Pim's Prietpraat

Bemoeienissen van een voormalig buitenstaander

Wel of geen miljoenenclaim?

REZ campingOp 25 mei schreef ik een column “Naadje van de kous” waarin ik mijn verbazing uitsprak over de raadselachtige gang van zaken op het recreatieoord.

Dit naar aanleiding van de informatiebijeenkomst voor campingbewoners de zaterdag voor Pinksteren. In die bijeenkomst gaf wethouder Struijlaart een mondelinge toelichting op de Nieuwsbrief van april die onder de campingbewoners was verspreid..

En zie daar, 5 dagen na mijn column kwam er een raadsbrief waarin de raad werd geïnformeerd over de gang van zaken.

In het gebruikelijke ambtelijke abacadabra, dat bedoeld is om indruk te maken, maar waarvan het zelfs na herhaald lezen onduidelijk blijft wat ze nu eigenlijk bedoelen te zeggen.

In ieder geval zat er nogal wat verschil tussen wat Struijlaart met de campingbewoners deelde en wat hij met de raadsleden deelde.

In de bijeenkomst zei hij dat het niet doorgaan van de plannen de gemeente een schadeclaim zou opleveren die in de miljoenen zou lopen. In de raadsbrief wordt daarover niet gerept.

We zijn een nieuwe fase in gegaan, heet het. Met andere risico’s en andere aandachtspunten. Een extern bureau is opgedragen om daar een risico-analyse van te maken. De inhoud daarvan is geheim, maar er worden geen aanzienlijke schadebedragen genoemd in geval er een kink in de kabel zou komen.

Dus wat is nu eigenlijk de juridische betekenis van de gunningsovereenkomst die voormalig wethouder Kok, op de dag van zijn vertrek, tekende?

Vormt dat de basis voor een mogelijke miljoenenclaim van Orez BV, waar Struijlaart in zijn toespraak tot de campingbewoners melding van maakte? En is dat de uitkomst van de risico-analyse die nog even geheim moet blijven?

Of is daar geen sprake van, zoals je op basis van de raadsbrief zou kunnen concluderen en is de miljoenenclaim slechts een poging om gewichtig te willen doen?

Ik heb geen idee, maar voordat ik er verder wat over zeg is het misschien verstandiger dat ik me (door middel van een WOB verzoek) op de hoogte stel van de inhoud van de gunningsovereenkomst. Tenzij een raadslid me daarin te vlug af is natuurlijk.

Advertenties

juni 14, 2018 Posted by | Recreatieoord, Struijlaart | 3 reacties

Wobben of tobben

wobIk schrijf al 8 jaar over de lokale politiek op basis van verifieerbare bronnen.

Door de gemeente verstrekte documenten zoals raadsvoorstellen, raadsbrieven en de bijbehorende bijlagen. Uitlatingen van  politici tijdens openbare bijeenkomsten, zoals  raads- en commissievergaderingen en door de gemeente afgegeven persberichten en tot slot verslagen van de lokale krant.

Het doel is om op die manier het tot ons komende nieuws te duiden en in perspectief te plaatsen. Met de betrokken politici praat ik zelden of nooit, omdat het toch geen andere inzichten oplevert dan het weinige wat ze in het openbaar al hebben verkondigd.

De zogenaamd vertrouwelijke informatie waarover sommigen zeggen te beschikken blijkt in veel gevallen niet meer dan roddel en achterklap.

Hoewel raadsleden het recht hebben om inzage te vragen in de onderliggende stukken, wordt van dat recht zelden gebruik gemaakt en volgt men gemakshalve de door het college gegeven “interpretatie” van de feiten (zoals vastgelegd in de onderliggende stukken).

Niet alleen raadsleden hebben recht op inzage in onderliggende stukken. Gewone burgers hebben dat ook. Daarvoor dienen ze een aanvraag in te dienen op grond van de Wet Openbaarheid Bestuur.

Tot dusver heb ik een drietal van dat soort aanvragen ingediend. De eerste keer om inzage te krijgen in de correspondentie die er tussen gemeente en stichting/aannemer was gevoerd over het vergelijk dat ze hadden bereikt over de kosten van de verzwaring van het elektranetwerk in de Drommedaris.

