Pim's Prietpraat

Bemoeienissen van een buitenstaander

Geloofwaardig

rechterGisteren dan eindelijk de zitting voor de bestuursrechter in Alkmaar. Gelukkig had de Enkhuizer Krant een verslaggever gestuurd, zodat we beschikken over een uitstekend verslag van die bijeenkomst dat bovendien vandaag in de krant stond.

De reden dat ik de gang naar de bestuursrechter heb gemaakt is, dat ik graag wil dat ook de lokale overheid de wet (in dit geval de Wet Openbaarheid Bestuur) op correcte wijze toepast.

Mijn opvatting is dat de gemeente mij niet alle beschikbare informatie heeft verstrekt, hetgeen zij (op grond van de wet) wel zou hebben moeten doen.

De gemeente is zich van geen kwaad bewust en stelt zich op het standpunt dat er geen andere informatie beschikbaar is dan die ze mij heeft verstrekt.

Waar ik om gevraagd heb is inzage in de correspondentie die door de gemeente is gevoerd naar aanleiding van het compromis dat men had gesloten over de kosten van de verzwaring van het elektra netwerk. Onder correspondentie versta ik alle schriftelijk vastgelegde informatie.

De gemeente heeft mij weliswaar een heleboel schriftelijke informatie verstrekt, maar met uitzondering van een raadsvoorstel (waar ik sowieso al over beschikte) had niets daarvan betrekking op het bereikte compromis. De verstrekte informatie ging over het ontstaan van het geschil en niet over de oplossing.

Over de uiteindelijke oplossing werd (behalve via het raadsvoorstel) geen schriftelijk informatie verstrekt. Volgens de gemeente omdat er niets schriftelijk was vastgelegd.

Probleem is dat de informatie met behulp van raadsvoorstellen tegenstrijdigheden bevat. Zoals bijvoorbeeld de kosten van verzwaring. Aanvankelijk werden die geschat op € 100.000,-, hetgeen uiteindelijk werd bijgesteld naar € 20.000,-.

Een opmerkelijke daling, waarop tijdens de behandeling ook geen helder antwoord is gekomen.

De overheid heeft in dit soort kwesties een streepje voor op de gewone burger. In de zin dat ze van zichzelf vindt dat ze nauwelijks iets hoeft te bewijzen, maar op haar woord geloofd dient te worden.

Dat is ook het standpunt van burgemeester Baas en consorten. Gelukkig heeft de Hoge Raad een klein voorbehoud gemaakt. Dat standpunt is alleen geldig als hetgeen de overheid beweert niet ongeloofwaardig is. Over wat wel of niet geloofwaardig is heeft iedereen zijn eigen mening.

Maar ik wilde de vraag over de geloofwaardigheid per se aan een rechter voorleggen, omdat je alleen op die manier een onafhankelijk oordeel krijgt.

Mijn taak was dan ook om de rechter er van te overtuigen, dat hetgeen de gemeente beweerde volstrekt ongeloofwaardig is. Geen idee of me dat gelukt is.

Die ongeloofwaardigheid zit hem primair in het feit dat er van de onderhandelingen met aannemer en stichting niets schriftelijk is vastgelegd. Dit is tegenstrijdig met wat er als norm geldt voor een zorgvuldige bedrijfsvoering.

Meer in detail heb ik gewezen op de afwezigheid van een tweetal documenten die in elke normale bedrijfsvoering aanwezig zouden zijn, maar hier ontbreken.

Ten eerste het gespreksverslag van de bijeenkomst met Hillen & Roosen waarin die aankondigt over te zullen gaan tot aanleg van de (noodzakelijk geachte) elektraverzwaring.

Dat moet een zucht van verlichting hebben doen opgaan op de gemeentelijk burelen. Zou H & R dat besluit namelijk niet hebben genomen, dan was er (volgens bestek) een gebouw opgeleverd waarvoor geen gebruiksvergunning kon worden afgegeven.

Een enorm gezichtsverlies voor gemeente en stichting, die al meer dan 3 maanden met elkaar aan het bakkeleien waren over de vraag wie de kosten voor zijn rekening moest nemen.

