Verstikkende eensgezindheid.

Even leefde ik in de veronderstelling dat het gezonde verstand had gezegevierd, maar uit de uitspraak in het Kort Geding bij de Raad van State maak ik op, dat de gemeente wel degelijk (samen met Orez) in beroep is gegaan tegen het besluit van de provincie.

Wat de gemeente daar mee denkt te bereiken, anders dan dat men niet voor Orez wil onderdoen, is me een raadsel.

Ik herinner me een vraag van de SP of de provincie bevoegd was tot het nemen van zo’n besluit. Beetje overbodige vraag, want dat de provincie over die bevoegdheid beschikt valt op internet na te lezen.

Zodat er maar één vraag overblijft. Kan de grondslag waarop het besluit is genomen, op enigerlei wijze worden betwist?

Orez meent, dat het recreatiepark onderdeel is van stedelijk gebied en dat het (om die reden) moet voldoen aan de ruimtelijk eisen voor zo’n gebied.

De provincie meent, dat het recreatiepark onderdeel is van landelijk gebied en dat dus de, voor zo’n gebied geldende ruimtelijke eisen van toepassing zijn.

De staatsraad neemt over dat verschil van opvattingen geen besluit, want daarvoor is de bodemprocedure bedoeld, maar laat wel doorschemeren dat hem de opvattingen van de provincie aannemelijker voorkomen.

Kortom, het door de gemeente ingestelde beroep tegen het besluit van de provincie is een doodlopende weg. De gemeente doet er verstandig aan de bodemprocedure niet voort te zetten om de verwarring (die zich meester lijkt te hebben gemaakt van onze bestuurders) niet nog groter te maken.

—————————————————————–

In de toelichting op het vonnis laat het college weten, dat de voorzieningenrechter tot de conclusie is gekomen, dat de raad aan de wensen van GS kan voldoen.

Natuurlijk kan de raad dat.

De enige reden waarom ze dat tot dusver steeds heeft nagelaten is, dat men zich nooit in de opvattingen van GS heeft verdiept. Laat staan dat men er over heeft nagedacht.

Maar dat men, in plaats daarvan, zich gemakshalve steeds weer vereenzelvigde met de opvattingen van het college. Met als resultaat, de situatie waarin we ons nu bevinden.

Alleen de CDA fractie heeft (op het laatste moment) de moed gehad om die verstikkende eensgezindheid te doorbreken.

 

Uitkramen.

Mijn vorige bericht ging over van 8 van de 9 fractievoorzitters. Wie er ontbrak was fractievoorzitter Keesman van de SP. In een ander krantenbericht beantwoordt ze de vraag die in de kop van dat bericht staat. “Wie spreekt de wethouders namens de raad aan.”

Ik vind het een vreemde vraag, omdat hij de veronderstelling in zich draagt, dat als gevolg van het raadsbrede akkoord, het niet langer duidelijk is wie de wethouder (namens de raad) zou mogen aanspreken.

Het lijkt me, dat wie namens de raad wil spreken even informeert bij zijn collega’s of hij dat ook namens hen mag doen.

Probleem opgelost.

Maar de meeste fractievoorzitters doen nu eenmaal niet graag afstand van hun recht tot spreken. Al was het maar om te kunnen zeggen, dat ze het volledig eens zijn met wat de voorgaande sprekers hebben gezegd.

Keesman vervolgt met “Als het onze eigen wethouder was, had ik hem al lang aan de oren getrokken”. Nu had ik begrepen, dat het raadsbrede akkoord er toe diende om een eind te maken aan het verschil tussen de “eigen” en “vreemde” wethouders.

Dat blijkt dus niet zo te zijn. Er is dus nog steeds sprake van “vreemde” wethouders, die je niet zomaar aan de oren kunt trekken.

Overigens valt dat aan de oren trekken in de praktijk nogal mee. Zo herinner ik me dat wethouder Olierook (SP) de raad om een extra krediet vroeg, om daarmee de aanleg van zwaarder elektra-netwerk in de Drommedaris te kunnen betalen. De aanvraag bedroeg € 100.000,-.

Bij bestudering van de offerte bleek, dat de helft van de becijferde kosten (€ 50.000,-) niet van toepassing waren, omdat de aanleg niet ná oplevering had plaatsgevonden, maar er voor. Waardoor de helft van de geraamde kosten waren komen te vervallen.

Van de resterende helft (€ 50.000,-) bleek ook weer de helft bedoeld voor de kosten van  de inrichting van het gebouw. Terwijl er een overeenkomst bestond tussen de gemeente en het stichtingsbestuur, dat de laatste de kosten van inrichting voor zijn rekening zou nemen.

De bereidheid van de gemeente om die kosten te dragen kwam neer op de toekenning van een extra subsidie voor de stichting, zonder dat er een verzoek daartoe aan de raad (ter beoordeling) was voorgelegd.