Uit de overgelegde documenten bleek, dat over het bereikte compromis met aannemer, noch met de stichting, correspondentie was gevoerd en/of (betalings)afspraken waren gemaakt en bevestigd. Hoewel een dergelijke gang van zaken indruist tegen elke gebruikelijke bedrijfsvoering (uitgezonderd die van de mafia) zag de raad geen reden om er bij het college op aan te dringen haar bedrijfsvoering te wijzigen.

We moeten dus niet verbaasd opkijken als bij toekomstige WOB aanvragen opnieuw zal blijken, dat essentiële documenten ontbreken. Dat lijkt immers een vastgeroest onderdeel van de Enkhuizer bestuurscultuur.

Mijn tweede WOB verzoek was naar aanleiding van de bewering van burgemeester Baas, dat de onkostenregeling voor raadsfracties door de raadsgriffier werd geadministreerd en beoordeeld op de juiste toepassing. Uit de documenten die werden overlegd bleek geen van beide waar te zijn. Een meerderheid van de fracties maakte een oneigenlijk gebruik van de regeling en ook de administratie liet in veel gevallen te wensen over.

Mijn derde WOB verzoek betreft de bewering van het college dat de architect had verzocht om geheimhouding van de door hem getroffen regeling met de gemeente. Mijn verzoek betreft inzage in het verzoek van de architect en de daarover gevoerde correspondentie. Alsmede de regeling zelf.

Basic RGBMijn verzoek is meer dan 14 dagen oud en daar het om hoogstens een paar brieven kan gaan had het normaal gesproken al beantwoord kunnen zijn. Maar de gemeente hoeft pas binnen 4 weken te reageren en kan die termijn zelfs nog met vier weken verlengen.

Ik twijfel er niet aan of men zal ook nu weer gebruik maken van de maximale termijn. Het zou me evenmin verbazen dat (nadat die maximale termijn is gebruikt) het antwoord zal luiden, dat de gevraagde documenten niet bestaan en dus niet kunnen worden getoond.

Inmiddels heeft de architect in een artikel in het NHD laten weten dat geheimhouding geen onderdeel was van zijn wensenpakket.

Uiteraard zou ik liever zien, dat raadsleden gebruik zouden maken van hun rechten om op die manier te proberen hun toezichthoudende taak vorm te geven en waar nodig de  waarheid boven water te krijgen.

Maar zolang raadsleden weigeren (of het niet nodig vinden) om van hun rechten gebruik te maken zit er niets anders op, dan dat anderen die leemte proberen te vullen. Uiteraard zou het prettig zijn als de reguliere pers daarin ook een taak zag, maar die beweert er geen tijd voor te hebben.

juni 13, 2018 Posted by | WOB | 2 reacties

Recht op openbaarheid

wobVolgens Wikipedia vormt de Raadsgriffier samen met de gemeentesecretaris de top van de gemeentelijke organisatie. Bij mijn weten is hij in dienst van de raad en legt hij aan de raad verantwoording af voor wat betreft zijn werkzaamheden.

De kern van zijn functie wordt op Wikipedia als volgt omschreven.

Het ondersteunen en adviseren van de gemeenteraad, de raadsleden, de raadscommissies en de raadsfracties bij hun volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende rol. De griffier organiseert daarbij complexe processen binnen een politiek-bestuurlijk krachtenveld.

Dit het geval zijnde verbaas ik me over de onwetendheid die raadsleden in de loop der jaren in tal van gevallen hebben gedemonstreerd. Neem bijvoorbeeld de laatste vraag die Langbroek het college stelde.

“Of de door het college (met de architect) overeengekomen geheimhouding inhield, dat de raad geen inzage kreeg in de schikking die met de architect was getroffen”.

Ik heb daar van gezegd, dat Langbroek (gezien zijn jarenlange raadlidmaatschap) het antwoord op die vraag had moeten weten. Inzage in de onderliggende stukken is geen gunst die het college kan verlenen, maar een recht dat de raad kan opeisen. Door het stellen van zijn vraag wekt Langbroek de indruk dat hij denkt dat het om een gunst gaat.

