Verwarring.

Afgelopen week heb ik gefascineerd zitten kijken naar het gedoe in het Britse Lagerhuis. Dat heeft zijn eigen tv kanaal en omdat ik dat (via de schotel) kan ontvangen heb ik het REZ [het enige onderwerp in de lokale politiek waarover ik nog wil nadenken] de afgelopen week gelaten voor wat het was.

Maar ziedaar, het college heeft de door de SP gestelde vragen over de gewijzigde plannen van het REZ uiteindelijk toch beantwoord. Maar wel op een zodanige wijze, dat er verwarring is ontstaan bij de SP prominenten (het echtpaar Hoogervorst/Keesman).

Althans dat vermeldt het Dagblad voor West-Friesland van afgelopen zaterdag. Afgezien van een onwaarheid over het conflict tussen gemeente en ZZM, begrijp ik niet goed welk deel van de beantwoording de SP in verwarring heeft gebracht. 

Keesman concludeert, dat het er op lijkt het er op dat iedereen zijn eigen waarheid heeft. Nauwelijks een gewaagde veronderstelling, gegeven het feit, dat de raad van Enkhuizen maar liefst 9 verschillende fracties kent, met allemaal hun eigen waarheid.

Maar ook het college heeft er een handje van de werkelijkheid te verdraaien. Zoals haar bewering, dat er geen sprake is geweest van een conflict met het Zuiderzeemuseum en dat er alleen maar “gesprekken hebben plaatsgevonden.”

Vergeten lijkt, dat gemeente en museum tegenstrijdige belangen hadden. De gemeente wilde ter plekke zo veel mogelijk vakantiewoningen laten bouwen. Het museum wilde voorkomen, dat de aanleg van een vakantiedorp een toekomstige ontsluiting via het REZ onmogelijk zou maken.

Vergeten lijkt de bizarre afscheidsrede van burgemeester Baas, waarin hij de directie van het ZZM verweet er alles aan te doen de belangen van het museum veilig te stellen.

Vergeten lijkt ook het feit, dat de verhoudingen tussen gemeente en ZZM dusdanig waren verstoord, dat het de CvdK  verstandig leek een bemiddelaar in te schakelen. Terwijl de opvolger van Baas als opdracht kreeg de gesprekken tussen gemeente en ZZM weer op gang te brengen.

Feit is verder, dat de ontwikkelaar nooit is opgedragen rekening te houden met de wensen en verlangens van het ZZM. Tijdens de voorlichtingsbijeenkomst over de eerste versie van het plan (februari 2017) vroeg ik de ontwikkelaar hoe groot hij de kans achtte dat het zou worden uitgevoerd.

Zijn inschatting was 100%, mijn inschatting was 0%. Gezien de bezwaren die het ZZM tegen het voorlopige ontwerp naar voren had gebracht. Bezwaren die door college en raad consequent werden genegeerd. Met als voorspelbaar resultaat dat het ZZM haar bezwaren aan de bestuursrechter zal voorleggen, tenzij de provincie eerder ingrijpt.

Dus eerlijk gezegd begrijp ik de verwarring van de SP niet. Natuurlijk, het college denkt zichzelf vrij te kunnen pleiten door de gang van zaken te verdraaien, maar alles wat er nu gebeurt heb ik lang geleden al voorspeld. Inclusief het feit dat Orez niet in staat was om het project uit te voeren, maar het resultaat van haar besprekingen zou overdoen aan een partij die daartoe wel in staat zou zijn.

[Zie daarvoor ook de column die ik februari 2017 al schreef met de titel,  “Genoeg gewaarschuwd”.]

 

Consequenties

Overigens ben ik niet de enige die van het college geen antwoord krijgt op vragen die betrekking hebben op het REZ.

Dat is ook het geval met de schriftelijke vragen die Wim Stolk en Margreet Keesman (SP) op 15 juli stelden. De verwachte datum van afdoening was 12 augustus. (4 weken)

We zijn inmiddels 10 dagen verder. De door de SP gestelde vragen kunt U hier lezen.

Omdat ik de beroerdste niet wil zijn, wil ik de SP best wel helpen bij het beantwoorden van hun laatste vraag.

Heeft het bestuur van de provincie Noord-Holland de bevoegdheid om een aanwijzing in deze te doen en zo ja, welke consequenties heeft dit dan?