Een krediet vragen van € 100.000,- om een kostenpost van € 25.000,- te kunnen betalen riekt niet alleen naar misleiding, maar is een doelbewuste poging daartoe. Er staat me niets van bij dat Keesman destijds (wegens misleiding) haar “eigen” wethouder aan de oren heeft getrokken.

Hoewel een poging tot misleiden van de raad mij nieuws lijkt, heeft het nooit de kolommen van het NHD gehaald. Zoals het me ook opvalt, dat de krant ook nooit een realiteitscheck toepast op wat onze lokale politici beweren, maar gedienstig alles noteert en publiceert wat er wordt uitgekraamd.

De weg kwijt.

De SP Noord-Holland heeft een website waarop provinciaal nieuws wordt vermeld. Dat nieuws is geordend in diverse dossiers. Ik heb de dossiers “recreatiegebieden en natuur” en “ruimtelijke plannen van gemeenten” even doorgenomen.

Hoewel de Enkhuizer SP van alles en nog wat over het REZ beweert lijkt niets daarvan te zijn doorgedrongen tot de provinciale SP.  In weerwil van het feit, dat de partner van SP fractievoorzitter (in Enkhuizen) Keesman, het statenlid Hoogenvorst is.

Geen woord over het Enkhuizerzand in beide provinciale dossiers, terwijl het toch voor de hand zou liggen, dat (rond de keukentafel) het duo Keesman/Hoogervorst elkaar op de hoogte zouden houden van een en ander.

Ook al omdat Hoogervorst (in partijbijeenkomsten) de zijde van Keesman had gekozen en daarbij had toegezegd, het provinciale wangedrag tot op de bodem te zullen uitzoeken.

Helaas, niets daarover op de provinciale SP website. Wel een oproep aan de provincie om niet te zwichten voor een projectontwikkelaar, die in Schagen 40 huizen wil bouwen op 3 ha. Ter vergelijking, in Enkhuizen willen ze er 200 bouwen op 8 ha en dat noemen ze dan nog steeds verblijfsrecreatie.

De gemeente Schagen stapt naar de rechter als de provincie niet toegeeft, in Enkhuizen doet men (nu wel met steun van de SP) hetzelfde. Om de provincie er van te overtuigen dat er, na de bouw van 200 woningen, nog steeds sprake is van een recreatiegebied voor de Enkhuizers.

Kortom, mij bekruipt het gevoel, dat de Enkhuizer SP volledig de weg kwijt is.

Stolk, die het raadsbrede akkoord een onding vindt, maar er wel gewoon aan meewerkt. Hoogervorst die de staten oproept niet te zwichten voor een projectontwikkelaar, maar tegelijkertijd vals spel roept, als de provincie niet zwicht in de kwestie waar zijn partner  bij betrokken is.

En dan is daar Keesman, de lokale SP hotemetoot, grote voorstander van de onderhandse gunning aan Peter Tuin CS, die geen enkele kritische vraag stelde over de relatie tussen P. tuin CS en Droomparken, maar wel allerlei complotten zag tussen provincie en ZZM.

Die het verstandig vindt, dat je de ruimtelijke indeling van een gebied, (tegen het advies van de provincie) eerst overeenkomt met een projectontwikkelaar, voordat je het in een bestemmingsplan vastlegt

Die informatie, die openbaar is (de verkoopprijs van onroerend goed) op verzoek van het college als vertrouwelijk blijft behandelen.

Zaken waarvan de SP in het verleden altijd zei, dat ze er niet aan zou meewerken, maar waar ze (nadat ze even aan de macht heeft mogen ruiken) zonder aarzelen toch gewoon wél aan meewerkt.

 

 

Eind goed, al goed?

Waarom de raad geen genoegen neemt met de bouw van zeg 100 huizen op het REZ, maar liever procedeert tegen de provincie om er 200 te mogen bouwen is me een raadsel en wordt nergens uitgelegd door de raad.

Enerzijds begrijpelijk. Als het college zegt spring, vraagt de raad alleen maar “hoe hoog” en verdiept zich verder niet in de reden voor die opdracht. Én als het college zegt “geef ons een opdracht om te procederen” dan voldoet de raad braaf aan dat verzoek. Zonder zich verder ook maar iets af te vragen.

Beseft de raad eigenlijk wel hoeveel 200 woningen zijn?

De Begoniastraat telt, meen ik,  65 huizen en dat zal voor de Violenstraat en de Goudbloemstraat niet veel anders zijn.

Dus waar de raad over wil gaan procederen (althans, daar heeft ze het college net opdracht voor gegeven) is, dat er buitendijks iets moet komen dat qua oppervlak vergelijkbaar is met die drie straten in de Bloemenbuurt. Dat zijn erg veel huizen.