Dat komt niet helemaal als een verrassing. Immers, raadsleden maken zelden of nooit gebruik van hun recht op inzage. Wat in het verleden nogal eens resulteerde in tamelijk wereldvreemde standpunten van de raad.

Dus, zo vraag ik mij af, had het gezien de ondersteunende en adviserende functie van de griffier, niet voor de hand gelegen als hij Langbroek op zijn recht had gewezen en hem had geadviseerd zijn vraag anders in te kleden?

Niet “of” hij recht op inzage had, maar “wanneer” hij van dat recht gebruik kon maken.

In het verlengde daarvan vraag ik me af, of het niet de taak van de griffier is om de raad er op te wijzen, dat de door het college voorgestelde beperking op het recht van inzage geen wettelijke grondslag heeft, maar neerkomt op een vrijwillige inperking van rechten van de raad. Louter en alleen omdat het college de uitkomst van iets liever verbergt.

Het college mag de raad namelijk niet weigeren inzage te geven (of daar voorwaarden aan te verbinden) tenzij er sprake is van nauw gedefinieerde omstandigheden. Maar tot dusver is er nergens aangetoond dat die omstandigheden van toepassing zijn.

Het college heeft voorgewend dat er een wens van de architect bestond, waar ze niet onwelwillend tegenover stond. Maar een wens is onvoldoende argument om de openbaarheid van bestuur op te schorten of terzijde te schuiven.

Bovendien kan inmiddels (na een bericht in het NHD) ook aan het bestaan van die wens worden getwijfeld.

Openbaarheid van bestuur is een belangrijke democratische verworvenheid en het lijkt me, dat de raadsgriffier (als adviseur van de raad) er alles aan zou moeten doen om de raad de instrumenten en argumenten aan te reiken die haar in staat stelt die verworvenheid te verdedigen.

In plaats van er alleen maar op toezien hoe de raad zichzelf (onder druk van het college) castreert.

Feit is, dat het college juridisch advies heeft ingewonnen, wat er toe moet leiden dat de raad wordt overgehaald het het recht op openbaarheid van bestuur te beperken. Het zou mooi zijn als de griffier de raad er van zou kunnen overtuigen, dat haar primaire taak niet is om de rechten van burgers te beknotten, maar om ze te verdedigen.

juni 12, 2018 Posted by | Bestuurscultuur | 2 reacties

Mantel der liefde.

mantelHoewel ik er ook bij het vorige college wel eens op gewezen heb dat er sprake was van doelbewuste misleiding, is daar destijds door de raad ook niet op gereageerd.

Ik vermoed, omdat men niet goed weet hoe te handelen. Opmerkelijk, omdat de raad een goed betaalde adviseur in dienst heeft. De raadsgriffier. Maar kennelijk durft men hem niet om advies te vragen en klaarblijkelijk is hem ook nooit  iets bijzonders opgevallen in de beweringen van het college.

Overigens kun je, zonder dat je er (zoals de griffier) voor hebt doorgeleerd, ook gewoon begrijpen, dat doelbewuste misleiding niet tot de gebruikelijke omgangsvormen hoort. Als daar sprake van is, dan is er eigenlijk maar één passend antwoord. Het opzeggen van het vertrouwen in de betreffende bestuurder.

Immers, het raadslidmaatschap is een part-time baan en van raadsleden kan (en mag) je niet verlangen, dat zij (naast het kennis nemen van de voorstellen) ook de daarin voorkomende beweringen van het college op juistheid gaan zitten controleren.

Als raadslid moet je er van uit kunnen gaan, dat alles wat door het college beweerd wordt, ook daadwerkelijk waar is. Want waarheid vormt nu eenmaal het fundament waarop onze democratische instituties zijn gebouwd.

Door jarenlange verwaarlozing van dat fundament is ons vertrouwen in die instituties (waaronder de gemeenteraad) aanzienlijk afgenomen. Een zorgelijke ontwikkeling, die degenen die deze instituties bemensen zichzelf mogen aanrekenen.