Het antwoord op deze vraag is, dat het bestuur van de provincie de bevoegdheid tot het doen van een aanwijzing heeft en dat een consequentie daarvan kan zijn, dat de werking van het bestemmingsplan geheel (of gedeeltelijk) wordt uitgesteld.

Het heeft er alle schijn van, dat het college de raad het liefst zo lang mogelijk in het duister wil laten tasten voor wat betreft de consequenties van een eventuele goedkeuring van het voorgelegde bestemmingsplan.

Plichtsbesef.

De krant van j.l. donderdag maakt melding van het feit, dat de Enkhuizer raad in het duister tast waar het gaat om het nakomen van beloftes door het college.

Deze conclusie werd opgetekend uit de mond van fractievoorzitter Keesman van de SP naar aanleiding van een door de SP uitgevoerd onderzoek. Waarover men (tegenover de krant) nog geen uitspraken wil doen, omdat dit niet netjes (???) zou zijn.

In het bericht doet Keesman echter wel een opvallende uitspraak. Namelijk, dat het niet haar taak is (als raadslid) om bij te houden of het college haar toezeggingen en beloften aan de raad wel nakomt.

Ik vermoed dat een grote meerderheid van de raad daar net zo over denkt, maar vraag me vervolgens wel af, als vrijwel de gehele raad meent dat het er op toezien, dat gedane beloften worden nagekomen NIET tot het takenpakket van de raad behoort, wat behoort dan WÉL tot het takenpakket van de raad?

Consequentieloos (maar wel heel netjes) mee babbelen tijdens raadsvergaderingen over de voornemens van college en haar ambtenaren?

Deze nogal wereldvreemde houding van de Enkhuizer raad is me de afgelopen tien jaar natuurlijk niet ontgaan. Wat Keesman en consorten NIET zien als hun taak, zie ik als de primaire taak van de raad.

Namelijk, er op toezien dat college (en hun ambtenaren) de beloftes nakomen die ze hebben gedaan.

Het niet of nauwelijks vervullen van die taak door de raad heb ik (in het verleden) bij meerdere gelegenheden, plichtsverzuim van de raad genoemd. Plichtsverzuim, dat op haar beurt weer plichtsverzuim van het college uitlokt.

De problemen waar de Enkhuizer raad iedere keer weer mee worstelt, vloeien voort uit haar gemankeerde opvattingen over plichtsbesef. Waarbij het zichzelf ontslaan van elke verantwoordelijkheid (en vriendjespolitiek) het altijd winnen van plichtsbesef.

En dank zij het gemankeerde plichtsbesef van de Enkhuizer raad, is plichtsverzuim eerder regel dan uitzondering. Daar als individu op wijzen, zoals ik de afgelopen 10 jaar heb gedaan, heeft geen enkele zin. Pas als er een instantie is, die de raad wijst op haar plichtsverzuim is er een kans dat men zijn leven betert en men ook ernst gaat maken met het plichtsverzuim van het college.

Maar zo’n instantie komt er alleen als de kiezers daartoe besluiten en daar ziet het nog steeds niet naar uit.

[Onderstaande column schreef ik op verzoek van het NHD en werd op 11 juni 2016 geplaatst. Wat toen gold, geldt nog steeds. Drie jaar geleden voorspelde ik ook al de problemen rond het REZ]

Afleidingsmanoeuvre

In een poging hun eigen aandeel in het debacle rond het REZ zo veel mogelijk te bagatelliseren hebben de SP coryfeeën Stolk en Keesman nieuwe vragen gesteld aan het college.

Daarin beweren ze: “In 2017 heeft de gemeenteraad unaniem en de meerderheid van de aanwezige burgers gekozen voor de variant Bastionmodel als model voor de locatie waar het bungalowpark op het Recreatieoord Enkhuizer Zand moet komen.” 

Dat is, voor de zoveelste keer, een onjuiste voorstelling van zaken.

De raad was (door middel van haar go/no go besluit) er mee akkoord gegaan, dat daaropvolgende besluiten door het college zouden worden genomen.

Voor wat betreft de kwaliteit van de plannen geadviseerd door een (door haarzelf te benoemen) beoordelingscommissie.

Wie er in die commissie zaten weet ik nog steeds niet, maar wel dat het een drietal stedenbouwkundigen betreft. Daarom ben ik nieuwsgierig naar het advies ze bij het voorlopige, maar ook bij het definitieve ontwerp hebben uitgebracht over de kwaliteit van de plannen.