Het enige wat de provincie wil is minder huizen. Hoeveel minder? Ga als gemeente daar over praten in plaats van te procederen.

Maar SP coryfee Wim Stolk denkt daar (blijkens zijn opmerkingen in het NHD) heel anders over. Zijn “gevoel” zegt hem, dat de provincie iets met auto’s wil t.b.v. het ZZM.

En om dat te beletten is hij bereid het college op te dragen een procedure tegen de provincie aan te spannen, om de bouw van 200 woningen veilig te stellen. Met als gevolg dat ter plekke ook 300 parkeerplekken moeten worden gerealiseerd, maar dat laat hij uiteraard onvermeld.

Mijn “gevoel” zegt me, dat college en raad van kwaad tot erger gaan in hun wanhopige poging gezichtsverlies te voorkomen.

Het college heeft (geheel naar eigen inzicht) een concessie voor de bouw van 200 vakantiehuizen verkocht. Waarvan de geschatte waarde 20 miljoen is.

Mijn “gevoel” zegt verder, dat de verkoopprijs van die concessie zo ontzettend  laag is, dat de gemeente haar niet openbaar durft te maken.

De keerzijde daarvan is, dat er zoveel geld aan de concessie kan worden verdiend, dat de eigenaar zich wel drie keer zal bedenken voordat hij het project afblaast.

Met als gevolg, dat uiteindelijk alles op zijn pootjes terecht zal komen.

Tenminste, als we tijdig een competente onderhandelaar kunnen vinden, om de komende onderhandelingen met Droomparken tot een goed einde te brengen.

Adequaat?

Het bericht in de krant van zaterdag (23-11-2019) bevatte niet alleen het aanbod van de directeur Bruil van Droomparken om te bemiddelen tussen provincie en gemeente.

Het bevatte ook reacties van raadsleden op het voornemen van de provincie om een reactieve aanwijzing te geven. Voor het gemak van mijn lezers reproduceer ik het bericht (dat in de krant van zaterdag stond) onder mijn column.

Keesman (SP) laat weten dat het eerst duidelijk moet worden wat de provincie wil. Wel, dat staat vrij nauwkeurig omschreven in de zienswijze zelf en het advies van van de PARK. (Provinciaal Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit). Het zelfde geldt eigenlijk voor Van Marle (D66) , die nu jammert dat die 200 woningen niet zo onaanvaardbaar waren als er nu door de provincie wordt voorgesteld.

Waar heeft hij het over? Ik citeer maar even letterlijk het PARK Rapport van 8 mei 2019.

Uit de door Van Uum onderzochte alternatieven blijkt dat op deze kwetsbare locatie 200 vakantiewoningen aan het water niet op een kwalitatief hoogwaardige wijze inpasbaar zijn.
Of de maximaal 200 vakantiewoningen wel hoogwaardig inpasbaar zijn, wanneer zij niet ieder aan vaarwater liggen laat zich thans niet beoordelen.

Ontwerpend onderzoek moet dat uitwijzen. Daar had de ARO ook om verzocht.

Op dit moment kan ik als PARK slechts de door de ARO gemaakte opmerking dat ‘maximaal 200 vakantiewoningen voor deze locatie mogelijk een te zwaar programma is’ onderschrijven.

Heeft de gemeente het gewijzigde ontwerp (dat niet veel meer was dan een voorlopig krabbeltje en dat als gevolg van participatie door Jan en Alleman in theorie nog alle kanten op kan) ter beoordeling voorgelegd aan de Aro? (Adviescommissie Ruimtelijke Ordening)

Volgens mij niet, dus waarom vindt Van Marle het dan gek, dat de ARO een voorbehoud maakt ten aanzien van dat onderdeel van het bestemmingsplan?

Freek Jans (Hea) beklaagt zich over het feit dat de bevolking eerder is ingelicht dan hijzelf, maar laat onvermeld, welke onherstelbare schade daarmee volgens hem is aangericht. Van Reijswoud (VVD) zet er ook zijn vraagtekens bij, om vervolgens te constateren,  dat het enige wat de provincie bereikt heeft een hoop onrust is.

Dat is een wel heel kortzichtige samenvatting van wat het provinciebestuur met haar reactieve aanwijzing hoopt te bereiken.

Ik neem aan, dat de provincie met haar aanwijzing hoopt te bereiken, dat de raad haar taken eindelijk serieus gaat nemen en dus niet alleen maar gedachteloos aan de hand van het college blijft voortmodderen.

En niet alleen het door het college gemaakte uittreksel van een zienswijze lezen, maar ook de zienswijze zelf en dan pas beoordelen of de door het college gegeven reactie op een zienswijze een adequate reactie was.

Dat was, op de door mij ingediende zienswijze, zeker niet het geval. Hieronder het krantenbericht waar deze column over gaat.

