Pim's Prietpraat

Bemoeienissen van een voormalig buitenstaander

Bagatelliseren.

drom1Er is wat consternatie onder de raadsleden ontstaan over het gebruik van de Drommedaris. Daarover zijn op Agora (het besloten overleg tussen raadsleden en ambtenaren) vragen gesteld.

Die vragen en antwoorden worden gewoonlijk niet openbaar gemaakt. Met als consequentie dat we nooit zullen weten of onze raadsleden relevante vragen hebben gesteld en (minstens net zo belangrijk) of de antwoorden daarop relevant zijn.

Dus kan ik niet anders dan een gok doen over hoe de verhoudingen tussen de Stichting, de BV en de cateraar zijn geregeld.

De stichting huurt het gebouw van de gemeente voor € 15.000,- per jaar. Ze besluit om het gebouw vervolgens door te verhuren aan de BV voor een jaarlijkse huur van € 65.000,- per jaar voor de tijden dat het niet in gebruik is voor culturele evenementen.

Dat wil zeggen dat de stichting dus een jaarlijkse opbrengst uit huur heeft van € 50.000,- per jaar. Dit, plus de jaarlijkse gemeentelijke subsidie van € 25.000,- per jaar en de opbrengst uit kaartverkoop is het jaarlijkse culturele budget van de stichting.

De BV is vervolgens verantwoordelijk voor de verhuur van zalen aan private en zakelijke partijen. Ze heeft een overeenkomst met Tocat over de levering van drank en spijzen. Uit de winst die zij daarop maakt zal ze de huur (te betalen aan de stichting) en de nutsvoorzieningen moeten betalen.

In dit voorbeeld ga ik uit van een commerciële huur van € 65.000,- per jaar zal zijn, maar het kan natuurlijk ook zo zijn, dat de stichting de jaarhuur veel lager vaststelt, bij voorbeeld € 30.000,- per jaar.

drom2Het gevolg daarvan zal zijn dat het voor cultuur beschikbare budget van de stichting daalt en de mogelijkheid tot het maken van winst (door de BV) stijgt.

Mijn voorspelling is dat de door de BV te betalen huur zo gekozen gaat worden, dat de stichting nog steeds maximale aanspraak kan maken op de gemeentelijke subsidie en er verder naar zal streven om de winst van de BV (waarover het stichtingsbestuur als enige aandeelhouder (zonder last van pottenkijkers) vrijelijk kan beschikken) te maximaliseren.

Een beleid dat aan de keukentafel kan worden uitgestippeld, omdat de bestuurder van de BV de levenspartner van de secretaris van de stichting is.

Het bovenstaande is een simpel voorbeeld hoe je de dingen zou kunnen regelen. Of ze zo geregeld zijn weet ik niet. Dat is geen schande, want de gemeenteraad (die inmiddels miljoenen euro’s aan dit project heeft uitgegeven) weet het ook niet.

De vraag is, had ze het kunnen weten? Het antwoord daarop is JA. Had men enige aandacht besteed aan de “kanttekeningen” die gedurende de afgelopen 5 jaar over dit project heb gemaakt.

Als U in het zoekvak op dit blog de termen “accountant drom” intikt krijgt U 13 “kanttekeningen” die over dit onderwerp gaan. In één daarvan, genaamd “Onder de indruk” vindt U een link naar het door de stichting overhandigde accountantsrapport.

De plannen die de stichting nu ten uitvoer brengt staan in dat accountantsrapport beschreven. Op 20 april 2011 wijs ik in de kanttekening “Prognose” op de gevaren die deze constructie met zich mee brengt.

Het is de mateloze arrogantie van de macht die raadsleden kennelijk heeft doen besluiten om deze waarschuwing en al de daaropvolgenden te negeren.

En dus zitten we nu met de gebakken peren. Nu opeens wil men zaken regelen die men in het verleden heeft nagelaten te regelen en dat gaat dus niet lukken.

De overeenkomsten zijn getekend en het stichtingsbestuur heeft in het verleden al aangetoond dat men zich geen knollen voor citroenen laat verkopen en heel goed weet hoe men de eigenbelangen moet verdedigen.

Wat we dus op 12 mei voorgeschoteld zullen krijgen is een enorme hoeveelheid goedpraterij. Van het college en door de raad. Want ik denk niet, dat er ook maar iets veranderd kan worden aan de afspraken die zijn gemaakt.

Dus blijft er niets anders over dan de eigen rol in deze kwestie zo veel mogelijk te bagatelliseren en te benadrukken hoe fijn het allemaal wel niet is dat Enkhuizen er twee zalen bij heeft voor bruiloften/partijen en zakelijke bijeenkomsten.

Het lijkt me niet een taak van de overheid om dat mogelijk te maken, maar daarin verschil ik dus van mening met de meerderheid van de raad. Bestaande uit SP, D66, VVD, NE, CDA en CU/SGP.