Vragen daarover heb ik gesteld in mijn WOB verzoek.

De SP beweert dus ten onrechte, dat raad en burgers een keuze konden maken. Die keuze mogelijkheid was, met instemming van de raad, aan een ander gegeven.

Waar de SP ook over zwijgt is, dat zij (net als de grootst mogelijke meerderheid van de raad) er mee had ingestemd, dat alle verdere besluiten in dit project door het college konden worden genomen.

Met als gevolg dat grond (met een “straatwaarde” van 20 miljoen) aan de ontwikkelaar werd overhandigd, zonder duidelijke omschrijving van de voorwaarden (zoals de prijs bijvoorbeeld) en zonder dat de hoogste autoriteit binnen de gemeente (de raad) in staat was gesteld om haar bezwaren daartegen kenbaar te maken.

Want dat is natuurlijk het echte schandaal, waar de SP, maar ook alle andere partijen het liever niet over hebben.

Wie op de websites van Droomparken rondkijkt, ziet dat bouwkavels met een huurprijs van € 6000,- geen uitzondering zijn. Dat wil zeggen, dat project Enkhuizen, alleen voor wat de opbrengst uit grondhuur betreft de potentie heeft voor een jaarlijkse opbrengst van 1,2 miljoen. (200 kavels à € 6000,-)

De meest urgente vraag lijkt me dan ook, wie is verantwoordelijk voor het feit dat het oorspronkelijke  uitgangspunt (dat de grond in erfpacht zou worden uitgegeven) werd gewijzigd in een besluit om de grond voor een schijntje te verkopen.

En waarom is dat besluit nooit voorgelegd aan de gemeenteraad. Ook daarover heb ik vragen gesteld in mijn WOB verzoek.

Omdat, op 1 na alle partijen verantwoordelijk zijn voor die nalatigheid, hebben ze met het college één gezamenlijk belang.

En dus zoeken ze, samen met college, naar onderwerpen die de aandacht kunnen afleiden van hun eigen nalatigheid.

De door de SP gestelde vragen maken deel uit van die afleidingsmanoeuvre. Omdat ze de aandacht proberen te vestigen op vermeende tekortkomingen van de provincie, maar de  eigen tekortkomingen van college en raad doodzwijgen.

Drastische stappen.

Waar ik me over verbaas is de onvervalste weerzin, die er door een meerderheid van de raad ten toon wordt gespreid jegens het ZZM. Een nauwelijks verholen afkeer, die onderbouwd wordt met speculaties over mogelijk duistere  motieven van het ZZM.

Kennelijk is een directie, die zich inzet voor wat ze ziet als haar taak (het verdedigen van het museale belang) verdacht. Zo ook de instanties die haar daarbij steunen, zoals het ministerie OCW en de provincie. Allemaal inconsequent en enigszins verdacht als we de SP leiding mogen geloven.

Als er raadsfracties zijn die begrip hebben voor het ZZM, dan hebben ze dat tot dusver verdomd goed weten te verbergen.

Waarschijnlijk heeft het te maken met de woeste beschuldigingen die ex-burgemeester Baas (bij zijn afscheid) uitsprak en is deze vorm van wantrouwen, jegens andere dan de eigen opvattingen, inmiddels in Enkhuizen salonfähig geworden.

Dat onverholen wantrouwen komt ook naar voren, als de SP het begrip “museale beleving” probeert af te schilderen als een recente uitvinding van het museum.

Als Jeu de Boules speler had ik me aangemeld voor de voorlichtingsbijeenkomst voor de stakeholders in februari 2017. Toen werd het eerste (voorlopige) ontwerp gepresenteerd.

Na afloop sprak ik voor het eerst van mijn leven met de directeur van het ZZM. Hij liet me weten, bijgevallen door een lid van de Raad van Bestuur, dat het museum zeer grote bezwaren koesterde tegen de plannen van Orez. Vanwege de aantasting van wat hij toen al de de museale beleving noemde.

Hoe kan het, dat ik sinds februari 2017 weet, dat het museum problemen heeft met het plan van Orez (omdat het een inbreuk vormde op de museale beleving) en dat de SP (en al die andere raadsfracties) dat volledig is ontgaan. En dat ze daarom denken dat het om een recent verzinsel van het ZZM gaat?

