar een drietal tweets van gisteren is Hans onder de indruk gekomen van het gedachtegoed van ene Mark Collett.

Die heeft een boek geschreven over de teloorgang van de westerse man.

Op de foto hiernaast staat Mark naast zijn vriendin Eva van Housen, die gezien de tatoeage op haar linker borst een aanhanger is van het gedachtegoed van ene AH.

Dat gedachtegoed was in de jaren 30 van de vorige eeuw ook populair in buurland Duitsland.

Mark zelf is, volgens Wikipedia, ook een sympatisant van die politieke stroming.

Trouwens, onder degenen die Mark’s boek aanbevelen bevindt zich ook Dr. David Duke, de laatste Grand Wizard of de Ku Klux Klan en verspreider van anti-semitische samenzweringstheorieën.

En daarnaast, ook nog overtuigd van de superioriteit van het blanke ras.

Ik heb er altijd naar gestreefd om op mijn blog, naast mijn eigen opvattingen, ook die van anderen te publiceren, hoezeer ik het daar ook oneens mee mocht zijn.

Maar Hans gaat (wat mij betreft) nu toch echt iets te ver met het aanbevelen van het neo-nazi gedachtegoed.

Ik denk dat we er daarom verstandig aan doen om hem, (op dat punt) in de toekomst wat scherper in de gaten te houden.

What, Me Worry?

madMijn blog naam is Pim, terwijl ik in werkelijkheid Chris heet. Dat komt zo. Mijn vader heette ook Chris, net als mijn grootvader en mijn overgrootvader.

Het was de gewoonte in mijn familie dat de jongste telg het voorvoegsel kleine kreeg.  Ik heb neven die tot op hoge leeftijd door het leven gingen als kleine Wanie (Wander), kleine Evie (Evert) en kleine Gerie (Gerard). Mijn moeder vond kleine Chrissie geen goed idee.

Vandaar dat ik werd ingeschreven als Chris, maar van meet af aan Pim werd genoemd, zodat het kleine Chrissie mij werd bespaard.

Ik heb de naam Pim gedurende mijn gehele schooltijd gedragen. Toen ik (buiten de stad) ging werken besloot ik om als Chris door het leven te gaan. Alle voorafgaande Chrissen waren inmiddels overleden en het gevaar van kleine Chrissie was geweken.

Toen ik op 65 jarige leeftijd met dit blog begon, vroeg ik me af of het zin had het als een serieuze activiteit te beschouwen. Ik meende van niet. Vandaar de naam Prietpraat.  Pim allitereerde daar lekker mee. Als beeldmerk koos ik voor een personage die ik me nog herinnerde uit de tijd dat ik Pim genoemd werd, Alfred E. Neuman.

Alfred E. Neuman was het fictieve personage die het Amerikaanse stripblad “Mad” als mascotte hanteerde. Zijn lijfspreuk, What, me worry?, leek me op het lijf geschreven. Enerzijds koester ik van jongs af aan scepsis jegens het gezag, anderzijds maakte ik me geen overdreven zorgen over de invloed van dat gezag op mijn leven.

En dat was de manier waarop ik over de lokale politiek wilde schrijven. Met scepsis over de heldendaden die onze gezagsdragers zich zelf toedichten. Zonder me daar verder al te veel zorgen over te maken.

mad-hillaryMaar de lijfspreuk van Alfred heeft een dubbele betekenis. Er werden karikaturen van gezagsdragers gemaakt die zichzelf in moeilijkheden hadden gebracht en ofwel zijn flaporen, dan wel zijn karakteristieke grijns mee kregen.

Het beeld van de gezagsdrager die probeert uit te stralen dat hij zich geen zorgen maakt over zijn gezag, maar dat beter wel zou kunnen doen. Hillary Clinton of Rutte. Met flaporen en een missende voortand.

Helaas ben ik het zorgeloze gevoel in de loop der jaren een beetje kwijt geraakt. Ik begin me wel degelijk zorgen te maken over de wijze waarop het gezag zich laat gelden.

Inmiddels is er een president gekozen die regelrechte onwaarheden presenteert als zijnde alternatieve feiten. De wereld, die George Orwell in zijn boek “1984” beschreef lijkt meer dan ooit van toepassing. In zijn boek is het ministerie van vrede belast met het voeren van oorlog en is het ministerie van informatie belast met het voeren van propaganda.

Begrippen hebben bijna ongemerkt een nieuwe betekenis gekregen. Hoe vaker zaken binnenskamers worden geregeld, hoe transparanter men zegt te zijn.

Met transparantie wordt nu bedoeld, we maken de uitkomst van het proces bekend. Maar het proces zelf wordt in het geheim doorlopen.