Eén van de talloze onjuiste beweringen in het Dromdossier, betrof het motief van de aannemer voor het aanleggen van een verzwaring van het elektranetwerk in de Drommedaris, zonder dat hem daarvoor een  opdracht was verstrekt.

Volgens het college deed de aannemer dat om reputatieschade voor zichzelf te voorkomen. Uit de correspondentie daarover met de aannemer bleek echter het tegenovergestelde.

De aannemer wilde reputatieschade voor de stichting en gemeente voorkomen en had daarom genoegen genomen met slechts een mondelinge betalingstoezegging.

Hoewel het hier om een tamelijk absurde bewering van het college ging, werd ze door een deel van de raad (D66, PvdA en Lijst van der Pijll) wel serieus (en voor waar) genomen, met alle gevolgen van dien.

Ik heb daar destijds uitgebreid en meermalen over geschreven, zonder dat daar door de raad of pers aandacht aan werd geschonken. Wat me deed concluderen, dat noch onze volksvertegenwoordigers, noch onze reguliere pers belang hechtten aan feiten. Maar liever de weinig plausibele beweringen van een college herkauwden.

En dus herhaalt de geschiedenis zich. Want wie niet bereid is om van de geschiedenis te leren, wordt gedwongen haar te herhalen.

De geheimhoudingsplicht die het college de raad wenst op te leggen heeft niets te maken met de wensen van de architect, maar alles met de wens van het college om de door haar gemaakte fouten en de uiteindelijke kostenoverschrijdingen zo veel als mogelijk te kunnen bagatelliseren. Het verstrekken van misleidende informatie was en is nog steeds een gewaardeerd onderdeel van de Enkhuizer bestuurscultuur.

In het kader van de dualistische benadering is de raad tot driemaal toe in besloten zitting bijeen geweest. Ik ben benieuwd of ze inmiddels ook geleerd hebben wat je moet doen als je door een college doelbewust wordt misleid. In theorie zou een raad daar korte metten mee moeten maken, maar in de Enkhuizer praktijk zal het wel weer “de mantel de liefde” worden.

juni 11, 2018 Posted by | Bestuurscultuur, Mores | 2 reacties

Doelbewuste misleiding.

pinokkioEr zijn een tweetal reacties gekomen op mijn vorige column “Verdraaien van feiten”. Beide spreken over door bestuurders/ambtenaren gemaakte “fouten” en het onvermogen tot het erkennen van fouten door deze beide beroepsgroepen.

Dat is inderdaad een vervelende eigenschap, van zowel bestuurders als ambtenaren, maar helaas gaat het hier niet om “fouten”, maar om wat je alleen als opzettelijke misleiding kunt kwalificeren.

In mijn vorige column geef ik twee eerdere voorbeelden van opzettelijke misleiding, waarbij ik constateer, dat het kennelijk niet uitmaakt wie de verantwoordelijke bestuurders zijn, maar dat “opzettelijke misleiding” een vast onderdeel vormt van onze Enkhuizer bestuurscultuur.

We weten, dat de raadsbrief veel later is verstrekt dan oorspronkelijk de bedoeling was (16 april 2018). We weten ook de reden voor deze vertraging. Het college wilde over de inhoud van de raadsbrief juridisch advies inwinnen bij haar advocaat.

Wat we niet weten is over welk onderdeel van de raadsbrief het college advies wilde, maar het is tamelijk voor de hand liggend, dat dit betrekking had op de geheimhoudingsclausule. Je kunt namelijk als wethouder niet alles wat bij je opkomt “geheim” verklaren. Zou dat wel zo zijn, dan zou het begrip “openbaar bestuur” volkomen inhoudsloos zijn.

Het feit, dat er dus twijfel bestond (en advies is gevraagd) over de inhoud, maakt dat je niet langer kunt spreken van een fout, maar van een doelbewuste actie.  Doel van de actie was, de raad er van te overtuigen, dat het verzoek om geheimhouding afkomstig was van de architect en de rol van het college zich beperkte tot “daar niet onwelwillend tegenover te willen staan”.