Zou het misschien komen, omdat de raad haar kennis (over welk onderwerp dan ook) in de eerste plaats ontleent aan wat het college haar daarover vertelt? En dat, als het college anderhalf jaar lang de raad in onwetendheid houdt over de problemen die het ZZM heeft met het “voorlopige” ontwerp, de raad er dan domweg vanuit mag gaan dat die problemen er ook niet zijn?

Raadsleden hadden natuurlijk ook zelf even bij het ZZM kunnen informeren, maar zulke drastische stappen nemen ze niet graag.

Liever wachten ze tot het college hen vertelt wat wel en wat niet van belang is. Iets doen aan de bezwaren van het ZZM vond het college aantoonbaar niet van belang. Waarmee tevens de opvatting van de raad is verklaard.

De resterende vraag is, of die opvatting gedeeld zal worden door de bestuursrechter van de Raad van State. [Tenzij de provincie eerder ingrijpt natuurlijk. In dat geval wordt het bestemmingsplan gedeeltelijk buiten werking gesteld tot het moment dat het bestuur van de gemeente weer bij zinnen is.]

Nog is Enkhuizen niet verloren.

Dat het de SP er veel aan gelegen is, om het project REZ (met behulp van het zogenaamde complete verhaal) te verdedigen is begrijpelijk.

De eerste stappen van het project (juni 2014) werden gezet, toen de SP een dominante positie in het college van Enkhuizen had. Ze heeft er dus belang bij om het proces af te schilderen als een aaneenschakeling van logische (uit elkaar voortvloeiende) besluiten. Genomen door de gemeenteraad.

Niets is echter minder waar. Aanvankelijk werd gekozen voor een competitieve dialoog met de markt. Toen dat een doodlopende weg bleek te zijn, werd geruisloos overgeschakeld naar een Europese aanbesteding. Waar dat voor nodig was heb ik me vele malen publiekelijk afgevraagd en is me, tot op de dag van vandaag, onduidelijk.

Immers, het enige wat de gemeente moest aanbesteden was de aanleg van een stukje strand. De kosten daarvan waren bij een eerdere gelegenheid begroot op 1.3 miljoen. Door de benodigde grond in erfpacht uit te geven aan een recreatie-ondernemer, zou men de kosten van de aanleg van het strand, uit de inkomsten van erfpacht kunnen betalen.

Verder leek het me, dat je het wel aan de recreatie-ondernemers kunt overlaten om van zijn onderneming iets moois te maken en dat ambtelijke ondersteuning en interventie volstrekt overbodig zou zijn. Tenzij het ging om de toepassing van wet en regelgeving.

Maar nee, waarom eenvoud nastreven als het ook moeilijk kan?

Bovendien, moeilijk doen vormt een garantie voor ambtelijke werkgelegenheid. En dus  werd ingezet op een volstrekt overbodige Europese aanbesteding, die tot overmaat van ramp ook nog mislukte.

Formeel dien je een mislukte tender, opnieuw te doen, maar college en raad zagen toch nog een mogelijkheid om (geheel vrijblijvend) in gesprek te blijven met wat op het eerste gezicht een combinatie van 4 Noord-Hollandse ondernemers was.

Die (zoals later zou blijken) een visje hadden uitgegooid om een opdracht (die ver boven hun capaciteiten ging) binnen te kunnen hengelen. Wat ze uiteindelijk ook is gelukt. Niet dat men het plan zelf wilde uitvoeren, maar om het met winst door te kunnen verkopen aan hun zakenpartner en ogenschijnlijke opdrachtgever. Droomparken.

Dus wat de SP probeert af te schilderen als een gladjes en soepel verlopen proces, was in werkelijkheid een aaneenschakeling van ambtelijke en politieke misvattingen, met als uiteindelijk resultaat, een plan dat nooit zal worden uitgevoerd.

De schuld daarvoor ligt niet bij de talloze bezwaarmakers, maar bij het incompetente politieke en ambtelijke optreden. Die hadden gezamenlijk moeten beseffen, wat wel en niet acceptabel zou zijn. Echter in plaats van zich daarmee bezig te houden, ging men (onder druk van Orez) akkoord met een overeenkomst die zoveel bezwaren oproept, dat de uitvoering van het plan (in overeengekomen vorm) vrijwel ondenkbaar is.