19-11-23

Verwarring.

Afgelopen week heb ik gefascineerd zitten kijken naar het gedoe in het Britse Lagerhuis. Dat heeft zijn eigen tv kanaal en omdat ik dat (via de schotel) kan ontvangen heb ik het REZ [het enige onderwerp in de lokale politiek waarover ik nog wil nadenken] de afgelopen week gelaten voor wat het was.

Maar ziedaar, het college heeft de door de SP gestelde vragen over de gewijzigde plannen van het REZ uiteindelijk toch beantwoord. Maar wel op een zodanige wijze, dat er verwarring is ontstaan bij de SP prominenten (het echtpaar Hoogervorst/Keesman).

Althans dat vermeldt het Dagblad voor West-Friesland van afgelopen zaterdag. Afgezien van een onwaarheid over het conflict tussen gemeente en ZZM, begrijp ik niet goed welk deel van de beantwoording de SP in verwarring heeft gebracht. 

Keesman concludeert, dat het er op lijkt het er op dat iedereen zijn eigen waarheid heeft. Nauwelijks een gewaagde veronderstelling, gegeven het feit, dat de raad van Enkhuizen maar liefst 9 verschillende fracties kent, met allemaal hun eigen waarheid.

Maar ook het college heeft er een handje van de werkelijkheid te verdraaien. Zoals haar bewering, dat er geen sprake is geweest van een conflict met het Zuiderzeemuseum en dat er alleen maar “gesprekken hebben plaatsgevonden.”

Vergeten lijkt, dat gemeente en museum tegenstrijdige belangen hadden. De gemeente wilde ter plekke zo veel mogelijk vakantiewoningen laten bouwen. Het museum wilde voorkomen, dat de aanleg van een vakantiedorp een toekomstige ontsluiting via het REZ onmogelijk zou maken.

Vergeten lijkt de bizarre afscheidsrede van burgemeester Baas, waarin hij de directie van het ZZM verweet er alles aan te doen de belangen van het museum veilig te stellen.

Vergeten lijkt ook het feit, dat de verhoudingen tussen gemeente en ZZM dusdanig waren verstoord, dat het de CvdK  verstandig leek een bemiddelaar in te schakelen. Terwijl de opvolger van Baas als opdracht kreeg de gesprekken tussen gemeente en ZZM weer op gang te brengen.

Feit is verder, dat de ontwikkelaar nooit is opgedragen rekening te houden met de wensen en verlangens van het ZZM. Tijdens de voorlichtingsbijeenkomst over de eerste versie van het plan (februari 2017) vroeg ik de ontwikkelaar hoe groot hij de kans achtte dat het zou worden uitgevoerd.

Zijn inschatting was 100%, mijn inschatting was 0%. Gezien de bezwaren die het ZZM tegen het voorlopige ontwerp naar voren had gebracht. Bezwaren die door college en raad consequent werden genegeerd. Met als voorspelbaar resultaat dat het ZZM haar bezwaren aan de bestuursrechter zal voorleggen, tenzij de provincie eerder ingrijpt.

Dus eerlijk gezegd begrijp ik de verwarring van de SP niet. Natuurlijk, het college denkt zichzelf vrij te kunnen pleiten door de gang van zaken te verdraaien, maar alles wat er nu gebeurt heb ik lang geleden al voorspeld. Inclusief het feit dat Orez niet in staat was om het project uit te voeren, maar het resultaat van haar besprekingen zou overdoen aan een partij die daartoe wel in staat zou zijn.

[Zie daarvoor ook de column die ik februari 2017 al schreef met de titel,  “Genoeg gewaarschuwd”.]

 

Consequenties

Overigens ben ik niet de enige die van het college geen antwoord krijgt op vragen die betrekking hebben op het REZ.

Dat is ook het geval met de schriftelijke vragen die Wim Stolk en Margreet Keesman (SP) op 15 juli stelden. De verwachte datum van afdoening was 12 augustus. (4 weken)

We zijn inmiddels 10 dagen verder. De door de SP gestelde vragen kunt U hier lezen.

Omdat ik de beroerdste niet wil zijn, wil ik de SP best wel helpen bij het beantwoorden van hun laatste vraag.

Heeft het bestuur van de provincie Noord-Holland de bevoegdheid om een aanwijzing in deze te doen en zo ja, welke consequenties heeft dit dan?

Het antwoord op deze vraag is, dat het bestuur van de provincie de bevoegdheid tot het doen van een aanwijzing heeft en dat een consequentie daarvan kan zijn, dat de werking van het bestemmingsplan geheel (of gedeeltelijk) wordt uitgesteld.

Het heeft er alle schijn van, dat het college de raad het liefst zo lang mogelijk in het duister wil laten tasten voor wat betreft de consequenties van een eventuele goedkeuring van het voorgelegde bestemmingsplan.