Uit het interview met de architect (in het NHD) blijkt echter dat het omgekeerde waar was en het hem niet uitmaakt of er wel of geen geheimhouding zou worden betracht.

Maar zelfs al was dat wel het geval geweest, de wens van een architect om de uiteindelijke hoogte van zijn beloning geheim te houden, kan nooit een afdoende argument zijn om de openbaarheid van bestuur dan maar (voor deze gelegenheid) af te schaffen.

We hebben het dus niet over fouten, maar over opzettelijke misleiding. Het is moeilijk voorstelbaar dat alle 17 raadsleden dat over het hoofd zouden kunnen zien, maar gebeurtenissen uit het verleden tonen aan, dat de Enkhuizer raad daar wel degelijk toe in staat is. Men heeft zijn sporen verdiend in het doodzwijgen van pijnlijke kwesties, zeker als die er toe zouden moeten leiden dat de raad ergens het initiatief toe zou moeten nemen.

In het verleden heeft de raad bij doelbewuste misleiding altijd de andere kant op gekeken. Zal dat nu weer het geval zijn? Of is de dualistische bewustwording inmiddels al zover ingedaald, dat men het (als raad) niet langer pikt, dat het college maar door blijft gaan met haar pogingen tot doelbewuste misleiding? We zullen het zien.

Hier ligt wat mij betreft ook een belangrijke taak voor de reguliere pers.

Ze kent de opvatting van het college, ze kent de opvatting van de architect. Beide opvattingen komen niet met elkaar overeen, dus lijkt het me, dat je als krant dan onderzoekt, welke opvattingen er binnen de de raad leven over deze tegenstelling.

juni 8, 2018 Posted by | Bestuurscultuur | 3 reacties

Verdraaien van feiten.

pinokkioVolgens het Enkhuizer college had de aannemer de verzwaring van de stroomvoorziening in de Drommedaris aangelegd om zichzelf reputatieschade te besparen.

Als je de daarover gevoerde correspondentie leest, blijkt het tegenovergestelde waar. De aannemer probeerde de gemeente de afgang te besparen van een gebouw dat volgens bestek was opgeleverd, maar niet in gebruik kon worden genomen omdat het niet aan de veiligheidsvoorschriften voldeed.

Volgens het Enkhuizer college bedroegen de kosten van de elektraverzwaring in de Drom € 60.000,-, terwijl men gelijktijdig berekende dat ze feitelijk € 20.000,-  bedroegen en het verschil (€ 40.000,-) in werkelijkheid de kosten van inrichting waren die de gemeente (in weerwil van gemaakte afspraken) voor zijn rekening nam.

Volgens het Enkhuizer college dient de schikking (die ze trof met de architect van de Drom verbouwing) op verzoek van de architect geheim te blijven. Uit een artikel in het NHD blijkt dat de architect daar helemaal niet op heeft aangedrongen, maar dat het om een wens van het college ging.

Uit het bovenstaande blijkt, dat het binnen de Enkhuizer bestuurscultuur helemaal niet uitmaakt welke wethouders of burgemeester er verantwoordelijk zijn, maar dat het verdraaien van feiten deel uit maakt van het standaardrepertoire van de Enkhuizer bestuurders.

Mogelijk gemaakt door een gemakzuchtige raad, die haar toezichthoudende functie verwaarloost. Wat er uiteindelijk toe zal leiden, dat tijdens de raadsvergadering van 19 juni met veel fanfare het begrip oppositie (= vorm van toezicht) in de ban wordt gedaan en daardoor elke vorm van kritiek (door middel van de raadsbrede coalitie) in de kiem kan worden gesmoord en onschadelijk gemaakt.

 

juni 7, 2018 Posted by | Bestuurscultuur | 4 reacties

Juridisch advies.

langbroek.jpgIn het NHD van vandaag laat Hans Langbroek weten, de beantwoording van zijn schriftelijke vragen “raar” te vinden.