In mijn WOB verzoek vroeg ik om documenten die betrekking hadden op het compromis dat was bereikt. Ik kreeg 125 pagina’s op A4 formaat waarin de aard en omvang van het geschil werd omschreven en het uiteindelijke resultaat (als vastgelegd in het raadsvoorstel). Maar geen enkel document waaruit viel af te leiden hoe men tot het compromis was gekomen. Die waren uit efficiëntie overwegingen niet gemaakt, werd me verteld.

Mijn conclusie was dan ook, dat de gevolgde werkwijze er toe had geleid, dat democratische controle op de gemaakte afspraken onmogelijk was gemaakt. Je zou verwachten dat degenen, die zich normaliter (namens ons) met die democratische controle bezig houden, zich verontrust zouden tonen.

Niets is minder waar, men drinkt een glas, men doet een plas en laat alles zoals het was.

Mijn zorgeloze scepsis ten aanzien van de verrichtingen van onze gezagsdragers is dan ook geheel verdwenen. Ik heb niet het gevoel dat ik de enige ben bij wie dat is gebeurd. Wanneer het gezag zichzelf ondermijnt door het vertellen van onwaarheden, dan kiest de bevolking zich een nieuw gezag. De resultaten van dat nieuwe gezag zien we inmiddels in Turkije, Rusland en nu ook in Amerika.

Anders dan wat mijn lijfspreuk “What me worry?” suggereert moeten we ons wel degelijk zorgen maken over de teloorgang van het gezag en de richting die we vervolgens opgaan.

Kopstukken

Op mijn blog bevindt ook een Twitter tijdlijn die U in staat stelt wat onze lokale politieke kopstukken zoal (via Twitter) de wereld inslingeren.

Hieronder een retweet van Stella Quasten die wat mij betreft extra aandacht verdient. De zwart/wit beelden zijn namelijk niet van vóór mijn tijd, maar uit de tijd dat ik nog een jong volwassene was. Wie niets wil leren van de geschiedenis dwingt zichzelf haar te herhalen.

Plichtsverzuim revisited

Gemeenteraad_Enkhuizen_internet
Plichtsverzuim

Op 4 juni 2016 schreef ik een column genaamd “Plichtsverzuim”.

Misschien is het goed dat U die eens herleest voor dat U verder gaat. Dat kan door op deze link te klikken.

Ook weer zo’n aardig voorbeeld.

Mijn onderbouwde opvattingen zijn keurig opgeslagen in een archief dat door iedereen kan worden doorzocht en kan worden geraadpleegd.

De opvattingen van raadsleden worden zelden onderbouwd en zijn nauwelijks te achterhalen.

De conclusies die ik (een maand voor de eigenlijke raadsvergadering) trek, zijn 6 maanden later, nog steeds van kracht. Het optreden van het college getuigt van plichtsverzuim dat mogelijk gemaakt wordt door het plichtsverzuim van de raad. Anders gezegd, het één lokt het ander uit.

Het plichtsverzuim van het college bestaat er uit dat men de raad opzettelijk onjuist en onvolledig informeert en het daarmee voor de raad onmogelijk maakt om de door het college gemaakte afspraken te controleren. Aanvullende informatie wordt in beslotenheid verstrekt. Naar ik aanneem  omdat men gevrijwaard wil zijn van mogelijke “pottenkijkers” die de verstrekte informatie naar waarde kunnen inschatten.

Het plichtsverzuim van de raad bestaat er uit dat zij instemt met deze gang van zaken en blindelings genoegen neemt met hetgeen haar door het college wordt voorgeschoteld.

Het resultaat van dit gezamenlijke plichtsverzuim ligt nu voor ons.

Slecht geïnformeerd als zij was heeft de raad tijdens de raadsvergadering wat door elkaar heen gekakeld. Met als uiteindelijk resultaat dat een aannemer, (die aantoonbaar een bijdrage heeft geleverd om een tussen de gemeente en stichting ontstane impasse over de verdeling van de kosten te doorbreken) mogelijk niet betaald is geworden.

Er is weliswaar een compromis getroffen over de verdeling van die kosten, maar de inhoud van dat compromis is volstrekt onduidelijk.

Wegens het ontbreken van facturen en verslagen over de inhoud van dat compromis.

Als de aannemer inmiddels betaald is geworden (wat ik niet durf uit te sluiten), dan is dat gebeurd buiten alle daarvoor geldende regels om.

Er is gehoor gegeven aan een WOB verzoek, maar relevante documenten niet zijn overlegd. Hierdoor is de mogelijkheid aanwezig dat dat het bezwaar van de verzoeker (dat hem relevante documenten zijn onthouden) door de bestuursrechter gegrond wordt verklaard en de gemeente alsnog verplicht wordt deze documenten ter inzage te geven.

In plaats van het uitdelen van een formele berisping aan het college vanwege het onmogelijk maken van een democratische controle op gemaakte afspraken, heeft de raad (uit politieke overwegingen) gedaan of haar neus bloedt.

Ziedaar de voorlopige oogst van het plichtsverzuim door de raad.