Het presenteren van een plan waarvan de uitvoering ondenkbaar is, is een politieke en ambtelijke blunder van de eerste orde en een bewijs van incompetentie.

Maar nog is Enkhuizen niet verloren. Want na het verwerpen van deze”deal” door de provincie of de rechter, komt er ongetwijfeld weer een nieuwe. Wat kleiner van omvang misschien, maar net zo stijlvol en aantrekkelijk als wat nu wordt aangeboden, want dat kun je met een gerust hart aan Droomparken overlaten.

Nog completer.

Op het SP blog presenteert Margreet Keesman het complete verhaal over het REZ dat, bij nadere beschouwing, toch niet zo compleet is als wordt voorgesteld.

In een eerdere column heb ik al gewezen op het verdraaien van het oorspronkelijke uitgangspunt met betrekking tot de grondverkoop. In plaats van  het gedurende 30 jaar vrij van erfpacht uit te geven, wordt de grond verkocht tegen een onbekende prijs.

Helaas is dat niet het enige oorspronkelijke standpunt dat is verlaten. De oorspronkelijk plangrootte voor woningbouw is van 8 ha bijna verdubbeld naar 16 ha. Daarentegen is de kampeercapaciteit (de doelgroep waarvoor de SP zegt, het op te nemen) verschraald.

Van 375 plaatsen (volgens de nota “Nut en Noodzaak” van 12 februari 2016) naar circa 155 in oktober 2018. Volgens de laatste inzichten zijn de 155 plekken als volgt verdeeld:

46 plaatsen zijn gereserveerd voor bestaande standplaatshouders wiens kampeermiddel wordt toegelaten op de nieuwe camping. 69 zijn gereserveerd voor de nieuwe exploitant, die deze plaatsen wil benutten voor het oprichten van chalets voor verkoop/verhuur. En circa 40 plekken zijn beschikbaar voor passanten.

De winnaar van deze wisseltruc met kampeerplekken is uiteraard de exploitant van de nieuwe camping. Hij heeft voor zichzelf de mogelijkheid gecreëerd voor de verkoop van chalets. Het aantal er van is ongeveer gelijk aan het aantal dat in Broekerhaven is geplaatst. Bovendien wordt de openingstijd van de camping uitgebreid, wat verhuur van de chalets aan seizoenswerkers mogelijk maakt.

De verliezers zijn de oorspronkelijke standplaatshouders. Hun potentiële aantal gaat met 3/4 omlaag en de  kosten gaan aanzienlijk omhoog. Ook de passanten leveren in, van 175 naar 40 plekken. Ook voor hen rest nog slechts 1/4 van de oorspronkelijke hoeveelheid kampeerplekken.

In “het complete verhaal” van de SP is de volgende zinsnede opgenomen.

Voor onze fractie is het belangrijk dat de verplaatsing van de camping goed gaat. De raad heeft nadrukkelijk afgesproken dat op de nieuwe camping sta- en toercaravans komen en dat er met tenten gekampeerd kan worden.

Hoe belangrijk het voor de SP fractie is, blijkt uit het feit, dat vrijwel alle beloftes die ten aanzien van die doelgroep zijn gedaan, niet zijn nagekomen, zonder dat de SP daar ook maar iets tegen heeft ondernomen. Het zijn dan ook niet meer dan loze beloften.

De stand van zaken is, dat de huidige campingbewoners niet weten of ze naar de nieuwe camping mogen. Ze weten evenmin, wanneer de nieuwe camping gereed zal zijn.

Wat ze wel weten is, dat ze vanaf 1 oktober geen enkel recht meer hebben op hun standplaats op de oude camping en (de happy few) zullen moeten afwachten of de nieuwe camping klaar zal zijn.

De werkzaamheden zijn nog niet begonnen. Ze zullen ook niet beginnen voordat er een vergunning is afgegeven. En die vergunning kan pas worden afgegeven als het nieuwe bestemmingsplan onherroepelijk is geworden.

Daarover neemt de gemeenteraad in september een besluit, waartegen nogal wat bezwaren zijn ingediend. Het risico is aanwezig, dat het plan in zijn huidige vorm de eindstreep niet zal halen.

En daarmee is het “complete verhaal”, dat de SP zegt te willen vertellen, nog completer geworden.