Met name het feit dat hij, alvorens hij inzage krijgt in de tussen de gemeente en de architect getroffen schikking, hij de (door het college eenzijdig opgelegde) geheimhoudingsplicht moet bekrachtigen.

Ik weet niet of “raar” het juiste woord is. Ik vind het meer een volstrekt ongepaste beperking van het recht op inzage voor leden van de raad.

Helaas tilt de raad van Enkhuizen (om wille van de lieve vrede) niet al te zwaar aan inbreuken op haar rechten. Of het nu gaat om haar budgetrecht of haar recht op juiste en volledige informatie. Het is dan ook niet ondenkbaar, dat de raad ook deze inbreuk  tolereert.

Dat neemt niet weg, dat het de moeite van het proberen waard is om een eind te maken aan dit soort regelmatig voorkomende inbreuken op de rechten van de raad.

De openbaarheid van bestuur is een belangrijke verworvenheid en vormt een wapen tegen mogelijke corrumpering van de macht.

Dit wapen uit handen geven, omdat het een wethouder of architect toevallig beter uitkomt, schept een volstrekt ongewenst precedent.

Het argument, dat het gaat om een privaatrechtelijke overeenkomst snijdt verder geen hout.

De gemeente treft jaarlijks talloze privaatrechtelijke overeenkomsten. Die zouden dus allemaal geheim kunnen zijn, als partijen het daarover met elkaar eens zouden worden.

Als ik het goed heb begrepen heeft het college (alvorens zij haar raadsbrief verzond) haar advocaat om juridisch advies gevraagd. Ik denk dat Hans er verstandig aan zou doen om inzage te vragen in de brief waarin dat juridisch advies werd gevraagd, alsmede het advies van de advocaat.

juni 6, 2018 Posted by | Bestuurscultuur | Plaats een reactie

De ezel en de steen.

ezel2Kort geleden gaf ik (in mijn column het Bommel effect) antwoord op de vragen die de raadsleden Langbroek (schriftelijk) en de Jong (mondeling) aan het college hadden gesteld.

Om duidelijk te maken dat al dat gewichtige gedoe (wat ook een karaktereigenschap van Olie B. Bommel is) eigenlijk nergens op slaat.

Immers, de gestelde vragen waren volstrekt overbodig, omdat de antwoorden er op (zeker als men een jarenlange ervaring als raadslid achter de rug heeft), bij de vraagsteller bekend moesten zijn geweest.

Vragen naar de bekende weg heet dat in gewoon Nederlands.

Inmiddels heeft het college de vragen formeel beantwoord en bevestigd, wat ik eerder al schreef.

Uiteraard hebben raadsleden het recht om kennis te nemen van de “geheime” afspraken die het college gemaakt heeft. Zij het, dat het college de raad geheimhouding kan opleggen tot het moment, waarop de raad daarover zelf een besluit heeft genomen.

Daarbij gaat het om een tamelijk principieel punt. Namelijk, dat niet het college, maar het de raad is, die beslist of geheimhouding gewenst en noodzakelijk is.

Wat er op neerkomt dat zelfs als de architect er op aan heeft gedrongen dat zijn afspraken met de gemeente geheim zouden blijven, de gemeente niet anders kan doen, dan kennis te nemen van die wens, maar de architect er op dient te wijzen, dat het besluit (over die geheimhouding) niet aan het college is, maar aan de raad.

Alvorens de raad een verantwoord besluit kan nemen over geheimhouding, dient ze uiteraard kennis te hebben van de reden voor die geheimhouding. In de beantwoording van de vragen zegt het college daarover:

Tijdens de onderhandelingen over het treffen van een mogelijke schikking hebben beide partijen hun eisen op tafel gelegd. De wens tot geheimhouding van de vaststellingsovereenkomst kwam vooral van de kant van de architect. Wij kunnen hem daarin heel goed volgen want het betreft (vooral) een financieel aspect in relatie tot bedrijfsvoering waar anderen niet direct toegang toe behoren te krijgen. Het resultaat van de onderhandelingen is immers vastgelegd in een privaatrechtelijke overeenkomst tussen twee partijen. Daarbij hebben wij ons ook gerealiseerd dat wij te allen tijde verantwoording moeten kunnen afleggen aan de gemeenteraad.

ezel3Het college beweert dus, dat het “vooral” de architect was die geheimhouding heeft geëist.