Dit gezamenlijke plichtsverzuim van college en raad heeft de democratische controle op het spenderen van belastinggeld tot een farce gemaakt.

Ik heb daarover bij het presidium mijn beklag gedaan, maar men acht zichzelf te gewichtig om daar op te reageren.

Kort samengevat, we worden bestuurd door een zelfingenomen kliek die (op een enkele uitzondering na) alleen maar bezig is met elkaar de hand boven het hoofd te houden en verzuimt om datgene te doen waarvoor men is gekozen.

Namelijk controle uitoefenen op de wijze waarop belastinggeld wordt gespendeerd.

Dat het college die democratische controle onmogelijk heeft gemaakt (door bepaalde essentiële documenten niet te maken of te overleggen) lijkt de raad niet te deren.

In plaats daarvan bereidt men zich voor om op 6 december opnieuw een besluit te nemen.

Zonder dat er factuur is waarin de uitgevoerde werkzaamheden zijn beschreven. Zonder te weten waarvoor de betaling van € 40.000,- (boven de kosten van verzwaring) zijn bedoeld.

Zonder te weten of de ruim € 20.000,- kostende gebruikerswensen (van de stichting) door de stichting  of door de gemeente zullen worden betaald.

De aannemer wil daar (ongetwijfeld op verzoek van het college) geen uitsluitsel over geven.

Dus blijft de vraag, of de raad hardnekkig blijft volharden in haar plichtsverzuim en opnieuw probeert om (zonder kennis of inzicht) belastinggeld uit te geven?

Over minder dan een maand zullen we dat weten.

Eerder niet.

struisvogelGisteren was het 3 november, de laatste dag waarop de gemeente kon reageren op mijn bezwaar tegen de manier waarop men mijn WOB verzoek had uitgevoerd en ziedaar, de brief waarin men aankondigde meer tijd nodig te  hebben om een formeel antwoord te formuleren lag in de bus.

De nieuwe datum is 1 december (mijn verjaardag) en als men tot dat moment wacht heeft men in totaal 12 weken nodig gehad om me mee te delen dat men niet beschikte over de  documenten waarom ik gevraagd heb.

Dat is tenminste het standpunt dat men tegenover de raad heeft ingenomen (en tegenover mij tijdens de hoorzitting).

Het alternatief is, dat men alsnog komt met de gevraagde documenten, maar dat zou tevens  een erkenning zijn dat men destijds de raad onjuist en onvolledig heeft geïnformeerd.

Wellicht begrijpt U het dilemma en waarom men 12 weken meent nodig te hebben om het één tegen het ander af te wegen.

Persoonlijk maakt me die 4 weken niet uit. Mij gaat het om het principe.

Staan we toe dat het college de gemeente runt als een maffiose organisatie waarin cruciale documenten eenvoudig “verdwijnen” of niet worden gemaakt wanneer het de verantwoordelijke bestuurders zo uitkomt?

Of willen we een gemeentelijk organisatie die beseft, dat alle besluiten die ze neemt onderworpen zijn aan democratische controle?

Dat beginsel loslaten luidt ook  het einde van democratisch bestuur in.

Onze vertegenwoordigers in de raad mogen daar (in overgrote meerderheid) geen probleem mee hebben, ik heb daar wel een probleem mee. Bij het CDA mogen ze denken dat democratisch bestuur gebaat is bij het dragen van een stropdas en dat de grondbeginselen van democratisch bestuur er verder niet toe doen. Ik denk dat uiterlijk vertoon geen volwaardig substituut is voor die grondbeginselen.

Praktisch gezien komt het optreden van het college er op neer dat men democratische controle op hun besluiten onmogelijk maakt door documenten niet te maken of ze zelfs te verduisteren. De raad mag dat “normaal” vinden, ik vind dat verre van normaal.

Gisteren was ook de dag dat in het Verenigd Koninkrijk rechters een gewone burger in het gelijk stelden en de regering terecht werd gewezen. Niet een regering bepaalt wat zij wel of niet mag, maar de hoogste autoriteit van dat land, de gekozen volksvertegenwoordiging.

Dat principe geldt niet alleen voor het Verenigd Koninkrijk, maar ook voor de gemeenteraad van Enkhuizen. Het is natuurlijk treurig dat er een rechter aan te pas moet komen om onze vertegenwoordigers op dat principe te wijzen, maar het is nu eenmaal niet anders. En we kunnen niet anders dan te roeien met de riemen die we hebben.

tuinkaboutersIk heb de raad in het verleden wel eens struisvogels of tuinkabouters genoemd. Dat vinden ze natuurlijk niet leuk, maar ik blijf dat toch doen zolang ze weigeren onze democratische rechten te verdedigen.

En een van die belangrijkste rechten is dat alle besluiten die het college neemt onderworpen zijn aan democratische controle door de mensen die wij daarvoor hebben aangewezen.

Zodra dat besef bij onze raadsleden doorbreekt wordt een rechtszaak overbodig. Eerder niet.