Advertenties

mei 7, 2015 - Posted by | Bestuurscultuur, Drommedaris

6 reacties »

  1. goed de boel oplichten is een vak , en dat vak kunnen ze bij de ……… heel erg goed

    Reactie door JOHN | mei 8, 2015 | Beantwoorden

  2. 13 Bouwoverleg 20 november 2013. HK (Hans Kuiper architect) heeft bij PCo (Piet Conijn projectleider) diverse verzoeken gedaan ( 8x in 2,5 maand) voor een afspraak met de wethouder om deze in te lichten over de huidige situatie op de bouw i.v.m het uitblijven van een overeenkomst tussen stichting-gemeente,veranderde opdracht en honorarium. PCo meldt dat een dergelijke afspraak (nog) niet mogelijk of wenselijk is.HK benadrukt dat de verantwoordelijk wethouder niet voor verrassingen moet komen te staan. PCo is echter projectleider en staat in voor de budgetten en de overschrijding daarvan vanwege het meerwerk en /of de nieuwe opdrachten en/of de vertraging vanwege de onenigheid met de stichting de Drom.

    Reactie door Rob Kok | mei 8, 2015 | Beantwoorden

  3. Uit het verslag 13 Bouwoverleg 20-11-2013. Nuts aansluitingen. Door zwaardere capaciteit dan aangegeven in het bestek (wens van de gemeente) kan het electra deel duurder uitpakken dan begroot. PCo (Piet Conijn projectleider) is zich hiervan bewust en geeft expliciet opdracht . De kosten en opdracht hiervoor worden verwerkt in de aanvullende opdracht

    Reactie door Rob Kok | mei 8, 2015 | Beantwoorden

    • Prachtig Rob, ik weet niet hoe je er aan komt, zal er ook niet naar vragen, maar neem aan dat het juist is. En nu maar hopen dat de raad deze verslagen gaat opvragen.

      Probleem is dat de hele raad zich in rep en roer laat brengen op basis van een eenzijdig verhaal van de wethouder en nalaat om de bijbehorende correspondentie ter inzage te vragen.

      Olierook klampt zich vast aan het feit dat hij geweigerd heeft de aanvullende opdracht te tekenen, maar erkent tevens dat ze noodzakelijk is. Met dat soort kleutergedrag (geef me een reep of ik poep in me broek) zal elke rechter korte metten maken.

      We mogen blij zijn dat de aannemer zijn verstand voorop heeft gestuurd, anders was de rekening nog veel hoger uitgevallen.

      Reactie door Pim | mei 8, 2015 | Beantwoorden

  4. Toch is iets mij niet duidelijk. Voor dat de verbouwing van de Drom starte is er een bestek vervaardigd.In dit bestek is een electriciteitsvoorziening opgenomen voor het verwachtte electriciteits gebruik in de Drom. Dan op een laatste moment komt er een aap uit een mouw dat de aannemer de electriciteitsvoorziening heeft opgeschaald naar een hoger en zwaarder gebruiks niveau. Ergens moeten er dus mensen zijn geweest die dit hebben gewild.Wie is die opdrachtgever dan geweest? En als deze nou eens bekend zou zijn ,in hoeverre heeft deze persoon,stichting,club ,cateraar? daar de bevoegdheid voor gehad.En is het ook niet aan de aannemer te verwijten dat hij onder het mom van imagoschade de electriciteitsvoorziening voor een ton heeft aangepast in opdracht van iemand die dat helemaal niet kon of had mogen doen.

    Reactie door Rob Kok | mei 8, 2015 | Beantwoorden

    • Een aannemer heeft de verplichting een gebruiksklaar gebouw op te leveren. Als hij constateert dat de te gebruiken apparatuur een zwaardere dan voorziene elektra-aansluiting noodzakelijk maakt, dan zal (en moet) hij dat aan de opdrachtgever kenbaar maken.

      Weigert die vervolgens een daartoe strekkende opdracht te geven, dan kan hij twee dingen doen. Het werk verlaten en wachten tot hij die opdracht wel krijgt, wat aanzienlijke kosten met zich mee zal brengen.

      Of de installatie toch aanleggen er vanuit gaande dat hij voor die werkzaamheden toch wel betaald zal krijgen.

      Omdat niemand (ook de gemeente niet) de noodzaak van een zwaardere voorziening betwist, zal een rechter (mocht de gemeente weigeren te betalen) een door de aannemer ingestelde eis tot betaling dan ook zonder meer toewijzen.

      Ook zal een rechter het onredelijk vinden dat de gemeente haar betalingsplicht opschort totdat zij haar verschil van mening over de verdeling van de kosten met de eindverbruiker (waar de aannemer verder niets mee te maken heeft) heeft opgelost.

      De kans is dan ook groot dat de gemeente inmiddels al betaald heeft, hoewel dat formeel niet zou mogen, omdat de raad daarvoor nog geen toestemming voor heeft gegeven.

      Dus in plaats van de aannemer iets te verwijten, mogen we haar dankbaar zijn, dat ze haar werk naar behoren heeft gedaan en de gemeente niet heeft opgezadeld met veel hogere kosten door het werk te verlaten en vertragingsschade te claimen.

      Het hele gedoe is niet meer dan een afleidingsmanoeuvre die de aandacht af moet leiden van het feit dat de wethouder verzuimd heeft dat hij in november 2014 de raad om extra krediet van € 100.000,- had moeten vragen (Onder vermelding dat hij dit bedrag zou gaan terug vorderen van de stichting).

      Het feit dat de overschrijding van het projectkrediet een kwart miljoen is en geen € 150.000,- wat hij nu beweerd. En het feit dat hij de raad veel eerder had moeten informeren over het feit dat hij de motie Delleman niet kon uitvoeren.

      Reactie door Pim | mei 8, 2015 | Beantwoorden


Reageer !

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s