Een eis waarvan de advocaat van de architect moet hebben geweten, dat de gemeente daar “formeel” niet aan zou kunnen voldoen, omdat de beslissing daarover alleen maar “tijdelijk” in handen van het college was en dat het uiteindelijk de raad was die daar (met behulp van eigen overwegingen) een besluit over kon nemen.

Omdat het tamelijk voorspelbaar was dat het college met een dergelijke bewering (dat het vooral de architect was die met een dergelijke eis zou zijn gekomen) heb ik daar (met mijn WOB verzoek) al rekening mee gehouden.

Mijn verzoek luidt letterlijk.

Op grond van de Wet Openbaarheid van Bestuur verzoek ik U om inzage in de correspondentie die er (direct of via zijn vertegenwoordiger) gevoerd is met de “Drommedaris” architect Hans Kuiper over de met hem te treffen schikking.

En tevens inzage in de uiteindelijke tekst van de schikking.

We moeten echter niet verbaasd opkijken, als de door mij gevraagde correspondentie (tussen gemeente en de advocaat) volgens het college niet blijkt te bestaan.

Zoals dat ook het geval was rond de Drommedaris met de correspondentie tussen gemeente en aannemer (over het compromis dat met hem was gesloten) en de correspondentie tussen gemeente en stichting over hetzelfde  compromis.

Ook toen is nadrukkelijk gevraagd om schriftelijke onderbouwing, maar bleek dat niet mogelijk, omdat het Enkhuizer beleid is dergelijke afspraken niet schriftelijk te laten vastleggen. De raad nam destijds genoegen met die verklaring en het zou me dus ook niet verbazen, als ze dat deze keer opnieuw zou doen.

De klemmende vraag is dus, hoe vaak de raad van Enkhuizen bereid is om zich aan dezelfde steen te willen blijven stoten.

juni 4, 2018 Posted by | KLetskoek, Mores, WOB | 2 reacties

De kleine club.

kleine club

De kleine club bijeen voor het nuttigen van een eenvoudige, doch voedzame maaltijd

Hoe leg je het Bommel-effect uit aan mensen, die nooit eerder van de heer Olivier B. Bommel (de door Maarten Toonder geschapen stripfiguur) gehoord hebben, laat staan dat ze de strips (waar hij de hoofdrol in speelt) gelezen hebben?

Om te beginnen de karaktereigenschappen van heer Olivier volgens Wikipedia. Daar beschrijft men hem als volgt.

Bommel is een echte antiheld. Hij is naïef, laf (terwijl hij zelf juist geregeld prat gaat op zijn dapperheid), onnadenkend, kortzichtig, impulsief, kleinzerig, koppig en betweterig, maar draagt het hart op de goede plek en wordt niet zelden door barmhartigheid tot grootse daden aangezet.

Met zijn onbesuisde acties veroorzaakt hij echter vaak problemen, die dan door zijn vriend (“verzin toch eens een list”) Tom Poes – door Bommel steevast “jonge vriend” genoemd – worden opgelost. Door zijn kortzichtigheid en zelfoverschatting heeft hij dit niet altijd in de gaten en gunt hij Tom Poes zelden de eer die hem toekomt.

Kortom, Olivier B. Bommel is onze nationale held op sokken. Een brave burger, overtuigd van zijn eigen gelijk en de enorme bijdrage die hij levert aan het algemeen welzijn en die zich het liefst omringt met gelijkgestemden. Zoals je die bijvoorbeeld aantreft in de sociëteit “de Kleine Club”.

Bommel is het proto-type van onze lokale bestuurder, vervuld van goede bedoelingen. Hij functioneert het beste in een omgeving waarin “het boeken van resultaten” volledig ondergeschikt is gemaakt aan “het hebben van goede bedoelingen”.