Ik zou niet weten waarom je als ambtenaar dat heugelijke feit niet zou vastleggen ten behoeve van je superieuren. Daarbij past ook dat je er op wijst, dat de gemeente een morele verplichting aangaat ten opzichte van de aannemer.

De gemeente ontkent dat zij een betalingsverplichting is aangegaan. Daarmee bedoelt ze waarschijnlijk een betalingsverplichting die juridisch afdwingbaar is. Maar zelfs dat is niet helemaal zeker. Ik heb er in eerdere berichten al op gewezen, dat het ontbreken van een opdracht niet automatisch zal leiden tot verlies van het recht op betaling. Ook al denkt Bram van der Pijll (en velen met hem) dat het wel zo is.

Maar naast een juridisch afdwingbare betalingsverplichting is er ook nog zoiets als een morele betalingsverplichting. Als je erkent dat verzwaring noodzakelijk is, instemt met de uitvoering van het werk en naar de aannemer toe geen voorbehoud maakt voor wat betreft de betaling, dan is de kans groot dat een rechter een weigering tot betaling zeer onredelijk vindt en die morele verplichting alsnog omzet in een juridische verplichting.

Zover is het echter niet gekomen. Het college heeft (met behulp van allerlei omtrekkende bewegingen) tot driemaal gepoogd haar morele verplichtingen na te komen, maar dat is haar door toedoen van de raad uiteindelijk niet gelukt.

Bewijst dat, dat daarmee de aannemer niet is betaald? Geenszins, hij kan ook betaald zijn via een andere begrotingspost. Er zijn diverse voorbeelden van betalingen die niet zijn verantwoord via het projectbudget. Ik schat ongeveer een kwart miljoen.

Maar de essentie (de verslaggever heeft dat correct weergegeven) blijft natuurlijk de vraag in hoeverre de gemeente geloofwaardig is als zij stelt dat er over de tussen gemeente en aannemer/stichting gevoerde onderhandeling niets op schrift is gesteld.

Ik heb 125 A4 tjes bagger ter inzage gekregen, waaruit van alles valt op te maken, maar niet hoe men van de oorspronkelijke kosten van verzwaring (€ 100.000,-) uiteindelijk terecht is gekomen op € 20.000,-. Uitgangspunt was niet wat de kosten waren, maar wat de stichting redelijk vond. Dat bleek € 30.000,- te zijn, waarna stichting en gemeente besloten dat de aannemer daarvan 1/3 voor zijn rekening moest nemen, zodat er nog 20.000,- resteerde die stichting en gemeente onder elkaar verdeelden.

Kortom, de nettokosten voor de voorziening waren € 20.000.- terwijl ze aanvankelijk begroot waren op € 100.000.-.

Ik begrijp dat hetzelfde dossier aan de raad ter inzage is gegeven. Ik vraag me af hoeveel er de moeite hebben genomen om het in te zien. In ieder geval is het kennelijk niemand opgevallen dat het dossier (bijvoorbeeld met behulp  van gespreksverslagen) helemaal niets prijsgeeft over hetgeen er tussen aannemer/stichting en gemeente is besproken.

Simpel gezegd, er is een politieke werkelijkheid gecreëerd, maar de juistheid ervan kan onmogelijk worden geverifieerd aan de hand van ambtelijke verslagen, want die zijn (volgens de gemeente) niet gemaakt. Aannemer en gemeente zijn twee handen op een buik. De vragen die ik aan de aannemer stelde werden linea recta doorgestuurd naar de gemeente.

De stichting is financieel volledig afhankelijk van de gemeente. Ik vind het tamelijk ondenkbaar dat ze onderweg naar het compromis dat ze heeft gesloten nooit iets heeft bevestigd of vastgelegd. Maar goed, de gemeente beweert dat dit nooit is gebeurd en als de stichting de gemeente de hand boven het hoofd wil houden, dan moet ze dat vooral blijven doen.

Mijn stelling is dat wat de gemeente beweert ongeloofwaardig is en dat zij dus dient te bewijzen, dat wat ze stelt, ook waar is.

Wat de rechter daarvan vindt weten we hopelijk over 6 weken.

 

Advertenties

augustus 4, 2017 Posted by | Drommedaris, WOB | 4 reacties