Pim's Prietpraat

Bemoeienissen van een buitenstaander

Normaal gedrag

rechterOp 12 juni 2017 doet het college door middel van een raadsbrief verslag van een procedure die zij heeft gevoerd over het besluit om een aangevraagde subsidie uit het Europese Visserijfonds niet toe te kennen.

De door de gemeente naar voren gebrachte bezwaren tegen de afwijzing zijn gegrond verklaard.

De rijksdienst zal dus haar afwijzing op andere gronden moeten motiveren (dan wel de subsidie alsnog toekennen).

Volgens de raadsbrief zou dat toekennen inmiddels gebeurd moeten zijn. Omdat de raadsbrief niets zegt over een toekenning, neem ik aan dat het om een anders gemotiveerde afwijzing gaat.

De Europese subsidieregeling had tot doel de aandacht te kunnen vestigen op de visserijgeschiedenis en de duurzame visserijontwikkeling in Enkhuizen. Hoe dat valt te rijmen met de kosten van de verbouwing van de Drommedaris is me een raadsel.

Wat me inmiddels wel duidelijk is, is dat er een hele kudde Europese en Nederlandse ambtenaren zijn die hun brood verdienen met het ontwerpen van dit soort regelingen, om vervolgens te kunnen gaan redetwisten over de uitvoering ervan.

Ik laat dat aspect maar even voor wat het is en concentreer me op een tweetal andere constateringen van wethouder Luyckx aan het einde van zijn raadsbrief. Hij benoemt daar een tweetal andere losse eindjes in het Dromdossier.

Te weten de procedure ter afdoening van mijn WOB verzoek en de meerwerkkosten rond de elektraverzwaring in de Drommedaris. Volgens mij vergeet de wethouder nog de procedure met de architect over achterstallig loon (€ 80.000,-).

Over de verzwaringskosten het volgende.

Wat we weten is dat de Enkhuizer ambtelijke onderkoning Jan Slagter tot tweemaal toe overeenstemming heeft bereikt met aannemer Hillen & Roosen. Aanvankelijk waren ze het eens geworden over een betaling van € 100.000,- uiteindelijk bereikte men overeenstemming over een betaling van € 60.000,- .

Het bewijs voor die overeenkomsten is vastgelegd in een tweetal raadsvoorstellen waarin de raad gevraagd werd een krediet te verstrekken om de aannemer te kunnen betalen.

Er wordt zelfs een derde (verkapte) poging gedaan de raad te bewegen tot het verstrekken van een krediet. Ik beschik over een e-mail waarin de aannemer Slagter vraagt om hem te helpen bij het opstellen van een brief aan de raad. Die brief komt er ook en in de inhoud ervan wordt duidelijk dat de gevraagde hulp verleend is.

Kun je uit het feit, dat de raad tot driemaal toe geweigerd heeft een krediet beschikbaar te stellen, concluderen dat de aannemer dus niet betaald is geworden? Volgens mij niet.

In een eerdere raadsbrief erkent het college dat men zeker een kwart miljoen aan projectkosten van de Drommedaris heeft weggemoffeld. Door ze te verantwoorden  op andere (algemene) begrotingsposten.

Zeker € 130.000,- aan projectbeheerkosten (Piet Conijn?) is geboekt als zijnde kosten voor inhuur extern personeel, een bestaande begrotingspost. Andere kosten van de verbouwing werden geboekt als “onderhoud kapitaalsgoederen”. Op die manier werd zeker een kwart miljoen aan verbouwingskosten buiten het projectbudget gehouden.

Met als reden, om te kunnen betogen dat de motie Dellemans was uitgevoerd en de begrote verbouwingskosten nauwelijks waren overschreden.

Dezelfde obsessie veroorzaakt trouwens ook het gedoe rond de kosten van verzwaring. Inmiddels heeft de gemeente erkend dat die niet hoger waren dan € 20.000,-. Maar de vraag is natuurlijk, wat dient er op dat punt (volgens Luyckx) nog geregeld te worden? De betaling van iets dat twee jaar geleden is uitgevoerd?

Het feit dat de raad geweigerd heeft een krediet te verstrekken hoeft nog geen beletsel te zijn voor het college om de aannemer te betalen voor datgene waar hij (volgens het college) recht op heeft. Daarmee voorkomt het college een procedure met die aannemer over die betaling. Een procedure die men zonder twijfel zou verliezen omdat het werk noodzakelijk was en tot volle tevredenheid van iedereen is uitgevoerd.

Ik neem dan ook aan dat die betaling van de aannemer inmiddels allang heeft plaatsgevonden en op creatieve wijze in de jaarrekening zal zijn verwerkt. Het enige wat nog rest is daarover uitleg te verschaffen. Het liefst nadat de raad de jaarrekening eerst heeft goedgekeurd.

Maar zolang de raad niet om uitleg vraagt, wordt ze ook niet verschaft en belandt de kwestie rond de betaling van de aannemer, waarvan iedereen dacht te weten hoe de vork in de steel zat (niet dus) als gebruikelijk in de doofpot.

Het verantwoordelijke college is inmiddels (om geheel andere redenen) weggestuurd. Het enige wat is gebleven is de conclusie, dat de Enkhuizer bestuurscultuur bestaat uit een eindeloze herhaling van wat we list en bedrog kunnen noemen. Waar de raad helaas niet op adequate wijze op reageert, maar zelfs aan meewerkt.

Is het nieuwe college anders? De tijd zal het leren. Wat ik wel weet is dat de hoofdrolspelers in deze kwestie, burgemeester Baas en onderkoning Slagter, al het politieke gedoe moeiteloos hebben overleefd en nu hun stempel mogen drukken op de afwikkeling van het REZ.

De procedure over mijn WOB verzoek gaat over de vraag hoe “normaal” het is, dat door ambtenaren gemaakte afspraken met aannemers/projectontwikkelaars niet op papier worden gezet.

De raad van Enkhuizen heeft (door haar houding) inmiddels gedemonstreerd het volstrekt “normaal” te vinden en ook onze waakhond in de vorm van lokale pers lijkt het heel “normaal” te vinden dat je langs die weg democratische controle onmogelijk kunt maken. Ik schijn de enige te zijn die het niet normaal vindt, dat door ambtenaren gemaakte afspraken (met financiële gevolgen voor de gemeente) niet schriftelijk worden vastgelegd, zodat ze niet ter inzage kunnen worden gegeven aan hen die daar om vragen.

Het feit, dat de raad daar (om politieke reden) genoegen mee neemt is voor mij geen reden om daar dan ook maar genoegen mee te nemen.  Op 3 augustus dien ik ter zitting te verschijnen om mijn opvattingen over “normaal” gedrag te bepleiten.

juli 2, 2017 Posted by | Drommedaris | Plaats een reactie