En daarmee is ook het verschil met de rest van de bevolking aangegeven. Waar het gewone volk wordt beoordeeld op basis van behaalde resultaten, beoordelen de leden van “de Kleine Club” zichzelf uitsluitend op basis van “hun goede bedoelingen” en doen de “behaalde resultaten” niet ter zake.  

Met als voorspelbaar resultaat, dat men altijd tevreden is over de eigen inspanningen, omdat die altijd het gevolg zijn van goede bedoelingen.

bommel_en_tom_poesMaar als Bommel het prototype van de lokale bestuurder is, waar is zijn onvermoeibare vriend Tom Poes dan het prototype van?

Daar kan geen twijfel over bestaan. Tom Poes staat symbool voor de beleidsambtenaar. De steun en toeverlaat die moet voorkomen, dat onze lokale bestuurders in zeven sloten tegelijk lopen.

Maarten Toonder heeft beide prototypen nader uitgewerkt. Zoals bijvoorbeeld burgemeester Dirk Dickerdack (nijlpaard) en de ambtenaar eerste klas Dorknoper (hamster). Beide zijn, naast Bommel, graag geziene leden van de kleine club.

Het bovenstaande maakt duidelijk, dat zonder enig inzicht in het verzamelde werk van Toonder (de Bommelsaga) het vrijwel ondoenlijk is om de lokale politieke ontwikkelingen te doorgronden. En dat heeft dan weer tot gevolg, dat de inwoners van Enkhuizen de speelbal zullen blijven van de nukken en grillen van onze lokale “Kleine Club”.

En daar zal geen verandering in komen, zolang de Enkhuizer bevolking blijft weigeren zich te verdiepen in het verzamelde werk van Toonder en de bijbehorende personages.

mei 31, 2018 Posted by | Bommelogie | 1 reactie

Het Olie B. Bommel effect.

bommel_en_tom_poesOp 9 mei schreef ik over de raadsbrief van 17 april, die volgens Hans Langbroek pas begin mei (na juridische toetsing door de advocaat) aan de raad was verstrekt. De inhoud van de raadsbrief riep bij Hans een tweetal vragen op die hij schriftelijk aan het college stelde.

Zijn belangrijkste vraag was of de raad “wél” inzage zou krijgen in de “geheime” overeenkomst tussen gemeente en architect.

Ik vond dat een wat onbeholpen vraag voor iemand die (volgens mij) al langer dan 12 jaar raadslid is (en om die reden in aanmerking komt voor een koninklijke onderscheiding bij zijn vertrek).

Zijn vraag had (wederom volgens mij) niet moeten zijn “of”, maar “wanneer”.

Nu zit de raad braaf drie weken lang te wachten op de bevestiging van het feit, dat raadsleden (met het oog op hun controlerende functie) altijd inzicht hebben in alle overeenkomsten die de gemeente sluit met andere partijen.

Het zegt iets over de kwaliteit van de Enkhuizer raad als zelfs het langstzittende lid nog aan het college moet vragen wat zijn rechten zijn, want natuurlijk heeft de raad recht op inzage. Alleen, het kan zijn (en is zelfs heel waarschijnlijk) dat het college de raad geheimhouding oplegt. Overtreding van die geheimhoudingsplicht kan leiden tot strafvervolging.

Tamelijk basale kennis dunkt me en daarom is het verwonderlijk dat we inmiddels 3 weken verder zijn en we nog steeds niet weten wat het formele antwoord van het college is. Ondanks het feit dat wethouder Struijlaart (als reactie op soortgelijke mondelingen vragen van Michèl de Jong) zijn uiterste best zou doen voor een snelle beantwoording.

Kortom het is niet meer dan een soort van kat en muis spelletje tussen college en raad. De raad wil iets weten? Dan doet het college zo lang mogelijk over het geven van een antwoord op zelfs de meest eenvoudige vraag.

Een irritante gewoonte van het college die bij gewone burgers de nodige weerstand oproept, maar niet bij de leden van de raad. Wat volgens mij te wijten is aan het Olie B. Bommel effect.

Daarover een andere keer meer.

mei 30, 2018 Posted by | Bommelogie, Struijlaart | Plaats een reactie